Verdieping en achtergrond Overvecht Centrum
Tekst van het document
•
Om samenhang te creëren in de bestrating sluiten we aan bij de basis die al gebruikt is in de NPD-strook, een gebakken roodbruine klinker. Dit geeft ook eenheid in de diversiteit van profielen van straten.
•
Aanvullend is het mogelijk om maximaal twee kleuren bestrating toe te voegen in een rustig palet. De verschillende kleurtinten kunnen subtiel en aanvullend ingezet worden bij de zonering van de straat, maar blijven ondergeschikt aan de basis. - De rijbaan/voetgangerszone moet duidelijk herkenbaar worden gemaakt via kleurverschillen en/of banden. - Met een afwijkende kleur of legverband in de bestrating kunnen subtiele scheidingen tussen de straat en de intermediaire zone worden aangeduid.
Figuur 80. Materiaalkeuze gebakken klinkers in NPD-strook en rondom Apotheek als basis voor gebied.
Figuur 81. Groene pleinen nodigen uit tot verblijven en ontmoeten. Londen (GB), SKY UK Headquarters
Figuur 82. Straten zijn zo groen mogelijk en eenvoudig qua materialisatie. Eindhoven, Westdijk
Figuur 83. Aansluiten en aanvullen op gebakken klinkers.
Figuur 84. Groen is een sfeermaker en wordt toegepast met het ‘groentenzij’ principe. Tilburg, Centrum
Figuur 85. Vergroening, met afwatering zichtbaar in groen. Nijverdal, Centrum
Masterplan Overvecht Centrum
67
-
Een verfijnde detaillering aan de randen van de straten/ langs de plint voegt een esthetisch element toe. Zo versterken we de algehele uitstraling van de openbare ruimte.
•
Op maaiveldniveau wordt de ruimte tot aan de bebouwing altijd ingevuld en gematerialiseerd volgens het principe van één rechte lijn tussen het bouwblok en de openbare ruimte. Dit geldt zowel voor bebouwing direct op de rooilijn (inclusief negges), als voor terug liggende gebouwdelen en voor openingen zoals poorten of entrees naar binnentuinen.
•
Eenheid en consistentie in basis inrichtingselementen (zoals straatverlichting en prullenbakken). Dit draagt bij aan een gevoel van samenhang. Een goede verlichting is belangrijk voor de veiligheid op straatniveau.
•
Verlichting. In het centrum is goede verlichting essentieel voor de veiligheid. Donkere en onveilige hoekjes komen niet voor. Om de ruimteclaim van verlichting op de openbare ruimte te beperken, kan licht op sommige plekken geïntegreerd worden in de bestrating en gebouwen.
•
Waterbergende elementen worden geïntegreerd in de bestrating. Gebruik waterinfiltratie in het groen.
•
Technische installaties worden in gebouwen opgenomen. Alleen indien noodzakelijk worden ze in de openbare ruimte ingepast en wel zo geplaatst dat de ruimte netjes en overzichtelijk blijft. De afdekking van een installatie moet van hetzelfde materiaal zijn als de verharding en niet zichtbaar. Groenstroken dienen vrij te zijn van technische installaties.
Het is kansrijk en wenselijk om voor circulaire doelen materiaal van de bestaande gebakken klinkerbestrating te hergebruiken in de nieuwe straten (bijvoorbeeld rondom de Apotheek).
68
Pleinen/plekken Pleinen in het gebied krijgen een bijzonder karakter. Enkele pleinen zijn nauw verbonden met de identiteit van het naastgelegen publieke gebouw. Gebouw en plein gaan daar een bijzondere relatie aan. Het karakter en de inrichting van elke plek of plein reflecteren het specifieke gebruik en functie van die plek. Pleinen weerspiegelen als belangrijke ankers in het plan de identiteit van het gebied en tonen de cultuur en achtergrond van bewoners (zie ook paragraaf 1.6 identiteit). Hierbij is ruimte voor bijzondere elementen die de architectuur of pleinruimte een eigen karakter geven en extra bijzonder maken. Bewoners, ondernemers en bezoekers worden betrokken bij de vormgeving van pleinruimten. •
Er is vrijheid en expressie in de keuze van ontwerp en inrichting van pleinen. Deze onderscheiden zich zo van de algemene inrichting in het gebied en kunnen uniek zijn in vorm, materiaal- en kleurgebruik.
•
Elk plein naast een smaakmaker functioneert als een harmonieus ensemble van de openbare ruimte en het gebouw. De architectonische elementen van de omliggende plinten en bijzondere gebouwen sluiten aan bij het karakter en de inrichting van het plein en vice versa.
•
Pleinmeubilair. Er zijn voorzieningen voor zitten, eten, spelen en sporten om de uiteenlopende activiteiten op het plein te ondersteunen.
•
Het centrale ontwerpuitgangspunt voor de openbare en collectieve ruimte is ‘groen, tenzij...’
Figuur 86.Ensemble met kleur en expressie. Bollnäs (SE), Brotorget plein
Figuur 87. Plein met verblijfsruimte en groen. Tilburg, Stadhuisplein
Figuur 88.Verbijzondering bestrating. Amsterdam, Artisplein
Figuur 89. Herkenbare inrichting. Kopenhagen (DK), Superkilen
Figuur 90. Voorzieningen voor zitten en spelen. Zurich (CH), Hunziker
Figuur 91. Waterelementen met ruimte voor spelen. Nanjng (CN), The circles
Masterplan Overvecht Centrum
69
•
Op pleinen is veel ruimte voor groen. Het groen past zich aan aan het functionele gebruik van de plek en sluit aan op het bijzondere karakter van het specifieke plein of plek. Dat betekent soms groen om in te zitten, sporten of onder te liggen en soms juist groen om naar te kijken en voor plant en dier.
•
Weerbeschermende elementen. In het winkelhart is behoefte aan bescherming tegen regen, wind en zon. Hiertoe kunnen losstaande architectonische elementen ingezet worden. Deze domineren het straatbeeld niet, mogen geen impact hebben op de woonkwaliteit, de vergroening of de sociale veiligheid in het gebied. Deze elementen dragen bij aan de oriëntatie in het gebied, definiëren een plek of begeleiden de bezoeker van plek naar plek. Op welke manier hier vormgegeven aan kan worden is een ontwerpopgave en vergt nadere uitwerking.
Kwaliteitsniveau en Handboek Openbare Ruimte Het Masterplan en BKP sluiten aan op de leidende principes van het Handboek Openbare Ruimte. Het kwaliteitsniveau van de inrichting en beheer van het grootste deel van het gebied is Domstad bijzonder (Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte). Voor de smaakmakers binnen Overvecht Centrum is dat Utrechtse Allure. De verdeling van de verschillende kwaliteitsniveaus is in onderstaande afbeelding aangegeven.
Projectgebied (exploitatiegrens) Kwaliteitsniveaus voor openbare ruimte: Allure Domstad bijzonder
Figuur 92. Kwaliteitsniveau inrichting en beheer openbare ruimte
70
0
50
100
200
Figuur 93. Luifel als architectonisch element met verbijzondering van de entree. Amsterdam, Gelderlandplein
Figuur 94. Losstaande architectonische element in de winkelstraat. Almere Centrum
Figuur 95. Losstaande architectonische element aan het plein. Groningen, Waagplein
Figuur 96. Zonneluifel in de overgangszone. Enschede
Masterplan Overvecht Centrum
71
C
Programma en volume
Bovengronds volume
Rekenen en tekenen De rekenkundige uitgangspunten sluiten niet Onderstaande tabel laat zien wat het bovengronds naadloos aan met wat er getekend is. De tabel op volume is in Overvecht Centrum. Het laat het hele de volgende pagina laat zien dat het getekende gebied zien, inclusief het volume van de NPDnieuwe bovengrondse volume 300.449 m² BVO is, strook. Ondergronds komt een parkeergarage t.o.v. het rekenkundige maximum van 300.000m² van 46.000 m2 BVO. Deze is niet opgenomen in BVO. Dit valt binnen de marge en het maximum onderstaande tabel. blijft daardoor 300.000 m² BVO toevoeging en een totaal maximaal bovengronds binnen OverOnderstaande tabel laat zien wat het bovengronds volume is in volume Overvecht Centrum. Het vecht Centrum van 393.000 m² BVO.
Volume en Programma Bovengronds volume
gebied zien, inclusief het volume van de NPD-strook. Ondergronds komt een parkeergara 46.000 m2 BVO. Deze is niet opgenomen in onderstaande tabel. Heel Overvecht Centrum (incl NPD) Huidig Woningen
74
Masterplan 72.000 m² BVO
Niet wonen programma Subtotaal
57.000 m² BVO 129.000 m² BVO
Slopen Woningen Niet wonen programma Subtotaal
21.000 m² BVO 48.000 m² BVO 69.000 m² BVO
Nieuw programma Woningen Niet wonen programma Parkeren (bovengronds) Onvoorzien Fietsparkeren Overige mobiliteit Subtotaal Subtotaal (exclusief bovengronds parkeren)
240.000 m² BVO 46.500 m² BVO 33.000 m² BVO 7.500 m² BVO 4.000 m² BVO 2.000 m² BVO 333.000 m² BVO 300.000 m² BVO
Totale programma Woningen Niet wonen programma Parkeren Onvoorzien Fietsparkeren Overige mobiliteit Totaal bovengronds
291.000 m² BVO 55.500 m² BVO 33.000 m² BVO 7.500 m² BVO 4.000 m² BVO 2.000 m² BVO 393.000 m² BVO
Rekenen en tekenen
Volumes nieuwbouw per plot en clusters Cluster Brailledreef / parkeerterrein (Fase 1)
Blok nummer A1/A2 C1
Plint Stedelijke laag (voetprint) excl plint m2 m2 4,490 9,867 7,326 15,550
Bovenbouw
TOTAAL omvang
m2
m2
12,564 13,997
functies/ beschrijving
26,921 wonen 36,873 deel van winkelcentrum 63,794
C2 C3
5,368 2,110
9,743 0
12,607 0
27,718 deel van winkelcentrum 2,110 mercado (1 laag) 29,828
C4 Cluster aan de C5 Zamenhofdreef
6,235 6,883
14,605 15,605
4,501 12,610
25,341 deel van winkelcentrum 35,098 deel van winkelcentrum 60,439
B1 Wooncluster rond B2 C&A gebouw B3
3,592 3,303 2,440
9,700 11,216 6,793
11,682 4,956 6,672
24,974 wonen 19,475 wonen 15,905 wonen 60,354
Wooncluster aan D1 het watertoren D2 park
5,095 4,689
8,426 11,860
5,167 13,907
18,688 wonen 30,456 wonen 49,144
E1 Cluster met E2 culturele trekker E3
2,658 1,267 2,979
6,076 5,075 3,501
7,675 7,659 0
16,409 wonen 14,001 wonen 6,480 culturele trekker (2 lagen) 36,890
Parkeergebouw #1P1 Parkeergebouw #2P2
2,880 3,072
14,400 15,360
0 0
17,280 parkeergarage bewoners 18,432 parkeergarage bewoners
Winkelhart
Ondegrondse parkeergarage
Fase 1 Fase 2 Fase 3
TOTAAL bovengronds niewbouw excl parkeren
aanp
19,940 onder C1 20,180 onder C2 6,120 onder C3 46,240 300,449 m2 BVO
Figuur 97. Indicatie van clusters en blokken in het plan
Masterplan Overvecht Centrum
75
Programmatabel huidig en eindbeeld In onderstaande tabel worden het aantal woningen per type en de aantallen parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen. De woningaantallen zijn inclusief de woningen van de NPD-strook. In het masterplan gaan we er van uit dat uiteindelijk iedereen mee doet. Dit betekent dat er bestaande woningen weg gaan. Het gaat hier om de studentenwoningen en de 22 koopwoningen boven het winkelcentrum en de sociale huurwoningen. In totaal worden er 352 woningen in de categorie sociaal gesloopt. Dit zijn de 136 studentenwoningen boven het winkelcentrum en 179 sociale huurwoningen van de corporaties. Een aantal van deze woningen is gesplitst in kamers. Daarom is in onderstaande tabel het totaal aantal sociale huurwoningen 215.
76
In onderstaande tabel staan de aantallen parkeerplaatsen waar in de berekeningen mee wordt gerekend. In totaal zijn dit 2.299 parkeerplekken voor auto’s. Ruimtelijk kunnen er meer parkeerplekken komen. De genoemde aantallen bij de fietsparkeerplekken gaan over de plekken in openbare stallingen. De fietsen voor bewoners worden opgenomen in de woongebouwen.
Masterplan Overvecht Centrum
77
D
Bezonning en windonderzoek DGMR, oktober 2024
Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht C Windhinder, bezonning en daglicht
Documentnummer: Datum: Contactpersoon:
B.2023.1549.00.R001 (TO/LA|PZW) 9 oktober 2024 ir. E.S. (Erik) den Tonkelaar | TO@dgmr.nl | t 088-34
Centrum Utrecht
467637
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Utrecht Postbus 10080 3505 AB UTRECHT
Contactpersoon opdrachtgever de heer ir. D. Bekker 030 286 43 16 Project Betreft Uw kenmerk
Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht windhinder en bezonning -
Rapport Datum Versie Status
B.2023.1549.00.R001 9 oktober 2024 003 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Bouw B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag
Contactpersoon
ir. E.S. (Erik) den Tonkelaar 088 346 76 37 TO@dgmr.nl
Auteur
P. (Parikshit) Nikumbh 088 346 76 76 PNI@dgmr.nl
Projectadviseur
ing. A.W.N. (Antwan) van Haaren 088 346 76 02 HR@dgmr.nl
2e lezer/secr.
TO/LA|PZW
ing. A.W.N. (Antwan) van Haaren DGMR Bouw B.V.
2|
Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
Inhoud Inleiding, situatie en varianten
3
Windonderzoek
4
Criteria windonderzoek en uitgangspunten
5
Onderzoeksgebied en activiteitenklassen
6
Resultaten | Bestaande situatie
7
Resultaten | Ontwerp Overvecht centrum situatie
9
Conclusies windonderzoek
10
Bezonning
11
Eisen & toetsing
14
Resultaten | Bestaande situatie
15
Resultaten | Ontwerp Overvecht centrum situatie
16
Resultaten | bestaande vs. nieuwe situatie
17
Resultaten | Hotspot
18
Conclusies bezonning
19
Daglicht
20
Eisen
22
Conclusies Daglicht
35
Bijlage 1: Toelichting beoordeling windklimaat
36
Bijlage 2: Windstatistiek en terreinruwheid bij project
37
Bijlage 3 | Schaduw 19 februari – Bestaande situatie
38
Bijlage 4 | Schaduw 19 februari – Nieuwe ontwerp situatie
39
Bijlage 5 | Schaduw 19 februari – Bestaande situatie
40
Bijlage 6 | Schaduw 19 februari – Nieuwe ontwerp situatie
41
Bijlage 7 | bezonning – Invloed nieuwbouw (21 juni)
42
Inleiding, situatie en varianten Inleiding
Situatie
In opdracht van gemeente Utrecht heeft DGMR Bouw B.V. een windhinder-, bezonnings- en daglichtonderzoek uitgevoerd voor het project Masterplan Overvecht Centrum in Utrecht. Het betreft de gefaseerde herontwikkeling van het gebied Overvecht en de realisatie van ongeveer 2.500 nieuwe woningen en detailhandel, kantoor, dienstverlening, horeca.
We hebben het onderzoek uitgevoerd op basis van het 3D-model van het ontwerp (ontvangen op 29 mei 2024). Merk op dat dit onderzoek het eindresultaat is, waarbij we een aantal varianten hebben onderzocht om met name het windklimaat te optimaliseren.
Het rapport bestaat uit drie delen: 1. Een windhinderonderzoek, waarbij wij het windklimaat in kaart brengen op maaiveldniveau en in de binnentuinen. 2. Een bezonningsstudie waarbij we inzichtelijk maken wat de invloed van de nieuwbouw is op de bestaande bebouwing. Ook onderzoeken we de invloed van de beschaduwing in de openbare ruimte op maaiveldniveau. 3. Een globale daglichtstudie voor de gebouwen in het ontwerp, waarbij we de meest kritische gevels onderzoeken. In dit document zijn achtereenvolgens per aspect gepresenteerd: • toetsingscriteria • uitgangspunten • modellering en de onderzoeksmethodiek • resultaten • conclusies
Het gebied is weergegeven in figuur 1. De bestaande gebouwen (zoals winkelcentrum, bibliotheek) in het gebied worden gefaseerd herontwikkeld. Sommige bestaande gebouwen zullen worden geïntegreerd met het nieuwe plan. Ten noorden, oosten en westen van het gebied liggen voornamelijk woongebouwen. De zuidzijde is relatief open (rioolwaterzuiveringsinstallatie). Varianten In totaal zijn er twee varianten gepresenteerd: 1. Bestaande situatie (referentie) (figuur 2). 2. Ontwerp Overvecht centrum (figuur 3). In het onderzoek wordt rekening gehouden met bestaande bomen en mogelijk nieuwe bomen.
figuur 2: bestaande situatie
3|
Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
f
figuur 1: overzicht gebied
figuur 3: ontwerp Overvecht centrum
1 Windonderzoek
Bestaande situatie
4|
Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
Ontwerp Overvecht centrum
1 Criteria windonderzoek en uitgangspunten Kader Er is geen formele, landelijk vastgestelde eis voor windhinder en windgevaar. Wel zijn er grote gemeenten met richtlijnen op dat gebied. Deze dienen met name voor de beoordeling van bouwplannen met hoogbouw. In de Hoogbouwvisie van Utrecht worden gebouwen hoger dan 30 meter aangemerkt als hoogbouw. Sinds 2006 wordt voor de beoordeling veelal gebruikgemaakt van NEN 8100. Aan de hand van NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ kan het windklimaat bepaald worden. Dit wordt uitgedrukt in overschrijdingskansen per jaar (in procenten) dat de windsnelheid boven een bepaalde waarde ligt.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar.
Criteria windhinder: overschrijdingskans Wanneer mensen hinder ondervinden als gevolg van wind, is er sprake van windhinder. Om de mate van windhinder vast te stellen, wordt de overschrijdingsfrequentie van een uurgemiddelde windsnelheid op hoofdhoogte bepaald. Als uurgemiddelde windsnelheid voor het bepalen van de windhinder wordt 5 m/s op hoofdhoogte als behaaglijkheidsgrens gehanteerd. Bij deze gemiddelde windsnelheid blijkt het gedrag van mensen door de wind te worden beïnvloed (zie ook de tabel hieronder). Hierbij is ook rekening gehouden met optredende windvlagen.
De overschrijdingsfrequentie van de windsnelheidsgrens van 5 m/s is dan het totaal aantal uren per jaar dat het ter plaatse van het meetpunt harder waait dan 5 m/s. Dit aantal uren wordt over alle windrichtingen gesommeerd en omgerekend naar het procentueel voorkomen per jaar van een hogere windsnelheid dan 5 m/s. Dit wordt de overschrijdingskans genoemd. De uurgemiddelde windsnelheden worden bepaald volgens NPR 6097. Waardering van kwaliteitsklassen De waardering van een kwaliteitsklasse is afhankelijk van de activiteitenklasse. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat de gevoeligheid van personen voor windhinder mede afhankelijk is van de activiteit die men onderneemt. Er worden drie activiteiten onderscheiden: 1. Doorlopen, bijvoorbeeld op een parkeerterrein. 2. Slenteren, bijvoorbeeld in een winkelstraat of bij een gebouwingang. 3. Langdurig zitten, bijvoorbeeld op een bankje in het park. De beoordeling voor het lokale windklimaat op basis van NEN 8100 is in de tabel weergegeven. Bij lagere windsnelheden beleven mensen het windklimaat op een horecaterras eerder als slecht en is klasse A nog niet genoeg. We adviseren dan ook, in lijn met NEN 8100, om extra aanvullende maatregelen te treffen bij deze terrassen zoals windschermen.
Classificaties windbeoordeling windhinder aansluitend bij NEN 8100 5 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
n Criteria windgevaar Er is sprake van een gevaarlijke situatie als de wind op hoofdhoogte een uurgemiddelde windsnelheid heeft die groter is dan 15 m/s. De maatgevende windvlagen kunnen dan snelheden bereiken van 20 tot 25 m/s. Het gevaarcriterium wordt bepaald door enerzijds de gemiddelde windsnelheid van 15 m/s en anderzijds door vlagen tot 25 m/s op hoofdhoogte. Ten aanzien van het beoordelen van windgevaar wordt de indeling aangehouden, zoals te zien in de tabel.
Situaties met een overschrijdingskans tussen de 0.05 en 0.29% worden alleen geaccepteerd als deze vallen binnen activiteitenklasse 1 (‘doorlopen’). Situaties met een overschrijdingskans > 0.30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.
Windstatistiek Met behulp van NPR 6097 is de windstatistiek voor de bouwlocatie bepaald. NPR 6097 maakt gebruik van 40 jaar KNMI-meetgegevens van 51 KNMI-meetstations. Met behulp van deze meetgegevens is een dataset gemaakt waarmee voor iedere locatie in Nederland de windstatistiek op 60 meter hoogte bepaald kan worden. De statistiek wordt daarbij gecorrigeerd voor ruwheden in het landschap. Bij de randvoorwaarden in de CFD-berekening is een ruwheidslengte aangehouden van z0 = 1.0 meter (stedelijk gebied) voor het landinwaartse gebied.
Hieronder wordt in een windroos de windstatistiek ter plaatse van het project gegeven op een hoogte van 60 meter.
1 Onderzoeksgebied en activiteitenklassen In figuur 4 is ziet u de bebouwing. We bepalen het windklimaat in de openbare ruimte op maaiveld en op de binnentuinen (bruine vlakken). In de openbare ruimte is plaats voor parkjes en bankjes/zitjes. De exacte plaats hiervan is op dit moment nog niet bekend. Ook de positie van de entrees is op dit moment nog niet bekend.
De terrassen en binnentuinen worden beoordeeld volgens de activiteit ‘langdurig zitten’. De overige gebieden worden beoordeeld volgens de activiteit ‘doorlopen’. Op basis van de resultaten geven wij aan waar entrees, bankjes en zitjes geplaatst zouden kunnen worden.
figuur 4:Gebied met bouwblokken, met binn
6 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
nentuinen en openbaar gebied
1 Resultaten | Bestaande situatie (windgeva Windgevaar Figuur 5 laat zien dat er geen risico is op windgevaar in de bestaande situatie.
7 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
aar)
figuur 5: beoordeling windgevaar op maaiveld
1 Resultaten | Bestaande situatie (windhinde Windhinder In figuur 6 is windhinder voor het gehele gebied te zien. In het gebied waar Overvecht centrum wordt ontwikkeld, is er sprake van een overwegend goed windklimaat met voornamelijk klasse A/B (figuur 6). Op een aantal plaatsen aan de zuidwestkant is er sprake van een minder windklimaat: 1: op de zuidpunt is er sprake van een matig windklimaat (klasse D). 2: ook hier is sprake van een matig windklimaat (klasse D) en een klein gebied met een slecht windklimaat (klasse E). 3, 4 en 5: er is sprake van een matig tot goed windklimaat (klasse C/D).
8 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
er)
5 4
3
2
1
figuur 6: beoordeling windgevaar op maaiveld
1 Resultaten | Ontwerp Overvecht centrum Windgevaar Figuur 7 laat zien dat er geen risico is op windgevaar in de toekomstige situatie op maaiveld en op de binnentuinen.
figuur 8: beoordeling windgevaar op binnentuinen 9 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
(nieuwe) situatie (windgevaar)
figuur 7: beoordeling windgevaar op maaiveld
1 Resultaten | Ontwerp Overvecht centrum Windhinder In figuur 9 is windhinder voor het gehele gebied te zien. Op de meeste plaatsen is er sprake van een overwegend goed windklimaat met klasse A. Binnen het ontwerp zijn een aantal gebieden met klasse B/C/D. Een groot gedeelte van de gebieden met klasse C en klasse D bevinden zich buiten het ontwerp.
Op een aantal plaatsen is er sprake van een minder windklimaat: 1: Er is nog steeds sprake van een matig windklimaat (klasse D). Het gebied is kleiner geworden in vergelijking met de huidige situatie. 2: Er is geen sprake meer van een slecht windklimaat (klasse E). Ook het gebied met matig windklimaat (klasse D) is kleiner geworden. 3, 4 en 5: Ook hier verbetert het windklimaat ten opzichte van de huidige situatie. Er is geen sprake meer van gebieden met klasse D. 6: Aan de oostkant, buiten de nieuwbouw ontstaat een gebied met een matig windklimaat (klasse D). Dit was er nog niet in de huidige situatie. De plaats van entrees ligt nog niet vast. Bij het uitwerken van het voorliggende ontwerp is ons advies om entrees te plaatsen in gebieden met een goed windklimaat (klasse A en klasse B). De plaats voor zitjes en bankjes ligt nog niet vast. Ons advies is om deze te plaatsen in gebieden met een goed windklimaat (klasse A).
10 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001
(nieuwe) situatie (windhinder)
6
5 4
3
2
1
figuur 9: beoordeling windhinder op maaiveld
1 Resultaten | Ontwerp Overvecht centrum Windhinder In figuur 10 is windhinder voor het binnentuinen te zien. Er is sprake van een overwegend goed en matig windklimaat met klasse A en B. Er zijn echter ook gebieden met klasse C op sommige binnentuinen. In de meest zuidwestelijk gelegen binnentuin is in twee kleine gebieden sprake van klasse D. Deze gebieden (klasse C en klasse D) zijn minder geschikt voor bankjes en zitjes. Bij het ontwerp van de binnentuin kan daar rekening mee gehouden worden.
11 | Gemeente Utrecht - Masterplan Overvecht Centrum Utrecht | B.2023.1549.00.R001