Vaststellingsrapport Haarrijn.docx
Tekst van het document
Wij missen maatregelen om te borgen dat het recreatief gebruik van beide plassen niet ten koste gaat van de aanwezige vogels: te weten de oeverzwaluwen aan de overzijde (voorjaar/zomer) en de wintergasten. Het bestemmingsplan gaat uit van zonering, maar hoe wordt dit geborgd nadat het plan is gerealiseerd en hoe wordt dit gehandhaafd? En hoe worden ’uitstraaleffecten’ van evenementen op het strand voorkomen op omliggende natuur? |We zien dit niet terug in het plan. Tenminste zijn aanvullende maatregelen vereist, zoals een drijfbalk of ander fysiek obstakel. Maar ook handhaving is van belang. Aan de overzijde van de Haarrijnse plas is een oeverzwaluwwand aangelegd. Deze wordt jaarlijks zeer goed gebruikt door broedende oeverzwaluwen. Rust is van groot belang voor deze vogels. In het bestemmingsplan dient opgenomen te worden hoe voorkomen wordt dat bewoners en recreanten over de plas richting de oeverzwaluwwand varen of wandelend de wand benaderen tijdens het broedseizoen.
Reactie Er worden door de gemeente maatregelen getroffen. Er wordt voorzien in een drijvende barrière die het varen op de westelijke plas voorkomt. Tevens worden er geen ligplaatsen voor pleziervaart uitgegeven voor de woningen die aan de westelijke plas gelegen zijn. De precieze uitvoering van
35/42
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
deze barrière is onderdeel van het op te stellen inrichtingsplan. Het voorlopig ontwerp hiervan wordt binnenkort vastgesteld. Door het aanbrengen van deze barrière wordt de verstoring voor de oeverzwaluwen en de wintergasten afdoende voorkomen. Het Programma Groen groeit mee heeft overlap met de barcode uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht. In deze wijk wordt voldoende groen gerealiseerd om te recreëren, klimaatadaptieve voordelen te bieden en de biodiversiteit te versterken. Er worden daartoe bijvoorbeeld voornamelijk inheemse soorten gebruikt in de beplanting en de spontane begroeiing en de natuurlijke processen krijgen de ruimte. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3.1.1 is opgenomen.
Zienswijze 12 1. Effect nieuwe scherm A2 in Maarssenbroek Indiener geeft aan dat in het bestemmingsplan en het akoestisch onderzoek geen aandacht wordt besteed aan het reflecterend effect van het nieuwe scherm en de consequentie die dit heeft voor de geluidsbelastingen in Maarssenbroek. Het scherm aan de Maarssense zijde is destijds gerealiseerd met een ambitie van 53 dB(A) als maximale geluidsbelasting op de woningen in Maarssenbroek. Het is niet duidelijk of hieraan nog wordt voldaan. Indiener wenst dat dit in het akoestisch onderzoek en de toelichting van het bestemmingsplan nader wordt onderbouwd.
Reactie In het kader van bestemmingsplan Bedrijventerrein Haarrijn in 2010 is dit onderzocht en bovendien afgestemd met de gemeente Stichtse Vecht. In de toelichting van dat bestemmingsplan is te lezen: Het geluidsscherm zal worden gerealiseerd tegenover de woonwijken van Maarssen. Reflecties van het scherm zouden kunnen leiden tot hogere geluidsbelastingen in deze wijken. Daarom is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het scherm. Met dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt dat in de eindsituatie (met de toepassing van 2-laags ZOAB en een maximumsnelheid van 100 km/h) ook met het scherm kan worden voldaan aan de bestuurlijke toezegging van de gemeente Maarssen dat de geluidsbelasting op de tweede bouwlaag lager is dan 53,50 dB(A). Door de genoemde maatregelen op de A2 zal de geluidsbelasting in Maarssen afnemen, door de realisatie van het scherm wordt deze afname echter iets minder groot. Eveneens is het effect van het scherm op een aantal vast te stellen hogere waarden inzichtelijk gemaakt. Door het toepassen van ZOAB en een maximumsnelheid van 100 km/h is in de situatie met scherm geen sprake van overschrijdingen. Enkele afwijkingen van de geplande absorptie (vanwege wens tot showrooms met glas die geluid reflecteren) zijn onderzocht en vielen binnen de gestelde kaders. Dit is gecontroleerd door Rijkswaterstaat.
Het voorliggende bestemmingsplan ziet niet op woningen in Maarsenbroek, er is daarom geen aanleiding om bovenstaande tekst op te nemen in de toelichting. 2. Evenementen - Hoogte dB(A)/ dB(C) geluidgevoelige objecten Maarssenbroek Gezien de heersende zuidwestenwind zullen bewoners in Maarssenbroek bij evenementen bij de Haarrijnse plas met grote regelmaat overlast ondervinden van evenementen. Het is volgens indiener niet duidelijk of het scherm langs de A2 (ook het nieuw te realiseren scherm bij Haarrijn) het geproduceerde geluid voldoende zal tegengaan. Er is een indicatieve berekening gedaan, maar die houdt op bij het nieuw te realiseren scherm langs de A2. Indiener geeft aan dat een waarde van maximaal 80 dB(A)/95 dB(C) bij woningen (maximaal zes dagen) significant hoger is dan het niveau dat de gemeente Stichtse Vecht hanteert: 78 dB(A)/90 dB(C), voor een aantal specifiek benoemde locaties en 75/70/65 dB(A) (dag/avond/nacht tot 01.00 uur) voor andere grootschalige evenementen. Indiener is van mening dat aan deze laatste waarden moet worden getoetst en dat dit 36
Datum Rapport
juni 2022 Vaststellingsrapport
moet worden aangepast in het bestemmingsplan. Ook moeten de berekeningen verder uitgewerkt te worden. - Bepaling geluidsniveau Niet duidelijk is hoe het geluidniveau wordt bepaald. Voor evenementen zijn daar vaak (ten opzichte van de standaard meetmethode bij industrielawaai), vereenvoudigde meetmethodes voor. Indiener neemt aan dat de gemeente Utrecht waarschijnlijk deze ook hanteert, en dit zal in een omgevingsvergunning waarschijnlijk wel worden vastgelegd. Echter naar de mening van indiener moet dit in het bestemmingsplan worden opgenomen. Indiener verzoekt om dit aan te passen dan wel te verduidelijken. - Totaal aantal evenementendaqen is onduidelijk De dagen waarop mogelijke overlast verwacht wordt zijn tijdens de evenementen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het aantal dagen waarop dit zal zijn, is niet duidelijk. In de regels staat:
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regel in artikel 4.4.2 onder b onder 1 voor het aantal aanwezige bezoekers van evenementen onder de volgende voorwaarden: 1. het totale aantal op het evenement aanwezig bezoekers, op 12 dagen per jaar, bij maximaal 6 evenementen, maximaal 5.000 bedragen; 2. in afwijking van de regel onder 1 mag het totale aantal aanwezige bezoekers op het evenement, op 6 dagen per jaar, bij maximaal 3 evenementen, maximaal 10.000 bedragen; 3. in afwijking van de regel onder 1 en in afwijking van de regel onder 2, mag het totale aantal aanwezige bezoekers, op 4 dagen per jaar, bij maximaal 2 evenementen, maximaal 15.000 bedragen. Gaat een vergunning voor 5.000 bezoekers af van het aantal vergunningen voor maximaal 10.000 en 15.000 bezoekers? Zo nee, dan is het toegestaan aantal dagen met grote evenementen dus 22. Dit aantal gaat al aardig richting de 24 die in totaal worden toegestaan. Dat betekent dus 2 dagen per maand kans op overlast. Zeker gezien de heersende (zuid)westenwind, waardoor Stichtse Vecht sneller in de invloedsfeer ligt dan inwoners van de gemeente Utrecht zelf. Er zijn dan te veel evenementen met overlast. Dit is voor indiener niet acceptabel. Indiener wenst dat de regels hierop worden verduidelijkt en naar beneden toe worden bijgesteld naar maximaal 12 dagen per jaar.
Reactie Als hoogst toegestane waarden voor evenementen gelden de normen die conform de Utrechtse verordening zijn vastgesteld en niet de normen die Stichtse Vecht hanteert. In de regels van het bestemmingsplan (artikel 5) zijn de volgende normen opgenomen: a. op maximaal 12 dagen per jaar, waarbij het equivalente ter plaatse van de gevel van Geluidgevoelige objecten, niet meer mag bedragen dan 70 dB(A), 85 dB(C); b. op maximaal 6 dagen per jaar, waarbij het equivalente ter plaatse van de gevel van Geluidgevoelige objecten, niet meer mag bedragen dan 75 dB(A), 90 dB(C); c. op maximaal 6 dagen per jaar, waarbij het equivalente geluidsniveau ter plaatse van de gevel van Geluidgevoelige objecten, niet meer mag bedragen dan 80 dB(A), 95 dB(C). De stelling dat dit opgeteld 24 evenementendagen betreft, klopt. Maar deze hebben niet allen de maximale impact op de omgeving. Door adviesbureau Peutz is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting door evenementen, en is de in het bestemmingsplan opgenomen regeling getoetst (Akoestisch onderzoek evenementenregeling Bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnsesplas, Peutz 20 december 2021). Bij de berekeningen is uitgegaan van de ‘Handleiding meten en rekenen Industrielawaai’ uit 1999 (Handleiding) en is voor de berekeningen gebruik gemaakt van methode II.8 (Berekening van de overdracht) zoals in de Handleiding vermeld.
Uit het onderzoek blijkt dat, uitgaande van de
37/42
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
beschouwde typen evenementen en bijbehorende geluidemissies de optredende geluidniveaus binnen de gestelde geluidgrenswaarden uit het evenementenbeleid zullen blijven. Rekening houdend met de specifieke onderzochte locaties zijn alle typen gewenste muziekpresentaties mogelijk. Geconcludeerd wordt dat het plangebied geschikt is voor het beoogde doel. Het akoestisch onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan. 3. Overschrijden niveaus middels omqevinqsverqunninq De geluidvoorschriften voor hoge geluidniveaus (hoger dan 45 dB(A)/60 dB(C) bij geluidgevoelige objecten) zijn alleen gericht op de dag- en avondperiode. Van een groot festival dat op deze locatie wordt georganiseerd is bekend dat dit gehouden wordt tot 1 uur ’s nachts. In het bestemmingsplan zijn hiervoor geen afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Kunnen wij ervan uit gaan dat toekomstige evenementen tot maximaal 12 uur 's nachts gehouden mogen worden. Zo nee, dan verzoekt indiener om rekening te houden met de bovengenoemde punten die indiener in deze zienswijze heeft benoemd.
Reactie Anders dan appellant aangeeft, mogen evenementen alleen plaatsvinden in de dag- en avondperiode (zie artikel 5.3.3). Dus tot max 23:00 uur. Hiermee wordt voldaan aan de wens dat evenementen niet tot na 24:00 uur zouden mogen duren. Uit berekeningen volgt dat de hoogste geluidbelastingen (uitgaande van een grenswaarde van 95 dB(C) op de nabijgelegen woningen in Haarrijn) in Stichtse Vecht ruim lager zullen zijn dan de aangegeven lokale grenswaarde van 90 dB(C). Het betreft overigens een zogeheten vrije veld contour waarin geen rekening is gehouden met de geluidschermen in het tussengebied.
4. Verkeersafwikkeling in relatie tot de omliggende omgeving In de eerdere reacties op het bestemmingsplan heeft indiener al haar vraagtekens gezet bij de verkeersafwikkeling van de nieuwe wijk. De hoeveelheid woningen heeft invloed op de verkeersafwikkeling en de omliggende omgeving. De onderzoeken waren verouderd. U geeft in uw reactie op het vooroverleg aan dat de onderzoeken zijn geactualiseerd. Ook bleek na tellingen dat de intensiteiten in de praktijk circa 20% hoger liggen dan die waar het model vanuit gaat. Niet bekend is of bij de tellingen en het model ook de nieuwe verkeersbewegingen van de wijk zijn meegenomen. En niet bekend is of de huidige verkeersstructuur voldoet. Indiener wenst dat dit nader wordt toegelicht.
Reactie Voor de analyse van de verkeersstromen is gebruik gemaakt van het vigerende verkeersmodel VRU3.4. Eens in de paar jaar wordt het verkeersmodel bijgewerkt met de nieuwste informatie. Het
38
Datum Rapport
juni 2022 Vaststellingsrapport
gaat dan om verkeerstellingen, maar ook om verkeers- en bouwprojecten. Sinds 1 oktober 2018 is het verkeersmodel VRU 3.4 in gebruik, met als basisjaar 2015 en prognosejaar 2030. In het prognosejaar zijn de plannen opgenomen waarover het college heeft besloten. Omdat op gebied van programma van Haarrijn het verkeersmodel niet actueel genoeg meer was is hier een modelvariant voor opgesteld. Voor het maximale programma van Haarrijn is de verkeersgeneratie berekend. De basis is de CROW-publicatie 317 "Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen". De locatie ligt in zeer stedelijk gebied in de schil/overloopgebied.). Op basis hiervan is de totale verkeersgeneratie van het programma bepaald per etmaal op een gemiddelde weekdag. Uit het verkeersmodel blijkt dat er op etmaalbasis ca. 1.300 voertuigen per etmaal via de Willy Posthumeshaghe richting Stichtse Vecht rijden. In het bestemmingsplan is een analyse opgenomen van de te verwachten doorstroming. Deze beschouwing leidt tot de volgende conclusie. Uit de analyse van de doorstroming op kruispunten binnen het invloedsgebied van de ontwikkeling van Haarrijn op basis van de modeluitkomsten constateren we dat de groei van het autoverkeer als gevolg van de ontwikkeling van Haarrijn niet tot extra doorstromingsknelpunten leidt.
Ook zonder de ontwikkeling van Haarrijn is een aantal kruispunten vol, wat de I/C-verhouding betreft. De I/C-verhouding stijgt slechts in een enkel geval met enkele procenten op de kruispunten op het viaduct over de A2. De te verwachten capaciteitsproblemen op de aansluiting van de Noordelijke Ring Utrecht en de Haarrijnse Rading op het viaduct met de A2 wordt al geruime tijd onderkend. De verschillende wegbeheerders (provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en de gemeente Utrecht) zijn in verleden al een studie gestart naar de mogelijkheden om de capaciteit van deze aansluiting te vergroten en te optimaliseren. Aan de bijlagen van de toelichting is een Mobiliteitsplan (Mobiliteitsplan Haarrijn, XTNT, 2022) toegevoegd, die inzicht geeft in de verkeerseffecten van het programma. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3 is
Zienswijze 13 Zienswijze 9 is identiek aan zienswijze 8. Voor de inhoud van de zienswijze en de reactie hierop zie zienswijze 8. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3 is
Zienswijze 14 Indiener heeft het ontwerpbestemmingsplan bestudeerd en constateert dat de informatie over de wateropgave nog vragen oproept en wijst naar de punten uit de eerdere punten uit het wateradvies. 1. Uitwerken hoeveelheid oppervlaktewater Haarrijnse Plas in toelichting In par. 5.11 van de toelichting wordt nog steeds niet duidelijk in hoeverre er extra oppervlaktewater wordt gegraven of gedempt.
Reactie In afstemming met de HDSR is de tekst verder verduidelijkt. Het Hoogheemraadschap heeft inmiddels met de aangepaste tekst in de toelichting en bijlage (waterparagraaf) ingestemd. 2.. Opnemen en berekenen minimale waterbergingsopgave (in wadi’s) in toelichting
39/42
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
In par. 5.11 is nu de volgende passage opgenomen: ‘De conclusie uit deze berekening is dat de benodigde bergingscapaciteit binnen het totale plangebied 4387 m3 is en dat de beschikbare bergingscapaciteit is 4404 m3 is om de toename verhard oppervlak te kunnen bergen.’ In de waterparagraaf van 12 sept. 2017 (Bijlage 20) staat echter iets anders. In de notitie van Tauw van 24 juli 2017 is de berekende opgave van 4404 m3 wel weer terug te vinden.
Reactie De verschillende documenten zijn in afstemming met het Hoogheemraadschap met elkaar in overeenstemming gebracht. De HDSR heeft inmiddels ingestemd met de aangepaste tekst van de toelichting en de bijlage. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt een wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3 is verwerkt.
40
Datum Rapport
juni 2022 Vaststellingsrapport
41/42
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
42