CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport MWKZ deelgebied 6, Eendrachtslaan 10.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 1 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Eendrachtlaan 106.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Vaststellingsrapport

Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6 Eendrachtlaan 10

7 januari 2021

[Typ hier]

Inhoud vaststellingsrapport 1

INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 BESTEMMINGSPLAN MERWEDEKANAALZONE DEELGEBIED 6, EENDRACHTLAAN 10 ............................................... 3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT .............................................................................................. 3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE.................................................................................................................... 3 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen .................................................................................. 3 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ....................................................................................... 3 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen ........................................................................................ 3 1.3.4 Procedure voor de vaststelling ..................................................................................................... 4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen ............................................................................................. 4

2

SAMENVATTING................................................................................................................................... 5 2.1 PROCEDUREEL ......................................................................................................................................... 5 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................................... 5 2.3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP............................................................................................. 5 2.3.1 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing ............................................................................... 5

4

BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ................................................................................................... 6 ZIENSWIJZE 1 ..................................................................................................................................................... 6 ZIENSWIJZE 2 ..................................................................................................................................................... 9 ZIENSWIJZE 3 ................................................................................................................................................... 12

2

[Typ hier] Januari 2021

1 Inleiding 1.1 Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Eendrachtlaan 10 Het plangebied bestaat uit een voormalig kantoorpand met bijbehorend terrein aan de Eendrachtlaan 10. De locatie is gelegen in deelgebied 6 van de Merwedekanaalzone en is begrensd door de Beneluxlaan (noordzijde), het perceel van de Vliegend Hertlaan 1-11 (oostzijde), de Vliegend Hertlaan (zuidzijde) en de Eendrachtlaan (westzijde). Het bestaande kantoorgebouw wordt gesloopt en vervangen door een appartementencomplex met 215 appartementen (Concorde).

1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend beroep mogen instellen tegen wijzigingen van de juridische regeling. Tegen een wijziging van de onderbouwing kan in beginsel geen beroep ingesteld worden. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 2 waarin de wijziging is weergegeven.

1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 14 augustus 2020 tot en met donderdag 24 september 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn 3 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor bedoelde termijn ingediend. 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende

3/13

[Typ hier]

zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. De zienswijze wordt wel door gestuurd naar de gemeenteraad, zodat de raad kennis kan nemen van originele zienswijze. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de raadscommissie Stad en Ruimte. In de commissie vindt een politieke discussie plaats.

De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De raadscommissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend. Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4

[Typ hier] Januari 2021

2 Samenvatting 2.1 Procedureel Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en zullen dus in behandeling worden genomen.

2.2 Inhoud van de zienswijzen Indiener 1 vreest achteruitgang van de woonkwaliteit, door toename van geluids- en parkeeroverlast, en achteruitgang van luchtkwaliteit, bezonning en uitzicht. Indiener 2 vreest een beperking van de bedrijfsvoering door de eisen die een goed woon- en leefmilieu stelt aan de omgeving van een woningbouwproject. De indieners onder 3 vrezen verlies van bezonning en uitzicht. De zienswijzen worden uitgebreid besproken en van commentaar voorzien in hoofdstuk 3 van dit rapport.

2.3 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp 2.3.1 Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen De zienswijzen geven geen redenen om wijzigingen aan te brengen in de regels, de toelichting of de verbeelding.

2.3.1

Ambtshalve wijziging van de onderbouwing

2.3.1.1 Aanpassing van het onderzoek in bijlage 10,11 en 12 Het onderzoek voor stikstofdepositie bijlage 10 met de daarbij behorende Aeriusberekeningen bijlagen 11 en 12 is geactualiseerd, omdat er gedurende het proces een nieuwe versie van de aeriuscalculator is uitgekomen. De bijgewerkte rapporten vervangen de bijlagen 10, 11 en 12 die bij het ontwerp waren opgenomen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen is een afdoend flora- en fauna onderzoek voor vleermuizen toegevoegd. Dit is tevens als bijlage 22 van het bestemmingsplan opgenomen.

5/13

[Typ hier]

3 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1 1. Hogere geluidswaarden door wind en weerkaatsing verkeersgeluid De indiener stelt dat de bouw van de PAX en LUX gebouwen al heeft gezorgd voor meer geluid van onder andere verkeer en tramovergangen, tegen de gevel aan de Europalaan van de flat aan de Aziëlaan. Bij de onderzoeken van geluid en windoverlast voor de Eendrachtlaan 10 heeft indiener niet terug kunnen vinden dat er is meegenomen wat voor effect de weerkaatsing/wind van het nieuwbouwplan de Concorde heeft op deze gevel qua geluid. Indieners verwachting is dat de geluidswaarden hier nog meer gaan stijgen met een hoger gebouw. Voor een gezonde leefomgeving is het beter als de geluidwaarden niet stijgen. Als het Concordegebouw niet hoger wordt dan de lage kantoorgebouwen eromheen kan het geluid en de wind beter weg.

Reactie Het geplande woongebouw Concorde staat op een afstand van circa 230 meter van het woongebouw van indiener. Tussen de geplande nieuwbouw en het woongebouw van indiener staat nog een kantoorgebouw van gedeeltelijk 7 lagen hoog en gedeeltelijk 24 lagen hoog. Voor wat betreft de weerkaatsing van geluid op de woning van indiener is dit de belangrijkste bron en niet de geplande nieuwbouw die daar 100 meter achter staat. Ook voor wat betreft windoverlast is het bestaande gebouw bepalend en niet het nieuw te bouwen complex. Kortom de nieuwbouw heeft voor zowel geluidweerkaatsing als voor windhinder geen invloed op de bestaande situatie rond het woongebouw van indiener. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2. Verminderde luchtkwaliteit Volgens het plan neemt de mobiliteit door de nieuwbouw niet in betekenende mate toe, de luchtkwaliteit is door de drukte op de Europalaan al regelmatig minder, zeker met warm weer en de A12 heeft natuurlijk ook zijn invloed. Meer bewoners betekent meer auto’s, bij het Europaplein en de Europalaan staan in de spitsuren vooral buiten Corona tijd, maar zelfs nu, af en toe rijen auto’s en staat het ook regelmatig vast vanuit de Vliegend Hertlaan. De uitgang vanaf de Vliegend Hertlaan naar de Europalaan zal drukker worden met het nieuwe Concorde gebouw. Voor een gezonde leefomgeving is het belangrijk dat de luchtkwaliteit niet verder achteruit gaat.

Reactie Het beleid in de Merwedekanaalzone is erop gericht het autoverkeer zoveel mogelijk terug te dringen. Voor deelgebied 6 betekent de omzetting van kantoren naar woningen juist dat er minder verkeer in de spits vaststaat omdat het woonverkeer een andere richting kiest (het gebied uit) dan het werkverkeer (het gebied in). Doorstromend verkeer veroorzaakt minder luchtvervuiling dan stokkend verkeer. De toename in verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde woningbouw is vastgesteld op 661 mvt per etmaal. De NIBM-tool 2018 berekent voor deze bewegingen als maximale bijdrage 0,48 µg/m3 NO2 en 0,10 µg/m3 PM10. Voor beide componenten is dit lager dan 1,2 ìµg/m3 ofwel 3% van de jaargemiddelde grenswaarde. Dit is binnen de wettelijk normen. De bijdrage van de toename in verkeersbewegingen aan de heersende achtergrondconcentratie is daarmee Niet In Betekenende Mate. Het project voldoet hiermee aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Op basis van de Monitoringstool 2020 (zie www.nsl-monitoring.nl) kan bovendien worden geconcludeerd dat in de omgeving van het plan ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer, hetgeen in de onderstaande figuur wordt geïllustreerd.. 6

[Typ hier] Januari 2021

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

3. Parkeerproblemen Bij de flat aan de Aziëlaan het dichtst bij het Europaplein, is de parkeerplaats vaak overvol. Mensen van de kantoren aan de overkant van de Europalaan, van de MAX en van de scholen aan de Aziëlaan parkeren hier allemaal waardoor het voor bewoners soms lastig wordt om een parkeerplek te vinden. Bij het Concorde gebouw zijn parkeerplaatsen gepland maar niet voldoende voor alle appartementen. Ook hier gaat de gemeente er van uit dat mensen zich meer met het openbaar vervoer, fiets of lopend gaan verplaatsen en geen auto hebben. In de praktijk is dit nog helemaal niet zo vanzelfsprekend, wat blijkt uit de parkeerproblemen die al bestaan.

Reactie Het aantal parkeerplaatsen dat voor de nieuwbouw beschikbaar is, voldoet aan de normen uit het parkeerbeleid. Het beleid voor Merwedekanaalzone is erop gericht het autogebruik zoveel mogelijk te minimaliseren en het lopen, het fietsen en het gebruik van openbaar vervoer zoveel mogelijk te stimuleren. Het aantal parkeerplaatsen dat mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan, het aantal parkeerplaatsen dat door de ontwikkelaar bij de buren (City Pads Utrecht B.V) wordt gehuurd, en de beschikbare deelauto’s is naar onze mening voldoende en zal niet leiden tot overlast in de buurt. Daarnaast wordt gekoppeld aan de ontwikkelingen in Merwedekanaalzone stapsgewijs betaald parkeren ingevoerd in het gebied en de directe omgeving. Bovendien wordt de verkeersontwikkeling rondom de Merwedekanaalzone (en breder in Zuidwest) van begin af aan gemonitord, zodat er tijdig duidelijk wordt als er bijgestuurd moet worden en eventueel aanvullende maatregelen genomen moeten worden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

7/13

[Typ hier]

4. Minder zonlicht Het aantal uren dat er daglicht in huis is neemt in de flat aan de Aziëlaan af door de nieuwbouwplannen. Aan de noord- en oostkant is al minder zonlicht, zodat elke afname daarvan onwenselijk is.

Reactie Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-norm. Gemeente Utrecht hanteert de zogenaamde lichte TNO norm om te bepalen of er voldoende bezonning is. Bezonningsdiagrammen geven inzicht in de bezonning van de gevels en (extra) schaduw op de omgeving. Voor het woongebouw aan de Aziëlaan is een bezonningsstudie uitgevoerd, die onderstaande resultaten laat zien (de volledige studie is opgenomen in bijlage 18 van de toelichting van het bestemmingsplan). De door de gemeente Utrecht gehanteerde TNO-norm houdt in: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de schaduweffecten van de geplande nieuwbouw Concorde op de bestaande woontoren Aziëlaan zeer beperkt zijn en dat de bezonningsnorm ruimschoots wordt gehaald. Het effect van de geplande nieuwbouw is daarmee aanvaardbaar en er is geen sprake van een onevenredige verslechtering ten opzichte van de huidige situatie. In stedenbouwkundig opzicht wordt de bezonningssituatie daarmee als acceptabel beschouwd.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

5. Waarde en woongenot De waarde van hooggelegen woningen zit in het uitzicht. De langere lifttijd en het geluid van een drukke weg worden gecompenseerd door het uitzicht dat ook bepalend is voor het woongenot.

8

[Typ hier] Januari 2021

Het uitzicht op een hoog gebouw vermindert de waarde van de woning van indiener maar ook het woongenot. De ervaring om uit te kijken op een stenen kolos of de Utrechtse Heuvelrug en het Merwedekanaal geeft een heel andere ervaring. Het Concorde gebouw komt tegenover en tussen diverse hoge woongebouwen te staan. Het zou minder storend zijn als zo’n hoog gebouw meer tussen de kantoren en bedrijven zou staan waar het uitzicht wat minder belangrijk is. Op basis van de bovenstaande argumenten heeft indiener bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan en bijbehorende ontwerpbesluiten. Indiener verzoekt de gemeente het hoge deel van het Concordegebouw niet hoger te laten zijn dan de lage kantoorpanden er omheen.

Reactie In Utrecht is er een grote vraag naar woningen. De Merwedekanaalzone, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt, is bij de vaststelling van de Ruimtelijke Strategie Utrecht in 2016 aangewezen als een belangrijke locatie om een bijdrage te leveren aan deze woonbehoefte. Door de nieuwbouw wordt voorzien in 215 woningen, dit betekent huisvesting voor een paar honderd mensen. Een groeiende stad als Utrecht is bovendien continue in beweging en bij nieuwe planontwikkelingen wordt dan ook altijd gekeken naar wat dit betekent voor de omgeving. Enerzijds veranderen er zaken die mensen liever ongewijzigd zien (bijv. het uitzicht), anderzijds bieden nieuwe ontwikkelingen ook kansen, bijv. door een groter aanbod van voorzieningen in de buurt of de toevoeging van extra groen en openbare ruimte. Voor de Merwedekanaalzone is een Omgevingsvisie vastgesteld (februari 2018) waarin dit soort afwegingen voor het grotere gebied zijn vastgelegd. De woontoren van het plan Concorde past in deze visie en sluit aan op de bestaande hoogbouw in de omgeving; het gebouw van 16 bouwlagen zit qua hoogteopbouw precies tussen de gebouwen van Citycampus Max en Lux et Pax aan de overkant van de Beneluxlaan in. Bekeken vanuit de Aziëlaan valt de nieuwbouw bovendien deels weg achter kantoorgebouw Le Mirage aan het Europaplein.

Als indiener van mening is dat zij door deze ruimtelijke ingreep van de gemeente onevenredig benadeeld wordt in haar uitzicht, kan daarvoor een verzoek tot tegemoetkoming in planschade worden gedaan. Dat verzoek zal dan te zijner tijd op zijn eigen merites worden beoordeeld.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Zienswijze 2 1. Geluidsonderzoeken zijn onzorgvuldig voorbereid De desbetreffende geluidsonderzoeken en -rapportages zijn volgens indiener onzorgvuldig ondeugdelijk uitgevoerd en/of opgesteld, omdat hierin geen rekening is gehouden met de maximale geluidsbelasting van 118 dB(A), door de bedrijfsvoering bij GEPU. Uit paragraaf 2.2.1 op bladzijde 5 van het geluidsrapport van Buro Bouwfysica B.V. van 23 januari 2020 blijkt expliciet dat GEPU per e-mail van 14 augustus 2017 aan Duqer heeft doorgegeven dat het maximale geluidsniveau door haar bedrijfsvoering 118 dB(A) bedraagt. Dit maximale geluidsniveau c.q. dit piekgeluid van 118 dB(A) wordt veroorzaakt door het rijden van de rolkar op de laadklep van de vrachtwagen en bij het verankeren van de rolkarren in de vrachtwagen via een metalen balk. Dit piekgeluid is gemeten tijdens een meting door het bureau MTech op 2 november 2015. Noch in het desbetreffende geluidsrapport van Buro Bouwfysica B.V. van 23 januari jl., noch in het hiervoor genoemde geluidsrapport van Peutz van 18 oktober 2018 is rekening gehouden met dit maximale geluidsniveau van 118 dB(A) in de representatieve bedrijfssituatie bij GEPU aan de Vliegend Hertlaan 8 te Utrecht.

Uit dit rapport van Peutz van 18 oktober 2018 blijkt weliswaar dat zij enkele dagen heeft gemeten, maar blijkt niet of Peutz rekening heeft gehouden met het feit dat GEPU meerdere poorten heeft, waar laad- en losbewegingen plaatsvinden en dus dat er hierdoor ook elders piekgeluiden kunnen ontstaan op haar terrein aan de Vliegend Hertlaan 8 te Utrecht. Deze zijn namelijk ook niet gemeten door Peutz en/of dit blijkt evenmin uit dit geluidsrapport van Peutz van 18 oktober 2018.

9/13

[Typ hier]

Reactie Het klopt dat GEPU op 14 augustus 2017 heeft aangegeven dat rekening gehouden moet worden met een geluidbelasting van 118 dB(A) . Ondanks herhaaldelijk verzoek wilde GEPU het onderzoek dat aan deze meetwaarde ten grondslag ligt destijds echter niet delen; “De piek is 118 DB, M-Tech heeft ons gemeld, dat slechts dit getal relevant is, meer informatie vertrekken is niet noodzakelijk in deze casus”. Om die reden is in het onderzoek dat in opdracht van de ontwikkelaar is gedaan ten behoeve van het bestemmingsplan (zie bijlage 3 en bijlage 5 van het bestemmingsplan) uitgegaan van een realistischer uitgangspunt voor het maximale bronvermogen piekbelastinguitkwam van 107 dB(A). De rekenuitkomst voor LA,max is vervolgens geverifieerd met geluidmetingen door bureau Peutz, ter plaatse van de bouwgrens van dit bouwplan en is daarop door de gemeente als uitgangspunt genomen bij de voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in het bestemmingsplan. Pas in de zienswijzetermijn op het ontwerp-bestemmingsplan is indiener op verzoek van de gemeente met een nadere onderbouwing van de door hem aangegeven piekbelasting van 118 dB(A) gekomen. Hiertoe heeft indiener het akoestisch verificatierapport van M-tech van 10 februari 2017 overlegd. Vanwege de grote verschillen hebben we dit nader bekeken.

Om meer grip te krijgen op de verschillen tussen 107 dB(A) en 118 dB(A) is in het kader van dit vaststellingsrapport besloten om ‘expert judgement c.q. peer review’ in te winnen bij meerdere gespecialiseerde bureaus. Hiertoe is bij Cauberg Huygen, Peutz en DMGR gevraagd om een reactie op de gegevens en daarin referenties op te nemen van geluidmetingen, die zij de afgelopen jaren hebben gedaan bij vergelijkbare locaties en bedrijven als GEPU (zie bijlagen). Uit de drie ontvangen notities blijkt dat bij onderzoek van geluidsniveaus bij vergelijkbare bedrijven als GEPU, bij een normale bedrijfsvoering, nergens hogere piekbelastingen worden gemeten dan 108 dB(A). Dit is meer in lijn met de uitkomsten van het de door de ontwikkelaar aangeleverde akoestische onderzoek dan met het onderzoek, zoals dat is aangeleverd door indiener. Daarnaast hebben de gemeentelijke geluidsadviseurs in het rapport van indiener van de zienswijzen enkele tekortkomingen geconstateerd: a) De meting, waaruit een bronvermogen van 118 dB(A) is afgeleid, is waarschijnlijk gemeten onder de luifel, waar doorgaans het laden/lossen plaats vindt, en de meetafstand is 15,4 m geweest.

Dit is niet volgens het meetvoorschrift omdat dan reflecties en absorptie/ afschermingen een rol kunnen spelen (onder een luifel, in een tweevlaks hoek met allerhande reflecterende objecten in de omgeving) en dat is bij de afleiding van het bronvermogen niet meegenomen. b) Daaruit kunnen we constateren dat het gepresenteerde akoestisch bronvermogen niet bruikbaar is, omdat er niet is gemeten volgens de voorgeschreven methode. Hierdoor kan niet vastgesteld worden of het zo berekende Lw correct is. c) Tekst en meetbijlage zijn niet eenduidig over wat de activiteit is die gemeten is met 118,5 dB(A): (tabel 4c) laden/lossen, (tekst): rijden op de laadklep en verankeren van rolkarren of (meetbijlage): rolkar van klep. Deze constateringen die wij bij het rapport van indiener hebben gedaan, zijn neergelegd bij het bureau dat het betreffende rapport gemaakt heeft. Het betreffende bureau heeft daar geen verklaring voor gegeven. Op basis van de verschillende ‘expert judgements’ in combinatie met de hierboven geconstateerde gebreken zijn wij van mening dat het onderzoek, zoals dat door indiener is aangeleverd ter onderbouwing van zijn zienswijze, geen representatief beeld geeft van een normale bedrijfsvoering, zoals dat van een dergelijk bedrijf verwacht mag worden.

De indiener maakt in zijn zienswijze niet duidelijk waarom de bedrijfsvoering van GEPU qua geluidsniveaus van piekbelastingen zo veel zou afwijken van soortgelijke bedrijven. Duidelijk is dat het gedrag van personeel en toeleveranciers bij het laden en lossen van vrachtwagens invloed kan hebben op piekniveaus. Echter bij vergelijkbare

10

[Typ hier] Januari 2021

bedrijven zien we dat dit in het algemeen niet leidt tot piekniveaus van meer dan 108 dB(A). Daar komt bij dat gedrag op een vrij eenvoudige manier aan te passen is, waardoor het minder hinderlijk is voor de omgeving. Gelet op het hierboven genoemde vinden wij het ter onderbouwing van de zienswijze overlegde rapport niet overtuigend. Wij zien daarin dan ook geen reden om te twijfelen aan de akoestische onderzoeken, zoals die ten grondslag hebben gelegen aan het ontwerp-bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende voorwaardelijke verplichting zoals opgenomen in artikel 4.4 van dat plan en de in de ontwerpvergunning gewaarborgde maatregelen (zie bijlage 4 van dit vaststellingsrapport). Dat er bij GEPU gebruik wordt gemaakt van meerdere ingangen doet voor dit onderzoek niet ter zake omdat het gaat om het geluid dat geproduceerd wordt bij het laden en lossen bij het losdok aan de zijde van de Vliegend Hertlaan . Wat betreft de piekgeluiden van rijden van vrachtwagens over het terrein van en naar de poorten, in het onderzoek is dit wel meegenomen en met de poort aan de Vliegend Hertlaan, op korte afstand van het bouwplan. Deze pieken bleken niet maatgevend te zijn voor de beoordeling. Bovendien liggen de andere poorten aan de Eendrachtlaan of de Zeehaenkade op grotere afstand van het bouwplan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 2.

Beperking van de bedrijfsvoering van GEPU Beperking van de bedrijfsvoering van GEPU en een goed woon- en leefmilieu voor de naastgelegen woningbouw kan niet worden gegarandeerd. Het ontwerp-bestemmingsplan en de bijbehorende ontwerp-omgevingsvergunning leiden enerzijds tot een onaanvaardbare beperking in de huidige bedrijfsvoering van GEPU en anderzijds tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het nieuw te bouwen wooncomplex aan de Eendrachtlaan 10 te Utrecht.

Reactie Nu indiener niet aannemelijk heeft gemaakt dat van een hogere piekbelasting dan 107 dB(A) moet worden uitgegaan zijn wij van mening dat de in het ontwerp-bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichtingen en de op basis daarvan in de ontwerp-vergunning vastgelegde maatregelen, voldoende zijn om zowel de ongehinderde bedrijfsvoering van GEPU te waarborgen als te voorzien in een akoestisch voldoende woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van Eendrachtlaan 10. De berekende geluidniveasus op woninggevels overschrijden niet de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit of de toetswaarden die de gemeente hier stelt vanwege een goed woon- en leefklimaat. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 3. Er kan niet voldaan worden aan de voorwaardelijke verplichting Tenslotte zijn indieners van mening dat op basis van het gestelde onder 1 en 2 niet zal kunnen worden voldaan aan de voorwaardelijke verplichtingen c.q. aan de normen voor het langtijdgemiddelde en maximale geluidsniveau, zoals opgenomen en vermeld in artikel 4.4 onder 2 van het ontwerpbestemmingsplan.

Dat een geluidsonderzoek voor de representatieve en incidentele bedrijfssituatie en de rapportage daarvan zorgvuldig en/of deugdelijk moet zijn uitgevoerd, in het kader van een bestemmingsplanprocedure, blijkt onder meer uit (rechtsoverwegingen 5 tot en met 5.7 van) de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 18 december 2019 (Tilburg), ECLI:NL:RVS:2019:4299.

Reactie Op basis van de beantwoording van de zienswijze onder 1 en 2 zijn wij van mening dat in het rapport van M-Tech dat indiener ter onderbouwing van zijn zienswijze heeft ingediend een aantal onjuistheden zit en dat een piekbelasting van 118 dB(A) ter plaatse van het bedrijf niet representatief is voor een normale bedrijfsvoering. Op basis van de in het kader van het ontwerpbestemmingsplan door de ontwikkelaar aangeleverde akoestische rapporten zijn wij van mening dat

11/13

[Typ hier]

bij een normale bedrijfsvoering voor de piekbelasting ter plaatse uitgegaan kan worden van 107 dB(A). Dit wordt bevestigd door ingewonnen extra informatie bij drie gespecialiseerde bureau’s en de door hen aangehaalde onderzoeken naar vergelijkbare bedrijven en locaties. Voor een piekbelasting van 107 dB(A) wordt aan de voorwaarden uit het ontwerp-bestemmingsplan voldaan. Deze voorwaarden zijn vertaald in maatregelen die in de ontwerp-vergunning zijn gewaarborgd en waarmee aan deze voorwaarden kan worden voldaan. De lijn van de Raad van State dat een geluidsonderzoek voor de representatieve en incidentele bedrijfssituatie en de rapportage daarvan zorgvuldig en/of deugdelijk moet zijn uitgevoerd, waarnaar verwezen wordt in de zienswijze, geldt uiteraard ook voor onderzoeken die door indieners van zienswijzen worden gebruikt ter onderbouwing van hun zienswijze.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan, dan wel de vergunning aan te passen.

Zienswijze 3 De zienswijze is ingediend namens een negental bewoners van de flat aan de Aziëlaan. Men vreest verlies van zonlicht als er op de Eendrachtlaan een appartementengebouw van 21 verdiepingen wordt gebouwd. Zij pleiten ervoor om een gebouw van maximaal 15 verdiepingen toe te staan.

Reactie Het gebouw aan de Eendrachtlaan wordt maximaal 52 meter hoog en telt 16 verdiepingen op een halfverdiepte parkeergarage. De vrees van indieners dat er ter plaatse een gebouw van 21 verdiepingen wordt gebouwd, berust op een misverstand. Uit het bezonningsonderzoek bij het plan blijkt dat de Aziëlaan wel enig effect qua bezonning van de nieuwbouw te verwachten heeft maar dat de bouw niet leidt tot een onevenredige afname van bezonning van het woongebouw aan de Aziëlaan. Wij verwijzen verder naar het antwoord bij zienswijze 1 onder punt 4.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

12

[Typ hier] Januari 2021

Bijlagen bij vaststellingsrapport

1)

Notitie 07279-54003-01 Maximale geluidniveaus vanwege laden en lossen, 11 december 2020, Referenties geluidvermogenniveaus (Cauberg Huygen)

2)

Inventarisatie piekbronvermogens ten gevolge van bevoorradingsactiviteiten bij Groothandels,10 december 2020 r e f e r e n t i e : JvH/ JvH/ /F 22067-1-NO-001 (Peutz)

3)

Analyse maximale geluidsniveaus, 9 december 2020, M2020.1557.00.N001 (DGMR)

4)

Akoestische Maatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning

13/13

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

07279-54003-01 Maximale geluidniveaus vanwege laden en lossen Referenties geluidvermogenniveaus

Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

11 december 2020

07279-54003-01

M.J.M. Blankvoort

1

Inleiding

Op de locatie van het bestaande kantoorpand Eendrachtlaan 10 te Utrecht worden plannen ontwikkeld voor de realisatie van een appartementencomplex. Dit project, genaamd Concorde, voorziet in de bouw van 215 appartementen op de plek van het voormalige kantoor. Voor deze herontwikkeling is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Hieraan ligt onder andere een akoestisch onderzoek ten grondslag, waarin de geluideffecten vanwege de naastgelegen horecagroothandel op het bouwplan inzichtelijk is gemaakt. Vanwege geuite zienswijzen omtrent de gehanteerde maximale geluidvermogenniveaus vanwege laden en lossen bij de groothandel, is aan Cauberg Huygen B.V. verzocht om geanonimiseerde referenties te geven voor dergelijke maximale geluidvermogenniveaus. In deze notitie wordt daartoe een overzicht gegeven. 2

Maximale geluidvermogenniveaus

Navolgend is een overzicht gegeven van maximale geluidvermogenniveaus van geluidbronnen die inherent zijn aan laad- en losactiviteiten bij een horecagroothandel. De geluiddrukniveaumetingen, waaruit de geluidvermogenniveaus zijn bepaald, zijn uitgevoerd conform methode II.2 van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. Laatstgenoemde Handleiding is verplicht gesteld in artikel 1.11, negende lid Activiteitenbesluit milieubeheer alsmede artikel 2.3, eerste lid Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De geluiddrukniveaumetingen zijn uitgevoerd in de periode 2005 – 2020 bij diverse bedrijven in het land.

Octaafbandmiddenfrequentie [Hz] 31,5

3

63

125

250

500

1k

2k

4k

8k

LWr,max [dB(A)]

55,9 55,1 55,4 57,6 55,1 58,1 55,2 58,1

67,5 61,3 66,0 65,5 61,4 68,1 61,5 70,0

66,4 65,1 67,9 68,6 62,2 67,0 64,4 70,2

69,2 69,5 68,7 71,9 65,1 70,0 69,5 74,6

76,6 78,1 71,8 76,5 70,0 75,0 78,4 80,1

83,6 85,5 77,3 82,0 74,8 81,3 83,7 86,3

89,4 92,0 81,3 86,2 72,9 85,9 88,3 91,5

92,5 95,3 83,3 89,2 70,2 88,6 91,2 94,4

91,0 94,5 80,8 87,2 62,9 87,4 90,5 93,1

59,5 57,1 61,1 71,7 27,5 28,5 56,4

70,4 66,3 70,3 83,4 62,4 61,6 66

64,6 65,9 69,9 80,7 71,4 78,3 68,3

69,6 78,9 82,9 87,3 77,0 82,5 72,3

80,6 83,1 87,1 89,9 86,1 91,2 80,4

88,2 84,9 88,9 95,1 91,5 98,5 99,1

93,1 84,7 88,7 97,7 95,2 100,7 99,9

95,6 81,8 85,8 95,1 95,8 97,7 82,1

93,0 74,5 78,5 90,6 88,5 90,6 70,3

96,3 99,2 87,5 93,1 79,0 92,7 95,4 98,4 106,6 102,5 99,3 90,3 94,3 101,8 99,9 104,4 102,6

Omschrijving karretje over asfalt met grind normaal karretje over asfalt met grind hard rijdend karretje over stoeptegels normaal karretje over stoeptegels hard rijdend karretje over glad asfalt normaal karretje over glad asfalt hard rijdend karretje over klinkers normaal karretje over klinkers hard rijdend karretje terugzetten in opstelplaats karretje pakken uit opstelplaats Terugzetten winkelwagentjes Hydraulische lift bestelbus Hydraulische lift vrachtwagen Laad-losactiviteiten Rijden rolcontainers Lossen vrachtwagen Achteruitrijdsignaal vrachtwagen

Bedrijf

Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt Supermarkt TPG Post TPG Post TPG Post TPG Post TPG Post Transportbedrijf

Maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten

Vanwege laad- en losactiviteiten in het algemeen en bij een groothandel in het bijzonder treden maximale geluidniveaus op. Dergelijke maximale geluidniveaus zijn zogenaamde inherente maximale geluidniveaus. Inherente maximale geluidsniveaus hebben de volgende kenmerken: − Het optreden is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten. − Het ontstaan kan zonder de grondslag toegestane activiteiten te verlaten niet worden voorkomen. Verbieden zal derhalve leiden tot een (ontoelaatbare) doorkuising van bestaande activiteiten. − De frequentie van optreden wordt bepaald door de intensiteit van de bedrijfsactiviteiten. − Het optreden is in de tijd gezien voorspelbaar. Inzake inherente maximale geluidsniveaus kunnen alleen in kwalitatieve zin maatregelen worden getroffen. Weliswaar kan de frequentie van optreden niet worden verlaagd, maar door het treffen van technische en organisatorische maatregelen kunnen wel de nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk worden beperkt. Tenslotte is van belang dat de getalswaarde van de inherente maximale geluidniveaus van een groothandel ter plaatse van de gevel van een geluidgevoelige bestemming in grote mate wordt bepaald door het gedrag en handelswijze van de medewerker/klant. Immers, de geluidemissie kan worden beperkt als de medewerker/klant zorgvuldig en beheerst de laad- en loshandelingen uitvoert.

Die zorgvuldigheid is ook verplicht vanuit de zorgplicht, die voortvloeit uit artikel 2.1 Activiteitenbesluit milieubeheer. Mocht ondanks de vereiste zorgvuldigheid bij de laad- en losactiviteiten toch sprake zijn van maximale geluidniveaus ter plaatse van de gevel van een geluidgevoelige bestemming, die hoger zijn dan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, dan kan op basis van een bestuurlijke afweging die berekende maximale geluidniveaus worden toegestaan (zie bijvoorbeeld ABRvS 23 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT1967). Cauberg Huygen B.V.

De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort Senior adviseur Maximale geluidniveaus vanwege laden en lossen Referenties geluidvermogenniveaus

07279-54003-01 11 december 2020 Pagina 2

Analyse maximale geluidsniveaus datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk 2e lezer/secr.

9 december 2020 Den Haag M.2020.1557.00.N001 BK|MBR

project betreft versie auteur contactpersoon e-mail/telefoon

Concorde Utrecht Geluidsonderzoek 002 ing. J.D. (Jasper) Pondman ing. J.D. (Jasper) Pondman jpo@dgmr.nl/088 346 78 17

Analyse maximale geluidsniveau ten behoeve van de ontwikkeling van Concorde in Utrecht 1. Inleiding De Concorde Holding B.V. ontwikkelt in Utrecht aan de Eendrachtlaan 10 het project Concorde. In de directe omgeving ligt de horecagroothandel GEPU. Dit bedrijf ligt aan de Vliegend Hertlaan 8. GEPU heeft in het kader van de zienswijzen een akoestisch onderzoek ingebracht waarin onder meer de maximale geluidsniveaus zijn beschreven. Dit rapport, met kenmerk Gep.Utr.17.AO VO-01 van 10 februari 2017 heeft de titel Akoestisch verificatieonderzoek voor de inrichting van Gepu gelegen aan de Vliegend Hertlaan 8 te Utrecht in het kader van een controle van de geluidsemissie . In het onderzoek is voor het laden en lossen een bronvermogen voor het maximale geluidsniveau opgenomen van 118 dB(A). Ons is gevraagd naar onze ervaringen met het laden en lossen bij vergelijkbare situaties en de daarbij optredende bronvermogens voor het maximale geluidsniveau. Daarnaast is gevraagd om naar de literatuur te kijken om te bepalen welke bronvermogens normaliter worden toegepast. Het bronvermogen van het maximale geluidsniveau voor het laden en lossen is gemeten bij het rijden van een rolkar op de laadklep van de vrachtwagen en bij het verankeren van rolkarren in de vrachtwagen met een metalen balk.

In ons DGMR-meetarchief hebben wij gezocht naar metingen op verschillende locaties van deze activiteiten. Deze meetgegevens hebben wij samengevat in hoofdstuk 2. Daarnaast hebben wij verschillende literatuurbronnen geraadpleegd. Dit onderzoek is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 volgt een beknopte samenvatting.

Analyse maximale geluidsniveaus

2. Meetgegevens Wij hebben de afgelopen jaren diverse metingen uitgevoerd naar het rijden met rolcontainers over een laadklep en het bevestigen van rolcontainers in vrachtwagens. Al deze metingen zijn uitgevoerd conform methode II.2 uit de Handreiking Meten en Rekenen Industrielawaai. Hieronder zijn deze metingen samengevat. Het gaat hierbij om geanonimiseerde referenties. tabel 1: meetgegevens DGMR laden en lossen rolcontainers Omschrijving

Rijden met rolcontainer op laadklep Rolcontainer over overgang laadklep naar grond Rolcontainer op klep Rolcontainer op klep Rijden met rolcontainer van laadklep vrachtwagen Rijden met rolcontainer van broodwagen van laadklep Vastzetten rolcontainer

Bronvermogen voor het maximale geluidsniveau [dB(A)] 99 105 107 107 102 101 108

Jaar en locatie

2008, supermarkt Kaatsheuvel 2010, distributiecentrum supermarkt 2013, transportbedrijf 2019, supermarkt Maarssenbroek 2010, supermarkt Beekbergen 2010, supermarkt Beekbergen 2010, distributiecentrum supermarkt

Hoewel wij op diverse locaties metingen hebben uitgevoerd aan het laden en lossen van rolcontainers hebben wij daarbij, voor zover na te gaan, geen metingen gedaan aan het verankeren van rolcontainers met een stalen balk. We verwachten dat bij het normaal uitvoeren van deze activiteit geen relevante geluidsemissie optreedt. Hieruit blijkt dat wij tijdens metingen aan het laden en lossen van rolcontainers bronvermogens voor het maximale geluidsniveau hebben gemeten tot 108 dB(A). Uit onze ervaring blijkt dat het manoeuvreren met vrachtwagens over het algemeen maatgevend is voor het maximale geluidsniveau van het laden en lossen. Daarom hanteren wij, tenzij bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe bieden, in onze onderzoeken het bronvermogen voor het manoeuvreren en de remontluchting van vrachtwagens. Daarvoor hanteren we een bronvermogen voor het maximale geluidsniveau van 108 dB(A).

3. Literatuur

k:\doc\m\2020\155700\m2020155700n001v2.docx 09-12-2020

Diverse literatuurbronnen maken vermelding van bronvermogen voor het laden en lossen. Hieronder beschrijven we een aantal van deze activiteiten. In het - en losactiviteiten, opgesteld door Peutz & Associés B.V. en verschenen in Journaal geluid nr. 156 (mei 2001) is een beschrijving gemaakt van de maatregelen in het kader . In dit programma wordt gestreefd naar een gemiddeld piekniveau van 60 dB(A) op 7,5 meter als gevolg van het laden en lossen. Dit document geeft voor diverse activiteiten, die met laden en lossen samenhangen, de maximale geluidsniveaus op 7,5 meter afstand. Het toepassen van de maatregelen uit het programma Piek mag inmiddels als Beste Beschikbare Technieken (BBT) worden beschouwd. Infomil beschrijft dit ook als dusdanig op haar website1.

1

https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/wet-algemene/toestemmingmilieu/industrielawaai/maatregelen/

2

Analyse maximale geluidsniveaus

Voor de relevante geluidsbronnen hebben wij het overzicht uit die publicatie hieronder overgenomen. Daarbij hebben we de geluidsniveaus op 7,5 meter ook omgerekend naar bronvermogens. tabel 2: geluid van rolcontainers Omschrijving Rijden van rolcontainers over overgang laadklep-laadbak Rijden van rolcontainers over overgang laadklep-grond Open- en dichtklappen van afrolbegrenzer, ruwe wijze, voorvoet Open- en dichtklappen van afrolbegrenzer, rustige wijze, hele voet

Standaard Op 7,5 meter Bronvermogen 65 92

Na maatregelen Op 7,5 meter Bronvermogen 50 77

71

98

67

94

90

117

57

84

80

107

39

66

Hieruit blijkt dat een maximaal geluidsniveau kan optreden tot 117 dB(A). Dit is vergelijkbaar met het door M-tech gemeten bronvermogen van 118 dB(A). Een eenvoudige maatregel, het op rustige wijze dichtklappen van de afrolbegrenzer verlaagt het bronvermogen voor het maximale geluidsniveau al tot 107 dB(A). Aanvullende maatregelen kunnen dit nog verder verlagen. Een bedrijf is vanuit milieuwetgeving verplicht invulling te geven aan BBT.

k:\doc\m\2020\155700\m2020155700n001v2.docx 09-12-2020

De CROW-richtlijn 171 (december 2002) is een richtlijn voor het akoestisch bewust ontwerpen en uitvoeren van laad- en loslocaties. Ook toepassing van deze richtlijn kan inmiddels als BBT worden beschouwd. Hierin is opgenomen dat zonder voorzieningen het laden en lossen van rolcontainers een maximaal geluidsniveau van 85 dB(A) geeft op 7,5 meter. Dit komt neer op een bronvermogen van 112 dB(A). In tabel 16 uit deze publicatie zijn diverse maatregelen gegeven om de geluidsemissie te reduceren, zoals het toepassen van zachte wielen, zorgen voor gladde oppervlaktes en rustig gedrag. Hiermee zijn reducties van 4 tot 27 dB haalbaar. Dit komt neer op een maximaal geluidsniveau van ten hoogste 108 dB. Aangezien bedrijven invulling dienen te geven aan BBT is een bronvermogen van ten hoogste 108 dB(A), op basis van deze richtlijn, een logisch uitgangspunt voor het laden en lossen van rolcontainers.

3

Analyse maximale geluidsniveaus

4. Samenvatting Het is niet uitgesloten dan een bronvermogen van 118 dB(A) wordt gemeten tijdens het laden en lossen van rolcontainers. Echter, blijkt uit bovenstaande analyses dat dit enkel het geval is bij het op ruwe wijze hanteren van de rolcontainers of de afrolbegrenzer. Bij het op normale, rustige wijze uitvoeren van deze handelingen blijkt uit onze metingen en uit de literatuur dat bronvermogens optreden tot 108 dB(A). Indien sprake is van een lager geluidsniveau als gevolg van het laden van lossen zijn andere geluiden wellicht maatgevend. Wij hanteren over het algemeen 108 dB(A) voor het bronvermogen van het gehele laad- en losproces. Dit is het bronvermogen dat optreedt bij de remontluchting en het optrekken van vrachtwagens.

k:\doc\m\2020\155700\m2020155700n001v2.docx 09-12-2020

ir. M.H.J. (Mark) Bakermans DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.

4

Wat waren alweer de maatregelen ? -DOVE GEVELS ZUID ÉN OOSTWAND (geforceerde ventilatie-voorzienngen) -HOEKBALKONS zuid-oost: OVER VOLLE HOOGTE EEN SCHERM AAN 2 ZIJDEN, wel 30 cm OPENING tussen een scherm en de muur; HELE balkon-ZIJWAND ABSORBEREND, -HOEKBALKONS zuid-west: OVER VOLLE HOOGTE SCHERM AAN EEN ZIJDE, ANDERE ZIJDE balkonscherm 1,2 m hoog. -PENTHOUSE: gesloten BALUSTRADE 1,2 m hoog -De OPENINGEN IN ZUIDGEVEL: absorberende ‘binnenwand’, over volle hoogte een scherm aan de patio-zijde, 1,8 m breed. Ter illustratie zie de volgend uitsneden van het maatregelen-overzicht: (rood/oranje/paars is voor wegverkeerslawaai, betreft het noordgebouw)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=035eb415-cfb4-4999-bba4-ac2854c4baed