CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Kanaleneiland - Transwijk (februari 2024)

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Kanaleneiland – Transwijk18.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Vaststellingsrapport

Chw bestemmingsplan Kanaleneiland – Transwijk

13 februari 2024

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

1.

INLEIDING .....................................................................................................................................3

1.1 1.2 1.3 2.

DE VASTSTELLINGSPROCEDURE ................................................................................................3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3.

TERMIJN VOOR HET INDIENEN VAN ZIENSWIJZEN ...................................................................................3 ZIENSWIJZEN OVER HET BESTEMMINGSPLAN ..........................................................................................3 WIJZE VAN BEOORDELING VAN ZIENSWIJZEN ..........................................................................................4 PROCEDURE VOOR DE VASTSTELLING ....................................................................................................4 BELANGRIJKSTE WETTELIJKE BEPALINGEN ...............................................................................................4 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP .................................................................5

3.1 3.2 3.3 4.

PLANGEBIED VAN HET BESTEMMINGSPLAN.............................................................................................3 DOEL VAN HET BESTEMMINGSPLAN .......................................................................................................3 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ....................................................................................3

ALGEMEEN ............................................................................................................................................5 AMBTSHALVE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP ..............................................................5 WIJZIGINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE ZIENSWIJZEN.........................................................................33 BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN .....................................................................................34

Indiener 1 – Prorail ..............................................................................................................................34 Indiener 2 ...............................................................................................................................................35 Indiener 3 ...............................................................................................................................................38 Indiener 4 – ZIRM advocaten namens Novaxia ...........................................................................38 Indiener 5 – Van der Feltz advocaten ............................................................................................43 Indiener 6 – Straatman Koster advocaten ....................................................................................46 Indiener 7 – Royal Delft Vastgoed ..................................................................................................52

2

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

1. Inleiding 1.1 Plangebied van het bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het zuiden van de stad en bestaat uit delen van de wijken Kanaleneiland,

Transwijk, Dichterswijk, Lombok Oost en kantorengebied Smakkelaarsveld eo. Het plangebied heeft globaal de volgende grenzen: in het westen het Amsterdam-Rijnkanaal, in het noorden de Weg der Verenigde Naties/Dominee Martin Luther Kinglaan, in het oosten grofweg de Overste Den Oudenlaan/Europalaan en in het zuiden grofweg de Aziëlaan.

Het plangebied is vooral een woongebied: de belangrijkste functie is wonen met verspreid over het gebied andere functies zoals maatschappelijke functies, kantoren en wijkcentrum functies. 1.2 Doel van het bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bevat regels die gericht zijn op het beheren van de leefomgeving in het plangebied. Met dit bestemmingsplan worden de volgende doelen bereikt: - uniformering van de regels;

- functietoedeling in de systematiek van het toekomstige omgevingsplan;

- beleidsarm omzetten van de regels van de beheersverordeningen, wat inhoudt dat het nieuwe

bestemmingsplan zo veel mogelijk het bestaande gebruik en de bestaande bouwmogelijkheden overneemt;

- Door het gebruik van nieuwe termen (onder andere als gevolg van de komst van de Omgevingswet en het gebruiken van nieuwe standaarden en definities) en doordat

beheersverordeningen en bestemmingsplannen verschillen in opzet, kunnen er kleine

veranderingen optreden in de juridische regeling ten opzichte van de vorige regeling. Die

veranderingen hebben geen bijzondere gevolgen voor de bestaande gebruiks- en bouwrechten. Een uitzondering hierop is de beperking van de mogelijkheden voor de vestiging van

flitsbezorgdiensten conform de regeling in het bestemmingsplan Algemene regels Utrecht. 1.3 De opbouw van het vaststellingsrapport

In hoofdstuk 2 is de vaststellingsprocedure beschreven, dat is de fase van het bestemmingsplan die volgt op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. In hoofdstuk 3 staat op welke manier het bestemmingsplan is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In hoofdstuk 4 zijn de ingekomen zienswijzen behandeld.

2. De vaststellingsprocedure 2.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 10 februari tot en met donderdag 23 maart 2023

ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon iedereen zienswijzen over het bestemmingsplan aan de gemeenteraad sturen.

2.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan

Er zijn 7 zienswijzen ingediend. 5 zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en 2 zienswijzen

zijn buiten de termijn ontvangen, maar worden toch meegenomen bij de vaststelling en inhoudelijk beoordeeld. Alle zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen.

In hoofdstuk 4 van dit vaststellingsrapport zijn de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien.

3/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

2.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen

Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze

zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord.

In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de

privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. 2.4 Procedure voor de vaststelling

Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het bestemmingsplan nog aangepast moet worden, ‘ambtshalve’ of naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad

voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze

tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn.

Voordat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken. In de commissie vindt een

politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de

gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De commissie

bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast.

2.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen

De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure.

Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de

daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend. Op grond van artikel 6:9, tweede lid,

van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

3. Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp 3.1 Algemeen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 10 februari 2023 t/m 23 maart 2023 ter inzage gelegen. In deze periode en vlak daarna zijn in het totaal 7 zienswijzen ingediend. De

zienswijzen zijn beoordeeld en hebben deels tot wijzigingen geleidt. Deze zijn opgenomen bij

onderdeel 3.3. Een samenvatting en beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in hoofdstuk 4 van dit vaststellingsrapport.

In de afgelopen periode is het ontwerpbestemmingsplan ook nog eens kritisch ambtelijk

beoordeeld en is een aantal fouten van het plan naar boven gekomen. Daarnaast zijn er door nieuwe ontwikkelingen, tussentijds genomen besluiten en nieuwe inzichten nog enkele

aanpassingen in het plan doorgevoerd, zoals enkele nieuwe en actuele teksten voor de toelichting voor onderwerpen als archeologie, externe veiligheid en klimaatadaptie. Verder zijn in het

bestemmingsplan ondergeschikte redactionele en kennelijke verbeteringen en verduidelijkingen

doorgevoerd. De opzet van de regels is hierdoor niet veranderd. De aanpassingen leiden tot beter toetsbare, toepasbare en handhaafbare regels. Het gaat bijvoorbeeld om het opnemen van betere

kruisverwijzingen zodat dit de raadpleegbaarheid verbeterd en het op correcte wijze opnemen van de namen van de functieaanduidingen in de regels zodat deze in overeenstemming zijn met de verbeelding (plankaart). De in het plan opgenomen regeling voor het wonen in onzelfstandige

woonruimte aangepast na een aanpassing van de huisvestingsverordening. Op 2 februari 2023 is het Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht vastgesteld door de gemeenteraad. Bij de

vaststelling heeft de gemeenteraad twee amendementen aangenomen over de herplantplicht bij het kappen van bomen. Deze amendementen zijn in de regels en de toelichting van het bestemmingsplan verwerkt.

3.2 Ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerp

3.2.1 Wijzigingen ten aanzien van de regels: 3.2.1.1 Toevoeging en verwijdering van een aantal begrippen in hoofdstuk 1 van de regels In het eerste hoofdstuk van de regels het bestemmingsplan staan de begrippen en de wijze van

meten opgenomen. In artikel 1, aangaande de begrippen, zijn een aantal begrippen toegevoegd en een aantal verwijderd. Deze wijziging levert een verbetering op voor het op een juiste en uniforme wijze uit te kunnen leggen van de begrippen en bepalingen van het bestemmingsplan. De

verwijderde begrippen kwamen, buiten in de definities zelf, niet terug in het bestemmingsplan. In artikel 1 Begrippen zijn de volgende artikelen toegevoegd: 1) a.

1.23

Bijzondere bouwlaag

Een bouwlaag die aan de voorzijde of eventueel aan de achterzijde een hellend dakvlak

heeft en voor het overige deel plat is afgedekt, dan wel; b.

Een ten opzichte van de voorgevel terugliggende bouwlaag.

2)

1.25

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

5/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

3)

1.30

Detailhandel in volumineuze goederen

a.

detailhandel in volumineuze goederen, als auto's, keukens, badkamers, boten, motoren,

Een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën:

caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen of materialen; b.

grootschalige detailhandel in recreatie-, en sport- en vrije tijdsartikelen;

d.

grootschalige meubeldetailhandel inclusief woninginrichting en stoffering;

c.

e.

4)

tuincentra;

bouwmarkten. 1.43

Kantoor

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de bedrijfsmatige uitoefening van

administratieve werkzaamheden en voor zakelijke dienstverlening alsmede seminars en congressen die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie van een kantoorhoudende onderneming en kunnen worden beschouwd als onderdeel van de kantoorfunctie. 5)

1.44 Kantoorruimte

Een gebouw of ruimte waarin hoofdzakelijk werkzaamheden worden verricht aan een

bureauopstelling, in combinatie met vergaderruimten; de werkzaamheden zijn onder meer: a.

administratieve en beleidsmatige werkzaamheden en alle daarmee gelijk te stellen

b.

commerciële, creatieve en technische bureaugebonden werkzaamheden, inclusief

c.

werkzaamheden aan desktop, laptop, CAD-CAM-apparatuur;

bureaugebonden activiteiten;

callcenter, desktop-publishing en softwareproductie; d.

zakelijke ontvangst van externen, vergaderingen en presentaties, ondergeschikt aan de

hoofdfunctie van de onderneming; e. f.

entree en receptiehal;

interne en externe opleidingen, workshops, seminars en congressen in zaalruimten in het

gebouw van een onderneming worden beschouwd als onderdeel van de kantoorfunctie; g.

functies binnen een kantoorhoudend bedrijf die behoren bij het normale kantorengebruik

zoals een postkamer, interne serverruimte en interne archiefruimte, worden beschouwd als onderdeel van de kantoorruimte. 6)

1.62

Kap

7)

1.83

Onderbouw

8)

1.84

Ondersteunende horeca

a.

het horecadeel niet direct zichtbaar is vanaf de straatzijde;

c.

voor detailhandel tot en met 1.000 m2 bvo de verhouding tussen horeca en

Een gesloten en hellend of gedeeltelijk hellend dak.

Een kelder of een souterrain.

Horeca in een detailhandelsvestiging, waarbij als voorwaarden gelden dat: b.

het pand het aanzicht en de uitstraling behoudt van een detailhandelsvestiging;

publiekstoegankelijke detailhandel 30:70 bedraagt en er een directe relatie is met de producten die in de winkel worden verkocht (het gaat primair om het proeven van producten die in de winkel worden verkocht);

6

Datum Rapport

d.

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

voor detailhandel die meer bedraagt dan 1.000 m2 de horeca maximaal 20% bedraagt van

het bebouwd oppervlak; dit geldt ook voor de non-food, zoals kledingwinkels, boekwinkels, schoenenzaken et cetera;

de vestiging zich houdt aan de algemeen gehanteerde winkeltijden. Daarbij zijn een tweetal begrippen uit hoofdstuk 1 verwijderd. Deze begrippen zijn niet

noodzakelijk voor de toepassing en toetsing van dit bestemmingsplan. Deze twee begrippen luiden als volgt: 1)

1.5 Agrarisch bedrijf

Een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren. 2)

1.40 Hoveniersbedrijf

Een bedrijf, gericht op de aanleg, inrichting, verfraaiing of het onderhoud van tuinen en

groenvoorzieningen, met de daarbij noodzakelijke hulpmaterialen met uitzondering van detailhandel.

3.2.1.2 Wijzigingen in functies (hoofdstuk 2) van de regels van het bestemmingsplan

In hoofdstuk 2 van de bestemmingsplanregels zijn de functies opgenomen, zoals deze in het

plangebied moeten gelden. Ten opzichte van het ontwerp zijn hier wijzigingen in doorgevoerd. Artikel 3 lid 2 onder 5 verplaatst naar artikel 4 lid 2 onder 5

De bepalingen in artikel 3 lid 2 onder 5 en 6 zijn verwijderd. De activiteit zoals beschreven onder 5 stond abusievelijk onder artikel 3, terwijl deze onder de werking van artikel 4 viel. Daarbij was het onjuiste adres in het ontwerpbestemmingsplan genoteerd. Dit artikel luidde:

“Ter plaatse van Europalaan 43 is in afwijking van het doel van de functie ook een winkel in vloerbedekking en gordijnen toegestaan.”

Dit lid is dan ook gewijzigd opgenomen onder artikel 4 lid 2 onder 5: “5.

Ter plaatse van de Europalaan 37 is in afwijking van het doel van de functie ook een winkel

in vloerbedekking en gordijnen toegestaan.” Artikel 3 lid 2 onder 6 verwijderd

Omdat de activiteit zoals opgenomen onder 6 al binnen de werking van artikel 3 valt is er geen

sprake van een afwijking en is het niet nodig om deze expliciet te benoemen. Dit artikel luidde:

“Ter plaatse van Europalaan 45 is een autogarage is in afwijking van het doel van de functie ook een autogarage bedrijf toegestaan.” Artikel 3 lid 3 aangepast

Artikel 3 lid 3 is aangepast waarbij de lijst met niet toegestane activiteiten is uitgebreid naar onze standaard. Deze is gewijzigd naar:

“De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1.

het opslaan van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;

3.

het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die in belangrijke mate geluidhinder kunnen

2.

activiteiten waarvoor een milieueffectrapportage uitgevoerd moet worden;

veroorzaken, zoals aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht;

7/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

4.

het opslaan van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter op

5.

inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, met een bepaald

6.

onbebouwde gronden;

veiligheidsrisico buiten de inrichting;

het gebruiken van bedrijfsruimte als zelfstandige kantoren”

Aanpassing regel over het maximale bebouwingspercentage

In artikel 3 lid 4 onder 2 was in het ontwerpbestemmingsplan een maximaal bebouwingspercentage per aanduidingsvlak opgenomen. De formulering van deze bepaling was echter onjuist geformuleerd en komt in verschillende bepalingen terug. De bepaling luidde:

“ In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 3 Bouwen en slopen en het bepaalde 3.4 onder a geldt het volgende voor gebouwen binnen de aangegeven aanduidingsvlakken:

het maximale bebouwingspercentage van het aanduidingsvlak in procenten.” En is gewijzigd naar:

“In aanvulling op de regels in Hoofdstuk 3 Bouwen en slopen mag het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' (%) niet worden overschreden.

Deze wijziging is meermaals in het bestemmingsplan toegepast, te weten in de artikelen 5, 8, 10, 11 en 20. Voor al deze regels is de bovenstaande wijziging opgenomen. Artikel 4 lid 3 aangepast

Artikel 4 lid 3 is aangepast waarbij de lijst met niet toegestane activiteiten is uitgebreid naar onze standaard.

“De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1.

het opslaan van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;

3.

het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die in belangrijke mate geluidhinder kunnen

2.

4. 5. 6.

activiteiten waarvoor een milieueffectrapportage uitgevoerd moet worden;

veroorzaken, zoals aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; het opslaan van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter op onbebouwde gronden;

inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, met een bepaald veiligheidsrisico buiten de inrichting;

het gebruiken van bedrijfsruimte als zelfstandige kantoren.”

Artikel 4.4 Activiteiten die alleen met vergunning mogen

De regels in artikel 4 lid 4 zijn verwijderd, dit wordt al geregeld in de algemene regels in artikel 30.1. De regel luidt nu:

“Artikel 4.4 Activiteiten die alleen met vergunning mogen 1.

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor Bevi-inrichtingen als

voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.

de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico of – indien van toepassing – de afstand,

zoals bedoeld in artikel 5 lid 3 van het Bevi samen met artikel 2 lid 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen, is gelegen: • •

binnen het bouwperceel van de Bevi-inrichting;

op gronden met een functie verkeer, water of openbaar groen.

b. voorafgaan aan het verlenen van de vergunning wordt verantwoording gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van de inrichting.”

8

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

Artikel 5 lid 3 aangepast overeenkomstig definitie

In artikel 5 lid 3 staat dat grootschalige detailhandel in ieder geval niet is toegestaan. Deze term is

echter gewijzigd naar detailhandel in volumineuze goederen, overeenkomstig de definitie die hierbij een uitleg geeft.

Artikel 6 aangepast ten behoeve van tuin bij woonboten

Om het gebruik van de gronden gelegen binnen de functie Groen als tuin bij de 7 woonboten gelegen aan het Merwedeplantsoen mogelijk te maken, wordt artikel 6.1 aangepast. Artikel 6.1 Doel van de functie

Locaties met de functie Groen zijn bedoeld voor groen met de daarbij behorende voorzieningen, vergroting van de leefbaarheid, en een gezond leefklimaat, water, speel- en verblijfsplekken en

bestaande tuinen ten behoeve van woonboten, uitsluitend aangrenzend aan een legale ligplaats van woonboten. Locaties met de functie Groen zijn ook bedoeld voor groen dat een gezond leefklimaat voor flora en fauna vergroot, de biodiversiteit stimuleert en voedsel en schuilgelegenheid biedt aan dieren.

Artikel 6.2 Activiteiten die bij de functie passen is gewijzigd naar: Artikel 6.2 Activiteiten die bij de functie passen 1.

Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals het aanleggen, gebruiken en in

stand houden van groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, bruggen, duikers en faunapassages, geluidwerende voorzieningen, veldjes voor het uitlaten van honden, watergangen, waterpartijen, ontmoetingsplaatsen al dan niet met zitbanken of speeltoestellen, kunstobjecten. 2.

Op de locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - Amsterdam Rijnkanaal' zijn

ook een openbare toiletvoorziening, kademuren, aanlegplaatsen en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen toegestaan; 3.

Op Europalaan 55 is het bestaand gebruik toegestaan.

Om de bebouwing van bijbehorende bouwwerken bij de 7 woonboten aan het Merwedeplantsoen mogelijk te maken, wordt aan artikel 6 Groen lid 4 toegevoegd. Deze bepaling is gebaseerd op

soortgelijke regelingen in recent vastgestelde bestemmingsplannen en op inhoud de regeling die was opgenomen in bestemmingsplan Dichterswijk/ Croeselaan (vastgesteld 12 april 1990). 6.4

Bouwen is toegestaan, bijbehorende bouwwerken bij woonboten

Het is toegestaan om vrijstaande bijbehorende bouwwerken op de bij een woonboot behorende gronden te bouwen, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. 2. 3. 4.

per woonboot is één vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan;

de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk behorende bij een woonboot bedraagt maximaal 2,2 meter;

de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk behorende bij een woonboot bedraagt maximaal 6 m2;

de te bouwen gronden mogen niet breder zijn dan de lengte van de woonboot: een vrijstaand

bijbehorend bouwwerk moet voor de woonboot worden geplaatst, zodat een doorkijk naar het water blijft bestaan.

9/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Voor de leesbaarheid en de toepassing van de functie horeca is artikel 8 uit het

ontwerpbestemmingsplan (Horeca categorie B tot en met D2) verwijderd en samengevoegd met artikel 7, voor zover relevant. Deze zijn gewijzigd naar: “7.1

Doel van de functie

7.2

Activiteiten die bij de functie passen

Locaties met de functie Horeca zijn bedoeld voor horecavestigingen. Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals: 1.

het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie D1 van de Lijst van Horeca-

2.

het bedrijfsmatig verstrekken van drank of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het

activiteiten.

exploiteren van zaalaccommodatie waarbij geldt dat: a.

b. 3. 7.3

op een locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - categorie D1' zijn

maatschappelijke buurtfuncties en een horecavestiging toegestaan in categorie 'D1' van de Lijst van horeca-activiteiten;

op een locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - categorie B' is een horecavestiging toegestaan in de categorie B van de Lijst van horeca-activiteiten;

het aanleggen, gebruiken en in stand houden van tuinen en erven, verkeers-, parkeer en groenvoorzieningen, watergangen en waterpartijen.

Activiteiten die niet mogen

Met uitzondering van activiteiten die op grond van lid 7.2 zijn toegestaan zijn de volgende activiteiten in ieder geval verboden: 1. 2. 7.4

3.

horeca-activiteiten die niet op grond van lid 7.1 en lid 7.2 zijn toegestaan; het bedrijfsmatig verstrekken van logies;

het verstrekken van middelen die onder de Opiumwet vallen.

Activiteiten met een vergunning

In aanvulling op de regels in Hoofdstuk 3 Bouwen en slopen mag op een locatie met de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte', 'maximum goothoogte' of 'maximum bouwhoogte' het hoofdgebouw tot de maximum aangegeven goot- en/of bouwhoogte worden gebouwd.” Wijziging artikel 8 functie kantoor (voorheen artikel 9)

In artikel 8, de functie kantoor, is in lid 2 een wijziging aangebracht ter verbetering en verduidelijking van het artikel.

Daarbij stonden in het ontwerpbestemmingsplan in artikel 9 lid 3 onder b gebruiksmogelijkheden

voor detailhandel en showroom onder bouwregels geschaard. Om het gebruik te borgen zijn deze bepalingen uit artikel 9 lid 3 verwijderd en gewijzigd ingevoegd onder het hernummerde artikel 8 lid 2, aangaande activiteiten die bij de functie passen.

In artikel 8.2 lid 3 en 6 is de zinsnede ‘in 6 bouwlagen’ verwijderd omdat dit niet strookt met de regeling die eronder staat en dit onbedoeld verwarring schept.

Artikel 9 lid 3 onder 2 en 3 is herschreven en is hernummerd naar artikel 8 lid 8.2 onder 4 en 5: 4.

“Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – 1' is detailhandel met de daarbij behorende voorzieningen ook toegestaan, voor ten hoogste 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.

10

Datum Rapport

5.

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – 1' is showroom met de daarbij behorende voorzieningen ook toegestaan, voor ten hoogste 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.”

Artikel 10 lid 2 aangepast ter verbetering van de toepasbaarheid

In het artikel 11 zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan is een verbetering aangebracht

ten behoeve van de toepasbaarheid. Daarbij is dit artikel in de hernummering gewijzigd naar artikel 10.

En deze luidt nu: “Artikel 10.2 Activiteiten die bij de functie passen 1.

Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals:

a.

het gebruiken van ruimtes voor scholen, medische en paramedische diensten,

buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf, religieuze doeleinden, sociaal cultureel centrum, buurthuis, gymzalen; en b.

het aanleggen, gebruiken en in stand houden van tuinen, erven, nuts- verkeers-, parkeer-,

2.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – 1’ zijn ook sport,

groen- en speelvoorzieningen.

bestaande horeca tot en met categorie D1 van de Lijst van Horeca-activiteiten en zelfstandige congres- en vergaderfaciliteiten toegestaan. 3.

Op de locatie met de aanduiding ‘kantoor’ zijn ook de volgende activiteiten toegestaan tot

een maximum van 500 m2 bruto vloeroppervlakte: a.

het gebruiken van ruimtes voor administratieve werkzaamheden;

b.

zelfstandige congres- en vergaderfaciliteiten;

c.

het uitoefenen van een horecabedrijf in categorie A tot en met categorie D van de Lijst van

Horeca-activiteiten; d.

sportactiviteiten; en

4.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijf categorie 1 tot en

e.

dienstverlening.

met categorie 3.1’ is ook een bedrijf die is ingedeeld in categorie 1 tot en met categorie 3.1 van de lijst van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. 5.

Op de locatie met de aanduiding ‘sport’ zijn ook sportvoorzieningen toegestaan.

6.

op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – 2’ zijn ook

kantoren, sportvoorzieningen en een bedrijfswoning van maximaal 400 m3 per instelling toegestaan. 7.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – 3’ zijn ook

kantoren toegestaan.”

Artikel 16 lid 2 onder 2 en 3 toegevoegd

In artikel 16 lid 2 zijn twee subleden toegevoegd voor respectievelijk woonbotenligplaatsen en de vaarweg op het Amsterdam-Rijnkanaal. De aan het artikel toegevoegde subleden luidden: 2.

“Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonbotenligplaats'

3.

Vaarwegen ter plaatse van de aanduiding 'vaarweg'.

zijn de bestaande legale woonboten toegestaan.

Artikel 19 zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan is komen te vervallen

11/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Artikel 19 van het ontwerpbestemmingsplan Waterstaat - Watergang is komen te vervallen, omdat deze functie niet meer op de aangepaste verbeelding bij de vaststelling voorkomt. Als het nodig was, is deze regeling samengevoegd met de functie Waterstaat – Waterkering.

Samenvoeging artikelen ‘Werken in de wijk

De artikelen 20 tot en met 22 uit het ontwerpbestemmingsplan zijn samengevoegd tot een nieuw artikel 18 – Werken in de wijk: Artikel 18 18.1

Werken in de wijk

Doel van de functie

Locaties met de functie Werken in de wijk zijn bedoeld voor gebouwen waarin op de begane grond ruimte is voor activiteiten die passen bij functiemenging in de wijk en de verdiepingen voor woningen met de daarbij horende voorzieningen. 18.2

Activiteiten die bij de functie passen

1.

Op de begane grond: het gebruiken van ruimtes voor scholen, medische en paramedische

Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals:

diensten, buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf, religieuze doeleinden, sociaal cultureel

centrum, buurthuis, gymzalen, dienstverlening, administratie werkzaamheden, het gebruiken van ruimtes voor winkels, als wordt voldaan aan de voorwaarde dat niet meer dan 17 winkels worden

gevestigd op de locaties met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – 1’, het aanleggen,

gebruiken en in stand houden van tuinen, erven, voorzieningen voor waterberging, toegangspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor woningen; 2. 3.

Op de begane grond en de verdieping: activiteiten die passen in een woning.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – belhuis’ is op de

begane grond ook een belhuis toegestaan. 4.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – smartshop’ is op de

5.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie B’ is op de begane

begane grond ook een smartshop toegestaan.

grond ook het uitoefenen van een horecabedrijf toegestaan in categorie B van de Lijst van Horecaactiviteiten. 6.

Op de volgende locatie met de aanduiding ‘detailhandel’ is op de begane grond ook het

7.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – afhaalzaak’ is op de

8.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – categorie A of B1’ is op de

gebruiken van ruimtes voor winkels toegestaan. begane grond ook een afhaalzaak toegestaan.

begane grond het uitoefenen van een bedrijf in categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving toegestaan; 9.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca 1 – categorie B’ is op de

begane grond het uitoefenen van een horecabedrijf in categorie B van de Lijst van

Bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving toegestaan, mits wordt voldaan aan de voorwaarde dat niet meer dan 10 horecabedrijven in categorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten worden gevestigd op de locaties met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca 1 – categorie B’; 10.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – 1’ is het gebruiken

van ruimtes op de begane grond voor andere activiteiten tot 4000 m2 en tot 500 m2 per vestiging toegestaan als het gaat om

12

Datum Rapport

a.

b. c.

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

het gebruiken van ruimtes voor administratieve werkzaamheden;

dienstverlening;

het uitoefenen van een bedrijf in categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in de

woonomgeving; d. e.

recreatieve en/of sportvoorzieningen; en

het uitoefenen van een horecabedrijf in categorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten, als

wordt voldaan aan de extra voorwaarde dat niet meer dan 750 m2 van de 4000 m2 aan ruimte wordt gebruikt voor horecabedrijven in categorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten. 11.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – 2’ is het gebruik

a.

het gebruiken van ruimtes voor administratieve werkzaamheden;

van ruimtes op de begane grond toegestaan als het gaat om: b. c.

dienstverlening;

het uitoefenen van een bedrijf in categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in de

woonomgeving; d. e.

recreatieve en/of sportvoorzieningen;

en het aanleggen, gebruiken en in stand houden van tuinen, erven, voorzieningen voor

waterberging, toegangspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor woningen; 18.3

Activiteiten die niet mogen

1.

horeca-activiteiten die niet op grond van 20.2 zijn toegestaan;

3.

nieuwe geluidgevoelige functies zoals kinderdagverblijf, onderwijs, ziekenhuizen,

De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 2.

winkels die niet op grond van 20.2 zijn toegestaan;

verpleeghuizen, verzorgingshuizen en psychiatrische inrichtingen zijn niet toegestaan. Samenvoeging artikelen ‘Wijkcentrumfunctie’

De artikelen 23 tot en met 26 van het ontwerpbestemmingsplan zijn samengevoegd tot een nieuw artikel 19 – Wijkcentrumfunctie: Artikel 19 19.1

Wijkcentrumfunctie

Doel van de functie

Locaties met de functie Wijkcentrumfunctie zijn bedoeld voor gebouwen waarin op de begane grond ruimte is voor activiteiten die passen bij winkelend publiek en op de verdiepingen voor woningen, met de daarbij horende voorzieningen. 19.2

Activiteiten die bij de functie passen

1.

op de begane grond: activiteiten die tijdens openingstijden van winkels publiek trekken,

Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals:

zoals het gebruiken van ruimtes voor winkels, dienstverlening, bibliotheken, medische en

paramedische diensten, en het aanleggen, gebruiken en in stand houden van tuinen, erven,

voorzieningen voor waterberging, toegangspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor woningen; 2. 3.

op de verdiepingen: activiteiten die passen in een woning.

het uitoefenen van een horecabedrijf in categorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten, als

wordt voldaan aan de voorwaarde dat niet meer dan 4 horecabedrijven in categorie B van de Lijst

13/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

van Horeca-activiteiten worden gevestigd op de locaties met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca 2 – categorie B’. 4.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – 2’ is op de begane

grond het aanleggen, gebruiken en in stand houden van tuinen, erven, voorzieningen voor

waterberging, toegangspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor woningen toegestaan; 5.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van ondergeschikte horeca – 1’ is op de

6.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – 1’ is op de begane grond

begane grond ook het uitoefenen van een ondergeschikte horeca toegestaan.

het uitoefenen van een horecabedrijf in categorie ‘Middelzware horeca’; een horecabedrijf in de

categorie B, C, D1, D2 of D3 van de Lijst van Horeca-activiteiten alsmede ondergeschikte horeca toegestaan. 7.

op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie A/B1’ is het

uitoefenen van een bedrijf in categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten op de begane grond toegestaan; 8.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie B’ is op de begane

grond ook het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie B van de Lijst van Horecaactiviteiten toegestaan. 9.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie B of D’ is op de

begane grond het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie B of D van de Lijst van Horecaactiviteiten toegestaan. 10.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie C’ is op de begane

grond ook het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie C van de Lijst van Horecaactiviteiten toegestaan. 11.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie D1’ is op de

begane grond ook het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie D1 van de Lijst van Horecaactiviteiten toegestaan. 12.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie D2’ is op de

begane grond ook het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie D2 van de Lijst van Horecaactiviteiten toegestaan. 13.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie D1 begane grond

en verdieping’ zijn op de begane grond en verdieping ook het uitoefenen van een horecabedrijf in de categorie D1 van de Lijst van Horeca-activiteiten toegestaan. 14.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – afhaalzaak’ is, in

15.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – wonen op de begane grond’

16.

Op de locatie met de aanduiding ‘maatschappelijk’ zijn op de begane grond ook

17.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – speelautomatenhal’ is

18.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – 3’ is op de begane

19.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening – belhuis’ is, in

20.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – smartshop’ is op de

afwijking op lid 21.2 onder 2, op de begane grond ook een afhaalzaak toegestaan. zijn op de begane grond ook activiteiten die passen in een woning toegestaan. maatschappelijke voorzieningen toegestaan.

op de begane grond ook het gebruiken van ruimtes voor een speelautomatenhal toegestaan. grond het gebruiken van ruimtes voor administratieve werkzaamheden toegestaan; afwijking op lid 21.2 onder 2, op de begane grond ook een belhuis toegestaan. begane grond ook een smartshop toegestaan.

14

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

21.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – 1’ zijn op de begane grond

19.3

Activiteiten die niet mogen

1.

horeca-activiteiten die niet op grond van lid 21.2 onder 1 zijn toegestaan en andere

2.

het gebruiken van een ruimte voor afhaalzaken en belhuizen;

recreatieve en/of sportvoorzieningen toegestaan.

De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden:

activiteiten die buiten de openingstijden van winkels publiek trekken; 3.

het rijden met winkelwagentjes over een gladde ondergrond waarbij het bronvermogen

meer is dan 80 dB (A); 4.

detailhandel in volumineuze goederen.

Wijziging artikel 20 ter verbetering van de leesbaarheid

In artikel 27 zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan is een verbetering aangebracht ten

behoeve van de lees- en toepasbaarheid. Dit artikel is in de hernummering bij vaststelling gewijzigd naar artikel 20

Naar artikel 20 – Wonen: in het vast te stellen bestemmingsplan: Artikel 20

Wonen

20.1

Doel van de functie

20.2

Activiteiten die bij de functie passen

Locaties met de functie Wonen zijn bedoeld voor woningen met de daarbij horende voorzieningen.

1.

2. 3. 4.

Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals de activiteiten die passen in een woning, het aanleggen, gebruiken en in stand houden van tuinen en erven,

parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, waterberging, toegangspaden, ontsluitingswegen.

In een woning met de aanduiding ‘zorgwoning’ is ook het wonen waarbij zorg verleend wordt, toegestaan.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – gezondheidszorg’ is ook gezondheidszorg toegestaan.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – beperkte detailhandel en horeca’ zijn op de begane grond ook de volgende activiteiten toegestaan: a.

maatschappelijke voorzieningen;

b.

dienstverlening;

d.

op de locaties met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – 1’ het gebruiken van

c.

e.

bedrijven in categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving;

ruimtes voor winkels, als wordt voldaan aan de voorwaarde dat niet meer dan 17 winkels worden gevestigd;

op de locaties met de aanduiding ‘’specifieke vorm van detailhandel – 1’het uitoefenen van een horecabedrijf in categorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten, als wordt voldaan aan

de voorwaarde dat niet meer dan 10 horecabedrijven in categorie B van de Lijst van Horeca5.

activiteiten worden gevestigd.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 3’ zijn op de begane grond ook de volgende activiteiten toegestaan, als wordt voldaan aan de voorwaarde dat deze activiteiten worden uitgeoefend op een bruto vloeroppervlakte van in totaal maximaal 500 m2: het

15/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

gebruiken van ruimtes voor administratieve werkzaamheden, dienstverlening en bedrijven in 6.

categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving.

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 2’ zijn op de begane grond ook de volgende activiteiten toegestaan: a.

b.

7.

8.

9.

dienstverlening;

het uitoefenen van een bedrijf in horecacategorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten, als

wordt voldaan aan de voorwaarde dat niet meer dan 4 horecabedrijven in categorie B van de Lijst van Horeca-activiteiten worden gevestigd

Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – wijkfunctie’ is het ook

toegestaan om maximaal 600 m2 bruto vloeroppervlakte voor maatschappelijke voorzieningen te gebruiken.

Op de locatie met de aanduiding ‘garagebox’ zijn uitsluitend de bestaande garages of

bergingen toegestaan voor het parkeren van auto’s, het stallen van fietsen en opslag van andere goederen die voor het huishouden gebruikt worden.

Op de locatie met de aanduiding ‘detailhandel’ is op de begane grond het gebruiken van ruimtes voor winkels toegestaan.

10. Op de locatie met de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca – categorie D1’ is op de begane grond ook het uitoefenen van een horecabedrijf toegestaan in categorie D1 van de Lijst van Horeca-activiteiten.

11. Op de locatie met de aanduiding ‘kantoor” is ook het gebruiken van ruimtes voor administratieve werkzaamheden toegestaan.

20.3

Activiteiten die niet mogen

20.4

Activiteiten met een vergunning

Het opheffen van bestaande parkeerplaatsen op het eigen perceel is verboden.

a.

In aanvulling op de regels in Hoofdstuk 3 Bouwen en slopen mag op een locatie met de

aanduiding ‘maximum goot- en bouwhoogte’, ‘maximum goothoogte’ of ‘maximum bouwhoogte’ het hoofdgebouw tot de maximum aangegeven goot- en/of bouwhoogte worden gebouwd. b.

In aanvulling op de regels in Hoofdstuk 3 Bouwen en slopen mag het

bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' (%) niet worden overschreden.

3.2.1.3 Wijzigingen in de Algemene regels (hoofdstuk 3, 4, 5, 6 en 7)

Hoofdstuk 3, 4, 5, 6, en 7 van de regels van dit bestemmingsplan bevatten algemene regels

(artikelen 21 en verder). In het Chw bestemmingsplan Algemene Regels Utrecht, zoals vastgesteld in februari 2023, zijn regels opgesteld die voor het gehele grondgebied van Utrecht gelden. De regels zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan bevatte een verouderde versie van deze regels.

Deze regels zijn aangepast, waardoor deze nu overeenstemmen met de algemene regels zoals voor het gehele grondgebied van Utrecht geldt. Met deze wijziging wordt voorkomen dat bij vaststelling van dit bestemmingsplan de verouderde regels die van het al geldende plan zouden overschrijven.

In lijn hiermee zijn ook wijzigingen in de toelichting op de regels aangebracht, die met de algemene regels samenhangen. Daarbij zijn ook de amendementen over de herplantplicht (van 36 maanden naar 14 maanden) bij het kappen van bomen en de wijziging voor de hospitaregeling van de Huisvestingsverordening voor verhuur door de eigenaar van de woning van onzelfstandige

woonruimte gewijzigd, waarmee verhuur tot maximaal drie personen wordt toegestaan in het plan verwerkt.

16

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

Overgangsrecht gebruik

Voor een juiste toepassing van het overgangsrecht over het gebruik van gronden en bouwwerken wordt artikel 45.2 aangepast waarbij de term ‘vaststelling’ wordt vervangen door de term ‘inwerkingtreding’

3.2.1.4 Wijzigingen in de verbeelding •

Het plangebied van het Chw ontwerpbestemmingsplan Kanaleneiland - Transwijk had een ongewenste overlap met de plangebieden van drie ontwikkelbestemmingsplannen. Dit is ongewenst, want hiermee worden de nieuwe ontwikkelingen onmogelijk gemaakt.

De overlap wordt hersteld en daardoor wordt het plangebied van het bestemmingsplan

Kanaleneiland – Transwijk verkleind. Het gaat om een overlap met de bestemmingsplannen

Lombokplein (vastgesteld 2 februari 2023), Beurskwartier 1(vastgesteld 25 november 2021) en Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1 (vastgesteld 24 februari 2022)

Hieronder is met afbeeldingen aangegeven welke grotere delen uit het plangebied van het Chw bestemmingsplan Kanaleneiland – Transwijk worden gehaald.

Een deel van het plangebied aan de oostkant van het Westplein wordt verwijderd, het betreft voornamelijk woningen gelegen aan de Lange Hagelstraat en aan de Blekerstraat. Op de afbeelding hiernaast aangegeven met een blauw kruis. Op deze locatie blijft dan bestemmingsplan Lombokplein gelden.

Een deel van het plangebied ter hoogte van de brug over het Merwedekanaal met de kruising met de Weg der Verenigde Naties wordt verwijderd. Op de afbeelding hiernaast aangegeven met een blauw kruis. Op deze locatie blijft dan bestemmingsplan Lombokplein gelden.

17/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Een deel van het plangebied aan de zuidzijde van de Graadt van

Roggenweg en aan de westzijde van de Croeselaan wordt verwijderd.

Op de afbeelding hiernaast

aangegeven met een blauw kruis. Op deze locatie blijft dan

bestemmingsplan Lombokplein

gelden.

Een deel van het plangebied

gelegen aan de oostzijde van de Croeselaan wordt verwijderd. Op de afbeelding hiernaast

aangegeven met een blauw kruis. Op deze locatie blijft dan

bestemmingsplan Beurskwartier 1 gelden.

18

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

Een deel van het plangebied

gelegen ten oosten van de Graadt

van Roggenweg wordt verwijderd. Op de afbeelding hiernaast

aangegeven met een blauw kruis. Op deze locatie blijft dan

bestemmingsplan Beurskwartier 1 gelden.

Een deel van het plangebied gelegen aan de

westzijde van de Europalaan, gelegen tussen de

Koningin Wilhelminalaan en het Europaplein wordt verwijderd.

Op de afbeelding hiernaast aangegeven met een blauw kruis.

Op deze locatie blijft dan bestemmingsplan

Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1 gelden.

•

Diverse kleinere aanpassingen van de plangrens De plangrens van het ontwerpbestemmingsplan Kanaleneiland – Transwijk is op een aantal locaties verspreidt over de plangrens van het gehele plangebied, op detailniveau niet goed afgestemd op de plangrenzen van diverse omliggende bestemmingsplannen en op de grens van de te vervangen beheersverordeningen. Dit heeft tot gevolg dat de plangrenzen op deze locaties zijn aangepast en nu goed afgestemd zijn op bestaande plangrenzen. Deze wijzigingen betreffen zowel beperkte vergrotingen als verkleiningen van het plangebied.

19/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

•

Diverse aanpassingen specifieke aanduidingen Bij de ambtelijke controle van de functies zijn op verschillende plekken onjuistheden geconstateerd in de situering van aanduidingsvlakken in verschillende functies. Deze zijn aangepast overeenkomstig de onderliggende beheersverordeningen, zodat dit niet tot meer mogelijkheden in het plangebied kan leiden en dat de beleidsarme omzetting is geborgd. Er staat op de verbeelding op het perceel Daalsesingel 1-9 een aanduiding ‘6 bouwlagen’ toegestaan. Dit is niet correct omdat voor dit perceel de regeling geldt zoals beschreven in artikel lid 8.2 onder 3. De aanduiding wordt van de verbeelding verwijderd om dit te verduidelijken.

•

Aanduiding ‘vaarweg’ aan de verbeelding toegevoegd Op de verbeelding wordt binnen de functie Water ter plaatse van het Amsterdam – Rijnkanaal de aanduiding ‘vaarweg’ toegevoegd om duidelijk te maken dat dit kanaal een belangrijke en drukke vaarweg is. Deze regeling is afgestemd op de regeling die is opgenomen in andere recente bestemmingsplannen voor dit kanaal.

•

Specifieke vorm van water – woonbotenligplaats op de verbeelding toegevoegd Op de verbeelding wordt binnen de functie Water ter plaatse van de woonboten gelegen aan de Reviuskade en aan de Da Costakade een aanduiding opgenomen waarmee het plan wordt verbeterd. Door het opnemen van de aanduiding ‘Specifieke vorm van water – woonbotenligplaats’ wordt duidelijker dat binnen deze aanduiding bestaande legale woonboten zijn toegestaan. Deze regeling is ook opgenomen is andere recent vastgestelde bestemmingsplannen.

•

Vervallen bepalingen van de verbeelding verwijderd Door de samenvoeging van de functies Horeca en Horeca – Horeca categorie B tot en met D2 de laatstgenoemde functie komen te vervallen en van de verbeelding afgehaald. Ditzelfde geldt voor de functie Water – Watergang, welke door het vervallen van het artikel ook niet terugkomt in de verbeelding.

•

Aanpassing locatie dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering Op de splitsing van de kanaalweg en de Graadt van Roggenweg lag ten onrechte een deel van de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering. Door de situering van de dubbelbestemming lag deze op de brug ter plaatse en dat is niet in lijn met de functie van een waterkering. Dit is gecorrigeerd en de dubbelbestemming ligt nu kloppend over het plangebied.

•

Plangrens bij Amsterdam-Rijnkanaal verbeterd

In het ontwerpbestemmingsplan was ten onrechte een perceel gelegen in of op het

Amsterdam-Rijnkanaal binnen het plangebied opgenomen. Dit perceel had de functie

Verkeer gekregen. Op de onderstaande afbeelding is dit grijze vlak met de functie verkeer met daardoor een blauw kruis te zien. Dit vlak wordt bij de vaststelling uit het plangebied van dit bestemmingsplan gehaald.

20

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

21/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

3.2.1.5 Wijzigingen in de toelichting Omschrijving van het plangebied

In 1.2.2 wordt de omschrijving van het plangebied gewijzigd van: “Het plangebied ligt in het zuiden van de stad en bestaat uit delen van de wijken Kanaleneiland en Transwijk, Dichterswijk en Lombok Oost.” Naar:

“Het plangebied ligt in het zuiden van de stad en bestaat uit delen van de wijken Kanaleneiland, Transwijk, Dichterswijk, Lombok Oost en het kantorengebied Smakkelaarsveld e.o.” Aanpassing afbeelding in 1.2.2

In paragraaf 1.2.2. is de afbeelding ‘Ligging plangebied’ vervangen door een nieuwe afbeelding waarop het juiste plangebied is aangegeven.

Toevoeging paragraaf 1.3.2.1 Barro: Amterdam Rijnkanaal

Door de aanwezigheid van het Amsterdam-Rijnkanaal in het plangebied moet worden voldaan aan

de bepalingen van het Barro, inzake de bescherming van een rijksvaarweg. Deze paragraaf ontbrak abusievelijk. Deze is alsnog toegevoegd en luidt:

“Voor het Amsterdam Rijnkanaal (een rijksvaarweg) geldt op grond van artikel 2.1.2 van het Besluit

algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een vrijwaringszone van 25 meter aan weerszijden. Op grond van artikel 2.1.3 van het Barro wordt bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat

betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel

geldende bestemmingsplan rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor de

doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte, de zichtlijnen van de bemanning en

de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart, het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten, de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor

hulpdiensten en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. Naast een deel van het Amsterdam Rijnkanaal maakt de een deel van de vrijwaringszone onderdeel uit van het

plangebied. Met de functie 'Waterstaat - Waterkering' en de aanduiding 'vaarweg' binnen de functie 'Water' wordt invulling gegeven aan de artikelen 2.1.2 en 2.1.3 van het Barro.” •

In 1.4.6.4 Vergunningvrij bouwen is de verwijzing naar bijlage 2 gewijzigd naar bijlage 3.

Wijziging aangebracht onder 2.2.2 bij de functie Bedrijf – Bedrijf tot en met categorie 2

In de toelichting op artikel 3 is een wijziging aangebracht, omdat hetgeen in de toelichting over dit artikel meer beschreef dan de reikwijdte van de bepaling zelf. De nieuwe tekst luidt:

“De verschillende bedrijven hebben de functie (bestemming) 'Bedrijf - Bedrijf tot en met categorie 2' gekregen. Aan het plan is (als bijlage bij de regels) de Lijst van bedrijfsactiviteiten toegevoegd. Een

uitgebreide toelichting op deze lijst is opgenomen in de bijlage zelf. Binnen het plangebied zijn ter plaatse van de functie uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 toegestaan.

Ondergeschikte en met de bedrijfsactiviteiten samenhangende kantoorruimte is onder voorwaarden toegestaan, zie hiervoor artikel 30, lid 30.2.”

22

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

Wijziging aangebracht onder 2.2.2 bij de functie Bedrijf – Bedrijf tot en met categorie 3.1

In de toelichting op artikel 4 is een wijziging aangebracht, omdat hetgeen in de toelichting over dit artikel meer beschreef dan waar van de bepaling zelf in voorzag. De nieuwe tekst luidt:

“De verschillende bedrijven in het plangebied onderscheiden zich door de ten hoogste toegelaten

milieucategorie. Met deze categorieën wordt aangesloten bij de reeds geldende regelingen voor de gebieden. Aan het plan is (als bijlage bij de regels) de Lijst van Bedrijfsactiviteiten toegevoegd. Een uitgebreide toelichting op deze lijst is opgenomen in de bijlage zelf. Binnen het plangebied zijn

uitsluitend de bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Wel voorziet het Chw bestemmingsplan in de mogelijkheid van functieverbreding om leegstand te voorkomen. Bij de functie zijn uitsluitend bestaande bedrijfswoningen toegestaan. Ondergeschikte en met de

bedrijfsactiviteiten samenhangende kantoorruimte is onder voorwaarden toegestaan, zie hiervoor artikel 30, lid 30.2.”

Verduidelijking aangebracht onder 2.2.2 bij de functie Horeca

Onder 2.2.2 wordt bij de functie Horeca de onderstaande tekst toegevoegd ter verduidelijking van het plan:

“Croeselaan 122 Op de Croeselaan 122 staat een voormalig verkooppunt voor motorbrandstoffen, deze locatie is ook wel bekend als ‘De Pomp”. Op deze locatie is een horecavestiging met maatschappelijke

buurtfunctie vergund met een tijdelijke vergunning. Voor een permante en passende invulling van deze locatie/ dit perceel lopen gesprekken tussen de eigenaar en onder andere de gemeente

Utrecht. Er is nog geen overeenstemming over een gewenste en passende nieuwe invulling voor dit perceel. In het bestemmingsplan is voor deze locatie de functie horeca opgenomen, waarmee het

huidige gebruik inclusief een maatschappelijke buurtfunctie voortgezet kan worden. Ook de huidige bebouwing kan blijven staat met de regeling die in dit plan is opgenomen. Als er in de toekomst

overeenstemming wordt bereikt over een wenselijke en passende herontwikkeling voor dit perceel en dit past niet in het bestemmingsplan, dan zal hiervoor een separate ruimtelijke procedure doorlopen worden.

Grondwerk: activiteit in de bodem

Onder 2.5 Grondwerk: activiteit in de bodem (hoofdstuk 5 van de regels) is de toelichtende tekst over artikel 43 Bescherming van archeologische waarden verkort en verduidelijkt. Ook is de Archeologische waardenkaart als bijlage bij de toelichting opgenomen.” Toelichting onder 2.2.2 bij de functie groen nader toegelicht.

In de groenbestemming zijn bestaande tuinen op de oever bij legale ligplaatsen voor woonboten toegestaan. Hiervoor is de volgende passage opgenomen:

“Bestaande tuinen gesitueerd op de oever bij woonboten met een legale ligplaats zijn toegestaan. Ook zijn de bestaande bijbehorende legale bouwwerken in deze tuinen bij de woonboten

toegestaan. In het artikel Groen is een aanvullende bouwregeling opgenomen voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woonboot. Bij elke woonboot is 1 vrijstaande bijbehorend

bouwwerk van maximaal 6 m2 en met een maximale bouwhoogte van 2,20 meter toegestaan. Deze regeling is opgenomen voor de tuinen bij 7 legale woonboten gelegen aan het Merwedeplantsoen.”

23/53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Toelichting onder 2.2.2 bij de functie Horeca – Horeca categorie B tot en met D2 verwijderd

In lijn met het vervallen van de bepaling uit het ontwerpbestemmingsplan, is de toelichting hiervoor eveneens komen te vervallen.

Toelichting onder 2.2.2 bij de functie water nader toegelicht

In de toelichting is een passage toegevoegd ter verduidelijking van de aanduiding ‘vaarweg’ binnen de functie Water. Deze passage luidt:

“In de functie water is ter plaatse van het Amsterdam-Rijnkanaal is een aanduiding ‘vaarweg’ opgenomen om duidelijk te maken dat het Amsterdam-Rijnkanaal een belangrijke en drukke vaarweg is.”

Toelichting op bepalingen Algemene regels aangepast

In lijn met de hiervoor genoemde wijzigingen om de hoofdstukken 3, 4, 5, 6 en 7 van de regels

(algemene regels) is ook de toelichting aangepast zodat deze overeenkomstig het vastgestelde Chw bestemmingsplan Algemene Regels Utrecht is opgesteld. Hiermee is geborgd dat de bindende

regels elkaar niet overschrijven en de toelichting kloppend is ten aanzien van de beoogde uitleg die aan de bepalingen dient te worden gegeven. Wijziging toelichting op de herplantplicht

Onder 2.6.4 Herplantplicht, lid 46.4 in de toelichting is de toelichtende tekst over de herplantplicht gewijzigd naar aanleiding van de wijziging van hiervan (verkorting van de termijn van 36 maanden naar 14 maanden) bij de vaststelling van het Algemene regelplan Utrecht. Wijziging toelichting voor de hospitaregeling

Onder 2.4.3.4 over de algemene regels over wonen is de wijziging naar aanleiding van de huisvestingsverordening overgenomen.

Paragraaf ecologie gewijzigd naar Natuurbescherming 3.11

In de toelichting is de paragraaf Ecologie, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, omgezet naar Natuurbescherming zodat deze overeenkomstig de standaard is. Daarbij is de inhoudelijke tekst verbeterd en geactualiseerd. De nieuwe tekst luidt:

“Op grond van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) moet onderzoek gedaan worden naar de

effecten van activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het

vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast kunnen regels gelden op grond van de Interim Omgevingsverordening.

Beschermde dier- en plantensoorten

Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied;

of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen.

Utrechtse soortenlijst

24

Datum Rapport

13 februari 2024 Vaststellingsrapport

Naast de beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming, geldt binnen de gemeente de Utrechtse soortenlijst. Hierin staan kwetsbare soorten die voor Utrecht erg belangrijk zijn

opgenomen. De algemene bescherming van deze soorten op grond van de voormalige Flora en

faunawet is met het in werking treden van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 vervallen. De Utrechtse Soortenlijst is onderdeel van de Omgevingsvisie.

De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden.

Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse

soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. Beschermde gebieden

Natura 2000-gebieden

In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, gebieden met een Europese

beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=be620dcd-0421-4495-bf9c-d2c3c9244ddd