Verordening op de ambtelijke bijstand 2009 MET WIJZIGINGEN ZICHTBAAR.docx
Tekst van het document
Verordening op de ambtelijke
bijstand 2009 gemeente Utrecht
Artikel 1 Definities RaadslidDeze verordening verstaat onder: -
Ambtenaar: de raad of éénonder het gezag van zijn leden;het college vallende
-
Ambtelijke bijstand: het door de ambtenaren van de gemeente Utrecht ten behoeve
ambtenaar
van gemeenteraadsleden(een) ambtena(a)r(en) verzamelen en verwerken van
informatie, het verlenen van hulpondersteuning bij de vormgeving en advisering over het opstellen van raadsvoorstelleninitiatiefvoorstellen, amendementen en,
moties, het inhoudelijk ondersteunen bij (de voorbereiding van) expertmeetings, werkbezoeken en of andere informatiebijeenkomstenmet het raadswerk -
samenhangende vragen van een raadslid.
College: het college van burgemeester en wethouders.
Gemeentesecretaris: de op grond van artikel 102 Gemeentewet door het college aangewezen functionaris.
-
Griffier: de op grond van artikel 107 Gemeentewet door de raad aangewezen
-
Portefeuillehouder: het collegelid dat conform de portefeuilleverdeling van het
-
functionaris.
college is belast met het onderwerp waarop de raadvraag om feitelijke informatie of ambtelijke bestand betrekking heeft.
Raadslid: één of meerdere leden van de gemeenteraad.
Artikel 2 FeitelijkeTechnische vragen en feitelijke informatie 1.
2.
Een raadslid datof commissielid die technische vragen heeft of feitelijke
informatie of inzage in of afschriften van openbare stukken wenst, kan zich daarvoor rechtstreeks wenden tot de behandelend ambtenaar.
De ambtenaren melden de aan hen gestelde vragen en de gegeven antwoorden bij de portefeuillehouder.
Artikel 3 VragenAmbtelijke bijstand 1.
Een raadslid dat vragen met een politiek karakter heeft stelt deze aan de
2.
De portefeuillehouder kan de vraag uitzetten bij de gemeentesecretaris die
portefeuillehouder.
vervolgens zorg draagt voor de beantwoording door een ambtenaar aan het raadslid, het informeren van de griffier en de terugkoppeling naar de portefeuillehouder.
Artikel 4 Ambtelijke bijstand
Heteen verzoek indienen om ambtelijke bijstand. Het verzoek omvat een omschrijving van de gevraagde expertise en een inschatting van de benodigde tijd om aan het
verzoek te voldoen. Daarnaast moet uit het verzoek blijken dat de gevraagde bijstand
wordt ingediend bij de portefeuillehouder. Dezebetrekking heeft op de werkzaamheden van de raad. De griffier zet de vraag uit bij de gemeentesecretaris. De
gemeentesecretaris zorgt voor de organisatie van de ambtelijke bijstand, indien nodig in overleg met de griffier, en geeft zo spoedig mogelijk aan de griffier door welke ambtenaar de verzochte ambtelijke bijstand zal leveren.
Artikel 54 Verlenen ambtelijke bijstand 1.
2.
Een ambtenaar verleent op verzoek van deDe gemeentesecretaris kan een verzoek om ambtelijke bijstand tenzij: slechts weigeren als a.
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft
b.
de gevraagde expertise binnen de organisatie niet aanwezig of niet
op de werkzaamheden van de raad; beschikbaar is;
b.c. dit het belang van de gemeente kan schaden;
Indien de bijstand op éénsprake is van de gronden genoemdsituatie als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd deelt 1 onder b, treedt de gemeentesecretaris ditin overleg met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
3.2. Artikel 6 Weigeringhet raadslid over de mogelijkheid tot inhuur van capaciteit op de gevraagde expertise. De griffier wordt geïnformeerd over de uitkomst van dit overleg.
4.3. Indien het verzoek om ambtelijke bijstand door de gemeentesecretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan het
college, deelt hij dit met reden omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid
door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de gemeentesecretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. 1.
Het college beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.
Artikel 7 Verantwoordelijkheid5 Verantwoording Voor zover en zolang de ambtenaar werkzaamheden verricht in het kader van het
verlenen van ambtelijke bijstand aan de raad, valt deze onder de verantwoordelijkheid
van de griffier. en legt de ambtenaar over deze werkzaamheden slechts verantwoording af aan de griffier.
Artikel 8 Conflict6 Vertrouwelijkheid informatie 1.
Alle informatie die de ambtenaar en het raadslid en de griffier met elkaar delen in
2.
Wanneer een andere ambtenaar betrokken dient te worden bij de uitvoering van
het kader van het verlenen van ambtelijke bijstand is vertrouwelijk.
de ambtelijke bijstand, is de toestemming van het betreffende raadslid benodigd.
In dat geval zijn de bepalingen van deze verordening eveneens van toepassing op 3.
deze ambtenaar.
Als het college of een of meer leden van het college informatie wenst over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke
bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot de griffier. De griffier overlegt
het verzoek met het betrokken raadslid en informeert verzoeker over de uitkomst.
Artikel 7 Evaluatie 1.
Na afronding van de werkzaamheden evalueren raadslid en ambtenaar het proces rondom de gevraagde en verleende ambtelijke bijstand.
1.2. Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand,
doetkan hij of de griffier hiervan mededeling aanverzoeken hierover in overleg te
3.
treden met de gemeentesecretaris.
Indien overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een ook voor beide
partijenhet raadslid bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan het
college. Het college beslist, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de gemeentesecretaris, en zo nodig het raadslid, in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk over de zaakgehoor aan dit verzoek.
Artikel 8 Intrekking De Verordening op de ambtelijke bijstand 2009, vastgesteld bij raadsbesluit van 17
september 2009 (Gemeenteblad 2009, nr. 45), wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt.
Artikel 9 Slotbepaling 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.
Op die datum vervalt de Verordening inzakevijf weken na bekendmaking in het verlenen van Gemeenteblad.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ………………………….
De griffier, Merel van Hall
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma