Verslag vragenuur 16 juni 2022.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 16 juni 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 16 juni 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Van der Graaf. Aanwezig zijn de leden: Assen, Chirino, Dijkstra, Van Heuven, Heijne, Hornsveld, Kleinrensink,
Meerding, Oudejans, Ramaker, Al-Saqaff, Sungur, Vermeulen, Van Vliet en Van der Wilt. Tevens aanwezig de commissieleden: Essabiri, Stam en Wiegant.
Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg,
Oosters, Voortman en De Vries. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom bij het vragenuur. Ik heet de raadsleden, de
wethouders en de overige aanwezigen van harte welkom. Ook de mensen die thuis de vergadering volgen, heet ik van harte welkom, net als de mensen op de publieke tribune. Er zijn acht sets vragen ingekomen.
1. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD), mevrouw Oskam (PvdD) en mevrouw Heijne (GroenLinks) over de Paardenraces Maliebaan.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Op 24 september 2022 is de Diergeneeskundige
Studenten Kring (DSK) van plan de vijfjaarlijkse paardenraces te houden op de Maliebaan. De PvdDfractie verzet zich al sinds haar komst in de Utrechtse gemeenteraad tegen dit dieronvriendelijke
evenement. In 2017 zei het college daar echter niets aan te kunnen doen. Dit jaar zet het college een mooie stap door te kennen te geven dat dit evenement niet (meer) in Utrecht thuishoort. Het wil er
daarom geen subsidie meer aan verlenen. Verbieden kan de gemeente de paardenraces helaas niet. Paardenraces vallen onder het landelijke beleid.
Het weigeren van het geven van subsidie lijkt echter geen juridische grond te hebben,
waardoor de kans bestaat dat die alsnog moet worden verleend. De PvdD-fractie is sowieso erg
verbaasd over het feit dat studenten Diergeneeskunde een dergelijk dieronvriendelijk evenement in Utrecht organiseren, ondanks het feit dat de Dierenbescherming te kennen geeft dat deze
paardenraces in strijd zijn met de erkenning van de intrinsieke waarde van het dier: paardenraces
Vragenuur van 16 juni 2022 geven blijk van weinig respect en degraderen paarden tot spelobjecten. De PvdD-fractie heeft DSK daarop aangesproken.
De fracties van PvdD en GroenLinks stellen naar aanleiding van de raadsbrief van 8 juni 2022
de volgende vragen. 1. 2.
Om hoeveel subsidie gaat het?
Het college zegt dat in de Algemene Subsidieverordening "paardenraces" niet als specifieke
afwijzingsgrond is opgenomen. Is het niet mogelijk om "evenementen waarbij dieren worden gebruikt" als grond voor afwijzing in de subsidieverordening op te nemen, waardoor dit
3.
evenement daar automatisch onder valt? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, is het college bereid om zo snel mogelijk de Algemene Subsidieverordening op één lijn te brengen met de Nota Dierenwelzijn waardoor het geen enkel evenement met dieren meer hoeft
subsidiëren, dus een bredere maatregel dan motie 231/2017 te nemen? Wat wil het college doen 4.
5.
om dit zo spoedig mogelijk juridisch houdbaar te maken?
Kan het college nog vóór de paardenraces van 24 september a.s. juridisch bewerkstelligen dat deze paardenraces niet behoeven te worden gesubsidieerd? Zo nee, wat is het streven van het college dan wel?
In 2017 verzocht de toenmalige wethouder - samen met 36 andere portefeuillehouders Dierenwelzijn - de Tweede Kamer om meer beslissingsbevoegdheid van gemeenten om
evenementen met dieren te verbieden. De Raad voor Dierenaangelegenheden gaf in april 2022
hetzelfde advies. Is het college bereid om opnieuw met de landelijke overheid in gesprek te gaan over het in Utrecht verbieden van evenementen met dieren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer zal dat dan gebeuren?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. De heer Van Heuven
vraagt hoeveel subsidie met de paardenraces is gemoeid. Een eventuele toekenning zou maximaal € 20.000 bedragen.
Het antwoord op vraag 2. Nee, de wet- en regelgeving over het houden van dieren, in dit
geval paarden, is een rijksbevoegdheid. De Wet dieren regelt zaken die betrekking hebben op het houden van dieren. Dat betekent dat gemeenten niet méér mogen regelen dan de Wet dieren voorschrijft.
Het antwoord op vraag 3. De heer Van Heuven vraagt of ik de algemene subsidieverordening
zodanig aan kan passen dat geen enkel evenement met dieren meer behoeft te worden
gesubsidieerd, maar dat kan niet. Wat wij willen, is dat in subsidieregelingen - de nadere regels -
wordt bepaald dat activiteiten met dieren niet voor subsidie in aanmerking mogen komen. Daartoe
moeten wij per subsidieregeling besluiten of alle activiteiten met dieren worden uitgesloten of niet. In dat geval verbiedt de gemeente de activiteit niet, maar wenst die in ieder geval niet met
subsidiegelden te stimuleren. Dan is geen aanpassing van de algemene subsidieverordening nodig, wij doen wij dat via de subsidieregelingen.
Het antwoord op vraag 4. Nee, het is niet mogelijk om nog vóór de paardenraces van 24
september a.s. juridisch te bewerkstelligen dat deze paardenraces niet behoeven te worden gesubsidieerd, omdat men dit dan met terugwerkende kracht zou moeten doen.
Het antwoord op vraag 5. Is het college bereid om opnieuw met de landelijke overheid in
gesprek te gaan over het in Utrecht verbieden van evenementen met dieren? Ja, deze oproep
bespreken wij regelmatig met andere gemeenten, waaronder de G4-steden. Net zoals in Utrecht wordt ook daar de wens gedeeld dat gemeenten meer bevoegdheden moeten krijgen om
evenementen met dieren te verbieden. Wij zullen ons ervoor inzetten om hier meer gemeenten
2
Vragenuur van 16 juni 2022 achter te scharen - ik denk dan aan de G40 - zodat wij een nieuwe brief aan minister Staghouwer van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kunnen sturen voor een gesprek.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Dank voor het antwoord op onze vragen. Is de
wethouder bereid om in gesprek te gaan met de Diergeneeskundige Studenten Kring om te zeggen dat de organisatie van dit evenement op de Maliebaan door het college niet op prijs wordt gesteld? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Misschien is dat al gebeurd. Wij kunnen dat
zeggen, maar, zoals wij in de brief hebben geschreven, hebben wij niet de mogelijkheden om het evenement daadwerkelijk te weigeren.
2. Vragen van de heer Sungur (DENK), mevrouw Van der Wilt (D66), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer A. Stam (Volt), mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer Wiegant (SP), de heer T.
Stam (PvdA), mevrouw Oul Fakir (Bij1), mevrouw Al-Saqaff (VVD) en mevrouw Snippe (PvdD) inzake Energietoeslag, ook voor studenten.
De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Studenten hebben, in tegenstelling tot minima, geen
recht op energietoeslag omdat zij in de richtlijn van de VNG door de huidige formulering van veel
gemeenten buiten de boot vallen. Verschillende juristen betoogden deze week dat er geen juridisch gerechtvaardigde grond bestaat voor het uitsluiten van studenten als groep. Inmiddels heeft de
Landelijke Studentvakbond een Meldpunt Energiearmoede opgezet. Wetende dat ook studenten door de energiecrises hard worden geraakt, zijn wij van mening dat het onrechtvaardig is om studenten
als groep uit te sluiten en om geen gelijkwaardige energietoeslag toe te kennen. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1.
Deelt de wethouder de mening van verschillende juristen dat het uitsluiten van studenten van de
2.
Is de wethouder bereid om ook aan studenten een energietoeslag uit te keren - mits ze daar
3.
4.
energietoeslag juridisch onhoudbaar is? Zo nee, waarom niet?
recht op hebben - en om daarmee de meldingen van het LSVb te behandelen zonder studenten als groep uit te sluiten?
Is de wethouder bereid om een actieve rol in te nemen wat betreft communicatie met studenten
die eventueel in aanmerking komen voor een energietoeslag en om hen ook voor te lichten over energiebesparende maatregelen, ook studenten die geen melding hebben gedaan? Zo ja, hoe?
Is de wethouder bereid om de gemeenteraad te informeren over de (mogelijke) uitvoering en de ontwikkelingen op dit vlak?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het is van belang om te benadrukken dat ook
wij zien dat sommige studenten het zwaar te verduren hebben, zeker in deze tijd. Wij hebben
daarom contact gezocht met de Landelijke Studenten Vakbond. Jongeren met geldzorgen kunnen zich voor begeleiding, net als andere Utrechters, melden bij een buurtteam of de gemeente. De
juridische kant daarvan is een landelijk vraagstuk dat ontzettend veel gemeenten in Nederland raakt, ook de G4. De gemeenten voeren allemaal, in opdracht van het Rijk, de regeling Energievergoeding uit, conform de middelen, de kaders en de richtlijnen die wij voor de regelingen van het Rijk en de
VNG hebben gekregen. Zoals de heer Sungur zegt, op basis daarvan zijn studenten uitgesloten van de regeling. De vraag hoe dat juridisch in elkaar steekt - of dat houdbaar is of niet - kan ik niet
beantwoorden. Wij zijn in afwachting van een reactie van het Rijk op deze kwestie. Vervolgens moet samen met het ministerie, de studenten en de studentensteden worden gezocht naar een landelijke
3
Vragenuur van 16 juni 2022 oplossing die wordt uitgevoerd door het Rijk voor alle studenten die door de energieprijzen in de problemen komen.
De heer Sungur vraagt of ik bereid ben om studenten een energietoeslag uit te keren. Ik wou
dat het zo simpel was. De situatie is ingewikkeld. Voor het uitvoeren van de regeling
Energievergoeding krijgt de gemeente Utrecht middelen voor de groep die normaal gesproken onder het armoedebeleid valt. Dat zijn in Utrecht 23.000 huishoudens. In Utrecht wonen ook 33.000
uitwonende studenten. Dat zijn mensen die normaal gesproken niet onder het armoedebeleid vallen. Als men die allemaal € 600 zou geven, is daarmee € 26,4 miljoen gemoeid. Ook de heer Sungur zal begrijpen dat wij daar het geld niet voor hebben.
Een reactie op de berichtgeving zal eerst van het Rijk moeten komen. Het Rijk heeft gezegd
dat studenten niet bij de regeling worden betrokken en dat voor hen geen middelen beschikbaar zijn gesteld. De gemeente is niet toegerust om regelingen van deze omvang uit te voeren. Het is belangrijk dat het Rijk voor deze groep een landelijke oplossing vindt en die zelf uitvoert,
bijvoorbeeld via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Die heeft de studenten in beeld, weet welke uitwonend zijn en kan ook de najaarstoeslag, waar het kabinet nu over spreekt, uitvoeren.
Vóór het behandelen van de vraag of ik een actieve rol wil nemen inzake de communicatie,
wachten wij eerst de ontwikkelingen af. Als deze communicatie voor deze doelgroep nodig is, willen wij daar zeker een actieve rol bij hebben. Ik wil graag samen met studenten de lobby in de richting van het Rijk voeren om ervoor te zorgen dat studenten met problemen echt worden geholpen.
Daarnaast is, afkomstig van de regeling Reductie Energiewoningen, een extra opdracht voor
Stichting Studenten Huisvesting (SSH) Utrecht om 600 energieboxen uit te reiken inclusief
energiebesparend advies. Dat wordt gedaan bij complexen die door de SSH worden aangewezen en wordt na de zomer uitgevoerd, van september tot december 2022. Ook kunnen huurders zich aanmelden voor een energiebox, inclusief energiebespaaradvies. Die is ook voor studenten toegankelijk.
Gevraagd wordt of ik bereid ben om de raad te informeren. Uiteraard. Ik zeg graag toe dat ik
bij grote ontwikkelingen of nieuwe zaken de gemeenteraad daarover per brief informeer.
De heer WIEGANT (SP): Voorzitter! Ik vind het altijd een beetje gek dat studenten worden
uitgesloten van minimaregelingen. Zij kunnen geen bijstand krijgen, maar ook geen U-pas. Wat is daar de reden van? Is dat juridisch wel haalbaar en houdbaar als dat ooit wordt getoetst?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Op de energietoeslag en de juridische
houdbaarheid daarvan ben ik zo-even al ingegaan. Dat wordt nu bekeken. Ik kan op de vragen
daarover geen antwoord geven. Studenten kunnen geen U-pas krijgen omdat de tijd dat zij een laag inkomen hebben, beperkt is. Zij verkeren in een andere situatie dan mensen met een bijstandsuitkering. Dat is de redenering.
Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Denkt de wethouder dat de groep die van de U-pas
gebruik wil maken en in een schrijnende situatie verkeert kleiner is dan de groep van 33.000 studenten?
Ik ben blij dat de wethouder bij het Rijk wil lobbyen met studenten. Dat is super. Ik wil haar
vragen om ook de G4 daarbij te betrekken.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het punt is dat studenten een diverse groep
zijn, ook gezien hun wijze van rondkomen. De groep is anders dan de groep bijstandsgerechtigden.
4
Vragenuur van 16 juni 2022 De vraag is welke criteria worden gehanteerd om de studenten in de groep van de U-pashouders onder te brengen. Het Rijk heeft expliciet gezegd dat studenten niet bij die groep horen en heeft daar ook geen middelen voor beschikbaar gesteld.
De samenwerking van de G4. Dit lijkt mij niet iets wat Utrecht alleen moet doen, maar
hoogstens samen met een paar andere studentensteden. Men zal begrijpen dat ik mij daar eerst in moet verdiepen. Het lijkt mij goed om dat samen met de Landelijke Studentenvakbond en andere studentensteden te doen.
Mevrouw CHIRINO (ChristenUnie): Voorzitter! Wat is er de reden van dat de gemeente Utrecht
hiervoor kiest? De wethouder gaf op deze vraag deels al bij het beantwoorden van de vorige vraag
antwoord, maar is dat omdat het van het Rijk niet mag, omdat de gemeente Utrecht het niet wil, of omdat het financieel niet haalbaar is?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het is echt een keuze die wij van het Rijk
hebben meegekregen. Op basis daarvan zijn studenten van de regeling uitgesloten. Ik zou daarvan kunnen afwijken, maar dan komen wij uit op de bedragen die ik zojuist heb genoemd. Wij hebben die ruimte feitelijk niet.
Mevrouw KLEINRENSINK (GroenLinks): Voorzitter! Het is fijn om te horen dat de wethouder
bereid is om met andere studentensteden te bekijken hoe de lobby verder kan. Ik ben benieuwd of de wethouder bereid is om als deze steden andere oplossingen voorstellen te bekijken of wij daarmee schrijnende situaties kunnen oplossen.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat kan, maar ik vind echt dat dit eerst
landelijk moet worden bekeken. DUO weet bijvoorbeeld wie student is. In het bestand van de
gemeente kan ik niet zien welke inwoner student is en al helemaal niet wie in een schrijnende situatie verkeert. DUO heeft daar meer inzicht in.
3. Vragen van mevrouw Van der Wilt (D66), mevrouw Vermeulen (GroenLinks), mevrouw Assen
(PvdA), mevrouw Oul Fakir (BIJ1), de heer Wiegant (SP), mevrouw Kendir (Student & Starter), de heer Sungur (DENK), mevrouw Al-Saqaff (VVD), de heer Van Steeg (CDA) en mevrouw Snippe (PvdD) inzake "Geen dichte deur bij de kinderopvang en BSO".
Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Afgelopen week trok de voorzitter van de
Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang aan de bel. Door een gigantisch personeelstekort moeten verschillende kinderopvanglocaties contracten met ouders opzeggen. Ook in Utrecht zijn
hiervan verscheidene voorbeelden bekend. Vorige week nog moest een opvang in Terwijde op last
van de inspectie vanwege een tekort aan personeel de deuren sluiten. Deze situatie speelt al langer. Eerder dit jaar liet de gemeente naar aanleiding van schriftelijke vragen van de D66-fractie weten in gesprek te zijn met de organisaties en voor haarzelf vooral een ondersteunde rol te zien.
Met de huidige krapte is er echter sprake van nieuwe dieptepunten bij de kinderopvang, de
buitenschoolse opvang en de voorschoolse educatie. Dat zorgt bij Utrechtse gezinnen voor veel
onzekerheid. De situatie vraagt om een meer actieve rol van de gemeente en om extra maatregelen, waar nodig onorthodoxe.
Dit brengt ons tot het stellen van de volgende vragen.
5
Vragenuur van 16 juni 2022 1.
2.
3.
Is het college op de hoogte van deze signalen in Utrecht en heeft het een beeld van het aantal kinderopvanglocaties - zowel BSO's als VE - waar vanwege personeelstekorten nu contracten worden verkleind of tijdelijk worden stopgezet?
Erkent het college dat - ondanks het feit dat het formeel geen overheidstaak is - met het
openblijven van bovenstaande instanties wel degelijk een groot maatschappelijk belang is
gemoeid? Ouders kunnen blijven werken en kinderen worden op de juiste wijze opgevangen. Kan het college toezeggen extra aanvullende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door de
samenwerking van de opvanglocaties in de wijk te stimuleren en om de raad daarvan in de komende periode op de hoogte te houden?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Ja, het college herkent dit signaal zonder meer. Wij komen dit in de
praktijk tegen via de inspectie kinderopvang. Het is belangrijk daarbij te vermelden dat onze
inspectie nooit sluit vanwege een personeelstekort, maar altijd omdat de kwaliteit niet te waarborgen is of omdat er geen sprake meer is van verantwoorde kinderopvang. Soms is de oorzaak daarvan personeelstekort, maar lang niet altijd. Wij hebben vooral een goed beeld van wat er bij de
aanbieders van de voorschoolse educatie speelt omdat wij daarmee een subsidierelatie hebben. Deze aanbieders zeggen naar aanleiding van deze vragen dat het probleem herkenbaar is, maar nog niet
dermate groot dat de continuïteit in het geding is. Bij de commerciële aanbieders van kinderopvang is het beeld meer diffuus en lukt het niet om daarvan snel en stadsbreed een goed beeld te krijgen. Het antwoord op vraag 2. Het college erkent zonder meer het belang van voorschoolse
educatie.
Het antwoord op vraag 3. Ik ben het met de vragenstellers eens dat er gedeeltelijk sprake is
van een private sector en dat in beginsel de landelijke overheid aan zet is voor allerlei
randvoorwaarden. Maar het is toch ook een maatschappelijk probleem in onze stad. Wat ik graag wil doen, is een rondetafelgesprek organiseren, zowel met de commerciële kinderopvang als met de voorschoolse educatie, om te spreken over de grootte van het probleem, waar het zit en wat wij
kunnen doen met het arbeidsmarktinstrumentarium van wethouder Voortman, om op basis daarvan te bekijken wat de volgende stappen zijn. Ik informeer de raad daar graag over. Wij zullen die toezegging in november 2022 gestand doen.
Mevrouw AL-SAQAFF (VVD): Voorzitter! Ik hoor de antwoorden van de wethouder. Op zichzelf
zijn die goed. Het lijkt echter alsof er sprake is van iets nieuws. In januari 2019 heeft mevrouw
Meerding bijna dezelfde vragen gesteld. Wij zijn nu drieënhalf jaar verder. Wij zitten opnieuw te
tobben met hetzelfde probleem. Wat is er tot nog toe gebeurd? Kan de wethouder toezeggen dat er nu actief op wordt geacteerd? Veel raadsleden vinden dat een probleem.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Er zijn dingen gebeurd. Er is een samenwerking
met de Universiteit Utrecht. De raad is daarover geïnformeerd. Deze samenwerking gaat meer over de voorschoolse educatie. Onze banden met de universiteit zijn strakker dan die met de opvanglocaties in de wijk en in het kader van ongelijk investeren, gelijke kansen en de
maatschappelijke opgave misschien wat groter. Vooral in de vorige raadsperiode is er van alles
georganiseerd. Ook is er een campagne geweest om personeel te werven. Het belang daarvan is breder dan alleen de voorschoolse educatie.
Gaan wij aan de slag? Ja, maar ik zeg daar ook bij dat wij natuurlijk niet hier op een knop
kunnen drukken waardoor in de private sector opeens allemaal extra mensen werken. Ook het
6
Vragenuur van 16 juni 2022 aanbod op de arbeidsmarkt speelt een rol. Mensen moeten worden getraind of worden omgeschoold. Er moet worden samengewerkt op een versnipperd en ingewikkeld veld. Dat ontslaat ons niet van de plicht om aan de slag te gaan. Dat zullen wij doen, maar dat deden wij al.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! In het afgelopen jaar hebben wij de wethouder leren
kennen als een bij tijd en wijle succesvolle lobbyist in de richting van Den Haag, aangezien wij in
Utrecht dit onderwerp niet helemaal alleen kunnen aanpakken. Heeft er al een lobby plaatsgevonden? Het bijna gratis maken van de kinderopvang is nu een beetje een wassen neus, als wij de mensen niet hebben om dat in de praktijk te brengen.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik ben dat met de PvdA-fractie zeer eens, sterker
nog, wij kunnen in een vicieuze cirkel terechtkomen. Wij hebben kinderopvang nodig om meer
mensen in staat te stellen op de arbeidsmarkt te participeren. Ik pak de handschoen graag op om in Den Haag de gesprekken te gaan voeren.
Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Ik sluit mij helemaal aan
bij de oproep van mevrouw Assen om dit landelijk te doen. Het is volgens mij heel mooi om te
organiseren wat de wethouder voorstelt. Als er al eerder dan in november acties worden gevoerd, is dat heel fijn. Wij laten ons graag achteraf informeren over wat er allemaal is gebeurd.
4. Vragen van de heer Talhaoui (PvdA), mevrouw Deldjou Fard (Groen Links), mevrouw Al-Saqqaf
(VVD), de heer Wiegant (SP) en mevrouw Oul Fakir (Bij1) inzake Geen uitsluiting mbo-studenten in het Utrechtse uitgaans- en studentenleven.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Op 20 mei 2022 berichtten In de buurt en AD Utrecht over
het weigeren van mbo-studenten bij studentenverenigingen en bij andere uitgaansgelegenheden. Mbo'ers zijn het zat en richten zelf de studentenvereniging "Worden geweigerd bij cafés" op. In
hetzelfde artikel geven mbo-studenten aan dat zij zich minder welkom voelen en in verschillende
Utrechtse uitgaansgelegenheden en andere faciliteiten voor studenten moeilijker binnenkomen. Zo is de Uitweek niet toegankelijk voor mbo-studenten, net als de sportfaciliteiten bij Olympos. Dit leidt ertoe dat mbo-studenten in onze stad structureel buiten de boot dreigen te vallen en dat zij te maken hebben met discriminatie op grond van hun opleiding.
Op grond van wet- en regelgeving mag er door horecaondernemers geen discriminatoir
deurbeleid gevoerd worden. In het Utrecht Convenant Veilig Uitgaan wordt gesteld dat weigering
alleen is toegestaan als er sprake is van overlastgevend gedrag of het zich niet houden aan huis- en gedragsregels. Bij vermoedens van discriminatie kunnen bezoekers melding doen bij het Panel Deurbeleid. Sinds maart 2022 heeft het Panel Deurbeleid vijftien meldingen ontvangen van
discriminatie (wat normaal net zoveel is als in een heel jaar), waaronder ook een melding van een
mbo-student. Wij vermoeden echter dat lang niet iedereen weet dat de mogelijkheid bestaat om bij weigering op oneigenlijke gronden de mogelijkheid bestaat om dat te melden.
Deze week ontving onze fractie een bericht van iemand wiens vriendin geweigerd werd bij
café De Kneus omdat zij niet aan het hbo of de universiteit studeert, maar aan het mbo.
Discriminatie op basis van opleiding is natuurlijk volkomen onacceptabel en bovendien in
strijd met de wet. Omdat dit probleem groter is dan slechts één melding (zie artikel) hebben wij de volgende vragen aan de wethouder.
7
Vragenuur van 16 juni 2022 1.
2.
Is de wethouder bekend met de signalen van mbo-studenten dat zij minder gemakkelijk worden toegelaten in Utrechtse cafés, andere uitgaansgelegenheden en sportfaciliteiten en dat zij soms zelfs worden geweigerd?
Is de wethouder bereid om op korte termijn in gesprek te gaan met horecaondernemers en
anderen om hierover duidelijke afspraken te maken zodat dit in het vervolg niet meer voorkomt? kan de wethouder toezeggen om de mogelijkheid tot melden bij Panel Deurbeleid via de
3.
mediakanalen van de gemeente duidelijk onder de aandacht te brengen?
Ziet de wethouder nog andere mogelijkheden die ervoor zorgen dat mbo-studenten niet langer worden gediscrimineerd in het Utrechtse uitgaans- en studentenleven?
De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Dit specifieke signaal
heeft ook mij bereikt. Wij kennen meer signalen van mbo-studenten die niet overal in het Utrechtse studentenleven gelijkwaardig worden behandeld. Daarom werken wij met mbo-instellingen in het uitvoeringsplan "Sterk Utrechts mbo" samen aan het vergroten van de gelijkwaardige positie van mbo-studenten. Ik zal daar straks op terugkomen.
Het antwoord op vraag 2. Deze vraag ging over de vraag of ik bereid was met
horecaondernemers in gesprek te gaan. Ook is een vraag gesteld over de mogelijkheid tot het via de mediakanalen van de gemeente melden bij het Panel Deurbeleid. Bij artikel 1 Midden-Nederland is
recent door een mbo-student melding gemaakt van vermeende onterechte weigering op grond van opleiding. Het opleidingsniveau is echter - helaas - geen wettelijk beschermde discriminatiegrond.
Dat betekent dat horecaondernemers alleen studenten van de hogeschool en/of universiteit mogen
toelaten wanneer zij dit duidelijk in het deurbeleid hebben vermeld. Men begrijpt dat ik daar wel wat van vind. Ik zal toezeggen dat ik met deze specifieke horecaondernemer in gesprek ga om te
bespreken of ze inderdaad een deurbeleid hebben om op studentenavonden mbo-studenten niet binnen te laten en als dat zo is, waarom dat zo is. Vervolgens zullen wij - dat zal ik samen met collega Schilderman doen - het onderwerp agenderen in het bestuurlijk overleg met Koninklijk Horeca Nederland afdeling Utrecht.
Voor wat betreft het bericht op de gemeentelijke kanalen vind ik het belangrijk dat wij dat
samen met mbo-studenten doen en dat mbo-studenten op de hoogte zijn van waar zij, als zij in
Utrecht uitgaan, terechtkunnen als zij onterecht worden geweigerd. Zij kunnen dat melden op de website van het Panel Deurbeleid. Samen met mbo-studenten en mbo-instellingen zullen wij
bekijken hoe wij ze het beste kunnen bereiken. Wij vinden het belangrijk om ze hierover een stem te geven.
Gevraagd wordt of ik nog andere mogelijkheden zie die ervoor zorgen dat mbo-studenten in
het uitgaansleven van Utrecht niet langer worden gediscrimineerd. Men zal begrijpen dat een
gelijkwaardige positie van mbo-studenten in Utrecht heel belangrijk is. Daarom werken wij samen met de mbo-studentenraad SR030 en met andere mbo-instellingen via het programma Sterk
Utrechts mbo. Wij zetten daar mooie stappen. Bijvoorbeeld bij Sporten bij Olympos kunnen het komende jaar 100 studenten sporten en 200 mbo-studenten doen mee aan de Uitweek.
De heer DIJKSTRA (EenUtrecht): Voorzitter! Als de wethouder met de horecaondernemers in
gesprek gaat - ik hoop niet dat dit eenmalig is; het lijkt mij iets dat van tijd tot tijd moet worden herhaald, anders heeft het weinig zin - over het verder uitbreiden naar andere vormen van
discriminatie, zal blijken dat er daar nogal wat van zijn. Er wordt fors gediscrimineerd op kleur, ook in deze stad. Dat kan ik op grond van eigen ervaring vertellen. Ik neem aan dat de wethouder daartoe bereid is, maar het zou toch fijn zijn om dat te horen.
8
Vragenuur van 16 juni 2022
De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Ik ben het volledig met de heer Dijkstra eens. Dit is
één onderdeel. Op alle vlakken is het fout. Het is goed om te weten dat wij met betrekking tot de aanpak Veilig uitgaan werken aan een plan om het Panel Deurbeleid in Utrecht te vergroten. Dat
gebeurt in de brede zin des woords. Het panel richt zich zowel op het uitgaande publiek als op de horecaondernemers, niet incidenteel, maar structureel. Een aantal acties is al ingezet. Zo sluiten
leden van het Panel Deurbeleid standaard aan bij het portiersoverleg. Wij stimuleren ondernemers bij mensen die het vermoeden hebben dat zij onterecht worden geweigerd te verwijzen naar het Panel Deurbeleid.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik loop het risico dat de wethouder dat zei, maar dat ik dat
heb gemist. Krijgt de raad een terugkoppeling nadat het overleg met Koninklijke Horeca Nederland heeft plaatsgevonden?
De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Ik heb dat inderdaad niet gezegd, maar ik wil daar
best op terugkomen. 5.
Vragen van mevrouw Ramaker (VVD), mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Bosch (PVV), mevrouw
Hornsveld (GroenLinks), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer Van Steeg (CDA), de heer Bos
(Stadsbelang Utrecht) en mevrouw Raaijmakers (PvdA) inzake Terechte klachten geluidsoverlast voor bewoners van woonzorgcentrum Zuylenstede Overvecht.
Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! RTV Utrecht berichtte maandag 13 juni jl. opnieuw over
klachten van bewoners van het woonzorgcentrum Zuylenstede over geluidsoverlast. Al maandenlang wordt hun woongenot vergald door het geluid van drilboren vanwege renovatie- en
verbouwingswerkzaamheden. De eigenaar van het woonzorgcentrum geeft nauwelijks gehoor voor het dragelijk houden van het geluid. Eén bewoner is het beu en probeert via de rechter rust te krijgen. Uit navraag is gebleken dat de gemeente tot nu toe niet heeft ingegrepen. 1.
Wanneer is de wethouder op de hoogte gesteld van de klachten van bewoners van
2.
Wat heeft de gemeente volgens de wethouder gedaan om deze geluidsoverlast op vooral de
3. 4.
woonzorgcentrum Zuylenstede over geluidsoverlast?
werkdagen die als intens hinderlijk wordt ervaren dragelijk te maken?
Wat gaat de wethouder op de korte termijn doen - liever vandaag dan morgen - om ervoor te zorgen dat het woongenot van deze groep inwoners op leeftijd weer terugkeert?
Kan het college toezeggen om te gaan handhaven en om de eigenaar aan te spreken op de langdurige overschrijding van de geluidsnormen door de verbouwing en de renovatie?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik ben de afgelopen
maandag erover geïnformeerd dat bij ons één anonieme melding is ontvangen. Dat was een melding die ging over geluidshinder als gevolg van renovatiewerkzaamheden. Wij zijn vanuit bouwtoezicht in november jl. op die plek gaan kijken. Er is een meting gedaan. Die is beoordeeld. Daaruit is naar voren gekomen dat er geen normen zijn overschreden die zijn vastgelegd in het landelijke
bouwbesluit. Die geven overigens wél ruimte aan de partij. Er zijn afspraken gemaakt over het gemiddelde. Er kan sprake zijn van piekmomenten die daar bovenuit gaan.
Wat wij eerst doen, is met alle bewoners van het complex in contact komen. Dat zal vanuit
bouwtoezicht worden gedaan. Wij zullen uitleggen wat er gebeurt en hoe dat gaat en vooral ook hoe
9
Vragenuur van 16 juni 2022 men bouwtoezicht kan bereiken als er sprake is van overlast en dat die naar het oordeel van de
wijkbewoners dermate hoog is dat er misschien moet worden gehandhaafd. Ik kan mij ook goed
voorstellen dat wij samen met de eigenaren van het complex van Vecht en IJssel bekijken of wij het
gesprek kunnen aangaan over wat er allemaal door Vecht en IJssel is georganiseerd. Die hebben mij
naar aanleiding van de vragen van de raad daarover een brief gestuurd. Ze hebben allerlei afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over vaste blokken op de dag dat er bepaalde werkzaamheden al dan niet
mogen gebeuren. De bouwwerkzaamheden met de meeste herrie zijn geclusterd midden op de dag. Er is voor de bewoners een rustige alternatieve locatie. Ze bieden bewoners van het complex die in
het eigen appartement willen blijven, gehoorbeschermers aan. Er is met bewoners veelvuldig overleg geweest. Men staat ook open voor klachten.
Als de wettelijke geluidsnormen worden overschreden, zullen wij zeker handhaven. Wij zullen
de bouwende partij verzoeken om een geluidsmeter te plaatsen. Wij kunnen bekijken hoe het eraan toe gaat. Op basis van die metingen kunnen wij beoordelen of er sprake is van langdurige overschrijding. Als het moet: handhaven.
Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Veel dank voor de antwoorden. Ik denk dat die zeer
gewaardeerd worden.
Ik neem aan dat de maatregelen in de maand juni worden getroffen. De heer EERENBERG (wethouder): Ja.
6. Vragen van mevrouw Meerding (VVD), de heer Van Steeg (CDA), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht), mevrouw Assen (PvdA), de heer Bosch (PVV), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer Koning
(D66), de heer Wiegant (SP), mevrouw Fattal (GroenLinks) en de heer Dijkstra (EenUtrecht) inzake Journalisten RTV Utrecht bestolen en mishandeld.
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Afgelopen maandag 13 juni jl. bereikte ons het
vreselijke bericht dat in onze stad wederom journalisten zijn bestolen en mishandeld. Ditmaal ging het om een filmploeg van RTV Utrecht, waarvan in Kanaleneiland een camera en een statief werden gestolen. De cameraman is daarbij geslagen. RTV Utrecht is geschrokken van dit incident en heeft aangifte gedaan van geweldpleging en diefstal.
Al langer neemt in heel Nederland het geweld en de agressie tegen journalisten toe, waardoor
het werk van journalisten op sommige plekken onmogelijk wordt gemaakt. De fracties van de VVD,
CDA, Stadsbelang, PvdA, PVV, CU, D66, SP, GroenLinks en EenUtrecht maken zich grote zorgen over deze ontwikkeling. Ook in Utrecht is dit een probleem, want de laatste tijd volgen vergelijkbare
incidenten elkaar in rap tempo op. Zo werden op 14 april jl. EO-journalisten bedreigd en beroofd bij
opnames in Leidsche Rijn en werd op 14 december 2021 een camera van een filmploeg gestolen. Op 10 juli 2020 stalen jongeren apparatuur en sloegen daarbij een cameraman bewusteloos. Dit soort
incidenten is onacceptabel. Het is van groot belang dat journalisten gewoon hun werk kunnen doen. Onafhankelijke journalistiek is immers, in de ogen van de vragenstellende partijen, een groot democratisch goed. Dat brengt de fracties tot de volgende vragen. 1.
2.
Herkent het college de zorgwekkende signalen over het toenemende geweld en de agressie
tegen journalisten? Hoeveel vergelijkbare incidenten met journalisten hebben de afgelopen jaren plaatsgevonden?
Wat doet de burgemeester om journalisten bij het doen van hun werk zoveel mogelijk te beschermen?
10
Vragenuur van 16 juni 2022 3.
Wat kan de gemeente nog meer doen? Krijgen meldingen van dit soort incidenten hoge prioriteit en kan meer worden gedaan om duidelijk te maken dat dit gedrag jegens journalisten niet acceptabel is?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank voor het stellen van deze vragen.
Ja, ik herken zeker de zorgelijke signalen waar mevrouw Meerding over spreekt. Ieder incident van
geweld tegen journalisten is onacceptabel. Persvrijheid en persveiligheid zijn cruciaal voor een goed functionerende democratie. Mevrouw Meerding zei ook - en dat blijkt ook uit de cijfers - dat in de afgelopen periode het algemene beeld in Nederland is dat journalisten in toenemende mate te
maken krijgen met agressie en bedreiging. Cameramensen en fotojournalisten worden daar het
vaakst mee geconfronteerd. Dat blijkt uit onderzoek van Pers Veilig. Ook in de stad Utrecht vinden deze incidenten plaats. De vier door de indieners genoemde incidenten kent de politie ook.
Overigens is het zo dat inzake het incident van 14 april jl., waarbij ook EO-journalisten waren
betrokken, zijn inmiddels verdachten aangehouden. Bij deze incidenten ging het om zeer kostbare
camera-apparatuur. Het is soms lastig om te achterhalen wat exact het motief van de bedreigers is. Het antwoord op vraag 2. Wat doe ik om zo veel mogelijk mensen te beschermen tijdens het
uitoefenen van hun vak? Er bestaat een samenwerkingsverband PersVeilig. Daarmee hebben wij de
bedoeling om de journalisten te sterken tegen het geweld en de agressie via de sociale media en op straat. Er worden onder andere trainingen en voorlichtingsbijeenkomsten aangeboden. De politie Midden-Nederland voert met de regionale media structureel overleg om bij incidenten te zorgen voor een goede opvolging. Er is op eenheidsniveau ook een aanspreekpunt voor journalisten. Het antwoord op vraag 3. Ik heb de afgelopen maandag uiteraard met de betrokken
journalisten persoonlijk contact opgenomen. Wij wijzen standaard altijd op het kunnen gebruiken van Slachtofferhulp. De politie, het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Vereniging voor
Journalisten hebben afspraken gemaakt. Dat betekent dat er hoge prioriteit wordt gegeven door
zowel de politie als door het Openbaar Ministerie aan incidenten tegen journalisten. Ook wordt door het Openbaar Ministerie een dubbele strafeis gesteld.
Incidenten worden door de politie met prioriteit opgepakt op dezelfde manier als aangifte van
geweld tegen functionarissen met een publieke taak. Voor wat dat punt betreft, zijn journalisten gelijkgesteld met hulpverleners en boa's.
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik bedank de burgemeester voor het beantwoorden van
de vragen. Het is fijn om te zien dat dit probleem goed wordt aangepakt. Wat ik mis - dat nog kan
komen als de criminaliteitscijfers blijven stijgen - is dat de gemeente duidelijker uitdraagt dit gedrag niet langer te pikken omdat het onacceptabel is. Hoe ziet de burgemeester dat?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik wil daar vanzelfsprekend over nadenken. Ik
denk dat wij dit in het hele land zien gebeuren. Het kan verstandig zijn om samen met de minister te bekijken of wij niet méér samen moeten doen. Ik ben zeker ook bereid om de suggestie van
mevrouw Meerding op te pakken en om te bekijken wat wij ook aan uitingen kunnen doen om dit af te keuren, te veroordelen en om uit te dragen wat er gebeurt op het moment dat men dit type
geweld pleegt. De politie en het OM nemen dit uitermate serieus. Bovendien wordt niet voor niets een dubbele strafeis gesteld en wordt aan het onderzoek hoge prioriteit gegeven.
7. Hamza Essabiri (DENK), Myrthe Minnaert (BIJ1) en Annemarijn Oudejans (Student & Starter) inzake Brandveiligheid van sociale huurwoningen in het geding.
11
Vragenuur van 16 juni 2022
De heer ESSABIRI (DENK): Voorzitter! Vanaf 1 juli moeten alle huizen verplicht op elke etage
een rookmelder hebben. De woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor het plaatsen van de
rookmelders in de sociale huurwoningen. Gisteren bleek dat woningcorporaties het niet gaan redden om elke sociale huurwoning te voorzien van een rookmelder, waardoor de brandveiligheid in het geding komt.
Wij hebben daarom de volgende vragen.
1.
Komt dit voor bij Utrechtse woningcorporaties? Zo ja, waarom zijn zij niet in staat om uiterlijk op
2.
Wat gaat de wethouder doen om deze woningcorporaties zich toch te laten houden aan hun
3.
1 juli 2022 alle sociale huurwoningen van een rookmelder te voorzien? wettelijke verplichting?
Hoe is de wethouder van plan om de brandveiligheid van de betrokken huurders te waarborgen? De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Het is goed om te weten dat deze verplichting, die door het Rijk
wordt gesteld, geldt voor alle woningeigenaren en verhuurders. Op dit moment beschikken wij niet over informatie of dit al dan niet lokaal bij woningbouwcorporaties speelt.
Het antwoord op vraag 2. Het is goed om te weten dat dit voor ons prioriteit heeft. De
brandveiligheid van woningen en bouwwerken krijgt prioriteit in de vastgestelde beleidsnota
Handhavingsstrategie bestaande bouw uit 2017. Dat laat zien dat wij daar de nodige aandacht aan
willen besteden. Bij dit onderwerp bestaat de inzet van Bouwtoezicht uit preventie, dus informeren en voorlichten en niet zozeer en de repressieve kant, de sancties. Bij controles ter plaatse zal
Toezicht en Handhaving uiteraard bewoners attenderen op deze nieuwe regelgeving en worden de huurders geattendeerd op het bestaan van de Klachtencommissie Corporaties.
In de komende periode zal ik met de corporaties kennismaken. Ik zal dan specifiek hierop
terugkomen.
Het antwoord op vraag 3. Omdat dit een wettelijke verplichting betreft, heeft het geen zin om
daarover met de corporaties in overleg te treden in het kader van de prestatieafspraken. Ik zal er
zeker op terugkomen, niet alleen ik, maar ook onze ambtenaren in de bilaterale gesprekken met de corporaties. Wij zullen uiteraard onze zorgen hierover overbrengen. Mocht vervolgens uit controles blijken dat de corporaties op dit punt in gebreke blijven, kan het college overwegen om de inzet te verschuiven van preventie naar repressie.
De heer ESSABIRI (DENK): Voorzitter! Bedankt voor de beantwoording. Het eerste verzoek aan
de wethouder is of hij de raad vóór de voorjaarsnota schriftelijk kan melden hoe het is gesteld met de lokale woningbouwcorporaties.
Daarnaast is geconstateerd dat 35% á 45% van de rookmelders niet werkt. Kan de wethouder
ook dit punt meenemen in de gesprekken?
De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Over de terugkoppeling zou ik u het volgende
willen meegeven. Er worden regelmatig vragen gesteld op het gebied van wonen. Er zijn veel vragen die de ambtenaren moeten beantwoorden. Dat kost tijd, die men vervolgens niet meer aan iets anders kan besteden. Er zijn op het gebied van wonen grootse plannen. Men heeft dat in het coalitieakkoord kunnen lezen. Ik zou dat als overweging willen meegeven.
12
Vragenuur van 16 juni 2022 De tweede opmerking van de heer Essabiri is heel terecht. Dit punt staat zeker op de agenda.
Dat was al het geval vanwege de handhavingsstrategie die wij hebben. Wij zullen daar zeker in de gesprekken met de woningbouwcorporaties zeker op terugkomen.
8. Vragen van mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer Van Vliet (D66) en mevrouw Assen, (PvdA) inzake de toekomst van Het PUNT.
Mevrouw OUDEJANS (Student & Starter): Voorzitter! Het PUNT is een cultuurverbinder die ten
tijde van de coronacrisis gehoor heeft gegeven aan de hulpvraag van de gemeente. Het PUNT bleek ten tijde van corona een belangrijke spil om in Utrecht cultuur tóch mogelijk te maken door het
verbinden van de juiste contactpersonen aan elkaar en het verzamelen van allerlei soorten culturele
initiatieven, van klein tot groot. Nu de cultuursector voor het eerst in twee jaar weer volledig open is stromen de aanvragen bij Het PUNT binnen en wordt de essentiële rol van Het PUNT in de Utrechtse cultuurgemeenschap veel duidelijker.
Het PUNT is een verbinder. Iedereen kan laagdrempelig en gratis aankloppen om vragen te
stellen of samen de mogelijkheden te bekijken. De huidige subsidie van Het PUNT loopt binnen twee weken af, wat betekent dat het moet stoppen. Doordat Het PUNT zelf geen inkomsten heeft, is het van belang dat zij deze wel van de gemeente krijgen om te kunnen blijven voortbestaan. De resultaten van het werk van Het PUNT zijn niet duidelijk te meten, net zoals dit lastig is bij bijvoorbeeld cultuurcoaches. De fracties hebben daarom de volgende vragen. 1. 2. 3. 4.
Erkent de wethouder het belang van de rol van Het PUNT in de Utrechtse cultuursector?
Deelt de wethouder het punt dat het lastig is voor culturele organisaties zoals Het PUNT om bewijzen te leveren van het effect van het werk van deze organisaties?
Deelt de wethouder dat het voor deze organisaties makkelijker moet worden om subsidies toegewezen te krijgen omdat nu de bewijslast vaak erg hoog is?
Hoe zet de wethouder zich in om dit soort organisaties beter te steunen? Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Ik stel voor om de antwoorden op deze vragen zo
spoedig mogelijk per e-mail aan de raad te sturen.
De VOORZITTER: Dames en heren! Ik constateer dat er geen aanvullende vragen zijn. De voorzitter sluit daarop, te 18.10 uur, het vragenuur.
13
Vragenuur van 16 juni 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 16 juni 2022.
Vragen van de heer Sungur (DENK), mevrouw Van der Wilt (D66), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer A. Stam (Volt), mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer Wiegant (SP), de heer T. Stam (PvdA), mevrouw Oul Fakir (Bij1), mevrouw Al-Saqaff (VVD) en mevrouw Snippe (PvdD) inzake Energietoeslag, ook voor studenten. Wethouder Voortman • zal de raad per brief informeren als zich op dit vlak nieuwe ontwikkelingen voordoen. T160
Vragen van mevrouw Van der Wilt (D66), mevrouw Vermeulen (GroenLinks), mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Oul Fakir (BIJ1), de heer Wiegant (SP), mevrouw Kendir (Student & Starter), de heer Sungur (DENK), mevrouw Al-Saqaff (VVD), de heer Van Steeg (CDA) en mevrouw Snippe (PvdD) inzake "Geen dichte deur bij de kinderopvang en BSO".
Wethouder Eerenberg • zal een rondetafelgesprek organiseren met de commerciële kinderopvang en de voorschoolse educatie om te spreken over de problemen, en de raad in november 2022 informeren over de uitkomst van dat gesprek. T161
14