CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 20210311 Vragenuur ( Vraag 1 pag 1-2).pdf

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 15 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: MV 1 Vragenuur 11 maart 2021 over Zonder Broedplaatsen, geen werkplek voor de Makers9.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2020 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 11 maart 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 11 maart 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: De heer De Pagter. Aan het vragenuur nemen deel de leden: Assen, Bijsterbosch, Van Dalen, Deldjou Fard, Işik, Koning, Saiah, Sturkenboom, Virginia en Wijmenga. Namens het college nemen deel: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Van Hooijdonk, Klein en Verschuure. Voorts nemen deel de fractiemedewerkers: Boudens, Van Mil en Snippe. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. Er zijn tien sets vragen ingekomen. 1. Vragen van mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) en mevrouw Bijsterbosch (D66) inzake Zonder Broedplaatsen geen werkplek voor de Makers. Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! De coronacrisis is een mokerslag voor de culturele sector. Om deze sector staande te houden, zijn verschillende maatregelen genomen. Toch vallen er instellingen tussen de wal en het schip. Vooral de makers zitten telkens met lege handen. De inkomsten van zelfstandige makers en freelancers zonder personeel zijn flink gekrompen. De noodsteun is niet altijd toereikend.

Voor de genoemde groep zijn sedert 2020 op verzoek van de GroenLinks-fractie en anderen de voorwaarden voor de impulssubsidie versoepeld. Het is mooi dat deze regeling ook in 2021 wordt voortgezet. Dat zorgt ervoor dat de makers kunnen blijven doen waar ze goed in zijn, namelijk het maken van cultuur. Helaas ziet de GroenLinks-fractie een nieuw probleem opduiken. Ze maakt zich zorgen over het voortbestaan van de ongesubsidieerde werkplekken in Utrecht, de zogenaamde broedplaatsen. Recentelijk trok De Nijverheid aan de bel. Dat is een broedplaats die zich staande houdt door het ruimte bieden aan diverse culturele instellingen en horeca en door het verhuren van vergaderplekken en atelierruimte aan beeldende kunstenaars en musici. Het is een unieke plek die landelijk wordt geprezen en die Utrecht op de kaart zet. De Nijverheid zegt zich zorgen te maken over de toekomst. Verschillende inkomsten vallen weg vanwege de genomen maatregelen. Als De Nijverheid verdwijnt, verliest Utrecht een van haar rafelranden. Nog erger: circa 50 makers verliezen dan de atelierruimte waar zij werken om hun brood te verdienen, terwijl de makers al door de crisis ingrijpend zijn geraakt. Het steunen van culturele organisaties, die geen subsidierelatie hebben met de gemeente, is ingewikkeld.

Voor wat de GroenLinks-fractie betreft, is het belangrijk om tijdens deze crisis behalve grote en kleine culturele instellingen ook makers en freelancers te steunen. De GroenLinks-fractie wil graag dat het college de mogelijkheden verkent om Utrechtse broedplaatsen, die in nood verkeren, de helpende hand te bieden. In de raadsbrief van 6 januari 2021 over coronagerelateerde zaken staat dat er van het eerste

Vragenuur van 11 maart 2021 noodsteunpakket van de gemeente Utrecht voor cultuur EUR 1,315 miljoen is overgebleven. Er komt een nieuw steunpakket van het Rijk. De situatie van De Nijverheid brengt ons op volgende vragen. 1. Is het college op de hoogte van de situatie waarin De Nijverheid momenteel verkeert? 2. Is het college op de hoogte van hoe het momenteel met andere Utrechtse broedplaatsen gaat? Zo, ja, kan het college die situatie schetsen? Zo nee, wil het college die in kaart brengen? 3. Wil het college toezeggen om De Nijverheid en andere broedplaatsen te steunen? Zo ja, dan kregen wij daarover graag meer toelichting. Zo nee, wat zijn dan de belemmeringen? Hoe kunnen die worden weggenomen? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de gestelde vragen. Het antwoord op vraag 1. Ja, wij hebben nauw contact met De Nijverheid, net als met andere broedplaatsen. Het antwoord op vraag 2. Door de gesprekken die wij bestuurlijk en ambtelijk met de sector voeren, hebben wij in beeld dat er niet direct problemen zijn rond de bedrijfsvoering. De plekken die er zijn, worden ook niet zomaar opgezegd - dat is echt het allerlaatste wat men doet; men wil zijn plek niet kwijtraken. En als iemand de huur opzegt, is er meteen iemand anders die erin wil. Dat betekent dat er voor de bedrijfsvoering van de broedplaatsen geen grote problemen zijn.

Wat wél een rol speelt, is dat een groep niet voor niets bij elkaar is. Afhankelijk van wie er bijkomt, kan dat voor verwatering en een verminderde onderlinge binding zorgen. Wij houden daarom nauw de vinger aan de pols. Wij herkennen dat bepaalde zaken, bijvoorbeeld inkomsten uit horeca en culturele programmering door verhuur van zalen, op dit moment bijna niet mogelijk zijn. Daarom zijn er verschillende regelingen getroffen, onder meer door het Rijk. Wij houden de situatie goed in de gaten. Het antwoord op vraag 3. In 2020 hebben wij gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde culturele organisaties - waaronder broedplaatsen - de mogelijkheid gegeven voor noodsteun, om de tekorten deels te compenseren. Er zullen organisaties zijn die toen geen steun hebben aangevraagd. Wij willen ze dit jaar de kans geven om dat nog wél te doen. Dat gaat dan nog over 2020. Begin april a.s. hoop ik de raad duidelijk te kunnen laten zien hoe dat eruitziet. Dat betekent dat net als de vorige keer ook het eigen vermogen en de kostenbesparingen bij de instellingen worden bekeken. Het belangrijkste doel hiervan is dat wij op die manier voor de hele stad in alle wijken een vitale Utrechtse culturele en erfgoedsector behouden. Mevrouw BIJSTERBOSCH (D66): Voorzitter! Als ik mij goed herinner, zouden wij vóór eind 2020 een update krijgen van het werkplan Huisvesting creatieve sector.

Ik vraag mij af wanneer wij die krijgen en of bij het toewijzen van noodsteun ook rekening wordt gehouden met de aandachtsgebieden. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ik heb de raad laten weten dat bepaalde zaken inderdaad wat naar achteren zijn verschoven vanwege de extra druk die er is op de afdeling Cultuur. Ik weet geen concrete data, maar ik kan er wel voor zorgen dat dit punt in de coronabrief wordt opgenomen. Het ligt voor de hand dat dit onderwerp een rol speelt bij hetgeen wij in april a.s. presenteren. Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Ik bedank de wethouder voor haar beantwoording van de vragen. Het is mooi om te horen dat steun ook in 2021 mogelijk is, maar ik kon uit de beantwoording van de wethouder niet opmaken hoe het is gesteld met De Nijverheid. De mensen van De Nijverheid hebben aan de bel getrokken. Kan de wethouder zeggen hoe het is gesteld met het bieden van steun aan de mensen van De Nijverheid? Zij hebben die nodig. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Het gaat te ver om dat hier uitgebreid uit de doeken te doen. Dat zijn soms gesprekken die niet voor iedereen even boeiend zijn. Wij houden echter de vinger goed aan de pols. De bedrijfsvoering van de organisatie staat niet op omvallen. Wij bekijken wat wij voor de broedplaats als geheel en voor de mensen die er bezig zijn kunnen doen. 2.

Vragen van de heer Bakker (D66), de heer Saiah (D66), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), mevrouw Assen (PvdA), de heer Vonk (GroenLinks), de heer Van Steeg (CDA) en de heer Van Heuven, (PvdD) inzake Gezonde schoollunch: tijd voor actie!

2

Vragenuur van 11 maart 2021 De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Gezonde schoollunch: tijd voor actie! "Ongelijkheid op school zit ook in het broodtrommeltje" kopte de NRC vorige week. De gezonde schoollunch is een onderwerp dat de laatste tijd flink in de belangstelling staat. Er wordt onderzoek naar gedaan en de fracties van D66, PvdA en PvdD hebben er schriftelijke vragen over gesteld. Ook is het onderwerp in veel verkiezingsprogramma’s en debatten terug te vinden. Er is recent een motie aangenomen die oproept tot het uitwerken van scenario’s voor landelijke implementatie. Dat biedt hoop. De coronacrisis is een alarmbel: wij moeten aan de bak om overgewicht tegen te gaan en om gezondheidsverschillen te verkleinen. Het aanbieden van een gezonde en duurzame schoollunch op de basisschool - bij voorkeur in combinatie met meer beweging – is bewezen effectief. Op de Kindercampus Molenpark in Lombok loopt momenteel een eerste Utrechtse pilot. De Rijksoverheid maakt de komende tijd het nodige geld vrij voor onderwijs, jeugd, gezondheid en sport als gevolg van de coronacrisis. Het meest in het oog springt de EUR 8,5 miljard voor het Nationaal Programma Onderwijs. De fracties van D66, Student & Starter, PvdA, GroenLinks, CDA en PvdD hebben de volgende vragen. 1.

Ziet het college ook momenten om de gezonde en duurzame schoollunch een duw de goede kant op te geven en om slim gebruik te maken van de binnenkort beschikbare rijksmiddelen en de aangenomen motie in de Tweede Kamer? Zo ja, hoe acteert het hierop? 2. Wil het college op een laagdrempelige manier peilen of Utrechtse basisscholen ervoor open staan om een pilot te doen met de gezonde en duurzame schoollunch zodra dat met het oog op corona verantwoord kan? 3. Is het college bereid om de komende maanden aanbod en geld bij elkaar te brengen en om scholen te helpen om pilots voor gezonde en duurzame schoollunches van de grond te krijgen? 4. Is het college het met de vragenstellers eens dat mogelijke pilots de meeste meerwaarde hebben op de plekken waar de gezondheidsverschillen het grootst zijn en de nood het hoogst is? Zet het college juist op deze plekken in? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. De stad van gezond stedelijk leven voor iedereen voert vanzelfsprekend een agenda die erop is gericht om de gezondheidsverschillen te verkleinen. Ik ben het met de indiener van de vragen eens dat voedsel een groot verschil maakt voor de gezondheid en dat dit oneerlijk is verdeeld, ook in de stad en ook bij scholieren.

Ik herken dat er momentum is, zowel in de stad als in het onderwijs - maar ook bij sportverenigingen - en dat wij dat momentum moeten omzetten in actie. Wij kunnen dat niet alleen doen. Wij hebben daar de rijksoverheid bij nodig. Er is een motie aangenomen. Dat betekent dat ook de staatssecretaris scenario's bekijkt om dit mogelijk te maken. Wij volgen dit allemaal goed. Behalve dat wij dit volgen, zullen wij ook een aantal dingen organiseren, maar daarop kom ik later terug. Het antwoord op vraag 2. Wij willen zeker de behoefte peilen. Wij speken veel met scholen. Dat doen wij samen met wethouder Klein. Wij bekijken wat nodig is om de gezondheidsverschillen te verkleinen. Wij weten dat gezonde en blije kinderen goede leerlingen zijn. Wij hebben daar een belang bij. Als er scholen zijn die voorop willen lopen, dan kunnen wij nagaan hoe wij dat kunnen doen. Wij zullen ze bijvoorbeeld met de rijksoverheid in contact brengen. Gevraagd is naar de € 8,5 miljard. Dat is een bedrag dat primair naar de scholen gaat en waarover de scholen zelf beslissen hoe ze dat willen gebruiken. Maar wij kunnen hen zeker op dit idee wijzen. Het antwoord op vraag 3. Wij zijn zeker bereid om te makelen. Er zijn mensen bij de afdeling Volksgezondheid die dat doen. Dat betekent dat wij graag bekijken of Utrechtse scholen belangstelling hebben. Wij willen ze graag helpen ermee te beginnen.

Een belangrijke voorwaarde is dat er middelen zijn om het echt te doen. Het antwoord op vraag 4. Ik ben het met de vragenstellers eens. Als wij gezondheidsverschillen willen verkleinen, heeft dat de meeste impact als wij dat doen waar de verschillen het grootst zijn. Het ligt voor de hand om te bekijken of er scholen zijn waar de verschillen het grootst zijn en om daar te beginnen. Wij weten inmiddels dat er scholen voor speciaal onderwijs zijn die erg in deze pilot zijn geïnteresseerd. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Is de wethouder bereid om te bekijken of zo'n pilot beleid kan worden zodat wij niet alleen een korte periode met gezond voedsel bezig zijn?

3

Vragenuur van 11 maart 2021 De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik ben daar zeker toe bereid, mits daar de financiële middelen voor aanwezig zijn. Daarom is het goed dat wij deelnemen aan het onderzoek dat door de staatssecretaris wordt gelast. Het zou mooi zijn als wij in staat worden gesteld om dit goed te doen. Als de randvoorwaarden gunstig zijn, ben ik daartoe zeker bereid. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik vraag mij af of aandacht voor gezonde voeding en misschien ook het implementeren ervan kan worden betrokken bij het contact dat er is met aanbieders van de voorschool en met kinderopvangaanbieders. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik vind dat een goede suggestie. Wij spreken met al die netwerken. Ik neem deze suggestie mee en zal dit punt onder de aandacht brengen. De heer SAIAH (D66) Voorzitter! Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording. Wij zullen de ontwikkelingen in de gaten houden. Wij hopen dat hij ons bijtijds informeert. 3. Vragen van de heer Van Dalen (VVD) en de heer Wiegant (SP) inzake Afvalberg voor de deur. De heer VAN DALEN (VVD) Voorzitter! Al tien dagen staat bij Petra een enorme hoop afval voor de deur: "Ik schaam mij er gewoon voor". Dit was de kop in het AD/UN over de enorme afvalberg die maar niet door de gemeente wordt weggehaald.

Na jarenlang aandacht te hebben gevraagd voor de enorme afvalbergen in de stad en na hierover de wethouder een zwartboek te hebben aangeboden, is afval nog steeds een groot probleem. Dat de gemeente vervolgens niet reageert op klachten, kan echt niet. De gemeente behoort adequaat te handelen en, voordat het erger wordt, behoort ze de troep op te ruimen. 1. Waarom heeft de wethouder niet gereageerd op klachten over deze afvalberg en heeft hij die niet, voordat het erger werd, meteen weggehaald? 2. Hoe voorkomt de wethouder dat niet wordt gereageerd op meldingen en klachten over de afvalbergen op straat? 3. Wat is de oorzaak van de enorme berg afval op de Van Eysingalaan in Kanaleneiland? Hoe voorkomt de gemeente dat dit opnieuw gebeurt, ook op andere plekken in de gemeente? 4. In hoeverre voldoen de capaciteit van de afvalcontainers, de frequentie van het legen van de afvalcontainers en het tijdig opruimen van het afval naast de afvalcontainers? Wat doet de wethouder om het gemeentelijke reinigingsbeleid te verbeteren? Inmiddels zijn ook in Wittevrouwen bergen afval waargenomen, bijvoorbeeld in de Biltstraat, aan de Blauwkapelseweg en in de Poortstraat, vooral naast afvalcontainers. 5.

Wat doet de wethouder om te voorkomen dat de bergen afval die in Tuinwijk en de Vogelenbuurt zijn zich ook in Wittevrouwen zullen voordoen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Er is door de gemeente op de klachten gereageerd, maar die zijn helaas niet adequaat afgehandeld. Dat bleek zowel op de locatie als in de terugkoppeling aan de melders. Het antwoord op vraag 1. Door de grote hoeveelheid en de aard van het aangetroffen afval waaronder bankstellen en matrassen - was het niet mogelijk dat zonder kraanwagen mee te nemen. Wij hebben gezien dat vuilnismannen het afval niet konden meenemen. Daarna is in de onderlinge afstemming iets verkeerd gegaan. Alles heeft veel te lang geduurd. Het antwoord op vraag 2. Een onderdeel van de aanpak bijplaatsingen - waarmee ook wethouder Diepeveen bezig is - is de aanpak van het zwerfafval. Wij proberen het proces van het melden te verbeteren. Ook dit geval zullen wij erbij betrekken. Het antwoord op vraag 3. De belangrijkste oorzaak van het bijplaatsen is het gedrag van de mensen. Bijplaatsen is niet toegestaan. Toch wordt het gedaan. Als men iets op straat zet, leidt dat tot bijplaatsingen. De mensen denken dan dat het vuil wordt opgehaald. Bijplaatsen mag echter niet. De mensen kunnen een afspraak maken, dan komen wij het afval netjes ophalen. Het antwoord op vraag 4.

Gevraagd wordt of de capaciteit van de afvalcontainers en de frequentie van het legen hierbij een rol speelt. Dat is niet zo. De afvalcontainers zijn voorzien van vulgraadsensoren. Daarom kunnen wij de containers altijd legen. Het bijplaatsen van grote hoeveelheden afval, dat niet in de containers past, heeft niets te maken met het legen ervan. Het antwoord op vraag 5. De gemeente is dagelijks in Wittevrouwen aanwezig om het bijplaatsen van afval bij containers te monitoren. De grote hopen afval die de heer Van Dalen noemt,

4

Vragenuur van 11 maart 2021 zijn er nu niet. De enige locatie die aandacht blijft vragen, is de Poortstraat. Daar worden de containers op dit moment vervangen door perscontainers. Daarmee wordt de capaciteit vergroot. De heer IŞIK (PvdA) Voorzitter! Is het college bereid om in wijken waar bankstellen en matrassen op straat worden gezet, de burgers schriftelijk te informeren over het feit dat dit niet de bedoeling is en dat zij de gemeente kunnen bellen als ze van hun grote afval af willen? De heer VERSCHUURE (wethouder) Voorzitter! Wij informeren de bevolking met enige regelmaat over de mogelijkheden die er zijn voor het maken van afspraken over grofvuil. Dat doen wij ook bij hot spots, maar wij betwijfelen of het rondsturen van brieven effectief is. Wij proberen er iets aan te doen met het inzetten van afvalcoaches. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! De wethouder zei iets over sensoren in afvalcontainers. Kortgeleden zag ik een medewerker van de gemeente met een stok het afval in een container in elkaar duwen. Hoe werkt dat? Volgens mij is dat niet zinvol. Wat wil de wethouder daaraan doen? De heer VERSCHUURE (wethouder) Voorzitter! Ik weet niet op welke situatie de heer Van Dalen doelt. Ik moet daarnaar gissen. Ik weet dat papiercontainers verstopt kunnen raken. Dan wordt de zijkant van de container opengemaakt zodat met een stok het afval beter kan worden verdeeld. 4.

Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) en mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Laat al het groen op de Johan Wagenaarkade met rust tot over het bestemmingsplan besloten is. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Drie woningblokken aan de Johan Wagenaarkade worden mogelijk gesloopt. De sloopmelding is echter nog niet akkoord bevonden. Het nieuwe bestemmingsplan is door de raad nog niet vastgesteld. Volgens buurtvertegenwoordigers van de Johan Wagenaarkade 1-10 bis zijn er onomkeerbare werkzaamheden uitgevoerd, zoals het uit woningen verwijderen van nutsvoorzieningen en van de looppaadjes voor de huizen. Hiermee zijn de woningen effectief onbewoonbaar gemaakt. De fracties van PvdD en CDA vinden het onwenselijk dat Mitros hiermee op de sloop van de gebouwen lijkt vooruit te lopen, terwijl de raad over de benodigde wijziging van het bestemmingsplan nog geen besluit heeft genomen om nieuwbouw te kunnen realiseren. Op de locatie staan bomen, dikke en dunne. Tussen de bouwblokken in bevindt zich hoog en dicht struikgewas. Juist in het voorjaar vinden in de bomen en de struiken veel dieren nestgelegenheid en schuilplaatsen. De fracties vrezen dat Mitros, vooruitlopend op het bestemmingsplan, zal beginnen met het verwijderen van het vergunningsvrije groen.

Ook over de vergunningsplichtige bomen maken de fracties zich zorgen, want de ervaring leert dat het college vrijwel altijd overgaat tot het verlenen van een velvergunning. Hoewel in de bouwplannen staat dat op de locatie nieuw en meer groen zal worden toegevoegd, is dat geen excuus om het bestaande groen te verwijderen en om het leefgebied van kleine zoogdieren en vogels te vernietigen. Naar aanleiding van bovenstaande hebben de fracties van PvdD en CDA de volgende vragen. 1. Kan het college toezeggen zich in te zetten voor het behoud van het groen - sowieso tot het bestemmingsplan is vastgesteld - en om met Mitros in gesprek te gaan om die ervan te overtuigen dat de begroeiing moet blijven staan? Zo nee, waarom niet? 2. Kan het college toezeggen – als het voornemens is om velvergunningen te verlenen – dat daaraan de voorwaarde wordt verbonden dat de velvergunningen pas mogen worden gebruikt als ook het bestemmingsplan is vastgesteld en de bouwvergunning is verleend? Zo nee, waarom niet? De heer VERSCHUURE (wethouder) Voorzitter! Het antwoord op vraag 1 is "nee". Er is al vergunningsvrij groen verwijderd. Dat betrof bossagestruiken en bomen met een diameter kleiner dan 10 cm. Deze werkzaamheden zijn begin maart jl. uitgevoerd, vóór de start van het broedseizoen.

Hieraan voorafgaand heeft een ecoloog de locatie geïnspecteerd, maar geen verblijfplaatsen of nestlocaties aangetroffen. Hiermee is voldaan aan de zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Bij deze werkzaamheden is wel, per ongeluk, één vergunningsplichtige boom verwijderd. Het betreffende sloopbedrijf heeft dat bevestigd. Mitros heeft daar melding van gemaakt. De gemeente is ter plaatse geweest en heeft proces-verbaal opgemaakt. Het is nu aan het Openbaar Ministerie om over te gaan tot verdere vervolging.

5

Vragenuur van 11 maart 2021 Mitros heeft toegezegd geen werkzaamheden aan het groen meer uit te voeren totdat de benodigde kapvergunning is verstrekt. Ook blijven de niet-vergunningsplichtige bomen met een kleinere diameter dan 15 cm staan. De aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen en het kappen van de 22 bomen is wel al ingediend. Deze aanvraag loopt op grond van de gemeentelijke coördinatieverordening samen met de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan. Als de raad het bestemmingsplan vaststelt, zal tegelijkertijd een beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning genomen worden. De heer IŞIK (PvdA) Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Natuurlijk is ook de PvdA-fractie voorstander van een zorgvuldige handelwijze van welke coöperatie dan ook. Kan het college bevestigen dat deze ontwikkeling noodzakelijk is om daar sociale woningbouw mogelijk te maken? De heer VERSCHUURE (wethouder): Ja. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Kan de wethouder een reflectie geven op de gang van zaken? Wat vindt hij van het feit dat Mitros voorsorteert op sloop, terwijl de bestemmingsplanwijziging nog niet is goedgekeurd door de raad? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Mitros heeft een vergunningaanvraag gedaan. Mitros wil daar graag met ons een ontwikkeling mogelijk maken om er sociale woningbouw te laten terugkeren. De woningen staan leeg.

Er vindt een aantal aanpassingen in plaats, zoals het verwijderen van asbest. Dat is noodzakelijk. Wij willen graag dat dit soort dingen wordt gedaan. Stel dat iemand naar binnen gaat waar dat niet mag - over een hek heen klimt - dan kan dat gevaarlijk zijn. Mitros gaat ervan uit dat de woningen worden gesloopt op basis van een sloopvergunning. Er zal later sprake zijn van een bouwvergunning. 5. Vragen van de heer Koning (D66) inzake Geef de economie een boost. De heer KONING (D66): Voorzitter! In de hele stad vallen bij de winkeliers harde klappen. Bij hen is veel verborgen leed. Er zijn ondernemers die een tweede hypotheek aangaan om hun zaak overeind te houden. Er zijn winkeliers die het geld dat ze apart gezet hebben voor hun pensioen, zien verdampen. Intussen zetten de gemeente, CMU en winkeliersverenigingen stappen om leegstand te voorkomen en om de winkelgebieden levendig te houden. Waar iedereen naar snakt, is dat de bruis in de stad, na corona, weer terugkomt. 1. Hoe is het college zich erop aan het voorbereiden dat de zaken straks weer - op veilige manier open kunnen? 2. Ziet het college binnen de steunpakketten mogelijkheden om ondernemers, die nu niet of nauwelijks open kunnen, extra te steunen? 3. Winkelgebieden kunnen alleen functioneren als de mix van winkeliers, horeca en cultuur goed is.

Als die gebieden er zijn, wordt ook bijgedragen aan het vestigingsklimaat voor andere ondernemers waardoor de werkgelegenheid toeneemt. Wat doet het college, juist nu, om dit proces verder te versterken? Door de coronacrisis wordt een aantal ontwikkelingen in de winkelgebieden versneld. Het kopen van lokaal geproduceerde producten blijft aan populariteit winnen. Deskundigen verwachten dat winkelgebieden nog meer dan nu een ontmoetingsplek worden waar bovendien producten kunnen worden getest, bekeken of besteld voor levering aan huis. Dat betekent iets voor de bezoekersstromen en voor de vraag welk soort panden winkeliers willen gebruiken. 4. Voor toekomstbestendige winkelgebieden en banen is het belangrijk dat de versnelling van die trends niet wordt tegengehouden, maar juist door de gemeente wordt gesteund. Hoe ziet het college dat? Is het college het ermee eens dat na corona daar extra middelen en instrumenten voor nodig zullen zijn? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Wij volgen de landelijke richtlijnen en maatregelen voor wat de openstelling van de ondernemingen betreft. Net als bij Click & Collect proberen wij het een en ander mogelijk te maken en te steunen. Wij nemen maatregelen om de dingen zo veilig mogelijk te doen.

Wij proberen te helpen door onder andere het geven van fysieke aanwijzingen aan te brengen als stickers, bebording en de inzet van boa's en publieksbegeleiders. Dat doen wij niet alleen. Wij doen dat graag met de partners in de stad, waaronder

6

Vragenuur van 11 maart 2021 Centrummanagement Utrecht en Koninklijke Horeca. Wij blijven met ze in gesprek over allerlei mogelijke zaken die wij extra kunnen doen. Toevallig is er morgen opnieuw een perspectiefbijeenkomst van veel Utrechtse bedrijven en organisaties, zoals Centrummanagement Utrecht, Koninklijke Horeca, Science Park, Leidsche Rijn Centrum en Utrecht Marketing. Wij zijn bezig met de voorbereiding van de heropening. Op basis van de uitkomsten proberen wij het beleid uit te rollen en te steunen. Gevraagd wordt wat wij met de steunpakketten kunnen doen. Voor de lokale heffingen geldt dat invordering flexibel is. Er zal sprake zijn van uitstel van betaling en betalingsregelingen. Wij proberen de bedrijven daarop te attenderen. Dat kan via de BghU. Daarnaast zijn er bij de afvalinzameling mogelijkheden. Wij steunen ook de hulp bij gesprekken. Wij doen dat via het project URECA dat ik met de Economic Board ben gestart, samen met de Rabobank en PwC, om ondernemers die hulp nodig hebben te organiseren. Wij zijn hard aan het werk om voor de winkelgebieden een aanvalsplan te maken. Wij doen ook dat met veel partners, waaronder INretail en de vastgoedorganisaties, om te bekijken hoe wij de binnenstad straks levendig kunnen houden, want de leegstand neemt toe.

Daarover ben ik ook in gesprek met de G4 en het ministerie van EZK om de noodzakelijke middelen naar de steden te krijgen. Het beleid zal niet gratis zijn. Wij willen ook bekijken of wij een nieuw instrumentarium kunnen krijgen ofwel iets met flexibele bestemmingen waardoor levendigheid, werkplekken en culturele initiatieven in de binnenstad kunnen worden gefaciliteerd. Ook is er in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 een specifieke aanpak. Ik herken de urgentie die de heer Koning schetst zeker. Er is nu één jaar corona. Het is voor ondernemers een rampjaar geweest. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ook de VVD-fractie ziet dat er veel leegstand is. Dat was al vóór de coronacrisis zo. Hoe denkt de wethouder over het in de binnenstad mogelijk maken van meer woningen boven winkels in plaats van magazijnruimte? Dat betekent dat aan de zijkant van een winkel een trap moet komen, zodat de winkeloppervlakte iets kleiner wordt, maar dat de huurprijs omlaag kan, omdat de eigenaar van het pand zijn inkomsten kan halen uit onder andere het wonen. Dat kan tot minder leegstand leiden. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! In tegenstelling tot het beeld dat de heer Van Dalen schetst, was de leegstand in de binnenstad in de tijd vóór corona minimaal, onder frictieniveau.

Leegstand is echt iets dat door de coronacrisis is ontstaan, maar het idee om wonen boven winkels mogelijk te maken en te stimuleren is goed. Dat is een van de ideeën die deel uitmaken van onze denkrichting, maar "tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren", om met Elsschot te spreken. De heer KONING (D66): Voorzitter! Eén van de dingen die een probleem vormen, is dat vastgoedeigenaren ontoereikend bereid zouden zijn om huurprijzen te verlagen. Worden daarover gesprekken gevoerd? Zo ja, op welke manier? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Van de week heb ik de huurprijzen in verschillende winkelgebieden gezien. Toen werd mij duidelijk dat de huurprijzen in de winkelgebieden in de binnenstad fors zijn gedaald, veel meer dan in allerlei andere gebieden. Wij zijn hierover met de Vereniging van Commercieel Onroerend goed eigenaren Utrecht Centrum (VCOC) in gesprek om te zien wat kan worden gedaan. Het klinkt misschien raar, maar niet al het vastgoed is rijk. Ook zeer kleine ondernemers hebben vastgoed. Dat kan belangrijk zijn als pensioenvoorziening. Daarover worden echter zeker gesprekken gevoerd, om te zien wat mogelijk is. 6. Vragen van de heer Virginia (GroenLinks) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake Spaar de struik. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Bosjes en struiken zijn een ideale schuilplek voor stadse vogels.

Daarnaast maken bekende soorten als merel, roodborst en de schattige staartmees hun nest graag niet te hoog van de grond, maar wel beschut. In een fijne struik dus! Maar het gaat niet goed met deze struikbroeders in de stad. Sinds het begin van het Meetnet Urbane Soorten (MUS) in 2007 neemt deze groep, waaronder zanglijster en winterkoning, in aantal af. De afname van struiken en heggen in tuinen en in het openbaar groen dragen hieraan bij. De Vogelbescherming roept met de actie ‘Spaar de struik’ gemeenten op om terughoudend te zijn met het verwijderen van

7

Vragenuur van 11 maart 2021 struiken en kleine bosjes. Dit leidt bij de fracties van GroenLinks en PvdD tot de volgende vragen. 1. Kan de wethouder zeggen of de dalende trend van het MUS ook in Utrecht speelt? 2. Welke maatregelen worden in Utrecht genomen om het aantal stadse vogels te laten toenemen? Kan de wethouder zeggen welke effecten deze maatregelen hebben? 3. Is de wethouder bereid om de afname van het aantal struiken in Utrecht tegen te gaan en om te buigen in een toename? Zo nee, waarom niet? Onlangs zijn op de plek van de toekomstige wijk Cartesius door een groep vrijwilligers onder leiding van ecoloog Franke van der Laan 2.000 zaailingen geoogst. Voor het oogsten zochten de ontwikkelaars van de wijk contact met Meer Bomen Nu, een samenwerking van Stichting Nationale Boomfeestdag, Stichting MEERGroen, Caring Framers en Urgenda. De organisatie haalt de overdaad aan jonge struiken en bomen op bij natuurgebieden en bouwplaatsen om ze vervolgens op andere plekken in het land terug te planten. 4. Is de wethouder het met onze fracties eens dat het behouden en herplanten van struiken van bouwplaatsen bijdraagt aan een groene en leefbare stad? Zo nee, waarom niet? 5.

Is de wethouder bereid om samen met meerbomen.nu te werken aan het behoud en herplanten van struiken en bomen in Utrecht? Zo nee, waarom niet? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. De struikvogels zijn in Utrecht van matig afnemend tot stabiel; een licht negatieve trend. De verschillende soorten hebben een eigen ontwikkeling. Het antwoord op vraag 2. De maatregelen die wij nemen, hangen sterk af van het type vogel. Er is een aantal gebouwgebonden soorten waar wij gebouwgebonden maatregelen voor nemen, steeds meer stimulansen ook in tenders en dergelijke. Er zijn ook soorten die wat meer struiken nodig hebben. Ook met die soorten houden wij rekening bij gebiedsontwikkelingen en bij het beheer van het groen. Het antwoord op vraag 3. Recent is in Hoograven het Hamerplantsoen opgekalefaterd. Daarbij behoorde een goede gelaagdheid, dus ook de aanplant van struiken. Misschien is het de raad opgevallen dat wij sowieso werken aan een toename van het groen, maar liefst honderden hectaren, ook met de ambitie om het aantal bomen te laten toenemen. Hetzelfde geldt ook voor deze struiken. Het antwoord op vraag 4. Wij zijn het er zeker mee eens dat dit een bijdrage kan leveren. De samenwerking is er. Ik begrijp dat ook in Amelisweerd wordt bekeken welke zaailingen kunnen worden geoogst.

Waar nodig is het prettig om de dingen op elkaar af te stemmen, zodat de plannen op elkaar aansluiten. Dat is natuurlijk een hartstikke goed initiatief. Het antwoord op vraag 5. Dat is natuurlijk een hartstikke goed initiatief. Wij zijn het voor wat betreft de doelen met elkaar eens. Wij zijn bezig met het ontwikkelen van een platform waar initiatieven elkaar kunnen vinden. Daar zou ook Meer Bomen Nu wellicht een goed adres kunnen vinden voor meer uitwisseling. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Kan hij ons op de een of andere manier informeren over hoe de contacten verder verlopen en wat er verder terechtkomt van de samenwerking met Meer Bomen Nu? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Er komt ongetwijfeld een moment dat wij de raad over het platform nader zullen informeren. Laten wij bij deze informatie betrekken hoe wij daarmee omgaan. 7. Vragen van de heer Boudens (SP) inzake het betrekken van scholieren bij het convenant sociale veiligheid. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Afgelopen dinsdag werd een raadsinformatiebijeenkomst belegd over veiligheid op en rond Utrechtse scholen. De betrokken partijen waren: de gemeente Utrecht, schoolleiders, zorgprofessionals en de politie.

Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat "serieuze" incidenten gelukkig zeldzaam zijn, bijvoorbeeld agressie alsmede het bezitten en gebruiken van messen en drugs. Als zo’n situatie zich onverhoopt voordoet, weten de partijen elkaar snel te vinden. In eerste instantie wordt gepoogd met de betrokkenen een pedagogische oplossingsstrategie te verzinnen en waar dat strikt noodzakelijk is worden punitieve sancties toegepast. De partijen geven aan dat korte lijntjes en snelle informatie-uitwisseling van cruciaal belang

8

Vragenuur van 11 maart 2021 zijn, met name voor de preventie. Om deze processen te bevorderen en formaliseren heeft de gemeente in samenwerking met stakeholders een veiligheidsconvenant opgesteld. Het valt de SPfractie op dat bij het opstellen van dit convenant scholieren geen gesprekspartner zijn geweest, waardoor essentiële informatie zou kunnen ontbreken. Naar aanleiding van deze constatering heeft de SP de volgende vragen. 1. Klopt het dat leerlingen geen rol hebben gespeeld bij het opstellen van het veiligheidsconvenant? Kan de wethouder uitleggen waarom dat zo is? 2. Is de wethouder het met de SP-fractie eens dat scholieren actief betrokken dienen te worden bij afspraken over sociale veiligheid op en rond de school? Zo nee, waarom niet? 3. Zo ja, kan het college de raad zo spoedig mogelijk infomeren hoe scholieren zijn betrokken bij de sociale veiligheid op en rond de school? 4. Op welke termijn zal het convenant worden geëvalueerd en hoe kunnen jongeren daarbij worden betrokken? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank aan de heer Boudens voor het stellen van deze vragen. Volgens mij slaat hij de spijker op z'n kop als hij zegt dat wij jongeren meer bij dit onderwerp moeten betrekken.

Misschien is het goed om te zeggen dat het convenant vooral inhoudelijke afspraken bevat, niet over hoe wij omgaan met sociale veiligheid, maar vooral over de rol die de partners hebben. De afspraken die worden gemaakt in het schoolveiligheidsoverleg tussen de politie, de gemeente, de scholen en het jongerenwerk. Dat is echt een goede plek om ook leerlingen actief te betrekken. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van het schoolpersoneel en de leerlingen. Wat wij een goed idee vinden, is om scholieren beter te betrekken bij de schoolveiligheidsoverleggen en om aan die tafel na te denken over de vraag hoe wij ze daar een plek kunnen bieden. De wijze waarop leerlingen worden betrokken, verschilt per school. Ik denk dat het een goed idee is om dat gat te agenderen in alle schoolveiligheidsoverleggen, zodat wij bijvoorbeeld waar dat niet gebeurt, wij de scholen en de leerlingen kunnen uitdagen door te vragen hen daarbij te kunnen betrekken. Het convenant is in 2020 door de partners geëvalueerd, waaronder het jongerenwerk. Dat heeft niet tot wezenlijke aanpassingen geleid. De update - voorzien van een aantal aanpassingen zal binnenkort aan alle convenantpartners worden toegestuurd.

Wat ik de heer Boudens en de SPfractie daarmee kan toezeggen, is dat wij dan in de update opnemen de suggestie om het convenant te bespreken met de leerlingenraden van de scholen, om op die wijze jongeren erbij te betrekken. Ik hoop dat dit tot tevredenheid leidt. Het is een goed idee en een goed punt. Dank u wel. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! De VVD-fractie maakt zich grote zorgen over wapens op scholen. Misschien is een heel duidelijk signaal belangrijk. Is de burgemeester bereid om zich heel duidelijk uit te spreken tegen wapens op scholen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik hoef daar geen enkele moeite voor te doen. Ik ben het zeer met de heer Van Dalen eens. Ik denk dat er in deze vergadering niemand is die daar anders over denkt. Ik denk dat de raadsinformatiebijeenkomst ons heeft geleerd dat het niet vaak voorkomt, maar wij moeten het wél voorkomen. Het is heel belangrijk dat jonge mensen zich veilig voelen. Het dragen van wapens draagt daar niet aan bij. De heer IŞIK (PvdA) Voorzitter! Wij zeggen altijd dat voorkomen beter is dan genezen. In Overvecht is op één basisschool politie aanwezig. Kan dat idee niet over de hele stad worden uitgerold? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik zou mij daarin moeten verdiepen. Misschien is het sowieso goed dat ik dat eens persoonlijk ga bekijken.

Ik ga sowieso samen met wethouder Diepeveen in Overvecht aan de slag. Dat is een wijk waar wij een heel mooi programma uitrollen. Ik heb daar recent nog hoog ambtelijk contact over gehad met het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat is een agenda die over veel meer gaat dan bewoning, welzijn, veiligheid en onderwijs. Ik wil dat heel graag zien. De heer IŞIK (PvdA) Voorzitter! Ik neem de burgemeester graag mee.

9

Vragenuur van 11 maart 2021 Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dan hebben wij een deal. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! De toezeggingen lijken mij concreet genoeg. Ik ben er voorstander van om de medezeggenschapsraden zoveel mogelijk bij dit soort overleg te betrekken. Zet daar vooral flink op in. 8. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake Neem de waarde "hoge ecologische kwaliteit" expliciet mee als basis voor Groen Groeit Mee. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Vorige week ontvingen wij raadsbrief Onderwerp U10: Groen Groeit Mee. Hierin staat dat mogelijkheden worden gezien om kwalitatieve groei en landschap voor natuur, biodiversiteit en recreatie mogelijk te maken door het koppelen van diverse doelen in het landelijke gebied. In de Informatiebrief Groen Groeit Mee worden vijf waarden genoemd die de basis vormen voor de opgave Groen Groeit Mee: toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water. Het verbaast de PvdD-fractie dat biodiversiteit in dit rijtje van vijf waarden volledig ontbreekt. Gezien de biodiversiteitscrisis waar wij mee te kampen hebben, zou de waarde "hoge ecologische kwaliteit" (voldoende oog voor de biodiversiteit) voorop moeten staan in het rijtje van belangrijkste waarden of moet op zijn minst daaraan als zesde waarde worden toegevoegd.

Gelukkig is het programma Groen Groeit Mee nog in ontwikkeling en blijkt de Utrechtse wethouder de bestuurlijke vertegenwoordiger te zijn. De PvdDfractie ziet daarom daarin de mogelijkheid om daarmee het gebrek aan oog voor de biodiversiteitscrisis in het programma Groen Groeit Mee te repareren. Daarom stellen wij het college de volgende vraag. 1. Wil de wethouder groen - zij is in de U10 als bestuurlijke vertegenwoordiger van het programma aangewezen - haar positie inzetten om ervoor te pleiten dat behoud en versterking van biodiversiteit expliciet als waarde wordt toegevoegd als basis voor het programma Groen Groeit Mee? Zo nee, waarom niet? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik dacht dat dit een onderdeel moest zijn van veerkrachtige natuur. Dat is één van de vijf waarden. Ik heb het stuk er nog even op nageslagen en het staat er inderdaad: "Veerkrachtige natuur. De natuur heeft een rijke biodiversiteit en is veerkrachtig." Ik denk dat dit al goed is verankerd. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Dank u wel. Ik wil de wethouder best geloven. Ik zal dit nog eens nakijken. Ik heb dat rijtje niet zien staan. Eventueel kom ik erop terug. 9. Vragen van mevrouw Van Mil (Student & Starter) Ondersteun hoger onderwijs en mbo bij bieden fysiek onderwijs.

Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Al sinds het begin van de coronacrisis ontvangt Student & Starter signalen van studenten over de behoefte aan meer studieplekken en aan de mogelijkheid voor fysiek onderwijs. Uit onderzoek van het Interstedelijk Studenten Overleg uit februari 2021 blijkt dat 30% van de studenten zich eenzaam voelt1. Daarom dienden wij al eerder motie 246 in, "een studie- of flexplek voor wie dat nodig heeft". Wij stelden al verscheidene keren eerder mondelinge vragen over dit onderwerp. Vandaag demonstreren studenten op de Jaarbeurs om aandacht te vestigen op het isolement van jongeren tijdens de crisis en om te vragen om versoepelingen voor het hoger onderwijs. In de laatste raadsbrief "update gevolgen en aanpak coronavirus" is te lezen dat de gemeente samen met schoolbesturen van het voortgezet onderwijs op zoek is naar extra ruimte voor fysiek onderwijs. In de raadsbrief "Tijdelijk extra ruimte voor scholen voor voortgezet (speciaal) onderwijs" staat dat ook scholen worden verwelkomd in het gemeentelijke vastgoed zoals het stadskantoor en het stadhuis. Daarnaast zijn er ook andere partners die hun ruimte beschikbaar stellen, zoals het Spoorwegmuseum. Nu er licht aan het einde van de tunnel is, lijkt het de Student & Starter-fractie ook belangrijk om een plan van aanpak voor fysiek onderwijs voor het hoger onderwijs én het mbo te bekijken.

Hierover hebben wij de volgende vragen. 1. Is er al een uitkomst van de U-raad en onderwijsraad van de Universiteit Utrecht over fysiek onderwijs, en zo ja, wat is hiervan de uitkomst?

10

Vragenuur van 11 maart 2021 2. 3.

4.

Is er een inschatting van hoeveel extra ruimte het hoger onderwijs en het mbo in Utrecht nodig hebben zodra fysiek onderwijs weer mag (om zo op een veilige manier onderwijs te faciliteren)? Is het college bereid om het hoger onderwijs en het mbo extra te ondersteunen bij het vinden van extra locaties (gemeentelijk en niet-gemeentelijk) voor fysiek onderwijs, zoals zij momenteel doen bij het basis- en voortgezet onderwijs? Is de wethouder bereid hierin ook samenwerking aan te gaan zoals met Spoorwegmuseum nu gebeurt voor basis- en voortgezet onderwijs? Op welke andere manieren is de wethouder van plan om het hoger onderwijs en het mbo te steunen bij het mogelijk maken van fysiek onderwijs?

Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Voor ik de vragen beantwoord, wil ik zeggen dat ik niets liever zou willen dan dat alle studenten weer fysiek onderwijs krijgen. Het antwoord op vraag 1. Het is aan het kabinet om te besluiten wanneer fysiek onderwijs weer mag. Op dit moment is dat helaas nog niet zo. Het toestaan van onderwijs op een locatie mogen wij alleen doen voor het voortgezet onderwijs. Dat hebben wij dus met verve gedaan. Op de universiteit en op de Hogeschool Utrecht bereidt men zich voor op mogelijke besluitvorming daarover. Men maakt plannen voor het moment dat de herstart van het fysieke onderwijs terugkomt. Het antwoord op vraag 2. Hoeveel exact aan extra ruimte nodig is, is vooraf niet te zeggen. Dat is sterk afhankelijk van zowel het verloop van de pandemie en het effect van het vaccinatieprogramma, maar ook van de mate waarin het kabinet toestaat dat het hoger onderwijs weer opengaat. Het maakt echt heel veel uit of dat een of meer dagen per week is. Het antwoord op vraag 3. Ja, zeer zeker. Wij voeren hier gesprekken over. Het is inderdaad helaas zo dat het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs op dit moment niet op andere locaties dan op de eigen locaties kunnen plaatsvinden. Wij zijn graag bereid om steun te bieden. Als er straks meer mag, wordt het ingewikkeld.

Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om daarover alvast goed over na te denken. Het antwoord op vraag 4. Wij zullen zeker steunen waar dat kan. Wij doen dat op vier verschillende manieren. Wij zorgen er allereerst voor dat de toestroom van studenten naar de onderwijsinstellingen goed wordt geregeld. Dat is ook een belangrijke factor, dus niet alleen het in het gebouw zijn, maar ook hoe je daar komt. Dus een goede spreiding, de onderwijstijden en het afstemmen van het openbaar vervoer zijn belangrijk. Voor het Utrecht Science Park werken wij toe naar 20% tot 40% van het aantal studenten in vergelijking met de pre-coronatijd. Dat zal naar verwachting geen problemen opleveren. Grotere knelpunten worden bijvoorbeeld verwacht op andere knooppunten, bijvoorbeeld het station Vaartsche Rijn. Daar is op heel concreet niveau gezegd: als studenten van ROC Midden Nederland rechtsom naar buiten gaan en de studenten van het Grafisch Lyceum linksom, zorg je er toch voor dat je niet allemaal door elkaar loopt en dat daardoor de instellingen gemakkelijker open kunnen. De coördinatie hiervan ligt bij Goedopweg. Dat is een samenwerking van de gemeenten Utrecht en Amersfoort, de provincie, Rijkswaterstaat en het ministerie.

Een tweede voorbeeld van hoe wij steun geven aan het mogelijk maken van meer fysiek onderwijs is het meewerken aan de pilot sneltesten die nu bij de Hogeschool Utrecht vorm krijgt. Ook de universiteit wil daar graag op aansluiten. Een derde voorbeeld is het zorgen voor extra surveillanten en dat ter plekke alles goed is georganiseerd. Een vierde voorbeeld is dat ook de studieplekken goed zichtbaar zijn. In een nieuwe coronabrief komen die aan de orde. Studieplekken zijn heel belangrijk, maar voor het welzijn van studenten is sowieso het elkaar ontmoeten erg belangrijk. Ik kan niet wachten tot dat opnieuw mogelijk is. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Ik ben blij met het antwoord van de wethouder op de derde vraag, namelijk dat de gemeente bereid is om middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs te steunen bij het vinden van alternatieve locaties. De rector zei in oktober jl. al dat hij daar helemaal geen zin in had. Ik vraag mij af of de gemeente ook financiële steun geeft. Als dat zo is, zal de universiteit waarschijnlijk snel van mening veranderen. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat er sowieso iets is veranderd in het bewustzijn van de mensen; men is zich er nu meer van bewust hoe het met de studenten gaat. Wellicht bekijkt ook een rector dat nu anders.

11

Vragenuur van 11 maart 2021 Wij dragen een andere verantwoordelijkheid voor het basis- en voortgezet onderwijs. Wij willen voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteit graag bekijken wat mogelijk is. Het ligt niet voor de hand dat wij meteen de portemonnee trekken en als matchmaker optreden. Dit zijn zaken die goed moeten worden besproken. Het doel is dat studenten binnenkort weer fysiek onderwijs kunnen krijgen als dat van het kabinet mag. Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Dank voor de toezegging om dit onderwerp te betrekken bij de volgende raadsbrief. Ik kijk daar naar uit. In Amsterdam wordt overdag de schouwburg ingezet. Ik vraag mij af of ook in Utrecht culturele instellingen worden bekeken. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Wij hebben gezien dat ook voor het voortgezette onderwijs allerlei verschillende instellingen zich hebben gemeld. Dat moet op basis van vrijwilligheid zijn. Er zullen vast instellingen zijn die dat in de volgende fases opnieuw willen doen. Ik zal de raad daarvan goed op de hoogte houden. 10. Vragen van de heer Van Dalen (VVD), de heer Koning (D66), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA), de heer Bosch (PVV) en de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake Geen vervroegde sluiting extra terrassen.

De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Onlangs heeft de wethouder de raad en horecaondernemers laten weten dat vanaf april de extra terrassen zoals die er in de zomer van 2020 waren ook weer mogelijk zijn, mits dat binnen de coronamaatregelen van het Rijk past. De fracties van VVD, D66, Student & Starter, CDA, PVV en Stadsbelang Utrecht zijn daar blij mee. Echter, deze extra terrassen kennen een vervroegde sluiting. Om horecaondernemers weer wat omzet te laten halen, zijn deze extra terrassen hard nodig. Horecaondernemers hebben nu een enorme schuldenlast vanwege uitgestelde betalingen. Daarnaast kan het eerder sluiten van extra terrassen leiden tot problemen met gasten die zich afvragen waarom je op het ene terras wel mag blijven zitten en op het andere niet. In het ergste geval kan dit op een warme zomerse avond leiden tot gasten die niet willen vertrekken. Het eerder sluiten van de extra terrassen kan juist tot méér plotselinge drukte leiden. Het op hetzelfde tijdstip sluiten van alle terrassen, ook later op de avond, zorgt voor een geleidelijk vertrek van de gasten en is voor iedereen duidelijk. 1. Waarom heeft het college gekozen om de extra (satelliet)terrassen eerder te sluiten? 2. Is het college niet bang dat juist een eerdere sluiting van de extra (satelliet)terrassen leidt tot meer plotselinge drukte? 3.

Heeft het college hierover overleg gevoerd met horecaondernemers en/of Koninklijke Horeca Nederland? Wat was de uitkomst van dat overleg? 4. Is het college bereid om de sluitingstijd voor de extra (satelliet)terrassen gelijk te trekken met de andere terrassen? Zo nee, waarom niet? De fracties van VVD, D66, Student & Starter, CDA, PVV en SBU willen graag dat de horeca deze moeilijke tijd overleeft, dat die de ruimte krijgt om nog wat omzet te behalen en om weer mensen in dienst te nemen. 5. Welke aanvullende maatregelen kan de wethouder nemen om ruimte te bieden aan horecaondernemers om omzet te halen, uiteraard passend binnen de landelijke coronamaatregelen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Bij de tijdelijke terrassen die direct aansluiten op de reguliere vergunde terrassen hanteren wij overigens dezelfde sluitingstijden als op de reguliere terrassen, dus wat de heer Van Dalen zei, klopt niet helemaal. Alleen bij de zogenaamde eilandterrassen, die niet aansluiten op de horecagelegenheid en de satellietterrassen die niet in de directe nabijheid van het horecabedrijf liggen en de exploitatie doen vanuit een mobiele bar - waar er overigens nog geen van is - zijn de sluitingstijden aangepast. De reden hiervan is het voorkomen om dat in overleg met omwonenden te doen.

Het besluit is gebaseerd op het besluit van 23 oktober 2020, toen wij naar aanleiding van de evaluatie die wij hebben gedaan over de tijdelijke terrassen in de zomer van dat jaar, hebben besloten om tegemoet te komen aan de bezwaren van enkele omwonenden en dus voor een aantal terrassen een sluitingstijd op de eilandterrassen te hanteren. Wij hebben nu gemeend om bij de start van het zomerseizoen de sluitingstijden wat te kunnen verruimen. Vanaf 1 april a.s. zijn de sluitingstijden verruimd, om meer aan te sluiten bij de reguliere sluitingstijden. Wij hebben ook rekening willen houden met de belangen van een deel van de

12

Vragenuur van 11 maart 2021 omwonenden. Wij zijn niet bang dat dit leidt tot problemen, want wij denken dat ondernemers vroegtijdig hun gasten kunnen melden dat het eilandterras dicht gaat. Daarom verstrijkt een uur tussen het moment van sluiten en het moment van opruimen. Dan kan er ook geleidelijk stroom en verplaatsing naar het reguliere terras plaatsvinden. Wij zijn steeds in gesprek met Koninklijke Horeca en met ondernemers. Wij hebben ook met omwonenden veel gesprekken gevoerd. Er heeft daarover een evaluatie plaatsgevonden. Dit is de uitkomst daarvan en dat is wat wij voorstellen. Gevraagd wordt of wij dit willen gelijktrekken. Wij hebben gemeend om ook rekening te moeten houden met de omwonenden. Gevraagd wordt om aanvullende maatregelen. Eén van de zaken die wij voorstellen, is om voor de extra terrassen geen precario in rekening te brengen en om de leges daarvoor ook te compenseren. Dat heeft men in de brief kunnen lezen. Ook zijn zaken als uitstel van betaling en belasting in gang gezet. Ook zijn bij sommige ondernemers de contracten inzake afval gesaneerd. Wij proberen dit soort zaken te doen om degenen die dat erg nodig hebben te steunen. De vergunningverlening loopt op dit moment heel goed. Er zijn per 1 april jl. al veel vergunningen vergeven, maar of die al kunnen worden gebruikt, is aan de nationale overheid.

De heer KONING (D66): Voorzitter! Ik bedank de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Is het al duidelijk hoeveel aanvragen er voor tijdelijke terrasvergunningen zijn? Ligt dat een beetje op schema? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Vorig jaar in de zomer waren er 250 extra tijdelijke terrassen. Ik veronderstel dat wij dat aantal vergunningen ook dit jaar zullen halen. Er zijn al tientallen vergunningen verleend. Wij hebben geprobeerd de procedure zo eenvoudig mogelijk te maken. Degenen die geen aanpassingen deden op het gebied dat zij eerder hadden aangevraagd, kunnen redelijk eenvoudig ook een vergunning krijgen voor de uitbreiding. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Het is positief dat ook rekening wordt gehouden met de omwonenden. Daar ben ik blij mee. Een punt van zorg - dat is ook in vorige vragenuurtjes aan de orde geweest - is dat steeds opnieuw uitstel van de precariobelasting wordt gegeven. Ook nu kunnen ondernemers uitstel aanvragen. Hoe ziet het college dit voor zich, ook met het oog op de toekomst? Op een zeker moment zal de betaling aan de orde moeten komen. Hoe loopt het gesprek daarover met de horecaondernemers? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het is best lastig om zo'n eenvoudige vraag in een paar zinnen te beantwoorden.

Wij hebben besloten om voor de tijdelijke terrassen - de extra vierkante meters - geen precario te vragen, omdat er feitelijk geen stoelen bij komen. Men heeft een even grote capaciteit, alleen op meer vierkante meters. De gemeente wil geen extra geld over extra vierkante meters incasseren. Dat zouden wij raar vinden. Wij vragen de ondernemers wel om uiteindelijk hun precario te betalen. Wij bekijken met de ondernemers die dat nodig hebben of wij een betalingsregeling of iets dergelijks kunnen afspreken. Daar kan men een verzoek toe doen. Hoe gek het ook klinkt, sommige ondernemers hebben vorig jaar best een goed terrasseizoen gedraaid. Wij willen echter een gelijk speelveld hanteren en bekijken de situatie van de ondernemers van geval tot geval. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! De eilandterrassen waren juist bestemd voor de horecaondernemers die geen terras hadden, om toch een omzet te kunnen draaien. Zij moeten straks eerder sluiten. Is in beeld wat de financiële impact kan zijn, juist voor de horecaondernemers die het financieel zwaarder hebben? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik heb geen idee wat precies de financiële impact van de een of de ander is. Wij proberen bij horecazaken die geen terras hadden en die bijvoorbeeld een parkeerplaats in gebruik hadden, per situatie te bekijken of het terras daadwerkelijk echt een eilandterras is.

Satellietterrassen hebben wij nog niet gehad. Als het terras aan de gevel ligt, kunnen de reguliere tijden worden gebruikt. Een dergelijk terras heeft vaak meer impact op de omgeving. Wij hebben gemeend om daar een iets eerdere sluitingstijd in te stellen.

13

Vragenuur van 11 maart 2021 De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Als ik het goed begrijp, moet op een doordeweekse avond het satellietterras in ieder geval dicht tussen 22.00 uur en 24.00 uur. Het gewone terras mag dan wel open blijven. Als ik het goed begrijp, is het aantal stoelen van het oude terras - van vóór de coronaperiode - eigenlijk gelijk. In de periode tussen 22.00 uur en 24.00 uur mag een horecaondernemer minder stoelen hebben dan hij ervoor had. Klopt dat? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Nee. De heer Van Dalen stelt een dermate algemene en veelomvattende vraag dat ik in het antwoord niet alle differentiaties kan beargumenteren. Wij hebben gemeend om aan de gevel te bekijken wat extra kan worden vergund, maar als er echt sprake is van een extra plein - daar zijn er in Utrecht twee van, de Mariaplaats en het Stadhuisplein, dan komt het terras midden op een plein te staan. Ik weet niet of dat terras exact twee keer zo groot is of dat er evenveel of meer stoelen komen te staan. Zo hebben wij dat niet geteld. Er is een aantal ondernemers dat een terras aan de gevel heeft gekregen, dat het heeft kunnen uitbreiden, maar dat wel meer stoelen kan hebben en tot het einde van de tijd open kan zijn. Ik kan de vraag van de heer Van Dalen niet met "ja" of "nee" beantwoorden.

De VOORZITTER: Dames en heren! Wij hebben er iets langer dan een uur over gedaan, maar hebben wel alle vragen behandeld. Ik dank de vragenstellers voor hun vragen en het college voor het beantwoorden ervan. Ik wens u allen nog een fijne avond. Hierna sluit de voorzitter, te 19.39 uur, het vragenuur.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7b4f68aa-b8b2-4545-8387-075817635e1a