Uitvoeringsprogramma Zorgen voor elkaar
Tekst van het document
Zorgen voor elkaar Uitvoeringsprogramma Informele Zorg, Vrijwillige Inzet & Mantelzorg 2025 – 2027
Kenmerk 30260479 Datum: 6 mei 2025 Maatschappelijke Ontwikkeling: Samenleving, Jeugd
Inhoudsopgave A. Samenvatting ......................................................................................................................................3 Overzicht van de resultaten in een matrix................................................................................................4 Leeswijzer ................................................................................................................................................5
B. Inleiding ...............................................................................................................................................6 Wat is de sociale basis? ..........................................................................................................................7 Kaders ......................................................................................................................................................9 Belangrijkste keuzes ..............................................................................................................................10
C. Resultaten .........................................................................................................................................12 Pijler 1. Informele zorg ...........................................................................................................................13 Pijler 2. Behouden en realiseren van meer vrijwillige inzet ....................................................................15 Pijler 3. Ondersteunen Mantelzorgers ...................................................................................................17
D. Monitoring, sturen en verantwoorden ............................................................................................19 Risico’s ...................................................................................................................................................19 Financiën ...............................................................................................................................................22 Voortgang en verantwoording ................................................................................................................24
E.
Bijlagen..............................................................................................................................................25 Bijlage 1. Documenten ...........................................................................................................................25 Bijlage 2. Toelichting wenselijke en nog niet gedekte acties .................................................................26 Bijlage 3. Participatie .............................................................................................................................28
A. Samenvatting Informele zorg, vrijwillige inzet en mantelzorg zijn goud waard. In Utrecht zijn er zo'n 150.000 vrijwilligers en 120.000 mantelzorgers die zich vanuit een intrinsieke motivatie inzetten om iets voor een ander te doen. Utrecht wil een stad zijn waarin we omzien naar elkaar, de stad van Sint-Maarten; delen zit in ons DNA. De beschreven aanpak in dit uitvoeringsprogramma richt zich op de versterking van drie pijlers van de Gemeenschappelijke sociale basis1: de informele zorg, vrijwillige inzet en mantelzorg. Met dit uitvoeringsprogramma willen we initiatieven en welzijnsaanbod stimuleren en ondersteunen, zodat bewoners meer omzien naar elkaar. Het beoogde effect is een samenhangend, laagdrempelig aanbod van welzijnszorg, waarbij de professionele (zorg-) organisaties dienstbaar aan, en op gelijkwaardige wijze met, de informele zorg samenwerken.
1 Verwey Jonker: De sociale basis: kernboodschap en position paper
Met het uitvoeringsprogramma (UvP) ‘Zorgen voor elkaar’ kiezen we voor een aanpak voor 2025-2027, RESULTATEN Informele zorg 1. Divers en veelzijdig aanbod zonder overlap en gaten. Meer flexibiliteit om snel in te kunnen spelen op wat nodig is 2. Wegnemen van ervaren drempels door burgerinitiatieven en informele zorgorganisaties
3. Voorkomen of verlichten van beroep op (aanvullende) zorg 4. Minder ambtelijke inzet en beperkte administratieve lasten
5. De institutionele pedagogische/sociale basis en formele zorg werken ondersteunend en op een gelijkwaardige manier met hen samen 6. Alle initiatieven in de gemeenschappelijke sociale basis werken actief aan het versterken van de persoonlijke sociale basis van de inwoners aan wie zij ondersteuning bieden. 7. Een sterkere gemeenschappelijke sociale basis waarin partijen in netwerken hun krachten bundelen. Efficiëntere inzet van middelen door samenwerking. Minder concurrentie en versnippering 8. Burennetwerken (burenhulp) subsidies zijn bij de wijkbureaus belegd
Realiseren en behouden van
Ondersteunen mantelzorgers
meer vrijwillige inzet 9. Meer Utrechters zetten zich in voor een ander of voor de stad (en ervaren daarbij geen drempels)
16. Makkelijk vindbare informatie rond het bieden van zorg en ondersteuning voor mantelzorgers
10. Behouden van vrijwilligers in alle vormen en maten
11. Meer maatjes realiseren door stagiairs te koppelen aan Utrechters in een kwetsbare situatie 12. Utrechters in een kwetsbare situatie voelen zich van waarde doordat ze zich als vrijwilliger kunnen inzetten 13. Bedrijven worden uitgenodigd en uitgedaagd om een maatschappelijke bijdrage te leveren
17. Informatievoorziening en ondersteuning voor mantelzorgers is snel en begrijpelijk, ook als er vanuit verschillende wetten ondersteuning wordt geboden 18. Groepsgericht aanbod voor mantelzorgers 19. Professionals hebben meer oog voor en werken gelijkwaardig samen met (het netwerk van) de mantelzorger 21. Laagdrempeligere logeerzorg (Kortdurend Verblijf), die makkelijker te vinden is.
14. Vrijwilligers blijven zich inzetten en voelen zich serieus genomen.
22. Divers informeel respijtzorg aanbod
15. Kracht van Maatschappelijke Diensttijd (MDT) en maatschappelijke betrokkenheid van jongeren behouden
23. Meer oog voor jonge mantelzorgers in onderwijs, met als prioriteit VO en MBO.
die toewerkt naar aangepaste subsidieregelingen en opdrachten binnen de informele zorg, vrijwillige inzet en mantelzorg vanaf 2027.
Overzicht van de resultaten in een matrix Dit UvP is opgebouwd uit drie pijlers: 1. Informele zorg 2. Realiseren en behouden van meer vrijwillige inzet 3. Ondersteunen mantelzorgers
Er zijn in dit UvP 15 doelen met gezamenlijk 24 resultaten geformuleerd om bovengenoemde aanpak te realiseren. In lijn met de DUS-standaard zijn de resultaten in onderstaande matrix schematisch weergegeven. In hoofdstuk C. staan de acties per resultaat beschreven die zullen leiden tot het behalen van de gestelde doelen.
Leeswijzer Hoofdstuk A. Hoofdstuk B. Hoofdstuk C.
Samenvatting van de gewenste doelstellingen en resultaten per pijler. Inleiding, context en onderbouwing voor de keuze voor deze 3 pijlers. Gewenste resultaten uitgewerkt in concrete acties, in 3 matrices per pijler weergegeven.
De matrices zijn in lijn met de DUS-standaard als volgt opgebouwd: Kolom 1: Kolom 2:
Doelstelling Resultaten
Kolom 3.
Acties
Kolom 4.
Effect/monitoring
Doel voor Utrechters – Waarom doen we dit? De gewenste resultaten en duidelijk maken HOE het beleid tot uitvoering gaat komen. De beschreven acties die nodig zijn om de gewenste resultaten te bereiken. Indien mogelijk effect en eventuele monitoring hiervan.
Hoofdstuk D. beschrijft de geplande monitoring, sturing en verantwoording. Hoofdstuk E. bevat de bijlagen. Het uitvoeringsprogramma is als zelfstandig document te lezen. De bijlagen zijn toelichting of aanvullende informatie.
B. Inleiding Informele zorg, vrijwillige inzet en mantelzorg zijn goud waard. In Utrecht zijn er zo'n 150.000 vrijwilligers en 120.000 mantelzorgers die zich vanuit een intrinsieke motivatie inzetten om iets voor een ander te doen. Utrecht wil een stad zijn waarin we omzien naar elkaar, de stad van Sint-Maarten; delen zit in ons DNA. We moeten en willen vrijwilligers en mantelzorgers waarderen, faciliteren en ondersteunen. Tegelijkertijd willen we ervoor oppassen dat we hun inzet niet instrumentaliseren of overvragen, zodat zij gemotiveerd blijven en niet overbelast raken. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals dubbele vergrijzing, oplopende overbelasting van mantelzorgers, mismatch tussen vraag en aanbod van vrijwilligers, teruglopend mantelzorgpotentieel en toenemende schaarste in personeel en geld zorgen voor grote uitdagingen. Informele zorg, vrijwillige inzet en mantelzorg worden gezien als een belangrijk antwoord om de groei naar aanvullende (jeugd)zorg en maatschappelijke ondersteuning af te buigen. Dit is opgenomen in de landelijke akkoorden (IZA, GALA en WOZO) en in de Sociale Visie 20242 en onze Wmo- en Jeugd-nota. In de twee nota’s, waar dit uitvoeringsprogramma ‘uitvoering’ aan geeft, is richting gekozen voor een versterking van de sociale basis, waaronder de pedagogische basis3.
Deze hoge verwachtingen vragen om een uitvoeringsprogramma waarin we vanuit het vastgestelde beleid en samen met de stad uitwerken welke keuzes we maken voor de periode 2025-2027, en aangeven welke bijdrage we hiermee kunnen leveren aan de ‘beweging naar voren’. Onze ambities daarin zijn hoog, maar de financiële omstandigheden zitten niet mee. Gedurende het schrijfproces van dit uitvoeringsprogramma is steeds meer helder geworden dat met het huidige financiële beeld van de gemeente Utrecht en de druk op de aanvullende zorg het minder eenvoudig is om nu al aan te kunnen geven welke middelen we vrij kunnen spelen om in te zetten in de sociale basis. Dit betekent dat we hebben moeten prioriteren in welke acties we wel direct uitvoeren en voor welke acties we nog moeten zoeken naar de benodigde middelen. In dit uitvoeringsprogramma zijn de acties waarvan we geoordeeld hebben dat ze noodzakelijk zijn én we dekking hebben uitgewerkt. Dat wil niet zeggen dat we onze ambities laten varen. Hoewel we niet zeker zijn van resultaat, zien we wel verschillende mogelijkheden om financiële dekking te vinden voor deze wenselijke acties. Daarom hebben we deze acties meegenomen in de bijlagen van dit uitvoeringsprogramma. .
2 Dit uitvoeringsplan maakt ook onderdeel uit van de inzet op de verschilmaker ‘gezond samen leven’ uit de
Sociale Visie Utrecht 2040 3 Wanneer we in dit uitvoeringsprogramma spreken van de sociale basis, bedoelen we daarmee ook de pedagogische basis.
Praatplaat over de sociale basis ten behoeve van de hervormingen in het sociaal domein. Deze praatplaat is een Utrechtse vertaling van het sferenmodel van Verweij Jonker4.
Wat is de sociale basis? De informele zorg, vrijwillige inzet en mantelzorg maken deel uit van de sociale basis. De term sociale basis beschrijft een heel breed spectrum aan sociale relaties, initiatieven en instanties, waardoor je niet kunt spreken van dé sociale basis. Wel kunnen we in de sociale basis een aantal sferen herkennen: 1. Persoonlijke sociale basis: de inwoner en diens netwerk (mantelzorgers, vrienden, familie, buren, kennissen, etc.). 2. Gemeenschappelijke sociale basis: In deze sfeer vind je alle meer of minder georganiseerde vormen waarin mensen elkaar ontmoeten en samenwerken. Denk aan verenigingen, (buurt)netwerken, clubjes, (lokale) initiatieven en geloofsgemeenschappen. 3. Institutionele sociale basis: dit gaat over de accommodaties (bijvoorbeeld buurtcentra en jongerenhuiskamers) die inwoners gebruiken om elkaar te ontmoeten. De institutionele sociale basis bestaat verder uit professionele organisaties als het jongerenwerk en welzijnswerk, en voorzieningen als vrijwilligersondersteuning, laagdrempelig groepsaanbod, onafhankelijke clientondersteuning en mantelzorgondersteuning.
4 Verwey Jonker: De sociale basis: kernboodschap en position paper
De sociale basis heeft een breed scala aan positieve effecten op het welzijn van mensen en de gezonde en kansrijke ontwikkeling van kinderen. Hierdoor zien we ook een preventieve werking op het vlak van de ondersteuningsvraag in de basis- en aanvullende zorg en jeugdhulp. In dit uitvoeringsplan richten we ons niet op de sociale basis in zijn geheel, maar op 3 onderdelen die we hebben uitgewerkt in de pijlers in de zgn Gemeenschappelijke Sociale Basis: 1. Informele zorg 2. Behouden en realiseren van meer vrijwillige inzet 3. Ondersteunen mantelzorgers Deze 3 pijlers en bijbehorende doelen, resultaten en acties zijn voortgekomen uit gesprekken met verschillende partijen in de stad. In bijlage 3 staat een lijst van de gesprekken die we gevoerd hebben met partijen in de stad. Met name deze gesprekken met onze partners in de stad hebben geleid tot de keuze voor actielijnen langs drie pijlers. Iedere pijler is toegespitst op een belangrijke groep die we met ons beleid willen ondersteunen, faciliteren of motiveren en die daarin zijn eigen vragen en behoeften heeft. Het gaat om: initiatieven op het vlak van informele zorg, vrijwilligers in het algemeen en mantelzorgers. Tezamen richten deze pijlers zich op verduurzamen en versterken van het onderdeel van de sociale basis dat zich richt op de min of meer georganiseerde informele zorg; de gemeenschappelijke sociale basis.
Door in te zetten op de genoemde pijlers verwachten we een positieve bijdrage te kunnen leveren aan het aantal bewoners met een hulpvraag, die de partijen in de stad duurzaam kunnen helpen. De acties zijn bedoeld om een blijvende beweging op gang te brengen waarbij inwoners (nog) meer omzien naar elkaar en waarbij de professionele (zorg)organisaties dienstbaar en ondersteunend zijn aan de inzet vanuit de gemeenschappelijke en persoonlijke sociale basis. De gemaakte keuzes vormen daarnaast ook (gedeeltelijk) een basis voor de inkoop van aanvullende zorg Wmo en het herzien van de subsidies ‘Vrijwillige inzet voor elkaar’ en ‘Sociale Prestatie en Dagondersteuning’ per 2027. Hieronder een korte toelichting per pijler. Pijler 1. Informele zorg De gemeente wil informele zorgorganisaties, zoals vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven die zich richten op zorgen voor elkaar beter ondersteunen. Zo zorgen we voor een breed en laagdrempelig informeel ondersteuningsaanbod dat aansluit op de leefwereld en op de vraag in de wijken en stad. Informele zorg gaat ook over praktische ondersteuning zoals klusjes, maaltijden en vervoer. We willen het makkelijk en aantrekkelijk maken om te zorgen voor elkaar. Daarbij is het belangrijk dat we drempels en administratieve lasten zoveel mogelijk minimaliseren.
Deze pijler richt zich indirect ook op de institutionele sociale basis, basis- en aanvullende zorg/jeugdhulp met als opdracht dat deze schil er alles aan doet om de gemeenschappelijke sociale basis in “hun kracht te zetten”. De inzet van de institutionele sociale basis is daarmee ondersteunend aan de gemeenschappelijke sociale basis. Met het uiteindelijke doel om de gemeenschappelijke sociale basis te versterken waardoor meer vragen worden opgelost in het gewone leven. Pijler 2. Behouden en realiseren van meer vrijwillige inzet We willen niet alleen de (al) georganiseerde initiatieven in de stad ondersteunen, maar ook de individuele Utrechters die zich actief willen inzetten. Mensen zetten zich vrijwillig in vanuit intrinsieke motivatie, omdat het hen een goed gevoel geeft5. We willen die motivatie ondersteunen en het hen zo 5 ‘Informele zorg ontvangen en Verlenen’ - Verbeek-Oudijk (2019)
makkelijk mogelijk maken. Enerzijds kijken we naar het mobiliseren van nieuwe groepen, zoals studenten, vitale ouderen en mensen die zelf een hulpvraag of beperking hebben. Dat doen we onder andere door te kijken naar welke drempels zij ervaren en hoe we die weg kunnen halen. Anderzijds zetten we juist in op het behouden van al betrokken Utrechters door te luisteren naar hun interesses en behoeften. Bijvoorbeeld door cursusaanbod, ze te helpen zoeken naar nieuwe mogelijkheden, of hen passend te waarderen. We verwachten van organisaties dat ze bijdragen aan Utrecht als vrijwilligersstad en meedenken met vrijwilligers die iets anders willen doen, ook als dat buiten hun eigen organisatie is. We gaan voor organisaties meer mogelijk maken op onderling delen en uitwisselen, bijvoorbeeld rondom training, communicatie en werving. Pijler 3. Ondersteunen mantelzorgers De gemeente wil dat mantelzorgers hun zorgtaken op een voor hen passende manier kunnen uitvoeren, met oog voor hun persoonlijke situatie en de grenzen van wat zij kunnen bieden. Ongeveer één op de drie Nederlanders is mantelzorger volgens het SCP. Dat zou dan gaan om ongeveer 120.000 Utrechters. Een enorm aantal en van grote maatschappelijke waarde.
MantelzorgNL berekende dat het vervangen van mantelzorgers in Utrecht door publieke of private zorg tussen de 677 en de 928 miljoen per jaar zou kosten.6 Het zorgen voor een naaste die (langdurig) ziek is of beperkingen heeft, is onderdeel van het gewone leven. Veel mantelzorgers zijn ook goed in staat om de zorgtaken die op hun pad komen, uit te voeren. Mantelzorg kan daarbij ook een bron van zingeving zijn. Problematisch wordt het waar te veel last bij één persoon ligt en de balans van de draagkracht en de draaglast van de mantelzorger doorslaat naar het negatieve. Er zijn grenzen aan wat een mantelzorger (zelfstandig) aan kan. In Utrecht neemt het aantal zwaar belaste mantelzorgers toe, zo blijkt uit de Gezondheidsmonitor. In 2022 voelde 26% van de volwassen mantelzorgers zich zwaar belast; een verdubbeling ten opzichte van 2020.7 We zien een aantal groepen mantelzorgers die het zwaarst belast zijn: ouder(s)/verzorger(s) van een kind met een extra zorgbehoefte, mantelzorgers van een naaste met dementie, mantelzorgers van een naaste met GGZ-problematiek, kwetsbare oudere mantelzorgers en mantelzorgers met een migratieachtergrond. We zien in onze cijfers van de Volksgezondheidmonitor dat kinderen die opgroeien in een gezin met een ernstig ziek of verslaafd gezinslid op bijna alle indicatoren slechter scoren dan leeftijdsgenoten zonder ziek of verslaafd gezinslid.
Kinderen en jongeren die opgroeien in een gezinssituatie waarin sprake is van langdurige zorg voor een zieke of iemand met beperkingen noemen wij ‘jonge mantelzorgers’. De acties voor het ondersteunen van mantelzorgers van ouderen met dementie zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma ‘Vitaal en krachtig ouder worden’. De acties in dit Uitvoeringsprogramma zijn nadrukkelijk van toepassing op alle mantelzorgers.
Kaders Dit UvP beschrijft resultaten en acties die voortkomen uit het beschreven beleid van de Wmo-nota ‘Samen leven, samen zorgen’ 2024 – 2034 en de Jeugdnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’ 2025 - 2034. De acties sluiten ook aan bij de Sociale Visie 2040 en de verschilmakers die daarin benoemd zijn. In de Programmabegroting 2025 is dit UvP een uitwerking van het programma ‘Levendige en gezonde stad’ met twee doelstellingen. Doelstelling 2 is: ‘Meedoen en voor elkaar zorgen'. Deze doelstelling richt zich op het verminderen van het verschil in de mate waarin (groepen) inwoners meedoen en dat inwoners meer zorgen voor elkaar en betrokken zijn in de buurt. Dit uitvoeringsprogramma geeft ook invulling aan de aangenomen motie Utrecht, stad van vrijwilligers
6 De maatschappelijke waarde van mantelzorg zoals berekend door MantelzorgNL: Utrecht.pdf 7 Volksgezondheidsmonitor: Mantelzorg | Volksgezondheidsmonitor
Belangrijkste keuzes Met dit UvP maken we keuzes, om de sociale basis op de onderdelen zorgen voor elkaar, vrijwillige inzet en mantelzorg te versterken. Een van die keuzes is voor alle pijlers van toepassing, andere keuzes hebben betrekking op een specifieke pijler. De belangrijkste keuzes zijn: Overkoepelend: gelijkwaardige samenwerking tussen formele en informele zorg Voor alle drie de pijlers geldt dat we werken aan gelijkwaardige samenwerking tussen formele en informele zorg. Daarbij gaat het om de omslag van ‘zorgen voor’ naar ‘samen zorgen dat’. Dat vraagt iets anders van zorgprofessionals dan ze gewend zijn. Vanuit het Kennisplatform Utrecht Sociaal wordt dan ook gewerkt aan een nieuw curriculum voor o.a. de opleiding Social Work zodat professionals van de toekomst het gelijkwaardige samenwerken al van begin af aan meekrijgen. Deze manier van werken vraag ook voor de gemeente als opdrachtgever dat we dit opnemen in de inkoop en contractering van (aanvullende) zorg. Pijler 1 Informele zorg • Inzetten op het versterken van de persoonlijke sociale basis, ook vanuit de informele zorg.
Op die manier zetten we de informele zorg niet alleen in om concrete hulpvragen te beantwoorden, maar zetten we ook meer duurzaam in op het voorkomen van andere problemen; • We gaan onze subsidieregelingen herzien, waarbij we aanvragen scherper gaan beoordelen op het beantwoorden van hulpvragen in het dagelijks leven. Hierdoor voorkomen we escalatie en verminderen we de druk op de basiszorg en aanvullende zorg. Dit betekent dat we minder ruimte hebben voor initiatieven die zich richten op kwetsbare doelgroepen die nog geen (kleine) hulpvraag hebben. Pijler 2 Vrijwillige inzet • We maken het makkelijker om vrijwilligerswerk te doen door drempels weg te nemen; • We ontwikkelen een stageloket informele zorg zodat er meer maatjes beschikbaar komen; • We verwachten dat organisaties hun best doen om vrijwilligers betrokken te houden voor de stad; • We verwachten van organisaties dat ze meedenken met vrijwilligers die iets anders willen doen, ook als dat buiten de eigen organisatie is. We sturen erop dat organisaties samenwerken op het gebied van communicatie en werving, training en het behouden van vrijwilligers. Pijler 3 Ondersteunen mantelzorgers • We blijven inzetten op snelle en toegankelijke informatie vanuit de basisvoorziening Mantelzorgondersteuning, zodat mantelzorgers sneller herkennen dat zij mantelzorger zijn en makkelijker hulp kunnen vragen.
We ontwikkelen de basisvoorziening door tot een Kenniscentrum, waar professionals en mantelzorgers met complexe vragen terecht kunnen. • Vanuit het medisch domein wordt ook steeds meer samengewerkt met mantelzorgers. Daarom onderzoeken we samensturing met het Zilveren Kruis. • We werken zoveel mogelijk groepsgericht via lotgenotengroepen, we breiden het aantal Mantelzorghuizen uit naar vier en ontwikkelen in samenwerking met de buurtteams groepsaanbod voor mantelzorgers. Door vrijwillige coördinatoren te trainen blijven deze groepen langdurig en met minimale ondersteuning bestaan. • Voor mantelzorgers die overbelast zijn is er ondersteuning, zodat ze de zorg voor hun naaste vol kunnen blijven houden. We versterken de respijtzorg, door Respijtzorg Thuis uit te breiden voor volwassenen en gezinnen die overbelast zijn.
•
We willen dat jonge mantelzorgers zich gezien en erkend voelen, en hun weg weten te vinden naar ondersteuning. Daarvoor blijven we investeren op samenwerking met het onderwijs, met als prioriteit het VO en MBO, en grijpen we kansen waar de energie zit.
Prioritering acties Tijdens de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma is de context rondom de hervormingen veranderd. De financiële kaders zijn nog krapper dan we aanvankelijk veronderstelden, door o.a. het gemeentelijke financiële beeld, rijksmiddelen waar mogelijk geen vervolg aan gegeven wordt en het feit dat het lastig is om middelen vrij te spelen vanuit de aanvullende zorg door de hoge financiële druk. Hierdoor is de situatie ontstaan dat onze aanvankelijke ambities groter waren dan de ruimte die de huidige beschikbare financiële middelen bieden. Dat betekent dat we keuzes hebben moeten maken over welke acties we wel direct gaan uitvoeren en welke vooralsnog niet. Dat hebben we gedaan aan de hand van een aantal criteria die per actie meer of minder meewegen of van toepassing zijn. De geprioriteerde acties: - komen voort uit het participatietraject. Er wordt veel draagvlak en eigenaarschap ervaren bij de partners en inwoners; - geven uitvoering aan vastgesteld beleid en 1. Leveren daarbij een bijdrage aan het beschikbaar houden van (aanvullende) zorg voor de meest kwetsbaren; 2. Adresseren grondoorzaken of werken anderszins preventief; en 3. Leveren een bijdrage aan ongelijk investeren voor gelijke kansen; - hebben een hogere mate van maakbaarheid en uitvoerbaarheid. Het is niet altijd mogelijk op voorhand te bepalen wat een actie gaat opleveren.
Acties zijn bijvoorbeeld afhankelijk van een samenwerking die nog verkend moet worden. We hebben prioriteit gegeven aan acties met een aannemelijke impact. - geven uitvoering aan toezeggingen / moties;
De geprioriteerde acties worden in dit uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt. De acties waarvoor dekking vooralsnog ontbreekt zijn opgenomen in de bijlage. Ook deze acties zijn wenselijk in de beweging en hervormingen die we moeten maken in het sociaal domein. We houden dan ook vast aan de ambitie ook deze acties te realiseren. Hiervoor zoeken we op een aantal manieren naar de benodigde middelen, zoals toegelicht in de bijlage bij de betreffende acties. Dit lukt niet op korte termijn. Om geen verdere vertraging op te lopen met de uitvoering van de geprioriteerde acties en tegelijkertijd dit uitvoeringsprogramma in haar kracht niet teveel in te perken, zijn de gewenste acties in bijlage 2 van het uitvoeringsprogramma opgenomen met de bepaling dat deze uitgevoerd zullen worden, mits er tijdig dekking voor gevonden wordt.
C. Resultaten In dit hoofdstuk worden de gewenste resultaten en acties per pijler in vier matrices weergegeven. Dit doen we aan de hand van vier kolommen: -
Doel voor Utrechters – Waarom doen we dit? Resultaten – Wat willen we als gemeente bereiken? Acties – Wat doen we om de resultaten te bereiken? Effect/Monitoring – Wanneer mogelijk, met welke indicatoren meten we of we ons resultaat halen?
Meerdere resultaten kunnen bijdragen aan hetzelfde doel. En meerdere acties aan hetzelfde resultaat. In de matrix staan alleen de dingen die we anders of extra willen doen dus niet de zaken die we nu al doen en blijven doen. Boven elke matrix staat kort weergegeven wat we blijven doen. De beschreven acties in de matrices zijn allen gericht op het versterken van de sociale basis. Dit doen we niet in de volledige breedte van de sociale basis, maar gericht op de informele zorg en mantelzorg. Die keuze is gemaakt, omdat hier de grootste capaciteit ligt om hulpvragen in het dagelijks leven te kunnen beantwoorden en escalatie te voorkomen.
Pijler 1. Informele zorg Wat blijven we doen? • In 2025 en 2026 verstrekken we subsidie aan initiatieven en organisaties vanuit de nadere regel Vrijwillige inzet voor elkaar • We ondersteunen het Netwerk informele zorg Utrecht (NIZU) Doel voor Utrechters
Resultaat
Acties
Effect/monitoring
Bewonersinitiatieven en informele zorgorganisaties organiseren activiteiten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de inwoners
1. Divers en veelzijdig aanbod zonder overlap en gaten. Meer flexibiliteit om snel in te kunnen spelen op wat nodig is
1.1. We herijken de regels voor subsidies in de gemeenschappelijke sociale basis (o.a. VIVE en SP/DO). Bij de herziening van de subsidies werken we samen met betrokken afdelingen (Jeugd, WMO, Onderwijs, W&I, Wijken etc)
Per 2027 nieuwe nadere regels Meer impact (behoud of groter bereik) met hetzelfde (of meer) budget
1.2. Stopzetten subsidie relaties om ruimte te creëren voor andere keuzes 2. Wegnemen van ervaren drempels door burgerinitiatieven en informele zorgorganisaties
3. Voorkomen of verlichten van beroep op (aanvullende) zorg
2.1. Herijken de regels voor subsidies Meer impact (behoud of groter in de gemeenschappelijke sociale bereik) met hetzelfde (of basis (o.a. VIVE en SP/DO) gericht meer) budget op het wegnemen van drempels en onnodige administratieve last. Start in 2025 op basis van een uitvraagstrategie. Nieuwe subsidieregels gepubliceerd in Q4 2025 2.2. Duidelijke afspraken en richtlijnen over monitoring, verantwoording en sturing waarbij we de administratieve lasten zo klein mogelijk houden. Daarbij maken we onderscheid tussen kleine initiatieven (vragen we weinig van) en grote organisaties die veel subsidie vragen (daar vragen we ook veel van)
De uitwerking hiervan wordt opgenomen in de nieuwe nadere regel(s)
3. 1. Bij het herijken van de regels voor subsidies in de gemeenschappelijke sociale basis scherper beoordelen op het voorkomen van zorgvragen
De uitwerking hiervan wordt opgenomen in de nieuwe nadere regel(s)
3.2. Budgetten verdelen op basis van OIGK en doelgroep (jeugd, volwassenen, ouderen)
De uitwerking hiervan wordt opgenomen in de nieuwe nadere regel(s)
3.3. Participatietraject doorlopen met subsidies partners o.a. via NIZU bijeenkomsten 4. Minder ambtelijke inzet en beperkte administratieve lasten
4.1. Efficiënter beoordeelproces inrichten waarbij onderscheid tussen 1 keer per 4 jaar uitgebreid en jaarlijks een minimale beoordeling 4.2 Tijdens herijking van de regels voor subsidies in de gemeenschappelijke sociale basis
Bij het inrichten van de monitoring wordt aangestuurd op minimale (administratieve) belasting
opnieuw kijken naar hoe we het accounthouderschap vormgeven 5. De institutionele pedagogische/sociale basis en formele zorg werken ondersteunend en op een gelijkwaardige manier met hen samen
5.1. Sturen d.m.v. partnerschapsaktes aanvullende jeugdhulp, kaderbrieven op gelijkwaardige samenwerking vanuit de opdracht met de formele partijen
5.2 Professionals en informele partners leren in de praktijk van en met elkaar. De wijkalliantie+ verkent de ontwikkeling van een Utrecht academie waarin scholing gedeeld wordt en toegankelijk is voor professionals én vrijwilligers. Daarbij benutten we de kennis die we opdoen via leernetwerken in de wijken zoals binnen het onderzoek naar Thuis in je wijk van de UU en UvH ‘Alledaags burgerschap in de wijk’ Inwoners vergroten hun Persoonlijke Sociale Basis en hebben meer contacten in hun buurt. Zij kunnen bij vragen of zorgen terecht bij mensen in hun directe omgeving en zijn niet afhankelijk van formele organisaties of instanties
6. Alle initiatieven in de 6.1 In de herziening nadere regels SB gemeenschappelijke sociale per 2027 wordt dit een criterium basis werken actief aan het versterken van de persoonlijke sociale basis van de inwoners aan wie zij ondersteuning bieden, op de manier die bij het initiatief past
Initiatieven uit de gemeenschappelijke sociale basis hoeven niet alles zelf te organiseren maar kunnen gebruik maken van een krachtig netwerk en gezamenlijk aanbod aan training, waardering en werving.
7. Een sterkere gemeenschappelijke sociale basis waarin partijen in netwerken hun krachten bundelen. Efficiëntere inzet van middelen door samenwerking. Minder concurrentie en versnippering
Als buurtinitiatief is het 8. Burennetwerken contact met de gemeente (burenhulp) subsidies zijn nabij, ze kennen mijn bij de wijkbureaus belegd initiatief en de buurt waar ik actief ben en begrijpen wat er nodig is
.
7.1. Structurele financiering voor krachtige netwerken van initiatieven NIZU, Utrecht Omarmt en Dwarsverband
8.1. Bij herijken van de subsidies verkennen welk budget en accounthouderschap over kan naar Wijken
Dit is onder andere opgenomen in de nota van uitgangspunten aanvullende zorg WMO
Pijler 2. Behouden en realiseren van meer vrijwillige inzet •
We subsidiëren de Vrijwilligerscentrale Utrecht vanuit de nadere regeling basisvoorziening ondersteuning vrijwilligers
• We co-financieren MDT projecten vanuit de nadere regel Vrijwillige inzet voor elkaar Doel voor Utrechters Resultaat Acties Utrechters die vrijwilligerswerk willen doen voelen zich uitgenodigd en ondersteund en weten waar ze moeten zijn
Utrechters die behoefte hebben aan een maatje worden met zorg gekoppeld aan iemand die bij hen past, die voor langere tijd beschikbaar is en die tijd en aandacht voor hen heeft. Ik wil me graag vrijwillig inzetten maar ervaar daar drempels bij
9. Meer Utrechters zetten zich in voor een ander of voor de stad (en ervaren daarbij geen drempels)
9.1 Utrechters in de bijstand helderheid geven over mogelijkheden van vrijwilligerswerk, zonder verlies van uitkering. Werkinstructie voor werkcoaches rondom vrijwilligerswerk en vrijwilligersvergoeding is aangescherpt
10. Behouden van vrijwilligers in alle vormen en maten
10.1. Opnemen in herziene subsidieregels dat organisaties zich moeten inspannen om vrijwilligers te behouden voor de stad. Oplossingsrichtingen kunnen zijn: meedenken over alternatieve inzet (al dan niet bij andere initiatieven), aanbieden van trainingen of snuffelstages
11. Meer maatjes realiseren door stagiairs te koppelen aan Utrechters in een kwetsbare situatie
11.1. Afspraken maken met NIZU, HU en MBO’s over verbinden van stageopdrachten aan inzet in informele zorg
12. Utrechters in een kwetsbare situatie voelen zich van waarde doordat ze zich als vrijwilliger kunnen inzetten
12.1. Subsidie beschikbaar stellen voor de begeleiding van kwetsbare vrijwilligers
Effect/monitoring
Meer vrijwilligers door behoud. KPI zie Programmabegroting 2025
Opnemen in herziening subsidies met budget vanuit SP/DO.
12.2 binnen herziene subsidieregels mogelijkheden inbouwen om praktische belemmeringen weg te nemen Ik woon en/of werk in een 13. Bedrijven worden stad waar mensen omzien uitgenodigd en uitgedaagd naar elkaar om een maatschappelijke bijdrage te leveren
13.1. Gemeente Utrecht geeft het goede voorbeeld bijvoorbeeld via het leerprogramma Bewust Buurten dat door collega's vanW&I ontwikkeld is. We verkennen of we dit programma breder binnen de Gemeente Utrecht kunnen inzetten *, zie financiële paragraaf
13.2. Via SROI meer aandacht voor opvoeren van vrijwilligerswerk als SROI verplichting
Utrechtse bedrijven en organisaties inspireren om meer maatschappelijke impact te maken. Ambtenaren ervaren in de praktijk wat er speelt en wat er nodig is, geeft een impuls aan de kwaliteit van het werk en werkgeluk Verkleint de kloof tussen inwoners en (lokale) overheid Meer vrijwillige inzet. KPI zie Programma-begroting 2025. Landt in bouwblokken SROI
13.3. Bij herziening nadere regels expliciet aandacht voor het stimuleren en inspireren van bedrijven in het doen van vrijwilligerswerk Als vrijwilliger voel ik mij gezien en gewaardeerd
14. Vrijwilligers blijven zich inzetten en voelen zich serieus genomen.
14.1. Extra inzet op waardering via utrechtbedankt.nl. We vragen de Vrijwilligerscentrale Utrecht om hier met behulp van sponsoring en bedrijfsleven steviger invulling aan te geven 14.2. Bij herziening van subsidieregels in de sociale basis nemen we richtlijnen op voor vrijwilligersvergoedingen. Daarbij bouwen we de keuze in: relatief veel betaalde inzet betekent weinig ruimte voor vrijwilligersvergoedingen. Weinig betaalde inzet biedt ruimte voor maximale vrijwilligersvergoedingen.
15. Kracht van Maatschappelijke Diensttijd (MDT) en maatschappelijke betrokkenheid van jongeren behouden
15.1 We volgen de landelijke ontwikkelingen rond MDT en wijzen Utrechtse initiatieven actief op de mogelijkheden van MDT-subsidies
Je maatschappelijk inzetten of iets doen voor een ander is goed voor je mentale gezondheid. Dit wordt ook opgenomen in het Uitvoeringsprogramma mentale gezondheid
Pijler 3. Ondersteunen Mantelzorgers Wat blijven we doen? -
In 2025 en 2026 continueren we de basisvoorziening Mantelzorgondersteuning voor informatievoorziening en communicatie, zodat mantelzorgers sneller herkennen dat zij mantelzorger zijn en de stap naar hulp vragen laagdrempeliger wordt. Dit gebeurt via de websites mantelzorgutrecht.nl en jmz030.nl, telefonisch spreekuur, trainingen voor beroepskrachten en mantelzorgers, respijtwijzer, informatiebijeenkomsten, webinars, het magazine Mantelzorg Utrecht en stedelijke en landelijke publiciteitsacties.
-
De mantelzorgmakelaar als onderdeel van de basisvoorziening Mantelzorgondersteuning kan door mantelzorgers en beroepskrachten gevraagd worden mee te denken bij ingewikkelde situaties.
-
Voorzetting van de huidige 21 lotgenotengroepen voor mantelzorgers met migratieachtergrond (AMWAHT). Daarvan zijn er 11 recentelijk gestart. Van de 10 oude groepen wordt onderzocht hoe die een doorstart krijgen, waarbij ontmoeting en gezondheid meer centraal komen te staan in plaats van mantelzorg.
-
Minimaal één lotgenotengroep voor NAH en voor Jonge mantelzorgers. We stimuleren lotgenotencontact via het buurtteam en andere samenwerkingspartijen.
-
De Buurtteams verlenen individuele hulp en ondersteuning aan inwoners met een hulpvraag die niet in de sociale basis is op te lossen. Zij kijken daarbij altijd naar het hele netwerk van de hulpvrager, inclusief mantelzorgers. Ook de mantelzorger kan hulpvrager zijn.
-
Via het mantelzorgpanel denken mantelzorgers mee met uitvoerende en beleidsmatige keuzes
-
Waardering voor mantelzorgers via een combinatie van waarderingsdagen, presentjes via de waarderingspagina en een kleine bon voor iedereen gekoppeld aan de Dag van de mantelzorg.
-
Respijtzorg thuis uitgevoerd door Hups (gecontracteerd t/m 2026 met verlengingsopties t/m 2028), voor volwassenen en gezinnen, ter ontlasting van overbelaste mantelzorgers.
-
We stimuleren informeel respijtzorg aanbod via de subsidieregelingen Vrijwillige inzet voor elkaar en Sociale Prestatie en Dagondersteuning.
-
Kortdurend Verblijf (logeerzorg) via vijf aanbieders gecontracteerd t/m 2026.
-
Gastlessen op VO en MBO en Traject Mantelzorgvriendelijke school op één VO of MBO school. Waarderingsactiviteiten tijdens de Week van de jonge mantelzorger
Doel voor Utrechters
Resultaat
Acties
Effect/monitoring
Snel de informatie en ondersteuning vinden waar behoefte aan is, zodat mantelzorgers in staat zijn hun zorgtaken uit te voeren op een voor hen passende wijze
16. Makkelijk vindbare informatie rond het bieden van zorg en ondersteuning voor mantelzorgers
16.1 Herzien subsidieregeling Mantelzorgondersteuning. Deze wordt per 2028 omgezet naar een overheidsopdracht (aanbesteding) met daarin de opdracht te ontwikkelen tot Kenniscentrum Mantelzorg Utrecht (voormalig Steunpunt), met uitbreiding van de rol van mantelzorgmakelaar en het vergroten van de bekendheid
Het Kenniscentrum is de plek waar mantelzorgers en beroepskrachten elkaar ontmoeten, van elkaar leren en heeft daarmee een belangrijke verbindende (netwerk-)functie met een breed overzicht van alle ondersteuningsaanbod en samenwerking(smogelijkheden)
17. Informatievoorziening en ondersteuning voor mantelzorgers is snel en begrijpelijk, ook als er vanuit verschillende wetten ondersteuning wordt geboden
17.1 We onderzoeken samensturing met zorgverzekeraar Zilveren Kruis
In 2025 zijn de mogelijkheden voor samensturing onderzocht en is er een vervolg bepaald
Steun via lotgenotencontact
18. Groepsgericht aanbod voor mantelzorgers
18.1 Naar voorbeeld van het Mantelzorghuis in Hoograven worden er in 3 andere wijken Mantelzorghuizen geopend
4 Mantelzorghuizen die minimaal 2 dagdelen per week geopend zijn, met getrainde ervaringsdeskundige vrijwilligers als gastheer/vrouw
Erkenning en waardering voor de mantelzorger in zijn/haar positie
19. Professionals hebben meer oog voor en werken gelijkwaardig samen met (het netwerk van) de mantelzorger
19.1 In de opdracht Mantelzorgondersteuning wordt per 2028 het inrichten van belangenbehartiging opgenomen dat leidt tot erkenning 19.2 Per 2027 opnemen in Kaderbrief buurtteams en uitvraag aanvullende zorg wmo: rolverschuiving van cliëntgerichte naar netwerkgerichte zorg en erkenning van positie mantelzorger
Themagesprekken met buurtteam
19.3 Aandacht vragen aan 1e en 2e lijns-zorg voor deze erkenning Respijtzorg die aansluit op 21. Laagdrempeligere 21.1 Herzien inkoop de vraag van mantelzorgers logeerzorg (Kortdurend Kortdurend Verblijf vanaf en hun naasten Verblijf), die makkelijker te 2027 met als doel het vinden is. aanmeldproces sneller en laagdrempeliger te maken en het verblijf prettiger voor de mantelzorger 22. Divers informeel respijtzorg aanbod
Jonge mantelzorgers voelen 22. Divers informeel zich gezien en erkend, en respijtzorg aanbod weten hun weg te vinden naar ondersteuning
22.1 In de herziening van de subsidieregeling Vrijwillige inzet voor elkaar wordt informele respijtzorg uitgebreid 23.1 Intensievere samenwerking met het onderwijs, door te beginnen waar de energie zit. Hierover maken we eerst afspraken op schoolbestuur-niveau. Mantelzorg Utrecht ontwikkelt een training ervaringsdeskundigheid samen met Hogeschool Utrecht en werkt samen met STUT Theater aan een Theaterproductie Jonge Mantelzorg
Toename van het informele respijtzorg aanbod
Meer oog voor jonge mantelzorgers in het onderwijs en door (informele) zorgprofessionals.
D. Monitoring, sturen en verantwoorden Risico’s Overzicht belangrijkste risico’s Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregel
De beweging naar voren betekent soms ook dat activiteiten informeel georganiseerd worden en daardoor kan spanning ontstaan op het voldoen aan bepaalde (kwaliteits)criteria of wettelijke kaders
Als inwoners meer met elkaar en voor elkaar gaan organiseren hebben we daar als overheid minder zicht en grip op dan als we dat bij professionele organisaties inkopen of subsidiëren. Voorbeeld: een formele maaltijdaanbieder versus stichting Thuisgekookt die inwoners koppelt aan een buurtgenoot die voor hen kookt. We kunnen van een buurman of buurvrouw niet verwachten dat ze aan alle HACCP en Hygienecodes voldoen waar we dat bij een formele maaltijdaanbieder wel eisen.
Het lukt in 2027 onvoldoende om middelen te verschuiven van aanvullende zorg naar sociale basis
Hierdoor kunnen we onvoldoende de beweging maken naar preventie en het versterken van de gemeenschappelijke sociale basis. Als we onvoldoende informele zorg en mantelzorgondersteuning kunnen bieden, dan groeit de druk op professionele zorg de komende jaren en kan de zorg niet beschikbaar blijven voor de mensen die het echt nodig hebben. Het stoppen van zorg kan niet per direct opgevangen worden in de sociale basis. Er is tijd nodig om de sociale basis te versterken en de overheid kan dit niet afdwingen.
We ontslaan partijen niet van verantwoordelijkheid, wel zit er een grens aan de verantwoordelijkheid die we kunnen neerleggen bij vrijwilligerspartijen. Vrijwilligers hebben vaak geen zorginhoudelijke opleiding gevolgd en zijn niet onderhavig aan een kwaliteitskader als het SKJ. Als we de beweging naar voren willen maken zullen we ook moeten accepteren dat we niet elk risico ingedekt hebben. Dat vraagt iets (bewustwording en verantwoordelijkheid nemen) van ons allemaal: de samenleving, College, Gemeenteraad etc. We zetten in 2025 en 2026 al stappen ter voorbereiding van de inkoop aanvullende WMO, Institutionele sociale basis en de herziening van subsidies in de Gemeenschappelijke sociale basis per 2027.
Investeren in een stad waar mensen meer omzien naar elkaar is niet zo maakbaar en verandering kost tijd
Te weinig vrijwilligers of een mismatch tussen vraag en aanbod
Voor bepaalde activiteiten of doelgroepen is het lastig om geschikte vrijwilligers te vinden. Organisaties zoeken vaak vrijwilligers die zich lange
Door aanspraak te maken op transitiemiddelen kunnen we in 2025 en 2026 acties uitzetten, zodat we per 2027 al meer effect zullen zien. Verandering blijft echter tijd kosten en structurele investeringen in de sociale basis zijn noodzakelijk. Vrijwilligersorganisaties zullen beter moeten inspelen op de wens van vrijwilligers en nieuwe vormen van vrijwilligerswerk
tijd willen verbinden aan een organisatie of activiteit terwijl vrijwilligers steeds minder bereid zijn om zich vast te leggen
Instrumentaliseren van informele zorg kan leiden tot vrijwilligers en initiatieven die afhaken
Onvrede en onbegrip als er in de nieuwe nadere regels voor bepaalde initiatieven of activiteiten geen ruimte meer is
Mantelzorgers raken overbelast, waardoor de zorg overgenomen moet worden door professionals
De transformatieplannen IZA worden niet goedgekeurd door zorgverzekeraar
We zijn afhankelijk van vrijwillige energie en de intrinsieke motivatie van mensen om iets voor een ander te betekenen. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Als vrijwilligers en organisaties zich niet gezien, gehoord of serieus genomen voelen bestaat de kans dat we activiteiten kwijtraken en vrijwillige energie verloren gaat. Bij activiteiten en initiatieven met veel vrijwillige inzet is het stoppen met subsidie ingewikkeld. Zowel vanuit de samenleving als de media en politiek is er vaak onbegrip als we subsidie stopzetten.
Van alle volwassen (18+) mantelzorgers in Utrecht voelt 26% zich zwaar belast. Dit aantal is sterk gegroeid de laatste jaren. Het mantelzorgpotentieel (de hoeveelheid potentiële mantelzorgers per 85+er) neemt in de periode 2020-2030 af van 15 naar 10. Vanuit het sociaal en medisch domein groeit het beroep op mantelzorgers. Al deze factoren maakt het een reëel risico dat er teveel last op de schouders van mantelzorgers komt te liggen. MantelzorgNL berekende dat het overnemen van alle mantelzorg door zorgprofessionals tussen de 677 en de 928 miljoen per jaar zou kosten. Als dit voor een deel het geval is, betekent dit een hoge kostenpost die deels bij de gemeente landt. Hierdoor kunnen projecten gericht op betere samenwerking tussen sociaal
Het opzetten van een stageloket informele zorg zal ertoe bijdragen dat er meer maatjes beschikbaar komen die zich voor langere tijd kunnen verbinden aan een Utrechter of gezin in een kwetsbare positie. De acties gericht op vrijwilligers(organisaties) zijn ingesteld op faciliteren en uitnodigen. We zoeken naar mogelijkheden om drempels weg te nemen. We blijven weg van opdrachten en verzoeken vanuit de overheid.
Een goede communicatieboodschap en een goede onderbouwing van onze keuzes zijn belangrijk. Daarbij is het onvermijdelijk dat mensen ontevreden zullen zijn, dat zullen we moeten accepteren. Tijd reserveren bij ambtelijke medewerkers om het gesprek goed te kunnen voeren. We breiden onze (informele) respijtzorg uit, om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken. We onderzoeken samensturing met het Zilveren Kruis. De overige acties gericht op informatievoorziening, lotgenotencontact en erkenning en waardering dragen ook bij aan het voorkomen van overbelasting.
We nemen de tijd om te komen tot goede transformatieplannen met de juiste onderbouwing (en meetbare
en/of de VNG besluit om niet meer in de IZA (of vervolg) te stappen
en medisch domein en op de beweging naar de voorkant niet doorgaan
kpi’s). We zetten ook zonder deze projecten de gewenste samenwerking in.
Financiën Onderstaande tabel toont de budgetten die ondergebracht zijn in de nadere regels die worden herzien, aangevuld met de middelen voor acties die door partners in de stad worden uitgevoerd en gedekt zijn uit de bijdragen van derden. Hoewel het uitvoeringsprogramma loopt tot 2027, zijn in de tabel de budgetten structureel opgenomen. Hiervoor is gekozen omdat de betreffende budgetten bij afloop van dit uitvoeringsprogramma structureel ondergebracht worden in de herziene nadere regel(s). In de financiële tabel zijn de volgende acties niet opgenomen: - Activiteiten/acties uit het uitvoeringsprogramma die we dekken uit de bestaande personele capaciteit. - Acties uitgevoerd door partners in de stad die passen binnen de aan hun verstrekte opdracht en bijbehorende financiële kaders en worden uitgevoerd binnen de beschikbare middelen van de programma’s Levendige en Gezonde stad en Programma Kansrijk Opgroeien.
(in €'000)
2025
2026
2027
structureel
Benodigd budget voor bestaande en extra acties Pijler 1. Informele Zorg Pijler 2. Vrijwillige Inzet Pijler 3. Mantelzorg
6384 906 1086
6174 906 1070
6174 906 1070
6174 906 1070
Totaal benodigd budget
8376
8150
8150
8150
Programma Levendige en Gezonde Stad - Doelstelling Meedoen en Zorgen voor Elkaar
7474
7474
7474
7474
Programma Passende Ondersteuning en Opvang Doelstelling Passende Basiszorg
385
385
385
385
Programma Kansrijk Opgroeien Doelstelling Veerkracht Versterken*
221
141
141
141
Middelen transitiereserve
PM
PM
-
-
In begroting gedekt totaal
8080
8000
8000
8000
166 50 80 296
150 0 0 150
150 0 0 150
150 0 0 150
In begroting gedekt
Bijdragen van derden GALA Mantelzorg GALA Versterken Sociale Basis Nadere regel Herstel en Veerkracht
Bijdragen van derden totaal
Toelichting 1: In dit overzicht is de taakstelling efficiënt maatschappelijk ruimtegebruik vanuit de hervormings-bezuiniging nog niet meegenomen. Dit zou resulteren een lager beschikbaar budget van circa 1,5% op pijler 1.
Toelichting 2: De nadere regel VIVE is opgebouwd uit verschillende pijlers. In dit financieel overzicht is enkel het budget voor pijler 'zorgen voor elkaar' opgenomen.
Voortgang en verantwoording Account-cyclus De voortgang op het uitvoeringsprogramma wordt binnen de bestaande P&C-cyclus van ieder betrokken account gemonitord. De resultaten worden in de bestaande dashboards opgenomen. Indicatoren Dit UvP beschrijft acties die met onderstaande indicatoren (genoemd in de kader stellende beleidsnota’s en Programmabegroting) gemonitord worden. Vanuit de Utrecht Monitor worden de uitkomsten van deze indicatoren 2-jaarlijks ter beschikking gesteld. Afdeling Onderzoek & Advies Evaluatie, analyseert deze beschikbare informatie. Kanttekening is dat deze indicatoren niet direct in relatie tot de acties van dit UvP gemeten worden. • • • • • •
% inwoners dat meedoet % inwoners dat zich vrijwillig inzet % inwoners dat wil zorgen voor of hulp wil bieden aan buurtbewoners, maar dat nu nog niet doet % inwoners dat van familie/ vrienden/ buren/ vrijwilligers (organisatie) hulp ontvangt % inwoners dat zorgt voor of hulp biedt aan buurtbewoners % inwoners dat een bijdrage levert aan meer contact in de buurt
Naast deze monitoring en evaluatie vanuit de accountcyclus op specifieke resultaten wordt het UvP als geheel eind 2026 geëvalueerd. Dit is in het jaarprogramma van de betrokken afdelingen opgenomen. Verantwoording De resultaten van de monitoring en evaluaties worden op transparante wijze gerapporteerd aan het college van burgemeester en wethouders
E. Bijlagen Bijlage 1. Documenten Naam Rapport
Kernboodschap De sociale basis en de houdbaarheid van de Wmo Investeringen in de sociale basis hebben een dempend effect op kosten van Wmo maatwerkvoorzieningen - dit is niet in geld uit te drukken - echter veel andere factoren beïnvloeden de Wmo-uitgaven nog veel sterker. De effecten van de investeringen worden bovendien pas na enige tijd zichtbaar. SEOR-rapport Baten 1,6 x kosten, bij investeren in sociaal werk De waarde van vrijwilligerswerk
Maatschappelijke waarde mantelzorg En de waarde van mantelzorg in Utrecht (2021)
De vijf functies van de sociale infrastructuur tijdens een pandemie
Maatschappelijke businesscase jongerenwerk 201216_Rapportage_Evaluatie_Buurtcentra Utrecht.pdf Diverse publicaties effectiviteit jongerenwerk Rechtvaardige preventie: op het snijvlak van de publieke gezondheidszorg en het sociaal domein Het bevorderen van familie- en mantelzorg in beleid en regelgeving in Nederland
Vrijwilligerswerk levert een waardevolle bijdrage aan onze samenleving. Deze waarde is maatschappelijk en economisch. De maatschappelijke kosten van mantelzorg worden geschat (2021) op €22 miljard per jaar. De vervangingswaarde van deze zorg ligt 70 tot 100% hoger als de zorg door professionals gedaan wordt. Voor Utrecht zijn de cijfers in 2021: - Circa 105.000 actieve mantelzorgers; - Tijdsinvestering circa 32 miljoen uren per jaar; - Met een waarde tussen €301 en €496 miljoen per jaar; - Met circa €38 miljoen aan kosten per jaar. Een vitale sociale infrastructuur speelt een cruciale rol in het beschermen van kwetsbare groepen en het waarborgen van hun toegang tot basisvoorzieningen, tijdens crises en in het dagelijks leven. Door kleine problemen klein te houden, preventie en sneller afschalen van zorg naar jongerenwerk wordt kostenbeheersing gerealiseerd. Labyrinth onderzoek over het welzijnsaccommodatiebeleid 2020 Jongerenwerk draagt positief bij aan de transformatiedoelen van de Jeugdwet In het preventiedenken is een paradigmashift nodig waarin het brede welzijn van alle mensen en gemeenschappen centraal staat. Regelgeving en beleid rondom familie- en mantelzorg is een lappendeken. Vereenvoudiging en meer kaders vanuit de overheid zijn raadzaam.
Bijlage 2. Toelichting wenselijke en nog niet gedekte acties Pijler 1: Informele zorg Herijken en structureel financieren van Ambassadeurs Informele Zorg Jeugd. €160.000 per jaar Behouden van de inzet van de ambassadeurs zodat zij in casuïstiek kunnen blijven meedenken en aanwezig kunnen blijven in de wijken. Met deze actie vergroten we de inzet van de sociale basis bij casuïstiek uit de basis- en aanvullende hulp/-zorg. Daarbij krijgen beroepskrachten uit een grotere, bredere bekendheid met de mogelijkheden vanuit de sociale basis. Dit draagt bij aan minder intensieve of langdurige inzet vanuit de formele hulp en zorg. Deze actie is gedekt onder voorbehoud van definitieve besluitvorming Voorjaarsnota 2025 (knelpunt Jeugd). Wanneer dit knelpunt niet wordt gehonoreerd dan zoeken we naar financiële mogelijkheden, zoals: 1. Realiseren van een schuif van middelen uit de aanvullende jeugdhulp. Daarbij maken we zo nodig aanspraak op transitiemiddelen ter overbrugging. 2. Lukt het niet een schuif te realiseren, onttrekken we de nodige middelen per 2027 uit bestaand budget binnen de informele zorg. Waar die middelen dan vandaan komen zal afgewogen worden in het proces van herijken, maar zal ten koste gaan informele inzet in de stad. Trainingsaanbod voor vrijwilligers gericht op vergroten van netwerk en maken van contact in de buurt via Vrijwilligersacademie.
€25.000 per jaar Door vrijwilligers (bv maatjes) te leren hoe ze hulpvragers kunnen ondersteunen in het vergroten van hun netwerk zal de inzet van vrijwilligers leiden tot een duurzamer verandering in het leven van mensen. We willen hierover in de nieuwe subsidieregels ook een voorwaarde opnemen: binnen elke gesubsidieerde activiteit moet aandacht zijn voor het vergroten van het netwerk en/of meer contact in en verbinding in de buurt. Voor de uitvoering van deze actie zoeken we per 2027 naar een financiële schuif van de basis en aanvullende zorg naar de sociale basis. Lukt het niet om deze schuif te realiseren, wordt deze actie niet uitgevoerd.
Pijler 2: Vrijwillige Inzet Werven onder doelgroepen die traditioneel minder vrijwilligerswerk doen, of waar nog potentieel zit. €50.000 Voor de uitvoering van deze actie zoeken we per 2027 naar een financiële schuif van de basis en aanvullende zorg naar de sociale basis. Lukt het niet om deze schuif te realiseren, wordt deze actie niet uitgevoerd. Realiseren stagebureau Informele Zorg. €200.000 per jaar. Deze actie levert op drie manieren bij aan het versterken van de sociale basis en het besparen op zorgkosten: 1. bij casussen die langdurig ondersteuning nodig hebben levert een stagiair als maatje een grote meerwaarde, zij kunnen de beroepskrachten ontlasten. Van werken met stagiairs weten we inmiddels ook dat ze niet 1, maar 3 tot 5 hulpvragers kunnen ondersteunen. 2. de stagiair doet waardevolle ervaring op over waarde van en werkwijze van de sociale basis, die zij meenemen vanaf de start van hun loopband. 3. omdat we hierin de samenwerking zoeken met de ROCs, HU en UU kunnen de onderwijsinstelling hun curriculum beter aanpassen op actuele maatschappelijke vragen en werkwijzen (waaronder collectief werken), waarmee we bijdragen aan het opleiden van de hulpverlener van de toekomst. Voor de uitvoering van deze actie zoeken we per 2027 naar een financiële schuif van de basis en aanvullende zorg naar de sociale basis. Als het lukt om de schuif te realiseren, wordt
aanspraak gedaan op de transitiemiddelen om de actie al in 2025 of 2026 te kunnen realiseren. Lukt het niet om deze schuif te realiseren, wordt deze actie niet uitgevoerd.
Pijler 3: Mantelzorg In 2025 wordt meer duidelijk over de mogelijkheden voor extra groepsaanbod per 2027. Kosten PM. Voor de uitvoering van deze actie zoeken we naar een financiële schuif van de basis en aanvullende zorg naar de sociale basis. Als het lukt om de schuif te realiseren, wordt aanspraak gedaan op de transitiereserve om de actie al in 2026 te kunnen realiseren. Lukt het niet om deze schuif te realiseren, wordt deze actie niet uitgevoerd. We onderzoeken in 2025 verder of uitbreiding van Respijtzorg thuis voor (multiprobleem) gezinnen en volwassenen die praktische ondersteuning nodig hebben overbelasting van mantelzorgers voorkomt en aanvullende zorg voor jeugd ontlast. €59.000 per jaar. Voor de uitvoering van deze actie zoeken we per 2027 naar een financiële schuif van de basis en aanvullende zorg naar de sociale basis. Als het lukt om de schuif te realiseren, wordt aanspraak gedaan op de transitiereserve om de actie al in 2025 of 2026 te kunnen realiseren. Lukt het niet om deze schuif te realiseren, wordt deze actie niet uitgevoerd.
Bijlage 3. Participatie Overzicht • Ontwikkeldagen uitvragen sociale basis feb-mrt 2024 • Nizu netwerkbijeenkomst september 2024 • Klankbordsessie Panel Meetellen in oktober 2024 – Veel leden van het panel ontvangen hulp of begeleiding en verlenen tegelijkertijd ook zelf mantelzorg aan hun naasten. Dit is psychisch en soms financieel behoorlijk belastend omdat persoonlijke en professionele relatie dan door elkaar kunnen gaan lopen. De toekomst, waarin zowel zijzelf als hun naasten wellicht hulpbehoevender zullen gaan worden, zien zij echter niet somber in: daar zijn ze nog niet echt mee bezig. Het panel is zeer positief over peersupport of lotgenotencontact. Wel merken de panelleden op dat het belangrijk is dat deelnemers, indien nodig, worden begrenst ‘anders neem je hiervan te veel mee naar huis’. • Gesprek met vrijwilligers(organisaties) en Raadsleden in oktober 2024 • Wmo Cliëntenraad oktober 2024 – In een eerste verkennend gesprek heeft De Wmo Cliëntraad aandacht gevraagd voor de ontwikkeling dat het moeilijker wordt om vrijwilligers te vinden, waardoor initiatieven zoals Buurtmobiel moeilijker te organiseren worden. Daarnaast constateren zij dat mensen niet te beroerd zijn om iets te doen, maar dat het wel georganiseerd moet worden en daar ziet de Wmo Cliëntraad een rol voor de ambulant begeleider.
Die zou als netwerk coördinator moeten fungeren, zoals een casemanager dementie dat doet. Ook vroegen ze aandacht voor mantelzorgers bij gezinnen met kinderen met een beperking, de combinatie van werk en mantelzorg en laagdrempelige respijtzorg. • Mantelzorgpanel – Het Mantelzorgpanel is een groep van 10 (oud-)mantelzorgers die in 2022 en 2023 drie keer in gesprek zijn gegaan met Mantelzorg Utrecht en de gemeente Utrecht over wat er leeft onder mantelzorgers. Uit de gesprekken kwamen goede ideeën voor betere informatievoorziening, lotgenotencontact en respijtzorg. De acties in dit Uitvoeringsprogramma zijn daarop gebaseerd. Eén daarvan is mede door de mantelzorgers zelf tot uitvoering gebracht: het Mantelzorghuis. • Bijeenkomst kerngroep NIZU december 2024 • Duidingsgesprek toename overbelaste mantelzorgers oktober 2023 – Volgens professionals en mantelzorgers zijn er twee belangrijke oorzaken voor de toename in overbelasting: o Allereerst zorgde de coronacrisis voor extra belasting op mantelzorgers, die daarna niet (voldoende) is afgenomen. Door de coronamaatregelen viel zorg- en hulpverlening weg en kwam de zorg vaak op de schouders van één mantelzorger terecht. Zorg- en hulpverlening is na de coronacrisis niet altijd opnieuw opgestart.
Ook wordt na de coronacrisis de zorg vaak nog steeds door één mantelzorger gedaan, waar voorheen de zorg vaker over meerdere schouders was verdeeld. o Een tweede oorzaak zijn de wachtlijsten en personeelstekorten die zorgen voor extra belasting van mantelzorgers. Door lange wachtlijsten of personeelstekorten bij bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of verpleeghuizen wordt er steeds meer gevraagd van mantelzorgers. Tegelijkertijd wordt genoemd dat mantelzorgers altijd al zwaar belast waren. Een belangrijke reden hiervoor is dat het niet altijd duidelijk is waar mantelzorgers hulp of zorg voor zichzelf of de zorgvrager kunnen krijgen. De hulp is vaak versnipperd en over meerdere zorg- of hulpverleners verdeeld. “Voor het ene moet je naar hokje a, voor het andere moet je naar hokje c, en het duurt ontzettend lang.” – Mantelzorger. Dit gesprek bevestigde de keuzes in dit Uitvoeringsprogramma voor betere informatievoorziening, gelijkwaardige samenwerking, lotgenotencontact en uitbreiden van respijtzorg.