CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport bestemmingsplan Overvecht-Noordelijke stadsrand, 2e herziening

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Overvecht-Noordelijke stadsrand, 2e herziening, St. Anthoniedijk2.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Vaststellingsrapport

Bestemmingsplan “Overvecht-Noordelijke stadsrand, 2e herziening’

November 2023

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Inhoud vaststellingsrapport 1

INLEIDING ...........................................................................................................................................3 1.1 BESTEMMINGSPLAN “OVERVECHT-NOORDELIJKE STADSRAND, 2E HERZIENING”.....................................................3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ...............................................................................................3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE ....................................................................................................................3 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen ...................................................................................3 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ........................................................................................3 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen.........................................................................................4 1.3.4 Procedure voor de vaststelling ......................................................................................................4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen ..............................................................................................4

2

SAMENVATTING..................................................................................................................................5 2.1 PROCEDUREEL ..........................................................................................................................................5 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ......................................................................................................................5 2.3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP .............................................................................................5 2.3.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen .........................................5 2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling ..........................................................................5

3

BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................6 ZIENSWIJZE 1 ......................................................................................................................................................6

2

Datum Rapport

november 2023 Vaststellingsrapport

1 Inleiding 1.1 Bestemmingsplan “Overvecht-Noordelijke stadsrand, 2e herziening”

De gemeente Utrecht heeft een nieuw ontwerpbestemmingsplan gemaakt voor het perceel met de kadastrale aanduiding AA 167. Dit perceel ligt achter het perceel met de kadastrale aanduiding AA 124. Dit laatstgenoemde perceel heeft als adres St.-Anthoniedijk 107. Plangebied Het plangebied ligt in Overvecht, aan de noordwestelijke kant van Utrecht. Het plangebied is begrensd door landelijk gebied aan de noord- en westzijde (met tussen dit gebied en het perceel een sloot gelegen) en twee woonpercelen. Doel Het doel van het bestemmingsplan is een wijziging van de bestemming van ‘Recreatie’ naar de bestemming ‘Wonen - 3’ van het perceel met de kadastrale aanduiding AA 167. Er worden met de wijziging geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt.

1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport

In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen, indien van toepassing, die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend beroep mogen instellen tegen wijzigingen van de juridische regeling. Tegen een wijziging van de onderbouwing kan in beginsel geen beroep ingesteld worden. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de zienswijze behandeld die ingediend is. De zienswijze is samengevat en per ingebrachte onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van de zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet.

1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 9 juni 2023 tot en met donderdag 20 juli 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend.

3/8

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport wordt alleen een samenvatting van de zienswijze opgenomen. In verband met de privacy van indieners wordt de zienswijze niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van de zienswijze een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor.

De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de raadscommissie Stad en Ruimte. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De raadscommissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening.

Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend. Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

4

Datum Rapport

november 2023 Vaststellingsrapport

2 Samenvatting 2.1 Procedureel

De ingediende zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. In dit document is een samenvatting van de ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Overvecht-Noordelijke stadsrand, 2e herziening opgenomen. Op grond van de Wet open overheid (Woo) kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, lid 2, sub e Woo) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport oktober 2023, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Overvecht-Noordelijke stadsrand, 2e herziening.

2.2 Inhoud van de zienswijzen

De zienswijzen hebben betrekking op het aantasten van het woongenot, het verminderen van het vrije uitzicht, het in aanmerking komen van een beter passende bestemming voor perceel AA 167 en het niet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening.

2.3 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp 2.3.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen Er zijn naar aanleiding van de zienswijzen geen wijzigingen in de juridische regeling van het plan aangebracht. 2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling Er zijn geen ambtshalve wijzigingen in de juridische regeling van het plan aangebracht.

5/8

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

3 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1

Indieners geven aan veel vooraf is gegaan aan het ontwerpbestemmingsplan wat ter inzage heeft gelegen. Er is onder andere in de zienswijze geschreven dat er eerder een gedwongen onteigening van het perceel heeft plaatsgevonden. Hiervoor is destijds een stuk grond overeengekomen met de huidige eigenaren van perceel AA 167 waardoor het vrije uitzicht van de indieners sterk verminderd is (van 20 meter naar 5,5 meter). Daarnaast wordt in de zienswijze benoemd dat de relatie tussen de indieners en de initiatiefnemer slecht is door verschillende gebeurtenissen uit het verleden. 1. Het plan tast volgens indieners hun woongenot aan. Indieners benoemen dat de relatie tussen henzelf en de eigenaar van perceel AA 167 slecht is en er meermaals sprake is geweest van overlast en vernielingen. De indieners zeggen dat de bestemmingsplanwijziging het mogelijk maakt om bouwplannen aan de achterkant van het perceel uit te voeren. Dit zal volgens indieners zorgen voor meer overlast en onenigheid tussen de partijen.

Reactie

Het plan laat niet direct mogelijkheden voor het bouwen van gebouwen toe. Er wordt namelijk geen bouwvlak opgenomen binnen het perceel AA 167. Het bouwen van hoofdgebouwen wordt hiermee verhinderd. Ook verbiedt het bestemmingsplan Overvecht-Noordelijke stadsrand (het moederplan) het bouwen van vrijstaande bijhorende bouwwerken tot minimaal 5 meter tot de bouwperceelsgrens voor zover het bouwperceel grenst aan water. In overige gevallen bedraagt de afstand minimaal 3 meter. In dit geval grenst het perceel aan een sloot. Hiermee maakt het moederplan ook het bouwen van bijhorende bouwwerken niet mogelijk. Door de bestemmingswijziging kan er wel vergunningsvrij vrij gebouwd worden. Vergunningsvrij bouwen is mogelijk via artikel 2, bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De activiteiten die in dit artikel worden genoemd kunnen juridisch niet worden uitgesloten en de regels hiervan gaan voor op de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Dit kunnen wij niet voorkomen. De bouwmogelijkheden, inclusief het vergunningsvrij bouwen, zijn in de huidige situatie beperkt. Er is al 138,29 m² vergunningsvrij gebouwd. In totaal mag er 150 m² vergunningsvrij worden gebouwd. Door het perceel te herbestemmen naar waar het huidig gebruik (als tuin behorende bij de woning) legaal is wordt recht gedaan aan de huidige situatie.

In het verleden heeft de Dienst Landelijk gebied (DLG) dit stuk grond namelijk onteigend voor het opgestelde Landinrichtingsplan maar heeft dit perceel uiteindelijk daarvoor niet hoeven te gebruiken. Daarnaast betreft het perceel een klein stuk grond met een breedte van 3 meter wat momenteel al in bezit is van de eigenaren van het naastgelegen perceel. Door de herbestemming naar ‘Wonen – 3’ van het perceel wordt, gelet op de geringe bouwmogelijkheden, geen onevenredige aantasting verricht aan het woongenot van indieners. Tegelijkertijd stelt de herbestemming de initiatiefnemer in staat om het stuk grond legaal als tuin behorende bij de woning te gebruiken. Met de zienswijze wordt in overweging meegenomen dat uit verschillende handhavingsverzoeken blijkt dat de relatie, zoals door indieners benoemd wordt, slecht is. Dit is alleen niet iets wat in een ruimtelijke afweging meegenomen wordt. 2. Door het plan dreigen indieners hun vrije uitzicht te verliezen. Indieners zetten uiteen dat ze verwachten dat door de bestemmingsplanwijziging zij nog eens 3 meter zullen verliezen van de resterende 5,5 meter aan vrij uitzicht. De indieners verwachten extra bebouwing op het perceel. Ze vragen daarom dat het plan wordt aangepast om het vrije uitzicht te behouden en overlast van verdere bebouwing te voorkomen.

6

Datum Rapport

november 2023 Vaststellingsrapport

Reactie

Op het terrein van de indieners is een terreinafscheiding geplaats. Deze terreinafscheiding loopt langs perceel AA 167 tot aan de sloot. Deze terreinafscheiding beperkt al het vrije uitzicht tot een bepaalde hoogte. Indien er een bouwwerk op perceel AA 167 gebouwd zou worden mag dit met een plat dak niet hoger zijn dan 3 meter of hoger zijn dan de formule zoals weergeven in artikel 2, lid 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Deze bebouwing zou achter de bestaande terreinafscheiding worden gebouwd wat in de huidige situatie al het vrije uitzicht belemmerd. Daarnaast bestaat er geen recht op vrij uitzicht. Aangezien er al een terreinafscheiding geplaatst is, de bebouwing enkel mogelijk vergunningsvrij achter deze terreinafscheiding geplaatst kan worden en er geen significante afname is van het vrije uitzicht zal het vrije uitzicht bij een bestemmingsplanwijziging van het perceel naar ‘Wonen – 3’ niet onaanvaardbaar afnemen. 3. Een bestemming ‘Tuin’ zou meer passend zijn. Indieners geven aan dat, indien een bestemmingswijziging niet kan uitblijven, een bestemming ‘Tuin’ aan het perceel AA 167 meer passend zou zijn. Dit geeft mogelijkheden aan de eigenaren van de strook te gebruiken en voorziet daarnaast in de belangen van de indieners (met betrekking tot de eerdergenoemde overlast en de belemmering van het vrije uitzicht).

Reactie

Er wordt geen bouwvlak opgenomen binnen het perceel AA 167. Het bouwen van hoofdgebouwen wordt hiermee verhinderd. De genoemde activiteiten in artikel 2, bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen niet worden uitgesloten. Deze activiteiten gaan voor op het bestemmingsplan. Het maakt voor vergunningsvrij bouwen niet uit of de bestemming hier ‘Wonen3’ of ‘Tuin’ is. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 mei 2013, 201210588/1/A1) blijkt bijvoorbeeld dat de bestemming ‘Tuin’ vergunningsvrij bouwen niet verbiedt omdat her perceel ingericht is en mag worden gebruikt als tuin behorende bij de woning. De bestemming ‘Tuin’ zou daarmee even passend zijn als de bestemming ‘Wonen – 3’. De bestemming ‘Wonen – 3’ wordt in de omgeving van het plangebied ook gebruikt voor de plekken waar de gronden worden gebruikt als tuin. Omdat een bestemming ‘Tuin’ of ‘Wonen – 3’ niet van elkaar verschilt voor de bezwaren die indieners naar voren brengen en in de omgeving de gronden waar ‘Wonen – 3’ geldt ook gebruikt worden tuinen zien wij ‘Wonen – 3’ als beter passend. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Zienswijze 2

1. Er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Zienswijze 2 betreft een toevoeging op zienswijze 1 van dezelfde indieners. Hierin wordt aangevuld dat naar mening van indieners het plan nadelige gevolgen heeft en dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Gevraagd wordt om het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen en in ieder geval rekening te houden met de zienswijze en het plan aan te passen.

Reactie

In de beantwoording van zienswijze 1 is reeds al ingegaan op de nadelige gevolgen die het plan zou hebben voor de indieners. In deze zienswijze wordt daarnaast benoemd dat het plan in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. In de toelichting van het bestemmingsplan is benoemd dat het plan geen tot zeer beperkte impact op de omringende woon- en leefomgeving heeft. In paragraaf 1.5 zijn de relevante milieuthema’s behandeld. In deze paragraaf is er gemotiveerd waarom er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.

7/8

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ad95ae1e-f3ec-4a5a-ac69-56a6bda19bec