Verordening leges omgevingsvergunning 2022.docx
Tekst van het document
Verordening op de heffing en invordering van leges
omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2022 De raad van de gemeente Utrecht;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2021, met kenmerk 9257654
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet
gezien het advies van de commissie Mens en Samenleving van dd. 18 oktober 2021;
besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning 2022 alsmede de daarbij behorende tarieventabel 2022 gemeente Utrecht
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder: a. ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2
Belastbaar feit
Onder de naam ‘Leges omgevingsvergunning’ worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3
Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst als bedoeld in artikel 2 dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4
Tarieven en heffingsmaatstaven
1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5
Wijze van heffing
De leges worden geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 6
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 5: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 7
Kwijtschelding
Artikel 8
Teruggaaf
Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Gehele of gedeeltelijke teruggave van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 9
Nadere regels met betrekking tot heffing en invordering
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot het vaststellen van de maatstaf leges omgevingsvergunning, activiteit bouw. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel
1. De verordening Leges Omgevingsvergunningen 2021 van 3 december 2020 (Gemeenteblad 2020, nr. 323725), wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan en op belastbare feiten waarop de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moeten worden toegepast. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2022. 4. De in paragraaf 1 genoemde normbladen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het Stadskantoor, Stadsplateau 1 te Utrecht 5. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2011.
De griffier, Merel van Hall
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
Tarieventabel behorende bij de verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2022 1
Bebouwde omgeving: Omgevingsvergunning
Paragraaf 1: Begripsomschrijvingen 1.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1.1.1.
investeringskosten: de investeringskosten als genoemd in het normblad
NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het inrichten geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in dit hoofdstuk onder investering nodig voor de uitvoering verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het uitvoeren van het werk waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.1.2.
bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in
paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.1.3.
sloopkosten: de aannemingsom exclusief omzetbelasting, bedoeld in
paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt
wordt in dit hoofdstuk onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.1.4.
Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.1.5.
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die in de Wabo zijn
omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 1.1.6.
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn
omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingkader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.
Paragraaf 2: Indicatie aanvraag omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.1. tot het houden van vooroverleg voor het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is
357,45 euro
2.2. tot het beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwprojecten met een bouwsom vanaf EUR 1.000.000,-
3.188,85 euro
Paragraaf 3: Omgevingsvergunning 3.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een
omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf en paragraaf 4 van dit hoofdstuk.
In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
3. 1. Bouwactiviteiten 3.1.1Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo, bedraagt het tarief: 3.1.2.
indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000
bedragen van de bouwkosten, met een minimum van: 3.1.3.
indien de bouwkosten € 1.000.000 tot €
5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van: 3.1.4.
indien de bouwkosten € 5.000.000 tot €
50.000.000 bedragen
2,27% 157,35 euro 2,15% 23.400,00 euro 1,95%
van de bouwkosten, met een minimum van
111.000,00 euro
3.1.5.
1.007.100,00
indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000
bedragen
euro
vermeerderd met
0,17%
berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000
3.1.6.
Achteraf ingediende aanvraag
Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1. bedraagt het tarief,
150%
indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges,
320,35 euro
met een minimum van
3.2. Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning
357,45 euro
betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:
3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.: 3.3.1indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 (binnenplanse
afwijking), 2 (buitenplanse kleine afwijking) of 3 (buitenplanse afwijking) van de Wabo, dan wel artikel 2.12, tweede lid (tijdelijke afwijking), van de Wabo, artikel 2.12, eerste lid, onder b (afwijking
16%
van exploitatieplan) van de Wabo of artikel 2.12, eerste lid, onder d (afwijking van een voorbereidingsbesluit) van de Wabo wordt toegepast van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag met
357,45 euro
een minimumbedrag van 3.3.2.
indien de aanvraag een project van provinciaal
belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening
16%
en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag
357,45 euro
met een minimumbedrag van 3.3.3.
indien de aanvraag een project van nationaal
belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens
artikel 4.3, derde lid , van de Wet ruimtelijke ordening en
16%
artikel 2.12, eerste lid onder c, van de Wabo wordt toegepast van het op grond van onderdeel 3.1.1. verschuldigde bedrag
357,45 euro
met een minimumbedrag van
3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit, noch zal zijn Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake zal zijn van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 3.4.1indien artikel 2.12, eerste lid onder b (afwijking van een exploitatieplan) of d (afwijking van een voorbereidingsbesluit) van de Wabo wordt toegepast 357,45 euro 3.4.2indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) bij een investering nodig voor de uitvoering: Categorie A: > EUR 0 en ≤ EUR 100.000
10.482,60 euro
Categorie B: > EUR 100.000 en ≤ EUR 1.000.000
17.389,10 euro
Categorie C: > EUR 1.000.000 en ≤ EUR 10.000.000
29.228,95 euro
Categorie D: > EUR 10.000.000 en ≤ EUR 20.000.000
42.303,40 euro
Categorie E: > EUR 20.000.000 en ≤ EUR 50.000.000
59.322,95 euro
Categorie F: > EUR 50.000.000
68.203,70 euro
3.4.3indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt
357,45 euro
toegepast (afwijking van provinciale regelgeving) 3.4.4indien de aanvraag een project van nationaal belang
357,45 euro
betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving)
3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid
3.5.1
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning
betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief
752,10 euro
3.5.2 Het tarief genoemd onder 3.5.1. wordt verhoogd voor een bouwwerk of inrichting met een oppervlakte van: 3.5.2.1
0 t/m 100 m2
499,20 euro
3.5.2.2
101 m2 t/m 500 m2
499,20 euro
vermeerderd per m2 boven het aantal van 100 m2 met
3,05 euro
3.5.2.3
1.726,45 euro
501 m2 t/m 2.000 m2
vermeerderd per m2 boven het aantal van 500 m2 met
1,60 euro
3.5.2.4
4.128,15 euro
2.001 m2 t/m 5.000 m2
vermeerderd per m2 boven het aantal van 2.000 m2 met
0,48 euro
3.5.2.5
5.553,70 euro
5.001 m2 t/m 50.000 m2
vermeerderd per m2 boven het aantal van 5.000 m2 met
0,08 euro
3.5.2.6
9.272,50 euro
meer dan 50.000 m2
vermeerderd per m2 boven het aantal van 50.000 m2
0,01 euro
3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 3.6.1Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens
provinciale verordening of de Monumentenverordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die
1,13%
gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief voor het wijzigen van een monument van de kosten van de uit te voeren werkzaamheden, met een
157,35 euro
minimum van 3.6.2Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsof dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c,
2,20%
van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief van de kosten van de uit de voeren werkzaamheden, met een
157,35 euro
minimum van met een maximum van
15.737,75 euro
3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de
357,45 euro
Wabo, bedraagt het tarief:
3.8 Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief
335,65 euro
3.9 Kappen
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief 3.9.1indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf
624,70 euro
bomen ( levende of in een combinatie van levende en dode bomen) 3.9.2indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan vijf bomen (hetzij levend hetzij dood hetzij een combinatie daarvan) geldt het tarief van 3.9.1 voor de eerste vijf bomen vermeerderd
17,15 euro
voor elke boom meer dan vijf bomen op dezelfde locatie in hetzelfde project met 3.9.3 indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf dode bomen
142,60 euro
3.10 Handelsreclame Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de plaatselijke
174,90 euro
verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo, bedraagt het tarief per m2 voor handelsreclame bestemde oppervlakte met een minimum van
157,35 euro
en een maximum van
5.660,80 euro
3.11.Projecten of handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming 3.11.1
Indien de aanvraag om een
omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de
natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of
357,45 euro
planten, als bedoeld in de Wet natuurbescherming bedraagt het tarief 3.11.2
Indien de aanvraag om een
omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen
357,45 euro
gebied als bedoeld in de Wet natuurbescherming
3.12.Handelingen in het kader van de natuurbescherming Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming ontheffing nodig is, bedraagt het tarief
3.13.Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld
357,45 euro
en die activiteit of handeling 3.13.1
behoort tot een bij algemene maatregel van
bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van
357,45 euro
de Wabo, bedraagt het tarief 3.13.2
behoort tot een bij provinciale verordening,
gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief
3.14.Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 3.14.1
voor het in behandeling nemen van de aanvraag
voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat
357,45 euro
voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft. 3.14.2
voor het in behandeling nemen van de aanvraag
voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.
3.15.Advies Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een
357,45 euro
omgevingsvergunning
3.16.Verklaring van geen bedenkingen Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven bedraagt het tarief
357,45 euro
Paragraaf 4 Vermindering 4.0 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in paragraaf 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning bedoeld in paragraaf 3.1. 4.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten waarvoor leges zijn verschuldigd, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen, handelingen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 3.11, 3.12, 3.15 en 3.16 bedraagt de vermindering bij vijf en meer activiteiten waarvoor leges verschuldigd zijn van de voor de activiteiten verschuldigde leges 4.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de onderdelen 3.1 en 3.3 betrekking heeft op 4.2.1 de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 100%, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen
5%
gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak 4.2.2 de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 150%, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges 100% van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak 4.2.3 de nieuwbouw van gebruiksfuncties anders dan woonfunctie, waarvoor in het Bouwbesluit art. 5.2 een grenswaarde voor de BENG 3 waarde is gegeven, met een gewogen BENG 3 waarde minimaal factor 1,50 hoger dan de norm uit het Bouwbesluit, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges 4.2.4 de verbouw van woningen en andere gebruiksfuncties waarvan de BENG 3 waarde minimaal factor 1,75 beter dan de BENG 3 waarde van voor de verbouwing, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen of gebruiksfuncties wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de gebruiksfuncties, op basis van gebruiksoppervlak 4.2.5 de realisatie van een zonne-energiesysteem, bedraagt de vermindering 50% van de verschuldigde leges 4.2.6 een initiatief dat een andere dan hierboven genoemde bijdrage levert aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, bedraagt de vermindering maximaal 100% van de verschuldigde leges.
Hierbij staat de vermindering in verhouding tot de bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen 4.3 Voor de vermindering als genoemd in de onderdelen 4.2.1. t/m 4.2.6. geldt een maximumbedrag van
50.000,00 euro
Paragraaf 5 Teruggaaf 5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten 5.1.1 Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijzigingof sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, en 3.7., intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. 5.2 De teruggaaf bedraagt: 5.2.1indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van vier weken na het in behandeling nemen ervan
75%
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges 5.2.2Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.1. aan te
157,35 euro
betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.2.3Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.1. aan te betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan
2.407,25 euro
5.2.4.
indien de aanvraag wordt ingetrokken na vier
weken na het in
60,0%
behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteiten verschuldigde leges 5.2.5 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.4. aan te
157,35 euro
betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.2.6Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.4. aan te
3.851,55 euro
betalen leges resterende bedrag mag niet meer
5.3 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten, met inbegrip van monumenten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6 en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze
25%
aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 5.3.1Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.3. aan te
157,35 euro
betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.3.2Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.3. aan te
7.222,00 euro
betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan
5.4 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten, met inbegrip van monumenten 5.4.1Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, of 3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt
30%
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 5.4.2Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.4.1 aan te
157,35 euro
betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.4.3Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.4.1
6.740,40 euro
aan te betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan
5.5 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan
320,60 euro
wordt niet teruggegeven
5.6 Geen teruggaaf legesdeel overige onderdelen Uitsluitend van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 3.1, 3.6 en 3.7 wordt teruggaaf verleend.
6.
Intrekking omgevingsvergunning
6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid,
357,45 euro
onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.3. van toepassing is
7.
Wijzigen omgevingsvergunning als gevolg van wijzigen project
7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe
5%
wijziging in het project van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning met een minimum van
157,35 euro
met een maximum van
7.222,00 euro
8.
In deze tarieventabel niet genoemde beschikking
8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze tarieventabel niet genoemde
357,45 euro
beschikking
9.
Niet ontvankelijke aanvraag
9.1 De leges voor het niet verder in behandeling nemen van een niet ontvankelijke aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor
157,35 euro
zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel een tarief is opgenomen bedragen