CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport Omgevingplan Jan van Galenstraat-Huizingalaan-Van Ginnekenlaan

Commissie Ruimte 25 juni 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Jan van Galenstraat-Huizingalaan-Van Ginnekenlaan23.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

worden doorgeschoven naar de vergunningfase. Er wordt verzocht dit aspect bij de vaststelling van het omgevingsplan explicieter te motiveren en zo nodig te voorzien van aanvullende randvoorwaarden.

Reactie Dit is aspect is onderdeel van de nadere uitwerking van het bouwplan en wordt in de vergunningsfase geregeld. De initiatiefnemer moet hiervoor een grondwateronttrekkingsplan aanleveren. Hieruit moet blijken dat er geen invloed op de directe omgeving is, zodat eventuele schade aan gebouwen in directe omgeving wordt voorkomen. Kabels en leidingen Hoofdstuk 5.15 besteedt geen aandacht aan de continuïteit van voor bewoners essentiële

voorzieningen, zoals elektriciteit, drinkwater en telecommunicatie. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden, wordt verzocht om bij de vaststelling van het omgevingsplan expliciet te motiveren hoe de continuïteit van deze voorzieningen wordt geborgd en te voorkomen dat deze gevolgen uitsluitend worden afgewenteld op de uitvoeringsfase.

Reactie Dit aspect is meegenomen bij het functioneel ontwerp van de openbare ruimte. De bestaande kabelen leidingen tracés zijn in kaart gebracht en er is bekeken hoe het bouwplan hierop van invloed is. Bij de verdere planuitwerking wordt dit steeds gedetailleerder uitgewerkt. Toegankelijkheid minder validen Niet inzichtelijk is met welke organisaties is overlegd en in welk stadium van de

planontwikkeling dit heeft plaatsgevonden. Het mobiliteitsplan vermeldt dat binnen de parkeergarage twee gehandicaptenparkeerplaatsen komen, echter ontbreekt een

publiekrechtelijke borging van deze voorziening in het omgevingsplan of via bindende

planregels. Daarmee is niet verzekerd dat deze parkeerplaatsen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd en in stand gehouden. In het omgevingsplan wordt gesteld dat nieuwe

woningen zonder trapjes of opstapjes bereikbaar zijn en rolstoeltoegankelijk worden

ontworpen. Tijdens een informatieavond voor omwonenden is echter aangegeven dat een aantal woningen op straatniveau uit twee verdiepingen bestaat en uitsluitend via trappen

toegankelijk zal zijn. Verzocht wordt om dit punt te verduidelijken en te waarborgen dat de planbeschrijving en de feitelijke uitwerking hiermee in overeenstemming zijn.

38

Reactie Dit aspect is onderdeel van de nadere uitwerking van het bouwplan en wordt in de vergunningsfase geregeld. In paragraaf 5.18 van de motivering is de toegankelijkheid van de nieuwe ontwikkeling toegelicht. Hier staat het volgende: “De nieuwe woningen worden zo ontworpen dat alle woningen zonder trapjes of opstapjes te bereiken zijn en daarmee rolstoeltoegankelijk zijn. Dit is een eis die oorspronkelijk in het Bouwbesluit stond vanaf 2022 en nu in het Besluit bouwwerken leefomgeving. De looproutes van en naar de halte alsmede de parkeergarage wordt eveneens toegankelijk gemaakt. De fietsparkeervoorzieningen worden eveneens toegankelijk gemaakt, waarbij gelet wordt op een plaatsing van de fietsenstalling op een logische plek en rekening gehouden wordt met de helling. Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt aangesloten bij het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met een goede toegankelijkheid voor mindervaliden en slechtzienden. Dit betekent een minimale trottoirbreedte van 1.20 meter, voldoende brede en drempelloze oversteekplaatsen. Er zullen bij kruisingen en oversteekplaatsen geen obstakels komen in de loop van voetgangers. Ook wordt zo min mogelijk obstakels in de openbare ruimte geplaatst. Straatmeubilair wordt geplaatst in overeenstemming met de Atlas Straatmeubilair.

Tot slot wordt gewaarborgd dat ook de winkelruimten en de mandjessupermarkt toegankelijk zijn.” Energie In hoofdstuk 5.20 wordt gesteld dat de woningen worden aangesloten op het hoge temperatuur

stadswarmtenet van Eneco. Dit is in strijd met de Transitievisie Warmte (TVW), waarin de gemeente

expliciet heeft vastgelegd dat de schaarse capaciteit van het hoge-temperatuurwarmtenet niet mag

worden ingezet voor nieuwbouw. Daarnaast wordt niet gemotiveerd hoe deze keuze zich verhoudt tot het beleid van Eneco om geen nieuwe aansluitingen te realiseren. Het plan concludeert dat er geen

belemmeringen bestaan voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. Deze conclusie is onvoldoende gemotiveerd en daarmee is niet inzichtelijk gemaakt dat de ontwikkeling binnen de planperiode daadwerkelijk uitvoerbaar is.

Reactie Op 12 december 2024 heeft de gemeenteraad voor deze ontwikkeling besloten af te wijken van de Transitievisie Warmte en gebruik te maken van de eeds bestaande aansluitingen op stadswarmte voor de woningen en winkels en zelfstandige warmte/koudeinstallaties voor de supermarkt en het gezondheidscentrum (all electric) toe te passen. Vanaf 1 januari 2026 is het nieuwe maatschappelijk prioriteringskader van het ACM van kracht. Hierin staat dat aanvragen voor kleinverbruikers (zoals woningen) tot 1 juli 2026 doorgaan vanuit gereserveerde capaciteit. Na deze datum kan door de gemeente voor nieuwe aansluitingen prioriteit worden aangevraagd op basis van het ACM-prioriteringskader, voor zowel klein- als grootverbruik. Op basis van beschikbaarheid wordt capaciteit toegekend. Vanaf 1 januari 2027 wordt de eventueel resterende capaciteitsreservering vrijgegeven aan de wachtlijst. In een persbericht (feb 2026) heeft TenneT aangegeven te verwachten dat de maximale capaciteit van het net in Utrecht zonder ingrijpende maatregelen in de zomer van 2026 wordt bereikt. Dit komt neer op een dreigende aansluitstop. In april 2026 is besloten dat er vanaf 1 juli een aansluitpauze (of een pas op de plaats) geldt. Dit geldt voor de gemeente Utrecht en de omliggende gemeenten.

Dit betekent dat alle nieuwe aanvragen (ook voor woningbouwprojecten) vanaf 1 juli, voor zowel nieuwe aansluitingen als verzwaring van aansluitingen op een wachtlijst komen te staan. Alhoewel de problematiek rondom netcongestie ook ten tijde van vaststelling van het SPVE was voorzien, vergroten de recente ontwikkelingen de onzekerheid van de mogelijke aansluiting van de woningen na 1 juli 2026. Als de netcongestie is verholpen, waarschijnlijk in 2035, kunnen de woningen met zekerheid worden aangesloten. Hierdoor is deze wijziging van het omgevingsplan op termijn sowieso uitvoerbaar. Economische uitvoerbaarheid In hoofdstuk 6.1 wordt gesteld dat de financiële en economische uitvoerbaarheid van de

omgevingsplanwijziging voldoende is geborgd door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Deze overeenkomst is echter niet openbaar, waardoor voor direct

39

omwonenden en andere belanghebbenden niet inzichtelijk is welke concrete verplichtingen daarin zijn vastgelegd en hoe deze worden gehandhaafd. In het bijzonder geldt dit voor de regeling van

nadeelcompensatie. In het omgevingsplan wordt vermeld dat eventuele nadeelcompensatie aan derden

voor rekening en risico van de initiatiefnemer komt en dat hiervoor een risicoanalyse is opgesteld. Voor direct omwonenden is echter onduidelijk wat de inhoud en reikwijdte van deze risicoanalyse is, op

welke schadecategorieën deze ziet en hoe wordt gewaarborgd dat schade daadwerkelijk en volledig wordt vergoed.

Reactie Eventuele nadeelcompensatie (voorheen Planschade) die voortvloeit uit de wijziging van deze wijziging van het Omgevingsplan is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Aanvragen van bewoners voor een tegemoetkoming in het kader van Nadeelcompensatie neemt de gemeente in behandeling conform de Omgevingswet (Hoofdstuk 15) en de Verordening Nadeelcompensatie Gemeente Utrecht. Voor informatie over de regeling voor nadeelcompensatie verwijzen wij indieners naar de Verordening nadeelcompensatie gemeente Utrecht | Lokale wet- en regelgeving en de bijbehorende toelichting. Het indienen van een verzoek tot nadeelcompensatie is mogelijk via de website van de gemeente Utrecht: Nadeelcompensatie aanvragen | Gemeente Utrecht. Een aanvraag om vergoeding van schade kan worden ingediend nadat de omgevingsvergunning is verleend. Na besluitvorming door de gemeente over een eventuele tegemoetkoming zal deze door de initiatiefnemer worden betaald. Om de hoogte van de mogelijk totaal te claimen nadeelcompensatie in te schatten moet de initiatiefnemer een nadeelcompensatierapportage laten maken. In de anterieure overeenkomst wordt op basis van deze rapportage een bankgarantie dan wel een waarborgsom van de initiatiefnemer geëist. Participatie In hoofdstuk 6.2.2 wordt gesteld dat een uitgebreid en zorgvuldig participatieproces is doorlopen en

dat dit heeft geleid tot een gezamenlijk gedragen scenario. Deze voorstelling van zaken wordt echter onvoldoende onderbouwd en doet geen recht aan het feitelijke verloop van het proces. Onder de omgevingswet dient het bestuursorgaan inzichtelijk te maken op welke wijze belangen van

betrokkenen zijn betrokken en afgewogen. Een dergelijke navolgbare belangenafweging ontbreekt in het omgevingsplan. Daarmee is onvoldoende gemotiveerd hoe de uitkomsten van het participatieproces hebben doorgewerkt in de gemaakte keuzes.

Reactie Zie antwoord bij hoofdstuk 2 (Bespreking van veel genoemde onderwerpen), paragraaf 2.5 Participatie en belangenafweging.

Handhaving AOK Indiener geeft aan dat er aandacht ontbreekt voor de handhaving en afdwingbaarheid van de afspraken die zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst, terwijl in het omgevingsplan op meerdere plaatsen wordt gesteld dat essentiële aspecten van het plan – zoals parkeren, mobiliteitsbeheer, het ontmoedigen van autogebruik door supermarktbezoekers, het gebruik van winkelwagens, parkeertarieven en nadeelcompensatie – juist via die overeenkomst zijn geborgd. Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente waarborgt dat de in de anterieure overeenkomst vastgelegde randvoorwaarden daadwerkelijk worden nageleefd. Daarmee is het omgevingsplan op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd. Daarmee ontbreekt voor derden iedere rechtszekerheid dat de in de planmotivering genoemde randvoorwaarden – die juist zijn bedoeld ter bescherming van hun belangen en ter beperking van negatieve effecten – ook blijvend worden nageleefd.

Reactie Voor zover mogelijk en ruimtelijk relevant zijn de afspraken die vastgelegd zijn in de anterieure overeenkomst meegenomen in de regels en motivatie van het plan. De naleving van afspraken die

40

uitsluitend in de anterieure overeenkomst zijn vastgelegd is geregeld in die overeenkomst zelf en het afdwingen daarvan vindt plaats via de privaatrechtelijke regelgeving voor overeenkomsten. Onvoldoende concreet, innerlijk tegenstrijdig of onvoldoende gemotiveerd Het omgevingsplan is volgens indiener op meerdere essentiële onderdelen onvoldoende concreet, innerlijk tegenstrijdig of onvoldoende gemotiveerd. Dit betreft onder meer: de onderbouwing van de supermarktfunctie binnen het detailhandelsbeleid; de invulling en borging van openbaar groen en natuur, inclusief het principe ‘groen, tenzij’ en de doelstellingen uit de RSU; de uitwerking van laad- en losvoorzieningen en de verkeersveiligheid voor fietsers; en de toepassing van vastgesteld gezondheids- en klimaatadaptatiebeleid, waaronder het vereiste van een koele en groene verblijfsplek van minimaal 200 m² binnen 200 meter van woningen. Zolang deze beleidsuitgangspunten niet concreet en toetsbaar zijn uitgewerkt, kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals vereist onder de Omgevingswet.

Reactie Deze conclusie van indiener delen wij niet , met uitzondering van de onderbouwing van de supermarktfunctie binnen het detailhandelsbeleid. Dit aspect zal nader worden uitgewerkt en onderbouwd in de motivering bij de omgevingsplanwijziging. De overige aspecten zijn voldoende onderbouwdin het plan en worden zo nodig op onderdelen aangevuld. Deze aanvullingen zijn niet van invloed op de ladder voor duurzame verstedelijking. Samenvattend Indiener verzoekt om primair af te zien van ongewijzigde vaststelling van het ontwerp-omgevingsplan.

Subsidiair verzoekt indiener het omgevingsplan, met inachtneming van deze zienswijze, zodanig aan te passen dat sprake is van een zorgvuldig gemotiveerd en evenwichtig omgevingsplan.

Conclusie

Op grond van deze zienswijze worden de regels en de motivering van het plan gewijzigd. In paragraaf 4.1 is de wijziging precies beschreven.

Zienswijze 9

[Referentie nr: 34047126]

Kennisgeving Indiener benoemt als eerste in zijn zienswijze dat in de kennisgeving/publicatie van de terinzagelegging van het Plan, een verkeerd plan staat (‘Herontwikkeling Reitdiepstraat Rivierenwijk’).

Reactie Dat is inderdaad een ongelukkige fout. Gelukkig is de zienswijze van indiener in goede orde ontvangen. Schetsen van het project Indiener benoemt verder dat op de inloopavond van 8 december 2025 enkel schetsen van het project aanwezig waren zonder schaal. Op deze manier kan geen goed beeld gegeven worden hoe de herontwikkeling eruit komt te zien.

Reactie Tijdens de inloopavond is, naast de schetsen van de inrichting van de openbare ruimte (bedoeld om de werking en het gebruik toe te lichten) ook het Functioneel Ontwerp van de openbare ruimte gepresenteerd. Op dit ontwerp was inderdaad geen schaal aangegeven. Het ontwerp was wel op schaal

41

ingetekend zodat, naar mening van de gemeente, een goed beeld is gegeven van de verhoudingen in het ontwerp en het gebruik van de openbare ruimte. Impact op de omgeving Indiener maakt zich daarnaast zorgen over de impact van dit project op de directe woonomgeving. Er wordt gevreesd voor een ernstige verslechtering van de openbare ruimte. Zo zal de groene ruimte afnemen doordat zes bomen verdwijnen en komt een dakterras terug waarvan niet duidelijk is hoe groen deze wordt ingericht, en bovendien constateert indiener dat dit dakterras geen openbare ruimte zal zijn. Ook verdwijnt groen bij de Kardinaal de Jongweg voor winkelbevoorrading en komen binnen de groene zone van de Jan van Galenstraat afvalcontainers met laad- en losplekken. In de huidige situatie zijn er nu al minder bomen dan eerder, omdat deze weggehaald zijn en niet vervangen zijn. Tot slot is de stadstuin er al, deze speelplek bestaat en wordt alleen opnieuw ingericht. Indiener vraagt zich ook af of de voorgestelde inrichting geschikt is om te spelen.

Reactie Zie antwoord bij hoofdstuk 2 (Bespreking van veel genoemde onderwerpen), paragraaf 2.3 Groen in het gebied. Verkeersonveiligheid Indiener stelt vast dat de verkeersonveiligheid zal toenemen door de toename van bewoners en een winkel. Dit resulteert in meer verkeersbewegingen, terwijl de ruimte voor het verkeer kleiner wordt. Immers wordt de Jan van Galenstraat een fietsstraat en verdwijnt het separate fietspad. Daarnaast komen bij de Kardinaal de Jongweg, ook een doorfietsroute naar Amersfoort, afvalcontainers met parkeerstrook voor aan- en afvoer. De straat wordt belangrijker voor fietsers, terwijl die ook minder veilig wordt door het vervallen van het separate fietspad en de komst van vuilniswagens’.

Reactie In de planvorming is zowel de verkeersgeneratie als de verkeersveiligheid zorgvuldig onderzocht. De initiatiefnemer heeft bij zijn aanvraag om het Omgevingsplan te wijziging o.a. een Mobiliteitsplan, opgesteld door Goudappel, aangeleverd met nieuwe berekeningen van de te verwachte verkeersgeneratie van het bouwplan (zie bijlage 12 bij de motivatie van het plan: rapport Goudappel ‘Mobiliteitsplan Jan van Galenstraat’). De uitkomst hiervan is (door de gemeente) vergeleken met de eerdere onderzoeken en berekeningen van de verkeersgeneratie door RHDHV. De verkeersgeneratie van het bouwplan, berekend door Goudappel, ligt wat lager dan de verkeersgeneratie berekend door RHDHV. Dit komt omdat de berekening van RHDHV eerder in de planvorming is gedaan en er toen sprake was van een ander programma en ander ontwerp. De supermarkt had toen een grotere omvang en de logistieke ingang was toe voorzien aan de Huizingalaan. RHDHV concludeerde dat de verkeersgeneratie van dit grotere bouwplan niet leidt tot een verkeersonveilige situatie in de buurt. Met twee laad/losplekken voor de dag winkels wordt het gebruik van de laad-/ los plek voor de supermarkt voorkomen. Ook wordt hiermee voorkomen dat bestelbusjes van leveranciers voor de

winkels en bestelbusjes van de pakketbezorgers ‘wild’ gaan parkeren. De locaties van de laad- en

losplekken voor de dag winkels zijn relatief dichts bij de winkels, wat het risico op foutparkeren en

overlast van laden/lossen significant verminderd. De verkeersveiligheid van de fietsers komt niet in het geding.

Kwaliteit openbare ruimte Indiener benoemt dat de wijkentree momenteel een deels open karakter heeft door de groene doorkijk aan de linkerkant met de laagbouw. De beoogde woontoren sluit deze doorkijk af. Ook betekent dit dat men met twee woontorens de wijk binnenkomt met zicht op afvalcontainers, waarbij indiener opmerkt

42

dat dit er nu zes zijn, maar dit zeker gelet op het aantal woningen toe zal nemen naar acht tot tien afvalcontainers. Dit brengt geen kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte met zich mee.

Reactie

Van alle, samen met de werkgroep van buurtbewoners onderzochte locaties in het plangebied en erbuiten, blijkt er één geschikt om de benodigde twee glascontainers, twee papiercontainers en twee restafval containers (pers) op de juiste wijze in te passen. Het aantal containers is samen met de afdeling afvalinzameling bepaald. Voor de inpassing van zes containers gebruiken we de oplossing en principes aan de Reigerstraat als inspiratie. Vanwege de beperkte ruimte om alle benodigde functies in te passen is ervoor gekozen de opstelplek voor de vuilnisauto te combineren met een van de laad- en losplekken voor de dag winkels. Nut-/noodzaak supermarkt Volgens indiener is er ook geen noodzaak voor de mandjessupermarkt, omdat er in de buurt al vier

supermarkten zijn en vroeger al geprobeerd is om een dag supermarkt hier te vestigen. Indiener stelt daarom voor om in de plaats van de mandjessupermarkt meer woningen te plaatsen, zodat een woningbouwlaag minder gebouwd kan worden.

Reactie

Zie antwoord bij hoofdstuk 2 (Bespreking van veel genoemde onderwerpen), paragraaf 2.1 (Mandjes) Supermarkt; noodzaak/behoefte onderbouwing. Kwaliteit van de buitenruimte voldoet niet aan het SpvE Indiener geeft eveneens aan dat de kwaliteit van de buitenruimte niet voldoet aan het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Er komen meer bewoners in een kleinere buitenruimte waarin laad- en losplekken, fietsparkeervoorzieningen en afvalcontainers staan. Waar het groen en de fietsparkeerplekken worden gerealiseerd is niet duidelijk. Hoe de groenstrook bij de afvalcontainers als sociale ontmoetingsplek wordt gezien, is indiener niet duidelijk.

Reactie Het inrichtingsplan voor de openbare ruimte dat samen met de buurt is uitgewerkt voldoet aan het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Op onderstaande tekening is aangegeven waar het groen komt (groene delen). De fietsparkeeerplekken bevinden zich rond het gebouw. De meeste plekken bevinden zicht aan de Jan van Galenstraat omdat daar de ingangen van de winkels zijn.

43

Betrouwbaarheid eigenaar/ ontwikkelaar Kerckebosch Tot slot uit indiener zorgen over de betrouwbaarheid van de eigenaar/ ontwikkelaar. De eigenaar zou de woningen niet goed onderhouden heeft en deze daardoor laten verpauperen en er worden arbeidsmigranten in leegstaande woningen gehuisvest. Ook wordt er op straat gedealed. Er is vanuit indiener geen vertrouwen dat de eigenaar zal zorgen voor een kwalitatieve verbetering van de wijk. Op de informatieavond vond indiener dat de architecten nietserieus waren en dat bewoners niet duidelijk werden geïnformeerd over hoe het projectplan eruit komt te zien, met op de schetsen veel groen en bomen, maar nergens auto’s of fietsen.

Reactie Wij nemen kennis van uw mening over de architect en uw zorgen over de betrouwbaarheid van de eigenaar/ ontwikkelaar maar zijn van mening dat, met het plan dat hij wil ontwikkelen, de buurt kwalitatief wordt verbeterd. Uw opmerking over het slechter worden van de leefkwaliteit omdat er gedeald zou worden hebben wij doorgegeven aan de wijkbeheerder. Conclusie De gemeente neemt kennis van deze zienswijze.

Zienswijze 10

[Referentienummer 34043655]

Verkeerssituatie Jan van Galenstraat

Indiener benoemt volledig achter de opmerkingen staan van de werkgroep nieuwbouw Jan van

Galenstraat. Wel heeft hij nog drie aanvullende opmerkingen. Ten eerste dat de verkeerssituatie op de Jan van Galenstraat, en het kruispunt op de Kardinaal de Jongweg, op veel momenten druk en

onoverzichtelijk is en dat met laad- en losverkeer dit zal verergeren. Veel fietsers fietsen momenteel al tegen het verkeer in aan de zijde van Nieuw Bleyenburg, en er is sluipverkeer van de Kardinaal

de Jongweg dat probeert het Kardinaal Alfrink-plein te ontwijken. Dit zou deels kunnen worden

opgelost door een deel van de Huizingalaan éénrichtingsverkeer te maken. Ook is er spoorwegtracé dat een stuk verder de Huizingalaan en de Kardinaal de Jongweg kruist éénbaans geworden. Als dit

44

bijvoorbeeld tot een fietspad wordt ontwikkeld, wordt een deel van het fietsverkeer overgenomen en is de situatie meer overzichtelijk.

Reactie De Jan van Galenstraat wordt heringericht en wordt onderdeel van de doorfietsroute UtrechtAmersfoort. Bij de participatie voor het et ontwerp van de herinrichting zijn de aangegeven aandachtspunten eerder al aangegeven. Het ontwerp is nu zodanig dat tegen de richting in fietsen wordt voorkomen. Er zijn geen plannen om een deel van de Huizingalaan eenrichtingsverkeer te maken. Dichte muur

Ten tweede geeft indiener aan dat bij de nieuwbouw aan de Huizingalaan een dichte muur en een

rommelige ingang aanwezig is Indiener vraagt of dit gebouw meer levendig gemaakt kan worden door bijvoorbeeld toepassing van een glaspartij.

Reactie De Commissie Omgevingskwaliteit (voorheen Welstand) is zeer te spreken over de gevels van het gebouw en heeft geoordeeld dat de muur niet als ‘dicht’ is aan te merken, mede vanwege de in/uitgang die in de gevel komt. Er is geen aanleiding om anders te oordelen. Waterkelder

Ten derde meldt indiener dat de grondwaterstand ten hoogste twee meter onder het wegoppervlak

is. Indiener merkt op dat verwacht op het huidig gepland bouwoppervlak een waterkelder nodig zou

zijn om extreme buien op te vangen, maar dat dit ook de kans geeft om het groen op het gebouw via deze kelder te kunnen bewateren. Indiener impliceert hiermee of de gemeente dit kan meenemen.

Reactie In de stadstuin die onderdeel wordt van de openbare ruimte is een waterberging voorzien om het water van (extreme) regenbuien te bufferen. Conclusie De gemeente neemt kennis van deze zienswijze.

Zienswijze 11

[Referentie nr. 34011317]

Indiener ziet graag een harde inspanning ten aanzien van vergroening van de daken, met het direct aanleggen van een groen dak en dat de VvE minimaal betrokken wordt bij het onderhoud hiervan.

Reactie Het ontwerp heeft een (groene) daktuin op de 1e verdieping en diverse daken zijn voorzien van retentie voorzieningen. Op drie bouwdelen worden ook Mos-Sedum daken gerealiseerd. Dit zorgt, naast uitvoering van de duurzaamheidsambitie, tevens voor een groen uitzicht vanuit de twee bouwdelen die uit kunnen kijken op de betreffende groene daken (kwaliteit van woningen). Op deze wijze is eigenlijk een 5e groene gevel voor de woningen gerealiseerd. Conclusie De gemeente neemt kennis van deze zienswijze.

45

4 Wijzigingen in het ontwerp 4.1 Wijzigingen door zienswijzen 4.1.1

Borgen mandjessupermarkt en winkelwagens

4.1.1.1 Toelichting van de wijziging De borging van een mandjessupermarkt is in eerste instantie vastgelegd in de anterieure overeenkomst met initiatiefnemer. Mede gelet op de, door indiener aangehaalde, Parkhavenuitspraak is er aanleiding om de juridische borging duidelijker in de regels van het omgevingsplan op te nemen. In de anterieure overeenkomst met initiatiefnemer is vastgelegd dat het Bouwplan niet zal voorzien in een mogelijkheid/faciliteiten om een winkelkarretje mee te nemen naar de supermarkt en vice versa (winkelwagentjes zullen de supermarkt niet verlaten). 4.1.1.2

Wijziging

Aanvulling regels naar aanleiding van beantwoording zienswijzen: Artikel 4.2 onder 4 :

1) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een supermarkt te starten en in stand te houden. 2) Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning alleen als maatregelen zijn genomen om te belemmeren dat winkelwagentjes van en naar de openbare ruimte en/of de parkeergarage worden meegenomen.

4.1.2

Noodzaak en behoefte supermarkt

4.1.2.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van meerdere zienswijzen wordt de motivering aangevuld met een uitleg en onderbouwing van nut en noodzaak van een supermarkt op deze locatie. De behoefte aan een supermarkt is met het onderzoek van Adviesbureau BSP ‘Scenarioanalyse invulling retail Huizingalaan Utrecht’ d.d. 13 oktober 2021 en het nadere marktonderzoek Jan van Galenstraat behoefte- en effectentoets supermarkt en aanvullende retail’ van 24 april 2026, afdoende onderbouwd. We voegen deze onderzoeken toe als bijlagen bij de motivering van het TAM Omgevingsplan en vullen de motivering op dat aspect aan. 4.1.2.2 Wijziging De motivering wordt als volgt gewijzigd: Toe te voegen in paragraaf 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, onder het kopje ‘Winkels en supermarkt’: De mandjessupermarkt en de winkels met dagelijks productaanbod dragen aantoonbaar bij aan de fijnmazige voorzieningenstructuur van de tien minutenstad en passen binnen de retailhoofdstructuur. De Jan van Galenstraat is opgenomen in deze structuur waarbij uitbreiding met een supermarkt en winkels met dagelijks productaanbod mogelijk is. De ontwikkeling is passend, omdat het gaat om het versterken van een bestaand winkelcluster.

Er is kwantitatief voldoende marktruimte binnen het gehele verzorgingsgebied en er zijn voldoende kwalitatieve argumenten die de wenselijkheid van de ontwikkeling aantonen, zoals behoud van economische vitaliteit en verblijfskwaliteit en het voorkomen van leegstand, . De toevoeging van 850 m² wvo aan supermarktmeters is voor het bestaande aanbod nauwelijks merkbaar. Dit komt doordat de nieuwe supermarkt een andere functie (een mandjesfunctie) heeft dan het omliggende supermarktaanbod in Noordoost en ook ontlastend kan werken voor de supermarkt in winkelcentrum de Gaard. De zeer beperkte omzeteffecten die optreden na realisatie van de supermarkt zullen zich bovendien over een groter gebied verspreiden. Het aantal meters

46

gereserveerd voor de overige retail units neemt af ten opzichte van de huidige gevestigde meters. Door deze afname zal op vergelijkbaar commercieel aanbod geen verdringingseffect merkbaar zijn. Zie ook bijlage 17 onderzoek van Adviesbureau BSP ‘Scenarioanalyse invulling Retail Huizingalaan Utrecht’ d.d. 13 oktober 2021 en bijlage 18 het nader onderzoek “”Utrecht, Jan van Galenstraat behoefte en effectentoets supermarkt en aanvullende retail”, SWECO 24 april 2026. Deze ontwikkeling brengt geen negatieve effecten met zich mee als het gaat om leegstand en aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat. 4.1.3

Uitbreiding detailhandel in strijd met de omgevingsverordening van de provincie

4.1.3.1 Toelichting van de Wijziging Naar aanleiding van meerdere zienswijzen wordt de uitbreiding van detailhandel nader onderbouwd (‘in de geest van de provinciale Omgevingsverordening’) op basis van de uitzonderingen uit artikel 9.20 onder 1 sub e. en sub g. Omgevingsverordening. In dat kader vullen wij de toelichting in paragraaf 2.2.1 (Omgevingsvisie provincie Utrecht en Omgevingsverordening provincie Utrecht) aan. 4.1.3.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd: Toe te voegen aan paragraaf 2.2.1 (Omgevingsvisie provincie Utrecht en Omgevingsverordening provincie Utrecht:

:

•

Artikel 9.20 (Detailhandel) van de Omgevingsverordening provincie Utrecht bevat regels waarin is vastgelegd dat nieuwe of uitbreidende detailhandel buiten de aangewezen winkelstructuur in beginsel niet is toegestaan wanneer dit leidt tot aantasting van de detailhandelsstructuur.

Hierop gelden enkele uitzonderingen. Voor de ontwikkeling aan de Jan van Galenstraat is artikel 9.20 lid 2 sub e. en g. relevant. Het betreft hier wijk- en buurtverzorgende (dagelijkse) detailhandel binnen bestaand stedelijk gebied, passend bij het lokale schaalniveau en detailhandel die onderdeel uitmaakt van een integrale herontwikkeling of functiemenging zonder bovenwijkse of ontwrichtende werking. De Jan van Galenstraat functioneert als buurt-/ wijkwinkelgebied. Het provinciale beleid is hier ondersteunend aan behoud en een gematigde uitbreiding van dagelijkse, wijkverzorgende detailhandel. Deze ontwikkeling is dus mogelijk onder instructieregel 9.20 onder e. en aanvullend g., omdat de uitbreiding van detailhandel noodzakelijk is voor het maatschappelijk functioneren van het bestaande winkelgebied Jan van Galenstraat en zorgt voor gevarieerd en bereikbaar aanbod van dagelijkse en ondersteunende voorzieningen voor inwoners en bezoekers. Met deze ontwikkeling blijft het gebied economisch vitaal en behoudt een kwalitatief hoog verblijfsklimaat, en wordt leegstand voorkomen, Daarnaast is de uitbreiding van detailhandel onderdeel van een bredere herontwikkeling in de wijk. De ontwikkeling aan de Jan van Galenstraat is daarmee passend in het provinciale beleid uit de Omgevingsverordening. 4.1.4

Gezondheidscentrum

4.1.4.1 Toelichting van de Wijziging Per abuis is nog het vervallen gezondheidscentrum in de tekst van de motivering vermeld 4.1.4.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd: schrappen in paragraaf 4.1.1 (programma): • Gezondheidscentrum

47

4.1.5

Snelfietsroutes

4.1.5.1 Toelichting van de Wijziging Naar aanleiding van zienswijze 8 wordt de tekst van de motivering aangevuld met snelfietsroutes. 4.1.5.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd: Aanvulling motivering in paragraaf 4.2.3 (openbare ruimte en groen): De Jan van Galenstraat in Utrecht maakt deel uit van de doorfietsroute (snelfietsroute) F28 tussen Utrecht en Amersfoort. Deze route is ontworpen om het woon-werkverkeer per fiets comfortabeler, veiliger en sneller te maken. De werkzaamheden aan deze route, waaronder de Jan van Galenstraat, vallen onder de doorontwikkeling van de snelfietsroutes in de provincie Utrecht. 4.1.6

Bestaand groen

4.1.6.1 Toelichting van de Wijziging Naar aanleiding van zienswijze 8 wordt de tekst van de motivering aangevuld met bestaand groen. 4.1.6.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd: Aanvulling motivering in paragraaf 4.2.3 (openbare ruimte en groen): Op dit moment is er weinig openbaar groen in het plangebied. Met deze ontwikkeling wordt er meer groen toegevoegd aan het bestaande groen in het plangebied. Het bestaande groen bevindt zich met name langs de Kardinaal de Jongweg (1864m2) en op de parkeerplaats aan de Huizingalaan (510m2). 4.1.7

Actualisering bestaande functies

4.1.7.1 Toelichting van de Wijziging Naar aanleiding van zienswijze 8 wordt de tekst van de motivering aangevuld met actualisering van bestaande functies in de economische plint. 4.1.7.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd: Paragraaf 3.2 Beschrijving van bestaande functies in het plangebied Hier zijn onder andere een kruideniers fietsenwinkel, een pizzeria en een bloemist witgoedhandel gevestigd. 4.1.8

Wens mandjes supermarkt

4.1.8.1 Toelichting van de Wijziging Naar aanleiding van zienswijze 6 en 8 wordt de tekst van de motivering over de behoefte om deze supermarkt te realiseren voor wijkbewoners aangepast. 4.1.8.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd: Paragraaf 2.3.2.3.2 Werken De wens voor een supermarkt (in de vorm van een mandjessupermarkt) is expliciet voortgekomen naar aanleiding van wensen uit de buurt Op basis van de participatie heeft een groep omwonenden uit de buurt aangedrongen op een zo klein mogelijke supermarkt. Mede op basis daarvan heeft de raad zich uitgesproken voor een mandjessupermarkt op 16 mei 2023.

48

4.1.9

Diervriendelijk bouwen

4.1.9.1 Toelichting van de Wijziging Naar aanleiding van zienswijze 2. In paragraaf 5.11 is de tekst over diervriendelijk bouwen weggevallen en zal alsnog worden aangevuld. 4.1.9.2

Wijziging

De motivering wordt als volgt gewijzigd (paragraaf 5.11 Natuurbescherming, kopje diervriendelijk bouwen): Uitgangspunt is diervriendelijke bouw door het integreren van nestkasten of andere verblijfplaatsen van gebouw gebonden soorten in de stad. Daarbij is uitgangspunt het realiseren van één verblijfplaats per gebouwde woning.

49

4.2 Ambtshalve wijzigingen 4.2.1

Wijziging paragraaf 2.3.2.2.9 Energie in nieuwbouw

4.2.1.1 Toelichting wijziging Naar aanleiding van recente ontwikkelingen rondom netcongestie in de regio Utrecht wordt de tekst over netcongestie bijgesteld. 4.2.1.2 Wijziging De motivering wordt als volgt gewijzigd: De tekst in paragraaf 2.3.2.9 over netcongestie wordt als volgt geüpdatet. Netcongestie in Utrecht Op 12 oktober 2021 kondigde TenneT netcongestie af voor het terug leveren (het invoeden van) duurzaam opgewekte elektriciteit op het netwerk in de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland. Op 17 november 2022 kwam TenneT naar buiten met een nieuwe vooraankondiging van congestie voor dit gebied; het elektriciteitsnet heeft zijn maximale capaciteit bereikt ook voor het afnemen van elektriciteit. Dit betekent dat het stroomnetwerk hier op piekmomenten vol is in twee richtingen. Naast de knelpunten op het hoogspanningsnet zijn er ook knelpunten op het net van Stedin. Dit betekent concreet dat nieuwe grootverbruikers met een aansluitcapaciteit vanaf 3x80 Ampère niet in hun elektriciteitsbehoefte kunnen worden voorzien totdat het elektriciteitsnet is uitgebreid. Bovendien geven de netbeheerders aan dat in de provincie Utrecht de groei van kleinverbruik vanaf 2026 de daarvoor gereserveerde netcapaciteit kan overschrijden, wat noopt tot (extra) maatregelen. Voor het eerst kunnen daardoor ook kleinverbruikers, zoals huishoudens en het MKB, door netcongestie worden geraakt.

In april 2026 is besloten dat er vanaf 1 juli een aansluitpauze (of een pas op de plaats) geldt. Dit geldt voor de gemeente Utrecht en de omliggende gemeenten. Dit betekent dat alle nieuwe aanvragen (ook voor woningbouwprojecten) vanaf 1 juli, voor zowel nieuwe aansluitingen als verzwaring van aansluitingen op een wachtlijst komen te staan.

4.3 Ondergeschikte verbeteringen

Nvt

50

5 Toelichting 5.1 Wat is een vaststellingrapport?

Het vaststellingrapport hoort bij een raadsbesluit over de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan. Het is een onderdeel van dat raadsbesluit. In het vaststellingrapport staan: • een samenvatting van de zienswijzen en de reactie van de gemeente daarop en • een verantwoording van wat er bij de vaststelling verandert aan de ontwerpwijziging die ter inzage heeft gelegen. Verantwoording van de wijzigingen betekent dat in het rapport wordt uitgelegd welke veranderingen er zijn en waarom die nodig zijn. De toelichting op de wijziging wordt ook verwerkt in de artikelsgewijze toelichting en in de motivering. De wijzigingen die in paragraaf 4.3 ‘Ondergeschikte verbeteringen’ staan, worden niet uitgelegd. Dat zijn verbeteren van spelfouten, verbetering van de formulering of een aanpassing van de artikelsgewijze toelichting of van de motivering.

5.2 De vaststellingsprocedure

Voordat de gemeenteraad een wijziging van het omgevingsplan vaststelt, krijgt iedereen de gelegenheid geven om zijn mening over het ontwerp van die wijziging te geven. De gemeente doet dat door bekend te maken dat een ontwerp bekeken kan worden. De wet noemt dat ‘ter inzage leggen’1. In de bekendmaking staat ook wanneer, binnen welke termijn, zienswijzen ingediend kunnen worden. Een zienswijze is een brief of een digitaal formulier waarin iemand opschrijft wat hij of zij van de ontwerpwijziging vindt. De termijn voor het indienen van zienswijzen duurt altijd 6 weken. Als iemand buiten de termijn een zienswijze indient, bestaat de kans dat de gemeente er niet meer op kan reageren. De gemeenteraad leest de zienswijze die te laat is ingediend natuurlijk wel. Na afloop van de termijn van terinzagelegging bereidt de gemeente de vaststelling voor. Het opstellen van het vaststellingsrapport hoort daarbij. Het college van burgemeester en wethouders doet een voorstel aan de gemeenteraad om de wijziging vast te stellen. De gemeenteraad kan besluiten om de indieners van zienswijzen de gelegenheid te geven om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van de wijziging van het omgevingsplan betrokken zijn.

Na bespreking van het voorstel in de raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, stelt de gemeenteraad de wijziging vast of verwerpt het voorstel van het college.

5.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen

Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bekijken of het ontwerp aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, krijgt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, de gelegenheid om daar alsnog voor te zorgen.

1 Artikel 16.29 en 16.30 van de Omgevingswet, artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

51

5.4 Privacy

In dit rapport worden alleen de geanonimiseerde samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt2. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont.

2 Artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 van de Wet open overheid.

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=971a6d2c-4a80-49d5-a22c-13f7d809457a