Verslag Raadstoets Samenleven en sport
Tekst van het document
VERSLAG BIJEENKOMST RAPPORTEURS RAADSTOETS SAMENLEVEN EN SPORT
23 april 2024 Notulen
Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers Opening en inleiding
De gespreksleider heet allen welkom. Ten behoeve van de verslaglegging wordt er een
geluidsopname gemaakt; geen van de aanwezigen heeft hier bezwaar tegen. De deelnemers mogen het verslag vóór publicatie becommentariëren.
Er zijn dit jaar twee raadstoetsen, één over een onderwerp in het domein Samenleven en sport en één over een bestuurlijk onderwerp, elk in andere samenstelling. De raadstoetsen zijn gericht op de
jaarstukken 2023; de raadsrapporteurs hebben deze in concept en onder embargo ontvangen. Het programma Samenleven en sport bevat zes doelstellingen. De raadsrapporteurs hebben er vier
gekozen, en zijn ervan op de hoogte dat er inmiddels een andere programmaindeling is gemaakt. Doel van het gesprek is een gedachtewisseling tussen de raadsrapporteurs en de beleidsambtenaren. Voor de raadsrapporteurs is het interessant om te horen wat er allemaal nodig is voor de uitvoering van het beleid, en voor de beleidsambtenaren is het belangrijk om te weten hoe de raad die
uitvoering ervaart. Uit eerdere edities van de raadstoets is gebleken dat dit over en weer tot meer duidelijkheid en meer begrip leidt. De gespreksleider benadrukt dat de raadsrapporteurs de
ambtenaren aanspreekt op hun deskundigheid, en hen vanuit dat perspectief om toelichting vragen. Er worden geen politieke standpunten ingenomen. De raadsrapporteurs vertegenwoordigen de gemeenteraad – niet hun fractie. Themaoverstijgende vragen •
Wordt er ook nagedacht over de effecten van beleid? Het is heel goed dat er nu een sportakkoord is, maar hoe worden de effecten op de sportbeleving in de stad gemeten? Kan er nog meer outcome worden meegenomen zodat dit zichtbaar wordt voor de raadsleden?
Omdat er geen ruimte is voor meer tekst geven de jaarstukken een beeld op hoofdlijnen. De afdeling werkt nu aan een nieuwe sportnota waarbij wordt gekeken hoe er vaker inhoudelijk gerapporteerd kan worden met meer achergrondinformatie. Een belangrijke indicator is de deelname aan
sportactiviteiten; er zijn veel factoren die daar niet direct invloed op hebben. Daardoor is het lastig
om een relatie te leggen bij wat men uiteindelijk wil bereiken. De afdeling zou graag meer ruimte in de jaarrekening willen hebben voor een toelichting.
Er wordt veel geschrapt uit toelichtende teksten. Hoe loopt dit proces: de bestuurlijk contactpersoon verzamelt de teksten bij alle collega’s. In overleg met de wethouder maakt hij daar een lopend verhaal van.
1 van 9
Voorbeeld: mantelzorg. Daarover komt maar een fractie van de aangeleverde tekst in de jaarstukken terecht. Het lijkt de ambtenaren zinvol als raadsleden zo nu en dan aanwezig zijn bij bijeenkomsten met de mantelzorgorganisatie. De afdeling maakt de nodige beleidsnota’s en
uitvoeringsprogramma’s. Die zijn een stuk uitgebreider en bieden raadsleden veel meer informatie. De raad ontvangt ook altijd een raadsbrief bij de vaststelling van het uitvoeringsprogramma. •
We zien in toenemende mate dat het door de groei van de stad, stijgende lasten, teruglopende gemeentelijke middelen en gelijkblijvende ambities steeds lastiger wordt om de doelstellingen te realiseren. Hoe komt dit dan toch voldoende aan de orde in de jaarstukken?
Ook hier geldt: op hoofdlijnen. Er wordt gerapporteerd over allerlei sportgerelateerde zaken (gebruik accommodaties, deelname, behalen zwemdiploma’s). Het wordt dus wel vermeld, maar niet zo
uitvoerig. De groei van de stad wordt pas sinds een paar jaar als risico gezien in relatie tot financiële lasten. De ambtenaren veronderstellen dat dit uiteindelijk wel terug te zien zal zijn in de cijfers,
bijvoorbeeld die over sportdeelname of de tevredenheidscijfers voor de sportvoorzieningen. Bij de
zwembaden kampt men met personeelstekort, wat op zeker moment ook wel zichtbaar zal worden in de rapportages.
Dit zijn uitdagingen van de laatste jaren, wordt gezegd, er werden vorig jaar, tijdens de behandeling van de voorjaarsnota, ook al enige woorden aan gewijd. De raadsrapporteurs geven aan dat het de
raad zou helpen als hier enkele concrete voorbeelden bij zouden worden gegeven, bijvoorbeeld: het is moeilijk om tot resultaten te komen op de doelstellingen X en X…, met daarbij de reden, zoals gebrek aan personeel, stijgende lasten en zo meer. Aan de andere kant: het is moeilijk om een
conclusie te verbinden aan individuele voorbeelden, want er kan niet direct een link worden gelegd met het al dan niet realiseren van doelstellingen.
Moeten doelstellingen op een lager abstractieniveau worden geformuleerd? Nee, zeggen de
ambtenaren, want het probleem is niet dat we denken dat onze activiteiten niet bijdragen aan het
halen van de doelen; het is eerder zo dat je dit niet op onderdelen kunt zeggen. Voorbeeld: het is niet zo dat de sportdoelstellingen niet worden gerealiseerd als de zwemlessen niet doorgaan.
Zou het een verbetering zijn als er niet alleen met effectindicatoren wordt gewerkt, maar ook met
prestatie-indicatoren? Het is immers moeilijk om een causaal verband aan te tonen tussen inspanning en effect. Volgens de ambtenaren worden er al prestaties gerapporteerd, ook cijfermatig. Dat volstaat wat hen betreft. Wedervraag: wil de raad op dat niveau controleren? Zou de raad haar standpunten niet liever willen baseren op signalen uit de stad?
Uit de gedachtewisseling blijkt dat er ruimte zit tussen wat raadsleden zouden willen weten en wat er vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangeleverd, met andere woorden: vraag en aanbod komen
niet overeen. Wellicht kan de Adviescommissie Controle & Financiën daar aanbevelingen voor doen. •
Kijkend naar de subsidielijst: wat hebben volkstuinen te maken met sportvoorzieningen?
2 van 9
De volkstuinen vallen nu onder het team Samenleving, maar na de zomer wordt dit overgebracht naar team Sport. Dat heeft een historische achtergrond omdat sport ooit in één adem met recreatie werd genoemd. En veel volkstuinen bevinden zich op sportgrond. Er wordt onderzocht of de volkstuinen uiteindelijk bij Team Groen kunnen worden ondergebracht.
De indeling blijkt voor de raadsleden enigszins raadselachtig te zijn. Scouting bijvoorbeeld, valt onder Welzijn. •
Kredieten en reserves
Op een vraag over kredieten en de gemeentelijke begroting wordt toegelicht dat kredieten feitelijk investeringen zijn. Krediet worden gedurende de looptijd van een project uitgegeven. Zodra het
project is opgeleverd, wordt het krediet technisch afgesloten. Het komt pas daarna in zijn geheel in de financiële verantwoording terecht.
Aanvullende vraag: het is voor raadsleden moeilijk te doorgronden wat er uit de reserves wordt
gebruikt om doelstellingen verder te brengen, want de reserves worden nauwelijks expliciet gemaakt. Kunnen de reserves duidelijker zichtbaar worden gemaakt, inclusief hun bijdrage aan een
programma? Er wordt geantwoord dat de VGU hier al wel rekening mee houdt. Voor zover bekend vormt de VGU elk jaar reserves voor de zwembaden, want De Kwakel en Den Hommel moeten de
komende jaren worden vervangen. Die reserve wordt gevormd om t.z.t. vervangingsinvesteringen te
kunnen doen. Met andere woorden: er wordt voor gespaard. Andere reserves voor sport zijn er – voor zover bekend – niet bij VGU.
De accountant heeft geadviseerd om alle reserves eenmaal per vier jaar nauwkeurig na te lopen: zijn ze er nog? (Want de afspraak is: als er drie jaar niets mee wordt gedaan, valt het geld vrij). Zijn ze nog steeds bedoeld waarvoor de raad ze heeft ingesteld? •
Is de groei van de stad gekoppeld aan groei van voorzieningen, of moet de groei van de stad worden opgevangen met de bestaande voorzieningen? En hoe wordt daarover aan de raad gerapporteerd?
Daar zijn modellen voor – welke voorzieningen er voor welke inwoners nodig zijn. Op het gebied van sport zijn er normen voor veldsport en binnensport. Daar wordt de groei van de stad aan gekoppeld. Voor een deel zal fysieke uitbreiding het gevolg zijn, maar soms wordt voorzien dat
bevolkingsaanwas met bestaande voorzieningen kan worden opgevangen. Uitbreidingen worden gefinancierd uit het groeikader.
Doelstelling 1: Inwoners doen mee en zorgen voor elkaar •
Gaat het goed met het programma? Zijn er knelpunten of loopt het naar wens?
Er komt steeds meer aandacht voor inwoners die voor elkaar zorgen: vrijwillige inzet, informele zorg en mantelzorg. Dit wordt intern ‘de beweging naar voren’ genoemd. Hiermee wordt een poging
gedaan om de zorgkosten beheersbaar te houden; bovendien dreigen er ernstige personeelstekorten
3 van 9
in de zorg. De gemeente ondersteunt die beweging en heeft daar effectindicatoren voor. Die worden gehaald, en de voortgang wordt zorgvuldig gevolgd, onder andere door erover in gesprek te blijven met de partners in de stad. Tijdens die gesprekken maken die partijen regelmatig melding van zorgen.
Voorbeeld: er is veel vraag naar vrijwilligers die zich voor langere tijd willen inzetten om kwetsbare
inwoners mee te kunnen laten doen in de samenleving. Mensen die dat willen, zijn er niet veel. Men wil wel helpen, echter op incidentele basis.
Wat doet de gemeente aan deze mismatch? Kan de gemeente er iets aan doen? De ambtenaren geven aan dat zij altijd kijken wat zij binnen hun beperkte mogelijkheden aan de verschillende vormen van schaarste kunnen doen, maar dat heeft tijd nodig. De omslag naar een zorgzamer samenleving is
nogal een cultuuromslag. De raadsleden zijn benieuwd hoe uit de jaarstukken valt te halen hoe de
ambtelijke organisatie die omslag maakt. Hoe kan de raad zien dat er voortgang wordt geboekt? Dit is het duidelijkst te zien in vastgestelde beleidsnota’s uit 2023, bijvoorbeeld de Wmo-nota. Zie ook de nota van uitgangspunten Onderdelen van de Sociale basis en Basiszorg.
Er is nogal een verschil tussen de vastgestelde en de actuele begroting. De raadsrapporteurs
veronderstellen dat dit komt door gewijzigd beleid – maar hoe wordt daar dan verantwoording over afgelegd in de jaarstukken? En hoe kunnen we fundamentele beleidswijzigingen terugzien in de
beleidscyclus? De ambtenaren lichten toe dat in de jaarstukken wordt verwezen naar documentatie
waarin beleidswijzigingen zijn vastgelegd. Misschien wordt het duidelijker voor de raad als daarvan een samenvatting wordt opgenomen in de jaarstukken.
De raad stelt de beleidsnota vast, daarin zit de sturingsmogelijkheid voor de raad. Dit komt dan terug in de programmabegroting, waarover gerapporteerd wordt. Op die manier probeert de ambtelijke
organisatie de beleidscyclus en de verantwoordingscyclus te verbinden. Hierbij wordt aangetekend dat dit nog routine moet worden, want de raad heeft dit pas in juni 2023 vastgesteld. De cyclus is
nog niet rond; het duurt even voor de nieuwe trend zichtbaar wordt in de begroting. De indicatoren uit de beleidsnota worden opgenomen in de begroting – dat is het idee achter Sturen & Verantwoorden. Het zou de raad helpen als beleidswijzigingen worden toegelicht. •
Een van de vragen gaat over de inwonerenquête.
Ter vergadering is niet paraat hoeveel inwoners de enquête invullen; team Onderzoek & Advies weet dit. De raadsleden zijn benieuwd of de uitkomsten tot beleidswijzigingen leiden. Ja, wordt
geantwoord, als er afwijkende percentages uit komen wordt daar nader onderzoek naar gedaan. Met de partners in de stad wordt bekeken hoe die afwijkingen geduid moeten worden. Stel dat er wordt
geconcludeerd dat mantelzorgers overbelast zijn; dan worden er focusgesprekken georganiseerd met professionals en mantelzorgers, om te achterhalen waar dit aan kan liggen en hoe dit kan worden
opgelost met gewijzigd beleid. Dat er vragen in de inwonersenquete gewijzigd zijn maakt de zaak wel
4 van 9
complex omdat er dan even geen indicatoren meer zijn – dus niets om op te sturen. Er ontstaat als het ware een nieuwe nulmeting.
Uit de stukken blijkt dat er inderdaad sprake is van overbelasting onder mantelzorgers. Kan dit
worden verlicht met de huidige aanpak? Hierop wordt nader ingegaan in het uitvoeringsprogramma
Informele zorg: wat denken we dat nodig is om te voorkómen dat mantelzorgers overbelast raken? Er is onder andere een aanbod van respijtzorg: de mantelzorg wordt tijdelijk door iemand anders
overgenomen, zodat de mantelzorger op adem kan komen. Mantelzorgers krijgen ook wel eens een ‘weekendje weg’ aangeboden. De raadsleden constateren uit de beantwoording van de vooraf
gestuurde vragen dat de tevredenheid over deze vormen van ondersteuning hoog is, maar wat zegt
dat? Vinden mantelzorgers de aangeboden voorzieningen simpelweg leuk of hebben die maatregelen ook echt effect? Volgens de ambtenaren worden er veel mantelzorgers met het aanbod (basisvoorziening mantelzorgers) bereikt, en zijn de mantelzorgers er tevreden over. •
Subsidies en specifieke uitkeringen (SPUKs)
Hoe worden subsidies en SPUKs ingezet om de doelstellingen te bereiken, en hoe past dit in de
begrotingscyclus? Er wordt toegelicht dat voor de SPUK GALA een integraal plan is ingediend bij het
ministerie van VWS. Dit bestaat uit veertien delen. Voor elk van die delen worden er plannen gemaakt, samen met de stad. Een deel van het geld wordt voor twee of drie jaar toegekend; het is niet
gemakkelijk om daar projecten voor te bedenken die structurele impact hebben. Een ander deel is structureel, bijvoorbeeld voor mantelzorg. Een deel was ‘reeds bestaand geld’.
De raadsleden merken op dat er in de jaarstukken een lijst is opgenomen met alle subsidies – daar
staat niet bij welk plan erbij hoort. Het zou fijn zijn om die informatie wél te hebben, zeker als er een breed plan bij hoort dat op basis van doelstellingen is samengesteld. Volgens de ambtenaren is er in zo’n geval een uitvoeringsplan dat aan de voorwaarden van de rijksoverheid voldoet. Voor de
jaarrekening is dit te gedetailleerd. Voor Samenleving gaat het al snel over € 1 miljoen waarmee de gemeente veel partijen ondersteunt; dit is niet kort en bondig weer te geven. Daar komt bij dat de
toezegging vanuit de rijksoverheid pas halverwege 2023 kwam. Er was dus maar heel weinig tijd om de plannen tot in detail uit te werken en het geld te verdelen.
Doelstelling 4: Utrecht heeft voldoende goede en toegankelijke buurtvoorzieningen •
Er worden drie indicatoren genoemd, namelijk de barcode, het meerjarig perspectief en de bezettingsgraad. Hoe wordt daarop gestuurd?
Het gebruik van de voorzieningen is in orde; dit wordt toegelicht in de nota meerjarig perspectief. In stadsuitbreidingen komen er nieuwe buurtcentra bij. De doelstelling inzake vierkante meters wordt
ook gerealiseerd. De bezettingsgraad (kpi = 1.800 uur) wordt berekend aan de hand van de bezetting van ruimtes in de buurtcentra. In de afgelopen jaren werd toenemend gebruik gezien. De
raadsrapporteurs vinden dat dit niet heel concreet in de jaarstukken terug is te vinden, terwijl het wél concrete indicatoren zijn.
5 van 9
Hebben de beleidsambtenaren de indruk dat het succes voldoende te meten is aan de hand van de
drie genoemde uitgangspunten? De functie van de buurtcentra wordt als ‘voldoende’ beoordeeld; wat
is er nodig om hier ‘goed’ van te maken? De beleidsambtenaren verwijzen in dit verband naar de nota meerjarig perspectief. Daarin wordt de hoeveelheid en de kwaliteit van de buurtcentra toegelicht. De centra moeten voor iedereen toegankelijk zijn, en worden benut door verschillende soorten doelgroepen. Ze moeten ook aansluiten bij de behoeften van de wijk.
Er zijn ook uitdagingen zoals stijgende kosten en netcongestie. Toch wordt gerapporteerd dat het op het gebied van investeringen goed gaat. De uitdagingen en het kennelijke succes zijn voor de
raadsrapporteurs niet goed te matchen. De ambtenaren bevestigen dat het steeds lastiger wordt om voldoende te investeren vanwege de oplopende bouwkosten en toenemend inwonertal. In de
afgelopen jaren is de gemeente er echter toch wel in geslaagd om voldoende te realiseren, ondanks de sterke inflatie. Omdat er een reserve is gevormd, verwachten de ambtenaren dat de benodigde
investeringen in elk geval de komende twee jaar door kunnen gaan. Hoe dit op langere termijn gaat is nu nog niet te zeggen, al wijst alles er wel op dat de druk op de investeringen zal toenemen.
Met inflatie en stijgende kosten wordt rekening gehouden door het ontwerp te versoberen, zoals
bijvoorbeeld in Zuilen gebeurt. Dit wordt nog steeds een goede buurtvoorziening, maar wat minder fraai dan de architect had gewild. Een groter probleem dat wordt verwacht is de netcongestie. Voor
Buurtcentrum Zuilen kon men nog net op tijd een aansluiting op het elektriciteitsnet aanvragen, maar het is wel duidelijk dat dit voor nieuwe voorzieningen in de komende jaren niet zo gemakkelijk zal gaan. Voor de raad zal dit zichtbaar worden in het tempo. Realisaties zullen minder snel gaan dan wenselijk is.
Doelstelling 5: Inwoners kunnen op hun eigen manier en niveau sporten en bewegen in een veilige omgeving •
Wat wordt er gedaan aan de grote verschillen in sportparticipatie tussen verschillende opleidingsniveaus?
Er is een nieuwe sportnota in voorbereiding. Voor inzicht in de verschillen wordt de monitor
geraadpleegd. De gemeente wil het meest inzetten op groepen waarvoor sporten en bewegen niet
vanzelfsprekend is. Er is aanleiding om aan te nemen dat opleidingsniveau daar in toenemende mate
bepalend voor is. De inzet is om samen met partnerorganisaties en sportaanbieders te bedenken hoe de achterblijvende groep toch kan worden bereikt en gefaciliteerd. Het is eenvoudig: hoger
opgeleiden sporten en bewegen meer. In dit verband geldt: ongelijk investeren voor gelijke kansen. •
Er zijn forse wachtlijsten voor zwemles, onder andere vanwege personeelstekort en hoog ziekteverzuim. Hoe wordt dit opgelost, of is het al opgelost?
Dit blijft een knelpunt, wordt gezegd. Er wordt doorlopend personeel geworven, maar de opleiding
tot instructeur duurt een jaar. We zijn dus snel een jaar verder voor er nieuw personeel kan worden
ingezet. Het ziekteverzuim heeft negatieve invloed op de programmering: minder kinderen halen hun
6 van 9
diploma en de wachttijden lopen op. De inzet is om de wachttijd terug te brengen tot zoals deze was vóór de coronajaren.
Wat zijn de oorzaken van het hoge ziekteverzuim en de personeelstekorten? Die oorzaken zijn niet zo precies aan te geven; personeelstekort speelt overal. Het ziekteverzuim kan het gevolg zijn van hoge werkdruk. De Utrechtse zwembaden zijn hier niet uniek in. •
Wat wordt bedoeld met de indicator ‘percentage kinderen met wekelijkse sportdeelname naar wijk?’ Waarom is gekozen voor wekelijkse sportdeelname?
De verklaring is dat Utrecht aansluit bij de landelijke richtlijn voor sportdeelname. Dit wordt gemeten door aan basisschoolkinderen te vragen hoe vaak zij sporten en waar zij dat doen; zie de
Jeugdmonitor. De raadsrapporteurs merken op dat eenmaal per week sporten onder de ambities van veel politieke partijen en het college ligt. •
Solidariteitspotjes. In de jaarstukken wordt aangegeven dat dit niet volgens plan is uitgevoerd als gevolg van verschillende crises (energie en corona). Waarom is dat zo geformuleerd?
Omdat dat de reden is. Verenigingen hebben hun solidariteitspotje niet ingezet, ook niet na
aandringen van de gemeente, omdat zij simpelweg andere zaken het hoofd moesten bieden, ‘nu even niet!’ De gemeente houdt hier de vinger wel aan de pols, omdat het voor bepaalde inwonersgroepen misschien niet meer mogelijk is om lid te worden van een sportvereniging. •
Zie sportstimulering: er is € 5 miljoen voor begroot, en € 3,5 miljoen voor uitgegeven. Hoe is het verschil van € 1,5 miljoen te verklaren?
Dat komt doordat er een fout in de begroting is gemaakt; dit wordt wel toegelicht. Het gaat om een
verschil van circa € 1,5 miljoen, waarmee bij de realisatie rekening is gehouden. Oorzaak: een oude
regeling voor combinatiefuncties werd in 2023 vervangen door een SPUK (in het kader van het GALAakkoord). Die nieuwe regeling (€ 1,5 miljoen) werd aan de begroting toegevoegd en de oude regeling werd eruit gehaald, echter van de verkeerde plek, namelijk uit het Gemeentefonds. Dit had uit het programma Sport gehaald moeten worden.
Betekent dit dat er in voorgaande jaren meer aan sportstimulering werd uitgegeven? Nee, het is simpelweg een technische ingreep. Er is een regeling vervangen, maar daarvoor werd vrijwel
hetzelfde bedrag toegekend. Het juiste bedrag is € 3,5 miljoen, niet € 5 miljoen. Er zijn in 2023 middelen bijgekomen voor de nieuwe regeling, maar de oude regeling werd niet afgevoerd. •
Is inzichtelijk in welke mate en op welke schaal de verschillende regelingen bijdragen aan sportdeelname door kinderen in armoede? Worden alle kinderen bereikt?
Het bereik is per regeling aangegeven; daaruit valt af te leiden dat niet iedereen wordt bereikt, en er kan ook sprake zijn van overlap. Er wordt uitgelegd dat de regelingen voor verschillende doelen
worden ingezet: het sportfonds is exclusief voor materiaal, andere regelingen zijn er voor contributie.
7 van 9
De mensen voor wie de regelingen bedoeld zijn, weten deze niet altijd te vinden, en als men ze wél vindt, zijn er soms problemen met het invullen van het aanvraagformulier.
Zou het bereik groter worden als er meer geld aan kan worden besteed? Hier blijkt een jaar geleden
onderzoek naar te zijn gedaan, naar de factoren waardoor mensen al dan geen gebruik maken van dit soort regelingen. Onbekendheid met de regelingen blijkt te spelen, maar ook schaamte, en de mate waarin de regeling wordt begrepen. Samen met de partnerorganisaties die de regelingen uitvoeren wordt nagedacht over vergroting van het bereik.
Doelstelling 6: Utrecht heeft voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen •
Inwoners zijn tevreden over de sportvoorzieningen in hun buurt, maar de sportverenigingen zijn een stuk minder tevreden. Hoe moeten we dit duiden?
Inwoners die lid zijn van een vereniging kunnen daar best tevreden over zijn, maar de vereniging zelf kampt misschien wel met lange wachtlijsten, en moet elk jaar opnieuw een aanvraag indienen. Leden staan daar ver vanaf. Het is toch enigszins onverklaarbaar, vinden de raadsrapporteurs, want van inwoners worden wel signalen gehoord dat er voetbalwedstrijden worden geannuleerd of dat
hockeyteams op het aller-achterste veld moeten spelen. Dit hangt van de vraag af, zo wordt dit
verduidelijkt, want aan verenigingsbesturen wordt niet gevraagd of zij de accommodatie schoon en veilig vinden – aan individuele sporters wel.
•
De bezettingsgraad van accommodaties verschilt per dag, wat best een punt van zorg is, want het streven is: zo efficiënt mogelijke bezetting.
Volgens de ambtenaren is dit een grote uitdaging. Verenigingen én hun leden moeten bereid zijn om niet alleen ’s avonds te trainen, maar ook overdag, bijvoorbeeld op zondagen, of op vrijdagavonden. Wat voetbal betreft speelt de KNVB hier ook een rol; die organisatie zou moeten stellen dat er
voortaan in weekends wordt gevoetbald – van vrijdagavond 19.00 uur tot zondagavond 18.00 uur. Tussen die tijden worden teams dan ingeroosterd.
Is dat realistisch? Hierop wordt de suggestie gedaan om de vraag om te draaien: stel dat iedereen op zaterdag wil voetballen, wat de gemeente dan optimaal gaat faciliteren – dat moet dan binnen de
grenzen van de stad, maar er zijn nu, bij de huidige ledenaantallen, al tekorten. Die zullen nog verder oplopen met de groei van de stad. •
Bij de zwembaden lopen de bezoekersaantallen terug, wat waarschijnlijk samenhangt met de openingstijden. Kan dit worden verduidelijkt?
Utrecht heeft op termijn een extra zwembad nodig; dit is dan ook gepland. Maar om de zwembaden
open te houden, is er personeel nodig. Eerder werd het capaciteitsgebrek al toegelicht. Onvoldoende personele bezetting heeft effect op de bezoekersaantallen, niet op de vraag naar zwemwater. Als er meer personeel bij komt, zullen ook de bezoekersaantallen weer toenemen. Terzijde: een nieuw zwembad heeft een aansluiting op het stroomnet nodig – een onzekere factor.
8 van 9
De begroting vermeldt een lager bedrag aan lasten dan de realisatie. Toelichting: VGU (vastgoed) en VGE (exploitatie) hebben de begroting samengesteld. De behandelend ambtenaar kan dit niet exact toelichten. Desalniettemin zijn de raadsrapporteurs benieuwd naar de oorzaak van het verschil. Dit
wordt mogelijk toegelicht in de B-rap, maar die komt niet terug. Zou de btw de verklaring zijn? Btw kan worden teruggevorderd. Hierop verduidelijkt een ambtenaar dat de rijksoverheid het lage btwtarief op sport in 2019 deels heeft afgeschaft. Op accommodatiehuur mag dus btw in rekening
worden gebracht. De rijksoverheid heeft daar een subsidie voor ingesteld, om hogere lasten voor
sporters te vermijden (SPUK sport). Deze compenseert de btw gedeeltelijk. De btw-regeling is met twee jaar verlengd. •
De laatste vraag gaat over het Mulier kengetal.
Het gaat niet zozeer om dat kengetal, wordt gezegd; er worden tweejaarlijkse capaciteitsramingen
gedaan om te bepalen wat de stad aan sportvoorzieningen nodig heeft. Ten opzichte van de normen geeft dit een indicatie van extra te realiseren voorzieningen voor verschillende sporten. Sluiting
Vragen die niet aan de orde zijn geweest, zullen schriftelijk worden beantwoord. De raadsleden bedanken de ambtenaren voor hun tijd en hun toelichtingen. Allen kijken terug op een zinvol gesprek.
9 van 9