CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport Haarrijn.docx

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 30 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas; verplaatsing grens bebouwde kom Maarssenseweg/Heldinnenlaan20.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Vaststellingsrapport

Bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas

Juni 2022

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Inhoud vaststellingsrapport 1

INLEIDING ...........................................................................................................................................3 1.1 BESTEMMINGSPLAN WONINGBOUW HAARRIJN EN HAARRIJNSEPLAS ..................................................................3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ...............................................................................................3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE ....................................................................................................................3 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen ...................................................................................3 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ........................................................................................3 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen.........................................................................................3 1.3.4 Procedure voor de vaststelling......................................................................................................4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen..............................................................................................4

2

WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ...............................................5 2.1 PROCEDUREEL ..........................................................................................................................................5 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ......................................................................................................................5 2.3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP .............................................................................................5 2.3.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen .........................................5 2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling ..........................................................................6 2.3.3 Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen ...............................................7 2.3.4 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing ................................................................................7

3

BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ................................................................................................13 ZIENSWIJZE 1....................................................................................................................................................13 ZIENSWIJZE 2....................................................................................................................................................14 ZIENSWIJZE 3....................................................................................................................................................15 ZIENSWIJZE 4....................................................................................................................................................16 ZIENSWIJZE 5....................................................................................................................................................20 ZIENSWIJZE 6....................................................................................................................................................22 ZIENSWIJZE 7....................................................................................................................................................23 ZIENSWIJZE

8....................................................................................................................................................24 ZIENSWIJZE 9....................................................................................................................................................31 ZIENSWIJZE 10..................................................................................................................................................31 ZIENSWIJZE 11..................................................................................................................................................31 ZIENSWIJZE 12..................................................................................................................................................36 ZIENSWIJZE 13..................................................................................................................................................39 ZIENSWIJZE 14..................................................................................................................................................39

2

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

1 Inleiding 1.1 Bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas Het plangebied ligt in het uiterste noordwesten van Leidsche Rijn, parallel aan de A2 kant van Utrecht. De grens van het plangebied wordt gevormd door de oostelijke watergang van de WRKzone (Watertransportleiding Rijnkennemerland) aan de noordoostzijde, het talud van de Haarrijnse Rading en het Máximapark aan de zuidoostzijde, het landinrichtingsgebied Haarzuilens aan de noordwestzijde en de Oever van de ecologische zone Haarrijn aan de zuidzijde. Het doel van het bestemmingsplan is het mogelijk maken van woningen, een school, horeca, evenementen, energieeilanden en een recreatiegebied.

1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport

In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat belanhebbenden die geen zienswijze hebben ingediend beroep mogen instellen tegen wijzigingen van de juridische regeling. Tegen een wijziging van de onderbouwing kan in beginsel geen beroep ingesteld worden. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 2 waarin de wijziging is weergegeven.

1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 1 oktober 2021 tot en met donderdag 11 november 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn 14 zienswijzen ingediend. Een reactie (indiener 14) is per e-mail ingediend. De indiener is in de gelegenheid gesteld om op de geschikte wijze een reactie in te dienen maar de indiener heeft uitdrukkelijk aangeven hiervan geen gebruik te willen maken. Deze reactie wordt desalniettemin behandeld. Alle andere zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders

3/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. De zienswijze wordt wel doorgestuurd naar de gemeenteraad, zodat de raad kennis kan nemen van de zienswijze. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten.

Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de raadscommissie Stad en Ruimte. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De raadscommissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend.

Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

2 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan 2.1 Procedureel

Er zijn 14 zienswijzen ingediend. Een reactie (indiener 14) is per e-mail ingediend. De indiener is in de gelegenheid gesteld om op de geschikte wijze een reactie in te dienen maar de indiener heeft uitdrukkelijk aangeven hiervan geen gebruik te willen maken. Deze reactie wordt desalniettemin behandeld. Alle andere zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. In dit document is een samenvatting van alle ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas opgenomen. Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 lid 2 sub e Wob) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport DATUM, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan NAAM.

2.2 Inhoud van de zienswijzen

De zienswijzen richten zich met name op de zorg voor het behoud van natuurwaarden, mobiliteitsen geluidseffecten en het stedelijk karakter van het gebied en het effect op het woon- en leefklimaat. Daarnaast worden vraagtekens gezet bij de noodzaak van energie-eilanden. Vitens verzoekt om opname van een zogenaamde boringsvrije zone in verband met de bescherming van het grondwater. Het hoogheemraadschap verzoekt om nadere afstemming over de waterparagraaf.

2.3 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp

Hieronder worden eerst wijzigingen van de juridische regeling, dat wil zeggen wijzigingen in de regels of wijzigingen van de verbeelding, opgesomd. Vervolgens worden de wijzigingen in de toelichting en de bijlagen daarbij, weergegeven. 2.3.1 2.3.1.1

Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen Toevoegen artikel 20.1 Milieuzone-boringsvrije zone.

Naar aanleiding van zienswijze nummer 10 is in artikel 20.1 een regeling over de Milieuzoneboringsvrije zone opgenomen. 20.1 Milieuzone-boringsvrije zone 20.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding: 'Milieuzone-boringsvrije zone' zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de beschermde kleilaag in de bodem van de boringsvrije zone van het grondwaterwingebied Leidsche Rijn. Op deze zone zijn regels van de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht van toepassing. 20.1.2 Bouwregels 1. Het is in de boringsvrije zone verboden om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben met een boordiepte van 40 meter of meer onder het maaiveld;

5/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

b. c.

grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben op een diepte van 40 meter of meer onder het maaiveld; werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd, met inbegrip van het oprichten, in exploitatie nemen of hebben van een bodemenergiesysteem.

Het verbod van lid 1, geldt niet als vrijstelling is verleend op grond van de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. De boringsvrije zone is tevens op de verbeelding opgenomen als ‘Milieuzone-boringsvrije zone’. 2.3.1.2

Aanpassing artikel 10, specifieke vorm van water-natuur.

Aan de regel wordt toegevoegd dat het aangewezen deel van de plas ook is bestemd voor de bescherming en instandhouding van de natuurwaarden. De in de regel genoemde aanduiding ‘specifieke vorm van water-natuur‘ is op de verbeelding opgenomen. Zo beschermen we de overwinterende vogelpopulatie die hier jaarlijks neerstrijkt. In de regel is bij de specifieke gebruiksregels ook een verbod voor recreatie opgenomen voor dit deel van de plas; ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water-natuur' is het gebruik voor recreatie niet toegestaan.’ 2.3.2

Ambtshalve wijziging van de juridische regeling

2.3.2.1 Aanpassing artikel 18.3 De Utrechtse standaard bepaling over de voorwaardelijke verplichting over parkeren is aangepast. In artikel 18.3 wordt de tekst van het ontwerp vervangen door de volgende tekst: 18.3 Voorwaardelijke verplichting over parkeren 1. Een vergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vaststaat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. 2. De regel onder 1 is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, dakopbouwen of dakterrassen. 3. Aan de hand van beleidsregels waarin de normen voor parkeergelegenheid zijn opgenomen, stellen burgemeester en wethouders vast of aan de regels onder 1 wordt voldaan. 2.3.2.2 Aanpassing artikel 18.4, artikel 19 en 21 De nummering van de leden is in artikel 18.4, artikel 19 en artikel 21 aangepast aan de nieuwe Utrechtse standaard. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd. 2.3.2.3 Aanpassing artikel 11 en 12 De mogelijkheden voor het plaatsen van bergingen zijn in geringe mate verruimd. In andere gebieden is gebleken dat de opgenomen (standaard)regeling beperkend is voor het bouwen van bergingen op de erfgrens of in geclusterd in een gebied buiten het achtererf. Om extra leges te voorkomen is de regeling voor bergingen aangepast. 2.3.2.4 Aanpassing artikel 13 Aan artikel 13 is een regeling voor bijbehorende bouwwerken toegevoegd.

Deze regeling ontbrak ten onrechte in het ontwerpbestemmingsplan.

6

Datum Rapport

2.3.3

juni 2022 Vaststellingsrapport

Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen

2.3.3.1 Aanpassing paragraaf 5.11.2 van de toelichting Naar aanleiding van zienswijze 10 is in paragraaf 5.11.2 de onderstaande paragraaf in het ontwerp vervangen door de volgende tekst: De contouren van de boringsvrijzone overlappen het plangebied slechts voor een gering deel. Op deze locatie gelden de bestemmingen Recreatie en Groen. Hoewel ingrijpende ontwikkelingen op deze locatie niet plaats zullen vinden, is in artikel 20.1 een regeling opgenomen om de kleilaag te beschermen. 2.3.3.2 Aanpassing waterparagraaf in bijlage 25 van de toelichting van het bestemmingsplan Naar aanleiding van zienswijze 14 is de waterparagraaf geactualiseerd. De bijgewerkte waterparagraaf vervangt de bijlage die bij het ontwerp was opgenomen. 2.3.4

Ambtshalve wijziging van de onderbouwing

2.3.4.1 Aanpassing paragraaf 2.3.2.2.5, paragraaf 4.2.1 en 4.2.3 van de toelichting Het beleid over verkeer en mobiliteit is geactualiseerd. In paragraaf 2.3.2.2.5 van de toelichting van het bestemmingsplan, wordt de tekst van het ontwerp vervangen door de volgende tekst: 2.3.2.2.5

Verkeer en mobiliteit

Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht (2021) De gemeenteraad heeft op 25 november 2021 de Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht vastgesteld. Met de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto, die 1 februari 2022 in werking zijn getreden, bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. In de parkeervisie wordt een viertal doelen gesteld, ten behoeve van een gezonde, leefbare en bereikbare stad, die daarnaast ook verkeersveilig is en waar een goede luchtkwaliteit is. Deze doelen zijn: 2. Bereikbaarheid van en binnen de stad; 3. Kwaliteitsslag openbare ruimte; 4. Stimuleren duurzame(re) vormen van mobiliteit; 5. Rechtvaardige verdeling van schaarse parkeerruimte. De gemeente zet in op groei binnen de bestaande stad. Daardoor groeit ook de mobiliteit in de stad. Om leefbaarheid en bereikbaarheid te waarborgen, wil de gemeente het fietsgebruik stimuleren en het autogebruik niet verder laten toenemen. Om dit te kunnen bereiken is een gebiedsoverstijgende aanpak en een stadsbrede sturing nodig en moet gekeken worden naar een (her)verdeling en verspreiding van de bestaande parkeercapaciteit over de gehele stad. Dit is nieuw in de gemeentelijke aanpak, omdat tot nu toe met name buurtgericht, wijkgericht of ontwikkelingsgericht werd gekeken.

De nieuwe parkeervisie gaat in op de maatregelen die nodig zijn in de verschillende buurten in Utrecht en geeft aan wat nodig is om de stad bereikbaar te houden, fietsen te stimuleren en het autoverkeer, ondanks de groei van de stad, niet verder te laten toenemen. In het beleid wordt gestuurd op het aanwenden van andere mobiliteit (anders dan de auto), onder andere door het beperken van de mogelijkheid tot aanleg van reguliere particuliere parkeerplaatsen in betaald parkeergebied. In zes modules, behorende bij de parkeervisie, werkt de gemeente de uitvoering van de parkeervisie verder uit. Op dit moment zijn twee van de zes modules vastgesteld: 'Parkeernormen' en 'Aanpak betaald parkeren'. De modules 'Parkeerhubs', 'Fietsparkeren', 'Aanpak parkeren openbare ruimte' en

7/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

'Parkeren en toegankelijkheid' worden op dit moment uitgewerkt. De beleidsregel parkeernormen fiets en beleidsregel parkeernormen auto zijn een uitwerking van de module 'parkeernormen'. Utrecht wordt in de parkeervisie opgedeeld in verschillende parkeerzones. De parkeerzones verschillen van elkaar in bijvoorbeeld de hoogte van parkeernormen voor fiets en auto, de gehanteerde tarieven bij betaald parkeren of voorwaarden voor de uitgifte van parkeervergunningen. De gebiedsindeling wordt per zone (A, B of C) met de daarbij behorende normen op een kaart aangegeven. In de module 'parkeernormen' wordt aangegeven hoe omgegaan moet worden met fiets- en autoparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Hierbij wordt ingegaan op:  de aantallen parkeervoorzieningen die nodig zijn bij ontwikkelingen;  de eisen voor de plek en kwaliteit;  de mogelijke alternatieven voor parkeren bij ontwikkelingen en  het meebetalen aan alternatieve vervoersmiddelen via een nieuw bereikbaarheidsfonds. Daarnaast wordt aangegeven hoe ervoor gezorgd wordt dat de parkeervoorzieningen worden gebruikt zoals ze zijn bedoeld. Betekenis voor het plangebied In de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen over parkeren. In paragraaf 4.2.3 wordt verder ingegaan op het parkeren in het plangebied.

Mobiliteitsplan 2040 (2021) Het Mobiliteitsplan Utrecht 2040 (vastgesteld op 15 juli 2021) vervangt het mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (uit 2016). Met het Mobiliteitsplan blijven we prioriteit geven aan duurzame vormen van vervoer: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit om de groei van het autoverkeer in de stad te voorkomen, en met als belangrijkste uitgangspunten:  Slim bestemmen: door de uitwerking van de verstedelijkingsopgave en de mobiliteitsopgave nauw met elkaar te verbinden, zorgen we o.a. voor meer nabijheid, minder reisbewegingen, minder verkeershinder en minder vertraging;  Anders reizen: door het stimuleren van thuiswerken en het reizen buiten de spits en het gebruik van deelmobiliteit verminderen we de drukte op het wegennet, op Utrecht Centraal en in het openbaar vervoer of spreiden we deze beter over de dag;  Netwerken op orde (voetganger): door bij de (her)inrichting van gebieden en de (re)constructie van infrastructuur prioriteit te geven aan de voetganger in de A-zone, rondom knopen en de belangrijke bestemmingen, zorgen we ervoor dat lopen aantrekkelijk wordt en verblijven aangenaam;  Netwerken op orde (fiets): met het Fietsnetwerk bieden we fietsers de keuze om hun bestemming via verschillende routes te bereiken.

Zo zorgen we ervoor dat we de groei van het aantal fietsers faciliteren en de drukte spreiden en dat het voor iedereen aantrekkelijk is om te (blijven) fietsen;  Netwerken op orde (OV): met het concept 'Wiel met Spaken' als ruggengraat van het OVnetwerk, met allereerst een tramverbinding op de Waterlinielijn, de Merwedelijn en richting Papendorp, zorgen we ervoor dat de OV-bereikbaarheid van stad en regio verbetert en Utrecht CS en de routes naar dit station worden ontlast;  Netwerken op orde (auto): met enkele aanpassingen in het Autonetwerk voor 2040 zorgen we ervoor dat noodzakelijk autoverkeer overal kan komen, maar dat de auto voor zo min mogelijk overlast in de wijken zorgt. We hanteren als principe: alle wegen 30 km/uur tenzij; voor verbindingswegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/u;  Netwerken op orde (multimodale reis): door een reeks P+R-locaties in de regio aan te bieden, zorgen we ervoor dat je gemakkelijk kunt overstappen op andere vormen van vervoer en de multimodale reis een onderdeel van het mobiliteitssysteem wordt;

8

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

Slim parkeren: door bij ontwikkelingen beperkt parkeercapaciteit toe te voegen zorgen we ervoor dat de openbare ruimte minder gedomineerd wordt door geparkeerde auto's en dat minder rijdende auto's het stedelijk wegennet belasten; Slim sturen: door het toepassen van de prioritering bij de inrichting van kruisingen en de afstelling van verkeerslichten, het verkeersmanagement en waar nodig het weren van één of meerdere vervoerwijzen op een kruising, zorgen we voor een aantrekkelijke openbare ruimte en maken we groei van schone vervoermiddelen mogelijk die zo min mogelijk ruimte innemen; Slim sturen: door het weren van doorgaand autoverkeer met maatregelen ter plekke van de Catharijnesingel, het Ledig erf en het Utrecht Science Park bieden we meer ruimte voor langzaam verkeer en verbeteren we de kwaliteit om te verblijven. Daarnaast verleiden we automobilisten om zo lang mogelijk over de Ring te rijden, in plaats van binnendoor.

Betekenis voor het plangebied In paragraaf 4.2.1wordt uitgebreid aandacht besteed aan de verkeersaspecten. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het mobiliteitsplan. Naar aanleiding van de aanpassing van deze paragraaf is ook paragraaf 3.2.4 van de toelichting geactualiseerd. 2.3.4.2 Aanpassing paragraaf 2.3.2.2.6 Gezond stedelijk leven De toelichting op het gezondheidsbeleid is geactualiseerd. In paragraaf 2.3.2.2.6 van de toelichting van het bestemmingsplan, wordt de tekst van het ontwerp vervangen door de volgende tekst: Nota Gezondheid voor iedereen - Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2023 De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. In de nota is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De ambitie is een gezonde leefomgeving voor elke Utrechter die zo is ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen. Gezond leven is gemakkelijk De openbare ruimte wordt zo ontworpen dat deze voor iedereen bespeelbaar is en uitnodigt om te bewegen, te sporten, te verblijven en te ontmoeten.

De voetganger en de fietser krijgen vaker voorrang dan de auto en krijgen meer ruimte. Het openbaar vervoer wordt een aantrekkelijk alternatief door betere bus-, tram- en treinverbindingen. Nieuwe woonwijken worden zo ontworpen dat de auto minder nodig is. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Er wordt toegewerkt naar een omgeving waar Utrechters gemakkelijk voedselkeuzes kunnen maken die gezond zijn voor mens, dier en milieu. De druk op de gezondheid is zo laag mogelijk Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 motorvoertuigen per etmaal), met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit.

Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, wordt onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen.

9/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Er worden hogere lokale ambitiewaarden voor geluid gehanteerd dan de wettelijke grenswaarden namelijk 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Ook worden stille plekken beschermd. In dit licht worden geen horecavoorzieningen toegestaan in stille hofjes en rustige woonstraten. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Nieuwe wegen, woningen en kantoren leiden niet tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen. Mensen voelen zich prettig Een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Zo is er ruimte voor groen, water en is er ruimte om te spelen, te ontmoeten en te bewegen. Dit betekent ook dat er voldoende ruimte is om te recreëren in de buurt. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen en er is aandacht voor diversiteit in functies van de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen is goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad.

Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht volgens het 'groen tenzij' principe. Elke Utrechter heeft de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. 2.3.4.3 Aanpassing paragraaf 5.10 Natuurbescherming Op 22 maart heeft de het college van Gedeputeerde Staten de gevraagde vergunning Wet natuurbescherming geweigerd. Het betreft een zogenoemde positieve weigering aangezien er alleen sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de aanleg- en bouwfase. Deze zijn vrijgesteld. Daarom is de volgende passage in paragraaf 5.10 Natuurbescherming toegevoegd: Op 17 maart 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht de positieve weigering afgegeven (zie Bijlage 22 Positieve weigering Wnb stikstof). Daarbij is rekening gehouden met het gegeven dat op 13 januari 2022 de Regeling natuurbescherming is gepubliceerd waarbij een nieuwe Aerius-versie verplicht is gesteld. De consequentie hiervan is dat de lopende aanvraag (waarvoor nog geen definitieve beschikking is verleend), opnieuw is doorgerekend (zie Bijlage 23 Bijlage positieve weigering Wnb Aerius).

2.3.4.4 Aanpassing Watertoets In paragraaf 5.11 is de meest actuele verantwoording van de watertoets opgenomen. Bijlage 25 is aangepast naar aanleiding van aanvullend overleg met Het hoogheemraadschap. 2.3.4.5 Aanpassing paragraaf 7.7 Artikelsgewijze toelichting In paragraaf 7.7. Artikelsgewijze toelichting is de toelichting op artikel 18 vervangen en in overeenstemming gebracht met de Utrechtse standaard met de volgende tekst: Dit artikel regelt de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven, een voorwaardelijke verplichting over parkeren en regels voor woningvorming en omzetting. Voorwaardelijke verplichting over parkeren Deze planregel volgt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 9 september 2015 (201410585/1) over bestemmingsplan "KPN Campus Fockema Andreaelaan, Rubenslaan e.o.". Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro maakt het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Artikel 18.3 lid 1 van de planregels regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen de parkeergelegenheid voor auto's en fietsen voldoet aan het gemeentelijk beleid. 10

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

Bij het toetsen van een bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, zal onderzocht worden of de aanvraag voldoet aan de voorwaarde om voldoende parkeergelegenheid te regelen. Met de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. Als gedurende de geldigheid van dit bestemmingsplan het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning aan het op dat moment geldende parkeerbeleid wordt getoetst. In beleidsregels wordt door middel van een overgangsregeling bepaald in welke gevallen het eerdere parkeerbeleid blijft gelden. Op 25 november 2021 is de parkeervisie Fietsparkeren en autoparkeren in een groeiend Utrecht vastgesteld. De bijbehorende beleidsregels zijn op 1 februari 2022 in werking getreden. Woningvorming en omzetting De gemeenteraad heeft op 26 november 2015 de Beleidsnotitie Woningsplitsen en omzetten vastgesteld, waarin is geregeld dat het splitsen en omzetten van woningen niet zonder meer is toegestaan. Op grond van dit beleid is zowel in de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 gemeente Utrecht, als in het Chw bestemmingsplan Algemene regels voor bouwen en gebruik een vergunningplicht opgenomen voor woningvorming (door bouwkundig splitsen) of omzetting van woonruimte.

Woningvorming en omzetting van woonruimte voor kamerverhuur voorziet weliswaar in de behoefte aan woonruimte voor starters en studenten, maar kan de leefbaarheid van de omgeving nadelig beïnvloeden. Daarom wil de gemeente kunnen toetsen of de woningvorming of omzetting de leefomgeving niet onevenredig aantast. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan de gemeente een vergunning vragen voor woningvorming en omzetting. In lid 18.4 bepaalt de regel onder 1 dat het omzetten en woningvormen zonder vergunning verboden is. De regel onder 2 geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om, in afwijking van de regel onder 1, woningvorming of omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte toe te staan. Burgemeester en wethouders toetsen hierbij aan de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen van de Beleidsregels Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht. De voorwaarde voor het verlenen van de vergunning is, dat de nieuwe woningen of onzelfstandige woonruimten voldoen aan de oppervlakte- en geluidseisen en dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat, het verkeer, de parkeersituatie en de gebruiksmogelijkheden van de buren. 2.3.4.6 Aanpassing ladderonderbouwing in bijlage 1 De ladderonderbouwing is op ondergeschikte onderdelen aangepast.

Voor de ruimtelijke effecten werd verwezen naar hoofdstuk 5. Dit moet zijn hoofdstuk 3. Dit is in dit onderzoek aangepast. 2.3.4.7 Toevoegen positieve weigering vergunning Wet natuurbescherming in bijlage 22 De positieve weigering van de gevraagde vergunning Wet natuurbescherming is toegevoegd in bijlage 22 van de toelichting. 2.3.4.8 Toevoegen Aerius-berekening behorende bij positieve weigering in bijlage 23 De Aerius-berekening behorende bij de positieve weigering van de gevraagde vergunning Wet natuurbescherming is toegevoegd in bijlage 23 van de toelichting. 2.3.4.9

Toevoegen Mobiliteitsplan Haarrijn in bijlage 3.

Voor het thema verkeer is een samenhangende rapportage opgesteld en toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting.

11/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

2.3.4.10 Toevoegen akoestisch onderzoek evenementen in bijlage 9. Voor het thema evenementen is een geluidonderzoek uitgevoerd en toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting. Aan paragraaf 5.6 van de toelichting is toegevoegd: ‘Door adviesbureau Peutz is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting door evenementen, en is de in het bestemmingsplan opgenomen regeling getoetst (Akoestisch onderzoek evenementenregeling bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnsesplas, Peutz 20 december 2021). Bij de berekeningen is uitgegaan van de ‘Handleiding meten en rekenen Industrielawaai’ uit 1999 (Handleiding) en is voor de berekeningen gebruik gemaakt van methode II.8 (Berekening van de overdracht) zoals in de Handleiding vermeld Uit het onderzoek blijkt dat, uitgaande van de beschouwde typen evenementen en bijbehorende geluidemissies de optredende geluidniveaus binnen de gestelde geluidgrenswaarden uit het evenementenbeleid zullen blijven. Rekening houdend met de specifieke onderzochte locaties zijn alle typen gewenste muziekpresentaties mogelijk. Geconcludeerd wordt dat het plangebied geschikt is voor het beoogde doel.’ 2.3.4.11 Toevoegen hogere waardenbesluit in de bijlagen Tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan heeft een ontwerpbesluit hogere waarden wegverkeerslawaai ter inzage gelegen. Het namens het college van B&W genomen besluit is als bijlage 31 opgenomen.

2.3.4.12 Actualiseren parkeerbalans Er heeft een actualisering van de parkeerbalans plaatsgevonden. De meest actuele versie is opgenomen als bijlage 4 van de toelichting. Deze versie vervangt de parkeerbalans zoals deze bij het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen. 2.3.4.13 Aanduiding ligplaatsen woonschepen Door het toevoegen van de aanduiding ‘specifieke vorm van water-natuur’ is de aanduiding voor de ligplaatsen voor woonschepen in geringe mate aangepast om goed op de nieuwe aanduiding aan te sluiten.

12

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

3 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1 1. Een drijvend zonnenpark is onwenselijk in Haarrijn Indiener is het niet eens met het plan om een drijvend zonnepark op de Haarrijnse plas te realiseren. Het Utrechtse stroomnet kan de extra capaciteit niet aan en zal overbelast raken. Pas als er door Stedin/Tennet aanpassingen gedaan zijn aan het netwerk kan er efficiënt gebruik gemaakt worden van de extra opgewekte energie (indiener verwijst naar een artikel op nu.nl van 12-102021 hierover). Deze aanpassingen van het net zal nog vele jaren gaan duren, waardoor het doel niet zal worden gehaald. Indiener denkt dat de gemeente via andere instrumenten (subsidies e.d.) woningcorporaties en gebouw eigenaren ook kan bewegen om zonnepanelen te plaatsen op bebouwing.

Reactie Via het programma ‘Zon op dak’ worden gebouweigenaren geholpen en gestimuleerd om zonnepanelen op daken te leggen. Dit programma heeft ertoe geleid dat op dit moment 24% van de daken zonnepanelen heeft. We werken aan een programma om dat percentage nog verder te verhogen. Aanvullend daarop willen we ook de Haarrijnse Plas benutten. Vanzelfsprekend kan dat alleen als er een aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is. Stedin en Tennet onderzoeken momenteel oplossingen voor problemen in het hoogspanningsnet. De gemeente start zelf een onderzoek naar oplossingen buiten het hoogspanningsnet om. We verwachten dat de capaciteitsproblemen in het elektriciteitsnet vroeg of laat worden opgelost en gaan daarom door met de planontwikkeling voor zonnepanelen op de Haarrijnseplas. 2. Er is onterecht geen MER opgesteld voor de drijvende zonne-eilanden Ook verbaast het indiener dat er geen MER wordt opgesteld omdat de milieu effecten van de drijvende zonne-eilanden nog onbekend zijn, vind ik dat hier eerst meer onderzoek naar gedaan moet worden. Daarnaast is de Haarrijnse plas als locatie (nabij de vogelplas) te klein en niet geschikt voor zonnepanelen. Mede door de vele uitwerpselen van de vogels raken de zonnepanelen snel bevuild en wordt de coating van de panelen aangetast.

Er zal dus veel schoonmaak moeten plaatsvinden (is duur), waarbij de schoonmaakmiddelen in het zwemwater terecht komen.

Reactie De voorgenomen activiteit (zonnepanelen op de plas) is (sec) niet m.e.r.-plichtig (zie Besluit milieueffectrapportage). De energie-eilanden zijn evenwel wel beschouwd als onderdeel van de uitgevoerde merbeoordeling. Als bijlage bij het bestemmingsplan is het advies plaatsing zonnecellen in relatie tot beschermde soorten Haarrijnseplas Utrecht toegevoegd. Met het onderhoud van de panelen is rekening gehouden. 3. Bouwhoogte in Haarrijn ongewenst Indiener vindt het plan om in Haarrijn hoogbouw (8 verdiepingen) toe te passen op een plek waar de vogels en vleermuizen foerageren onwenselijk en niet passen in de omgeving. Indiener zou een maximale hoogte van 3 verdiepingen voorstaan.

Reactie Het Stedenbouwkundige Plan voor Haarrijn is opgezet vanuit het uitgangspunt dat de meervleermuis kan blijven foerageren. De meervleermuis is alleen op de westelijke plas waargenomen. De oostelijke plas is daarmee niet-essentieel voor deze soort. De overige vleermuizen foerageren ook boven de plas, maar in (relatief) minder belangrijke aantallen. Verblijfplaatsen zijn in en om de plas niet aangetroffen. De waarnemingen van foeragerende vleermuizen tijdens beide bezoeken zijn geconcentreerd langs de randen. De Haarijnse Plas blijft met de ontwikkeling van het gebied als fourageerroute beschikbaar. Om het eventuele effect op de Tijdelijke Natuur, en de aanleg van

13/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

eilanden met zonnepanelen te beperken wordt de woonwijk landschappelijk ingepast, waarbij een oeverzone met vegetatie zorgt voor beperkte lichtinval vanuit de woonwijk. Langs de oeverzone van de plas zijn de bomen als te behouden bestempeld zodat in de toekomstige situatie het voedselgebied voor vleermuizen zoveel mogelijk behouden blijft. Ook wordt de strandzone heringericht met o.a. 170 extra bomen. De watervogels, waarvoor deze plas specifiek ruimte geeft, worden niet aangetast of verdreven door het toevoegen van hoogbouw in het plangebied. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Zienswijze 2 1. Het aandeel sociaal en middenhuur is te klein Indiener merkt op dat volgens het bestemmingsplan "maximaal 700 woningen worden gerealiseerd, waarvan 19% sociale huur, 41% middelduur (huur en koop) en 40% in de dure categorie. Volgens de woonvisie moet echter sprake zijn van minimaal 35% sociale woningen en 25% woningen in de middendure categorie. De excentrische ligging van Haarrijn, de afstand tot de voorzieningen en het gegeven dat sprake is van grondgebonden woningen in Haarrijn maakt dat het minimumpercentage aan sociale woningbouw niet wordt gehaald." Gezien de woningnood uit indiener zijn zorgen over deze categorisering. Sociale huur ligt ver onder het minimum. Er zijn dure huizen genoeg. Kan het aandeel middelduur en/of sociaal niet verder omhoog en "duur" omlaag? Daarnaast vraagt indiener zich af wat in de huidige oververhitte markt überhaupt een middeldure of een dure woning definieert? Zijn hier schattingen voor?

Reactie Om meer aansluiting te krijgen met het coalitieakkoord is in overleg met de beleidsafdeling Wonen onderzocht in welke mate het wenselijk is om meer sociale huurwoningen toe te voegen op Haarrijn. De conclusie van Wonen is dat de locatie Haarrijn zich in mindere mate leent om het programma aan te passen aan de ambities uit het coalitieakkoord en Woonvisie. Hoewel met deze uitgangspunten wordt bijgedragen aan meer gemengde wijken en een betere balans in de stad en er wordt bijgedragen om het tekort op sociale huur gezinswoningen in te lopen, leidt dit ook tot een toename van bewoners die in belangrijke mate afhankelijk zijn van nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoer. Haarrijn krijgt, op een basisschool na, geen eigen voorzieningen. Daarmee is Haarrijn afhankelijk van Maarssen en/of centrum Vleuten. Deze centrumvoorzieningen liggen vanwege de excentrische ligging op een grotere afstand van de woningen dan elders in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern of Utrecht stad. Door de grotere afstand en onvoldoende bereikbaarheid met het openbaar vervoer worden de voorzieningen lastiger bereikbaar voor de doelgroep sociaal. Daarnaast maakt de ligging naast de A2 dat gestapelde woningbouw niet wenselijk is. De ontwikkeling zal dan ook grotendeels bestaan uit grondgebonden woningen. Voor de aanpassing in het woningbouwprogramma zijn enkele scenario’s doorgerekend.

Rekening houdend met stedenbouwkundige kaders en milieuaspecten is tot de huidige programmaverdeling gekomen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

14

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

Zienswijze 3 1. Er is een MER noodzakelijk voor het bestemmingsplan De Haarrijnse Plassen liggen aan de rand van het Groene Hart. Voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving is het belangrijk dat dit gebied zo veel mogelijk groen blijft. De oostelijke plas is voornamelijk een recreatieve functie toegedacht en de westelijke plas heeft een belangrijke functie voor de natuur. Dit is belangrijk voor milieu en klimaatdoelstellingen en omdat er zo langzamerhand geen natuur meer overblijft. Ik kan met waarnemingen aantonen dat rond en op de Haarrijnse plas vele vogels leven en broeden. Daarom ben ik van mening dat een MER noodzakelijk is.

Reactie De beoogde ontwikkeling bestaat uit maximaal 700 woningen, een school en horeca tot max 1250 m2. De in dit plan opgenomen activiteit(en) staat(n) vermeld in lijst D van de bijlage Besluit m.e.r., waarvoor een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Gezien de kenmerken, omvang en ligging van het project en effecten volgens de criteria van bijlage III bij de EU-richtlijn, is de conclusie dat er geen sprake is van aanzienlijke nadelige milieugevolgen. Daarom hoeft er geen milieueffectrapport te worden opgesteld. Deze conclusie volgt uit de Aanmeldingsnotitie Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas. Deze is onderdeel van de bijlagen van de toelichting. 2. De bouwdichtheid in Haarrijn is te hoog Het concept bestemmingsplan gaat uit van een zeer dichte bebouwing. Dit is onacceptabel langs de rand van de plas waar in de winter bij vorst veel vogels overwinteren omdat de plas niet dicht vriest. Daarom maakt indiener de volgende bezwaren: In woongebied 1 is de bouwhoogte 12 m. Dit moet beperkt worden tot max. 9 m; het bebouwings-percentage van 50% is te hoog; dit moet terug naar max 35%. Ook moet voorgeschreven worden dat niet meer dan 50% van het onbebouwde deel verhard mag worden; de rest moet groen blijven. In woongebied 2 is een maximaal bebouwingspercentage van 80% onacceptabel. Dit moet maximaal 50% worden.

Ook moet voorgeschreven worden dat niet meer dan 50% van het onbebouwde deel verhard mag worden; de rest moet groen blijven. In het gebied gemengd-1 langs de Maarssenveenseweg is een bouwhoogte van 8 lagen/ 25 m onacceptabel. 13 m moet het maximum worden.

Reactie Bij het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan is onderzoek gedaan naar een optimale verkaveling waarin regenwater maximaal kan infiltreren. Haarrijn kent al een lage bebouwingsdichtheid van 20-25 woningen per ha (excl. plas). Haarrijn vormt de overgang tussen stedelijk gebied en landschap. Zo wordt er in het naastgelegen bedrijventerrein een bebouwingspercentage van 70% gehanteerd. Hierdoor lis een bebouwingspercentage van 50% voor de woonkavels een geschikte tussenstap. Bovendien zijn de straatprofielen en openbare ruimtes in Haarrijn zeer ruim van opzet. Wat het landelijke karakter van Haarrijn versterkt. De maximale bouwhoogte wordt voor een groot deel bepaald door de hoogte van het geluidsscherm. De opzet van Haarrijn kent een lage dichtheid en vormt het overgangsgebied van het stedelijk gebied naar het Groene Hart. Het plan bestaat hoofdzakelijk uit grondgebonden woningen. Op twee belangrijke plekken die gezien worden vanuit de omgeving (entree Haarrijn en zuidzijde strandblok) is het aanvaardbaar om tot een hoogte van 8 lagen te bouwen. De twee hoogteaccenten markeren de entree van Haarrijn en het strand en dragen bij aan de herkenbaarheid van de plekken, deze verschillen daarom in hoogte t.o.v. de laagbouw. Wij zien Haarrijn niet als een hoogbouwgebied, maar als een laagbouwgebied met twee hoogteaccenten.

Er zal bijzondere aandacht uitgaan naar de beeldkwaliteit van deze hoogteaccenten. De gebouwen hebben alzijdige gevels en de architectuur zal worden afgestemd op de omgeving. 3. Geluidoverlast bij evenementen Volgens indiener kan boven 75dB kan gehoorschade optreden. Het is daarom niet te bevatten dat de gemeente hogere geluidniveaus toestaat. Het is bekend dat geluidhinder slecht is voor de gezondheid van mensen. Het geluid wordt door het wateroppervlak niet gedempt. Een evenement

15/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

veroorzaakt dus enorm veel herrie in de wijk de Tol, overlast tot in het centrum van het dorp. Dat komt ook omdat het maar liefst van 9.00 tot 23.00 mag duren. Dit is ongezond en daarom onacceptabel. Het geluid moet ten alle tijde onder de 75 db blijven, mag maximaal 8 uur duren en mag niet meer dan 12 dagen per jaar voorkomen. Ontheffing op deze grenzen moet worden uitgesloten.

Reactie Indiener van de zienswijze stelt dat er gehoorschade kan optreden boven de 75 dB(A). In de arbowetgeving is opgenomen dat dit kan worden verwacht vanaf 80 dB(A). Dit is echter alleen van toepassing op situaties waarin mensen gedurende vele jaren dagelijks in een dergelijk geluidsniveau hun werk moeten doen. Bij kortstondige blootstellingen zoals bij een evenement zal een dergelijk geluidsniveau niet tot schade leiden. Bovendien zal de geluidsbelasting In Vleuten ruim lager zijn dan 85 dB(C) hetgeen overeenkomt met 70 dB(A) (uitgaande van 15 dB verschil met de C-gewogen waarde). Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Zienswijze 4 1. Ruimtelijke ontwikkeling, waarom juist hier? Het plan Haarrijn bevindt zich dicht bij de snelweg en omvat veel bouw in het duurdere segment, mooi gesitueerd langs het water. Als Utrecht een compacte 10-minuten stad wil zijn, dan is dit plan niet het beste voorbeeld. Het ontwerp laat een plan ziet dat zich buiten de stad en ver van bestaande voorzieningen plaatst. Er worden in het plangebied alleen een basisschool en kinderopvang gerealiseerd. De bewoners zijn voor voorzieningen aangewezen op Vleuten of Maarssen. De beperkte omvang van de ontwikkeling leidt ertoe dat het gebied niet over eigen basisvoorzieningen zoals een supermarkt zal gaan beschikken, daarvoor zijn drie- tot vijfmaal hogere aantallen woningen nodig. De afstand naar dergelijke voorzieningen is voor de bewoners van de nieuwe woningen relatief erg groot, in vergelijking met de afstand voor bewoners in andere delen van Vleuten en Utrecht. De gemiddelde afstand naar voorzieningen voor alle bewoners zal door dit plan gaan toenemen. De reisduur naar bestaande voorzieningen zoals supermarkt, drogist en andere basisvoorzieningen nodigt niet uit om te fietsen en dat is een gemiste kans. In de tekst is nauwelijks aandacht voor de fiets en duurzame/actieve mobiliteit in z'n algemeenheid. Bij het gebied is maar 1 bushalte.

Het plan gaat uit van een hoog autobezit en autogebruik: “Vanwege het ontbreken van voorzieningen in Haarrijn, de relatief grote afstand tot de voorzieningen in de kernen Vleuten en Maarssen, en het beperkte aanbod van openbaar vervoer, zal Haarrijn naar verwachting een hoger dan gemiddeld autobezit kennen en kan het parkeren daar binnen de bandbreedte van de minimale en maximale parkeernormen die de Nota Stallen en Parkeren biedt invulling aan worden gegeven.” Wij vragen ons af: als bouwen op deze locatie dit soort consequenties heeft, waarom wordt dan gekozen voor bouwen op deze locatie?

Reactie Verkenningen uit januari 2020 naar de woonbehoeften (van Companen, STEC en ABF) leveren, deels onderling aanvullend, het beeld dat de ontwikkeling van woonbehoeften op grond van huishoudensontwikkelingen in combinatie met actuele woonwensen voorbij 2030 niet goed te voorzien is. Gewenste woonmilieus (in combinatie met de locatie) zijn daarbij beter te voorzien en hebben ook meer gewicht. De verkenningen laten zien dat de woonbehoefte voor het grootste deel uitgaat naar (centrum) stedelijke woonmilieus. Met de wetenschap dat Utrecht - door de krapte een aanbod gedreven woningmarkt kent en iedere woning een bewoner vindt, is het actuele beeld dat de grootste discrepantie zit tussen plancapaciteit en behoefte in de centrum stedelijke milieus met een zekere dichtheid en nabijheid van centrumvoorzieningen. Voor de eerste jaren van de planperiode is daarom extra aandacht voor deze categorie wenselijk. Daarnaast is er een minder 16

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

grote, maar blijvende, vraag naar meer ontspannen woonmilieus met daarin ruimte voor betaalbare grondgebonden woningen of aantrekkelijke alternatieven voor grotere huishoudens. Het is van belang om beide woonmilieus in balans te houden bij de verdere ontwikkeling van de stad. Daarnaast is in de RSU (2021) aangegeven dat de ontwikkeling van Haarrijn tot de harde plancapaciteit behoort. Dit zoals opgenomen in het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR). De belangrijkste ruimte ingrepen zijn afronden van de duurzame woonbuurten Rijnvliet Haarrijn Leeuwesteyn, het Zand Terwijde en Haarzicht. Daarnaast ook de ontwikkeling van de zonne-energie eilanden Haarijnseplas. 2. Gezond stedelijk leven voor iedereen? In het kader van duurzaamheid en duurzame mobiliteit is het absoluut geen topplan. Hoe duurzaam is dit plan op de lange termijn, kijkend naar een gemiddelde dag van de toekomstige bewoners? Hoe gaat Utrecht het gemiddeld autobezit per inwoner verlagen, met dit soort ontwikkelingen? En hoe gezond is het leven zo dicht langs de snelweg? In het plan wordt verwezen naar bestaand beleid, te denken aan de Nota Stallen en Parkeren (2013) en het Mobiliteitsplan Slimme Routes, slim regelen, slim bestemmen (2016), maar in de tekst lijkt daar weinig aandacht aan te zijn besteed. Dit plan past geenszins bij de ambitie Utrecht Fietsstad van de wereld.

Reactie De verwachting is dat het autogebruik groter is in dit deel van de stad door de ligging van het plangebied. We dagen de ontwikkelende partijen die in Haarrijn gaan bouwen uit om verschillende mobiliteitsconcepten mee te nemen in de plannen. Het klopt dat deze locatie door de ligging aan de rand van de stad minder zal bijdragen aan de ambities van de stad op gebied van duurzame mobiliteit dan een inbreidingsgebied in de stad. Binnen de beperkte mogelijkheden hebben we wel ambities, zoals fietsen via vrijliggende fietsroutes en bijvoorbeeld laadfaciliteit voor elektrische voertuigen. Voor wat betreft gezondheid wordt vanwege de geluidsbelasting extra aandacht besteed aan het binnenmilieu van de woningen door goede geluidisolatie van de buitengevels en ook tussen de woningen en extra ventilatiecapaciteit. En elke woning krijgt een geluidluwe groene zijde. Om de gezondheid te beschermen van groepen die extra kwetsbaar zijn voor luchtverontreiniging, zoals kinderen, wordt de school op een afstand van tenminste 300 meter afstand van de snelweg gebouwd (volgens de richtlijnen van de GGD (GGD-richtlijn medische milieukunde, 2018). Maar de omgeving heeft ook een positief effect op de gezondheid. Zo is er veel groen rondom het gebied en ook binnen het gebied. En vanuit een groot deel van de woningen is er zicht op het water en ook toegang tot het water.

In een omgeving met veel groen en blauw voelen mensen zich prettig. Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. In het gebied zijn daarom centrale groene plekken ingericht waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en waar kinderen kunnen spelen. 3. Enkele specifieke opmerkingen op het plan: • Paragraaf 4.1.2. Stedenbouwkundig plan, kopje Parkeren voor Haarzuilens en paragraaf 4.2.3. Parkeren. Hier wordt de situatie voor wat betreft autoparkeren geschetst, maar er staat niets in over fietsparkeren. Hoe zit het met het fietsparkeren bij de voorzieningen school, kinderopvang en horeca. Hoe wordt fietsparkeren georganiseerd bij de gestapelde bouw? Ook in bijlage 4 Parkeerbalans, komt het woord fietsparkeren niet voor. We vinden dit opmerkelijk, want in de Nota Stallen en Parkeren (2013) staat een hele alinea over fietsparkeernormen bij nieuwe ontwikkelingen zoals deze. In het plan is ruimte voor autoparkeren, maar waar is de fiets gebleven?

Reactie: In de toelichting is de tekst over mobiliteit aangepast, waarbij meer aandacht is besteed aan de fiets. Bij vergunningaanvraag voor de realisatie van deze functies dienen de aanvragen te voldoen aan de vigerende parkeernormen. Op dit moment is dat de

17/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Parkeervisie 2021 (25 november 2021 in de gemeenteraad vastgesteld). De beleidsregels parkeren bevatten nadrukkelijk ook normen voor de fiets. •

Naar voorzieningen en werklocaties moeten fietsers het plangebied verlaten. Fietsers die vanuit het plangebied naar Vleuten willen fietsen zullen de Maarssenseweg over moeten oversteken om op het fietspad aan de oostkant van de weg te komen. De weg(inrichting) van de Maarssenseweg nodigt de automobilist uit om hard te rijden. Dat leidt voor de (in het donker?) overstekende fietsers tot grote risico’s. Hier dienen maatregelen getroffen te worden, zodat er een veilige oversteek ontstaat. In de tekst wordt onder kopje Maarssenseweg (4.2.1) de weg beschreven, maar staat niets over verkeersveiligheid voor langzaam verkeer.

Reactie Uit analyses van de geregistreerde ongevallen komt geen onveilige situatie naar voren. Er zijn in de periode 1 januari 2014 – 1 november 2021 in totaal drie ongevallen geregisterd. De laatste in 2019. Slechts bij één van de ongevallen was sprake van een aanrijding tussen een auto en een fietser. De overige ongevallen betroffen een eenzijdig ongeval van een personenauto en snorfieter en fietser onderling. Nieuwe wegen worden aangelegd volgens het principe van Duurzaam Veilig. •

Fietsers die de andere kant op willen richting Maarssen, moeten de A2 oversteken. Het fietspad over de A2 ligt aan de oostkant van de Burgemeester Waverijnweg. Dat houdt in dat er ook hier adequate voorzieningen moeten worden getroffen om de fietser vanuit de woonwijk veilig de autoweg te laten oversteken om het fietspad te bereiken. In de tekst (4.2.1) is onduidelijk hoe een veilige en attractieve route wordt geboden aan fietsers.

Reactie In het plan wordt een oost-west gerichte fietsroute gerealiseerd. Deze wordt voor het overgrote deel vormgegeven als fietsstraat. In de vormgeving van de autoroutes wordt voorkomen dat automobilisten grote deel van deze route ook kunnen gebruiken en daarmee de fietsroute autoluw is. In het Mobiliteitsplan 2040 is de verbinding met de polder Haarrijn als nieuwe fietsroute opgenomen. •

Langzaam verkeer, fietsers en voetgangers, nemen doorgaans de kortste route naar hun bestemming. Met name voor fietsers die de A2 over willen naar Maarssen is het daarom wenselijk om dichter bij het viaduct een toegangsweg te hebben naar het fietspad en het viaduct over de A2, zodat fietsers niet helemaal om hoeven te rijden via het kruispunt van de Willy Posthumushaghe en de Maarssenseweg.

Reactie: Indiener vraagt hier om een verbinding voor fietsers tussen het viaduct naar Maarssen en de wijk. Als je uit het oosten komt moet je eerst doorrijden naar de Maarssenseweg om op de route te komen. Het is een mooie ambitie om hier een verbinding te maken. Of dat inpasbaar is, is sterk afhankelijk van de beschikbare ruimte in relatie tot de hellingbaan die nodig is om het hoogteverschil te overwinnen. Een referentie is mogelijk de ‘wokkel’ bij de Dafne Schippersbrug. Of de fietsroute aan het Rijneveldse bospad over de A2 (fietsroute in de noordpunt van onze gemeente. •

Het fietspad door het recreatiegebied vanaf de Rijnkennemerlaan moet als uitstekende hoofdfietsroute worden vormgegeven.

Reactie De inrichting wordt niet geregeld met dit bestemmingsplan. Daar dient o.a. het inrichtingsplan voor waarin de route in ontwerp verder uitgewerkt wordt. Er is een ambitie om een rondje Haarzuilens te kunnen doen. Aangesloten wordt op de hoofdfietsroute die komt vanaf de strandzone. 18

Datum Rapport

•

juni 2022 Vaststellingsrapport

In het noordwesten van het plangebied bevindt zich een gebied met enkel de bestemming groen. Het is zeer wenselijk dat hier een voet- en fietspad te realiseren om de nieuwe wijk met het natuurgebied te verbinden en recreanten een recreatieve route om de Haarrijnseplas te bieden. Gelukkig laat regel 5.1 lid 2 van het bestemmingsplan dat ook toe. Uit de stukken is vooralsnog onduidelijk of deze verbinding er ook echt komt, wij willen graag dat deze verbinding al in dit stadium aan het plan wordt toegevoegd.

Reactie In het plan wordt een oost-west gerichte fietsroute gerealiseerd. Deze wordt voor het overgrote deel vormgegeven als fietsstraat (auto te gast). In de vormgeving van de autoroutes wordt voorkomen dat automobilisten grote delen van deze route ook kunnen gebruiken en daarmee de fietsroute autoluw is. In het Mobiliteitsplan 2040 is de verbinding met de polder Haarrijn als nieuwe fietsroute opgenomen. Een dergelijke verbinding is binnen de regels van het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d99d4812-64b5-4a5c-95e7-96c1db03d0fd