Verordening samenwerking participatie en inspraak gemeente Utrecht
Tekst van het document
Verordening samenwerking,
participatie en inspraak gemeente Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht; -
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 december 2024;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; gezien de beleidsnota Samen stad maken;
Besluit de volgende verordening vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: •
bestuursorgaan: het bestuursorgaan van gemeente dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van de gemeentelijke opgave is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
•
bewonersbod: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek bij een bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet;
•
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
•
gemeentelijke opgave: het voorbereiden, vaststellen, wijzigen, uitvoeren of evalueren van projecten, visies, beleidsnota’s, uitvoeringsprogramma’s en andere plannen door de gemeente;
•
inspraak: het recht van inwoners om mondeling of schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
•
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
•
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen en andere organisaties zonder winstoogmerk die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving in de gemeente Utrecht;
•
samenwerking: participatie, inspraak, bewonersbod en andere vormen van samenwerking tussen bestuursorganen en Utrechters in het kader van een gemeentelijke opgave;
•
samenwerkingsvorm: wijze waarop de gemeente met Utrechters samenwerkt middels overheidsmiddelen, overheidsparticipatie, samen aan zet, burgerparticipatie of peilen zoals verwoord in de Beleidsnota Samen stad maken;
•
Utrechters: inwoners, toekomstige inwoners, gebruikers, maatschappelijke partijen, rechtspersonen en andere organisaties in Utrecht.
Artikel 2 Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op alle gemeentelijke opgaven en op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. 2. Deze verordening is niet van toepassing als een bestuursorgaan besluit van samenwerking met Utrechters af te zien. Dit kan onder andere als: a. er al in een andere vorm van samenwerking met Utrechters is voorzien; b. dit bij of krachtens wet- of regelgeving is uitgesloten; of c. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft. 3. Het bestuursorgaan onderbouwt de keuze om van samenwerking af te zien op basis van het kompas voor zeggenschap uit de beleidsnota Samen stad maken.
Hoofdstuk 2 Samen stad maken Artikel 3 Doel van de verordening 1. Het doel van deze verordening is om een bijdrage te leveren aan meer zeggenschap en meer eigenaarschap voor Utrechters en een brede belangenafweging door bestuursorganen in de besluitvorming. 2. Het bestuursorgaan zal in de samenwerking met Utrechters de leidende principes voor houding en gedrag, zoals opgenomen in de Beleidsnota Samen stad maken, in acht nemen.
Hoofdstuk 3 Samenwerkingsvormen Artikel 4 Bepalen samenwerkingsvorm Bij elke nieuwe fase, vraag of kwestie in een proces van een gemeentelijke opgave vindt een afweging plaats voor welke samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen wordt gekozen. Bij de afweging wordt het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken toegepast.
Artikel 5 Uitvoeren samenwerkingsvorm 1. Als een bestuursorgaan voor een of meer samenwerkingsvormen heeft gekozen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsplan, waarbij waar mogelijk relevante stakeholders zijn betrokken, voor iedereen inzichtelijk vast: a. welke vraag of kwestie aan Utrechters wordt voorgelegd; b. welke Utrechters daarin een rol hebben; c. hoe het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken is doorlopen voor de eerstvolgende fase, vraag of kwestie; d. wat de eerstvolgende stappen zijn om invulling te geven aan de samenwerkingsvorm; e. hoe de leidende principes voor houding en gedrag uit de Beleidsnota samen stad maken worden toegepast in de eerstvolgende stappen. 2. Na toepassing van de samenwerkingsvorm of de samenwerkingsvormen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsverslag voor iedereen inzichtelijk vast: a. welke belangrijke inzichten zijn opgedaan uit de samenwerking met Utrechters; b. door wie deze inzichten zijn ingebracht; c. hoe deze inzichten zijn gewogen; d. wat deze inzichten hebben veranderd aan de gemeentelijke opgave; e. wat er geleerd kan worden van de toepassing van de samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen. 3.
Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor het opstellen van het samenwerkingsplan en samenwerkingsverslag als bedoeld in het eerste en tweede lid en voegt dit bij het raadsvoorstel.
Hoofdstuk 4 Inspraak Artikel 6 Inspraak 1. Een bestuursorgaan verleent inspraak als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht is gesteld.
2. Een bestuursorgaan kan ook kiezen voor het verlenen van inspraak bij een gemeentelijke opgave.
Hoofdstuk 5 Bewonersbod Artikel 7 Bewonersbod doen 1.
Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een bewonersbod doen.
2.
Bij het bewonersbod verstrekt de inwoner of maatschappelijke partij informatie over:
3.
a.
de taak van de gemeente waarop het bewonersbod betrekking heeft;
b.
de reden waarom het bewonersbod wordt gedaan; en
c.
de kosten of middelen die met het uitvoeren van het bewonersbod gemoeid zijn.
Het college kan naar aanleiding van het bewonersbod aanvullende informatie vragen.
Artikel 8 Reactie bewonersbod 1. Het college stuurt het bewonersbod door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om hierop te reageren en informeert de inwoner of maatschappelijk partij hierover. 2. In aanvulling op artikel 2 kan het bestuursorgaan een bewonersbod in ieder geval afwijzen als het bewonersbod: a. geen betrekking heeft op een taak van de gemeente; b. betrekking heeft op een taak of bevoegdheid waarvan de aard zich tegen een bewonersbod verzet; of c. in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. 3. Het bestuursorgaan dat bevoegd is reageert op het bewonersbod binnen zes weken nadat het bewonersbod door hem ontvangen is. In de reactie geeft het bestuursorgaan onderbouwd aan of het bewonersbod wordt afgewezen of geaccepteerd. 4. Het bestuursorgaan kan de reactietermijn verlengen. Het bestuursorgaan informeert de inwoner of maatschappelijke hierover. 5. Als de gemeenteraad bij een bewonersbod het bevoegde bestuursorgaan is, bereidt het college de reactie op het bewonersbod voor.
Artikel 9 Uitvoeren bewonersbod 1. Als het bestuursorgaan het bewonersbod accepteert, maakt het met de inwoner of maatschappelijke partij afspraken over: a. het proces, het resultaat, het budget, de financieringswijze en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; of c. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak. 2. Nadat het proces rond het bewonersbod is doorlopen en een bewonersbod is afgewezen of geaccepteerd, maakt het bestuursorgaan voor iedereen inzichtelijk: a. hoe het proces rond het bewonersbod is verlopen; b. wat de uitkomsten van dit proces waren; en c. waarom er voor die uitkomsten is gekozen. 3. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor de afspraken en het inzicht als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 10 Monitoring en evaluatie 1. De uitvoering van deze verordening wordt gemonitord en eenmaal per twee jaar geëvalueerd gezamenlijk met de leidende principes voor houding en gedrag en het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken. De eerste evaluatie wordt begin 2026 afgerond. 2. Het college zendt bij de evaluatie telkens een verslag over de mate waarin de verordening het doel uit artikel 3 bereikt en de effecten van de verordening in de praktijk aan de gemeenteraad.
Artikel 11 Intrekking De Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht wordt ingetrokken.
Artikel 12 Overgangsbepalingen De Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht blijft van toepassing op een participatie- of inspraakprocedure die vóór de inwerkingtreding van deze verordening is gestart. Zodra deze procedure is afgerond of sprake is van een nieuwe fase of situatie in een proces van een gemeentelijke opgave, is deze verordening van toepassing.
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het Gemeenteblad.
Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>.
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Miguel Israel