CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening toeristenbelasting 2025

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Toeristenbelasting 2025941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening toeristenbelasting gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 september 2024 met kenmerk 12583468;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie Volksgezondheid, Bestuur en Financiën van XX XX 2024; besluit vast te stellen de Verordening Toeristenbelasting gemeente Utrecht.

Artikel 1. begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Vakantieonderkomens:

woningen, andere verblijven -niet zijnde mobiele

kampeeronderkomens of stacaravans- en schepen, in

hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden Mobiele

tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en

kampeeronderkomens: soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als

verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden Niet-beroepsmatig

verhuurde ruimten:

woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet

zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde

perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden Bedrijfsmatige

bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijven of gedeelten

ruimten

kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in

geëxploiteerde

daarvan, niet zijnde vakantieonderkomens, mobiele

hoofdzaak bestemd zijn voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel gedurende het jaar voor die

doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden Vaste standplaats

een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het

gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan

Artikel 2. belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het

houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3. belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4. vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachten:

1. door degene, die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de

Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van

artikel 8, letters c, d, f en g, h, van voornoemde wet en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5. maatstaf van heffing

1. De belasting wordt geheven over de vergoeding die ter zake van het houden van verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht, de toeristenbelasting daaronder niet begrepen.

2. Indien omzetbelasting verschuldigd is wordt als vergoeding aangemerkt het

bedrag dat als verschuldigd wegens het houden van verblijf met overnachten aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen.

Artikel 6. tarief

De belasting bedraagt acht en een half procent van de in artikel 5 bedoelde vergoeding. Artikel 7. belastingtijdvak

De belasting wordt geheven per kalenderjaar.

Artikel 8. wijze van heffing

1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 9. aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Artikel 10. termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de

aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid moeten aanslagen, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden

afgeschreven, worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt

op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van

het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11. aanmeldingsplicht

1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij

voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot het houden van verblijf met overnachten biedt, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet.

2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de

belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing toeristenbelasting betrokken is.

Artikel 11. kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. overgangsbepaling

1. De 'Verordening toeristenbelasting 2023' (Gemeenteblad van Utrecht 2022, nr.

511410) vastgesteld bij raadsbesluit van 10 november 2022 wordt ingetrokken

met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13. inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.

Artikel 14. citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening toeristenbelasting gemeente Utrecht’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 november 2024. De griffier,

Merel van Hall

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8aa49e71-7380-4e2f-a12b-ce2f921c714a