Verbetervoorstellen ProgrammaBegroting.docx
Tekst van het document
Verbetervoorstellen Programma Begroting (PB) CONCEPT 4 oktober 2022
(A) Verdeling per programma/taakveld in kosten ambtelijk apparaat versus bestedingen met/door derden. Nu zitten de kosten van het ambtelijk apparaat grotendeels verstopt in de begroting. Het is inderdaad een ‘programmabegroting’ met geen aandacht voor de toedeling naar eigen ambtelijke middelen versus de besteding van taken en uitvoering naar derden, opdrachtnemer, subsidieontvangers, leveranciers, enzovoorts. Dat is wel relevant want bij elk programma/taakveld kan het van belang zijn om meer of minder als gemeente zelf te doen, dan wel bij derden uit te besteden en te laten doen. Dat is een politieke keuze en moet ook zichtbaar worden. (B) Specifieke budgetten voor partners, zoals DOCK, Buurtteam, JOU, VIVE, SPDO, enzovoorts. In de subsidielijsten staan vele van deze partners/opdrachtnemer en/of subsidieontvangers wel opgenomen. Soms is het relevant om te weten binnen bijv. ondersteuning op maat hoeveel budget er is voor en programma als SPDO, waar ca. 30 partners in de stad uit kunnen putten. Deze budgetten staan nu als toelichting in de PB, terwijl juist de mate waarin deze budgetten wel of niet toenemen zeer relevant is voor de mogelijkheden van deze partners in de stad. De gemeenteraad kan voor enkele (of vele) van deze partners of ‘groepen van partners’ specifiek een budget vaststellen.
(C) Historisch perspectief: budget t+1 vergeleken met bestedingen van t-1 tot t-5 jaar voorheen. Nu staat er veelal alleen wat in het voorgaande jaar is besteed, maar dat zegt vrij weinig. Is dat vorige jaar wel representatief? Was dat een uitschieter of een gemiddelde? Als in een vorig jaar 100 is uitgegeven en in het lopende jaar 105 is begroot en voor het komende jaar 110 is begroot lijkt dit een stijgende lijn. Maar wat als het gemiddelde in de afgelopen jaren 120 was? Zeer relevant, want bij veel taakvelden of partners wil je als gemeenteraad wel zeker weten of de middelen daadwerkelijk (structureel) toenemen. Het is dan nog de vraag of je 3 of 5 jaar wil teruggaan of een gemiddeld wil zien?
(D) Aantallen medewerkers/fte gemeente (intern en extern/ingehuurd) bijv. inzet op THOR, RO, Wijkbureaus, enzovoorts. Op geen enkele wijze biedt de PB nu inzicht in de aantallen medewerkers en/of fte werkzaam bij de gemeente, zowel intern (op de loonlijst) als ook extern ingehuurd (ZZP of anderszins). Zeer relevant want als gemeenteraad wil je ook inzicht in en waar nodig kunnen sturen op een ‘efficiënte en effectieve overheid’. Een grotere organisatie met meer medewerkers/fte is niet automatisch ook een beter werkende organisatie. Ook daarin kan het politiek relevant zijn om kaders te stellen, bijvoorbeeld aan de groei van de organisatie of afdelingen. (E) Buurtindicatoren vastleggen op alle buurten minimaal cijfer X i.p.v. een stedelijk gem. min. Y. Regelmatig wordt nu als streefcijfer een buurtgemiddelde genoemd van bijv. min. een 6,5. Maar dat betekent dat op ca. 80 buurten (of 10-20 wijken) er ook buurten kunnen zijn met een 5 als er maar genoeg ook een 8 scoren. Relevanter kan zijn dat we willen dat geen enkele buurt lager dan een 6 scoort of dat min. 70% van de buurten min. een 7,5 scoort. (F) Verdeling van budget over wijken of buurten voor deel van de begroting. Bij sommige budgetten kan het zeer relevant zijn om te weten hoe de besteding over de 10-20 wijken is (of zelfs over de 80-100 buurten). Dat kan ook relevant zijn voor het kunnen toedelen van budgetten t.z.t.
naar lokale buurtorganisaties (denk aan het buurtbudget). (G) Soms op een dieper niveau het budget als gemeenteraad vaststellen. Nu stellen we als gemeenteraad de PB vast voor 17 propgramma’s. Dat is voor sommige programma’s ook voldoende, maar bij weer enkele andere volstrekt niet omdat er in het programma specifieke taakvelden of projecten of (groepen) partners zijn waar je als gemeenteraad gericht een budget voor wilt vaststellen (excl. de begeleidende kosten van het ambtelijk apparaat).