CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening raadplegend referendum gemeente Utrecht.pdf

Gemeenteraad 19 mei 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Initiatiefvoorstel referendum op raadsinitiatief2.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening raadplegend referendum gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; -

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Overwegende dat een referendum op raadsinitiatief mogelijk moet zijn; Besluit vast te stellen de Verordening raadplegend referendum gemeente Utrecht

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. centraal stembureau: het hoofdstembureau dat voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt ingesteld, treedt tevens op als centraal stembureau. De burgemeester is voorzitter van het centraal stembureau; b. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden, overeenkomstig artikel B3 Kieswet, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Utrecht; c. raad: de gemeenteraad van Utrecht; d. raadplegend referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich op initiatief van de raad kunnen uitspreken over een ontwerp raadsbesluit;

Artikel 2 Raadplegend referendum, onderwerpen 1. De raad kan besluiten tot het houden van een raadplegend referendum. 2. Onderwerp van een raadplegend referendum is een ontwerp raadsbesluit met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, schorsingen, kwijtscheldingen of schenkingen; b. tot vaststelling of wijziging van een rechtspositionele regeling; c. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers, en hun nabestaanden; d. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening; e. over de vaststelling van de gemeentelijke tarieven en belastingen; f. in het kader van deze verordening; g. inzake bezwaar- of beroepsprocedures of rechtsgedingen; h. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; i. waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen raadplegend referendum te houden.

3. De raad houdt het ontwerp raadsbesluit waarover het raadplegend referendum wordt gehouden aan tot de eerste raadsvergadering nadat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. 4. De raad stelt tegelijkertijd met het besluit tot het houden van een raadplegend referendum of in de eerstvolgende raadsvergadering vast: a. het onderwerp; b. de vraagstelling en antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen; c. het beschikbare budget voor de organisatie van en de voorlichting over het raadplegend referendum; d. met inachtneming van artikel 3, de dag waarop de stemming over het raadplegend referendum plaatsvindt, en, e. indien nodig, overige elementen voor het houden van een raadplegend referendum. 5. De raad kan de referendumcommissie om advies vragen.

Artikel 3 Datum stemming 1. Als dag van stemming wordt een woensdag aangewezen binnen een termijn die aanvangt op de vijfentachtigste dag en eindigt zes maanden na de dag waarop de raad het besluit in de zin van artikel 2, vierde lid, van deze verordening heeft genomen. Als dag van stemming kan geen dag in juli of augustus worden aangewezen. 2. Indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een stemming plaatsvindt voor: a. een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; b. een verkiezing voor de leden van provinciale staten van Utrecht; c. een verkiezing voor leden van het algemene bestuur van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden; d. een verkiezing voor de leden van de raad; e. een verkiezing voor de leden van het Europees Parlement; f. een ander raadplegend referendum op basis van deze verordening, of g. een raadgevend referendum op basis van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017, wordt de dag van die stemming aangewezen als dag van de stemming voor het raadplegend referendum.

Artikel 4 Organisatie en uitvoering 1. Op het stembiljet wordt de vraag en de antwoordmogelijkheden vermeld. Op de achterzijde wordt de handtekening van de voorzitter van het centraal stembureau gedrukt. 2. De vraagstelling met de antwoordmogelijkheden wordt aan het adres van de kiesgerechtigden bezorgd. 3. Bij de organisatie en uitvoering van een raadplegend referendum is de Kieswet van overeenkomstige toepassing tenzij bij deze verordening anders is bepaald.

Artikel 5 Referendumcommissie 1. De referendumcommissie op grond van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 is ook de referendumcommissie op grond van deze verordening.

2. Het bepaalde in artikel 16, artikel 17, eerste en vierde tot en met zesde lid, artikel 18 met dien verstande dat voor ‘burgemeester en wethouders’ gelezen moet worden ‘de raad’ en artikel 19 van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Overgangsrecht De leden van de referendumcommissie op grond van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 worden geacht te zijn benoemd op grond van deze verordening, zulks voor de zittingsperiode zoals in hun benoemingsbesluit is aangegeven.

Artikel 7 Strafbepaling De strafbepalingen uit de Kieswet zijn onverkort van toepassing op deze verordening met dien verstande dat de maximale straf bestaat uit hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening raadplegend referendum gemeente Utrecht. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>. De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma De griffier, Merel van Hall

Toelichting bij Verordening raadplegend referendum gemeente Utrecht Algemeen Wettelijk kader Op grond van de bepalingen in de Grondwet en de Gemeentewet hebben gemeenten de mogelijkheid tot het houden van een referendum over een te nemen raadsbesluit (hierna ontwerp raadsbesluit). Gemeenten zijn vrij in hoe ze dit regelen, binnen de voorwaarden die de Grondwet en Gemeentewet stellen. Niet correctief referendum: referendum vóór raadsbesluit De termen ‘correctief’ en ‘niet correctief’ geven aan op welk moment in het besluitvormingsproces het referendum plaatsvindt. Het raadplegend referendum in deze verordening is een referendum dat vóór besluitvorming in de raad plaatsvindt. Het is daarmee een ‘niet correctief’ referendum. Het raadplegend referendum ziet dus op nog te nemen besluiten, oftewel het ontwerp besluit. Geen bindende werking Een referendum is een advies van burgers aan de raad over een voorgenomen besluit. Bindende referenda zijn niet toegestaan. De raad kan zich niet tevoren binden aan de uitslag van het referendum. Initiatief Het initiatief voor een raadplegend referendum ligt bij de raad en niet bij de kiesgerechtigden zoals dat wel het geval is bij het raadgevend referendum op grond van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017.

Samenloop met inspraak Onderwerpen waarover referenda kunnen worden gehouden, kunnen ook via wettelijke inspraakmogelijkheden al aan de bevolking zijn voorgelegd. Ondanks dat kan er een referendum worden gehouden. Een referendum kan niet in de plaats treden van een voorgeschreven inspraakmogelijkheid.

Artikelsgewijs Artikel 1 Definities Centraal stembureau De voorzitter van het centraal stembureau kan over enkele technisch juridische zaken beslissingen nemen. Kiesgerechtigden Degenen die kiesgerechtigd zijn voor de raadsverkiezingen zijn ook gerechtigd om deel te nemen aan een referendum. Daarom is aangesloten bij artikel B3 van de Kieswet. Ook voor de genoemde termijn is aangesloten bij de Kieswet, artikel J1.

Raadplegend referendum Deze verordening gaat uit van een referendum op initiatief van de raad over een ontwerp raadsbesluit. Dit geeft aan dat het moet gaan om ontwerp besluiten die behoren tot de bevoegdheid van de raad. De raad kan dus niet besluiten om een raadplegend referendum te houden over bevoegdheden van de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Raadplegend referendum, onderwerp Eerste lid Het initiatief voor een raadplegend referendum ligt bij de raad. Zo kunnen één of meer raadsleden hiertoe een voorstel doen. Elk raadslid heeft op grond van artikel 147a van de Gemeentewet het recht van initiatief om een (uitgewerkt) voorstel voor bijvoorbeeld een referendum te doen. Ook kan elk raadslid een motie daartoe indienen. Een initiatiefvoorstel of een motie kan bijvoorbeeld een voorstel voor een referendum inhouden over een onderwerp waarbij aan kiesgerechtigden alternatieven worden voorgelegd. Over een initiatiefvoorstel moet op grond van artikel 147a, vierde lid, van de Gemeentewet het college de gelegenheid krijgen wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Initiatiefvoorstellen en moties worden behandeld volgens het Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht. Het initiatiefvoorstel of de motie kan resulteren in een besluit van de raad tot het houden van een raadplegend referendum. Tweede lid Bepaalde onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen lenen zich minder goed voor een raadplegend referendum. Deze zijn hier als uitzondering opgenomen. Bij de onderdelen d en e gaat het om het budgetrecht van de raad.

De algemene uitzonderingsgrond onder i benadrukt en garandeert de beoordelingsvrijheid van de raad, maar strookt minder met de gedachte dat het voor de burger duidelijk moet zijn over welke besluiten geen referendum kan worden gehouden. Deze uitzonderingsgrond dient dan ook weloverwogen en niet lichtvaardig te worden toegepast. Een aantal voorbeelden (niet limitatief) zijn hier onder weergegeven. Een dringende reden zou kunnen zijn dat de besluitvorming het uitstel van een referendum niet kan lijden, bijvoorbeeld omdat anders fatale termijnen zouden worden overschreden, omdat besluitvorming nodig is om het hoofd te kunnen bieden aan plotselinge (onwenselijke) ontwikkelingen, omdat besluitvorming noodzakelijkerwijs volgt uit eerdere besluitvorming, enz. Een andere dringende reden zou kunnen zijn dat het belang van een referendum niet opweegt tegen bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving.

Bij kwetsbare groepen kan gedacht worden aan: - Iedereen die zorg, opvang of groepshuisvesting nodig heeft op basis van de genoemde gemeentelijke regelgeving (en hogere wet- en regelgeving), waartoe te rekenen (niet limitatief): - Vluchtelingen - Daklozen - Kwetsbare personen waarbij sprake is van een combinatie van verslaving, lichte verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek - Uitstromers uit instituties (psychiatrie, verslavingsklinieken, detentie). Derde lid Het onderwerp van een raadplegend referendum is een ontwerp raadsbesluit. De beslissing over dat ontwerp raadsbesluit moet dus worden uitgesteld tot na het referendum. Deze bepaling regelt dat uitstel.

Pas nadat de uitslag van het referendum bekend is, besluit de raad over het ontwerp raadsbesluit dat onderwerp was van het raadgevend referendum. De raad moet die beslissing in de eerste raadsvergadering nemen nadat de uitslag van het referendum bekend is. Vierde lid, onderdeel a Het moet duidelijk zijn welk ontwerp raadbesluit het onderwerp van het raadplegend referendum is. Vierde lid, onderdeel b De raad stelt de vraagstelling van het referendum vast. De raad kan aan de kiesgerechtigden de eenvoudige vraag voorleggen of ze vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn, maar de raad kan ook verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen voorleggen. Als meer dan twee alternatieven worden voorgelegd is er mogelijk geen meerderheid voor één van de opties. Er zijn mogelijkheden waarbij ook inzicht wordt verkregen over de tweede of derde voorkeur van kiesgerechtigden. Als er gekozen wordt voor verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen zal de stemprocedure hierop toegespitst moeten worden. Wat de meest geschikte stemprocedure is, hangt af van het aantal mogelijke antwoordopties en de aard ervan. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: a. het uitbrengen van één stem op een antwoordmogelijkheid naar keuze; b. het uitbrengen van één of meerdere stemmen op elk van de antwoordmogelijkheden die de kiezer verkiest; c.

het plaatsen van de antwoordmogelijkheden in volgorde van voorkeur. Vierde lid, onderdeel c Dit onderdeel bepaalt dat de raad een budget moet vaststellen. Het budget moet voorzien in de kosten die gepaard gaan met de organisatie van het referendum zelf (bijvoorbeeld voor stempassen, stembiljetten, stembureaus). Ook moet er een bedrag beschikbaar zijn voor voorlichting aan de inwoners. De inwoners moeten goed en neutraal worden geïnformeerd over het onderwerp van het referendum. De referendumcommissie heeft een toezichthoudende rol bij het verstrekken van deze neutrale informatie. Vierde lid, onderdeel e Als overig element van het raadplegend referendum kan de raad bijvoorbeeld de stemprocedure vaststellen. Vijfde lid Op grond van deze bepaling kan de raad de referendumcommissie om advies vragen, bijvoorbeeld over de datum, de vraagstelling, de voorlichting, de stemprocedure enzovoort. Maar ook als de raad daar niet om vraagt kan de referendumcommissie advies geven op grond van artikel 5.

Artikel 3 Datum stemming De raad stelt de datum van het raadplegend referendum vast. Dit artikel bepaalt waar de raad rekening mee moet houden bij het vaststellen van die datum. Het gaat daarbij vooral om praktische en financiële redenen, bijvoorbeeld omdat het organiseren van een referendum tijd kost, maar ook omdat het verstandig is om rekening te houden met de zomervakantie. Dit artikel maakt het ook mogelijk om een raadplegend referendum te houden op dezelfde dag als die waarop een andere verkiezing of referendum wordt gehouden. Op die manier kunnen de kosten van het organiseren van een referendum zo laag mogelijk gehouden worden. Daarnaast is de ervaring dat de opkomst bij referenda die los van een nadere verkiezing worden gehouden (erg) laag is.

Een voorbeeld: 1 maart: raadsvergadering waarin wordt besloten tot het houden van een raadplegend referendum. 1 april: raadsvergadering waarin het besluit in de zin van artikel 2, vierde lid van deze verordening wordt genomen. Vanaf deze dag start de termijn. Het kan ook zo zijn dat dit besluit op dezelfde dag wordt genomen als het besluit tot het houden van een raadplegend referendum. In dat geval zou de termijn starten vanaf 1 maart. 25 juni: 85ste dag nadat het besluit in de zin van artikel 2, vierde lid van deze verordening is genomen. Dit is de eerste mogelijkheid als dag van stemming mits dit op een woensdag valt. Indien de eerste mogelijkheid in de maand juli of augustus valt, verschuift de eerste mogelijkheid naar de eerste woensdag van september. 1 oktober: zes maanden nadat het besluit in de zin van artikel 2, vierde lid van deze verordening is genomen. Dit is de laatste mogelijkheid als dag van stemming mits dit op een woensdag valt. Indien de laatste mogelijkheid in de maand juli of augustus valt, verschuift de laatste mogelijkheid naar de eerste woensdag van september.

Artikel 4 Organisatie en uitvoering Voor de uitvoering van het referendum wordt aangesloten bij de Kieswet en de gebruikelijke gang van zaken bij de gemeente Utrecht bij verkiezingen.

Artikel 5 Referendumcommissie De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 kent een referendumcommissie. De bestaande commissie in het kader van het raadgevend referendum wordt met deze bepaling geacht ook te functioneren voor het raadplegend referendum. In het tweede lid worden dan de bepalingen uit de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 van overeenkomstige toepassing verklaard, met uitzondering van die onderdelen die specifiek op het raadgevend referendum van toepassing zijn.

Artikel 7 Strafbepaling Op grond van artikel 154, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een verordening een straf stellen van ten hoogste drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten bij hoofdstuk Z, paragraaf 1, van de Kieswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5d3f01ae-a351-4f2d-9574-61e963d29738