Verordening precariobelasting 2023.docx
Tekst van het document
Verordening op de heffing en
invordering van precariobelasting 2023 gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 september 2022 met kenmerk 10283463
gelet op artikelen 216 en 228 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de commissie Volksgezondheid, Bestuur en Financiën van 27 september 2022; besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2023 gemeente Utrecht
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder: a. dag:
een periode van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende te 00.00
b. week:
een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
uur of een gedeelte daarvan;
c. maand: een kalendermaand;
d. seizoen: de periode 1 april tot en met 30 september; e. jaar:
f. tabel:
een kalenderjaar;
de bij deze verordening behorende tarieventabel;
g. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een
gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel 2
Belastbaar feit
Onder de naam “precariobelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3
Belastingplicht
1. De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer in de tabel opgenomen voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4
Vrijstellingen
De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van voorwerpen in, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
a. 1e waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht is met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
2e welke ter uitvoering van een aan een gemeentelijk orgaan opgedragen
publiekrechtelijke taak, het openbaar belang dienende, zijn aangebracht dan
wel aanwezig zijn gedurende de tijd die voor de uitvoering van die taak nodig is;
3e waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
b. die ten dienste van het wegverkeer of de openbare ruimte zijn geplaatst en
waarmee in hoofdzaak een algemeen belang wordt gediend, zoals algemene bewegwijzeringen, waarschuwingsborden, brievenbussen en afvalbakken;
c. welke voorkomen op de rijks- of gemeentemonumentenlijst;
d. welke aan een gevel zijn bevestigd, buiten het gevelvlak uitsteken, dan wel in de onmiddellijke nabijheid van percelen zijn geplaatst, zoals:
1e voorwerpen ten behoeve van de afvoer van regen- of grondwater;
2e een spionnetje, bloembak, lamp, beweegbaar zonnescherm of luifel, rolluik, luik, deur, blind, spandoek, buitenbrievenbus, receptenbus, privaatput, overstortinrichting of enig ander soortgelijk voorwerp;
3e vlaggenstokhouders, vlaggenstokken en vlaggen, uitsluitend aangebracht en geplaatst ten behoeve van het vlaggen op algemeen erkende feestdagen; 4e alarminstallaties, tv-camera’s en dergelijke, uitsluitend aangebracht ten behoeve van de veiligheid;
e. uitbouwen die met een gebouwd eigendom zijn verbonden en daarvan niet
kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan één der zaken wordt toegebracht, zoals:
1e voorwerpen die een verdiepte ingang voor een hoge stoep, een trede, een verhoogde trede voor de zogenaamde stoeplijn, een trap, een kelderingang, een
pothuis of enig ander soortgelijk buiten het gevelvlak uitstekende uitbouw betreffen,
of
2e die een stoeptrede voor een bestaande ingang, een koekoek, een licht- of luchtkolk voor een bestaand raam betreffen waar voor het plaatsen, in
verband met een wijziging van het straatprofiel, door het college van
burgemeester en wethouders schriftelijk toestemming is verleend; met
uitzondering echter van uitbouwen waarmee het bevorderen van het betreden van het gebouwde eigendom of het bieden van bescherming tegen weersinvloeden wordt beoogd;
f. waarvoor krachtens de vigerende Verordening parkeerbelastingen gelden aan de gemeente verschuldigd zijn;
g. elk ander niet met name in de tabel genoemd voorwerp of inrichting dat
zodanig met een gebouwde eigendom is verbonden dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan één der zaken.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De precariobelasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in paragraaf 5 van de tarieventabel,
worden onder Gebied A, Gebied B en Gebied C onderscheidenlijk de volgende straten en gebieden aangeduid: Gebied A:
Toplocaties in de binnenstad. Het gebied dat de volgende straten betreft: •
Oudegracht tussen Viebrug en Gaardbrug, inclusief werven;
• • • • • • • Gebied B:
Domplein; Neude;
Donkere Gaard; Wed;
Voor Clarenburg; Vredenburg; Vismarkt.
Overige locaties in het gebied binnen de singels.
Het gebied dat begrensd wordt door de Catharijnesingel, de Weerdsingel, de Wittevrouwensingel, de Maliesingel en de Tolsteegsingel, met uitzondering van de locaties die genoemd zijn onder Gebied A. Gebied C:
Alle overige locaties.
Het buiten de singels gelegen overige gebied. Artikel 6
Berekening van de precariobelasting
1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de
voorwerpen, waarbij wordt uitgegaan van de maten van het grootste buitenwerks gemeten oppervlak, tenzij anders is bepaald.
3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft
voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.
5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt de berekening van de precariobelasting
a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar
geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week.
b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief,
maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.
7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of
maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan
een dag, week of maand omvat, gelden deze tarieven per dag, week of maand van het belastingtijdvak. Artikel 7 1.
Belastingtijdvak
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
dienst bestemde gemeentegrond, is het tijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar-overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
2.
In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen is het belastingtijdvak de in
het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 8
Wijze van heffing
1. De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.
2. In afwijking van het eerste lid kan, indien de heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk plaatsvindt, de precariobelasting worden geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota, waarop het
gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is
precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4. Belastingbedragen van minder dan € 10 worden niet ingevorderd. Artikel 10 Termijnen van betaling
1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later voor zover het objecten van blijvende aard betreffen.
2. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, voor zover het objecten van tijdelijke aard betreffen.
3. De bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke
kennisgeving geheven precariobelasting moet worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving dan wel toezending van de kennisgeving.
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Nadere regels Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap
Utrecht kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
1. De Verordening precariobelasting 2022 vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november december 2021 (Gemeenteblad van Utrecht 2021, nr. 419899), wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde
datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
4. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening precariobelasting gemeente Utrecht 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van dd. 10 november 2022. De griffier,
Merel van Hall De burgemeester,
Sharon A.M. Dijksma
Tarieventabel precariobelasting 2023
Tarieventabel behorende bij de Verordening op de heffing en invordering van
precariobelasting 2023, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 10 november 2022. Paragraaf 1: Algemeen tarief precariobelasting
Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, indien telkens hetzelfde
gedeelte van de grond wordt ingenomen en voor zover in deze tarieventabel niet in een bijzonder tarief is voorzien per m² per dag
0,34 euro
per m² per week
1,37 euro
per m² per maand
4,12 euro
per m² per jaar
49,44 euro
Paragraaf 2: Luifels en balkons 2.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van per voorwerp per m² per maand
0,90 euro
per voorwerp per m² per jaar
10,80 euro
Paragraaf 3: Uitstallen en verkopingen 3.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
3.1.1 voor het uitspreiden, uithangen of uitstallen van goederen, het plaatsen en
hebben van bakken, manden, tafels, rekken, jukken, uitstalkasten en toonkasten,
met dien verstande dat de belasting wordt geheven over de ruimte die ingenomen wordt als de goederen zijn uitgespreid, uitgehangen of uitgestald per m² per dag
0,34 euro
per m² per week
1,38 euro
per m² per maand
4,13 euro
per m² per jaar
49,56 euro
3.1.2 voor een kraam of een andere soortgelijke inrichting voor de verkoop van eetof andere koopwaren, alsmede voor het plaatsen of hebben van in het openbaar te verkopen goederen per m² per dag
2,36 euro
per m² per week
9,63 euro
3.1.3 voor een noodwinkel voor de verkoop van eet- of andere koopwaren per m² per dag
2,36 euro
per m² per week
9,63 euro
Paragraaf 4 Voorstellingen 4.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
voor een uit één of meer tenten, stallen, berghokken of andere gebouwen c.q. getimmerten bestaande inrichting, waarin voor het publiek toegankelijke
voorstellingen of vertoningen worden gegeven, waaronder mede worden begrepen, in afwijking van het bepaalde onder 3.1.2, de erbij behorende inrichtingen tot verkoop van eet- of andere koopwaren:
per dag bij een totaal ingenomen oppervlakte van 3.000 m² of minder
444,66 euro
van meer dan 3.000 m²
685,50 euro
Paragraaf 5 Terrassen 5.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
5.1.1 voor terrassen, onderscheidenlijk geheven naar de gebieden A, B en C zoals omschreven in artikel 5 van de Verordening Gebied A per m² per dag
0,81 euro
per m² per week
3,24 euro
per m² per maand
9,71 euro
per m² per seizoen
58,26 euro
Gebied B per m² per dag
0,62 euro
per m² per week
2,47 euro
per m² per maand
7,42 euro
per m² per seizoen
44,52 euro
Gebied C per m² per dag
0,50 euro
per m² per week
2,00 euro
per m² per maand
6,01 euro
per m² per seizoen
36,06 euro
Paragraaf 6 Loswallen, hijskranen en putten
6.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
6.1.1 voor een loswal, kade of oever in gebruik om goederen te laden of te lossen: per m1 per dag
0,34 euro
per m1 per week
1,38 euro
per m1 per maand
4,13 euro
per m1 per jaar
49,56 euro
6.1.2 voor een hijskraan of trechter in verband met het laden en lossen van schepen en vrachtwagens per m² per dag
0,34 euro
per m² per week
1,38 euro
per m² per maand
4,13 euro
per m² per jaar
49,96 euro
6.1.3 voor een watermeterput per stuk per maand
2,72 euro
per stuk per jaar
32,64 euro
6.1.4 voor een vetput per stuk per maand
2,74 euro
per stuk per jaar
32,64 euro
Paragraaf 7 Reclame-uitingen 7.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
voor een lichtbak, uithangbord, sandwichbord, neonreclame of een ander tot reclame dienend voorwerp per m² voor reclame bestemd oppervlak: per stuk per maand
1,05 euro
per stuk per jaar
12,60 euro
Paragraaf 8 Verkoopplaatsen van motorbrandstoffen
8.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond: 8.1.2 voor een pomp voor motorbrandstof per stuk per maand
52,22 euro
per stuk per jaar
626,64 euro
8.1.3 voor een pomp voor motorbrandstof, indien een aftappunt gelegenheid biedt tot aflevering van meer dan één soort motorbrandstof van verschillend octaangehalte
per stuk per maand
104,55 euro
per stuk per jaar
1.254,60 euro
8.1.4 voor een pomp uitsluitend bestemd voor mengsmeringsbrandstof per stuk per maand
16,80 euro
per stuk per jaar
201,60 euro
8.1.5 voor een tank gerelateerd aan de grootste horizontale doorsnede per stuk per maand
3,19 euro
per stuk per jaar
38,25 euro
8.1.6 voor pompeilanden of perrons per stuk per maand
5,96 euro
per stuk per jaar
71,52 euro
8.1.7 voor water- of luchtaftappunten en lichtmasten behorende tot een verkooppunt van motorbrandstof per stuk per maand
2,59 euro
per stuk per jaar
31,08 euro
8.1.8 voor leidingen behorende tot een verkooppunt voor motorbrandstof per m1 per maand
0,40 euro
per m1 per jaar
4,80 euro
8.1.9 voor een vul- en peilpunt per stuk per maand
1,85 euro
per stuk per jaar
22,20 euro
Paragraaf 9 Bouwmaterialen en bouwmaterieel 9.1 Het tarief bedraagt ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:
in ieder geval voor keten, loodsen, bouwwerktuigen (waaronder begrepen rails en
bouwkranen) en steigers en voor ruimte ingenomen door laden, lossen en opslaan van goederen, bouwmaterialen en grond: per m² per dag
0,37 euro
per m² per week
1,49 euro
per m² per maand
4,48 euro
per m² per jaar
53,76 euro