CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag geluiden ophalen fase 1

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat 'Raadsbrief Wet betaalbare huur en Actieplan middenhuur4.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Verslag fase 1 geluiden ophalen Beleidsnota wonen

juni 2024

Pagina 1 van 20

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding en aanpak ....................................................................................................................3

2.

Belangrijkste conclusies ..............................................................................................................5

3.

Resultaten eerder onderzoek en gesprek ...................................................................................6

4.

Gesprekken met stakeholders .....................................................................................................8

5.

DenkMee over toekomst van wonen ..........................................................................................11

Pagina 2 van 20

1. Aanleiding en aanpak Aanleiding Wonen is bij uitstek een sociaal en maatschappelijk vraagstuk: iedereen heeft ermee te maken. De vraag of je een dak boven je hoofd hebt is bepalend voor de kwaliteit van veel andere aspecten van je leven. Voor een populaire stad als Utrecht én in tijden van woningnood is het vinden of houden van een woning voor veel mensen een dagelijkse uitdaging. De woonvisie bevat de bestaande kaders en uitgangspunten voor het beleid op wonen in de gemeente Utrecht. Sinds het vaststellen van de huidige woonvisie in 2019 is er veel veranderd op het gebied van wonen. De woningtekorten zijn opgelopen, marktomstandigheden zijn veranderd en zowel de gemeente als andere overheden willen meer regie pakken op de volkshuisvesting. Met het coalitieakkoord is die beweging verder ingezet. Daarnaast is bepaald dat de woonvisie voor ten hoogste de eerstvolgende vijf kalenderjaren wordt vastgesteld. Daarom werken we in 2024 aan een nieuwe beleidsnota. Doel Gezien de maatschappelijke relevantie van wonen, willen wij zo goed mogelijk samen met Utrechters tot een beleidsnota voor wonen komen. Het moet een nota zijn met oplossingen waar mensen zich in herkennen.

In de aanpak van de beleidsnota is daarom het volgende doel gesteld: We streven naar een beleidsnota wonen waarin zoveel mogelijk Utrechters zich herkennen en waarin oplossingen voor problemen van (toekomstige) Utrechters terugkomen. Proces Om te komen tot de beleidsnota wonen onderscheiden wij de volgende fases in het proces: 1. Analyseren (“we zien” - Q1 t/m Q2 2024): Om onderbouwde en afgewogen keuzes te kunnen maken brengen wij in de eerste fase van de aanpak de trends en ontwikkelingen in beeld en houden we bestaand woonbeleid tegen het licht. We streven naar een nota waarin Utrechters zich herkennen en waarin oplossingen voor problemen van inwoners terugkomen. Om dit te doen gaan we in gesprek met bewoners en organisaties in de stad. 2. Richting bepalen (“we vinden” - Q2 2024 t/m Q1 2025) Op basis van de verzamelde onderzoeksgegevens en input van belanghebbenden geven wij invulling aan de vraag wat voor woonstad Utrecht moet zijn en welke doelen daarbij horen. 3. Besluiten (Q2 2025) De laatste fase richt zich op besluitvorming. In Q1 2025 leggen we de beleidsnota ter besluitvorming voor aan uw raad. Context / kader Conform de beleidsnota Samen stad Maken zetten we in de eerste fase in op het peilen van Utrechters.

In de beleidsnota Samen Stad Maken is hierover het volgende opgenomen: De gemeente is verantwoordelijk en voert een brede peiling uit door middel van informatie geven (bijvoorbeeld over bestaande kaders) en vragen stellen onder gebruikers en belanghebbenden. Naast gebruikmaken van reeds bekende inwonerssignalen stellen we aanvullende vragen, zowel online als offline, bijvoorbeeld op straat of in gesprekken met kleinere groepen mensen en verschillende relaties of stakeholders bij elkaar. Op die manier horen we ook geluiden die ons niet vanzelf bereiken en stimuleren we dat Utrechters met elkaar in gesprek gaan. Op basis van deze brede inventarisatie, krijgen het college en de raad inzicht in de verschillende belangen en kan dit onderdeel zijn van een integrale afweging in een besluit.

Pagina 3 van 20

Aanpak fase 1 geluiden ophalen In de eerste fase van de beleidsnota zetten we in op het breed ophalen van geluiden en beelden bij stakeholders en inwoners. We brengen aan de start van het proces in kaart wat er leeft onder inwoners en stakeholders, zodat we kunnen bepalen wat de gemeente hiermee kan doen. Dit vormt de basis waarop we bepalen hoe we het participatieproces in fase 2 inrichten. In fase 1 zijn de volgende stappen doorlopen: 1. Analyse eerder onderzoek en gesprek: de gemeente gaat op verschillende momenten in gesprek met de stad. De afgelopen periode is via diverse enquêtes informatie opgehaald bij inwoners. De resultaten die relevant zijn voor het domein wonen hebben we geanalyseerd op basis van tekstanalyse. 2. Gesprekken met stakeholders: om een zo compleet mogelijk beeld van de zorgen en wensen van de stad te krijgen zijn wij in gesprek met verschillende samenwerkingspartners en belangenorganisaties gegaan. Dit is een doorlopend proces en dit verslag vormt een tussenstand. 3. Inwonerspeiling via DenkMee en straatinterviews: We streven naar een plan waarin Utrechters zich herkennen en waarin oplossingen voor problemen van inwoners terugkomen. Daarom brengen we in deze eerste fase via een online peiling op platform DenkMee in kaart hoe tevreden mensen zijn over hun woning en woonomgeving en welke zorgen en suggesties ze hebben op het gebied van wonen.

De opbrengsten zijn vervolgens getoetst met interviews op straat. Daarnaast ontwerpt de Hogeschool voor de Kunsten (HKU) een kunstproject, gericht op vragen over woongeluk onder inwoners. Dit project is aanvullend op de straatinterviews. Vervolg fase 1 geluiden ophalen De uitkomsten van de peiling en straatinterviews vormen de basis voor storytelling. Storytelling is het mondeling vertellen van verhalen in een dieptegesprek met individuele bewoners en focusgroepen. De verdere participatie in fase 2 geven we vorm zodra bekend is welke dilemma’s en onderwerpen voorgelegd kunnen worden vanuit de beleidsnota Wonen, zodat we de participatie gericht kunnen insteken.

Pagina 4 van 20

2. Belangrijkste conclusies Op basis van de stappen die wij in de eerste fase hebben doorlopen is veel informatie vanuit inwoners en samenwerkingspartners opgehaald. Hieronder vatten we de belangrijkste conclusies samen. Vervolgens wordt per hoofdstuk uitwerking gegeven aan de afzonderlijke stappen en gesprekken. De centrale thema’s zijn: 1. Meer woningen: Veel Utrechters zijn zelf op zoek naar een woning, kennen iemand die op zoek is naar een woning of maken zich zorgen dat hun kinderen niet meer in Utrecht kunnen wonen. Ook de beperkte mogelijkheden om door te kunnen stromen naar passende woonruimte worden veel genoemd. Inwoners en partners in de stad zien het toevoegen van woningen als de oplossing. Woningdelen kan voor doelgroepen ook een oplossing zijn. 2. Betaalbaar: Een centraal thema is de noodzaak van betaalbare woningen met specifieke aandacht voor sociale huurwoningen en het creëren van een mix van woningtypes. Veel doelgroepen ervaren knelpunten in het vinden van betaalbare woonruimte. 3. Aandacht voor doelgroepen: In de gesprekken komen veel wensen naar voren van verschillende doelgroepen: starters, studenten, geboren Utrechters, ouderen, kwetsbare doelgroepen en mensen met een zorgvraag. Daarnaast ligt er nadruk op het bouwen van gemeenschap en het creëren van leefbare omgevingen waarin mensen zich betrokken voelen.

Er is ook een behoefte om betaalbaar en gezamenlijk te wonen in coöperatieve woonvormen. Deze zijn zeer divers qua aard, omvang en stadium. 4. Leefbaarheid: Corporaties en zorgpartijen onderstrepen dat naast een passende woning het organiseren van passende zorg en ondersteuning van groot belang is. Ook benadrukken zij het belang van meer gemengde wijken om eenvormigheid tegen te gaan. Corporaties en huurders noemen ook de leefbaarheid en draagkracht in wooncomplexen en buurten als opgave. Ook geven huurders in de inwonerspeiling aan (nog steeds) te worden geconfronteerd met discriminatie en slecht verhuurderschap. 5. Realisme en rol gemeente: veel partners in de stad geven aan behoefte te hebben aan realisme in de plannen van de gemeente en het maken van keuzes in deze tijd van schaarste. Het formuleren van ambities helpt inwoners niet verder als deze niet opgepakt of gerealiseerd kunnen worden. De gemeente komt ongeloofwaardig over als zijn ambities toch blijven uitspreken die niet (voldoende) worden gerealiseerd. Daarnaast wijzen verschillende opmerkingen op de rol van de gemeente in verbeteren van informatievoorziening (specifiek als het gaat om het huurteam), hulp bij het creëren van meer woningen, grondbeleid en het faciliteren van gemeenschapsinitiatieven en samenwerking tussen partijen.

Pagina 5 van 20

3. Resultaten eerder onderzoek en gesprek De gemeente gaat op verschillende momenten in gesprek met de stad. De afgelopen periode is via diverse enquêtes informatie opgehaald bij inwoners. De resultaten die relevant zijn voor het domein wonen hebben we geanalyseerd. We benoemen de belangrijkste resultaten uit: 1. Inwonersenquête 2. Stedenbouwvisie / swipocratie / toekomstgesprekken 3. Sociale visie Inwonersenquête Een van de bronnen waar geluiden uit de stad in samenkomen, is de Inwonersenquête van de gemeente Utrecht. Deze enquête voert afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente uit. De meest recente enquête komt uit het najaar van 2023. Aan het eind van deze uitgebreide vragenlijst krijgen respondenten de mogelijkheid om overige opmerkingen of suggesties over de enquête of over de stad te maken. Een groot deel van de opmerkingen gaat over het thema wonen (12%). Hieronder is beschreven op welke manier deze antwoorden zijn geanalyseerd aan de hand van ‘textmining’. De open antwoorden zijn eerst opgeknipt in een bestand met op elke regel een woord. In de kolommen ernaast staat o.a. de zin waar het woord uitkomt, de woordsoort en het lemma. Dit is een gestandaardiseerde vorm van elk woord. Zo worden ‘woonde’ en ‘woon’ beiden gestandaardiseerd naar ‘wonen’ waardoor ze in de verdere analyse bij elkaar geteld kunnen worden.

Vervolgens is een selectie gemaakt van de antwoorden waarin woorden (lemma’s) in relatie tot wonen genoemd zijn. De woorden die hiervoor zijn gebruikt zijn: wonen, woon, woning, woningmarkt, huur, koop, starter, woonomgeving, verhuizen, betaalbaar, hoogbouw, laagbouw en segregatie. Van deze antwoorden zijn alle woorden in de zin gevisualiseerd in een zogenaamde ‘word cloud’ (woordenwolk). Zo valt te zien welke woorden er gezegd zijn in relatie tot wonen. Dit is ook in beeld gebracht per wijk (zie bijlage). Hoe groter het woord in de word cloud, hoe vaker het genoemd is. Stadsbreed Stadsbreed wordt er o.a. veel gezegd over (gebrek aan) betaalbare woningen en het moeilijk kunnen vinden van een passende woning. Ook wordt er veel gezegd over de woonomgeving en de eigen buurt, zoals overlast, afval en verkeer.

Pagina 6 van 20

Stedenbouwvisie In het kader van de Stedenbouwvisie is een (online) enquête uitgevoerd. De enquête was door middel van ‘swipocratie’ in te vullen. Swipocratie is een peiling, bedoeld om snel een indruk te krijgen hoe Utrechters denken over bepaalde onderwerpen en op te halen wat er leeft in de stad. Het is dus geen statistische toets. Ruim 4.500 Utrechters hebben de enquête ingevuld en zijn dus op geen enkele manier geselecteerd. De belangrijkste resultaten uit de swipocratie voor het thema wonen zijn: • Utrechters willen meer groen, ruimte om elkaar te ontmoeten en vinden het prima als er hoogbouw komt. Utrechters hebben een zorg hoe leven we samen in de veranderende stad. • Over de noodzaak van meer woningen bouwen verschillen de meningen. Zo zien groepen (63% onder de 18-25-jarigen) die over het algemeen nog geen eigen woning hebben graag meer (betaalbare) woningen, maar vinden anderen dat niet direct nodig in hun eigen buurt. • Veel Utrechters willen graag een levendige stad. Dat betekent gevarieerde wijken met ruimte voor ontmoeten, ontspannen, sport en recreatie, cultuur, evenementen, horeca en winkels. Tegelijkertijd geeft 70% van de deelnemers aan de enquête aan dat zij meer rustige plekken in de buurt willen. En geeft 61% aan meer ruimte voor ontmoeting te willen in de buurt.

Ook hebben 100 ambtenaren met meer dan 500 mensen persoonlijk op straat gesproken, in alle wijken van de stad. De belangrijkste resultaten voor wonen zijn: • •

•

Woningnood: Er waren veel respondenten die wel iemand kennen die op zoek is naar een woning en deze maar niet kunnen vinden. Betaalbaarheid en soorten woningen: veel respondenten vragen aandacht voor betaalbare woningen. Daarbij lijken inwoners veel waarde te hechten aan meer betaalbaarheid. Daarnaast hebben mensen een genuanceerde mening over hoogbouw, mensen snappen de noodzaak en het wordt soms gezien als kans (bijv. vanwege een lift). Doelgroepen en diversiteit: veel nadruk op woningen voor specifieke doelgroepen, met name ouderen. Hierbij speciale aandacht voor levensloopbestendigheid, toegankelijkheid en de kansen voor doorstroming. Dit vraagt ook om diversiteit in woningtypes. Collectieve voorzieningen of gemeenschappelijk wonen is voor een beperkte groep een thema maar voor sommigen is dit nog ver weg.

Sociale visie Voor de zomer 2023 heeft de gemeente Utrecht straatinterviews afgenomen in het kader van de Sociale Visie. Daarbij konden inwoners een wens voor 2040 opschrijven met de vraag: “wat gun je jouw kinderen of kleinkinderen in deze stad in 2040?” Hierna een samenvatting van de input die betrekking heeft op wonen • Leefbaarheid en gemeenschap: Veel nadruk ligt op het bouwen van gemeenschap en het creëren van leefbare omgevingen waarin mensen zich betrokken voelen. Dit omvat initiatieven zoals buurtmoestuinen, buurtcentra, ontmoetingsplekken en meer mogelijkheden voor sociale interactie tussen buurtbewoners. Daarbij is teven een sterke roep om inclusiviteit, respect voor diversiteit en gelijkheid. Mensen benadrukken het belang van gemeenschapszin en elkaar helpen, los van achtergrond/status. • Betaalbare huisvesting: Een centraal thema is de noodzaak van betaalbare woningen en meer beschikbare huisvesting, met specifieke aandacht voor sociale huurwoningen en het creëren van een mix van woningtypes. • Zorg en welzijn: Zorgen over de zorg, met name voor ouderen en kwetsbare groepen, komen regelmatig naar voren. Ook is er aandacht voor geestelijke gezondheid en het bieden van ondersteuning aan gezinnen.

• Gemeentelijk beleid: Verschillende opmerkingen wijzen op de rol van de gemeente in het faciliteren van gemeenschapsinitiatieven, verbeterde communicatie en betere dienstverlening, samen met meer betrokkenheid en inspraak van burgers.

Pagina 7 van 20

4. Gesprekken met stakeholders Om onze belangrijkste samenwerkingspartners te betrekken bij het proces, gebruikten we deze periode om gesprekken te voeren met de vakmensen, professionals en belangenvertegenwoordigers die een belangrijke rol vervullen in de stad op het gebied van wonen, bouwen, zorg en welzijn in Utrecht. Tot en met mei 2024 hielden we diepte-interviews of werksessies met personen van in totaal 25 organisaties. Daarnaast wordt in zomer van 2024 nog verder gesproken met Sleutelpersonen en Panel Meetellen. De interviews hadden als doel om terug te kijken op de woonvisie 2019 en vooruit te kijken naar welke kwesties volgens de verschillende stakeholders centraal zouden moeten staan in de beleidsnota wonen. Ook werd gevraagd om te reflecteren op de samenwerking met de gemeente. We spraken met: Corporaties en huurders • STUW corporaties o Portaal o Bo-Ex o SSH o Woonin • Huurdersvertegenwoordigers o Huurdersraad Portaal o Huurdersvereniging Bo-Ex o BoKs o Wooninspraak o Huurdersvereniging Weidelanden • Federatie Huurders Commerciële Sector

Belangenorganisaties • Woonprotest • U op Leeftijd • Thirty030 • Vidius • U-2B Heard • Vastgoedbelang Marktpartijen • Development Network Utrecht (DNU) o GENS o GDP o Eracontour o Janssen de Jong o Synchroon o Amvest o Heijmans o Van Wijnen o Vorm

Voorafgaand aan het proces van de beleidsnota is met diverse partners uit de stad gesproken waarmee we samenwerken in het programma (T)huis voor Iedereen, Een (t)huis voor ouderen en vertegenwoordigers namens de woonwagenbewoners. Er is hiervoor gesproken met: • Alle STUW corporaties • Zorgpartijen (vertegenwoordigers kwetsbare en bijzondere doelgroepen en ouderen) • Stadsteam back-up • Vluchtelingenwerk • Kopgroep Een (T)huis voor ouderen In het kader van het actieplan wooncoöperaties is in 2023 een aantal bijeenkomsten georganiseerd en wordt doorlopend het gesprek gevoerd met geïnteresseerden.

Pagina 8 van 20

Tijdens de partnergesprekken bespraken wij de grootste opgaven in de Utrechtse woningmarkt en het effect van de huidige woonvisie. De belangrijkste conclusies zijn hieronder opgenomen: Woningvoorraad: •

•

Betaalbaarheid en een groeiende woningvoorraad zijn voor de meeste partners de grootste prioriteit. Corporaties ervaren een grote druk op de sociale voorraad en pleiten voor het bouwen van meer sociale huurwoningen. Ook geven partners aan dat het geplande aantal nieuwbouwwoningen niet genoeg is om iedereen te huisvesten. Particuliere verhuurders ervaren momenteel veel financiële druk vanwege landelijke maatregelen waardoor het verhuren en creëren van woningen financieel onhaalbaar wordt. Alternatieve opties voor het vergroten van de woningvoorraad zijn niet voor alle doelgroepen haalbaar. Zo is kamerdelen niet mogelijk voor studenten omdat dit de ondergrens van het Actieplan Studentenhuisvesting overschrijd. Ook wordt woningdelen in de vrije sector vaak niet geaccepteerd omdat verhuurders kiezen voor zekerheid en aansprakelijkheid van één persoon of stel. Daarentegen zijn hospessen wel aantrekkelijk voor onder andere studenten. Ook staan studenten, starters en senioren open voor nieuwe woonvormen waaronder woongemeenschappen.

Gemengde wijken: • Het belang van gemengde wijken wordt door veel corporaties en huurders benadrukt. Momenteel is er in bepaalde wijken een te hoge eenvormigheid. Ook moeten de sociale huurwoningen beter over de wijken verdeeld worden. • Wel moet de gemeente reëel blijven want er is niet overal ruimte voor menging en niet iedereen heeft behoefte aan gemengde wijken. Ook zijn gemengde wijken voor doelgroepen verschillend. Studenten hebben bijvoorbeeld andere wensen dan andere bewoners. Doorstroming: • De doorstroom zit op alle lagen klem. Voor starters is het krijgen van een starterswoning de grootste opgave. Alleenstaande starters lopen hier het meest tegenaan vanwege financiële barrières en gebrek aan mogelijkheden om een woning te delen. • Een groot aantal senioren woont heel lang in de sociale huur maar als zij eenmaal verhuizen krijgen zij te maken met enorme huurverhoging. Andere ouderen zijn daarnaast op zoek naar een woning om naar door te stromen vanuit hun koopwoning. Hierbij moet niet vergeten worden dat er bepaalde ouderen voldoende financiële capaciteit om een passende woning te kopen.

•

Momenteel zitten veel studenten klem na het afstuderen, het vergroten van het aantal jongerencontracten kan hiervoor een oplossing bieden.

Woonzorgopgave: • Schaarste als startpunt: het knelt op diverse fronten: aan alle kanten: er is sprake van schaarste op de woning- en arbeidsmarkt, de veerkracht van wijken staat onder druk en ook de financiering van zorg staat onder druk. • Aandachtsgroepen nemen in aantal toe: de kwetsbare en bijzondere doelgroepen nemen in aantal toe en daarnaast vergrijst de bevolking. • Er is onderlinge concurrentie: aandachtsgroepen concurreren onderling over schaarse woningen. • Maak keuzes: de schaarste vraagt om het maken van keuzes: hoe verdelen we de schaarse woningen onder doelgroepen? • Draagkracht wijken is een zorgpunt: corporaties en zorgpartijen maken zich zorgen over de draagkracht van wijken en over het borgen van een goede landing van kwetsbare en bijzondere doelgroepen in de wijk. Pagina 9 van 20

•

•

• •

•

Meer inzicht nodig kwalitatieve vraag: partijen geven aan dat er de afgelopen tijd is er veel focus geweest op het vergroten van het aanbod van woonruimte (kwantitatieve vraag). Er is meer inzicht nodig in wat de kwalitatieve vraag is van de aandachtsgroepen. Community building is essentieel: partijen onderstrepen het belang van community building bij nieuwe (gemengde) woonprojecten. Men heeft behoefte aan afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en financiering. Beter benutten bestaande voorraad: naast het bouwen van nieuwe woningen, onderschrijven partijen de noodzaak om ook de bestaande voorraad beter te benutten. Vergeet de ouderen niet: partijen geven aan dat de urgentie bij ouderen minder zichtbaar is, maar er wel daadwerkelijk is en niet mag worden vergeten. Daarnaast worden ook de kwetsbare en bijzondere doelgroepen ouder. Belang passende zorg en ondersteuning: naast het toevoegen van passende woonruimte is het organiseren van zorg en ondersteuning van groot belang.

Rol van de gemeente: Veel partners gaven aan dat de gemeente een rol kan spelen in het aanpakken van woonopgaven. De volgende kwamen aan bod: •

•

•

•

•

Woningbouw: Door de hoge druk op de sociale voorraad moeten corporaties afwegingen maken tussen bouwen, verduurzamen en huurmatiging. De gemeente kan hierbij helpen door scherpere afwegingen te maken wat betreft de eisen aan woningbouw en verduurzaming. Een alternatief hiervoor is het toestaan van meer hoogbouw. Ook kan de inzet van actief grondbeleid, projectmanagement en partnerschap tussen de gemeente en corporaties helpen met het te doen slagen en te versimpelen van projecten. Sturen op doelgroepen: Er moeten scherpere keuzes gemaakt worden om het tekort aan (onzelfstandige) studentenwoningen aan te pakken. Door meer verschillende woonvormen te realiseren kan de gemeente bijvoorbeeld starters en ouderen helpen met het vinden van een woning. Gemengde wijken: Marktpartijen en corporaties geven aan dat de sociale huur verhoudingen veranderd moeten worden om meer gemengde wijken te kunnen realiseren. Corporaties vinden dat er scherpere afwegingen gemaakt moeten worden over hoe om te gaan met gemengde wijken en leefbaarheid in kwetsbare complexen en wijken. De gemeente moet proberen slim(mer) te mengen met wat past bij de wijken en bij welke doelgroep. Doorstroming: Het is belangrijk om voorzieningen aan te leggen en om ouderen uit dezelfde wijk voorrang te geven aan woningen en het verschil in huur/kosten te beperken.

De gemeente moet meer ruimte creëren voor doorstroom door meer starterswoningen en seniorenwoningen te bouwen. Informatievoorziening en expertise: Huurders hebben behoefte aan meer informatie en hulp vanuit de gemeente in de vorm van informatie en juridische bijstand bij geschillen met de verhuurder. Het Huurteam is nog vrij onbekend onder huurders en moet zichtbaarder gemaakt worden. De gemeente zou de Vereniging van Eigenaren en particuliere verhuurders moeten ondersteunen bij het verduurzamen en optoppen van woningen. Deze hulp kan de vorm aannemen van het informeren over de opties, beschikbaar stellen van kennis en door hierbij te vermelden hoeveel geld hiervoor beschikbaar is en hoeveel woningen verduurzaamd en gebouwd kunnen worden. Dit kan georganiseerd worden via een “optop- en verduurzamingsdesk”.

Pagina 10 van 20

5. DenkMee over toekomst van wonen We streven naar een plan waarin Utrechters zich herkennen en waarin oplossingen voor problemen van inwoners terugkomen. Daarom brengen we in deze eerste fase via een online enquête op participatieplatform DenkMee in kaart hoe tevreden mensen zijn over hun woning en woonomgeving en welke zorgen en suggesties ze hebben op het gebied van wonen. Responsanalyse De online enquête is tussen 24 april en 12 mei opengesteld op het participatieplatform DenkMee van de gemeente Utrecht. In deze periode is de enquête 1.223 keer ingevuld. Omdat de vragenlijst openbaar was, kunnen dezelfde mensen de vragenlijst vaker ingevuld hebben. De enquête is niet altijd volledig ingevuld. 69% van de enquêtes is volledig ingevuld waardoor ook achtergrondkenmerken van de respondenten bekend zijn. Van de volledig ingevulde enquêtes is 96% van de respondenten (803 in totaal) woonachtig in Utrecht. De respons vanuit Utrecht is verdeeld over de tien Utrechtse wijken zoals opgenomen in de figuur hieronder.

▪

▪

Het merendeel (63%) van de respondenten die de enquête volledig heeft ingevuld woont in een koopwoning en 36% woont in een huurwoning, waarvan 21% corporatiehuur en 15% particuliere huur. Ter vergelijking: van alle woningen in Utrecht betreft 44% een koopwoning, 30% een corporatiewoning en 24% een particuliere huurwoning (bron: Monitor Wonen, peildatum 1 januari 2024). 4% van de respondenten is jonger dan 25 jaar, 32% is tussen de 25 en 39 jaar, 37% is tussen de 40 en 59 jaar, en 27% is 60 jaar of ouder. Vergeleken met de Utrechtse bevolking (van 18 jaar en ouder) laat de groep respondenten een oververtegenwoordiging zien van 40-plussers, en een ondervertegenwoordiging van mensen jonger dan 40 jaar. NB: ook niet-Utrechters (4%) hebben de vragenlijst ingevuld.

De analyse van de respons naar woonsituatie en leeftijd laat zien dat de enquêteresultaten niet representatief zijn voor de Utrechtse bevolking. Desondanks geven de resultaten een beeld van hoe verschillende mensen het wonen in Utrecht ervaren en vormt het een aanleiding voor vervolggesprekken met diverse groepen op de woningmarkt. ▪

Van de respondenten die de vragenlijst volledig heeft ingevuld is 41% op zoek naar een andere woning en 59% is dat niet. Het merendeel (24%) is voor een andere woning alleen op zoek in Utrecht, 13% zoekt in Utrecht of daarbuiten en 4% zoekt een woning buiten Utrecht. Van alle woningzoekende respondenten is het merendeel (41%) tussen de 25 en 39 jaar oud. 31% is tussen de 40 en 59 jaar, 20% is ouder dan 60 jaar, en 8% is jonger dan 25 jaar.

Hieronder volgen de resultaten van de voorgelegde stellingen uit de enquête.

Pagina 11 van 20

Stelling: ‘Ik kan in mijn woning het leven leiden zoals ik wil’

Circa twee derde van de respondenten kan in de eigen woning het leven zoals men wil. Binnen de groep 60-plussers ligt het aandeel op 79%, binnen de groep 40-59 jaar op 67%, en onder de respondenten jonger dan 39 jaar ligt het aandeel op 51%. In de jongste leeftijdsgroep geeft 38% van de respondenten aan in hun woning niet het leven te kunnen leiden dat men wil.

Stelling: ‘Ik voel mij thuis in mijn directe omgeving’

Binnen alle leeftijdsgroepen voelt circa driekwart van de respondenten of meer zich thuis in de directe woonomgeving. Bij de groep 60-plussers (82%) ligt het percentage het hoogst, gevolgd door de 40-59 jarigen (79%) en de groep jonger dan 39 jaar (73%). 9% van alle respondenten voelt zich op enigerlei wijze niet thuis in de eigen woonomgeving. Hierin zijn geen duidelijke verschillen tussen leeftijdsgroepen te zien.

Stelling: ‘Ik vind mijn woning betaalbaar’

Als het gaat om betaalbaarheid zijn er grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen. Gemiddeld genomen vindt ongeveer de helft (53%) van de respondenten hun woning betaalbaar (zeer eens of eens met de stelling). Onder de groep 60-plussers vindt 70% hun woning betaalbaar, terwijl van de respondenten onder de 39 jaar slechts 41% hun woning betaalbaar vindt. In deze groep bestempelt een derde van de respondenten (32%) hun woning als ‘onbetaalbaar’, terwijl dit aandeel onder de groep 60-plussers (15%) de helft lager ligt.

Pagina 12 van 20

Stelling: ‘Ik vind mijn woning…’

Bijna twee derde (65%) van de respondenten is tevreden over de omvang van de huidige woning (’niet te groot, niet te klein’). De tevredenheid over de omvang van de huidige woning is bij 60-plussers het hoogst (75%). Bij de groep onder de 39 jaar ligt de tevredenheid met de omvang op 51%. Het zijn vooral 60-plussers (19% van de groep) die vinden dat hun woning te groot is. Andersom zijn het vooral respondenten tot 39 jaar (40% van de groep) die vinden dat hun woning te klein is. Stelling: ’Ik woon graag in een wijk met…’ (1)

Bij de stelling of mensen graag in een wijk met mensen van verschillende leeftijden wonen, zijn geen grote verschillen tussen leeftijdsgroepen onder de respondenten zichtbaar. Gemiddeld is ruim 80% het (zeer) eens met de stelling. 3% is het (zeer) oneens. Respondenten onder de 39 jaar hebben in iets mindere mate de neiging om in een wijk te wonen met mensen van verschillende leeftijden, dan respondenten onder de oudere leeftijdsgroepen. Meer dan de helft van alle respondenten (54%) woont graag in een wijk met mensen van verschillende culturen en nationaliteiten. De leeftijdsgroep 40-59 jaar is het minst geneigd om in een wijk te wonen met mensen van verschillende culturen en nationaliteiten: 48% is het (zeer) eens met de stelling. Tegelijkertijd is 19% van de 40 tot 59-jarigen het (zeer) oneens met de stelling, terwijl het gemiddeld onder alle respondenten op 15% ligt. Over wonen in een wijk met een mix van woon- en werklocaties zijn respondenten boven de 60 jaar minder enthousiast dan respondenten onder de 60 jaar.

Pagina 13 van 20

Stelling: ’Ik woon graag in een wijk met…’ (2)

Bij de stelling of mensen graag in een wijk met verschillende type huizen wonen, zijn nauwelijks verschillen tussen leeftijdsgroepen onder de respondenten zichtbaar. Gemiddeld is 61% het (zeer) eens met de stelling en 17% is het (zeer) oneens. Ook met de stelling of men graag wil wonen in een wijk waarin woningen staan met verschillende prijs- en eigendomsklassen is gemiddeld genomen het merendeel (60%) van de respondenten het (zeer) eens. 18% woont niet graag in een wijk met verschillende prijs- en eigendomsklassen. De groep 40-59 jaar is het minst enthousiast over deze vorm van gemengd wonen: 24% is het (zeer) oneens met de stelling. Ruim de twee derde (69%) van de respondenten woont graag in een wijk met een mix van wonen en winkels/horeca. De verschillen tussen de leeftijdsgroepen zijn groot; respondenten tot 39 jaar (78% (zeer) eens, 10% (zeer) oneens) wonen liever in een wijk met winkels en horeca dan respondenten boven de 60 jaar (58% (zeer) eens, 21% (zeer) oneens).

Pagina 14 van 20

Antwoorden op open vragen in DenkMee enquête Naast het reageren op meerdere stellingen is in de DenkMee enquête ook gevraagd om antwoord te geven op een aantal open vragen. Het merendeel van de respondenten heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Respondenten konden enerzijds een toelichting geven op de stellingen die hierboven aan bod zijn gekomen. Daarnaast kregen ze een aantal nieuwe vragen voorgelegd. De toelichtingen op de stellingen worden in dit verslag niet behandeld, maar worden gebruikt in de vervolgfase van het participatieproces als input voor gesprekken met verschillende aandachtsgroepen op de Utrechtse woningmarkt. De antwoorden op een drietal open vragen zijn hieronder gevisualiseerd in zogenaamde ‘word clouds’ (woordenwolken). Hoe groter het woord in de word cloud, hoe vaker het genoemd is. Zo valt te zien wat de meest genoemde woorden zijn. De word cloud is gefilterd op de frequentie waarin het woord voorkomt in de antwoorden. Alleen woorden die twee keer of meer zijn genoemd, zijn zichtbaar in de word cloud. Ook zijn in de word cloud alleen werkwoorden en zelfstandige naamwoorden opgenomen, omdat andere type woorden in de open antwoorden minder zeggingskracht hebben. Vraag: ‘Wat is voor jou het meest waardevol in je huidige woonsituatie?’ (834 antwoorden)

Vraag: ‘Wat zie je als het grootste probleem op het gebied van wonen in Utrecht?’ (864 antwoorden)

Pagina 15 van 20

Vraag: ‘Wat raad je de gemeente aan om te doen om de wooncrisis aan te pakken?’ (838 antwoorden)

Pagina 16 van 20

Bijlage Wordclouds per wijk van antwoorden op de vraag uit Inwonersenquête 2023: ‘Hebt u nog opmerkingen of suggesties?’, gerelateerd aan het onderwerp ‘wonen’. Noordwest

Vleuten-De Meern

Zuidwest

Pagina 17 van 20

Noordoost

Leidsche Rijn

Binnenstad

Pagina 18 van 20

Overvecht

Oost

West

Pagina 19 van 20

Zuid

Pagina 20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7dee1b5d-d725-4e4c-8876-a0dcf22dce05