VERVALLEN Raadsbrief Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2024
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
J.S.B. Douven
Datum
22 januari 2024
Doorkiesnummer
030 - 2865108
Kenmerk
11886036
j.douven@utrecht.nl
Onderwerp
Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2024
Bijlage(n)
2
Beleidsveld
Onderwijs
Geachte leden van de raad, In mei 2023 hebben wij uw raad per brief geïnformeerd over het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) van het schooljaar 2021-2022. Middels deze brief rapporteren wij over de voortgang op het gebied van passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten en ontvangt u naast de definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten in 2021-2022 ook het jaarverslag van Leerlingzaken (schooljaar 2022-2023). Passend onderwijs Scholen voor primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo) zijn ervoor verantwoordelijk om alle leerlingen een passende plek in het onderwijs te bieden. Om daarvoor te zorgen werken scholen samen in een samenwerkingsverband passend onderwijs. Alle scholen zijn hier verplicht bij aangesloten. Samen maken zij een ondersteuningsplan dat beschrijft hoe zij zorgen voor een dekkend aanbod van onderwijsondersteuning van leerlingen in de regio. De samenwerkingsverbanden hebben met de scholen afspraken gemaakt over welke basisondersteuning álle scholen bieden en welke scholen specifieke extra begeleiding kunnen bieden. De Utrechtse visie op passend onderwijs en zorg voor de jeugd is samengevat: - Een sterke basis op elke school; - Steun waar nodig; - Speciaal als het moet. De kernpartneraanpak Als leren niet vanzelf gaat heeft een leerling soms (tijdelijk) extra ondersteuning nodig op school.
Dat kan vaak door de school via de eigen ondersteuningsstructuur worden geboden. Maar het komt ook voor dat er ondersteuningsvragen spelen die de school niet zelf kan oppakken. Dan wordt een beroep gedaan op de kernpartners1. Zij bespreken met kind/jongere, ouders, school en collega’s wat er nodig is om een ondersteuningsvraag op te pakken en organiseren dat samen. De kernpartners zijn ook De kernpartners zijn: een leerplichtambtenaar, een jeugdverpleegkundige/jeugdarts van de JGZ, een gezinswerker van de buurteamorganisatie en een consulent/begeleider passend onderwijs van het samenwerkingsverband 1
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
van toegevoegde waarde voor de schoolteams: vanuit veelvoorkomende vragen signaleren ze kansen voor versterking van de basis op school en voor de ondersteuning die de school en de kernpartners bieden. Recent is een e-learning ontwikkeld voor Utrechtse kernpartner-professionals werkzaam in het po. Aanleiding hiervoor was de wens van de kernpartners om een meer gelijk kennisniveau te hebben over de kernpartneraanpak, vanuit de gedachte dat er op die manier meer ruimte ontstaat voor verdieping en dat daarmee de slag gemaakt kan worden naar de collectieve vraag in de school. Deze e-learning is ontwikkeld door medewerkers van de verschillende kernpartners en is onderdeel van een groter geheel van nog te ontwikkelen online deskundigheidsbevordering voor kernpartner. Zie: https://lokalis.nl/KernpartneraanpakPO/story.html Algemeen: nog steeds veel complexe problematiek Net als vorig jaar valt het op dat de ondersteuningsvragen van leerlingen en ouders complexer zijn dan een aantal jaar geleden. Onderzoek naar mentale problemen in Utrecht ondersteunt dit beeld2, en ook landelijk is deze trend herkenbaar3. Professionals in de stad benoemen als oorzaak nog steeds de gevolgen van de coronapandemie. Hoewel de periode van lockdowns al even achter ons ligt, zijn de gevolgen ervan ook vandaag de dag merkbaar.
Bij leerlingen die nu in groep 5 zitten bijvoorbeeld, merken professionals dat deze groep in lockdowntijd geen goede start in de basisschool heeft kunnen maken. Daar ontbreekt er, vooral bij kinderen uit kwetsbare gezinnen, vaker een sterke basis van taal, rekenen en sociaal emotionele ontwikkeling. Voor de gehele doelgroep, van jonge kinderen tot vo en mbo, geldt dat ondersteuningsvragen tijdens de pandemie minder gesignaleerd zijn, en nu in sterkere mate merkbaar worden. Men ziet relatief veel internaliserende problematiek (angsten). We zien dat leerlingen en studenten niet altijd op het meest passende onderwijstype in het (vervolg)onderwijs terecht zijn gekomen en daardoor nu uitvallen. Enerzijds omdat de eisen van de centrale examens in het vo waren versoepeld en daarnaast is er gedurende de coronaperiode aan de mbo-instellingen gevraagd om soepel om te gaan met het afgeven van een bindend negatief studieadvies. Het feit dat er nog steeds groepen leerlingen/studenten last hebben van de naweeën van corona baart ons zorgen. We gaan ons er samen met de kernpartners voor inzetten om nog scherper de ondersteuningsbehoeften van de groep leerlingen/studenten die zo getroffen is tijdens de pandemie te zien, te kennen en hen een passend ondersteuningsaanbod te doen. Tot slot, en los van de coronapandemie, zien we dat er binnen gezinnen meerdere kinderen problemen hebben.
Onder andere door meer scheidingsproblematiek in het gezin, die vaak samenhangt met zorgen over bestaanszekerheid. We merken dat het voor leraren die al een hoge werkdruk ervaren, en werken op scholen die onder invloed van het lerarentekort moeite hebben met het op orde krijgen en houden van de formatie, een grotere uitdaging wordt om kinderen met deze complexe ondersteuningsvragen les te geven. Leerlingaantallen en verzuim We monitoren of er passend onderwijs wordt geboden door het langdurig verzuim en het aantal thuiszitters te volgen. Om de onderstaande cijfers beter te kunnen duiden geven we eerst aan hoe groot de totale populatie leerlingen in Utrecht eruit ziet.
2 3
Mentale gezondheid jongvolwassenen nog steeds onder druk - GGDrU | GGDrU Link: Mentale problemen Nederlandse jongeren onverminderd hoog - Nieuws - Universiteit Utrecht (uu.nl)
2/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
Leerlingen/studenten woonachtig in Utrecht (peildatum 1-10-2023)
Aantal leerlingen woonachtig in Utrecht
Waarvan buiten Utrecht op school
Waarvan binnen Utrecht op school
PO incl. SBO
29.892
637
29.255
SO en VSO
1.451
412
1039
VO
19.283
4.311
14.972
MBO
6.387
1.786
4.601
Wettelijk zijn scholen verplicht een verzuimmelding te doen bij leerplicht wanneer een leerplichtige leerling 16 uur verzuimt binnen een periode van 4 aaneengesloten weken. In Utrecht hebben wij de aanvullende afspraak gemaakt met scholen dat zij deze meldingen ook doen voor leerlingen ouder dan 18 jaar. We zien een toename van het aantal verzuimmeldingen ten opzichte van 2021/2022. Zowel bij 18- als 18+, met name in het mbo. Een belangrijke oorzaak voor het verschil is dat er geen coronasluitingen meer waren in het mbo en er dus meer onderwijs werd gegeven op school. Daarnaast stimuleert leerplicht de scholen heel actief om verzuim goed te registreren en te melden, omdat het in het belang van de leerling/student is om zo vroeg mogelijk te signaleren dat zij drempels ervaren om naar school te gaan, zodat de kernpartners vroegtijdig in actie kunnen komen. Thuiszitters Wanneer een leerling langer dan vier weken aaneengesloten de school ongeoorloofd niet bezoekt waarop hij of zij ingeschreven staat spreken we van een thuiszitter. Utrechtse kernpartners hebben de ambitie om binnen drie maanden na het ontstaan van het thuiszitten met een passend aanbod van onderwijs en/of zorg te komen en werken hierbij samen aan de hand van een Routekaart thuiszitten samen oplossen. Deze is samen met professionals en ervaringsdeskundige ouders ontwikkeld.
We zien dit jaar dat het totaal aantal thuiszitters in alle onderwijssoorten is gegroeid, met name in het vo (vorig jaar 76, dit jaar 103 waarvan 76 in hetzelfde schooljaar opgelost) zien we een toename. Ook landelijk zien we dezelfde ontwikkeling; een toename van het aantal thuiszitters. In het po kwamen vorig schooljaar 30 leerlingen thuis te zitten, waarvan 25 gevallen ook weer opgelost werden in dat schooljaar. Hierbij gaat het geregeld om kinderen met een hoogbegaafdheidsprofiel in combinatie met angstproblematiek en/of prikkelgevoeligheid. Soms wordt deze problematiek te laat gesignaleerd op school waardoor de spanning dan al zo hoog is dat elk aanbod niet meer passend is, maar eerst hersteltijd nodig is. Een mogelijke verklaring is dat een deel van deze groep ook in coronajaren niet goed gezien is en dat de problematiek daardoor versterkt is. Ook het lerarentekort kan er mogelijk voor zorgen dat er op scholen eerder de keuze gemaakt wordt dat 'de-maat-vol-is’. De scholen en de kernpartners proberen dit met elkaar te voorkomen door zoveel mogelijk preventief te werken. Krapte in het aantal beschikbare plekken, voor zowel (speciaal onderwijs) als jeugdhulp zorgt ervoor dat leerlingen niet altijd binnen 3 maanden een ander aanbod kunnen krijgen (zorg en/of onderwijs). Dit heeft ook te maken met de duur van het acceptatieproces van ouders.
Dit loopt niet altijd synchroon met het tempo waarin de professionals te werk zouden willen gaan. Voor het vo geldt dat we zien dat het aantal gevallen en de gemiddelde duur van het thuiszitten toeneemt, mogelijk als gevolg van de complexe ondersteuningsvragen in combinatie met de wachtlijsten bij de jeugdhulp en een tekort aan VSO-plekken, evenals de versoepelde doorstroomregelingen tijdens de Coronapandemie waardoor jongeren mogelijk niet (meteen) op het
3/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
passende onderwijstype zitten. Een andere verklaring die wij zien zijn de volle klassen, waardoor het voor leraren moeilijker is extra ondersteuningsbehoeften te signaleren en extra aandacht te bieden. In het huidige schooljaar wordt voor de groep kwetsbare jongeren met risico op thuiszitten gestart met binnenschoolse trajectklassen voor leerlingen die tijdelijk niet in hun eigen klas onderwijs kunnen volgen, maar die zo wel aangehaakt blijven op het onderwijs. Deze aanpak is bedoeld om uitval en thuiszitten te voorkomen. Absoluut verzuim Wanneer een kind of jongere leerplichtig is maar geen schoolinschrijving heeft, spreken we van absoluut verzuim. Er was bij 117 leerlingen in het schooljaar 2022/2023 sprake van absoluut verzuim, een toename ten opzichte van het jaar daarvoor. We zien in deze groep relatief veel leerlingen die vanuit het buitenland naar Nederland komen, zoals nieuwkomers. In Utrecht was vorig jaar sprake van wachtlijsten voor de nieuwkomersvoorzieningen de Taalschool (po) en Internationale Schakelklas Ithaka (vo). Inmiddels zijn deze op het moment van schrijven bij de Taalschool opgelost en bij Ithaka kort (maximaal twee weken). Leerplicht komt in het geval van absoluut verzuim snel in actie en legt onder andere huisbezoeken af om het gesprek te voeren met ouders en leerling.
Minder vrijstellingen van leerplicht Als een leerling door zeer ernstige psychische of lichamelijke beperkingen (tijdelijk) niet naar school gaat, kan er op basis van artikel 5 onder a van de Leerplichtwet een vrijstelling afgegeven worden. We zien al meerdere jaren een toename van het aantal vrijstellingen 5 onder a, maar dit jaar is het in Utrecht gelukt om de stijgende trend om te buigen. Vorig jaar waren 192 leerlingen vrijgesteld, dit jaar 179. Dat lijkt geen groot verschil, maar het is een trendbreuk en het gaat vaak om zeer complexe gevallen. In de andere grote steden stijgt het aantal vrijstellingen ook dit jaar nog. We zien hier het eerste voorzichtige resultaat van de stedelijke werkgroep die zich inzet om het aantal vrijstellingen zo ver mogelijk terug te dringen, vanuit de gezamenlijk ambitie om voor alle Utrechtse kinderen met een vrijstelling te blijven kijken hoe wij hen kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling binnen het onderwijs-zorgcontinuüm. In de werkgroep zijn gemeente (leerplicht, onderwijsbeleid en jeugdgezondheidszorg), de samenwerkingsverbanden po en vo, jeugdhulpaanbieders, KOOS en Spoor030 en het buurtteam vertegenwoordigd. In schooljaar 2022/2023 heeft de werkgroep zich beziggehouden met nadere analyse van de doelgroep.
Het doel was om meer zicht te krijgen op kinderen in een vrijstelling en het bijbehorende onderwijs-zorgcontinuüm waar deze kinderen van kunnen profiteren. Hieruit voortvloeiend is de werkwijze ‘leerkracht op de fiets’, die in Utrecht al bestond, doorontwikkeld. Leerkracht op de fiets is een manier om onderwijs mogelijk te maken voor kinderen voor wie de stap naar onderwijs (nog) te groot is en/of niet passend is. Het is mogelijk om de leerkracht op de fiets op diverse zorglocaties in te zetten en maatwerk te leveren. Momenteel wordt er bekeken hoe we leerkracht op de fiets breder zouden kunnen benutten. In het najaar van 2023 zijn er twee stedelijke werksessies georganiseerd om met elkaar te werken aan een open en constructieve samenwerking voor alle kinderen en jongeren in Utrecht die nu een vrijstelling hebben. Uitgangspunt is: wat kan WEL? Het is mooi om te zien dat het de partners in de stad met deze inzet beter lukt om onderwijs-zorgcombinaties te ontwikkelen waardoor zoveel mogelijk leerlingen gebruik kunnen maken van hun recht op onderwijs. Beweging naar inclusiever onderwijs
4/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
Alle kinderen en jongeren hebben recht op onderwijs, voor een volwaardige en gelijkwaardige deelname aan de samenleving. In Utrecht willen we dat realiseren door een inclusief onderwijssysteem, waarin jongeren met en zonder extra ondersteuningsbehoefte samen naar school gaan. Daarvoor is een goede verbinding en samenwerking tussen onderwijs en zorg nodig zodat de juiste expertise in de school beschikbaar is. In het jaarlijkse overleg tussen wethouders Jeugd en Onderwijs, en de bestuurders van de samenwerkingsverbanden (het OOGO4) in augustus 2023 is besproken dat we voor Utrecht zes thema’s herkennen als onderdeel van een ontwikkelagenda voor inclusie. De volgende thema’s werken we de komende tijd met onze partners in de stad uit: 1. Onderwijszorgcontinuüm - jeugdhulp in onderwijs en onderwijs in jeugdhulp 2. Schoolaanwezigheid – vanuit een preventieve blik kijken naar de aanwezigheid 3. Dekkend netwerk van onderwijsaanbod en –ondersteuning 4. Doorgaande lijn - overgangen tussen VE – onderwijs – jeugdhulp – werk 5. Leerlingenvervoer – hoe inclusiever het onderwijs, hoe minder vervoer nodig is 6. Inclusieve onderwijshuisvesting – schoolgebouwen met inclusieve ruimtes Leerlingenvervoer Leerlingenvervoer is ondersteuning in het reizen van en naar school.
Wanneer een kind niet zelfstandig naar school kan door bijvoorbeeld ziekte of een handicap, kan het gebruikmaken van leerlingenvervoer. De gemeente Utrecht heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een passende vervoersvergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Het aantal unieke leerlingen (1.387) is in schooljaar 2022-2023 toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor (1.332). Ook is er binnen alle beschikbare vervoersvoorzieningen (aangepast vervoer, openbaar vervoer vergoeding, vergoeding voor eigen vervoer en fietsvergoeding) een stijging te zien in het totaal aantal leerlingen dat hiervan gebruik maakte ten opzichte van het voorgaande schooljaar. Dit schooljaar zijn er in Utrecht verschillende projecten voortgezet om het zelfstandig reizen van leerlingen te stimuleren. Hoewel het grootste gedeelte gebruik maakt van het aangepast vervoer (de taxibus), blijven we het gebruik van fiets, ov of het reizen met een vergoeding stimuleren. Zelfstandig reizen waar het kan, is ons uitgangspunt vanuit het belang van de leerling. Voortijdig schoolverlaten (definitieve cijfers 2021-2022) De definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten van 2021-2022 wijken nauwelijks af van de voorlopige cijfers die gepubliceerd zijn in het voorjaar van 2023.
Het aantal jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat is landelijk gestegen met 0,49% van 24.480 (1,88%) in schooljaar 2020-2021 naar 30.617 (2,37%) in schooljaar 2021-2022. In de Doorstroomregio Utrecht (RMC-regio), waarbinnen Utrecht de contactgemeente is, is het percentage voortijdig schoolverlaters gestegen ten opzichte van 2020-2021 met 0,40% (van 1,64% naar 2,04%). In de gemeente Utrecht zien we dat het percentage voortijdig schoolverlaters gestegen is met 0,34%, van 1,91% naar 2,25% in 2021-2022. In vergelijking met de vsv-cijfers vóór corona zien we echter een kleine daling van 2,31% in 2018-2019 naar 2,25% in 2021-2022. RMC-Regio Utrecht
2018-2019 vóór corona
2019-2020
2020-2021
2021-2022
Totaal
73.128
72.914
72.098
71.593
Nieuwe vsv
1.367
1081
1.183
1.462
% Nieuwe vsv
1,87%
1,48%
1,64%
2,04%
5/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
Utrecht (stad)
2018-2019 vóór corona
2019-2020
2020-2021
2021-2022
Totaal
22.173
22.644
23.046
23.345
Nieuwe vsv
512
438
441
525
% Nieuwe vsv
2,31%
1,93%
1,91%
2,25%
Tabel 1. Definitieve vsv-cijfers schooljaren 2018-2019, 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022
Voortijdig schoolverlaten en uitval in Utrecht De meest recente vsv-cijfers zijn van het schooljaar 2021-2022. Om goed zicht te houden op de actuele Utrechtse situatie maken we gebruik van uitvalcijfers. Dit zijn jongeren zonder startkwalificatie5 die gedurende het schooljaar worden uitgeschreven van de opleiding. De uitvalcijfers worden op maandelijkse basis gegenereerd en minimaal elk kwartaal besproken met het samenwerkingsverband vo (SterkVO) en de mbo-instellingen. Daaruit blijkt dat we de uitval verder zien stijgen en daarmee verwachten we ook in de komende periode een stijging in het aantal voortijdig schoolverlaters. De voornaamste redenen voor uitval zijn een verkeerde studiekeuze, persoonlijke omstandigheden en onvoldoende beroeps/-studievaardigheden. De sluiting van de scholen en mbo-instellingen door corona is van invloed geweest op de mogelijkheden voor en kwaliteit van de loopbaanbegeleiding en -oriëntatie. We zien hier dan ook kansen in het versterken van de samenwerking in de overgang van het vo naar het mbo. Maar ook in het ontwikkelen van oriëntatieprogramma’s, zowel preventief als wanneer er sprake is van een verkeerde studiekeuze. Als we kijken naar de uitval van jongeren per opleiding dan zien we in de stad Utrecht in 2023 met name een stijging op mbo 1 (entree) en het vavo.
Op basis van een gezamenlijke analyse met de mbo-instellingen hebben we interventies bepaald om de uitval terug te dringen. Verder valt op dat er meer uitval zichtbaar is bij de BBL-opleidingen. Dit komt niet zozeer doordat het voor de studenten moeilijk is om aan een leer-/werkplek te komen, maar door (complexe) ondersteuningsbehoeften die het bemoeilijken om de leer-/werkplek te behouden. Kamerbrief ‘Uitwerking Actieplan voorkomen voortijdig schoolverlaten en begeleiden naar een kansrijke toekomst’ Minister Dijkgraaf heeft op 26 oktober jl. een actieplan gepresenteerd aan de Tweede Kamer, waarmee hij het aantal voortijdige schoolverlaters in het mbo wil terugdringen. De extra maatregelen zijn aanvullend op de bestaande vsv-aanpak. Het actieplan ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Inzetten op (1) vroegtijdig signaleren en problemen voorkomen die kunnen leiden tot uitval en (2) extra begeleiding voor jongeren met een hoge kans op uitval. Daarnaast (3) het verbeteren van de oriëntatie en een soepelere doorstroom. Maar ook (4) aantrekkelijker onderwijs voor jongeren die willen werken en (5) een betere begeleiding naar werk voor jongeren met en zonder diploma. Tot slot noemt de minister het faciliteren van en sturen op de samenwerking in de regio. Zowel stedelijk als regionaal hebben we specifiek aandacht voor de inzet van maatregelen daar waar de uitval stijgt.
Ook zetten we binnen het huidige regionale vsv programma al in op een aantal van de maatregelen die beschreven staan in het actieplan vsv. Met ingang van 2023 zijn we regionaal gestart met het aanbieden van extra oriëntatiemogelijkheden binnen het mbo en het beter begeleiden van de overstap van het vso naar het mbo. We blijven daarnaast ook inzetten op gerichte extra 4 De Jeugdwet en de Wet op het passend onderwijs stellen het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) verplicht als overleg tussen
de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeentebestuurders binnen een regio. Het OOGO stemt onder andere de samenwerking van onderwijs en door gemeenten gefinancierde hulp af 5 Minimaal een diploma havo, vwo of mbo (2 of hoger)
6/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
ondersteuning om meer jongeren door te laten stromen naar een nieuwe opleiding of naar werk. Zo hebben we de afgelopen maanden onderzocht hoe we de samenwerking rondom passend onderwijs in het mbo kunnen versterken, ondanks de afwezigheid van een samenwerkingsverband in het mbo. Het resultaat is dat we in oktober jl. regionaal gestart zijn met een overleg waarin we gezamenlijk casuïstiek verder brengen, ontwikkelingen in de stad/regio in kaart brengen en kennis delen over het oppakken van ondersteuningsvragen. Ook starten we met de voorbereidingen van een nieuw regionaal vsv programma (vermoedelijke start per 1-8-2025), waarbij we gaan samenwerken met de arbeidsmarktregio in het kader van het wetsvoorstel ‘van school naar duurzaam werk’. De actiepunten vanuit het landelijke actieplan vsv en het regionaal vormgeven van een basiszorginfrastructuur voor de hulp, ondersteuning en zorg aan mbo-studenten (huidige Buurtteams mbo) zullen we hierin meenemen. Focus aanpak De outreachende aanpak Focus valt onder de wettelijke doorstroomtaak (RMC-taak) van Leerlingzaken. Focus monitort, benadert en begeleidt Utrechtse jongeren tussen de 18-23 jaar die geen opleiding (meer) volgen en nog geen startkwalificatie hebben behaald.
Vanuit monitoring hebben we al deze jongeren continue in beeld en op basis van inkomensgegevens benaderen we vervolgens outreachend de jongeren met een inkomen onder €473,- 6. Jongeren die een hoger inkomen hebben mogen bij scholingsvragen altijd gebruik maken van de begeleiding, maar worden niet actief benaderd. Elke maand worden deze jongeren in beeld gebracht waardoor het totaal aantal jongeren binnen de Focusdoelgroep varieert: sommige jongeren vallen de ene maand wel in de doelgroep en de andere maand niet meer, omdat zij dan een (hoger) inkomen of schoolinschrijving hebben. Zo waren er bijvoorbeeld op peildatum 1 november 2023 in totaal 2.081 jongeren in de stad zonder schoolinschrijving en zonder startkwalificatie. Van deze jongeren vielen er op dat moment 921 jongeren onder de doelgroep van Focus. We maken onderscheid tussen het benaderen van jongeren (waarmee we hen op de hoogte brengen van ons begeleidingsaanbod), het bereiken van jongeren (door middel van persoonlijk contact) en het daadwerkelijk begeleiden van jongeren met tenminste één adviesgesprek of traject. Op 12 oktober jl. vroeg uw raad hoe het streefcijfer voor benadering (1.000) zich verhoudt tot het daadwerkelijke aantal benaderde jongeren. In schooljaar 2022-2023 zijn er 1.463 jongeren benaderd, waarvan er 353 begeleid zijn of nog in begeleiding zijn.
Het streefcijfer stellen we ook het komende schooljaar niet omhoog bij, omdat we het accent verschuiven van kwantitatief benaderen naar duurzaam begeleiden (d.d. 20-10-2023, vraagnummer 272, pag. 31, Beantwoording Schriftelijke Vragen Programmabegroting 242-272). Van de 353 jongeren die het afgelopen schooljaar begeleiding hebben gehad, zijn er nu 61 jongeren met een schoolinschrijving, zijn er 82 jongeren gaan werken en zijn 84 jongeren begeleid naar Werk en Inkomen of passende hulpverlening. Het overige deel is nog in begeleiding of heeft de begeleiding gestopt. Focus begeleidt naast bovenstaande doelgroep ook de jongeren die vanuit het praktijkonderwijs, het speciaal voortgezet onderwijs en de entree opleidingen de overstap gaan maken naar vervolgonderwijs, werk of arbeidsmatige activering. Dit is in samenwerking met Werk en Inkomen. In het schooljaar 2022-2023 zijn er door Focus 303 jongeren begeleid die deze overstap hebben gemaakt. Per 1 januari 2024 wordt dit drempelbedrag bijgesteld naar €580,-, waardoor de omvang van de doelgroep naar verwachting met 4,3% toeneemt. 6
7/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
22 januari 2024 11929522
In de bijlage ‘Jaarverslag Leerlingzaken Gemeente Utrecht 2022-2023’ kunt u een verdere verdieping op de cijfers vinden. Tot slot Zodra wij de voorlopige cijfers voortijdig schoolverlaten van 2022-2023 in april of mei 2024 ontvangen, zullen wij u daarover informeren. In Q1 2025 ontvangt u de voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten met daarin de definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten 2022-2023 en het jaarverslag van Leerlingzaken 2023-2024. Wij vertrouwen erop u door middel van deze brief voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
8/8