CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte Utrecht - Spelen in je eigen buurt.pdf

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Speelruimte Utrecht 2021 - Spelen in je eigen buurt1.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Spelen in je eigen buurt Uitvoeringsstrategie

Visie Speelruimte Utrecht, oktober 2021

Utrecht.nl

2 - Spelen in je eigen buurt - Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte

Inhoudsopgave 1. Uitvoering Visie Speelruimte

3

2. Natuurlijke verandermomenten

5

1.1 1.2 1.3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5 2.6

Visie Speelruimte in de organisatie 3 Uitvoering speelruimtescans 3 Participatie tijdens de verschillende fasen van onderzoek en uitvoering 4 Natuurlijke verandermomenten Een minimum aan bespeelbare ruimte als inspanningsverplichting of uitgangspunt Budget voor advisering Budget voor beheer, onderhoud en vervanging Initiatievenfonds Budget bij herontwikkeling van buurten en nieuwbouw Alternatieve financieringsbronnen

5 5 6 6 7 7 7

3 - Spelen in je eigen buurt - Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte

1. Uitvoering Visie Speelruimte 1.1

Visie Speelruimte in de organisatie

In de uitvoering van de visie Speelruimte speelt het opgaveteam Spelen, Sporten en Bewegen een belangrijke rol. In dit opgaveteam zijn de onderdelen Ruimtelijke ontwikkeling, Maatschappelijke ontwikkeling en Volksgezondheid vertegenwoordigd. Het opgaveteam coördineert de uitvoering van de speelruimtescans en adviseert bij gebiedsontwikkelingen en verandermomenten. Er wordt ook nauw samengewerkt met wijkbureaus en met Stadsbedrijven.

1.2

Uitvoering speelruimtescans

De visie Speelruimte vormt het kader om in de komende jaren verder aan de slag te gaan met spelen en speelruimte in Utrecht. In de visie wordt de ambitie uit de Utrechtse koersdocumenten om voldoende ruimte voor spelen, sporten en bewegen voor de jongste doelgroepen te organiseren nader uitgewerkt. Dit is gedaan door aan te geven welke ruimte minimaal nodig is, ook in een verdichtende stad. Daarnaast zijn er leidende principes voor spelen in de openbare ruimte geïntroduceerd. Deze zijn vertaald in een ruimtelijke speelruimtenorm. Zo ligt er een goede basis om de komende jaren te werken aan een kwantitatief en kwalitatief goed speelvoorzieningenniveau in de Utrechtse speelbuurten. De vervolgstap is nu om de visie toe te passen in de Utrechtse praktijk. Daarbij wordt, zoals in de visie uiteengezet, gebruik gemaakt van speelruimte-scans. De komende jaren willen we jaarlijks twee wijken scannen. Zo wordt het beeld van de speelruimte in een wijk eens in de vijf jaar geactualiseerd. Met behulp van het in de Voorjaarsnota 2021 opgenomen budget kunnen we hier in 2021 en 2022 al voor de eerste wijken mee aan de slag.

Binnen de huidige financiële kaders zijn daadwerkelijke interventies vooral mogelijk bij zogenaamde natuurlijke verandermomenten (zie hoofdstuk 2). Ook bij deze veranderingen kan een speelruimtescan worden ingezet. Aan de hand van de scan kan worden bepaald hoe het dan beschikbare budget voor vernieuwing of ontwikkeling het best kan worden ingezet. Op de langere termijn hebben we de ambitie om de speelruimtenorm verder toe te passen op de gehele stad, zodat kan worden bepaald of en zo ja welke interventies er nodig zijn om de speelruimte in de buurten in overeenstemming te brengen met de norm. Op die manier wordt het ook mogelijk om regie te voeren op de speelruimtesituatie in de gehele gemeente. De huidige financiële situatie biedt ruimte om daar een begin mee te maken. In 2021 en 2022 kunnen we per jaar al twee wijken scannen. De resultaten uit deze scans gebruiken we om te leren van de werking van de methodiek en om de financiële onderbouwing voor de vervolg­ ambitie aan te scherpen. De benodigde middelen om eventuele interventies die voortkomen uit de speelruimtescan te financieren, maken vervolgens onderdeel uit van een integrale afweging.

4 - Spelen in je eigen buurt - Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte

1.3

Participatie tijdens de verschillende fasen van onderzoek en uitvoering

Bewoners worden in verschillende fasen van de uitvoering van de speel­ ruimtevisie op verschillende manieren betrokken. Bij het opstellen van de visie is geparticipeerd in twee wijken, waarbij bewoners­ vertegenwoordigers hebben meegedacht. Bij de uitwerking van de wijkspeelruimtescans worden ook ketenpartners (o.a. DOCK, JOU, Sport Utrecht) en bewonersvertegenwoordigers betrokken om hun wijkkennis mee te geven. Zij kunnen inzicht geven in de vraag en het (gebruik van) het actuele speelaanbod in de wijk. Op het moment dat een speelplek aan herziening toe is, of bij het inrichten van een nieuwe speelplek, worden direct omwonenden betrokken bij het inrichtingsvoorstel. We nodigen daarbij de gebruikers van de plek uit, de kinderen, ouders en andere buurtgenoten, waarmee we in gesprek willen komen.

5 - Spelen in je eigen buurt - Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte

2. Natuurlijke verandermomenten 2.1

Natuurlijke verandermomenten

Op korte termijn zetten we de speelruimtescan in wanneer zich verander­ momenten voordoen om af te wegen of een aanpassing nodig is en hoe urgent de aanpassing is in relatie tot de beschikbare speelruimte in een buurt. Onder verandermomenten verstaan we: Grootschalige gebiedsontwikkelingen: Bij nieuwbouw kan in de planvorming volgens de nieuwe norm speelruimte worden ingepast. Hierbij kan synergie gezocht worden met andere thema’s, zoals sport en groen; Herontwikkeling, verdichting en wijkrenovaties. Met behulp van de scan kan een inzet worden geformuleerd. Bewonersinitiatief. Bewoners kunnen door het initiatievenfonds aan te wenden een aanvulling vragen op de bestaande speelvoorzieningen in de buurt. Ook kunnen zij hiervoor fondsen aanschrijven; De scan kan worden gebruikt om te toetsen of een bewonersinitiatief past binnen de kaders van het speelruimtebeleid. Klachten. Bij onveilige situaties zal een technische keuring plaatsvinden. Bij overlast zal samen met de omgeving gezocht worden naar mogelijke aanpassingen; Ontwikkelend beheer. Na technische keuring kunnen toestellen afgeschreven worden en is vernieuwing noodzakelijk. Dit is het moment om de speelplek opnieuw te beoordelen, waarbij de omgeving betrokken wordt zodat de vernieuwing aansluit op de dan aanwezige speelbehoefte.

• • • • •

2.2

Een minimum aan bespeelbare ruimte als inspanningsverplichting of uitgangspunt

De ambitie is dat er binnen 200 meter van elke woning bespeelbare openbare ruimte is, waarbij de gemeente zich inspant om minimaal 3% van de omvang van een speelbuurt te reserveren als bespeelbare openbare ruimte in een buurt. Met de uit te voeren speelruimtescans wordt onderzocht in welke mate elke buurt kan voldoen aan deze ambitie. Mocht blijken dat een buurt niet voldoet, dan omschrijft paragraaf 5.2 van de speelvisie welk handelingsperspectief er is om dit op te lossen. Van ontwikkelaars vragen we ook om aan deze inspanning in bestaande buurten bij te dragen. Bij de bouw van nieuwe buurten, of blokken met nieuwe huizen in een bestaande buurt zal getoetst worden of er op basis van deze toevoeging nog steeds voldoende openbare speelruimte is. Als dit niet zo is, of als een bestaande speelplek verplaatst moet worden door de herontwikkeling, dan wordt binnen het project gekeken hoe dit kan worden opgelost. Als hier niet aan kan worden voldaan dan wordt dit gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt voor de raad. Voor grootschalige gebiedsontwikkelingen geldt de 3% als uitgangspunt. Er worden in de speelvisie kaders gegeven voor het reserveren van speelruimte en voor het inrichten van speelplekken. Ook wanneer bij nieuwe gebiedsontwikkelingen de norm niet gehaald kan worden moet dit gemotiveerd worden.

De raad krijgt dan inzicht in de keuzes die zijn gemaakt bij het afwegen van verschillende ambities binnen de gebiedsontwikkeling.

6 - Spelen in je eigen buurt - Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte

2.3

Budget voor advisering

Het toepassen van en adviseren over de nieuwe speelvisie en de bijbehorende speelruimtenorm in herontwikkelingsprojecten, gebiedsontwikkelingen, groot onderhoud, vervangingsinvesteringen of een bewonersinitiatief voor het creëren of aanpassen van speelplekken wordt gezamenlijk bekostigd vanuit de programma’s Ruimtelijke Ontwikkeling, Openbare Ruimte en Groen, Maatschappelijke Ontwikkeling en Volksgezondheid. Met de beschikbare dekkingsbronnen is het mogelijk de bestaande speelruimte in stand te houden en zeer beperkt spelen in het groen te verbeteren of toestellen toe te voegen aan bestaande speelplekken. De nieuwe speelnorm kan daarbij worden gebruikt om te beoordelen of een kwalitatieve of kwantitatieve verbetering nodig is. Voor de langere termijn hebben we de ambitie om daadwerkelijk regie te voeren op de speelruimte in de stad en interventies te kunnen doen wanneer buurten niet voldoen aan de norm uit de speelruimtevisie. Met de huidige beschikbare budgetten kunnen we de bestaande speelruimte in stand te houden en zeer beperkt speeltoestellen toevoegen of andere verbeteringen (zoals vergroening) doorvoeren aan bestaande speelplekken. Bij nieuwbouw of herontwikkeling van bestaande buurten zijn er, afhankelijk van de ontwikkeling, soms wel financiële middelen beschikbaar, om speelplekken toe te voegen of bestaande plekken te vernieuwen.

2.4

Budget voor beheer, onderhoud en vervanging

In de nota beheer openbare ruimte (januari 2021) is beschreven dat er bij de bestaande speel- (en sport) toestellen, met de bijbehorende (val) ondergronden, in de openbare ruimte geen sprake is van technisch achterstallig onderhoud. (De speeltoestellen en ondergronden worden jaarlijks vier keer gecontroleerd en voldoen aan de Warenwet Attractieen Speeltoestellen (WAS). Ze zijn veilig, heel en schoon). Het beheer, het onderhoud en de vervanging van de bestaande speel- en sporttoestellen, en de (val)ondergronden wordt gefinancierd en uitgevoerd door Stadsbedrijven. Jaarlijks ontvangt Stadsbedrijven voor de speel- en sporttoestellen en de (val)ondergronden een bedrag aan beheergeld bij de begroting (stelpost areaalmutaties) om deze te kunnen onderhouden. Bij het toevoegen van speel- of sporttoestellen en de bijbehorende ondergronden zal Stadsbedrijven adviseren op veiligheidsaspecten vanuit het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS). Bij de oplevering van een nieuwe speelplek wordt deze in beheer overgedragen aan Stadsbedrijven. Zij nemen de toestellen en ondergronden in het op­volgende jaar mee in de areaalmutatie. (Dit staat toegelicht in de nota Beheer openbare ruimte (2021). Dit geldt ook voor de gerealiseerde verhardingen, straatmeubilair en groen op en rond de speelplek.

De budgetten voor dagelijks beheer en vervanging van speelstellen wordt jaarlijks vastgesteld en kan variëren. Zo is er in 2021 voor het dagelijks onderhoud 420.000 euro beschikbaar. Voor vervanging van speeltoestellen is 690.000 euro beschikbaar.

7 - Spelen in je eigen buurt - Uitvoeringsstrategie Visie Speelruimte

2.5

Initiatievenfonds

Bewoners die het initiatief nemen om speelruimte aan te passen of nieuwe speelruimte toe te voegen kunnen daarvoor terecht bij het Initiatievenfonds. Op basis van de wijkscan en de verbeterkaart kan beoordeeld worden of het initiatief kansrijk is. Per initiatief is vanaf 2021 vanuit het Initiatievenfonds maximaal € 20.000,- beschikbaar. Dit is voor een nieuwe speelplek onvoldoende. Voor een aanvulling of wijziging op een bestaande speelplek kan het mogelijk net voldoende zijn. Vanuit dit budget moet behalve het toestel en de valondergrond ook de projectleiding, eventuele grondvoorbereiding en de kosten voor participatie bekostigd worden. Over de jaren 2017-2019 is gemiddeld 500.000 euro per jaar geïnvesteerd in speelruimte vanuit het initiatievenfonds. Binnen dit bedrag zaten initiatieven variërend van 10.000 – 50.000 euro. Hoeveel per jaar in speelruimte wordt geïnvesteerd vanaf 2021 zal de komende jaren blijken. (De bestedingsregels van het initiatievenfonds zijn per 1 januari 2021 verlaagd van 50.000 euro naar 20.000 euro per initiatief). Dit is afhankelijk van het aantal initiatieven dat wordt ingediend door bewoners. Voor initiatieven geldt dat er draagvlak moet zijn bij medebewoners en de praktijk leert dat met een budget van 20.000 euro slechts beperkt aanpassingen gedaan kunnen worden.

2.5

Budget bij herontwikkeling van buurten en nieuwbouw

2.6

Alternatieve financieringsbronnen

Bij de bouw van nieuwe buurten, of blokken met nieuwe huizen in een bestaande buurt zal getoetst moeten worden of er op basis van deze toevoeging nog steeds voldoende openbare speelruimte is. Als dit niet zo is, of als een bestaande speelplek verplaatst moet worden door de herontwikkeling, dan moet binnen het project gekeken worden hoe dit kan worden opgelost. Het verbeteren van speelruimte wordt soms ook vanuit het Meerjaren Groenprogramma (MGP) medegefinancierd. De bespeelbare ruimte wordt bijvoorbeeld vergroot in combinatie met het opknappen van groen. Voorbeeld hiervan is het Niftarlakeplantsoen waar, door het samenvoegen van middelen uit het Meerjaren Groenprogramma en Initiatievenfonds, tegemoet is gekomen aan de wensen van bewoners voor natuurlijk spelen. Binnen de verordening onderwijshuisvesting is ruimte gemaakt voor het vergroenen van schoolpleinen. Er wordt een stimuleringsregeling ingezet voor schoolbesturen om schoolpleinen te vergroenen en afspraken te maken over het openbaar toegankelijk maken van de schoolpleinen. En op heel beperkte schaal is er de mogelijkheid om vanuit het programma Bereikbaarheid een weg veiliger te maken voor in de buurt spelende kinderen.

Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=4fa6779d-c572-447e-a593-db3013383976