Verslag Vragenuur_ 2020-10-15 MV 8_pag 8 en 9.pdf
Tekst van het document
2020 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 15 oktober 2020 Vragenuur, gehouden op donderdag 15 oktober 2020 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Rajkowski. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: Bakker, Dekkers, Van Dalen, Van Dun, Işik, Schilderman, Schipper, Streefland-Driesprong, Van der Zweth en Zwinkels. Voorts nemen deel de fractiemedewerkers: Nagtegaal en Snippe. Namens het college nemen deel: burgemeester Den Oudsten en de wethouders Diepeveen, Van Hooijdonk, Klein en Van Ooijen. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom allemaal bij het vragenuur van donderdag 15 oktober 2020. Op de agenda staan tien sets mondelinge vragen. Wij moeten zien hoever wij komen. Ik denk dat wij ze allemaal zullen kunnen beantwoorden. 1. Vragen van de heer Bakker (D66) inzake Herinrichting Kanaalstraat. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! In 2016 vond de eerste bijeenkomst plaats voor de buurtvisie inzake de herinrichting van de Kanaalstraat-Damstraat. De buurtvisie is afgerond en is bekrachtigd door de raad in motie 31 uit 2018. Daarin doet de raad de oproep om snel met de uitvoering te beginnen. Het conceptontwerp van de herinrichting is vorige week naar de raad gestuurd.
In de update staat: "Wij verwachten begin 2021 met u in gesprek te kunnen gaan over het concept Voorlopig Ontwerp. De uiteindelijke werkzaamheden starten dan medio 2022 en duren ongeveer 2 jaar." Het is belangrijk dat de problematiek rondom de Kanaalstraat-Damstraat grondig en met draagvlak wordt aangepakt. Bewoners en ondernemers hebben veel behoefte aan een beter leefbare buurt, met behoud van het unieke karakter. Toch duurt de doorlooptijd van de start van de buurtvisie tot de afronding van de werkzaamheden 8 jaar, erg lang. De buurt wil graag resultaten en actie zien. Daarom heeft de D66-fractie de volgende vragen. 1. Waarom duurt de doorlooptijd van de afronding van de buurtvisie tot de start van de werkzaamheden maar liefst vier jaar? Hoe komt het dat de werkzaamheden daarna nog twee jaar duren? 2. In hoeverre wordt hier werk met werk gemaakt? Welke effecten heeft dit op de doorlooptijd en het budget van het project? 3. Wat kan het college doen om het proces tussen nu en de afronding te versnellen, ook gezien het naar voren halen van investeringen (Corona-maatregelen pakket 4 PGB) en het versnellen van de procedures van motie 212 uit 2020? In motie 31 uit 2018 heeft de raad het college opgedragen om alle thema’s uit de buurtvisie over te nemen.
Nu wordt geld uitgegeven aan de fysieke herontwikkeling, maar in de Kanaalstraat/Damstraat spelen nog meer sociale vraagstukken, bijvoorbeeld op de gebieden van veiligheid, economie en welzijn. Het college voorziet daartoe in een integrale aanpak.
Vragenuur van 15 oktober 2020 4.
5.
Hoe verloopt de integrale aanpak op basis van de buurtvisie? Is dit een meerjarige en samenhangende aanpak? Hoe kunnen buurt en raad beter over de voortgang en de samenhang worden geïnformeerd? Wat doet het college om de buurt te laten zien dat het menens is met de uitvoering van de totale buurtvisie Kanaalstraat-Damstraat? Is het college het met D66-fractie eens dat de buurtvisie en de herontwikkeling te veel tijd kosten? Is het college bereid om te bekijken hoe dit in de toekomst sneller kan? Betrekt het college dit gegeven bij de buurtgerichte aanpak die het college voorstaat en waartoe het in motie 147 uit 2019 wordt opgeroepen?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Het college dankt de heer Bakker voor deze vragen. Het is een plan waarop ik eerlijk gezegd nogal trots ben. Ik kan mij herinneren dat in de Kanaalstraat destijds een ongeluk is gebeurd. Daar was een dame bij betrokken die daarna een petitie heeft georganiseerd. Veel mensen hebben daarop gereageerd. De petitie bevatte de oproep om snelheidsremmende maatregelen te nemen in de vorm van drempels. Deze oproep leidde tot enorm veel discussie tussen wijkbewoners en ondernemers. Wij kwamen daar heel slecht uit. Alleen al het gebruiken van rood asfalt voor fietsstroken was ingewikkeld. Elke kleine verandering zorgde voor nieuwe discussies. Dat vormde de aanleiding voor de buurtvisie. Er is een zeer serieus participatietraject doorlopen. Dat doen wij in de stad niet overal zo zwaar, maar dat was in dit geval nodig om de buurtbewoners tot elkaar te brengen. Het is ongelooflijk dat dit is gelukt; ik ben daar trots op, maar het is geen plan voor een herinrichting. Voor een herinrichting worden plannen gemaakt. In dit geval komen wij van veel verder weg. Er was sprake van een veel fundamentelere herbezinning op wat in de Kanaalstraat, de Damstraat en de omgeving nodig was. Toen het plan de raad werd aangeboden, heeft het college een appreciatie gegeven. Er was echter nog sprake van een los eindje met betrekking tot de ondernemers.
Het heeft tot 2019 geduurd voordat de ondernemers ermee instemden. Pas daarna is het herinrichtingproces gestart. Eigenlijk verloopt dat in vergelijking tot andere processen heel vlot. Wij volgen het Utrechtse planproces, ook hier. Waarom duren de werkzaamheden zo lang? Dat heeft onder andere te maken met het feit dat wij onder de grond veel doen, bijvoorbeeld met de riolering - werk met werk - maar ook in samenwerking met Stadsverwarming, Eneco en ik meen ook met Stedin. Er is sprake van het boven en onder de grond fiksen van dingen in een zeer drukke winkelstraat met veel zijstraten. Het is een ingewikkeld project waarbij veel tegelijk gebeurt en waar wij tijdens de bouw altijd de bereikbaarheid in stand moeten houden. Er is weinig ruimte om te versnellen. Wij hebben de raad een kredietaanvraag gestuurd. Dat helpt als het niet te veel huiswerk oplevert. Voor de uitvoering zijn wij erg afhankelijk van alles dat onder de grond gebeurt. Sneller dan dit gaat het vrees ik niet. Een tijdje geleden heb ik kennisgemaakt met de buurtconciërge. Ik was daar zelf heel blij mee. De horecapilot loopt volgens mij goed. Die levert nieuwe horecaplekken op. Ook inzake veiligheid wordt van alles gedaan. Er is ook een werkgroep die met gedrag bezig is. Ik moet echter eerlijk zijn. In de begroting staat dat het geld niet over de plinten klotst.
Daarom is het moeilijk om dit samenhangend op niveau te houden. Wij kunnen niet alles doen wat wij willen. Wij willen absoluut meer, maar ik vrees dat deze wens op meer beleidsterreinen leeft. De heer Bakker heeft om meer informatie gevraagd. Ik stel voor om naar aanleiding van deze vragen de raad in zijn volle breedte te informeren. De raad kan dan zelf zien hoe alles er voorstaat. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Kan de wethouder toezeggen dat de buurtbewoners en de ondernemers de planning van de actuele ontwikkelingen krijgen? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Naar mijn beste weten hebben wij voortdurend contact met de buurtbewoners en de ondernemers. Wat de heer Işik vraagt, gebeurt al. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Wanneer zal de toegezegde informatie de raad bereiken? Het is belangrijk dat de raad over al deze zaken meepraat. Er is nog genoeg te bespreken. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik probeer tempo te maken. De raad heeft mij op een idee gebracht. De raad zou de informatie vóór het einde van het jaar krijgen, maar het is denk ik goed om het wat sneller te doen. Dan heeft de raad de informatie over hoe het er met de zaken voorstaat en wat wij de komende jaren al dan niet kunnen doen. De raad kan die bij de
2
Vragenuur van 15 oktober 2020 besluitvorming betrekken. Ik durf er nog geen label aan te hangen, maar dat zal zeker nog dit kwartaal gebeuren. 2. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) en mevrouw Van Dun (D66) inzake Houdt de lijn vrij! Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Vorige week was het de Week van de Toegankelijkheid. Dat is een onderwerp dat in de gemeenteraad vaker wordt besproken, maar dat in de praktijk een weerbarstige uitdaging blijkt te zijn, ook op straat. Mensen die slechtziend of blind zijn, zijn steeds minder zelfredzaam. In veel situaties zijn zij nog steeds afhankelijk van de geleidelijn en van hulp van anderen. Het Bartiméus Fonds en zijn partners voeren vaak publiekscampagnes. Eén van de maatregelen die de gemeente kan treffen, is het plaatsen van blauwe stoeptegels die mensen erop attenderen dat zij hun fiets (of een ander obstakel) niet op de aangegeven lijn moeten zetten. In andere gemeenten wordt hiervan al flink werk gemaakt. 1. Hoe is het volgens het college gesteld met het aantal geleidelijnen in Utrecht, ook wat betreft kwaliteit? Worden de lijnen niet belemmerd door obstakels, zoals fietsen? 2. Hoe monitort het college de problematiek tot nog toe? Wat wil het daaraan in de komende periode verbeteren? 3. Welke maatregelen treft de gemeente om belemmeringen te voorkomen en weg te nemen? 4. Hoeveel blauwe stoeptegels zijn er in Utrecht? 5.
Is het college bereid om dit aantal te vergroten? Zo ja, met hoeveel? Zo nee, waarom niet? 6. Kan het college toezeggen om de raad met een brief over de voortgang ervan te informeren? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de belangrijke vragen die zijn gesteld in het kader van de week van de toegankelijkheid. Het antwoord op vraag 1. Bij het herontwerpen van de openbare ruimte worden geleidelijnen inderdaad ingetekend. De geleidelijnen dragen bij aan de zelfredzaamheid van blinden en slechtzienden op OV-punten en in winkelcentra. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van natuurlijke gidslijnen. De ontwerpen met de looplijnen worden vooraf getoetst door de commissie Beheer Gebruik Openbare Ruimte. Mede op advies van het SOLGU zijn er niet al te veel geleidelijnen. Bij het Stationsgebied valt te constateren dat het met de aantallen en de kwaliteit van de geleidelijnen redelijk tot goed is gesteld. Een uitdaging is dat sommige weggebruikers niet snappen waar de geleidelijnen voor dienen en ze dan soms, per ongeluk, blokkeren. Dat betreft zowel auto's als fietsen. Wij voeren regelmatig overleg over de geleidelijnen met het SOLGU om de obstakels te verwijderen. Het antwoord op vraag 2. In 2018 is in aanvulling op de nulmeting openbare ruimte een quickscan toegankelijkheid van de openbare ruimte gehouden.
Bij de volgende meting van de openbare ruimte wordt toegankelijkheid direct betrokken. Dat staat op pagina 36 van het Uitvoeringsprogramma Utrecht voor iedereen toegankelijk. Alle herinrichtingen van de openbare ruimte gebeuren op basis van de kadernota Openbare ruimte en het handboek. Toegankelijkheid maakt daar deel van uit. Bij het voorkómen van bouwhinder wordt actief gecontroleerd op het gebruik en het misbruik van geleidelijnen. Het antwoord op vraag 3. "Hou de stoep vrij" is een actie die momenteel gaande is. Vorige week is in de Week van de Toegankelijkheid dezelfde actie gehouden in Leidsche Rijn, de Zeeheldenbuurt en stedelijk via sociale media. Met deze actie doet de gemeente een beroep op inwoners en ondernemers van de stad om de stoep vrij te houden. Vorig jaar heeft de gemeente ook meegedaan aan de actie "Hou de lijn vrij". Deze acties komen ten goede aan de geleidelijnen en daarmee aan de toegankelijkheid van de stad. Het antwoord op vraag 4. Het precieze aantal kennen wij niet. In het Stationsgebied, bij het busstation, zijn vorig jaar enkele van deze blauwe stoeptegels aangelegd. Het antwoord op vraag 5. Ja, als de tegels inderdaad aantoonbaar van toegevoegde waarde zijn, zullen wij samen met SOLGU bekijken of en waar wij deze tegels nog meer kunnen neerleggen. Het antwoord aan vraag 6.
Ja, dat punt kunnen wij betrekken bij het monitorverslag van het uitvoeringsprogramma Toegankelijkheid. Dat zal de raad in december a.s. ontvangen. Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen dat op dit soort lijnen soms auto's en fietsen worden geparkeerd. Betekent dit dat de wethouder daarop zal handhaven? Zullen auto's worden weggesleept?
3
Vragenuur van 15 oktober 2020 De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Wij hebben de indruk dat er vooral preventief veel valt te doen. Veel mensen snappen niet waar die lijnen voor dienen. Wij moeten iets doen om de lijnen vrij te houden. Echter, als men iets doet dat niet mag, kan er inderdaad worden gehandhaafd. Voor fietsen geldt een apart regime. Wij kunnen niet alle fietsen die op een lijn zijn geparkeerd meteen weghalen, maar soms moet er worden gehandhaafd. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Wij danken de wethouder voor de beantwoording. Wij maken daaruit op dat de intentie er is. Ik vind het jammer om te horen dat de precieze aantallen ontbreken. Wanneer weten wij dat er sprake is van een aantoonbare toegevoegde waarde? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Op dit gebied zijn voor mij de cliëntervaringen leidend. Als daaruit blijkt dat de tegels van toegevoegde waarde zijn, voegen wij ze toe. 3. Vragen van de heer Işik (PvdA) en mevrouw Schilderman (D66) inzake Afsluitbare parken zijn open tot zonsondergang. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Nu steeds meer mensen thuis moeten werken, hebben zij meer behoefte om in de buurt nog even een frisse neus te halen of te sporten. Dit gebeurt in de Utrechtse parken veel. Zo lang dit niet leidt tot enorme drukte, is dit iets om te stimuleren omdat het bijdraagt aan een goede fysieke en mentale gezondheid van de burgers.
Sommige parken zijn open en/of afsluitbaar. Een goed voorbeeld hiervan is het Julianapark aan de Amsterdamsestraatweg. Dit park gaat per 1 oktober a.s. om 17.00 uur dicht. De fracties van PvdA en D66 vinden dit erg vroeg en stellen daarom de volgende vragen. 1. Is de wethouder het met ons eens dat, zo lang het veilig kan, parken tot zonsondergang toegankelijk moeten zijn voor burgers met betrekking tot hun fysieke bewegen? Zo nee, waarom niet? 2. Het Julianapark sluit gewoonlijk bij zonsondergang, maar is per 1 oktober a.s. al om 17.00 uur dicht, terwijl het dan buiten nog tot ongeveer 19.00 uur licht is. Wijkbewoners vragen om zonsondergang aan te houden als sluitingstijd. Vindt de wethouder dat een goed idee? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan de wethouder dan toezeggen dat het park zo snel mogelijk tot zonsondergang is geopend? 3. Als het antwoord op vraag 2 "ja" is, is het college dan bereid om de buurtbewoners van deze wijziging in kennis te stellen? 4. Kan de wethouder zeggen welke parken al vóór zonsondergang dicht gaan? Is de wethouder bereid ook bij deze parken zonsondergang als sluitingstijd aan te houden? Zo ja per welke datum en zo nee, waarom niet? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik denk dat de vragenstellers een goed punt hebben. Ik ben het ermee eens dat voor het sluiten van afsluitbare parken zonsondergang een goede maatstaf is.
Dat is bij het Julianapark altijd de bedoeling. Vandaar dat er door het jaar heen vier verschillende sluitingstijden zijn, die passen bij de seizoenen. Dat gebeurt in goed overleg met de beheerders van het Antje Drijver Paviljoen en de beheerders van de dierenweide. Vooral het dag/nachtritme van de dieren, waaronder de herten, speelt daarbij een rol. In het park is geen verlichting. Daarom is het begrijpelijk dat zonsondergang de maatstaf is voor het sluiten van het park. Dat kan in oktober niet 17.00 uur zijn, omdat het buiten dan nog licht is. 19.00 uur is daartoe een betere tijd. Dat kunnen wij vanaf morgen gelukkig een weekje doen. Dan is het herfstvakantie. Op zondag 25 oktober a.s. gaat de wintertijd in. Dan gaan wij weer terug naar 17.00 uur. Wij zullen bekijken wat door het jaar heen de goede tijden zijn. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Bedankt voor de antwoorden en voor de toezegging van wethouder Diepeveen. Als ik de wethouder zo hoor, dan lijkt het erop dat dit voor de komende week is geregeld. Is de wethouder bereid om te bekijken of ook na het begin van de wintertijd er meer mogelijkheden zijn? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dat zal ik goed bekijken. Het valt mij op dat om ruimere openingstijden te bewerkstelligen de tijden hier en daar net iets anders zouden kunnen zijn.
4
Vragenuur van 15 oktober 2020 De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Ik heb hem echter niets horen zeggen over de communicatie met de buurt. Op welke wijze past de wethouder de verruiming van de openingstijden toe? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij zullen daarover communiceren, heel direct met de beheerders van het paviljoen en de dierenweide. Wij bekijken ook hoe wij dit ruimer kunnen aankondigen. Ik denk dat wij die bij de toegangshekken van het park duidelijk kunnen maken. De komende week verandert de sluitingstijd van 17.00 uur in 19.00 uur. 4. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA) en mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Toekomst Buurtwerkkamers. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Als bewonerscollectief, in opdracht van en in samenwerking met lokale bewonersverenigingen, zijn in Ondiep, Zuilen en Leidsche Rijn al ruim drie jaar drie buurtwerkkamers succesvol actief. Ze bieden jaarlijks aan 1.100 buurtgenoten een veilige en fijne plek, laagdrempelig en informeel, gewoon om de hoek. Het zijn plekken waar buurtbewoners altijd kunnen binnenlopen voor een praatje, iets kunnen doen voor de buurt of elkaar kunnen steunen. Wij hebben veel waardering voor de manier van werken en de steun die de buurtwerkkamers buurtbewoners op een informele en toegankelijke wijze bieden.
Deze buurtbewoners kunnen of durven bij andere instanties niet aan te kloppen. Vanwege de onduidelijkheid en de onzekerheid over de financiering vanaf 2021 door de gemeente staat de toekomst van de buurtwerkkamers echter op het spel. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1. Deelt de wethouder onze mening dat buurtwerkkamers waardevol werk doen dat behouden moet worden voor de stad, juist in deze tijd van corona? Er is sprake van een toename van hulpvragen en van mensen die eenzaam zijn. Zo nee, waarom niet? 2. In hoeverre is de wethouder het met ons eens dat buurtwerkkamers een goede en succesvolle aanvulling zijn op de dienstverlening van de buurtteams en sociaal makelaars? 3. Herkent de wethouder het beeld dat de financiering en het potje waar buurtwerkkamers uit moet worden betaald onduidelijk zijn? Wat is volgens hem de reden daarvan? 4. Kan de wethouder toezeggen om de buurtwerkkamers en de raad uiterlijk eind oktober a.s. duidelijkheid te geven over de toekomst van de buurtwerkkamers en over de wijze waarop de financiering zal worden geregeld? Zo nee, waarom niet? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. De buurtwerkkamers zijn voor de betrokken bewoners inderdaad waardevol.
Dat geldt ook voor vele andere initiatieven en organisaties, zoals de buurthuizen in zelfbeheer, buurtnetwerken, wijkinformatiepunten, informele zorgorganisaties, huurteams, DOK en maaltijdinitiatieven. Op dit moment loopt het beoordelingsproces van alle subsidieaanvragen voor 2021. Wij maken om de schaarse middelen goed te kunnen verdelen een integrale afweging op basis van maatschappelijke meerwaarde en vastgestelde criteria. Wij kunnen nu over deze aanvragen nog geen uitspraken doen, net zomin als over de aanvragen van vóór 2021. Zorgvuldigheid staat hierbij voorop. Wij zijn in gesprek met de buurtwerkkamers over hoe die een betere en meer succesvolle aanvulling kunnen zijn op de dienstverlening van buurtteams, sociaal makelaars en andere partijen in de stad. Wij zien dat er verdubbelingen zijn in de samenwerking. De afstemming in de praktijk is nog niet altijd optimaal. Ik herken inderdaad dat de buurtwerkkamer zich zorgen maakt over de subsidie voor volgend jaar. Het is van belang welke waarde de buurtwerkkamer toevoegt en dat dit wordt beoordeeld op basis van subsidiedoelstellingen en vastgestelde criteria. Wanneer de aanvraag bijdraagt aan verschillende doelen is het inderdaad mogelijk dat die via verschillende regelingen wordt gefinancierd. Dat hebben wij eerder met de buurtwerkkamercoöperatie besproken. Het antwoord op vraag 4.
Ik begrijp dat men graag zo snel mogelijk duidelijkheid heeft. Wij maken echter een integrale afweging op basis van alle subsidieaanvragen. Wij kunnen voor de buurtwerkkamer geen uitzondering maken. Dat zou niet zorgvuldig zijn ten opzichte van andere aanvragers. Eind november 2020 kunnen wij de benodigde duidelijkheid geven, ook aan de buurtwerkkamer.
5
Vragenuur van 15 oktober 2020 De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Bedankt, wethouder, voor het beantwoorden van de vragen. Deze kwestie is onder meer aan de orde gekomen op de raadsinformatiebijeenkomst over Samen Stad Maken. In de commissievergadering gaan wij graag nog verder in op hoe voor een goede wisselwerking tussen bewonersinitiatieven en grote gesubsidieerde organisaties wordt gezorgd. Ik wil echter ingaan op het tweede punt dat de wethouder noemde, namelijk of er sprake is van een verdubbeling van activiteiten. Ik vraag mij af of hetgeen de buurtwerkkamers "een warme overdracht" noemen een aanvulling is op of een verdubbeling is van de activiteiten van het buurtteam en DOK. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! In het algemeen vind ik het niet zo belangrijk wat ik ervan vind, maar wel wat professionals ervan vinden, bijvoorbeeld wat de buurtteams, de sociaal makelaars en wellicht andere partijen erover zeggen die veel dichter bij de buurtbewoners staan. Ik heb ook gehoord dat deze organisaties soms zeggen dat moet worden opgepast voor het dubbel doen van dingen, niet alleen omdat de buurtbewoners daarmee niet worden geholpen, maar ook omdat alles dan alleen maar ingewikkelder wordt. Ik neem deze signalen in acht bij de afweging voor het geven van subsidie. Er is echter niet per definitie sprake van het dubbel doen van dingen.
Wat dat betreft, ben ik het volledig met de heer Dekkers eens. Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (ChristenUnie): Voorzitter! De genoemde instanties ervaren de duur van het proces als onduidelijk wanneer over de genoemde initiatieven pas eind november a.s. een beslissing wordt genomen. Hoe denkt de wethouder daarover? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ja, dat is zo. Eind november is laat. Ik kan die datum niet vervroegen. Ik vind wel dat wij zo snel mogelijk duidelijkheid moeten geven. Wij moeten de datum niet te laat leggen, ook het komende jaar niet. Daar staat echter tegenover dat wij ons budget, dat is bestemd voor een jaar, niet al in januari willen uitgeven, want dan hebben wij in november en december niets meer over. Om die reden zijn er in een jaar verscheidene beslissingsmomenten. Dan worden ook later in het jaar beslissingen genomen. Ik ben het met mevrouw Streefland eens dat wij niet te laat hom of kuit moeten geven. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De vragen van de GroenLinks-fractie over het dubbel doen van dingen zijn sowieso goed. Ik hoop dat de wethouder bij zijn besluiten ook de signalen van de buurtwerkkamer betrekt die daar ook een bepaalde kijk op heeft. Een deel van de verwarring is ontstaan door het potje van de financiering. Dat moest eerst het ene potje zijn, maar nu is dat mogelijk een ander potje.
Ook die wijziging zorgt voor onduidelijkheid. Hoor ik de wethouder zeggen dat hij de problemen met de potjes nog moet uitzoeken en ook hoe het met de subsidies is gesteld? Maar dat er steun van de gemeente zal komen en dat men dit initiatief niet zal laten vallen, is een ding dat zeker is. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Nee, dat heb ik niet gezegd. De onduidelijkheid over de potjes herken ik niet. Er is een nieuwe subsidieregeling getroffen in het kader van een helder subsidiebeleid. Dat is deze regeling geworden. Dat dit misschien voor het veld verwarrend is - soms moeten wij van afzonderlijke regelingen naar één nieuwe regeling toe - kan ik mij voorstellen. Volgens mij is het nu helder waar de budgetaanvraag plaatsvindt. De tweede vraag is: gaan wij per definitie financieren? Nee, wij maken een integrale afweging. Bij dit soort regelingen is vaak sprake van een over-aanvraag van partijen die wij zouden willen financieren. Er moet echter uiteindelijk een afweging plaatsvinden. Ik zal dus nu niet zeggen dat buurtwerkkamers de subsidie krijgen die zij hebben aangevraagd, net zomin ik andere partijen zeg dat ze per definitie geld krijgen. Wij maken een integrale afweging waarmee wij zullen bepalen welk deel van de subsidie de buurtwerkkamers krijgen. 5. Vragen van de heer Schipper (SP) inzake Melding 7885717 (augustus 2020).
De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Ik hoopte deze vraag niet in het vragenuur te hoeven stellen. Als men de foto's ziet, is het duidelijk dat het daar vies is. Een bewoner van de Afrikalaan is al maanden bezig om de rotzooi aan de achterkant van de winkels aan de Marco Pololaan verwijderd te krijgen. In augustus werd daar Melding 7885717 voor aangemaakt, nadat een eerdere melding ten onrechte was afgesloten. Intussen heeft hij uitgebreid e-mailcontact gehad met Stadsbedrijven,
6
Vragenuur van 15 oktober 2020 maar op woensdag 13 oktober jl. was de situatie nog net zoals op deze afbeelding, terwijl hem was verzekerd dat de troep vóór 1 oktober jl. weg zou zijn. Waar het smerig is, wordt dat niet vanzelf beter. 1. Wanneer wordt deze rotzooi eindelijk opgeruimd? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vraag en voor de melding met het nummer. Ik ben het met de heer Schipper eens dat het niet nodig zou moeten zijn dat hij deze vraag stelt. Het afval dat op de foto staat - en dat op de genoemde plaats in de openbare ruimte ligt - is of wordt vandaag opgeruimd. Het overige afval ligt op particuliere grond. Wij nemen zo spoedig mogelijk contact op met de betreffende eigenaar en beheerder van de grond om het afval te laten opruimen en om afspraken te maken over hoe wij kunnen voorkomen dat er opnieuw afval blijft liggen of komt te liggen. De logische vervolgvraag is: waarom heeft dit zo lang geduurd? Die vraag kan ik helaas op dit moment niet beantwoorden. Ik heb de mensen gevraagd dit alsjeblieft uit te zoeken. Wij willen weten hoe het zover heeft kunnen komen. Het kan niet de bedoeling zijn dat Mondelinge Vragen een alternatief wordt voor meldingen via de "slim melden app". De vragen moeten een goede opvolging krijgen. Ik zal dit uitzoeken. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Ik wil de wethouder bedanken voor zijn antwoorden en de toezegging.
Ik ga ervan uit dat ik deze vraag na de herfstvakantie niet opnieuw hoef te stellen. 6. Vragen van mevrouw Rajkowski (VVD) en de heer Nagtegaal (PVV) inzake Cameratoezicht Winkelcentrum Overvecht. De heer NAGTEGAAL (PVV): Voorzitter! Rondom winkelcentrum Overvecht vindt veel zichtbare en onzichtbare criminaliteit plaats. Van plofkraak tot overlast, intimidatie, het zichtbaar op straat pronken met grote hoeveelheden contant geld, dealen op straat (ook overdag), autokraken, autobranden en ga zo maar door. Wijkbewoners en gebruikers van het winkelcentrum hebben aan de bel getrokken met de wens dat het winkelcentrum niet zal worden vergeten. Zij willen het winkelcentrum graag een plek laten zijn die schoon, heel en veilig is en ook zo aanvoelt. Zeker nu door het aanleggen van de NPstrook wordt geïnvesteerd in woningen, de openbare ruimte en het gebied om het winkelcentrum heen, mag het veilig zijn en het zich veilig voelen niet worden vergeten. Naast het inzetten van politie en handhaving zijn er ook andere instrumenten die kunnen worden ingezet om het gebied veiliger te maken, bijvoorbeeld cameratoezicht. Op dit moment zijn alle flexibele camera’s van de gemeente in gebruik en hebben twee vaste camera’s nog geen bestemming. De fracties van PVV en VVD stellen hierover de volgende vragen. 1.
Is het college het met de fracties van PVV en de VVD eens dat deze locatie voor cameratoezicht een geschikte plek zou kunnen zijn? Zo ja, gaat het dan om flexibel of vast cameratoezicht? Zo nee, waarom niet? Er heeft op het plein bij de SNS Bank al eens een flexibele camera gestaan. Die schijnt de dader(s) van het in brand steken van een auto van een buurtbewoner helaas niet te hebben gezien. 2. Kan het college onderzoeken of de parkeerplek bij het winkelcentrum aan de kant van de Seinedreef in aanmerking komt voor flexibel of vast cameratoezicht? Zo nee, waarom niet? 3. Kan het college dit per brief of memo terugkoppelen aan de raad? De heer DEN OUDSTEN (burgemeester): Voorzitter! Dit is een goed onderwerp om te worden besproken. Wij kennen de situatie rond het winkelcentrum. Op de vraag of dat een geschikte locatie is om camera's te plaatsen, is mijn antwoord "ja". Wij bekijken op dit moment wat de integrale afweging is waar camera's het beste kunnen worden geplaatst. Het is bekend dat wij een relatief strak beleidskader hebben. Het is goed om zorgvuldig te bekijken waar wat precies moet. Het plein zou zich goed kunnen lenen voor flexibele camera's, maar ook voor vaste camera's. Wij maken deze integrale afweging binnen zeer korte tijd. Dan krijgen de camera's weer een plek.
Om de paar jaar is in de raad het onderwerp van gesprek aan hoeveel camera's men genoeg heeft, wat precies de begrenzing van het aantal camera's is en hoe die worden gebruikt. Het zou goed zijn om ook moderne cameratechnieken te bekijken. Er zijn niet alleen flexibele camera's, maar ook camera's die heel flexibel kunnen reageren, bijvoorbeeld op plotselinge bewegingen of op opstootjes. Camerabewaking komt in een nieuw vaarwater.
7
Vragenuur van 15 oktober 2020 Men vraagt of de westkant van het winkelcentrum in aanmerking komt voor het project flexibel of vast cameratoezicht. Ik denk dat wij die vraag in één keer kunnen beantwoorden. Het voert wat ver om met de raad precies de locatie aan te wijzen waar in en rond het winkelcentrum een camera moet komen. Men heeft mijn antwoord op vraag 1 gehoord en de terugkoppeling van de raad via een brief of memo. Ik denk dat de discussie over het cameratoezicht en de opvattingen van de raad ertoe leiden dat zodra wij een besluit hebben genomen, de raad daar automatisch van op de hoogte wordt gesteld. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Wij zijn daar blij mee. Er speelt echter ook een ander probleem. Dat heeft indirect met veiligheid en ons gevoel voor veiligheid te maken, namelijk de enorme rotzooi die niet in prullenbakken terechtkomt, maar ernaast. Welke maatregelen kan de burgemeester daarvoor treffen? De heer DEN OUDSTEN (burgemeester): Voorzitter! Mijnheer Van Dalen, ik moet u zeggen dat ik iets minder goed georiënteerd ben op de rotzooi dan op de veiligheid. Ik begrijp uw vraag volkomen. Als u het goed vindt, zal ik die onder de aandacht brengen van de wethouder die daarover gaat. De VOORZITTER: Dames en heren! Dames en heren! Wij behandelen nu de vragen onder nummer 8.
De vragen onder nummer 7 zijn kennelijk van de bundel gevallen. 8. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) en de heer Van Dalen (VVD) inzake Afvalcontainers in de Wijde Doelen/Nicolaasdwarsstraat. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Op 12 maart jl. stelde de PvdD-fractie mondelinge vragen over het voorgenomen plaatsen van maar liefst zes ondergrondse afvalcontainers in de Nicolaasdwarsstraat/Wijde Doelen. De PvdD-fractie stelde daarbij de risico’s aan de kaak van de aanleg en het gebruik van de containers voor het pal ernaast gelegen rijksmonument Het Zocherpark en in het bijzonder voor de monumentale bomen inclusief hun wortels die in het park staan. Het wel of niet plaatsen van de afvalcontainers zou volgens de gemeente afhangen van de destijds nog uit te voeren grond- en bodemonderzoeken, een archeologisch onderzoek en de situatie van de ondergrond. Omwonenden hebben verscheidene keren geprotesteerd tegen de komst van de afvalcontainers omdat zij vrezen dat de bezoekers van de ernaast gelegen speeltuin hinder zullen ondervinden van rondslingerend zwerfvuil en stank. Op 21 juli jl. werd in de update voor belangstellenden over de Tolsteegbarrière en Tolsteegbrug gecommuniceerd dat nog niet zeker was dat de locatie Wijde Doelen/Nicolaasdwarsstraat geschikt zou worden bevonden.
Er werd gezegd dat in de grond mogelijk voorwerpen van archeologische waarde zouden liggen en dat daarom een archeologievergunning nodig was. Op 22 september jl. lazen wij in het "Wijkbericht start herinrichting Tolsteegbarrière" het volgende: "Na de herinrichting komen de drie ondergrondse containers voor het Louis Hartloopercomplex niet terug op die locatie. Op dit moment onderzoeken we of de locatie op de hoek Wijde Doelen/Nicolaasdwarsstraat geschikt is. Zodra hierover meer duidelijkheid is, ontvangt u een apart wijkbericht." Wij hebben hierover vervolgens niets meer vernomen. Inmiddels zijn de werkzaamheden in het gebied van start gegaan. Over deze situatie hebben de fracties van PvdD en VVD de volgende vragen. 1. Waarom heeft de gemeente het beloofde aparte wijkbericht met duidelijkheid over de geschiktheid van de locatie Wijde Doelen/Nicolaasdwarsstraat niet verstuurd? 2. Wat is de uitkomst van de grond- en bodemonderzoeken en van het archeologisch onderzoek? 3. Is het college het met de PvdD-fractie eens dat het voornemen om op deze locatie containers te plaatsen niet in lijn is met de Beheervisie Singelgebied en het Beheerplan Zocherpark? Zo nee, waarom niet? 4.
Is de locatie voor het herplaatsen van de containers van de Tolsteegbarrière al definitief en zo ja, wanneer is deze keuze gemaakt? Waarom is niet voor het scenario gekozen om de containers op het Nicolaaskerkhof te plaatsen?
8
Vragenuur van 15 oktober 2020 5.
Kan de gemeente garanderen dat het rijksmonumentale Zocherpark en zijn bomen inclusief wortels niet worden aangetast bij de plaatsing en het gebruik van zes afvalcontainers? Welke maatregelen zal ze daartoe nemen?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Het wijkbericht laat langer op zich wachten omdat de onderzoeken meer tijd kosten. Het gaat om bodemonderzoek, grondonderzoek en archeologisch onderzoek. Dat heeft te maken met een gebrek aan beschikbare onderzoekscapaciteit en ook met de lengte van vergunningprocedures. Wij verwachten dat volgende maand een besluit kan vallen. Het is bekend dat hierover een petitie is ingediend. Dit onderwerp houdt de gemoederen bezig. Als het besluit wordt genomen, is dat het moment om een wijkbericht naar buiten te brengen. Het antwoord op vraag 2. In het wijkbericht komt te staan wat de uitkomsten van de verschillende onderzoeken zijn. Het antwoord op vraag 3. De beheervisie Singelgebied en het beheerplan Zocherpark doen geen uitspraken over het al dan niet plaatsen van ondergrondse containers aan de rand van het park. Het antwoord op vraag 4. Het besluit over de locatie is nog niet genomen. Wij verwachten dat volgende maand. Dan start de formele inspraak. Pas na de inspraak nemen wij een definitief besluit. Dat besluit staat weer open voor bezwaar en beroep. In het wijkbericht worden de omwonenden daarover goed geïnformeerd. Op dat moment zullen wij uiteraard ook de raad informeren.
Het afvallen van het Nicolaaskerkhof heeft te maken met het feit dat daar recent een herinrichting heeft plaatsgevonden en dat ook het Centraal Museum daar zeer tegen is gekant. Het antwoord op vraag 5. Zodra de noodzakelijke besluiten zijn genomen en de vergunningen zijn verleend, zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd. Zoals men heeft kunnen horen, zal het nog even duren voordat het zover is. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Hoe gaat het college om met gehandicapten en ouderen die hun afval niet zelfstandig naar de ondergrondse containers kunnen brengen? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat dit net zo zal gaan als op andere plekken. Dit is niet mijn portefeuille. De plaatsing van de containers is daarin niet onderscheiden. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik ben het met de heer Işik eens. Ook ik maak mij zorgen over gehandicapten en ouderen die hun afval niet zelfstandig naar de ondergrondse containers kunnen brengen. Het college is voornemens om nascheiding in te voeren. Ik kan mij voorstellen dat het één container scheelt als plastic bij het restafval mag worden gegooid. Hoe gaat de wethouder daarmee om? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zal samen met collega Verschuure - die hierover gaat - dit punt nog eens goed bekijken. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Bedankt voor de beantwoording.
Het is fijn om te horen dat de beslissing nog niet is genomen. De wethouder zegt dat het Centraal Museum veel bezwaar heeft gemaakt tegen de plaatsing op het Nicolaaskerkhof. Kan de wethouder zeggen in hoeverre de bezwaren van de omwonenden van het Zocherpark, de Nicolaasdwarsstraat en Wijde Doelen serieus worden genomen? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij bekijken de bezwaren uiteraard goed. Wij zijn niet over één nacht ijs gegaan. Ik heb dat al eerder gezegd, zowel in mijn antwoorden op mondelinge vragen als in een brief aan de raad. Er zijn acht locaties bekeken, er is in de buurt samen met buurtbewoners een schouw gehouden. Deze locatie kwam er als het minst bezwaarlijk uit. Als wij deze meer precies bekijken, beluisteren wij ook rond deze locatie bezwaren. Dat is natuurlijk logisch. Niemand wil dit graag voor zijn deur hebben of in zijn buurt zien. Wij bekijken dit zorgvuldig. De onderzoeken die ik heb genoemd, spelen daarbij een rol. 9. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) en de heer Van Dalen (VVD) inzake doorpakken met buurtgericht werken.
9
Vragenuur van 15 oktober 2020 Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Vandaag ontvingen wij antwoord van het college op de vragen over de reorganisatie van het wijkgericht werken. Daarin antwoordt het college dat de veranderingen onderdeel zijn van de doorontwikkeling van wijkgericht werken naar buurtgericht werken, waardoor de positie van de wijkregisseurs zoals die nu is, verdwijnt. In plaats daarvan komt er voor elke buurt een adviseur als contactpersoon. Wij juichen die ontwikkeling van harte toe. Die sluit goed aan bij eerdere voorstellen die wij hebben gedaan ten faveure van zichtbaarheid van de gemeente in de buurt. Uiteraard zijn wij benieuwd naar die adviseurs, want wij gaan ervan uit dat het college het oude systeem niet weggooit zonder het nieuwe gereed te hebben. Helaas zagen wij op de website daarover nog geen informatie staan. 1. Hoe is de buurtindeling bepaald voor het toewijzen van adviseurs? 2. Kan het college een overzicht publiceren, ook op de website, van de adviseurs per buurt, zodat burgers weten wie ze voor vragen over hun buurt kunnen benaderen? 3. In welke vorm zien wij het buurtgericht werken nog meer terug in de werkwijze en de communicatie van de gemeente? 4. Wat is de rol van de buurtadviseurs bij het organiseren van bewonersparticipatie in plannen van de gemeente en bij de terugkoppeling naar de buurtbewoners over wat er met hun input gebeurt? 5.
In hoeverre krijgen buurtadviseurs de vrijheid om naar eigen inzicht - en lettend op de behoeften van hun buurt - samenwerking en uitvoering aan te gaan met bewonersinitiatieven en ondernemers? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Wij sluiten natuurlijk zo veel mogelijk aan bij de beleving van de buurtbewoners. Hier en daar kan sprake zijn van een andere beleving, zowel bij inwoners als bij ondernemers. Wat wij als hulp gebruiken, maar dat niet overal leidend hoeft te zijn, is de buurtindeling die ook op onze website staat, de 111 buurten die er in Utrecht zijn. Die wordt ook door de afdeling Onderzoek gebruikt, zodat men daar informatie goed kan gebruiken. Het toewijzen van een buurt en de indeling voor de adviseurs is eigenlijk een combinatie van bekijken van wat er allemaal in een buurt speelt. Zijn er veel dingen die aandacht nodig hebben? Daartoe moet er meer capaciteit zijn, net als talenten en interesses van adviseurs alsmede beschikbare capaciteit. Wij zoeken telkens naar de beste match. Als ik over buurten spreek, heb ik het niet over de wijk West, maar over Lombok, Nieuw Engeland en Oog in Al. Men begrijpt wat ik bedoel. Het antwoord op vraag 2. In de vragen wordt gesteld dat wij geen goedlopend systeem willen weggooien. Daarmee ben ik het helemaal eens. De wijkbureaus zijn voor de inwoners een herkenbare ingang.
Wijkbureaus zijn fysiek, per e-mail en per telefoon bereikbaar. Vanwege corona is de fysieke bereikbaarheid beperkt tot de ochtenden. Als een inwoner contact wil hebben met de buurtadviseur, bijvoorbeeld omdat hij die nog niet kent, kan gewoon gebeld of gemaild worden. Men kan ook bij het wijkbureau langs gaan. Het kan heel goed zijn dat degene die daar aanwezig is de vraag meteen kan beantwoorden. Zij kunnen ook contact leggen met de buurtadviseur. Wij zijn niet van plan om er een overzicht van te publiceren, maar er zijn adviseurs die social media gebruiken. Daarmee zijn ze voor de burgers gemakkelijk vindbaar. Buurtadviseurs werken steeds vaker op plekken waar mensen gewoon langs kunnen komen, bijvoorbeeld Podium Oost Utrecht in de Oudwijkerveldstraat en de Cereolfabriek in West. Het antwoord op vraag 3. In de brief aan de raad van juni jl. "Beter in de Buurt" hebben wij geschreven dat het de bedoeling is dat de hele organisatie meer buurtgericht werkt. Ik wil benadrukken dat het de verantwoordelijkheid van de hele organisatie is dat goed wordt gereageerd op wat er in buurten leeft. Wij noemen de buurt op het moment dat het logisch is, bijvoorbeeld de aanpak wateroverlast in de Zeeheldenbuurt. Dan gaat het niet over de wateroverlast in Noordoost. Bij de behandeling van vraag 2 kwamen de wijkberichten aan de orde.
Ik bekijk hoe wij die beter kunnen laten aansluiten op de ontvanger. Het verspreidingsgebied wordt wel genoemd, maar ik denk dat dit duidelijker kan als wordt getoond over welke straten en buurten het wijkbericht precies gaat. Het antwoord op vraag 4. Deze vraag behelst een opdracht die is gericht aan de gemeente in de volle breedte. Elk organisatieonderdeel is verantwoordelijk voor de eigen onderwerpen en de participatie daarbij. Het is de bedoeling dat men goed reageert. Buurtadviseurs kennen hun buurten goed. Die kennis wordt zeker ingebracht bij de vakcollega's, waarbij wij proberen om de vakcollega's in de buurt te hebben. Zij kennen de relevante netwerken en de sleutelfiguren.
10
Vragenuur van 15 oktober 2020 De terugkoppeling over de input is en blijft vallen onder de verantwoordelijkheid van de afdeling die ook het participatietraject uitvoert. Als dat de afdeling onderwijs is, dan komt de terugkoppeling daarvandaan ook terug. Hetzelfde geldt voor Stadsbedrijven. Het antwoord op vraag 5. Buurtadviseurs hebben uiteraard in hun werk vrijheid en kunnen reageren op wat in de buurt speelt. Het is belangrijk dat het hele Stadskantoor steeds meer buurtgericht werkt. De buurtadviseurs zijn personen die heel goede contacten hebben en verbindingen leggen. De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Ik bedank de wethouder voor het beantwoorden van de vragen. Het lijkt mij overigens dat dit in de belevingswereld van de mensen eerder "subwijken" zijn dan buurten. Wijkbureaus hebben altijd een belangrijke rol gespeeld bij het ervoor zorgen dat verschillende mensen uit de gemeente - die bezig zijn met een bepaald gebied - in een buurt actief zijn en dat vervolgens de buurtperspectieven in allerlei beleidsterreinen worden ingebracht. Blijft de taak voor integratie en het inbrengen van het gebiedsperspectief in andere bedrijfsonderdelen een taak van de wijkbureaus? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Jazeker. Wij zien steeds meer echte en intensieve samenwerking, bijvoorbeeld in de binnenstad. Dat is razend belangrijk.
De wijkbureaus hebben een schat aan kennis in huis over de directe omgeving. Het is de bedoeling dat ook buurtadviseurs dat krijgen. Wijkbureaus zijn zeer belangrijk en kennen veel mensen. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Volgens mij wordt een mooie beweging gemaakt. Ik wil aandacht vragen voor de herkenbaarheid van de nieuwe medewerkers die op buurtniveau werken. Ik weet niet of ik de wethouder goed heb begrepen, maar het lijkt mij juist wél goed dat die mensen op allerlei manieren in de wijken herkenbaar zijn. Dat hoeft niet van vandaag op morgen te gebeuren, maar wel de komende tijd. Deze mensen zijn de aanspreekpunten van de gemeente. Is de wethouder bereid om samen met de medewerkers te bekijken hoe dat op een goede manier kan worden gedaan, zodat de inwoners deze medewerkers weten te vinden? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ja, ik ben graag bereid om samen met deze mensen zelf te bekijken hoe zij dit ervaren. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! De CDA-fractie is erg blij met deze ontwikkeling die door het college wordt ingezet in de richting van het buurtgericht werken. Hetzelfde staat in ons verkiezingsprogramma, dus dank daarvoor. De heer Bakker doelt op de herkenbaarheid van de nieuwe medewerkers op buurtniveau. Ook wij willen deze mensen herkennen.
Kan de wethouder ons iets minder vrijblijvend toezeggen dat er een lijst komt - wellicht op de website - van mensen die buurtadviseur worden, zodat die goed vindbaar en benaderbaar zijn? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Dank voor het enthousiasme. Het is belangrijk dat ik mij goed informeer over wat de afwegingen zijn geweest. Wij moeten ervoor oppassen dat wij dit te versplinterd doen. Het is belangrijk dat wij de dingen die op dezelfde manier spelen, maar op verschillende plekken, niet te laat ontdekken. De wijkbureaus zijn de meest gemakkelijke plek om naar toe te gaan, ook voor de inwoners. Er zijn buurtadviseurs die via de sociale media werken. Daar voelt niet iedereen zich prettig bij. Ik kan mij wél voorstellen dat deze manier van werken een toegevoegde waarde heeft. Daarom heb ik zojuist toegezegd om in ieder geval het gesprek aan te gaan. Ik vind het een heel goed idee om de raad te laten weten hoe dat ging. Ik denk dat dit nog dit jaar kan gebeuren. 10. Vragen van de heer Bakker (D66) inzake Meevoetballen, ongeacht je status! De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Afgelopen weekend berichtte de NOS dat jonge asielzoekers door strenge FIFA-regels niet langer kunnen deelnemen aan amateurvoetbalwedstrijden. De FIFA-regels zijn erop gericht te voorkomen dat via internationale overstappen handel in jonge spelers ontstaat. De D66-fractie vindt dit doel vanzelfsprekend
11
Vragenuur van 15 oktober 2020 belangrijk, maar de oplossing is buitenproportioneel: het maakt dat er bij de KNVB nu al 300 minderjarige amateurspelers bekend zijn die niet meer mogen voetballen, terwijl voor veel van deze kinderen voetbal een mooie manier is om hun talent te ontwikkelen, te integreren in de Nederlandse maatschappij en om even buiten het asielzoekerscentrum te zijn. De D66-fractie snapt dat de FIFA zelf in eerste instantie aan de bal is om deze werkwijze aan te passen. Wij willen graag ervoor zorgen dat zoveel mogelijk jonge voetballers onafhankelijk van hun verblijfsstatus kunnen meedoen. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1. Weet het college of er in Utrecht minderjarige asielzoekers zijn die door de nieuwe regels niet langer kunnen meevoetballen? 2. Als dit het geval is, is het college dan bereid om in gesprek te gaan met de KNVB en Utrechtse voetbalclubs om te bekijken op welke wijze deze jonge voetballers toch kunnen meedoen? 3. In het artikel staat dat sommige clubs onderling afspraken maken om ervoor te zorgen dat jonge asielzoekers toch aan wedstrijden kunnen meedoen. Kan de wethouder samen met Utrechtse voetbalclubs deze optie verkennen en dit punt bij andere sportwethouders in de regio aankaarten? 4.
Is de wethouder op de hoogte van andere sporten waar dit soort regelgeving ertoe leidt dat deelname van minderjarige asielzoekers nodeloos ingewikkeld wordt? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Wij hebben geen berichten ontvangen van verenigingen dat er bij hen minderjarige asielzoekers zijn die niet meer kunnen voetballen. Wij hebben contact gehad met Sport Utrecht, KNVB, Project Sportbuddies en het Leger des Heils. Ook bij hen zijn op dit moment geen berichten bekend over minderjarige asielzoekers die niet kunnen meevoetballen, niet bij clubs en niet op de Cruijffcourts. Het antwoord op vraag 2. Mochten wij toch signalen krijgen over dat er in Utrecht jonge asielzoekers zijn die niet meer kunnen voetballen, dan zijn wij zeker bereid om samen met de KNVB, Sport Utrecht en de Utrechtse clubs op zoek te gaan naar een oplossing. Het antwoord op vraag 3. Ook hiervoor geldt, mocht dit aan de orde zijn, dat wij op zoek gaan naar een oplossing. Als wij daar de sportwethouders in de regio nodig hebben, zullen wij die opzoeken. Het antwoord op vraag 4. Voor zover bekend, zijn er geen andere sporten waarbij dit soort regelgeving een belemmering is. Ook hiervoor geldt: mochten ons toch zulke signalen bereiken, dan zullen wij de raad daarover informeren en een oplossing zoeken.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Het is fijn dat de wethouder er bovenop zit. Mooi. De voorzitter sluit hierna, te 17.55 uur, het vragenuur. Signed By: van Hall, Merel <m.van.hall@utrecht.nl> {{Signer1}} 11/11/2020 12:48:06 CET ID: d335b57a-5630-46cb-a284-ac415d2adb87 Auth: Scribble
Signed By: den Oudsten, Peter <peter.den.oudsten@utrecht.nl> {{Signer2}} 11/11/2020 13:56:53 CET ID: d335b57a-5630-46cb-a284-ac415d2adb87 Auth: Scribble
12