CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport TAM-Omgevingsplan TenneT station Oudenrijn Rijnenburg

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM Omgevingsplan hoogspanningsstation TenneT Oudenrijn6.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

TAM-omgevingsplan TenneT station Oudenrijn, Rijnenburg

Vaststellingsrapport Versie: november 2025

1

1

SAMENVATTING..................................................................................................................................4 1.1 1.2 1.3

2

INHOUD VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ..........................................................................................4 KORTE SCHETS VAN DE ZIENSWIJZEN...................................................................................................4 BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN............................................................................................................4

BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................5 ZIENSWIJZE 1 RIJKSWATERSTAAT..........................................................................................................................5 ZIENSWIJZE 2 CONSORTIUM VAN GRONDEIGENAREN ................................................................................................8

3

WIJZIGINGEN IN HET ONTWERP ........................................................................................................16 3.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.3

4

WIJZIGINGEN DOOR ZIENSWIJZEN ....................................................................................................16 Gebodsbepaling artikel 4.4 ..................................................................................................16 Aanvulling paragraaf 5.2 van de motivering (magneetvelden) ...........................................17 AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ............................................................................................................17 Planrealisatie .......................................................................................................................17 Aanpassing verbeelding tracé ..............................................................................................18 Aanpassing landschappelijk inpassingsplan ........................................................................18 Aanpassing regels Bedrijf - Nutsvoorziening ........................................................................18 Natuurtoets ..........................................................................................................................19 ONDERGESCHIKTE VERBETERINGEN ..................................................................................................19

TOELICHTING ....................................................................................................................................20 4.1 4.2 4.3 4.4

WAT IS EEN VASTSTELLINGRAPPORT? ...............................................................................................20 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE........................................................................................................20 WIJZE VAN BEOORDELING VAN ZIENSWIJZEN ......................................................................................20 PRIVACY .....................................................................................................................................21

2

3

1 Samenvatting 1.1 Inhoud van het vaststellingsrapport

In het vaststellingsrapport staan: 1. samenvattingen van de zienswijzen en de reactie van de gemeente op de zienswijzen en 2. de wijzigingen die de gemeente in het ontwerp aanbrengt. In hoofdstuk 5 is algemene informatie over zienswijzen en over de procedure opgenomen.

1.2 Korte schets van de zienswijzen

Er zijn twee zienswijzen ingediend. In zienswijze 1 wordt de zorg geuit dat het plan eventuele toekomstige verbredingen of aanpassingen van de A12 en A2 kan frustreren. Ook wordt de zorg geuit dat het bouwverkeer bij de aanleg van het hoogspanningsstation een belastende impact heeft op het hoofdwegennet. Daarnaast wordt verzocht nader toe te lichten dat de beschermende functie Leidinghoogspanning geen gevolgen heeft voor de bestaande functies van kruisende netwerken van Rijkswaterstaat. Ook wordt verzocht toe te lichten in hoeverre rekening is gehouden met het nabijgelegen plangebied van het bestemmingsplan Windpark Rijnenburg, Reijerscop. In zienswijze 2 wordt betoogd dat de locatie van het hoogspanningsstation ongeschikt is, dat het omgevingsplan niet los van het Chw-plan Windpark Rijnenburg, Reijerscop vastgesteld had mogen worden en dat in het omgevingsplan onvoldoende rekening is gehouden met het concrete initiatief van de indieners van de zienswijze. Ook is het omgevingsplan volgens de indieners onzorgvuldig voorbereid omdat de belangen van de indieners niet goed zijn meegenomen terwijl hen wel verregaande verplichtingen zijn opgelegd. Termijn voor het indienen van zienswijzen De ontwerp wijziging heeft van woensdag 14 mei 2025 tot en met dinsdag 24 juni 2025 ter inzage gelegen.

Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. Hoeveel zienswijzen zijn er ingediend? Er zijn twee zienswijzen ingediend.

1.3 Belangrijkste wijzigingen

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het ontwerp zijn tekstuele aanvulling motivering van het plan op externe veiligheid nabij windturbines en aanpassing van de regels, gebodsbepaling in functie Groen naar aanleiding van de zienswijzen, en aanvulling regels, functie Bedrijf – Nutsbvoorziening, met bouwregels.

4

2 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1

Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat heeft als beheerder van rijks(vaar)wegen belang bij deze omgevingsplanwijziging. De ondergrondse kabeltracés kruisen namelijk zowel de A2 en A12 als het Amsterdam-Rijnkanaal. Met Rijkswaterstaat is ketenoverleg gevoerd in de voorontwerpfase van de omgevingsplanwijziging. Rijkswaterstaat vraagt om voor iedereen inzichtelijk te maken welke reactie Rijkswaterstaat heeft gegeven in het ketenoverleg en hoe de gemeente daarmee is omgegaan. 1. Invloed op Rijkswegen Indiener van de zienswijze vraagt op welke manier in het omgevingsplan rekening is gehouden met de invloed van de gestuurde boringen bij de aanleg van ondergrondse kabelverbindingen op eventuele verbredingen van de A2 en A12 en met de fundering van bestaande en eventuele toekomstige geluidsschermen.

Reactie De vraag van de indiener ziet op uitvoering die afgestemd is met initiatiefnemer TenneT. De beoogde boorprofielen zijn afgestemd met Rijkswaterstaat in een overleg dat is geweest tussen Rijkswaterstaat en TenneT (d.d. 12-05-2025). TenneT committeert zich aan de richtlijn boortechniek waardoor er geen technisch probleem is met het kruisen van de Rijkswegen A2 en A12. In de regels van het omgevingsplan worden deze uitvoeringsaspecten niet opgenomen. In de motivering van het omgevingsplan wordt in paragraaf 4.1.1 benadrukt dat er in het basisontwerp van het hoogspanningsstation rekening is gehouden met de mogelijke uitbreiding van de snelwegen (Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)-reservering voor de uitbreiding van een rijksweg). Ook bij verdere uitwerking van het ontwerp wordt rekening gehouden met de mogelijke verbredingen van de A12 en A2 en met de fundering van bestaande en mogelijke toekomstige geluidschermen. Hierdoor zijn er geen belemmeringen voor toekomstige verbredingen en geluidsschermen. 2. Bouwverkeer Het is voor indiener onduidelijk of bij deze ontwikkeling rekening is gehouden met de impact van het bouwverkeer op het hoofdwegennet. Indiener verzoekt de gemeente de stelling dat de ontwikkeling van het hoogspanningsstation geen impact heeft op het hoofdwegennet nader toe te lichten.

Reactie

Het bouwverkeer ten behoeve van de ontwikkeling van het hoogspanningsstation betreft uitvoeringsaspecten die separaat worden afgestemd door initiatiefnemer TenneT met Rijkswaterstaat en deze uitvoeringsaspecten regelen we niet in het omgevingsplan. In de zienswijze uit indiener zijn zorgen over de ontsluiting van het te ontwikkelen onderstation Oudenrijn. In een analyse van de bestaande wegenstructuur rond de Heycopperkade zijn drie

5

verschillende aanrijroutes bekeken, deze zijn in figuur 1 weergegeven als de rode, oranje en groene route.

Figuur 1: Mogelijke transportroutes en bijzonderheden

Route 1 (rood): De aanrijroute loopt vanaf de Meerndijk parallel aan de snelweg A12 en is goed te bereiken via de snelweg. Om bij het hoogspanningsstation te kunnen komen zal het op de Heycopperkade een smalle brug (item 1) moeten kruisen die niet geschikt is voor zwaar transport. Ter hoogte van het hoogspanningsstation zal de route een sloot kruisen (item 6). Route 2 (oranje): Deze aanrijroute is goed bereikbaar vanaf de snelweg (A2/A12) . Het transport zal via de C.H. Letscherweg en het Strijkviertel onder het viaduct van de A12 (item 2) door de Heycopperkade moeten bereiken. De hoogte van het viaduct is echter niet voldoende voor het transport van de spoelen voor het hoogspanningsstation. Verder moet deze route ook de sloot kruisen. Route 3 (groen): Voor deze aanrijroute moet een tijdelijke afrit vanaf de snelweg A12 (item 4) gerealiseerd moeten worden, die direct uitkomt op de Heykopperkade. Vervolgens zal het transport op dezelfde wijze als routes 1 en 2 de sloot moeten kruisen. Voor alle drie de opties geldt dat het zware transport (de zandwagens en de spoelen) niet zonder aanpassingen aan de bestaande wegen de locatie kunnen bereiken. Het streven is om voor het reguliere transport gebruik te maken van route 1. Deze route is, zoals eerder aangegeven, niet geschikt voor zwaar transport. Het reguliere vrachtverkeer kan wel over deze route.

De Heycopperkade is recentelijk opgeknapt door de gemeente Utrecht. Route 2 is het voorkeursalternatief als aanvoerroute voor het zware transport (zandwagens) en het aanvoeren van de compensatiespoelen. Voor het aanvoeren van de spoelen zijn er mogelijk maatregelen nodig om het viaduct tussen Strijkviertel en de Heycopperkade te passeren. De gedemonteerde compensatiespoelen hebben een hoogte van 3,850 m. Mogelijk moet om voldoende hoogte onder het viaduct te bereiken de weg of het gras gefreesd en/of afgegraven worden. Het derde alternatief is om een tijdelijke afrit op de snelweg A12 te realiseren voor de aanvoer van (zwaar) transport. Dit wordt als niet kansrijk gezien vanwege (1) het hoogteverschil tussen de snelweg en de Heycopperkade en (2) vanwege het beleid van Rijkswaterstaat dat nieuwe en tijdelijke afritten in beginsel niet wenselijk zijn. Tot slot (3) is een afrit lastig te realiseren vanwege de nabijheid van knooppunt Oudenrijn.

6

Een nadere uitwerking van de transportroutes zal nog door TenneT worden opgesteld in de vorm van een transportplan voor de bouw van het hoogspanningsstation. Voor de bouw van het station van Stedin is in het verleden route 1 gebruikt voor het reguliere transport, en is route 2 gebruikt voor het zware transport. Op het moment dat concreet inzichtelijk is welke maatregelen getroffen moeten worden om het transport mogelijk te maken, zal dit worden afgestemd met alle betrokken partijen. Indien noodzakelijk zal TenneT ook met Rijkswaterstaat in overleg gaan. 3. Beschermende functie leiding-hoogspanning Indiener verzoekt inzicht te geven in de gevolgen van de beschermende functie leidinghoogspanning voor de A12, A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal en bestaande en eventuele toekomstige bosschages op het areaal van Rijkswaterstaat. Ook verzoekt indiener inzicht te geven in de gevolgen van de vergunningsplicht voor grondwerk op eventuele vervanging van damwanden langs het Amsterdam-Rijnkanaal en op eventuele toekomstige verbreding of aanpassing van de A12/A2. Rijkswaterstaat wil weten welke functie voorrang krijgt.

Reactie Uit de zienswijze blijkt dat het voor indiener niet precies duidelijk is welke beperkingen de beschermende functie leiding-hoogspanning oplegt. De beschermende functie leidinghoogspanning beperkt het gebruik van grondwerken in dit gebied. Wanneer er plannen zijn om grondwerk uit te voeren binnen de functie van dit gebied (bijv. het plaatsen van damwanden, geluidschermen of het verbreden van de rijkswegen), is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen waarbij getoetst wordt aan de beschermende functie en onderliggende functie. Het college van b en w van de gemeente Utrecht zal in dit geval advies inwinnen bij netbeheerder (TenneT) met als doel de veiligheid van de hoogspanningsleidingen in de grond te waarborgen. Het ontwerp van TenneT van de boorprofielen voldoet aan de richtlijnen van Rijkswaterstaat. Per situatie zal worden afgewogen hoe de te vergunnen activiteiten zich verhouden tot de veiligheid van de hoogspanningsleidingen. De beschermende functie beperkt niet in absolute zin maar vraagt een nadere afweging hoe het gewenste grondwerk op veilige en verantwoorde wijze gedaan kan worden gelet op de beschermende functie. In Hoofdstuk 7.3 van de motivering is dit ook nader toegelicht. 4. Externe veiligheid Indiener verzoekt toe te lichten op welke wijze rekening is gehouden met het bestemmingsplan windpark Rijnenburg, Reijerscop.

Reactie Bij deze omgevingsplanwijzigingsprocedure is rekening gehouden met het vastgestelde Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop. De voorkeurslocatie van het hoogspanningsstation houdt bijvoorbeeld rekening met de maximale werpafstand bij nominaal toerental waarbuiten geen negatieve invloed van een windturbine te verwachten is (Handreiking Risicozonering Windturbines, 2020), te weten 245 meter. Hierbij is uitgegaan van de tiphoogte van de windturbine ten oosten van het hoogspanningsstation. Ter verduidelijking is de motiveringf aangevuld en is er een afbeelding toegevoegd waaruit duidelijk wordt op welke manier rekening is gehouden met de afstand van het hoogspanningsstation tot de windturbine. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt paragraaf 2.3.2.3 van de motivering aangevuld en wordt ter verduidelijking een afbeelding van de transportroutes ingevoegd. In paragraaf 3.1 is de wijziging precies beschreven.

7

Zienswijze 2

Consortium van grondeigenaren

Het Consortium is een samenwerkingsverband van de verenigde eigenaren van percelen in de polders Rijnenburg en Reijerscop. De gronden van AM B.V., lid van het Consortium, liggen in het plangebied. In deze hoedanigheid heeft het consortium belang bij deze omgevingsplanwijziging. 1.

Alternatieve locatie a. Indiener stelt dat TenneT, het consortium en de gemeente middels een locatieonderzoek

twee voorkeurslocaties voor het hoogspanningsstation hebben bepaald. Volgens indiener genoot de gekozen locatie de voorkeur omdat deze locatie buiten de hindercirkel van de geplande meest oostelijke windturbine (Chw Bestemmingsplan Windpark, Reijerscop,

Rijnenburg) valt. De andere locatie (in de oksel van knooppunt Oudenrijn) viel volgens het consortium binnen de hindercirkel maar was daarbuiten de meest geschikte locatie. Het college heeft de studie naar de verkeersveiligheid, voorwaarde voor de

omgevingsvergunning voor de oostelijke gelegen windturbine, niet willen afwachten en anticipeerde zo op een positief advies over de oostelijk gelegen windturbine bij de locatiekeuze van het hoogspanningsstation.

Reactie In de verkenning naar een geschikte locatie voor het TenneT onderstation Oudenrijn 150kV, is er in samenwerking met het Consortium van Grondeigenaren Rijnenburg en stedenbouwkundig en landschappelijk adviesbureau IMOS-onderzoek gedaan naar de mogelijke locaties van het nieuw te bouwen station. In deze verkenning zijn een zestal alternatieven onderzocht. De alternatieven zijn beoordeeld op verschillende afwegings-aspecten en milieuaspecten. Enkele relevante aspecten die meewegen in de locatiekeuze van het station zijn: Aanwezigheid van windmolens (en bijbehorende contouren voor werpafstand wieken) -

Bestaande kabels en leidingen

-

Aanwezige bebouwing en geluidsnormen

-

Nabijheid van het Stedin station

-

Landschappelijke kenmerken

Figuur 1. Overzicht onderzochte alternatieven locatiestudie station Oudenrijn (bron: IMOS, januari 2024).

8

De zes varianten zijn in het rapport tegen elkaar afgewogen. Zie figuur 1 voor de onderzochte varianten. De afweging van de varianten is schematisch weergegeven in de volgende tabel: Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 4

Variant 5

Variant 6

+ Volgt

+ Volgt

+ Dichtbij

+ Dicht langs

+ Op

- Staat

kavelrichting 1A

kavelrichting

station

de snelweg

bedrijventerrein,

middenin de

Stedin

4A/4B

niet binnen straal

‘nieuwe stad’

3A/3B

woningen

+ Aansluitend op

+ Op gronden

- Haaks op

+ Wenselijk

+ Dicht langs de

- Haaks op

Stedin 1A/1B

consortium

het

uit de buurt

snelweg

het bodem en

landschap,

van

bodem en

toekomstige

water

ontwikkelinge

sturend

n 4A/4B

water sturend

(indien - Te dicht langs de

+ Dichtbij

gedraaid

- Haaks op

- Grotere afstand

- Grotere

nieuwe

Stedin station

beter in te

het landschap,

te overbruggen

afstand te

passen 3B)

bodem en

naar Stedin

overbruggen

ontsluitingsweg 1A

water sturend

naar Stedin

4B - Past niet tussen

-

- Vormt

-Toekomstige

- Haaks op het

- HOV-

station Stedin en

Barrièrewerking

barrière ten

infrastructuur

landschap,

verbinding in

bestaande infra 1A

van beide

aanzien van

komt in het

bodem en water

hindercontou

stations naast

nieuwe

gedrang

sturen

r

elkaar

entree

4A/4B

3A/3B - Gedraaid staat

- Dicht

- Voorzien als

deze haaks op de

langs de

bedrijventerrein

landschapsstructuu

Wetering

in

r en vormt extra

daarmee

bestemmingspla

barrière voor

mogelijke

n

nieuwe entree 1B

belemmerin g voor recreatieve ontsluiting 3A/3B

- Valt binnen contour voorstel windmolens consortium 1B Tabel 3. Vergelijking varianten locatiestudie IMOS

De conclusie van het verkennende adviesrapport is dat er twee varianten de voorkeurslocaties voor station Oudenrijn worden aangemerkt (figuur 5).

9

Figuur 5. Voorkeursopties 2 en 5 station Oudenrijn (bron: locatiestudie station Oudenrijn adviesbureau IMOS, januari 2024)

Variant 2 scoort ten opzichte van variant 5 beter op landschappelijke aspecten: het station volgt de kavelrichting van de polder, ligt direct naast het aan te sluiten station van Stedin, sluit aan bij de visie van het toekomstige energielandschap én ligt buiten de werpcontouren van de te bouwen windmolens. Variant 5 scoort beter op bereikbaarheid en zou kunnen worden gerealiseerd op een bestaand bedrijventerrein. In de zoektocht naar de definitieve locatiekeuze is er vanuit de omgeving door een samenwerkingsverband van de verenigde eigenaren van percelen in de polders Rijnenburg en Reijerscop (het consortium), de voorkeur gegeven aan de locatiekeuze van het station in de oksel van het knooppunt Oudenrijn (zie figuur 1, variant 4a en 4b). De voorkeur van TenneT is daarentegen variant 2. Concluderend: De huidige locatiekeuze van het hoogspanningsstationscoort ten opzichte van de variant in de oksel van knooppunt Oudenrijn beter omdat (1) de afstand tot het station van Stedin kleiner is, (2) het station niet binnen de werpcontouren ligt van de te plaatsen windmolens (zie ook figuur 5), (3) dit aansluit bij de visie van het energielandschap Rijnenburg en de toekomstige ontwikkelingsplannen voor de polder Rijnenburg.

Daarnaast (4) is deze variant beter in de oorspronkelijke verkaveling van het landschap in te passen en (5) is vanuit deze locatie de tracering richting Strijkviertel, waar het kabeltracé aangesloten moet worden op de bestaande kabel richting station Lage Weide, de kortste route. Mede op voorgaande punten, is besloten tot de keuze voor de locatie van het hoogspanningsstation (voorkeursvariant 2). b.

Indiener haalt aan dat uit het Chw bestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg blijkt dat een omgevingsvergunning voor de meest oostelijke windturbine slechts kan

worden verleend als geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico voor het verkeer van knooppunt Oudenrijn ontstaat. Het college moet zich baseren op een advies van

Rijkswaterstaat en een gezamenlijk uit te laten voeren verkeersonderzoek. Zowel het

verkeersonderzoek als het advies van Rijkswaterstaat zouden zich keren tegen verlening

van de omgevingsvergunning voor de bouw van de meest oostelijke windturbine. Indiener

stelt dat de vergunning niet verleend kan worden, de turbine niet kan worden gebouwd en

10

dat de andere locatie (in de oksel van knooppunt Oudenrijn) hiermee ook niet binnen een

hindercirkel bevindt. Deze locatie zou hiermee de meeste geschikte locatie zijn ook omdat deze locatie het minst bezwarend zou zijn voor andere toekomstige ontwikkelingen. De locatie zou volgens indiener moeten worden heroverwogen.

Reactie Het onderzoek naar de verkeersveiligheidsaspecten van de locatie van de oostelijke windmolen is in gezamenlijk opdrachtgeverschap van de gemeente en Rijkswaterstaat uitgevoerd en inmiddels afgerond. Bij het onafhankelijke onderzoek zijn meerdere experts betrokken, om een breed gedragen aanpak te formuleren en onafhankelijke conclusies te krijgen. Het onderzoek concludeert dat met enkele maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren de meest oostelijke windmolen nabij het knooppunt Oudenrijn verantwoord kan worden geplaatst. Op verzoek van de initiatiefnemer herstellen we de omgevingsvergunning van de meest oostelijke windmolen. Dit gaat alleen over het onderdeel verkeersveiligheid. Hierdoor wordt de omgevingsvergunning uitgebreid met de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Het ontwerp-herstelbesluit ligt van 6 december 2025 tot en met 16 januari 2026 ter inzage. De gekozen locatie wordt het meest geschikt geacht voor wat betreft inpasbaarheid in de gebiedsontwikkeling van het energielandschap Rijnenburg. Het hoogspanningsstation komt direct naast het station van Stedin te liggen waarmee het een directe verbinding krijgt. Tot slot is in het kader van de urgentie van het oplossen van de netcongestie in de regio onwenselijk de gekozen locatie nu nog te wijzigen. Vertraging van de bouw van het hoogspanningsstation moet zo veel mogelijk worden voorkomen.

De eventuele bouw van de meest oostelijke windturbine staat in dit plan niet ter discussie. 2.

Begrenzing Volgens indiener is de begrenzing van deze wijziging van het omgevingsplan in strijd met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Volgens indiener is het Chwbestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg niet uitvoerbaar indien het Omgevingsplan ten behoeve van het hoogspanningsstation niet wordt vastgesteld en uitgevoerd. Tussen beide plannen bestaat een dusdanige samenhang en onderlinge afhankelijkheid dat deze niet los van elkaar kunnen worden vastgesteld.

Reactie Bij de voorbereiding en totstandkoming van dit plan is verder gekeken dan de plangrens. Er is rekening gehouden met de door de gemeenteraad vastgestelde Visie Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en het Chw bestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg. Het is onjuist dat het Chw bestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg niet uitvoerbaar is als dit plan niet wordt vastgesteld. Voorzien is dat in de komende jaren ruimte is voor het windpark om aan te sluiten en elektriciteit te transporteren. Een aansluiting bij Stedin wordt inmiddels gerealiseerd. De netaansluiting zal beschikbaar zijn in 2025-2026. Stedin heeft al in 2023 een bestemmingsplanprocedure doorlopen voor de aanpassing van het station dat hiervoor nodig is. Het station beschikt hiermee al over voldoende transportcapaciteit voor het windpark. Voor het windpark is de capaciteitsuitbreiding van TenneT niet nodig. 3.

Alternatief plan Volgens indiener heeft indiener een concreet alternatief plan voor het Chw bestemmingsplan Windpark Rijnenburg, Reijerscop ingediend en heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het Chw-bestemmingsplan onvoldoende inzicht gehad in het alternatief van het Consortium en zal dit alternatief opnieuw moeten beoordelen. Omdat dit omgevingsplan geen rekening houdt met het alternatieve plan van het consortium is dit omgevingsplan volgens het consortium onzorgvuldig gemotiveerd.

11

Reactie De aanleiding voor de omgevingsplanwijziging voor het hoogspanningsstation is een concreet plan van initiatiefnemer TenneT. Bij onderhavige omgevingsplanwijziging is het windpark het uitgangspunt, zoals het met Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop (vastgesteld door de gemeenteraad op 6 juni 2024) wordt mogelijk gemaakt. Daarnaast wijzen wij erop dat het alternatief plan, zoals aangekondigd in de zienswijze van indiener van 4 juli 2023 m.b.t. Chw ontwerpbestemmingsplan Windpark, Rijnenburg en Reijerscop, pas op 1 december 2023 is ingediend. Hier is voor de vaststelling van het Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop nog op ingegaan (hiervoor verwijzen wij naar de raadsbrief Ter inzagelegging Ontwerpbestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop). 4.

Onderbouwing a. Indiener stelt dat de belangen van de grondeigenaren niet goed zijn meegenomen. Volgens indiener wordt hen een gebodsbepaling om een landschappelijk inpassingsplan te realiseren opgelegd die op zichzelf in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit zou het eigendomsrecht (art 1 EVRM EP) aantasten. Daarnaast wordt volgens indiener het huidige legale gebruik wegbestemd. De belangenafweging om bestaand gebruik weg te bestemmen is volgens indiener niet goed gemaakt. Tot slot zouden de gevolgen van waardevermindering van de grond als gevolg van deze omgevingsplanwijziging niet goed zijn meegenomen.

Reactie Het doel van de initiatiefnemer TenneT is om de gronden minnelijk te verwerven voor de realisatie van het hoogspanningsstation. De voorwaardelijke verplichting is opgenomen met als doel TenneT te verplichten het station na realisatie op een goede manier in te passen in het landschap. Ook het laten vervallen van de agrarisch functie heeft als doel het mogelijk maken van het initiatief van TenneT. Op termijn zou deze functie met de ontwikkeling van Rijnenburg ook niet meer mogelijk zijn. Ten aanzien van de agrarische functie is er sprake van een nieuw planologisch inzicht. Er heeft een belangenafweging plaats gevonden tussen aan de ene kant de belangen van de grondeigenaren en het huidige agrarische gebruik en aan de andere kant de urgentie van het (gedeeltelijk) oplossen van netcongestie in de regio. Hierbij heeft de gemeente het algemene belang van het (gedeeltelijk) oplossen van de netcongestie in de regio zwaarder geacht. Deze belangenafweging komt ook terug in het locatieonderzoek dat is uitgevoerd. De grondeigenaren worden geen verplichtingen opgelegd en ze lijden ook geen schade door waardevermindering. De verplichting geldt namelijk voor TenneT die de gronden al dan niet op minnelijke wijze over zal nemen en de eventuele waardevermindering komt dan ook voor diens rekening.

Allereerst zal minnelijk geprobeerd worden de gronden te verwerven, mocht binnen afzienbare tijd geen overeenstemming worden bereikt dan is in uiterste geval onteigening in beeld. De wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de realisatie van een hoogspanningsstation inclusief landschappelijke inpassing zal uiteindelijk als grondslag voor een eventuele onteigening kunnen dienen. Onbedoeld is in artikel 4.4 van het plan de volgende regel opgenomen: Binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van dit plan zal het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 10 worden aangelegd en in stand worden gehouden. Om de voorwaardelijke verplichting te koppelen aan de realisatie van het station en niet aan de inwerkingtreding van de omgevingsplanwijziging wordt dit artikel aangepast in de regels: binnen 3 jaar na in bedrijfsname van het hoogspanningsstation zal het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 10 worden aangelegd en in stand worden gehouden. b.

Veiligheidszone Volgens indiener is het onduidelijk gemotiveerd en oncontroleerbaar hoe de ligging van het hoogspanningsstation en benodigde kabelverbindingen buiten de veiligheidszone liggen die behoort bij deze geprojecteerde windturbine.

Reactie

12

De meest oostelijke windmolen is direct oostelijk van het voorziene hoogspanningsstation geprojecteerd (in de hoek bij Knooppunt Oudenrijn). De ligging van het hoogspanningsstation en benodigde kabelverbindingen liggen buiten de veiligheidszone die behoort bij deze geprojecteerde windturbine. De voorkeurslocatie van het hoogspanningsstation houdt rekening met de maximale werpafstand bij nominaal toerental waarbuiten geen negatieve invloed van een windturbine te verwachten is (afstandscriteria in Handreiking Risicozonering Windturbines, 2020), te weten 245 meter. Hierbij is uitgegaan van de tiphoogte van de windturbine ten oosten van het hoogspanningsstation. Ter verduidelijking is de motivering aangevuld en is er een afbeelding toegevoegd waaruit duidelijk wordt op welke manier rekening is gehouden met de afstand van het hoogspanningsstation tot de windturbine. c.

Magneetvelden Indiener stelt dat het effect van de kabelverbindingen op de toekomstige ontwikkelingen in het gebied moet worden beoordeeld. Van belang voor het aanleggen van kabeltracés is dat er geen situaties ontstaan waarbij mensen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden boven 0,4 μT. Ook vreest indiener dat eventuele toekomstige HOVverbindingen of andere onderdelen van het scenario ‘Klein Rijnenburg’ worden gefrustreerd door magneetvelden.

Reactie In Nederland zijn geen wettelijke normen gesteld voor de blootstelling aan magneetvelden die ontstaan bij een hoogspanningsverbinding. In Nederland geldt een voorzorgbeleid voor magneetvelden. Dit beleid richt zich op het zo veel mogelijk voorkomen van langdurige blootstelling. TenneT volgt dit advies op bij de bouw van een hoogspanningsverbinding of -station met technische maatregelen die magneetvelden bij de bron verkleinen. We noemen dat bronmaatregelen. Het voorzorgsbeginsel waarbij blootstelling aan magneetvelden als gevolg van hoogspanningsverbindingen idealiter niet boven 0,4 microtesla uitkomt geldt alleen voor bovengrondse hoogspanningskabels en indien er sprake is van langdurig verblijf. De kabels worden ondergronds aangelegd. TenneT neemt hierbij voldoende bronmaatregelen. De sterkte van een magneetveld hangt af van de diepte en de manier waarop de kabels in de grond liggen, bijvoorbeeld naast elkaar of in driehoek. De ondergrondse kabels van TenneT worden in een driehoek gelegd zodat magneetvelden minimaal zijn. Ook liggen de kabels meer dan vijf meter onder de grond. Zie ook paragraaf 5.2 van de toelichting voor een uitgebreide toelichting over magneetvelden. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt paragraaf 5.2 van de motivering aangevuld. De loop van toekomstige HOV-verbindingen in Rijnenburg zijn nog niet exact bekend.

Eventuele effecten van magneetvelden op toekomstige HOV-verbindingen of andere onderdelen van het scenario ‘Klein Rijnenburg’ worden niet verwacht omdat de bronmaatregelen van TenneT de magneetvelden minimaliseert op 1 meter boven maaiveld. Aangezien de bovengrondse hoogspanningsverbindingen verdwijnen en op de ondergrondse verbindingen de nodige bronmaatregelen worden getroffen zullen de magneetvelden netto gezien substantieel afnemen. d.

Geluid In het kader van geluidsniveaus heeft er volgens de indiener geen toets plaatsgevonden aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en is in het bijzonder geen rekening gehouden met geluidscumulatie van het station met toekomstige windturbines.

Reactie

13

Uit het geluidsonderzoek blijkt dat het hoogspanningsstation amper geluid produceert en dat zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT als de maximale geluidniveaus LAmax voldoen aan de wetgeving en aan de waarden uit de Beleidsnota Geluid en Trillingen van de Gemeente Utrecht. Het hoogspanningsstation heeft daarmee wat betreft geluid geen effect op omliggende functies. Gecumuleerd geluid hoeft slechts in specifieke gevallen te worden beoordeeld. Het realiseren van een hoogspanningsstation is niet zo’n situatie. E. Inpassingsplan

Indiener stelt dat de realisatie van het groene inpassingsplan noodzakelijk is om te voldoen aan de instructieregel van artikel 7.11 van de provincie Utrecht. Indiener stelt dat het allerminst zeker is dat het groene inpassingsplan gerealiseerd kan worden omdat de gronden niet in handen zijn van TenneT en dat daarmee de uitvoerbaarheid van het plan in het geding komt. Volgens indiener kan de gebodsbepaling met de voorwaardelijke verplichting om het groene inpassingsplan te realiseren geen standhouden bij de rechter waarmee niet aan de omgevingsverordening van de provincie Utrecht wordt voldaan.

Reactie De realisatie van het groene inpassingsplan is inderdaad noodzakelijk om te voldoen aan de instructieregel van artikel 7.11 van de provincie Utrecht. Daarom is ook een gebod opgenomen om het inpassingsplan te realiseren. Het gebod is gericht aan initiatiefnemer voor het hoogspanningsstation, i.c. TenneT. Initiatiefnemer TenneT is ook voornemens de relevante gronden minnelijk te verwerven. Het gebod zal dan ook nadrukkelijk worden gekoppeld aan de realisatie en in bedrijfsname van het hoogspanningsstation. Omdat dit gebod gekoppeld dient te worden aan de realisatie van het station wordt artikel 4.4 van de planregels aangepast. e.

Soorten Indiener stelt dat niet kan worden vastgesteld of daadwerkelijk beschermde soorten in het plangebied zijn aangetroffen. Daarom kan de gemeenteraad zich volgens indiener niet op het standpunt stellen dat het wettelijke soortenbeschermingsregime in zoverre niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Reactie

Er is nader ecologisch onderzoek (september 2025) uitgevoerd. Op basis daarvan kan het volgende geconcludeerd worden: In het gebied zijn hazen en konijnen aangetroffen. De waarnemingen duiden er echter op dat het niet om essentieel leefgebied gaat, maar dat deze soorten het gebied alleen gebruiken om te foerageren. Geen van de overige onderzochte soorten (kleine marterachtigen, steenmarter, platte schijfhoren, rugstreeppad, heikikker, grote modderkruiper) zijn aangetroffen in het gebied. Er zijn geen specifieke vervolgacties noodzakelijk met betrekking tot deze soorten. f.

Bodem Indiener stelt dat niet in de planregels is verzekerd dat alle vervolgonderzoeken bekend moeten zijn voordat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd en aanvullend onderzoek nodig is voordat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.

Reactie De relevante bodemonderzoeken moeten bekend zijn wanneer de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, niet wanneer de omgevingsplanwijziging wordt vastgesteld. Uit het bodemonderzoek blijkt dat er voldoende inzicht is in de bodemkwaliteit en dat er geen verwachting is dat sprake is van verontreinigingen die de locatie ongeschikt maken voor het beoogde gebruik. Het is juist dat voor het aanvragen van de omgevingsvergunning alle vervolgonderzoeken (voor chemische bodemkwaliteit) bekend moeten zijn. Voordat de

14

werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd is aanvullend onderzoek nodig om bodemverontreiniging aan te tonen of uit te sluiten. In het geval van verontreiniging moeten maatregelen worden getroffen. Het omgevingsplan is hiermee uitvoerbaar. g.

Archeologie Het is voor indiener onduidelijk of er naast het kabeltracé zoals opgenomen op de plankaart nog een ander tracé bestaat. Hierbij wordt verwezen naar een kaartje uit het Plan van aanpak IVO-O archeologie van Antea Groep van 12 juli 2024 (bijlage 7 bij het Omgevingsplan).

Reactie De kaart waarnaar wordt verwezen door indiener geeft niet het definitieve tracé weer. Het definitieve tracé is te zien op de verbeelding behorend bij de omgevingsplanwijziging. h.

Participatie Indiener stelt dat vanwege het gebrekkige participatietraject de gemeenteraad helemaal geen inzicht heeft verkregen in de belangen van het consortium. Reeds daarom zijn de belangen van de grondeigenaren onvoldoende betrokken in de besluitvorming.

Reactie Het consortium is betrokken geweest bij de locatiekeuze in het voortraject. Daarnaast heeft het consortium kunnen participeren en hebben ze van de mogelijkheid gebruik gemaakt om een zienswijze in te dienen. Zodoende heeft het consortium zijn belangen kenbaar kunnen maken. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt artikel 4.4 van de regels gewijzigd en op onderdelen de motivatie. In paragraaf 3.1 is de wijziging precies beschreven.

15

3 Wijzigingen in het ontwerp 3.1 Wijzigingen door zienswijzen 3.1.1. Externe veiligheid windturbine 3.1.1.1 Toelichting van de wijziging Aangehaald in beide zienswijzen 3.1.1.2 Wijziging Op grond van deze zienswijze wordt paragraaf 4.1.1 van de motivering als volgt aangevuld en wordt ter verduidelijking onderstaande afbeelding ingevoegd: De voorkeurslocatie van het hoogspanningsstation houdt rekening met de maximale werpafstand bij nominaal toerental waarbuiten geen negatieve invloed van een windturbine te verwachten is (Handreiking Risicozonering Windturbines, 2020), te weten 245 meter. Hierbij is uitgegaan van de tiphoogte van de windturbine ten oosten van het hoogspanningsstation.

Toegevoegd in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4. 3.1.2

Gebodsbepaling artikel 4.4

3.1.2.1 Toelichting van de wijziging Het consortium heeft in haar zienswijze gewezen op een onzorgvuldigheid in de gebodsbepaling uit artikel 4.4. Naar aanleiding van de onzorgvuldigheid wordt artikel 4.4 aangepast. 3.1.2.2 Wijziging Artikel 4.4 van de regels wordt als volgt gewijzigd: 4.4 Activiteiten die geboden zijn Binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van het plan inbedrijfsname van het hoogspanningsstation zal het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 10 worden aangelegd en in stand worden gehouden.

16

3.1.3

Aanvulling paragraaf 5.2 van de motivering (magneetvelden)

3.1.3.1 Toelichting van de wijziging Het consortium heeft in haar zienswijze gevraagd om een extra motivering ten aanzien van het mogelijke effect van magneetvelden op toekomstige ontwikkelingen van Rijnenburg. Naar aanleiding hiervan is paragraaf 5.2 van de motivering aangepast. 3.1.3.2 Wijziging In hoofdstuk 5.2 van de motivering wordt de volgende tekst ingevoegd: In Nederland zijn geen wettelijke normen gesteld voor de blootstelling aan magneetvelden die ontstaan bij een hoogspanningsverbinding. In Nederland geldt een voorzorgbeleid voor magneetvelden. Dit beleid richt zich op het zo veel mogelijk voorkomen van langdurige blootstelling. TenneT volgt dit advies op bij de bouw van een hoogspanningsverbinding of -station met technische maatregelen die magneetvelden bij de bron verkleinen. We noemen dat bronmaatregelen. Het voorzorgsbeginsel waarbij blootstelling aan magneetvelden als gevolg van hoogspanningsverbindingen idealiter niet boven 0,4 microtesla uitkomt geldt alleen voor bovengrondse hoogspanningskabels. De kabels worden ondergronds aangelegd. TenneT neemt hierbij voldoende bronmaatregelen. De sterkte van een magneetveld hangt af van de diepte en de manier waarop de kabels in de grond liggen, bijvoorbeeld naast elkaar of in driehoek. De ondergrondse kabels van TenneT worden in een driehoek gelegd zodat magneetvelden minimaal zijn.

Ook liggen de kabels meer dan vijf meter onder de grond. De loop van toekomstige HOV-verbindingen in Rijnenburg zijn nog niet exact bekend. Eventuele effecten van magneetvelden op toekomstige HOV-verbindingen of andere onderdelen van het scenario ‘Klein Rijnenburg’ worden niet verwacht omdat de bronmaatregelen van TenneT de magneetvelden minimaliseert op 1 meter boven maaiveld. Aangezien de bovengrondse hoogspanningsverbindingen verdwijnen en op de ondergrondse verbindingen de nodige bronmaatregelen worden getroffen zullen de magneetvelden netto gezien substantieel afnemen.

3.2 Ambtshalve wijzigingen 3.2.1

Planrealisatie

3.2.1.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van gesprekken met de grondeigenaren is besloten de motivering verder aan te scherpen op het onderdeel van de grondverwerving. 3.2.1.2 Wijziging In paragraaf 4.1.1 van de motivering wordt na het kopje ‘locatiekeuze projectgebied’ de volgende tekst ingevoegd: Planrealisatie Het doel van de initiatiefnemer TenneT is om de gronden minnelijk te verwerven voor de realisatie van het hoogspanningsstation. Het is noodzakelijk dat TenneT de gronden verwerft. Een eventueel beroep op ‘zelfrealisatie’ door betrokken grondeigenaren is hier niet aan de orde. Grondeigenaren worden niet in staat geacht tot zelfrealisatie conform de voorgestane invulling met een 150 kV hoogspanningsstation te komen. TenneT moet ook eigenaar zijn van de gronden waarop zij hun assets bouwen om veiligheid en leveringszekerheid te kunnen garanderen. TenneT, als netbeheerder, hanteert het beginsel van veiligheid en leveringszekerheid. Dit betekent dat TenneT streeft naar een betrouwbare elektriciteitsvoorziening voor iedereen, waarbij veiligheid van mensen en installaties voorop staat. TenneT beheert het hoogspanningsnet en zorgt ervoor dat dit veilig en betrouwbaar functioneert, zodat consumenten en bedrijven altijd over elektriciteit kunnen beschikken.

17

In het geval dat niet binnen afzienbare tijd overeenstemming wordt bereikt met grondeigenaren over de verwerving dan is in het uiterste geval onteigening in beeld. Deze wijziging van het Omgevingsplan, voor de realisatie van een hoogspanningsstation (inclusief landschappelijke inpassing), zal uiteindelijk als grondslag voor zo'n onteigening kunnen dienen.

3.2.2

Aanpassing verbeelding tracé

3.2.2.1 Toelichting van de wijziging Initiatiefnemer TenneT heeft het ondergronds hoogspanningsleidingentracé lopend door de gemeente Nieuwegein bijgesteld waardoor de aansluitpunten van het tracé bij de gemeente Utrecht ter hoogte van de Rijksweg A2 en het Amsterdam Rijn Kanaal navenant bijgesteld dienen te worden. 3.2.2.2

Wijziging

Op de verbeelding is het verloop van het leidingentracé en de bijbehorende beschermingszone bij de gemeentegrens met Nieuwegein op de A2 en over het Amsterdam Rijn Kanaal tussen de gemeentegrenzen met Nieuwegein aangepast. Het betreft een ondergeschikte wijziging. 3.2.3

Aanpassing landschappelijk inpassingsplan

3.2.3.1 Toelichting van de wijziging Een geactualiseerde versie van het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd. Het betreft een marginale aanpassing. De situering van één boom is verplaatst in verband met veiligheidsoverwegingen. 3.2.3.2 Wijziging De geactualiseerde versie van het landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd als bijlage 10 van de motivering. 3.2.4

Aanpassing regels Bedrijf - Nutsvoorziening

3.2.4.1 Toelichting In de regels bij de functie Bedrijf – nutsvoorziening ontbraken nog duidelijke bouwregels voor het bouwen, m.n. voor het bouwen van gebouwen. De regels zijn aangevuld met 2.3 Regels voor bouwen. De rest is doorgenummerd. 3.2.4.2

Wijziging

De regels van artikel 2 Bedrijf – Nutsvoorziening worden vervangen door de volgende regels Artikel 2

Bedrijf - Nutsvoorziening

2.1 Doel van de functie Locaties met de functie Bedrijf - Nutsvoorziening zijn bedoeld voor een hoogspanningsstation van maximaal 150 kiloVolt (kV) en de daarbij behorende voorzieningen voor de aansluiting op het hoogspanningsnet. 2.2 Activiteiten die bij de functie passen Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals het realiseren, gebruiken en in stand houden van een beheergebouw, tuinen, erven, parkeervoorzieningen, paden, wegen, ontsluitingen en groen. 2.3 Regels voor bouwen

18

1. 2. 3.

Er is 1 hoofdgebouw met maximaal vloeroppervlakte van 400 m2 en bouwhoogte van 4 meter toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 10 meter hoog zijn; In afwijking van de regel onder 2 mag de bouwhoogte van een bliksempiek maximaal 20 meter bedragen.

2.4 Activiteiten die niet mogen Het opslaan van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter op onbebouwde gronden is verboden. 3.2.5

Natuurtoets

3.2.5.1 Toelichting Er is een nader ecologisch onderzoek (september 2025) uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn verwerkt in de motivatie. 3.2.5.2 Wijziging Motivatie is bij hoofdstuk 5, paragraaf 5.10 Natuurbescherming tekstueel geactualiseerd voor wat betreft aangetroffen soorten. Aan de motivatie is een bijlage 14 met het nader ecologisch onderzoek toegevoegd.

3.3 Ondergeschikte verbeteringen -

De toegangsweg naar het station is op een enkel ondergeschikt onderdeel aangepast. De reden hiervoor is een betere aansluiting op de bestaande wegenstructuur. Het perceel van het Hoogspanningsstation is op de verbeelding beter op de kadastrale begrenzing gelegd.

19

4 Toelichting 4.1 Wat is een vaststellingrapport?

Het vaststellingrapport hoort bij een raadsbesluit over de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan. Het is een onderdeel van dat raadsbesluit. In het vaststellingrapport staan: • een samenvatting van de zienswijzen en de reactie van de gemeente daarop en • een verantwoording van wat er bij de vaststelling verandert aan de ontwerpwijziging die ter inzage heeft gelegen. Verantwoording van de wijzigingen betekent dat in het rapport wordt uitgelegd welke veranderingen er zijn en waarom die nodig zijn. De toelichting op de wijziging wordt ook verwerkt in de artikelsgewijze toelichting en in de motivering. De wijzigingen die in paragraaf 3.3 ‘Ondergeschikte verbeteringen’ staan, worden niet uitgelegd. Dat zijn verbeteren van spelfouten, verbetering van de formulering of een aanpassing van de artikelsgewijze toelichting of van de motivering.

4.2 De vaststellingsprocedure

Voordat de gemeenteraad een wijziging van het omgevingsplan vaststelt, krijgt iedereen de gelegenheid geven om zijn mening over het ontwerp van die wijziging te geven. De gemeente doet dat door bekend te maken dat een ontwerp bekeken kan worden. De wet noemt dat ‘ter inzage leggen’1. In de bekendmaking staat ook wanneer, binnen welke termijn, zienswijzen ingediend kunnen worden. Een zienswijze is een brief of een digitaal formulier waarin iemand opschrijft wat hij of zij van de ontwerpwijziging vindt. De termijn voor het indienen van zienswijzen duurt altijd 6 weken. Als iemand buiten de termijn een zienswijze indient, bestaat de kans dat de gemeente er niet meer op kan reageren. De gemeenteraad leest de zienswijze die te laat is ingediend natuurlijk wel. Na afloop van de termijn van terinzagelegging bereidt de gemeente de vaststelling voor. Het opstellen van het vaststellingsrapport hoort daarbij. Het college van burgemeester en wethouders doet een voorstel aan de gemeenteraad om de wijziging vast te stellen. De gemeenteraad kan besluiten om de indieners van zienswijzen de gelegenheid te geven om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van de wijziging van het omgevingsplan betrokken zijn.

Na bespreking van het voorstel in de raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, stelt de gemeenteraad de wijziging vast of verwerpt het voorstel van het college. De termijn voor het indienen van zienswijzen duurt altijd 6 weken. Als iemand buiten de termijn een zienswijze indient, bestaat de kans dat de gemeente er niet meer op kan reageren. Het college leest de zienswijze die te laat is ingediend natuurlijk wel. Na afloop van de termijn van terinzagelegging bereidt de gemeente de vaststelling voor. Het opstellen van het vaststellingsrapport hoort daarbij. Het college stelt het omgevingsplan vervolgens vast.

4.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen

Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bekijken of het ontwerp aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. 1 Artikel 16.29 en 16.30 van de Omgevingswet, artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

20

Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, krijgt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, de gelegenheid om daar alsnog voor te zorgen.

4.4 Privacy

In dit rapport worden alleen de geanonimiseerde samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt2. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont.

2 Artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 van de Wet open overheid.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=9a1e34f1-0262-485b-a1b1-69988f684a43