Vaststellingsrapport Bedrijvenpark Strijkviertel (september 2025)
Tekst van het document
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Vaststellingsrapport
Chw bestemmingsplan
circulair Bedrijvenpark Strijkviertel
Definitief 19 september 2025
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Inhoud vaststellingsrapport
1
INLEIDING ...........................................................................................................................................3 1.1 BESTEMMINGSPLAN CHW BESTEMMINGSPLAN CIRCULAIR BEDRIJVENPARK STRIJKVIERTEL........................................3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ...............................................................................................3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE ....................................................................................................................3 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen ...................................................................................3 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ........................................................................................3 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen.........................................................................................3 1.3.4 Procedure voor de vaststelling ......................................................................................................4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen ..............................................................................................4
2
SAMENVATTING..................................................................................................................................5 2.1 PROCEDUREEL ..........................................................................................................................................5 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ......................................................................................................................5 2.3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP .............................................................................................5 2.3.1 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen ...............................................................................5 2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling ..........................................................................6 2.3.3 Ambtshalve wijzigingen van de onderbouwing ............................................................................9 2.3.4 Ambtshalve wijzigingen van de plankaart ..................................................................................26
3
BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ................................................................................................27
2
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
1 Inleiding 1.1 Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark Strijkviertel
Het plangebied is gelegen aan de westkant van Utrecht. De grenzen van het plangebied zijn de C.H. Letschertweg aan de oost- en zuidzijde, de Strijkviertelplas aan de westzijde en sportpark Rijnvliet aan de noordzijde. Doel Het doel van het bestemmingsplan is de ontwikkeling van een circulair bedrijvenpark, gelegen in de zone langs de A12 en A2, ten oosten van de Strijkviertelplas, planologisch-juridisch mogelijk te maken.
1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport
In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 2 waarin de wijziging is weergegeven.
1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 15 december 2023 tot en met donderdag 25 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad.
1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan
Er zijn elf zienswijzen ingediend.
1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen
Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan moet worden aangepast. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont.
3/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. De zienswijze wordt wel doorgestuurd naar de gemeenteraad, zodat de raad kennis kan nemen van de zienswijze.
1.3.4 Procedure voor de vaststelling
Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog moet worden aangepast, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De commissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast.
1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen
De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend. Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
4
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
2 Samenvatting 2.1 Procedureel
Alle zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. In dit document is een samenvatting van alle ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark Strijkviertel opgenomen. Op grond van de Wet open overheid kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 Woo) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport 20 mei 2025, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Chw bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark Strijkviertel.
2.2 Inhoud van de zienswijzen
In grote lijnen hebben de zienswijzen betrekking op het volgende onderwerpen: -
De behoefte aan nieuw bedrijventerrein De wens om nabij Rijnvliet een supermarkt en horeca te realiseren De verkeersafwikkeling en effecten daarvan op omliggende wegen Het ontbreken van de samenhang met de ontwikkeling van Rijnenburg
2.3 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp
Hieronder worden eerst wijzigingen van de juridische regeling, dat wil zeggen wijzigingen in de regels of wijzigingen van de verbeelding, opgesomd. Vervolgens worden de wijzigingen in de toelichting en de bijlagen daarbij weergegeven.
2.3.1 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen 1. Zienswijze 1 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 2. Zienswijze 2 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 3. Zienswijze 3 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 4. Zienswijze 4 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 5. Zienswijze 5 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 6. Zienswijze 6 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 7. Zienswijze 7 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
5/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
8. Zienswijze 8 De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 9. Zienswijze 9 Rijkswaterstaat De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De tekstpassage over het wandelpad tussen de A12 en de C.H. Letschertweg is uit de toelichting
gehaald.
10. Zienswijze 10 Rijvereniging De Voornruiters De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 11. Zienswijze 11 Hemwood advocaten, namens het Consortium Rijnenburg De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. • • •
In paragraaf 2.3.2.1 is een alinea over de oplegger RSU toegevoegd. De rapportage Beoordeling stikstofdepositie (bijlage 9) is geactualiseerd en daarom vervangen. Een notitie over de actualisering van het ecologisch onderzoek is toegevoegd (bijlage 13).
2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling
De juridische regeling moet op de volgende punten worden aangepast.
Algemene wijzigingen •
•
•
Met de vaststelling van het Omgevingsplan Utrecht op 14 november 2024 zijn algemene regels daarin opgenomen. Om deze reden zijn hoofdstuk 3 tot en met 6 verwijderd uit de regels. Uitzondering hierop is artikel 23 ‘Geluidszone Industrie’ uit het ontwerpbestemmingsplan. In het omgevingsplan is hiervoor geen regeling opgenomen. In het definitieve bestemmingsplan is ‘Geluidszone Industrie opgenomen in artikel 13. In het ontwerpbestemmingsplan zijn verschillende maatvoeringstermen gebruikt: vloeroppervlakte, bedrijfsvloeroppervlakte, bruto vloeroppervlakte. Voor vloeroppervlakte was geen begripsbepaling of wijze van meten opgenomen, voor de twee andere was de wijze van meten daarvan verspreid over de begripsbepalingen (art. 1) en de wijze van meten (art. 2). In alle gevallen wordt dit aangepast naar bedrijfsvloeroppervlakte zodat de te realiseren inpandige parkeervoorzieningen niet ten koste gaan van de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, zoals bedoeld in artikel 4.2 (Bedrijventerrein). Per abuis is in artikel 29 het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan genoemd als peildatum voor het overgangsrecht, dit moet conform Besluit ruimtelijke ordening inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn. Artikel 29 is hierop aangepast.
Artikel 1 begrippen •
In artikel 1 Begrippen is de begripsbepaling voor ‘broedplaats’ verduidelijkt en luidt nu als volgt: Een bedrijf waarbinnen units als werkruimte, atelier, laboratorium en ontmoetingsplek, worden verhuurd. In de broedplaats is ruimte voor kennisontwikkeling, nieuwe samenwerkingsvormen, ideeënuitwisseling, kruisbestuivingen en ontwikkeling van nieuwe concepten. Broedplaatsen bevorderen de onderlinge wisselwerking tussen diverse en verschillende lokale bedrijven onder andere door het delen van voorzieningen. Broedplaatsen bieden een basis voor (startend) ondernemerschap voor ondernemers met een focus op circulariteit en duurzaamheid. Dit betekent een variëteit aan functies ten behoeve van start ups-scale ups, creatieve ondernemers, kunstenaars, innovatieve starters. Door het delen van voorzieningen en bieden van ontmoetingsruimtes wordt de community vorming gestimuleerd waarbij innovatie, experiment, kennisuitwisseling, en dit alles gerelateerd aan circulariteit, voorop staat.
6
Datum Rapport
•
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
In artikel 1 begrippen zijn de volgende definities toegevoegd voor de begrippen ‘vestiging’ en ‘unit’.
‘Vestiging’ = Ruimte(n) in gebruik bij één bedrijf.
‘Unit’ = Een verhuurbare ruimte binnen een broedplaats.
Aanpassing artikel 4 Bedrijventerrein •
De formulering van lid 4.1 ‘doel van de functie’ is aangepast om meer duidelijkheid te geven over de toegestane activiteiten. Het doel van de functie luidt nu als volgt: ‘”Locaties met de
•
functie 'Bedrijventerrein' zijn bedoeld voor de ontwikkeling van een circulair, groen, duurzaam en multifunctioneel bedrijventerrein voor het midden en kleinbedrijf. Het doel krijgt gestalte via de voorwaarden in de leden 4.2 tot en met 4.6.’” De opbouw van lid 4.2 is aangepast; alle (hoofd)activiteiten zijn opgenomen in de tabel. De tabel met toegestane activiteiten is daarnaast aangepast: o Bij de activiteit ‘bedrijven tot en met categorie 3.1’ is toegevoegd dat ondergeschikte detailhandel is toegestaan tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 150 m2.
o
In het ontwerpbestemmingsplan was per abuis opgenomen dat creatieve bedrijven zijn toegestaan, zonder dat hier een max. aantal m2 aan gekoppeld was. Voor
broedplaatsen was een maximum van 7.000 m2 toegestaan. In de definitieve regeling
zijn creatieve bedrijven alleen toegestaan binnen een broedplaats. De units binnen een
broedplaats zijn maximaal 500 m2. Aan de totale broedplaats is geen maximum aantal m2 verbonden. De units van een broedplaats mogen alleen op de tweede bouwlaag of hoger gevestigd worden. o
De regeling voor kantoorruimte is verwijderd omdat hiervoor een algemene regeling is opgenomen in het omgevingsplan.
o
De regeling voor vergaderfaciliteiten is verwijderd, omdat deze onderdeel zijn van een
bedrijf. Voor de duidelijkheid zijn zelfstandige vergaderfaciliteiten uitgesloten onder 4. o
De vestigingsmogelijkheid voor horeca in de vorm van een proeflokaal is verwijderd. Sec het toestaan van een proeflokaal sluit niet aan bij de Utrechtse systematiek van
horecacategorieën. Binnen het plangebied zijn maximaal twee horecavestigingen van 250 m2 in de categorieën D1, D2 en D3 mogelijk. o
De regeling voor duurzame stadsdistributie is aangepast. Het totale
bedrijfsvloeroppervlakte voor duurzame stadsdistributie blijft 6.000 m2. In het
ontwerpbestemmingsplan bedroeg de maximale oppervlakte per bevestiging 2.000 m2. Dat is in het definitieve bestemmingsplan losgelaten zodat het ook mogelijk is om één o
grotere vestiging van 6.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte te realiseren. De nieuwe tabel luidt als volgt:
activiteit
nadere voorwaarden
bedrijven, tot en met categorie 3.1, zoals
- maximale bedrijfsvloeroppervlakte per vestiging:
bedrijfsactiviteiten
- ondergeschikte detailhandel per vestiging:
broedplaatsen
- units voor broedplaatsen zijn alleen toegestaan
vermeld in de bij deze regels behorende Lijst van 5.000 m2
maximale verkoopvloeroppervlakte 150 m²
op de tweede bouwlaag en hoger - maximale bedrijfsvloeroppervlakte per unit: 500 m2
horeca, uitsluitend in de categorieën D1, D2 of
- maximaal 2 afzonderlijke vestigingen
behorende Lijst van horeca-activiteiten
250 m2
D3, zoals vermeld in de bij deze regels inpandige sportvoorzieningen
- maximale bedrijfsvloeroppervlakte per vestiging: - alleen op de tweede bouwlaag en hoger
- maximaal 3 vestigingen met een maximale
7/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
bedrijfsvloeroppervlakte per vestiging van 500 m2 - ter plaatse van de functieaanduiding 'sport' een vestiging van maximaal 2.000 m² duurzame stadsdistributie
- alleen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 2'
- maximaal 6.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte die verdeeld wordt over maximaal 3 vestigingen.
•
De maximale bedrijfsvloeroppervlakte is aangepast van 200.000 m2 naar 190.000 m2. Dit is afgestemd op de oppervlakte waar de verkeersrapportage op is gebaseerd.
•
De vergunningplicht voor het bouwen is geregeld in artikel 4.5 van het Omgevingsplan. In de
functies in dit omgevingsplan is verwezen naar de vergunningplicht in het omgevingsplan en is bepaald dat de beoordelingsregels in de functies van het bestemmingsplan Circulair
bedrijvenpark Strijkviertel gelden als aanvullende voorwaarden. In geval van strijdigheid gaan
de regels in de beoordelingsregels in het bestemmingsplan voor op de algemene regels uit het omgevingsplan. •
De vergunningplicht voor nieuwe activiteiten (in het ontwerpbestemmingsplan lid 3.3) is verwijderd, omdat activiteiten die passen binnen de functie rechtstreeks, dus zonder omgevingsvergunning voor gebruik toegestaan zijn.
•
De bouwregels zijn vereenvoudigd en de volgende voorwaarden zijn verwijderd: o
´Gebouwen zijn goed geïsoleerd, circulair, duurzaam en niet voorzien van aansluiting op een aardgas- of stadswarmteleiding.’ Deze voorwaarden worden al geregeld via het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het is niet toegestaan om als gemeente eisen te stellen die verder gaan dan de landelijke eisen.
o
‘Gebouwen worden bij voorkeur in meerdere bouwlagen gebouwd.’ De term ‘bij voorkeur’ is onvoldoende specifiek voor vergunningverlening.
•
In lijn met het beeldkwaliteitsplan is in lid 4.4.1 van het definitieve bestemmingsplan de
volgende beoordelingsregel toegevoegd: “Gebouwen worden gebouwd tot op de naar de functie
'Verkeer' gerichte bouwgrens.” Dit betekent dat gebouwen tot aan de grens van het bouwvlak moet worden gebouwd. Dit geldt voor de zijde die gericht is naar de C.H. Letschertweg. •
De afwijkende bouwregels in lid 4.5.1 onder 8 en 9 van het ontwerpbestemmingsplan zijn tekstueel verduidelijkt.
•
De afwijkende bouwregel in lid 4.5.1 onder 7 van het ontwerpbestemmingsplan is vervallen,
omdat deze een hogere bouwhoogte dan de minimum voorgeschreven bouwhoogte toestaat. Echter de term ‘minimaal’ maakt al duidelijk dat een hogere bouwhoogte ook is toegestaan. Hiermee is de regel overbodig. •
De leden 4.6 Nadere eisen en 4.9 Wijzigingsbevoegdheid van het ontwerpbestemmingsplan
zijn verwijderd, omdat deze instrumenten onder de Omgevingswet niet meer kunnen worden toegepast. •
In lid 4.7 is het volgende lid aangepast: o
Opslag en verpakking van consumentenvuurwerk is niet toegestaan het opslaan van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk. Opslag en verpakking van
consumentenvuurwerk vanaf 10.000 kg is een vergunningplichtige activiteit en daarmee op basis van ruimtelijk relevante redenen uit te sluiten.
•
In lid 4.7 ‘Activiteiten die niet mogen’ van het ontwerpbestemmingsplan zijn de volgende leden geschrapt:
8
Datum Rapport
-
-
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
Coffeeshops zijn niet toegestaan. In het omgevingsplan worden coffeeshops nooit expliciet toegestaan, omdat er in de basis sprake is van een illegale activiteit. Daarmee is het ook niet nodig om coffeeshops in de regels uit te sluiten.
De begrippen Bevi-inrichtingen en wgh-inrichtingen worden niet meer toegepast onder de
Omgevingswet. Met de maximaal toegestane categorie 3.1 kunnen deze bedrijven zich niet vestigen op Strijkviertel. Het is daarom niet nodig om deze type bedrijven expliciet uit te
•
•
sluiten. In lid 4.8.1 van het ontwerpbestemmingsplan (nu artikel 4.6.1) is de voorwaardelijke verplichting aangepast naar 1 dierverblijf per 100 m2 (in plaats van 1 dierverblijf per 200 m2). Met deze aanpassing wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid. In lid 4.8.3 is de voorwaardelijke verplichting over beeldkwaliteit verwijderd. In plaats daarvan is in de functie bedrijventerrein (lid 4.4.3 van het definitieve bestemmingsplan) een beoordelingsregel opgenomen over beeldkwaliteit.
Aanpassing overige functies •
In de functie Groen zijn het doel en de activiteiten Groen afgestemd op De Utrechtse Leest. Deze luidt nu als volgt: Doel Locaties met de functie 'Groen' zijn bedoeld voor groen met de daarbij behorende voorzieningen, vergroting van de leefbaarheid en een gezond leefklimaat, water en speel- en verblijfsplekken. Locaties met de functie 'Groen' zijn ook bedoeld voor groen dat een gezond leefklimaat voor flora en fauna vergroot, de biodiversiteit stimuleert en voedsel en schuilgelegenheid biedt aan dieren. Activiteiten die bij de functie passen Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals het aanleggen, gebruiken en in stand houden van groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, bruggen, duikers en faunapassages, veldjes voor het uitlaten van honden, watergangen, waterpartijen, ontmoetingsplaatsen al dan niet met zitbanken of speeltoestellen, kunstobjecten en onderhoudspaden en -stroken ten behoeve van de aangrenzende functies Water, Sport, Verkeer, Verkeer - Verblijfsgebied en Bedrijventerrein.
•
•
•
Binnen de functie Groen is het verbod op houden van evenementen die niet voldoen aan de eisen van de APV (artikel 5 lid 4 onder 3 van het ontwerpbestemmingsplan) verwijderd. Het bestemmingsplan ziet toe op het realiseren van een bedrijventerrein en niet op het houden van evenementen. Evenementen zijn daarmee helemaal niet toegestaan in het bestemmingsplan. In de functies Groen en Verkeer-Verblijfsgebied zijn voorzieningen voor deelmobiliteit en parkeervoorzieningen voor mindervaliden uitgesloten van het verbod om te parkeren (lid 5.4 onder 1 en artikel 11.4 onder 1 van het definitieve bestemmingsplan. De vergunningplicht voor grondwerk bij de functies hoogspanning (ondergronds), hoogspanningsverbinding (bovengronds) en waterleiding is afgestemd op het omgevingsplan.
2.3.3 Ambtshalve wijzigingen van de onderbouwing
In deze paragraaf worden de ambtshalve wijzigingen in de toelichting van het bestemmingsplan beschreven. Doorgehaalde teksten zijn verwijderd. Onderstreepte teksten zijn toegevoegd.
Algemeen •
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Alle teksten die hier een relatie mee hebben, zijn aangepast.
Hoofdstuk 1 Inleiding •
Aanpassing paragraaf 1.1 onder het kopje doelstelling:
9/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
De hoofddoelstelling van het Chw bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark Strijkviertel is dit circulaire bedrijvenpark gelegen ten oosten van de Strijkviertelplas planologischjuridisch mogelijk te maken. Er komt een nieuwe wet, de Omgevingswet, die de Wet ruimtelijke ordening gaat vervangen. Als voorbereiding op de Omgevingswet brengt de gemeente eenheid in de algemene regels van bestemmingsplannen. Dat zijn regels die niet speciaal voor één functie (bestemming) gelden. Ze zijn meestal in de hoofdstukken 3 en 4 van bestemmingsplannen te vinden. In het voorliggende Chw-bestemmingsplan zijn de nieuwe algemene regels al opgenomen. Bovenstaande tekst is verwijderd, omdat de algemene regels nu te vinden zijn in het Omgevingsplan Utrecht en niet meer zijn opgenomen in het Chw bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark Strijkviertel. •
Onder 1.3 is het Omgevingsplan Utrecht, vastgesteld op 14 november 2024 toegevoegd.
Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders •
•
Vanwege de inwerkingtreding zijn de beleidskaders van de volgende paragrafen geactualiseerd: o Paragraaf 2.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving o Paragraaf 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking. o Paragraaf 5.18 Toegankelijkheid In paragraaf 2.1.3 is de tekst over stedelijke behoefte voor sport geactualiseerd. De nieuwe tekst is: De groei van de stad vraagt om extra capaciteit aan sportvoorzieningen. Daarom wordt er ingezet op uitbreiding van sporthallen, zwemwater, sporten in de openbare ruimte en sportvelden. De uitbreiding van de meeste sportvoorzieningen loopt in de pas met de groei van de stad. Uitbreiding van sportvelden blijft echter achter bij de groei van de stad. Als de sportvelden niet meegroeien leidt dit tot verdere wachtlijsten en een negatief effect op de sportdeelname van vooral de jeugd. Stedelijk is er in 2024 een tekort voorzien sportvoorzieningen (zie onderstaande tabel).
Op Strijkviertel wordt gekozen voor de uitbreiding van hockey en mogelijk rugby. Er zijn maar beperkt locaties waar deze sporten kunnen uitbreiden. De uitbreiding van sportpark Rijnvliet draagt bij aan het oplossen van het stedelijk tekort en de behoefte in de wijk. De uitbreiding vindt plaats grenzend aan de bestaande sportvelden en niet op het bedrijvenpark. •
In paragraaf 2.2.1 Provinciale omgevingsvisie is de tekst over de bestaande planvoorraad vervangen voor onderstaande tekst:
Als we uitgaan van minimaal ondertekening intentieovereenkomst is er nog circa 6 ha uitgeefbaar op Wetering Zuid. Dit terrein richt zich echter specifiek op 10
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
gezondheidsgelieerde bedrijven . Dit betekent dat we voor het overige MKB in utrecht geen ha meer uitgeefbaar hebben. Hooggelegen 1,8 (0 direct uitgeefbar) Wetering Zuid 9,95 (9,2 uitgeefbaar waarvan dus deel al intentieovereenkosmt) Haarrijn 2,6 (0 uitgeefbaar circa 2,6 ha komt 2027 weer op de markt) Oudenrijn 1 let op aansluiten op beantwoording zienswijze deze ha is uit de markt gehaald ivm onderzoek OV traject Daarnaast voorziet het voorliggende Chw bestemmingsplan circulaire Bedrijvenpark Strijkviertel in ruim 18 hectare nieuwe gemeentelijke uitgeefbare bedrijfskavels die naar verwachting vanaf 2026 worden uitgegeven.
Boven op inzet op de verdichting van bestaand terrein, op de bestaande planvoorraad en op de plannen in voorbereiding (circulair Bedrijvenpark Strijkviertel) is in het kader van de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) berekend dat er nog 74,3 ha nieuw bedrijventerrein gerealiseerd moet worden om volledig aan de behoefte te kunnen voldoen. Ook in de regio is er een vergelijkbaar tekort aan bedrijfsruimtes. •
Paragraaf 2.2.3 is als volgt aangepast: De aanwezige archeologische waarden in het plangebied zijn zorgvuldig onderzocht en gedocumenteerd. Op basis hiervan is de gewenste ontwikkeling van het plangebied mogelijk en wordt voldoende recht gedaan aan deze archeologischge waarden. Op het nieuwe circulaire bedrijvenpark zal een mix van maakbedrijven komen. Het organisaren van kleinere evenementen en festivals is mogelijk binnen het plangebied.
•
In paragraaf 2.3.2 Omgevingsvisie Utrecht zijn de volgende aanpassingen gedaan: o In paragraaf 2.3.2.2.2 is de visie en beleidsnota Utrecht Circulair opgenomen. o In paragraaf 2.3.2.2.3 is tekst over de Woonvisie Utrecht weggehaald. In het bestemmingsplan worden geen woningen mogelijk gemaakt. o In paragraaf 2.3.2.2.4 In het stedenbouwkundig plan voor het Bedrijvenpark Strijkviertel staat dat er wordt gestreefd naar een hoge beeldkwaliteit voor de nieuwe bebouwing in het gebied. De nadere invulling van deze beeldkwaliteit zal worden vastgelegd in een speciefiek beeldkwaliteitplan voor dit gebied. De nadere invulling van deze beeldkwaliteit is vastgelegd in een specifiek beeldkwaliteitsplan voor dit gebied. Dit beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad en vervangt de welstandsnota voor dit gebied. o o
Paragraaf 2.3.2.2.5 Erfgoed en cultuurhistorie is aangepast naar aanleiding van de vaststelling van het Omgevingsplan Utrecht. In paragraaf 2.3.2.2.6 Verkeer en Mobliteit is de volgende aanpassing in de tekst gedaan:
Plangebied
Bij de planvorming van circulair bedrijvenpark Strijkviertel zijn al vanaf de start aspecten als bereikbaarheid, verkeer en mobiliteit meegenomen. Er wordt ook specifiek voor deze ontwikkeling een mobiliteitsplan gemaakt passend bij de kenmerken en het gebruik van deze locatie en het gemeentelijk parkeerbeleid. Hiermee is het mogelijk de duurzame bereikbaarheid van deze locatie voor alle vormen van vervoer te waarborgen. Voor Strijkviertel wordt geen mobiliteitsplan gemaakt omdat het bestemmingsplan al voorziet in voldoende concrete maatregelen.
11/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
o
o
o
o
o
o
o o
In paragraaf 2.3.2.2.6 is de passage over het Actieplan goederenvervoer 20152020 verwijderd. In paragraaf 2.3.2 over Verkeer en mobiliteit is al de actuele versie voor de periode 2023-2026 opgenomen. Paragraaf 2.3.2.2.7 Gezond stedelijk leven is geactualiseerd naar aanleiding van de vaststelling van het nieuwe gezondheidsbeleid: “Samen gezondheidsverschillen verkleinen – nota gezondheidsbeleid Utrecht 2024-2027”. Het nieuwe beleid heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling van circulair Bedrijvenpark Strijkviertel. In plaats van de nota externe veiligheid (2007) geldt vanaf 2024 de Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht en in plaats van de geluidnota Utrecht 2014-2018 geldt vanaf 2024 de Beleidsnota Geluid en Trillingen. In beide gevallen heeft het nieuwe beleid geen gevolgen voor de ontwikkeling van circulair Bedrijvenpark Strijkviertel. In paragraaf 2.3.2.2.8 is het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer en Visie op duurzaam gebruik van de ondergrond (2016) toegevoegd. Het plangebied bevindt zich binnen de zogenaamde bufferzone van het Gebiedsplan gebiedsgericht Grondwaterbeheer. In deze bufferzone is er sprake van een dieptebeperking voor boorwerkzaamheden in de bufferzone om het grondwater uit het tweede watervoerend pakket te beschermen.
In paragraaf 2.3.2.2.8 is bij ‘visie Water en Riolering’ de volgende aanpassing gedaan: De visie 'Water en Riolering' bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie. De visie vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. In paragraaf 2.3.2.2.9 is de tekst over “Utrecht: energiek middelpunt van het land,
Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 – 2019.” verwijderd. Dit beleidsdocument is
verouderd. In paragraaf 2.3.2.2.10 is de beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032 toegevoegd. In paragraaf 2.3.2.2.10 is het nieuwe evenementenbeleid “Locatiebeleid evenementen – passende ruimte voor evenementen 2024-2030” toegevoegd. De tekst onder ‘plansituatie’ is als volgt gewijzigd: In het plangebied dat wordt ontwikkeld naar een circulair en duurzaam bedrijvenpark is ruimte voor kleinere evenementen die bijdragen aan de levendigheid van het gebied worden met het bestemmingsplan geen evenementen mogelijk gemaakt.
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving •
In paragraaf 4.1 Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel zijn de eerste en tweede alinea als volgt gewijzigd: In dit gebied komt ruim 18 hectare nieuwe bedrijfskavels die door de gemeente zullen worden uitgegeven specifiek voor maakbedrijven circulaire midden- en kleinbedrijven en startende bedrijven en alle bijbehorende voorzieningen. Prettig werken en verblijven in de nabijheid van de mooie Strijkviertelplas. Dat is wat we voor ogen hebben met de ontwikkeling van circulair Bedrijvenpark Strijkviertel. In Utrecht willen we de werkgelegenheid mee laten groeien met de groei van het aantal inwoners: werken en wonen in de stad. Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel wordt ten eerste een plek voor de stad om te werken, daarnaast is er ruimte voor recreëren, sporten, wandelen en fietsen.
•
In paragraaf 4.1 is de volgende aanpassing gedaan: De circulaire bedrijfskavels bieden vanaf 2025 2028 plek aan circulaire ondernemingen die Utrecht en de Utrechtse regio als basis hebben. In paragraaf 4.1 is de volgende aanpassing gedaan:
•
12
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
Met de groei van de stad zijn er ook meer sportvelden nodig. Onderdeel van het gebied is daarom uitbreiding van Sportpark Rijnvliet. met 2 sportvelden. Het gaat om een hockeyveld en hockey- of rugbyveld. De keuze voor het type veld hangt af er mogelijkheden zijn om op een andere plek het hockeyveld te realiseren. De sportvelden worden in overleg met de sportverenigingen aangelegd. De keuze voor het type veld of aantal velden is geen onderdeel van het bestemmingsplan en daarom hier niet specifiek benoemd. •
In paragraaf 4.1 is de vierde bullit aangepast: o de bijzondere invulling van het gebied door ontwikkeling door meerlaagse
gebouwen, meerdere maaivelden in kavelvelden met geschakelde en gestapelde
• • •
bedrijfsruimtes en stedelijke uitstraling De eerste zin van paragraaf 4.1.1 wordt als volgt aangepast: Het eerste kavelveld geven we in 2025 2028 uit. In paragraaf 4.1.1. is de definitie van broedplaatsen aangepast (zie ook aanpassing bij ambtshalve wijzigingen juridische regeling). De laatste alinea van paragraaf 4.1.1 is als volgt aangepast: Broedplaatsen bevorderen de onderlinge wisselwerking tussen diverse en verschillende lokale bedrijven. Een combinatie van broedplaatsen en creatieve bedrijven is goed denkbaar en mogelijk. De doelgroep bestaat in dit gebied uit bedrijven gericht op circulair of duurzaam ondernemen/ produceren / innoveren en ontwikkelen. Binnen circulair bedrijvenpark Strijkviertel is er op de verdiepingen maximaal 7.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte beschikbaar voor de functie van circulaire en duurzame broedplaatsen. De units binnen een broedplaats mogen een maximale oppervlakte hebben van 500 m2 bedrijfsvloeroppervlakte.
•
In paragraaf 4.1.1 is een tekstpassage toegevoegd met een onderbouwing waarom we de activiteiten genoemd in artikel 4.7 uitsluiten:
In de stad en regio Utrecht is het aanbod voor bedrijventerreinen beperkt. Dit blijkt uit de “Behoefteraming bedrijventerreinen provincie Utrecht”. De grootste vraag komt van het MKB en dit is ook juist de categorie bedrijven die vanwege de grote druk op de ruimte de uit de stad en regio dreigt te worden gedrukt. . De wens is daarom om op Strijkviertel zoveel mogelijk ruimte te bieden voor deze bedrijven. Daarnaast zijn dit over het algemeen bedrijven die goed te clusteren zijn en biedt clustering voordelen voor de bedrijven, omdat zij functies op de kavelvelden kunnen delen. Zelfstandige opslag (niet gelieerd aan productie op Strijkviertel) staan we niet toe, omdat dit niet bijdraagt aan efficiënt ruimtegebruik van het aanbod aan bedrijventerreinen in Utrecht. In Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel staan we op 1 kavelveld duurzame emissieloze stadsdistributie toe tot een maximum van 6.000 m2 bvo, verdeeld over drie vestigingen. Grotere distributiecentra en pak- en koelhuizen staan we niet toe op Bedrijvenpark Strijkviertel ook omdat deze niet passen in het kavelveldconcept waar meerdere bedrijven functies delen . Rondom Utrecht zijn meerdere locaties voor grootschalige distributiecentra (o.a. Lage Weide en het Klooster Nieuwegein). Deze locaties zijn beter ontsloten op het snelwegennet.
Het infra netwerk direct rondom Strijkviertel is niet toegespitst op veel zwaar vrachtverkeer en is al zwaar belast. Meer functies met een zeer groot aandeel vrachtverkeer is daarom niet wenselijk. Daarnaast is Strijkviertel met de focus op (circulair) MKB complementair ten opzichte van de andere bedrijventerreinen in de regio. We staan wel in beperkte mate duurzame stadsdistributie toe, omdat deze 'last-mile-stadsdistributie' bijdraagt aan het verminderen van vrachtverkeer in de stad door het bundelen van goederenstromen . Dit is belangrijk voor een betere verkeersveiligheid en luchtkwaliteit en minder geluidsoverlast. Daarnaast vragen distributriecentra grote kavels met veel
13/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
verkeersruimte en is verdozing een risico van distributiecentra. De visie voor Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel is juist om meerdere bedrijven (functies) te schakelen en stapelen, functies te delen en een community per kavelveld en voor het terrein als totaal te creeren. Distributiecentra en datacentra zijn hiervoor niet geschikt. •
In paragraaf 4.1.2 Stedenbouwkundig plan is een deel van de tekst geactualiseerd: Woonwijk Rijnvliet In de woonwijk Rijnvliet is ruimte voor circa 1.100 woningen, waarvan circa 75% is gerealiseerd. Het is een wijk met veel groen en water. Basisonderwijs, kinderopvang en buitenschoolse opvang zijn onderdeel van de woonwijk. De laatste woningen worden naar verwachting eind 2026 opgeleverd. In de woonwijk Rijnvliet komen circa 1.100 woningen. Het is een wijk met veel groen en water. Basisonderwijs, kinderopvang en buitenschoolse opvang zijn onderdeel van de woonwijk. De eerste woningen zijn opgeleverd; de verwachting is dat de gehele woonwijk in 2024 klaar is. Eén van de 3 ontsluitingswegen van Rijnvliet loopt het plangebied van circulair Bedrijvenpark Strijkviertel in, noordzuid parallel aan de Stadsbaan en komt uit op de C.H. Letschertweg. Deze aansluiting is onderdeel van het ontwerp van Strijkviertel. Bedrijventerrein Oudenrijn Aan de westkant van de Strijkviertelplas ligt bedrijventerrein Oudenrijn. Het is ongeveer 75 hectare groot. Bedrijven uit de sectoren handel, transport en industrie zijn hier gevestigd. Aan zuidzijde, langs de C.H. Letschertweg staan vrijstaande kantoren. In Oudenrijn mogen zich bedrijven vestigen tot en met milieucategorie 4. Er waren per 1 januari 2022 nog enkele kavels beschikbaar met een totale oppervlakte van circa 1 hectare.
Hoogspanningslijn
Door het plangebied loopt een hoogspanningsverbinding. Deze verbinding is in 2021 ondergronds gebracht, vanaf Rijnvliet tot aan de huidige mast in de zuidwesthoek van het plangebied. Vanaf deze mast gaat het tracé verder zuidwaarts over de A12 naar Rijnenbrug. De ondergrondse verbinding zorgt voor een aantal beperkingen. Zo mag boven het tracé niet worden gebouwd. Tennet werkt aan het verder ondergronds brengen van de hoogspanningsverbinding en de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation in de polder Rijnenburg. Hiervoor werkt de gemeente Utrecht samen met Tennet aan een wijziging van het omgevingsplan. De huidige situatie zoals die nu aanwezig is, is verwerkt in dit bestemmingsplan. Tennet werkt aan is in 2023 gestart met een verkennend onderzoek naar het verder ondergronds brengen van de hoogspanningsverbinding, mogelijk heeft dit in de toekomst ook gevolgen voor het plangebied en de daarin gelegen bovengrondse en ondergrondse hoogspanningskabels en het opstijgpunt. De huidige situatie zoals die nu aanwezig is, is verwerkt in dit bestemmingsplan. •
Paragraaf 4.1.3 Beeldkwaliteit is aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet: Voor circulair Bedrijvenpark Strijkviertel is een beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld. Het BKP legt de gewenste kwaliteit vast als toetsingskader voor het beoordelen van bouwplannen. en vult de Welstandsnota ‘De Schoonheid van Utrecht’ aan. Het BKP beschrijft de stedenbouwkundige principes en de ambities voor de beeldkwaliteit. Deze ambities zijn per schaalniveau nader uitgewerkt. Het betreft het hele terrein en de kavelvelden, de gebouwen en materialisatie, en de terreininrichting en overige aspecten, waaronder parkeren, laden en lossen. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd aan het bestemmingsplan en geldt als beleidsregel conform artikel 4.19 Omgevingswet.
14
Datum Rapport
•
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
In paragraaf 4.1.2 is de tekst onder het kopje Autoverkeer geactualiseerd op basis van de laatste versie van het Verkeersrapport. Deze nieuwe versie van het verkeersrapport heeft ook de oude versie van het verkeersrapport vervangen in de bijlagen bij de toelichting. De nieuwe tekst is als volgt: Verkeersafwikkeling Voor het bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark zijn de effecten op de verkeersafwikkeling op de omliggende wegen onderzocht (bijlage 3 Rapportage verkeer) door een berekening met het VRU (verkeersmodel regio Utrecht) te doen. Eerst is een berekening met het model VRU 3.4 gedaan. Deze berekening is begin 2025 geactualiseerd met het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5. Uit de analyse van de doorstroming op kruispunten binnen het invloedsgebied van de ontwikkeling van Strijkviertel blijkt dat er op een aantal plekken al in de autonome situatie problemen kunnen ontstaan. Die worden niet veroorzaakt door de nieuwe ontwikkelingen. Op basis van uitkomsten van dit verkeersonderzoek constateren we dat de groei van het autoverkeer als gevolg van de ontwikkeling van Strijkviertel bij de meeste kruispunten niet tot extra doorstromingsknelpunten leidt. De enige uitzondering is op de kruising Marinus van Tyrusviaduct - Stadsbaan. De verkeersberekeningen zijn op basis van worst case uitgangspunten uitgevoerd.
Hierbij is weinig of geen rekening gehouden met positieve effecten van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid dat gericht is op het stimuleren van de alternatieven voor (eigen) autogebruik. Daarnaast is het uitgangspunt dat de gemeente het toevoegen van autorijstroken niet als geschikte oplossing ziet omdat dit juist autoverkeer aantrekt. Daarom wordt op voorhand niet gekozen voor aanpassing van kruispunten maar zal monitoring plaatsvinden en zullen er pas maatregelen worden genomen wanneer dit echt noodzakelijk blijkt. In het onderzoek zijn maatregelen geïnventariseerd die indien nodig direct voor een betere doorstroming op de kruispunten kunnen zorgen. Besluitvorming over deze maatregelen moet volgen uit de monitoring en is niet gekoppeld aan de uitvoering van het bestemmingsplan Strijkviertel. Voor de kruispunten rondom Strijkviertel zijn de volgende maatregelen denkbaar: Aansluiting Strijkviertel (weg)-Letschertweg (K256) Afhankelijk van de resultaten van monitoring kan worden overwogen een tweede rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer aan te leggen op de Letschertweg (richting De Meern). Afslag De Meern en kruispunten op de Letschertweg. (K253, K254) Afhankelijk van de resultaten van monitoring kan worden overwogen het kruispunt Veldhuizerweg-Letschertweg te reconstrueren door de linksaffer van de Letschertweg naar de A12 te verdubbelen.
Hiervoor is dan ook een extra rijstrook op de oprit van de A12 nodig. Voor de verbinding Letschertweg-De Meerndijk zijn maar beperkt mogelijkheden aanwezig om de capaciteit voor het autoverkeer uit te breiden. Eventueel kan gedacht worden aan het inwisselen van de busbaan voor een extra rijbaan rechtdoor vanuit De Meern. De verwachting is echter dat verdergaande maatregelen noodzakelijk zijn als de automobiliteit zich ontwikkelt zoals berekend aan de hand van het VRU-model. Dit is al het geval in de autonome situatie en niet afhankelijk van de ontwikkeling van Strijkviertel. In de RSU 2040 is het voornemen opgenomen om in de polder Rijnenburg een nieuwe woonwijk te ontwikkelen. Hierover heeft nog geen formele juridisch-planologische besluitvorming plaatsgevonden. De keuze voor welke aanpassingen aan het kruispunt gedaan moeten worden is (naast de monitoring) mede afhankelijk van de concrete plannen voor Rijnenburg.
15/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Kruising Marinus van Tyruslaan-Stadsbaan (K255) De verkeersregelinstallaties (VRI) beïnvloeden de verkeersstromen rond dit kruispunt en bij kruispunten in de omgeving. Door het aanpassen van de toeritdosering bij dit kruispunt en/of kruispunten in de omgeving kan de lengte van wachtrijen worden bijgestuurd en het verkeer beter over de verschillende richtingen worden verdeeld. In de huidige situatie is er op deze kruising de mogelijkheid voor fietsers en voetgangers om over te steken. De kruising wordt geregeld met een VRI. Uit de kruispuntberekening blijkt dat wanneer er op deze kruising geen overstekende fietsers en voetgangers meer zijn de wachtrij aanzienlijk afneemt. Een manier om dit te realiseren is om de fiets/voetgangersverbinding bij deze kruising ongelijkvloers uit te voeren over de Stadsbaan heen. Een minder ingrijpende maatregel kan worden toegepast wanneer het aantal voetgangers tegen de verwachting in toch toeneemt. Bij een (relatieve) toename van het aantal voetgangers kan ervoor worden gekozen om deze (in de spits) zeer beperkt ruimte te blijven geven in de verkeerslichtencyclus. De berekeningen wijzen uit dat dit al een aanzienlijke verbetering oplevert ten opzichte van de worstcase berekening.
Ook kan de druk op dit kruispunt worden verminderd door op piektijden bij kruispunten in Strijkviertel en/of Rijnvliet toeritdosering toe te passen, zodat het verkeersaanbod op de kruising Marinus van Tyruslaan/Stadsbaan in de tijd wordt gespreid met een verbeterde doorstroming als gevolg. Conclusie Het verkeersonderzoek toont aan dat de kruispunten in de omgeving van het plangebied zwaar belast zijn als alle plannen volledig gerealiseerd zijn en de verkeersprognoses uitkomen. Er zijn in het verkeersonderzoek echter diverse worstcaseuitgangspunten gehanteerd en er is weinig of geen rekening gehouden met positieve effecten van het gemeentelijk mobiliteitsbleied dat gericht is op het stimuleren van de alternatieven voor (eigen) autogebruik. Daarnaast is het uitgangspunt dat de gemeente het toevoegen van autorijstroken niet als geschikte oplossing ziet omdat dit juist autoverkeer aantrekt. Daarom wordt op voorhand niet gekozen voor aanpassing van kruispunten, maar zal monitoring plaatsvinden en worden er pas maatregelen genomen wanneer dit echt noodzakelijk blijkt. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. •
Paragraaf 4.2.3 Parkeren is geactualiseerd: o Deze parkeernormen zijn de basis voor het parkeerbeleid voor het gehele gebied. De verwachting is dat, zeker in stedelijk gebied, het autogebruik gaat veranderen en verminderen. Het gemeentelijk beleid zet in op het verminderen van het autogebruik. Hierop spelen we in door in het kavelpaspoort voor elk kavelveld een parkeerbalans uit te werken.. Het invoeren van betaald parkeren in de stad heeft geen direct effect op Strijkviertel, omdat er geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden aangelegd. Wel is het nodig om de invoering van betaald parkeren in de omgeving van Strijkviertel gelijk te laten lopen met de ontwikkeling van het bedrijventerrein, zodat geen uitwijk plaatsvindt vanuit het bedrijventerrein naar bijvoorbeeld de woonwijk Rijnvliet. o Onder ‘Uitbreiding Sportpark’ is de tekst geactualiseerd: Het autoparkeren voor de uitbreiding van het sportpark organiseren we, in de definitieve situatie, op of rond de bestaande parkeerstrook van sportpark Rijnvliet. Indien nodig onderzoeken we of het autoparkeren op een van de kavelvelden van het bedrijventerrein gerealiseerd kan worden. Bij invulling een kavelveld maken we dan dubbelgebruik mogelijk, overdag voor werknemers en bezoekers van de bedrijven en in de avond en in het weekend vooral voor de bezoekers van het sportpark. 16
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
Het sportpark (bestaand en uitbreiding) ligt in een gebied waarvoor de C1-norm geldt. Hier dient per hectare te worden voorzien in 13 autoparkeerplaatsen. Voor het totale sportpark komt dit neer op een parkeerbehoefte van 83 autoparkeerplaatsen, waarvan 24 voor de 3 nieuwe sportvelden (2 hockey en 1 rugby). Er zijn op dit moment ten noorden van het sportpark al 190 parkeerplaatsen aanwezig. Dat is dus ruim boven de parkeerbehoefte op basis van de norm. In november 2023 is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Hierbij zijn geparkeerde fietsen en auto's geteld in twee weekenden (8 telmomenten) en twee doordeweekse avonden (telkens dinsdagen). Op dinsdagavond is er sprake van een vrij lage bezetting (100 en 64 pp). De parkeerdrukmetingen laten verder zien dat het in het weekend op 2 van de 8 telmomenten druk was, maar dat ook dan nog voldoende parkeerplaatsen beschikbaar waren (bezetting rond 85%). Op de andere meetmomenten in het weekend lag dat tussen 27 en 72%. Hieruit wordt geconcludeerd dat reeds in de huidige situatie met een overschot van 26 tot 104 parkeerplaatsen voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Daarbij wordt nog opgemerkt dat het gebruik van fiets en OV volgens het mobiliteitsbeleid wordt gestimuleerd en er de komende jaren betaald parkeren zal worden ingevoerd in dit gebied.
Het aantal fietsstallingen komt voor de 3 nieuwe sportvelden (met een norm van 50 per hectare) uit op 92. De benodigde extra fietsstallingen worden op het sportpark zelf toegevoegd, verdeeld over locaties nabij de clubhuizen van hockey en rugby. o
De tekst onder ‘Herontwikkeling manage’ is geactualiseerd: Voor de paardrijvereniging is het belangrijk dat het parkeren voor onder andere paardentrailers en paardenvrachtwagens op een afgesloten deel van het terrein van de manege plaatsvindt, dit is een eis vanuit de hippische branche. Tot nu vond vindt het parkeren plaats op het (tijdelijke) parkeerterrein in eigendom van de gemeente, waarvoor een bruikleenovereenkomst is gesloten tussen de Voornruiters en de gemeente. Bij het sluiten bruikleenovereenkomst was al bekend dat dit een tijdelijke voorziening was totdat bedrijventerrein Strijkviertel werd ontwikkeld. Binnen het eigen terrein van de rijvereniging en mogelijk aan de westzijde zien we ruimte om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform een maatwerkberekening die is gemaakt door de gemeente Utrecht. Hiermee voldoet de vereniging aan de eisen die gelden vanuit de hippische branche. Het bezoekersparkeren (auto en fiets) voor de manege dient ook op eigen terrein plaats te vinden, dus binnen het afgesloten terrein. Voor deze ontwikkeling voorzien we in Deze betreft 101 parkeerplaatsen (11 voor grote vrachtwagens, 66 voor kleine vrachtwagens en auto's met trailers en 24 voor bezoekers) en 24 fietsstallingen op eigen terrein.
o
Onder ‘Invoeren betaald parkeren in de omgeving van Strijkviertel is de tekst geactualiseerd: Er bestaat een risico dat auto's uitwijken naar de omgeving van het bedrijventerrein, bijvoorbeeld naar het sportpark of de woonwijk Rijnvliet. Dit zou kunnen gebeuren als parkeervoorzieningenterreinen vol komen te staan. Wij zorgen ervoor dat de invoering van betaald parkeren in dit gebied gelijk oploopt met de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Het gebied staat op de planning voor invoering betaald parkeren in de periode 2026–2029.
17/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
In het gebied Rijnvliet, waar Strijkviertel, het sportpark en de woonwijk Rijnvliet
onderdeel van zijn zal volgens planning betaald parkeren worden ingevoerd in de
periode 2030– 2034. Het bedrijvenpark zal gefaseerd ontwikkeld worden, waardoor de eerste paar jaar de totale parkeerdruk laag zal zijn. Wij verwachten geen uitwijk naar deze wijk vanuit het bedrijventerrein, aangezien we voorzien in de
parkeerbehoefte op het bedrijventerrein en er op eigen terrein kan worden
geparkeerd. De afstand tot de woonwijk is bovendien vrij groot en er ligt nog een
parkeerterrein tussen van het sportpark. Eventuele uitwijk naar het parkeerterrein
voor sportpark Rijnvliet zal daar geen problemen opleveren, aangezien dat meestal overdag en door de week zal plaatsvinden, wanneer er nauwelijks parkeerders zijn voor de sportvoorzieningen. Mocht in de toekomst toch uitwijk plaatsvinden naar
de woonwijk, zal het betaald parkeren bij het sportpark en in de woonwijk alsnog eerder worden ingevoerd. •
Paragraaf 4.4 is de paragraaf Circulair Bouwen geactualiseerd: Utrecht wil in 2050 een circulaire stad zijn. Het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-
2023 en de visie Utrecht Circulair 2050 maken maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie. De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is in voorbereiding en wordt naar verwachting eind
2024 / begin 2025 ter besluitvorming voorgelegd. en is een eerste stap op weg naar 2050.
Het actieprogramma richt zich voor een belangrijk deel op de gebouwde omgeving, waarbij
de bouwopgave van groot belang is voor de circulaire ambitie: bestaande gebouwen worden circulair getransformeerd en nieuwe gebouwen zijn circulair te bouwen.
Een MPG van 0 voor alle soorten gebouwen, en een MKI van 0 bij de aanleg van openbare ruimte is het uiteindelijke doel bij circulaire nieuwbouw (2050). Om dit doel te bereiken
willen we tot en met 2023 vooral experimenteren, innoveren en leren hoe tot gemiddeld
een lagere MPG te komen. Belangrijk is dat er voor wordt gezorgd dat de bouwmaterialen van nu de grondstoffen van de toekomst zijn. Voorwaarde daarvoor is dat de oorsprong,
kwaliteit en eigenschappen ervan goed worden vastgelegd in een 'materialenpaspoort'. Bij
de gronduitgifte (in tenders) zal circulair bouwen (bijvoorbeeld blijkend uit een lage MPGscore, Paris proof CO2-effect, een hoog massapercentage biobased/hergebruikt
bouwmateriaal en/of een hoge losmaakbaarheidsindex) worden meegenomen als een
belangrijk selectiecriterium. Bij de aanbesteding van de aanleg van de openbare ruimte zal circulaire aanleg (bijvoorbeeld blijkend uit een lage MKI of een hoog massapercentage
biobased/hergebruikt bouwmateriaal) worden meegenomen in het kader van ons beleid voor het maatschappelijk verantwoord opdracht geven en inkopen (MVOI).
De circulaire economie gaat niet alleen om het nuttig gebruik van grondstoffen,
componenten en producten die hun levenseinde hebben bereikt. Een belangrijk onderdeel
is ook de manier waarop deze producten worden ontworpen, vervaardigd en toegepast met het oog op makkelijk (her)gebruik aan het einde van hun leven. Dit gebeurt met aandacht voor zowel het grondstoffengebruik als de benodigde energie en de milieu impact.
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden •
Paragraaf 5.2 ‘Milieueffectrapportage’ is geactualiseerd. Naar aanleiding van zienswijzen en
ambtshalve wijzigingen zijn verschillende milieuonderzoeken geactualiseerd. Ook heeft een uitspraak van de Raad van State ertoe geleid dat er een passende beoordeling nodig was
voor het thema stikstofdepositie. Een passende beoordeling leidt op basis van artikel 7.2a lid 1 van de Wet Milieubeheer en artikel 3 lid 1 onder a Besluit m.e.r tot een planmer-
beoordelingsplicht. Hiertoe is een oplegnotitie voor de mer-beoordeling opgesteld en door
18
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
het college van B&W op 3 juni een nieuw mer-beoordelingsbesluit genomen. De nieuwe mer-beoordeling en het mer-beoordelingsbesluit zijn toegevoegd als bijlage aan het bestemmingsplan. In paragraaf 5.2 is de volgende tekst toegevoegd:
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht heeft op 5 december 2023 besloten om voor dit bestemmingsplan geen mer-procedure te doorlopen. Naar aanleiding van de zienswijzen op het ontwerpplan is een aantal onderzoeken geactualiseerd. Aangezien deze onderzoeken belangrijk zijn voor de motivering van het mer-beoordelingsbesluit is een oplegnotitie gemaakt waarin de uitkomsten zijn toegelicht en meegewogen in de mer-beoordeling.
Plan-mer-beoordeling
Op 18 december 2024 heeft de Raad van State in haar uitspraken over Rendac en de Amercentrale geoordeeld dat intern salderen niet betrokken mag worden in de voortoets voor stikstofdepositie. Dit betekent dat significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en er een passende beoordeling gemaakt moet worden voor het bestemmingsplan. Een passende beoordeling betekent ook dat er in de basis een planmer-plicht geldt. Voor kleine gebieden kan volstaan worden met een plan-merbeoordeling. Dat is bij bestemmingsplan Strijkviertel het geval. Een plan-merbeoordelingsplicht betekent dat er getoetst moet worden aan de criteria van bijlage II van de smb-richtlijn. De inhoudelijke toetsingscriteria van de plan-mer-beoordeling en projectmer-beoordeling zijn nagenoeg gelijk. Wel is het verplicht om de plan-merbeoordeling voor vooroverleg toe te sturen naar de bestuursorganen en instanties die op grond van een wetttelijk adviseren over de besluiten waarvoor het plan een kader vormt. In dit geval zijn dit de provincie en het Waterschap. Ook moet de plan-mer-beoordeling voor vooroverleg gestuurd worden naar de Minister van IenW, de minister van Natuur en Stikstof en de minister van OCW. Dit is gebeurd in het voorjaar van 2025.
Mer-beoordelingsbesluit
Op 3 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders op basis van de geactualiseerde notitie een nieuw mer-beoordelingsbesluit genomen. •
In het najaar van 2024 is een nieuw verkeersmodel vastgesteld. Het akoestisch onderzoek en het onderzoek naar luchtkwaliteit zijn gebaseerd op gegevens uit het verkeersmodel. Om deze reden zijn het akoestisch onderzoek en het onderzoek naar luchtkwaliteit geactualiseerd. De conclusie van beide onderzoeken wijzigt niet in het aangepaste onderzoek. Er is nog steeds sprake van een goede ruimtelijke ordening. De teksten in paragraaf 5.8 en paragraaf 5.9 zijn geactualiseerd.
•
De tekst onder paragraaf 5.11 Natuurbescherming Beschermde gebieden is als volgt
aangepast:
De verkeerstoenames in en rond het gebied Strijkviertel leiden in de gebruiksfase tot een toename van depositie van 0,02 mol/ha/jr in 2025 en 2035. De verkennende berekening
voor de bouwfase op basis van algemene kentallen leidt tot een toename 0,01 mol N/ha/jr op Oostelijke Vechtplassen.
Als gevolg van de ontwikkeling van circulair Bedrijvenpark Strijkviertel wordt grasland aan het gebruik onttrokken. Na interne saldering met de uit gebruik genomen weilanden blijft er geen toename van de depositie over.
Voor de permanente gebruiksfase (opgeteld bij de bouwfase) wordt na toepassing van de interne saldering geen stikstofdepositie bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar berekend, waarmee significant negatieve effecten op de natuurwaarden van de omliggende Natura
19/39
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
2000-gebieden ten gevolge van het gebruik van de beoogde ontwikkeling op voorhand
uitgesloten zijn. Het aspect stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor het gebruik van de beoogde ontwikkeling.
De verkeerstoenames in en rond het gebied Strijkviertel leiden in de gebruiksfase tot een toename van depositie van 0,05 mol/ha/jr in 2025 en 2035. In de aanlegfase is er geen sprake van een planbijdrage.
Als gevolg van de ontwikkeling van circulair Bedrijvenpark Strijkviertel wordt grasland aan
het gebruik onttrokken. Na interne saldering met de uit gebruik genomen weilanden blijft er geen toename van de depositie over. De positieve effecten van het beëindigen van deze
activiteit (verminderde stikstofdepositie) worden als (mitigerende) maatregelen ingezet om
het stikstofeffect van Strijkviertel te salderen. Met deze interne saldering is verzekerd dat er geen stikstofdepositietoename ontstaat op de relevante hexagonen in enig Natura 2000-
gebieden. In twee gebieden is zelfs sprake leidt het interne saldo zelfs tot een afname aan stikstofdepositie. In de Oostelijke Vechtplassen treedt na interne saldering een afname op van max 0,03 mol/ha/jr en in het Naardermeer een afname van 0,01 mol/ha/jr.
Aangezien er sprake is van interne saldering voor stikstof is er een passende beoordeling
uitgevoerd (zie Bijlage 10 Passende beoordeling). Op basis van deze passende beoordeling kan de zekerheid worden verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura
2000-gebieden niet zal aantasten. In de toets van het additionaliteitsvereiste is beschreven dat er landelijke en provinciale plannen zijn met maatregelen die een reductie aan