Verordening leges omgevingsvergunning 2023.docx
Tekst van het document
Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 Ow De raad van de gemeente Utrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 september 2022, met kenmerk 10418936 gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; gezien het advies van de commissie Volksgezondheid, Bestuur en Financiën van 27 september 2022; besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning 2023 Ow alsmede de daarbij behorende tarieventabel 2023 gemeente Utrecht
Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. Deze verordening en de bijbehorende tarieventabel verstaat onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. 2. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op deze verordening, tenzij in de verordening of bijbehorende tarieventabel anders is bepaald. 3.
In deze verordening en bijbehorende tarieventabel voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het tweede lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de verordening of bijbehorende tarieventabel anders is bepaald. 4. In deze verordening en bijbehorende tarieventabel wordt verstaan onder: a. binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; b. binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; 5. investeringskosten: de investeringskosten als genoemd in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd.
Indien het inrichten geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in dit hoofdstuk onder investering nodig voor de uitvoering verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het uitvoeren van het werk waarop de aanvraag betrekking heeft. 6. bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou
moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 7. sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 8. Omgevingsoverleg eenvoudig: behandeling van initiatieven die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. 9. Omgevingsoverleg midden: behandeling van initiatieven met behulp van omgevingstafels van initiatieven waarbij het Utrechts planproces (UPP 0) wordt doorlopen of een uitzonderingsprocedure voor het omgevingsplan moet worden doorlopen; 10. Omgevingsoverleg complex: behandeling van initiatieven waarbij het Utrechts planproces (UPP 14) wordt doorlopen, inclusief de voorbereiding van de aanvraag omgevingsvergunning middels omgevingstafels; 11. UPP: Utrechts planproces (zie Utrechts planproces | Gemeente Utrecht). Artikel 2 Belastbaar feit 1.
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2. Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; d. intrekking van een omgevingsvergunning; e. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met d. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5 Tarieven en heffingsmaatstaven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3.
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.
4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 7. 5. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 8. 6. In afwijking van het derde en vierde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c.
langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst of besluit wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst of besluit in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Nadere regels met betrekking tot heffing en invordering Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot het vaststellen van de maatstaf leges omgevingsvergunning, activiteit bouw. Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023. 3.
De in artikel 1 genoemde normbladen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het Stadskantoor, Stadsplateau 1 te Utrecht. Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 Ow. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van … 2022.
De griffier, Merel van Hall
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
Tarieventabel behorende bij de verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 Ow PARAGRAAF 1 VOORFASE Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsoverleg: Artikel 1 Omgevingsoverleg Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer bouw- en/of omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief Voor een omgevingsoverleg eenvoudig: - indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000 Voor een omgevingsoverleg midden en complex: - indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000
- 2,90% € 162,85 - 2,75% € 29.000,00 - 2,49% € 137.500,00 € 1.245.000,00 0,22%
- 2,76% € 162,85 - 2,61% € 27.600,00 - 2,37% € 130.500,00 € 1.185.000,00 0,21%
Artikel 2 Omgevingsoverleg bouwwerken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, met betrekking tot een bouwwerk dat onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen valt, bedraagt het tarief Voor een omgevingsoverleg eenvoudig: - indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000
- 2,41% € 162,85 - 2,28% € 24.100,00 - 2,07% € 114.000,00 € 1.035.000,00 0,18%
Voor een omgevingsoverleg midden en complex: - indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000
- 2,29% € 162,85 - 2,17% € 22.900,00 - 1,97% € 108.500,00 - € 985.000,00 0,17%
Artikel 3 Afgebroken omgevingsoverleg / geen bouwkosten bekend Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer bouw en/of omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en het omgevingsoverleg voortijdig wordt afgebroken en/of de bouwkosten niet bekend zijn, bedraagt het tarief - voor een omgevingsoverleg eenvoudig - voor een omgevingsoverleg midden - voor een omgevingsoverleg complex
€ 350,00 € 2.000,00 euro € 15.000,00 euro
PARAGRAAF 2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning: Artikel 4 Bouw- en/of omgevingsplanactiviteit voorafgegaan door omgevingsoverleg 5.1 Als de aanvraag om omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3, waarop de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft, bedraagt het tarief, onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden 5.2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; c. binnen drie (3) maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving; d. door dezelfde (rechts)persoon die de aanvraag om omgevingsoverleg heeft gedaan.
€ 0,00
Artikel 5 Bouw- en omgevingsplanactiviteit niet voorafgegaan door of in afwijking van het omgevingsoverleg Als de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer bouw- en/of omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en de aanvraag
a. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 4; b. niet is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3; c. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3, maar niet dezelfde activiteit of activiteiten betreft als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; niet in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; niet binnen drie (3) maanden na het laatste omgevingsoverleg is ingediend of niet door dezelfde (rechts)persoon is aangevraagd die de aanvraag om omgevingsoverleg heeft gedaan, bedraagt het tarief - indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000
- 2,90% € 162,85 - 2,75% € 29.000,00 - 2,49% € 137.500,00 € 1.245.000,00 0,22%
Artikel 6 Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel), niet voorafgegaan door of in afwijking van het omgevingsoverleg voor bouwwerken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwwerk dat onder de Wet kwaliteitsborging bouw valt en a. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 4; b. niet is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3; c. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3, maar niet dezelfde activiteit of activiteiten betreft als waarop het omgevingsoverleg betrekking had of niet in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg of niet binnen drie (3) maanden na het laatste omgevingsoverleg is ingediend of niet door dezelfde (rechts)persoon is aangevraagd die de aanvraag om omgevingsoverleg heeft gedaan bedraagt het tarief - indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van
- 2,41% € 162,85 - 2,28% € 24.100,00
- indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van - indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000
- 2,07% € 114.000,00 € 1.035.000,00 0,18%
Artikel 7 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: van het op grond van artikel .. verschuldigde bedrag met een minimumbedrag van b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
16% € 369,95
Artikel 8 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 10, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten
€ 369,95
PARAGRAAF 3 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT CULTUREEL ERFGOED EN WERELDERFGOED Artikel 9 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel [14] van de [citeertitel gemeentelijke erfgoedverordening] in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: van de kosten van de uit te voeren werkzaamheden, met een minimum van 2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: 2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: 2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: 3.
Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de [citeertitel gemeentelijke Erfgoedverordening] is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functieaanduiding te geven.
1,13% € 162,85
Artikel 10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel [20] van de [citeertitel gemeentelijke erfgoedverordening] in samenhang €
met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. PARAGRAAF 4 AANLEGACTIVITEITEN Artikel 11 Archeologie: beoordeling omgevingsplanactiviteit grondwerk De leges voor de beoordeling van een omgevingsplanactiviteit grondwerk aan de bescherming van archeologische waarden en het schriftelijk verstrekken van besluiten inzake archeologische waarden en verwachtingen bedragen
578,35 euro
Artikel 12 Archeologie/grondwerk: beoordeling plannen van aanpak De leges voor de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van Plannen van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek bedragen
288,55 euro
Artikel 13 Archeologie/grondwerk: beoordeling programma van eisen De leges voor de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van Programma's van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek bedragen
868,10 euro
Artikel 14 Archeologie/grondwerk: beoordeling evaluatierapporten De leges voor de beoordeling en goedkeuring, namens het bevoegd gezag, van evaluatierapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek bedragen
578,35 euro
Artikel 15 Archeologie/grondwerk: beoordeling rapportages De leges voor de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van rapportages die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek bedragen 15.1 Bureauonderzoek 15.2 IVO/O en IVO/P incl. opstellen selectiebesluit 15.3 Opgraving/AB
578,35 euro 722,00 euro 1.737,45 euro
Artikel 16 Archeologisch depot De leges voor het controleren en in het gemeentelijk archeologisch depot opnemen van de archeologische documentatie en archeologische vondsten bedragen
722,00 euro
Artikel 17 Archeologie: aanvraag omgevingsvergunning activiteit archeologie/grondwerk De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning activiteit archeologie / grondwerk, zoals bedoeld in het tijdelijke omgevingsplan, bedragen
1.737,45 euro
Artikel 18 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten.
€ 369,95
Artikel 19 Omgevingsplanactiviteit: uitweg / uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten
€ 347,35
PARAGRAAF 5 OVERIGE ACTIVITEITEN Artikel 20 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit het kappen van een boom/bomen of het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:7 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Utrecht 2010 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1. indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf bomen (levende of in een combinatie van levende en dode bomen) 2. indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan vijf bomen (hetzij levend hetzij dood hetzij een combinatie daarvan) geldt het tarief van 13.1 voor de eerste vijf bomen, vermeerderd met voor elke boom meer dan vijf bomen op dezelfde locatie in hetzelfde project
€ 646,55
€ 17,75
3. indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf dode bomen
€ 147,70
Artikel 21 Omgevingsplanactiviteit: reclame Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 3 van de Reclameverordening gemeente Utrecht 2017 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per m2 voor handelsreclame bestemde oppervlakte, met een minimum van en een maximum van
€ 181,00
€ 162,85 € 5.858,90
Artikel 22 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze en voorgaande paragrafen van deze tarieventabel bedoeld en die activiteit: 1. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel 2., bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten 2. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een omgevingsplanactiviteit voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit
€ 369,95
€ 369,95
€ 369,95
PARAGRAAF 6 OVERIGE TARIEVEN Artikel 23 Buiten behandeling laten aanvraag De leges voor het niet verder in behandeling nemen van een niet ontvankelijke aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel een tarief is opgenomen, bedragen Artikel 24 Wijzigen omgevingsvergunning
162,85 euro
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, bedraagt het tarief van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning, met een minimum van met een maximum van
5%
€ 162,85 € 7.474,75
Artikel 25 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 33 van toepassing is
€ 369,95
Artikel 26 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in deze tarieventabel niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan
€ 369,95
PARAGRAAF 7 MODALITEITEN Artikel 27 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouw- en/of omgevingsplanactiviteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, bedraagt het tarief van de op grond van het van toepassing zijnde artikel verschuldigde leges, met een minimum van
150% € 331,55
Artikel 28 Advies Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel bedraagt het tarief, indien een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven bedraagt het tarief
€ 369,95 € 369,95
Artikel 29 Instemming Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan
€ 369,95
PARAGRAAF 8 VERMINDERING Artikel 30 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten waarvoor leges zijn verschuldigd, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met Advies en Instemming als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van deze tarieventabel. De vermindering bedraagt van de voor de activiteiten verschuldigde leges
5%
Artikel 31 Vermindering bij duurzaamheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen … betrekking heeft op 1. de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 100%, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak. 2. de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 150%, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak 3. de nieuwbouw van gebruiksfuncties anders dan woonfunctie, waarvoor in artikel 4.3 1ste lid Omgevingswet iuncto artikel 4.149 Besluit bouwwerken leefomgeving, een grenswaarde voor de BENG 3 waarde is gegeven, met een gewogen BENG 3 waarde minimaal factor 1,50 hoger dan de norm uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. 4. de verbouw van woningen en andere gebruiksfuncties waarvan de BENG 3 waarde minimaal factor 1,75 beter dan de BENG 3 waarde van voor de verbouwing, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges.
Bij projecten met meerdere woningen of gebruiksfuncties wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de gebruiksfuncties, op basis van gebruiksoppervlak. 5. de realisatie van een zonne-energiesysteem, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. 6. een initiatief dat een andere dan hierboven genoemde bijdrage levert aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, bedraagt de vermindering maximaal van de verschuldigde leges. Hierbij staat de vermindering in verhouding tot de bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen.
50%
100%
50%
50%
50%
100%
7. Voor de vermindering als genoemd in de onderdelen 31.1 t/m 31.6 geldt een maximumbedrag van
50.000,00 euro
PARAGRAAF 9 TERUGGAAF Artikel 32 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsoverleg als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van deze tarieventabel binnen drie werkdagen na het indienen ervan intrekt, bedraagt de teruggaaf van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning bouw-, wijziging, sloop- of velactiviteit als bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 9, 10 en 20 van deze tarieventabel, nadat deze in behandeling is genomen, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 1. Bij intrekking van de aanvraag binnen een termijn van vier weken na het in behandeling nemen ervan van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Het na de verrekening aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan en niet meer dan 2. Bij intrekking van de aanvraag na vier weken na het in behandeling nemen ervan, van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Het na de verrekening aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan en niet meer dan
100%
75%
€ 162,85 € 2.491,50 60%
€ 162,85 € 3.986,35
Artikel 33 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw-, wijziging, sloop- of velactiviteit als bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 9, 10 en 20 van deze tarieventabel, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt van de voor de activiteit waarvoor de vergunning is ingetrokken verschuldigde leges. Het na de verrekening aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan en niet meer dan
25%
€ 162,85 € 7.474,75
Artikel 34 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw-, wijziging, sloop- of velactiviteit als bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 9, 10 en 20 van deze tarieventabel, weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. Het na de verrekening aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan en niet meer zijn dan
30%
€ 162,85 € 6.976,30
Artikel 35 Geen teruggaaf legesdeel overige onderdelen Uitsluitend van de leges verschuldigd op grond van de artikelen 5, 6, 8, 9, 10 en 20 van deze tarieventabel wordt teruggaaf verleend. Artikel 36 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan wordt niet teruggegeven.
€ 331,80