CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport eerste wijziging omgevingsplan Utrecht (augustus 2024)

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling 1e wijziging omgevingsplan Utrecht13.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De regels gaan uit van een informatieplicht ten minste vier weken voorafgaand aan de activiteit of wijziging van de activiteit”. 2.3.7

Wijziging van de motivering of de bijlagen naar aanleiding van zienswijzen

2.3.7.1 Verduidelijkingen in verband met de regeling over detailhandel en bezorging Naar aanleiding van de zienswijze zijn in paragraaf 2.2 de wijzigingen van de algemene regels en de begripsomschrijvingen naar aanleiding van de zienswijze toegevoegd en is in paragraaf 3.4.5 van de motivering het gemeentelijk beleid over detailhandel en horeca toegevoegd. Ook is in paragraaf 5.2 over participatie de afstemming met indiener over de wenselijke en mogelijke wijzigingen van de regels over detailhandel toegevoegd. 2.3.7.2 Bijlage Vergelijking Eerste wijziging omgevingsplan met Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht In de zienswijze wordt naar voren gebracht dat uit de publicatie van de terinzagelegging van het wijzigingsbesluit niet duidelijk wordt welke regels er gewijzigd worden en wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het Chw bestemmingsplan algemene regels Utrecht. Om aan de zienswijze tegemoet te komen is een bijlage toegevoegd met een zogenaamde “was-wordt-lijst”. Daarmee is eenvoudiger terug te vinden hoe de regels van het bestemmingsplan zijn overgezet naar het omgevingsplan. De bruidsschatregels zijn ook in deze bijlage opgenomen. 2.3.8

Ambtshalve wijzigingen van de motivering of de bijlagen

2.3.8.1

Aanpassing paragraaf 2.2 van de motivering over algemene regels en begripsomschrijvingen In paragraaf 2.2. is bij de vermelding van de belangrijkste aanpassingen in de algemene regels onderstaande aanpassing in de regels over detailhandel naar aanleiding van de zienswijze toegevoegd: “Naar aanleiding van de ingekomen zienswijze is het begrip 'winkel ’aangepast en is de regeling voor detailhandel eenvoudiger en duidelijker gemaakt en op onderdelen versoepeld. Hierdoor is de regeling beter bruikbaar voor (overdekte) winkelcentra. Zo zijn de criteria voor de activiteiten in een winkel duidelijker geformuleerd en is het verbod voor afhaalzaken niet meer van toepassing op locaties die niet aan een openbare weg liggen (en waarbij dus geen sprake is van hinder van geparkeerde voertuigen).”

a19/27

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

2.3.8.2 Aanpassing paragraaf 2.7 van de motivering over normalisering thuissekswerk In paragraaf 2.7 wordt de tekst van het ontwerp vervangen door de volgende tekst: “In 2022 heeft een onafhankelijke adviescommissie (commissie Sorgdrager) op verzoek van de gemeente Utrecht een advies gegeven over de toekomst van het sekswerk in Utrecht. Het advies en tal van gesprekken met belanghebbenden in de stad hebben geleid tot het besluit van burgemeester en wethouders in mei 2023 om onder andere 2 proeftuinen voor te bereiden, waaronder het toestaan van thuissekswerk in de stad. Hiermee werken burgemeester en wethouders aan een stad waar sekswerkers schoon, veilig en transparant hun beroep kunnen uitoefenen. Dit doet de gemeente Utrecht samen met betrokkenen, waaronder sekswerkers, hulpverleners, politie en Openbaar Ministerie. De raad heeft met motie 176 burgemeester en wethouders opgeroepen haast te maken met de uitvoering van de plannen in de brief. Burgemeester en wethouders willen het legaliseren van thuissekswerk als bedrijf-aan-huis onder voorwaarden toestaan in een proeftuin van 3 jaar. Hiervoor is het nodig om zowel de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aan te passen als de juridische regeling in het Omgevingsplan Utrecht. In het omgevingsplan is een seksbedrijf (bijvoorbeeld een bordeel) niet toegestaan, met uitzondering van thuissekswerk.

Het thuissekswerk moet aan de regels die voor een bedrijf-aanhuis gelden voldoen. Daarnaast worden voor thuissekswerk aanvullende voorwaarden opgenomen in de APV (zoals 1 persoon per woning). De komende 3 jaar wordt de legalisering van thuissekswerk vanuit het project modernisering sekswerkbeleid gemonitord en geëvalueerd. Na de periode van de proeftuin wordt, op basis van de ervaringen tijdens de proeftuinperiode, de regeling voor legalisering van thuissekswerk voortgezet, aangepast of gestopt. De intentie is om het ingezette traject voort te zetten. Raamsekswerk is niet als bedrijf-aan-huis toegestaan.” 2.3.8.3 Aanpassing paragraaf 3.2 van de motivering over Rijksbeleid In paragraaf 3.2 over Rijksbeleid is op grond van de gewijzigde wetgeving een subparagraaf 3.2.1 toegevoegd met een korte beschrijving van de inhoud van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de nieuwe instructieregels die hierin zijn opgenomen.

2.3.8.4 In paragraaf 3.3 van de motivering over regionaal-, provinciaal- en waterschapsbeleid is een korte samenvatting van onderstaande visies toegevoegd: - Economische Visie 2020 - 2027 Focus op een vitale en duurzame economie - Waterbeheerprogramma 2022-2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam 2.3.8.5 In paragraaf 3.4 van de motivering over gemeentelijk beleid zijn de volgende aanvullingen opgenomen om een betere beleidsmatige onderbouwing te geven van de regels van deze 1e wijziging van het omgevingsplan over groen, bomen, water, bodem, wonen, werken en horeca (op werken en horeca ook vanwege de zienswijze) en vanwege een actualisatie op nieuw vastgesteld beleid voor geluid en trillingen en omgevingsveiligheid. Paragraaf 3.4.2 over Groenbeleid is aangevuld met het Bomenbeleid gemeente Utrecht en de Nota Utrechtse soortenlijst. Paragraaf 3.4.3 is toegevoegd met - de Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4”(2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) -het Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de ondergrond (2016). - Visie Water en Riolering en visie Klimaatadaptatie (2022)

20

Datum Rapport

augustus 2024 Vaststellingsrapport

Paragraaf 3.4.4 over Wonen is aangevuld met beleid over toeristische verhuur en het beleid voor bed-and-breakfast.

Paragraaf 3.4.5 ‘Werken’ is toegevoegd met de volgende nota's: -

Bedrijventerreinen Strategie Utrecht 2012 Ontwikkelingskader detailhandel (2012) Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018

Paragraaf 3.4.7 over Welstand is toegevoegd omdat deze eerste wijziging van het omgevingsplan ook de aanwijzing van de commissie omgevingskwaliteit wordt geregeld voor advisering over welstandsaspecten. Paragraaf 3.4.8 over Geluid en trillingen is aangepast op grond van de nieuwe nota Geluid en trillingen die in 2024 is vastgesteld. Paragraaf 3.4.9 over omgevingsveiligheid is aangepast op grond van de nieuwe Nota Omgevingsveiligheid die in 2024 is vastgesteld. Paragraaf 3.4.11 met de conclusie over de inpassing van de regels van deze 1e wijziging van het omgevingsplan in het gemeentelijk beleid is als volgt aangevuld:

-

De wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen zijn aangebracht in de regeling over detailhandel en in de begripsbepaling winkel, zijn in lijn met het beleid voor detailhandel en het horecakader van de gemeente Utrecht. De aanpassing van de regels en de artikelsgewijze toelichting in het omgevingsplan om sekswerk als bedrijf aan huis mogelijk te maken is ondersteunend aan het besluit van de gemeenteraad om sekswerk aan huis als tijdelijke pilot mogelijk te maken en hiervoor een regeling op te nemen in de APV Utrecht.

2.3.8.6 In paragraaf 5.3 over participatie is de volgende tekst toegevoegd:

“Naar aanleiding van de ingekomen zienswijze is met de indiener van deze zienwijze overleg gevoerd over aanpassingen van de regels over detailhandel en horeca en zijn naar aanleiding hiervan aanpassingen gemaakt in dit voorstel tot eerste wijziging van het omgevingsplan.”

a21/27

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

3 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1 1.

Indiener geeft aan dat het Ontwerp wijziging omgevingsplan ondoorzichtig is en dat de impact breder is dan uit de kennisgeving blijkt door nieuwe definities en door ingrepen op bouw- en gebruiksmogelijkheden van huidige bestemmingsplannen.

Reactie De impact van het Ontwerp wijziging omgevingsplan is niet breder dan in de kennisgeving is aangegeven. In principe zijn de algemene regels zo beleidsarm mogelijk overgezet vanuit het ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’, maar natuurlijk zijn aanpassingen op grond van nieuwe wet- en regelgeving wel opgenomen. 2.

Indiener geeft aan dat de wijzigingen in het Ontwerp of de toelichting niet duidelijk zijn. Indiener verzoekt om helder aan te geven welke bouw- of gebruiksmogelijkheden er wijzigen.

Reactie In de kennisgeving zijn de verschillende onderdelen van de eerste wijziging benoemd en in de publicatie van de eerste wijziging voor de terinzagelegging zijn alle wijzigingen opgenomen. In het gemeenteblad en op de website ‘Regels op de Kaart’ van het Omgevingsloket is gebruik gemaakt van de zogenaamde renvooiweergave, die de exacte wijzigingen zichtbaar maakt. Om aan de zienswijze tegemoet te komen is een bijlage toegevoegd met een zogenaamde ‘was-wordt-lijst’. Daarmee is eenvoudiger terug te vinden hoe de regels van het bestemmingsplan zijn overgezet naar het omgevingsplan. De bruidsschatregels zijn ook in deze bijlage opgenomen. 3. Indiener geeft aan dat het ontwerp in hoge mate de inrichting van de winkel en de toegestane activiteiten in de winkel bepaalt en daarmee onnodige beperkingen geeft voor de winkels.

Reactie Op grond van dit onderdeel van de zienswijze is in overleg met indiener het begrip 'winkel’ aangepast en is de regeling voor detailhandel eenvoudiger en duidelijker gemaakt en op onderdelen versoepeld. Hierdoor is de regeling beter bruikbaar voor (overdekte) winkelcentra. Zo zijn de criteria in artikel 6.26 en 6.27 over de toegestane activiteiten in een winkel duidelijker geformuleerd met de activiteiten in de winkel als uitgangspunt en zijn sommige eisen samengevoegd omdat zij deels hetzelfde regelden. Ook is het verbod voor afhaalzaken in artikel 6.26 niet meer van toepassing op locaties die niet aan een openbare weg liggen (en waarbij dus geen sprake is van hinder van geparkeerde voertuigen). In de artikelsgewijze toelichting is duidelijker aangegeven wat er wel en niet is toegestaan onder de functie detailhandel. Ten slotte is artikel 6.2 aangepast waarmee de voorrang van de algemene regels over detailhandel op de functieregels beperkt wordt tot artikel 6.26 en 6.27. 4. Indiener geeft aan dat het ontwerp ook veel beperkende regels bevat voor ondersteunende horeca in een winkel (ook metrages) en verkoop in een horecapand.

Reactie De regels over ondersteunende horeca in artikel 6.28 zijn overgenomen uit het ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’ en komen uit het Horecakader Utrecht, dat al geldt sinds 2018. De regels voor ondersteunende horeca zijn dus niet extra beperkend ten opzichte van de eerder geldende regels. De regels in dit artikel komen tegemoet aan de groeiende behoefte in de winkelbranche aan ondersteunende horeca. De voorwaarden die de regels stellen zijn bedoeld om te voorkomen dat de effecten die een winkel op de leefomgeving heeft, veranderen en dat er oneerlijke concurrentie ontstaat tussen horeca en winkels. 22

Datum Rapport

augustus 2024 Vaststellingsrapport

Naar aanleiding van deze zienswijze is sub c van dit artikel aangepast omdat er in winkelcentra niet altijd sprake is van een straat. Daarnaast is ook de artikelsgewijze toelichting aangepast en verduidelijkt. Voor Hoog Catharijne is op een aantal locaties conform het bestemmingsplan (tijdelijk deel omgevingsplan) zowel horeca als detailhandel toegestaan. Op die locaties is er planologisch geen beperking om het pand daarvoor te gebruiken conform de regels die gelden voor die functies. Als er dan invulling wordt gegeven aan zelfstandige horeca, dan gelden niet de regels uit artikel 6.28. Wel is voor de activiteit horeca natuurlijk een exploitatievergunning nodig op grond van de Drank- en Horecawet. 5. Indiener geeft aan dat afhaalzaken integraal wegbestemd lijken te zijn (behalve voor locaties die in het bestemmingsplan Binnenstad vallen).

Reactie Naar aanleiding van deze zienswijze is het tweede lid van artikel 6.26 aangepast en geldt deze regel alleen voor afhaalzaken met een ingang aan de openbare weg. Daarmee zijn afhaalzaken toegestaan in alle delen van Hoog Catharijne waar detailhandel is toegestaan (mits geen ingang aan de openbare weg). Op dit soort locaties zullen afhaalzaken minder snel tot overlast voor de omgeving leiden (vanwege geparkeerde voertuigen en dergelijke). De uitzonderingssituatie voor de Binnenstad is ook opgenomen in dit tweede lid. Daarnaast is de artikelsgewijze toelichting aangepast op deze wijziging. 6. Indiener geeft aan dat de regels over gevelbankjes niet werkbaar/onduidelijk zijn voor het concept van een winkelcentrum en dat het onduidelijk is of er binnen een winkelcentrum terrassen zijn toegestaan.

Reactie Regels voor gevelbankjes bij winkels zijn opgenomen in artikel 6.36. Deze regels zijn bedoeld voor winkels die aan de openbare weg liggen. Voor overdekte winkelcentra zal dit over het algemeen niet snel aan de orde zijn, aangezien er geen straten zijn en de plaatsing van bankjes in het winkelcentrum niet per winkel gebeurt, maar meestal centraal geregeld wordt. De regels over terrassen zijn te vinden in Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). 7. Indiener geeft aan dat de gemeente niets heeft gedaan met de eerdere kritiek die indiener gegeven heeft op de regels over detailhandel in het ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’ en zelfs de eisen verzwaard heeft nu deze ook voor de rest van het winkelcentrum gaan gelden.

Reactie Het uitgangspunt voor het ontwerp van de eerste wijziging van het omgevingsplan is het beleidsneutraal overnemen van de algemene regels uit het Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’. Omdat indiener tegen dit bestemmingsplan beroep heeft ingediend en hier nog geen uitspraak op is gedaan, heeft de gemeente Utrecht contact gezocht met indiener om deze regeling op de voor indiener relevante onderdelen te bespreken en te bekijken of de regeling zou kunnen worden aangepast. Helaas heeft dit overleg pas kunnen plaatsvinden na de terinzagelegging van het ontwerp van de eerste wijziging van het omgevingsplan. Daardoor bevatte deze terinzagelegging dus nog dezelfde regels uit het ‘Chw bestemmingsplan algemene regels Utrecht’ en heeft indiener hier een zienswijze tegen ingediend. Inmiddels heeft het overleg met indiener wel plaatsgevonden en zijn de aanpassingen in het ontwerp van de eerste wijziging omgevingsplan gemaakt die in dit vaststellingsrapport zijn opgenomen. 8. Indiener geeft aan dat het ontwerp geen eerbiedigende werking toekent aan bestaande regelingen. Artikel 4.1 lid 2 regelt voorrang van algemene regels over bouwwerken en voor gebruik regelt artikel 6.2 lid 2 dat regels van paragraaf 6.1.2 en artikel 6.25t/m/ 6.27 voorrang hebben boven huidige bestemmingsplannen. Indiener vraagt waarom deze voorrang nodig is

a23/27

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

voor een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties', wat de relatie is met de Dienstenrichtlijn en met het overgangsrecht in Hoofdstuk 12.

Reactie De voorrangsregeling komt uit het ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’. De regels over vergunningvrije bouwwerken die genoemd worden in artikel 4.1, tweede lid, zijn een verruiming ten opzichte van de bestemmingsplannen. De uitzonderingen die in artikel 6.2, tweede lid, genoemd worden betreffen de regels over detailhandel en bezorging. Deze beogen problemen rond de vestiging van flitsbezorging op te lossen en gaan daarom voor op alle bestemmingsplannen. Deze uitzonderingen zijn nodig voor de evenwichtige toedeling van functies en voldoen aan de eisen van artikel 14 en 15 van de Dienstenrichtlijn: Ze zijn noodzakelijk en niet onevenredig met het oog op het bereiken van het gestelde doel (voorkomen problemen flitsbezorging) en non-discriminatoir. Daarnaast gaat het hier niet om een beperking van het vestigingsrecht op basis van economische criteria (aantonen dat er behoefte of marktvraag bestaat). Voor het overige geldt de eerbiedigende werking van de regels bij de bestemmingen (functieregels genoemd in het omgevingsplan). In hoofdstuk 12 staat het algemene overgangsrecht. In de situatie dat bovenstaande regels beperkingen geven aan een bestaand bouwwerk of aan bestaand gebruik ten opzichte van de nu geldende regeling, dan is dat overgangsrecht van toepassing. 9.

Indiener vraagt naar duiding van de begrippen 'passend’ en 'aanvullend’ en het criterium ‘ondergeschikt’ bij artikel 6.28 over additionele horeca

Reactie Artikel 6.30 over additionele horeca is uitgebreid toegelicht in de artikelsgewijze toelichting. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat "passend" betekent dat de horeca-activiteit een logisch onderdeel is van de hoofdactiviteit. In de regels zijn alle hoofdactiviteiten benoemd waar dat voor geldt. Ook in het Horecakader Utrecht wordt een en ander uitgelegd. De artikelsgewijze toelichting over ondergeschikte en ondersteunende horeca bij artikel 6.28 is aangepast om een en ander verder te verduidelijken. Met "ondergeschikt" wordt geen andere betekenis bedoeld dan die in het gewone spraakgebruik. 10. Begrippen en meetregels: Indiener vraagt zich af of de begripsbepalingen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bestemmingsplannen) blijven gelden en geeft aan dat de definitie winkel 'een pand waar de activiteit detailhandel plaatsvindt' niet werkbaar is voor indiener, omdat in een winkelcentrum ook winkels gevestigd zijn in een deel van een pand. Daarnaast lijken volgens indiener een aantal begrippen te ontbreken, zoals 'bebouwd oppervlak' en 'bouwvolume' en sluiten de meetregels niet goed aan op een winkelcentrum nu de definitie van 'verhuurbaar vloeroppervlak' ontbreekt.

Reactie •

•

•

De begripsbepalingen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bestemmingsplannen) blijven gelden voor zover ze van toepassing zijn op de bestemmingen in deze bestemmingsplannen. Voor het overige gelden de begripsbepalingen uit het definitieve omgevingsplan. Dat betekent, gezien de uitzondering die in artikel 6.2, tweede lid, is gemaakt (zie ook hierboven onder 8), dat voor detailhandel en winkel de begripsbepalingen van het definitieve omgevingsplan van toepassing zijn. Naar aanleiding van deze zienswijze is de begripsbepaling van winkel gewijzigd in: 'Een gebouw of een zelfstandig deel van een gebouw waar de activiteit detailhandel plaatsvindt en de daarbij behorende ruimtes, zoals opslagruimte.' De begrippen 'bebouwd oppervlak' en 'bouwvolume' zijn niet opgenomen in de lijst met begripsbepalingen van artikel 1.1. Dat is ook niet nodig, nu in artikel 1.1 is aangegeven wat onder het begrip 'bebouwing' wordt verstaan en in artikel 1.3 over meetregels o.a. is

24

Datum Rapport

•

augustus 2024 Vaststellingsrapport

opgenomen hoe het oppervlak van een bouwwerk wordt berekend. Het begrip volume (en daarmee ook 'bouwvolume’ is algemeen bekend en heeft dus geen nadere uitleg nodig. De begripsbepaling van verhuurbaar vloeroppervlak is niet opgenomen, maar wel de begripsbepaling ‘verkoopvloeroppervlakte’: de totale oppervlakte van de voor publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank.

11. Indiener vraagt hoe artikel 4.7 concreet uitwerkt voor een winkelcentrum, waar verschillende functies zijn toegestaan? Wat is dan het doel van de functie?

Reactie De concrete uitwerking van artikel 4.7 voor een winkelcentrum is dat de activiteit bouwen en het bouwwerk moeten passen bij het doel van de functie die op de betreffende plek gerealiseerd is of gaat worden. Als er op een bepaalde locatie meerdere functies zijn toegestaan wordt er een keuze gemaakt voor de functie die gerealiseerd wordt op de specifieke locatie en moet het bouwwerk dus passen bij het doel van die functie. 12. Indiener vraagt of het klopt dat met artikel 6.3 alle horeca en afhaalzaken in het winkelcentrum Hoog Catharijne, behalve in de Hollandse Toren, verboden zijn?

Reactie Nee dat klopt niet. In artikel 6.3 worden (onder andere) de activiteiten zelfstandige horeca en afhaalzaken verboden, tenzij de functie de activiteit toestaat. Daar waar in het winkelcentrum op grond van de bestemmingsregels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan) horeca mag, is de activiteit zelfstandige horeca dus toegestaan. Daar waar in het winkelcentrum op grond van de bestemmingsregels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan) detailhandel is toegestaan, is op grond van het aangepaste artikel 6.26 tweede lid ook een afhaalzaak toegestaan, mits deze niet aan de openbare weg ligt. 13.

Bekendmaking en publicatie

Indiener vindt de bekendmaking van het besluit tot terinzagelegging van het ontwerp besluit eerste wijziging omgevingsplan verwarrend omdat er— onder Artikel I — lijkt te staan dat het college al zou hebben besloten tot wijziging van het Omgevingsplan. Nog afgezien van het feit dat het wijzigen van een omgevingsplan een bevoegdheid van de raad is, zal eerst de terinzagelegging moeten plaatsvinden. Daarnaast geeft indiener aan dat in de kennisgeving niet wordt vermeld dat ook het algemene deel van het omgevingsplan gewijzigd wordt. Ook geeft indiener aan dat er geen melding gedaan is via digitale berichten op www.overheid.nl/berichten over uw buurt en vraagt indiener zich af of hiermee de kennisgeving en bekendmaking wel toereikend zijn geweest en of de terinzagelegging van het ontwerp niet opnieuw moet plaatsvinden.

Reactie •

•

•

We zijn het met indiener eens dat de tekst van de bekendmaking verwarrend kan zijn omdat uit de aanhef wel blijkt dat het gaat om een collegebesluit om het ontwerp omgevingsplan ter inzage te leggen, maar de tekst onder Artikel I gelezen zou kunnen worden alsof het om een collegebesluit tot wijziging van het omgevingsplan zou gaan. Wij zullen de tekst bij een volgende publicatie hierop aanpassen, maar wij zijn niet van mening dat de bekendmaking hiermee ontoereikend is geweest. In de kennisgeving van het voornemen tot de eerste wijziging van het Omgevingsplan Utrecht is wel benoemd dat deze wijziging ook een beleidsneutrale omzetting van het Chw bestemmingsplan algemene regels inhoudt. Ook de kennisgeving vinden wij dus toereikend. Voor wat betreft de attenderingsservice zien wij geen reden de terinzagelegging opnieuw te doen. De attenderingsservice valt niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en de gemeente kan de werking daarvan dus ook niet regelen. De bekendmaking heeft op de wettelijk voorgeschreven wijze plaatsgevonden. De attenderingsservice is een onverplicht

a25/27

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

hulpmiddel om tijdig te worden geïnformeerd over bekendmakingen. Eventuele gebreken in de attenderingsservice zijn voor risico van degene die deze service heeft ingesteld (vgl. ov. 4.4 van de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juni 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3053). Overigens is indiener zelf op tijd door de gemeente op de hoogte gesteld van de ter inzagelegging van het ontwerp van de eerste wijziging van het omgevingsplan. Indiener had hier eerder om gevraagd in verband met het door haar ingediende beroep tegen het 'Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’. Deze zienswijze gaf ons wel aanleiding om de werking van de attenderingsservice te onderzoeken. Wijzigingen in het omgevingsplan blijken inderdaad niet te worden gemeld via de attenderingsservice ‘berichten over uw buurt’ (overheid.nl). De oorzaak voor dit probleem ligt aan het feit dat er bij de overgang naar de Omgevingswet nog geen mechanisme is ingericht tussen de ‘Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB)’ en deze attenderingsservice. Wij hebben het ministerie en de VNG hiervan op de hoogte gesteld met het verzoek om snel een oplossing te bieden. De VNG heeft ons bericht dat er gewerkt wordt aan een voorlopige oplossing.

Het is overigens wel mogelijk om berichten te ontvangen over wijzigingen van het omgevingsplan door hiervoor een specifiek abonnement af te sluiten via officiëlebekendmakingen.nl. 14. Participatie Indiener geeft aan dat er in een eerder stadium, namelijk voor de terinzagelegging, overleg met indiener had moeten plaatsvinden omdat de gemeente wist dat indiener zich niet kon vinden in de nieuwe regels over detailhandel in relatie tot winkelcentra. Volgens indiener heeft de gemeente ook aangegeven dat zij bereid was hierover te overleggen en dat de gemeente om deze reden de regels van het ‘CHW bestemmingsplan algemene regels Utrecht’ eerder ook niet van toepassing heeft verklaard op Hoog Catharijne en het entreegebouw, maar wel op de Hollandse Toren. Indiener vindt het dan ook getuigen van onbehoorlijk bestuur dat de gemeente toch zonder overleg dezelfde regels/beperkingen uit het bestemmingsplan algemene regels Utrecht 1 op 1 heeft overgenomen in het ontwerp eerste wijziging Omgevingsplan. De regels in het Ontwerp zijn voor indiener niet 'beleidsneutraal' omdat de omzetting hiervan in het omgevingsplan betekent dat deze regels nu ook voor HC gaan gelden en daarmee grote impact hebben op de mogelijkheden voor gebruik van hun winkels. Er had dan ook participatie moeten plaatsvinden. Op deze manier werd indiener gedwongen om een zienswijze in te dienen.

Reactie Het klopt inderdaad dat de regels van het Chw bestemmingsplan algemene regels Utrecht niet van toepassing zijn verklaard op Hoog Catharijne en het entreegebouw. De regels van de eerste wijziging van het omgevingsplan gaan wel voor de hele stad gelden, inclusief Hoog Catharijne en het entreegebouw. Indiener heeft beroep ingediend tegen het ‘Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht’. In het verweer heeft de gemeente gesteld dat het beroep geen aanleiding is om de regels te wijzigen. Omdat de regels in het ontwerp 1e wijziging omgevingsplan inhoudelijk overeenkomen met het ‘Chw bestemmingsplan algemene regels Utrecht’ leek het ons goed om hierover eerst de uitspraak in beroep af te wachten. Omdat er eind vorig jaar nog geen enkel zicht was op de behandeling van de zaak op korte termijn, hebben we kort voor de geplande afronding van het ontwerp van de 1e wijziging van het omgevingsplan geprobeerd om een afspraak te maken met indiener. Vanwege de kerstperiode bleek een overleg voor de start van de terinzagelegging echter niet meer mogelijk. Dit overleg heeft na de terinzagelegging plaatsgevonden. Daarin hebben we uitleg gegeven over het ontwerp, de zienswijze besproken, en overlegd welke verbeteringen en aanpassingen aan de belangen van indiener tegemoet zouden kunnen komen.

In de beantwoording hierboven is het resultaat van het overleg aangegeven en de voorgestelde wijzigingen van de regels zijn in dit vaststellingsrapport opgenomen. De belangen van indiener zijn hiermee zorgvuldig meegenomen. Conclusie

26

Datum Rapport

augustus 2024 Vaststellingsrapport

Op grond van deze zienswijze worden de wijzigingen aangebracht die in paragraaf2.3.1.1van het vaststellingsrapport zijn aangegeven.

a27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=28cc938e-882f-4505-a8d5-e326da9a4410