Transitievisie Warmte deel II (november 2021).pdf
Tekst van het document
36
42.251
2e Daalsebuurt en omgeving
1
Bokkenbuurt
Rijnenburg
1
89
-
88
502
Rijnsweerd
1
178
8
3.910
1.031
Rubenslaan en omgeving
1
830
362
3.495
878
Schildersbuurt
1
1.622
206
1.955
3.919
2.488
Tolsteeg en Rotsoord
1
2.655
-
3.352
3.698
5.428
Tuindorp-Oost
1
1.610
-
2.330
2.581
2.866
4.170
2.161
-
2.511
3.885
6.363
Voordorp en Voorveldsepolder
1
4.113 268
707
Watervogelbuurt
1
1.060
-
1.313
2.594
Zuilen-Noord
1
1.703
-
1.862
4.009
Tabel 3: Buurten in blok 3 * Woningequivalent (weq): een weq is gelijk aan 130m2 bruto vloeroppervlak (bvo) van een bedrijfsgebouw in de utiliteitssector. Met deze maat kunnen woningen en bedrijfsgebouwen op een zinvolle manier bij elkaar worden opgeteld.
Transitievisie Warmte deel II
29
3.2
De volgorde in perspectief
CO2-aanpak
Overstappen op elektrisch koken
CO2-winst is geen criterium voor het bepalen van de volgorde van buurten. Dit is in deel I toegelicht. Het doel van de warmtetransitie is wel om te komen tot een CO2-neutrale warmtevoorziening. Daarom brengen we wel de maximale CO2besparing van de buurtvolgorde in beeld. Van de CO2-uitstoot kunnen we alleen de uitstoot van kleinverbruikersaansluitingen uitrekenen per buurt. Dit doen we aan de hand van het gasverbruik met een omrekeningsfactor. De kleingebruikers in de hele stad stoten tezamen 286.707 ton CO2 uit.
In Utrecht zijn er ruim 16.000 woningen die alleen aardgas gebruiken om te koken. Van het gas afgaan is voor deze woningen relatief makkelijk. Het lijkt dan ook logisch te starten met de woningen die alleen gas gebruiken voor het koken. Het blijkt dat de woningen die alleen kookgas gebruiken hoofdzakelijk in de buurten liggen die als eerste aan de beurt zijn (bijna 12.000 in de eerste buurten en in Overvecht-Noord en USP, waar al begonnen is met de transitie). Dit valt dus mooi samen. Daarnaast zien we dat bewoners steeds vaker kiezen voor elektrisch koken en adviseren we om op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij de aanschaf van een nieuwe keuken, nu al deze overstap te maken. We verwachten dat het aantal kookgasaansluitingen ook in de andere buurten komend jaar zal dalen.
Van de grootverbruikers is het gasgebruik niet openbaar en is het niet opgenomen in de uitstoot per buurt. We weten wel het totaal voor de hele stad. Volgens het meest recente duurzaamheidsverslag hadden de bedrijven voor het gasverbruik een CO2uitstoot van 168.042 ton. We zien dat met de buurten in het eerste blok, met 31% van de aansluitingen, in potentie 26% CO2 wordt bespaard van de stedelijke uitstoot (exclusief de groot verbruikers). Doordat in deze buurten veel gebouwen met kookgasaansluitingen staan en kookgas naar verhouding weinig verbruik per aansluiting heeft, ligt de potentie van besparing iets lager dan 31% . In de buurten met veel kookgasaansluitingen ligt al een warmtenet en deze buurten komen in de analyses vaak naar voren als robuuste buurten. Ook is het relatief weinig gedoe om enkel van het kookgas af te gaan, vergeleken met de overstap op een ander verwarmingssysteem. Daarom zitten deze buurten in het eerste blok en heeft deze groep dus een lagere CO2-uitstoot dan de andere blokken.
Transitievisie Warmte deel II
Ontwikkelingen in de buurten Van de 24 buurten die geselecteerd zijn in blok 1, is voor de periode 2021-2030 in een snelle ronde informatie opgehaald over de ontwikkelingen in deze buurten. Dit levert inzicht op in de meekoppelkansen met rioolwerkzaamheden en wegwerkzaamheden maar geeft ook beeld van het corporatiebezit in de buurt en de reeds geplande (en niet geplande) renovaties van corporaties waarbij aardgasvrij het uitgangspunt is. Deze inventarisatie is met nadruk een eerste inventarisatie en wordt in de eerste stappen van de buurtaanpak verder uitgediept en aangevuld. Een korte omschrijving van de ontwikkelingen in de 24 buurten is te vinden in bijlage 3.
30
Onderhoudsplannen en ontwikkelingen bij corporaties In de 24 buurten die geselecteerd zijn ligt circa 50% van het bezit van de grote corporaties. Voor een efficiënte aanpak willen de corporaties de aanpassingen die nodig zijn in de warmtetransitie zoveel mogelijk op laten lopen met hun meerjaren planning voor groot onderhoud. Soms loopt deze meerjarenplanning niet gelijk met de fasering van de buurten die volgt uit de drie criteria. Corporaties geven aan onvoldoende investeringsruimte te hebben om de planning in deze visie te realiseren voor 2030. Dit is een erkend knelpunt waar gemeenten en corporaties een gezamenlijk belang hebben in een landelijke aanpassing van onder andere de verhuurdersheffing.
Bijna de helft van het bezit van Mitros in Utrecht staat in de buurten die in het eerste blok aan de beurt komen. Voor 45% daarvan heeft Mitros in deze periode (tot 2030) geen investering gepland staan. Ook bij de reeds geplande investeringen staat het aardgasvrij maken van de woning niet altijd op de planning. Zij voorzien een grote impact op hun investeringscapaciteit in de komende jaren. Ook voor Portaal geldt dat bijna de helft van hun bezit in de geselecteerde buurten in het eerste blok staat. Dit zal grote impact hebben op hun investeringscapaciteit. Uit hun inventarisatie blijkt dat voor een groot deel van de buurten geplande investeringen naar voren gehaald moeten worden. Uit de inventarisatie blijkt ook dat er in het eerste blok verschillende buurten zijn waarbij het “gedoe” voor de corporatie wat minder groot lijkt. Verder zien ze buurten waarbij de woningen, gezien de bouwperiode, geschikt lijken voor aansluiting op stadswarmte. Ten slotte wijzen ze erop dat een deel van de complexen VvE’s zijn waarbij de uitgangsituatie anders is wat betreft hun aandeel in de planvorming. Bo-Ex heeft eveneens bijna de helft van hun bezit in de buurten die in het eerste blok gepland zijn. In twee van de buurten zijn hun woningen al aardgasvrij, de Neckardreef e.o en Taag- en Rubicondreef e.o.
De woningen in de buurten die vallen in OvervechtNoord zijn al aangesloten op het warmtenet. Het grootste deel van de woningen van Bo-Ex bevindt zich in Kanaleneiland waar recent bewoners geen akkoord gaven voor plannen om het complex aardgasvrij te maken.
Transitievisie Warmte deel II
31
De SSH heeft beperkt bezit in de voorgestelde buurten. Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd naar de verduurzamingsopgave van de eenheden van de SSH. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek bekijken ze hoe ze de verduur zaming van de bestaande voorraad de komende jaren verder vorm gaan geven. De SSH ziet nog een aantal meekoppelkansen: bij sloop nieuwbouw van het IBBcomplex en de renovatie van Tuindorp-West. Ook heeft de SSH veel bezit binnen de singels. Ze denken graag mee over de aanpak daar.
Wanneer in het Openingsbod een buurt in alle scenario’s met de verschillende rekenmodellen eenzelfde uitkomst oplevert, dan wordt een oplossing door Stedin als robuust geclassificeerd. Deze analyse is gebaseerd op meer generieke data dan onze eigen analyses en levert voor Utrecht slechts voor 14 van de 111 CBS-buurten een eenduidig resultaat. Dit is een andere definitie van robuustheid dan we in onze eigen analyse hanteren. Toch hebben we de uitkomsten vergeleken. De verschillende uitkomsten laten zich goed verklaren.
GroenWest heeft geen bezit in de 24 eerste buurten.
Het belangrijkste verschil in de analyse is dat wij gebruik maken van gedetailleerde gegevens toegespitst op de Utrechtse situatie. Zo zijn in het Openingsbod alleen buurten waar minimaal 70% is aangesloten op het warmtenet aangeduid als “Bestaand warmtenet”. In onze analyses zijn daadwerkelijke aansluitpercentages in de berekening van de initiële investeringskosten meegenomen. Dit maakt uitbreiding van het bestaande warmtenet in de Transitievisie Warmte gunstiger dan in het Openingsbod.
De corporaties hebben aangeven, ondanks de hierboven genoemde bezwaren, te begrijpen dat we aan de slag moeten en willen graag meedenken over hoe we elkaar daarin kunnen helpen. De eerder genoemde randvoorwaarden van VNG zijn ook voor deze partijen van groot belang.
Openingsbod Stedin Stedin heeft voor hun leveringsgebied, waar Utrecht deel van uitmaakt, ook een eigen analyse uitgevoerd voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Stedin noemt dit het Openingsbod. Hierin is per CBS-buurt een mogelijke warmteoplossing bepaald op basis van een aantal scenario’s die in drie verschillende modellen is doorgerekend. Het Openingsbod van Stedin wijkt, in de opzet met drie rekenmodellen, af van de aanpak in de Transitievisie Warmte en maakt zich daarmee moeilijk te vergelijken met de Utrechtse aanpak.
Transitievisie Warmte deel II
Eneco Cityplan Eneco heeft een eigen analyse voor de kansen voor warmtenetten gemaakt. Hierin hebben zij vooral vanuit het systeemperspectief van het warmtenet hun reactie op de buurtvolgorde gekeken (iets wat met Vesta MAIS niet mogelijk is).
32
Eneco heeft in enkele gebieden iets andere grenzen gekozen dan de CBS-buurten. Motivatie daarbij komt ófwel voort uit systeemperspectief (waar ligt al een net en waar niet) ófwel vanuit het perspectief van gebouwtypologie (zelfde type gebouwen). Eneco geeft aan dat het vanuit die perspectieven soms logischer is een buurt groter te maken of juist te splitsen met oogmerk tot zo laag mogelijke kosten te komen. Vooralsnog heeft de analyse van Eneco niet tot een wijziging van de volgorde van buurten geleid. Bij de start van de buurtaanpak moet wel heel goed gekeken worden of de aanpak niet beter per cluster van buurten gedaan kan worden waarbij bovenstaande overwegingen meegenomen moeten worden.
Wanneer naar de buurten wordt gekeken die in het Vesta MAIS model een robuuste collectieve warmteoplossing opleveren, dan blijkt ook in het VNG-model voor meer dan 80% van de woningen per buurt in zichtjaar 2030 de gunstigste oplossing op te leveren. Uitzondering hierop zijn de buurten Vleuterweide (Noord/oost/centrum, West, Zuid) en Veldhuizen. In deze buurten staan veel goed geïsoleerde woningen van particuliere eigenaren en dit levert in het VNG model bij meer dan 50% van de woningen een individuele oplossing als gunstigste resultaat op. Deze buurten zijn ingedeeld in blok 2.
Evaluatie model Eindgebruikerskosten VNG In opdracht van de VNG heeft TNO een model ontwikkeld om de effecten van de energietransitie op de eindgebruikerskosten inzichtelijk te maken. Dit is een andere benadering dan met het Vesta MAIS model waar naar de maatschappelijke kosten wordt gekeken. De resultaten van het VNG-model kwamen beschikbaar toen wij onze analyses al hadden afgerond. We hebben de resultaten wel nog vergeleken. Het VNG-model berekent de relatieve eindgebruikerskosten ten opzichte van de kosten van aardgas voor verschillende individuele en collectieve warmteoplossingen voor de zichtjaren 2020 en 2030. Bij de eindgebruikerskosten wordt onderscheid gemaakt tussen woningeigenaren, huurders en verhuurders. Bij huurders en verhuurders wordt nog onderscheid gemaakt tussen particuliere en corporatiehuur. Het model berekent de eindgebruikerskosten voor vijf woningtypes en zeven isolatielabels per woningtype. De uitkomsten zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden en zijn indicatief voor de eindgebruikerskosten. Dit betekent dat de uitkomsten niet gebruikt kunnen worden om individuele casussen door te rekenen maar wel kunnen worden gebruikt om de effecten van verschillende warmtestrategieën voor de actoren te bepalen.
Transitievisie Warmte deel II
33
Visie ondergrond Een zorg die leeft, is de vraag of met de aanleg van een warmtenet en bijbehorende bronnen niet te veel ruimte in de ondergrond geclaimd wordt, waardoor het niet meer mogelijk is om andere ambities en opgaven te realiseren. De gemeente Utrecht werkt daarom aan de Visie Ondergrond. Deze Visie Ondergrond wordt het strategisch beleidsdocument voor de ondergrond, waarin het belang van de ondergrond voor de ontwikkeling en leefbaarheid van de stad wordt vastgelegd. De visie brengt het huidige en toekomstige gebruik van de ondergrond in beeld en biedt handvatten om daar waar het nodig is na vaststelling van de visie – in de praktijk onderbouwde beleidskeuzes te maken voor het gebruik van de ondergrond en mogelijke afwenteling en overlast te voorkomen. Naar verwachting wordt deze visie vastgesteld in 2022. Met de Transitievisie Warmte kunnen we niet wachten op deze visie maar bij de Wijkuitvoeringsplannen zal deze visie helpen om op een integrale en eenduidige wijze te sturen op een efficiënte ordening van de ondergrond.
Transitievisie Warmte deel II
34
4. Stappenplan buurtaanpak
Er zijn in Nederland nog weinig bestaande buurten die het traject naar aardgasvrij hebben doorlopen. In Nederland lopen momenteel ruim veertig pilotwijken aardgasvrij. In Utrecht is in Overvecht-Noord gestart en de ervaring van betrokken partijen is dat dit een uitdagend proces is. Alle partijen gingen voor het eerst met deze opdracht aan de slag en er is nog veel te ontdekken. Er is nog geen beproefd proces dat kan worden gevolgd voor het aardgasvrij maken van de wijk. Ook de wet- en regelgeving waarmee de nieuwe taken van de gemeente worden geregeld, is nog niet op orde en er zijn nog geen middelen vanuit het Rijk voor deze procesaanpak. De buurtaanpak heeft dus nog te maken met veel onzekerheden. Om voortgang te houden, gaan we toch aan de slag en starten we vanaf 2022 in meer buurten met de buurtaanpak. Voor houvast in het proces en om een standaard in de buurtaanpak te krijgen hebben we een stappenplan opgesteld. Dit hebben we gedaan aan de hand van gesprekken met uiteenlopende stakeholders die ook betrokken worden in de buurtaanpak. Een standaard aanpak helpt bij de verwachtingen vooraf en maakt (gemeentebreed) monitoren en leren onderling (tussen de verschillende buurten) mogelijk. Bij het opstellen van het stappenplan hebben we de ervaringen van zowel de gemeente als andere partijen in Overvecht-Noord meegenomen.
Doorontwikkeling van het stappenplan Zoals eerder beschreven, moeten er op rijksniveau nog besluiten worden genomen over aanpassing van wet- en regelgeving die van grote invloed is op de haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie voor burgers en bedrijven en de regierol van de gemeente in het gebiedsgericht aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen. Dit stappenplan is opgesteld met de kennis van nu en de huidige gezamenlijke inzichten van gemeenten. Meerdere wetgevingstrajecten lopen nog (Warmtewet, de nieuwe Energiewet, mandatering beëindiging aardgasgebruik). De doorlooptijd per fase is een schatting en zeer afhankelijk van factoren in een buurt. Met het proces in de fases 4 t/m 6 van het stappenplan (figuur 8) is (landelijk) heel weinig ervaring. Deze zijn daarom globaler beschreven. Door met het stappenplan aan de slag te gaan wordt de komende jaren steeds meer duidelijk over het proces dat we moeten doorlopen. Daarom wordt het stappenplan regelmatig geüpdatet.
Overstappen op een andere manier van verwarmen en koken gaat niet van het ene op het andere moment. Het stappenplan werkt daarom in verschillende fasen, van grof naar fijn, toe naar een Wijkuitvoeringsplan. Als dit Wijkuitvoeringsplan is vastgesteld door de raad, volgt een warmteaanbod aan gebouweigenaren en volgen de voorbereidingen voor de uiteindelijke uitvoering. Het stappenplan wordt gebruikt zodra de gemeente een definitieve start maakt met de buurtaanpak.
Transitievisie Warmte deel II
35
STAPPENPLAN BUURTAANPAK AARDGASVRIJ Fase 1 - Buurt in kaart
Fase 2 - Onderzoek
Oriëntatiefase: ± 3 maanden
Definitiefase: ± 9 maanden
We brengen voor deze buurt in kaart:
Ondergrond
Ontwerpfase: ± 12-18 maanden We zoeken een passende warmteoplossing die voldoet aan het programma van eisen
We verkennen wensen, kaders en randvoorwaarden
Startbijeenkomst met de buurt
Fysieke kenmerken
Fase 3 - Uitvoeringsplan
Voor de warmteoplossing maken we een voorlopig ontwerp
We vormen logische gebieden door afbakenen en clusteren We brengen in kaart hoe dat woonlastenneutraal kan worden gerealiseerd
Sociale samenstelling Resultaat: Notitie Buurtprofiel en Participatieplan
Resultaat: Programma van eisen warmteaanbod
Resultaat: Wijkuitvoeringsplan in gemeenteraad
Fase 4 - Aanbod
Fase 5 - Voorbereidende werkzaamheden
Fase 6 - Werk in uitvoering
Voorbereidingsfase: ± 6 maanden
Warmtebedrijf maakt definitief ontwerp en doet een warmteaanbod
Definitief plan-fase: ± 6 maanden
Uitvoeringsfase: ± 1-8 jaar
Vergunningen worden aangevraagd
Uitvoering van het aardgasvrij maken
of Individuele oplossingen worden uitgewerkt
Voorbereidingen uitvoering en afstemmen planningen
Resultaat: Gebiedsovereenkomst (warmteaanbod)
Resultaat: Planning en plan begeleiding
Wie doen er mee? Wie doen er mee?
Bewoners •• Bewoners
Netbeheerder •• Netbeheerder
Marktpartijen •• Marktpartijen
We monitoren het effect van de maatregelen
Resultaat: Alle gebouwen in de buurt aardgasvrij
Ondernemers • •Bewonersinitiatieven Bewonersinitiatieven • Grote • Grote vastgoedeigenaren • Gemeente • Gemeente Utrecht ••Ondernemers vastgoedeigenaren Utrecht
Figuur 8: Stappenplan voor de buurtaanpak aardgasvrij.
Transitievisie Warmte deel II
36
Fase 1: Buurt in kaart - ORIËNTATIEFASE In deze fase wordt een definitieve start gemaakt met de buurtaanpak aardgasvrij. Het initiatief voor de buurtaanpak ligt bij de gemeente. Om een goed beeld te krijgen van de buurt, maakt de gemeente een buurtprofiel. Hierin komen zowel fysieke als sociale aspecten terug en stemmen we af met andere opgaven in de buurt. Iedereen in de buurt wordt, bijvoorbeeld met een brief en een informatiebijeenkomst, geïnformeerd over deze start. We maken in deze fase ook een participatieplan, zodat duidelijk is wanneer bewoners, ondernemers en andere geïnteresseerden betrokken worden en op welke manier we dat het beste kunnen doen. Hiervoor worden eerste gesprekken gevoerd met onder andere bewonersinitiatieven en de grote vastgoedeigenaren. Na deze fase ligt er een notitie met het buurtprofiel en een participatieplan. Ook is helder wie (intern en extern) er deelnemen in het team dat in de volgende fasen aan de slag gaat met de buurtaanpak aardgasvrij. Deze fase bepaalt de context van de volgende fasen.
fase de wensen uit de buurt verkend. De publieke waarden die in de Transitievisie Warmte deel I zijn vastgesteld vormen de randvoorwaarden voor het alternatief. Na deze fase ligt er een eerste programma van eisen dat is opgesteld door de gemeente met partijen uit de buurt. Hierin staat aan welke voorwaarden het warmteaanbod moet voldoen.
Fase 3: Uitvoeringsplan – ONTWERPFASE* Op basis van het eerste programma van eisen zoeken we passende warmteoplossingen en we selecteren de beste voor de clusters in de buurt. Hiervoor werken we een voorlopig ontwerp uit en wordt duidelijk hoe dit woonlastenneutraal kan worden gerealiseerd voor de verschillende doelgroepen. In deze fase wordt ook duidelijk welke rol collectieve oplossingen van bewonersinitiatieven in de buurt krijgen. Met de uitkomsten van deze onderzoeken stellen we een Wijkuitvoeringsplan (WUP) op en deze wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Fase 2: Onderzoek - DEFINITIEFASE Nu er een buurtprofiel is, zoomen we verder in op de buurt. Het is belangrijk goed af te bakenen welk gebied en welke gebouwen onderdeel zijn van de buurtaanpak en waar de grenzen liggen. Aan de hand van nader onderzoek (het rekenen en tekenen) bepalen we logische gebieden/clusters voor het vervolg. Daarnaast worden in deze
* In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het in wet- en regelgeving verankeren van een sterkere regierol van de gemeente in de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Deze aanpassingen betreffen de Warmtewet (aanwijzen van gebieden/kavels en een warmtebedrijf), de Energiewet (algemene regels voor netwerkbedrijven) en een mandaatregeling voor gemeenten (vooral m.b.t. beëindiging gaslevering). Deze aanpassingen van wetgeving zijn alle nog in uitvoering bij het Rijk en daarmee een onzekerheid voor de invulling van de gemeentelijke rol. Deze wetgeving bepaalt mede welke stappen we in deze fasen (kunnen) zetten.
Transitievisie Warmte deel II
Fase 4: Aanbod – VOORBEREIDINGSFASE* In fase 4 werken we samen met marktpartijen de laatste (technische) details verder uit in een definitief ontwerp. Bij individuele oplossingen zorgen we dat voor eigenaren duidelijk is wat nodig is in de overstap naar het alternatief. Bij collectieve oplossingen krijgen eigenaren/bewoners een passend warmteaanbod. Eigenaren/bewoners die niet meedoen, kunnen voor een eigen alternatief kiezen. Dat alternatief moet minstens voldoen aan de randvoorwaarden zoals beschreven in het programma van eisen.
37
Fase 5: Voorbereidende werkzaamheden – DEFINITIEF PLAN-FASE In deze fase worden de laatste voorbereidingen gedaan voor de daadwerkelijke uitvoering. We stemmen af met andere ingrepen in de openbare ruimte. Ook vindt de voorbereiding van eventuele inpandige aanpassingen plaats.
Fase 6: Werk in uitvoering - UITVOERINGSFASE In de laatste fase van het stappenplan vindt de uitvoering van het aardgasvrij maken plaats. In deze fase is de begeleiding in de buurt belangrijk. Er zijn afspraken gemaakt hoe de begeleiding eruitziet. Na deze fase is de uitvoering voltooid en zijn alle gebouwen in de buurt aardgasvrij.
Transitievisie Warmte deel II
38
5. Gebiedsgericht aan de slag
Op verschillende manieren gebiedsgericht aan de slag De Transitievisie Warmte deel II richt zich op de vraag wanneer we in welke buurten starten met de gebiedsgerichte aanpak om te komen tot een wijkuitvoeringsplan. In deze buurten ziet de gemeente voldoende aanleiding om te starten met het opstellen van een haalbaar en betaalbaar Wijkuitvoeringsplan. Hier neemt de gemeente dus het initiatief vanuit de kansen voor de warmtetransitie. Naast de aanpak van de geselecteerde buurten zien we in de warmtetransitie ook andere kansen om uiteindelijk tot een duurzame en CO2-vrije warmtevoorziening te komen:
Ook willen we (meekoppel)kansen herkennen/verkennen op het moment dat grote infrastructurele aanpassingen gaan plaatsvinden. Bijvoorbeeld in een buurt waar op grote schaal de riolering, warmtenet of elektriciteitsnet vervangen moet worden: is het mogelijk om meteen (een deel van) een warmtenet aan te leggen of kan er al ruimte worden gehouden in de ondergrond voor een warmtenet in de toekomst. In de integrale benadering van de gebieden, gebruiken we de WAT-kaarten bij de advisering door de gebiedsteams.
Nieuwbouw • Meekoppelkansen • Bottum-up, faciliteren van initiatief • Bedrijventerreinen
Meekoppelkansen Utrecht is een stad die komende jaren enorm groeit en in ontwikkeling is. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) is gekozen om binnen de contouren van de stad te groeien. Binnenstedelijk ontwikkelen is complex en vraagt om een integrale benadering en regie. Op basis van de stedelijke koers ontwikkelt de gemeente Utrecht een visie op de gebieden in Utrecht en zorgt dat thematische ambities zoals mobiliteit, wonen en energie hun uitwerking krijgen in de gebieden. Dit soort ontwikkelingen grijpen we aan om ook naar een duurzame warmtevoorziening te kijken. De WAT-kaart ‘Verwachte warmteoplossing per buurt’ uit deel I maakt het mogelijk om te onder zoeken of de gekozen warmteoplossing voor het nieuwe gebied een kans biedt voor het bestaande gebied eromheen.
Transitievisie Warmte deel II
De Transitievisie Warmte gaat over de bestaande stad; hoe maken we bestaande bebouwing stap voor stap aardgasvrij. Omdat nieuwbouw al aardgasvrij moet worden gebouwd, hoeven die (aardgasvrij)stappen niet doorlopen te worden. Toch is het wel van belang (ook) nieuwbouw daarbij in het oog te houden. We streven namelijk naar het aanleggen van toekomstbestendige infrastructuur bij nieuwbouw. Dat betekent dat nieuwbouw wordt aangesloten op lage temperatuursystemen (individueel of collectief). Nieuwbouw wordt dus niet aangesloten op hoge temperatuur bronnen. Hiermee blijven deze schaarse bronnen beschikbaar voor waar ze wel nodig zijn: de bestaande bouw. In de groei van de stad onderzoeken we hoe de nieuwbouw een kans kan zijn voor de bestaande bouw eromheen.
39
Bottum-up, faciliteren van initiatief en leren door te doen
Bedrijventerreinen
We merken in de samenleving een steeds grotere bewustwording van de opgave van de warmtetransitie. Voor vragen rondom besparen hebben we het digitale platform JouwHuisSlimmer. Steeds vaker zien we bewonersinitiatieven die zelf in hun buurt aan de slag gaan. We leren van deze initiatieven en ondersteunen hen in hun ambities om zelf aan de slag te gaan om een alternatief voor aardgas in hun buurt te organiseren. Het aanbod voor deze initiatieven breiden we komende tijd uit. Hiervoor ontwikkelen we een aanbod dat past bij de fase waarin het initiatief zit. Ons aanbod varieert van subsidie voor bijeenkomsten, communicatie en communitybuilding (via het initiatievenfonds), kennis(uitwisselings)sessies over bijvoorbeeld techniek tot een bijdrage voor haalbaarheidsonderzoek. Uitgangspunt is dat we een aanbod hebben dat past bij de fase waarin het initiatief is. De WAT-kaarten en de publieke waarden zoals vastgesteld in de Transitievisie Warmte deel I, zijn ook voor de buurtinitiatieven ons uitgangspunt.
Bedrijventerreinen in Transitievisie Warmte deel I In opdracht van de gemeente heeft het adviesbureau CE Delft onderzoek gedaan naar de bebouwing op bedrijventerreinen, het energiegebruik, potentie voor warmtebesparing door isolatie en de kosten van duurzame warmteoplossingen. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in het eerste deel van de Transitievisie Warmte. Aan de hand van dit onderzoeksrapport concluderen we dat:
We vinden het een enorme meerwaarde als het buurtinitiatieven lukt om een eigen warmtevoorziening voor hun buurt op te zetten. Het betekent zeggenschap en eigenaarschap over je eigen energie. Tegelijk zien we dat er in Nederland nauwelijks lokale initiatieven voor duurzame warmte de eindstreep halen. Dat kan over de tijd anders worden maar vooralsnog is het complex en moeilijk om kleinschalige initiatieven werkend en betaalbaar te krijgen. De meerwaarde is helder; we zullen initiatieven wel altijd afwegen tegen het bredere publieke belang: het lokale initiatief mag er niet toe leiden dat oplossingen in andere gebieden onmogelijk of onevenredig duur worden. En ook bewoners in de eigen buurt die niet aansloten zijn op het initiatief mogen niet tegen hun zin slechter af zijn, bijvoorbeeld op comfort of tarieven.
De combinatie van deze onzekerheden zorgt ervoor dat we op basis van huidige informatie geen onderbouwde keuze kunnen maken over de verwachte warmte oplossing en de volgorde voor het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen in Transitievisie Warmte deel II. Ook bedrijventerreinen moeten aan de slag. We werken daarom verder aan het verzamelen van informatie zodat we ook voor bedrijven terreinen een goed onderbouwd besluit kunnen nemen over geschikte warmte oplossingen, het tijdspad waarbinnen bedrijvengebieden kunnen verduurzamen naar aardgasvrij en een passende aanpak.
Transitievisie Warmte deel II
• De maatschappelijke kosten van de verschillende oplossingen zo dicht bij elkaar liggen dat er voor geen enkel bedrijventerrein één logische, robuuste warmte oplossing naar voren komt. • Het verschil in maatschappelijke kosten tussen de verschillende bedrijventerreinen zeer beperkt is, waardoor we met de huidige gegevens ook niet kunnen bepalen waar we het beste kunnen starten en waar niet.
40
Stappen naar aardgasvrije bedrijventerreinen In samenwerking met parkmanagement en het bedrijfsleven werken we in drie gebieden uit hoe bedrijventerreinen kunnen verduurzamen en van het aardgas kunnen. Door deze voorbeeldprojecten leren we welke warmteoplossing het meest geschikt is voor bedrijventerreinen; een collectieve oplossing zoals een warmtenet of individuele oplossingen zoals de warmtepomp. We weten straks welke aanpassingen er nodig zijn aan de gebouwen, de kosten van aanpassingen aan infrastructuur, gebouwen en installaties en betaalbaarheid voor de eindgebruiker. Bovendien krijgen we een goed inzicht in factoren die randvoorwaardelijk zijn voor de transitie, welke belemmeringen er zijn, hoe we deze belemmeringen op kunnen lossen en met wie we daarvoor moeten samenwerken. Om kennisontwikkeling te bevorderen zorgen we voor diversiteit tussen de gebieden, bedrijven en hun energiegebruik. Deze aanpak moet leiden tot keuzes over het aardgasvrij maken van alle bedrijfs gebieden in de stad. Na het afronden van de voorbeeldprojecten moeten we ook voor de bedrijfsgebieden een goed onderbouwde keuze kunnen maken over de technische voorkeursoplossing en het tempo waarop bedrijven tot 2050 kunnen verduurzamen naar aardgasvrij. Tot slot leiden de resultaten tot een aanpak en stappenplan voor het verduurzamen van bedrijfsgebieden.
Een ander doel van de voorbeeldprojecten is concrete stappen te zetten in het verduurzamen van bedrijventerreinen. Ondernemers en parkmanagementverenigingen krijgen door deze aanpak meer inzicht in hun energiegebruik en handelingsperspectief voor verduurzaming. De gemeente biedt hiervoor nu al hulpinstrumenten aan zoals het ondersteuningsaanbod voor zon op dak, het Energieloket voor advies op specifieke maatregelen en het Utrechts Energiefonds.
Transitievisie Warmte deel II
41
6. Stap voor stap verder
Met dit tweede deel van de Transitievisie Warmte ronden we de eerste Transitievisie Warmte van de gemeente Utrecht af en zetten we weer een stap richting een duur zame warmtevoorziening. Kenmerkend voor een transitie is dat er stappen worden gezet terwijl er ook veel onduidelijk is, en dat er op basis van ervaringen en nieuwe kennis steeds betere en soms andere keuzes gemaakt kunnen worden. Dat geldt zowel voor de prestaties van technieken, kosten, innovaties en ook voor de aansluiting bij wensen en voorkeuren van inwoners en bedrijven. Deel I en II geven ons de kaders en randvoorwaarden hoe en waar we als eerste aan de slag gaan in deze transitie. In het proces richting de Wijkuitvoeringsplannen kunnen en zullen we steeds verdere keuzes maken.
De WAT-kaart ’Verwachte warmteoplossing per buurt’ geeft wel een duidelijk voorkeursalternatief aan voor de buurt als geheel, waar we als gemeente met beleid op zullen sturen en dat startpunt is voor nader onderzoek. Dat doen we omdat we de totale maatschappelijke kosten zo laag mogelijk willen houden.
(Buurt)initiatieven lopen vooruit op de fasering We vinden het belangrijk om initiatieven in de stad die passen binnen de uitgangs punten van deze transitievisie te stimuleren. Het kan dus zijn dat er in buurten die nu nog niet zijn aangegeven in het eerste blok, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij omdat anderen daarvoor het initiatief nemen. Natuurlijk gelden in deze buurten dezelfde kaders en randvoorwaarden.
Grenzen geven richting De kaarten in deze Transitievisie Warmte zijn gebaseerd op de 111 CBS-buurten van Utrecht. Deze indeling is gebruikt in de (landelijke) analyses. Dit betekent alleen niet dat een aardgasvrije buurtaanpak exact de CBS-grenzen volgt. De grenzen zijn niet beperkend. Ze helpen om richting te geven. Het kan daardoor voorkomen dat een aangrenzende straat of zelfs een overzijde van een straat nu buiten een buurt valt maar waarbij het wel heel logisch is deze bij de aangrenzende buurt mee te nemen in de transitie. Dit zal in de eerste fases van de buurtaanpak duidelijk worden.
Binnen buurten zijn verschillende warmteoplossingen mogelijk Het feit dat een buurt een warmtenet als beoogde oplossing heeft, betekent niet dat elk gebouw in die buurt op een warmtenet wordt aangesloten. Buurten zijn niet altijd homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een buurt andere oplossingen kosten efficiënter zijn. Zo kunnen binnen een buurt oudere en nieuwere gebouwen staan en zijn er vaak verschillende soorten eigenaren in een buurt aanwezig. Ook kan het zijn dat er al een (buurt)initiatief is dat gebruik wil maken van een eigen oplossing.
Transitievisie Warmte deel II
Samenwerking en een nieuwe rol voor de gemeente De samenwerking met alle stakeholders in dit proces is erg belangrijk. Deze gaat steeds beter en we hebben meer en meer inzicht in elkaars belangen. Om als gemeenten de nieuwe regierol in deze samenwerking goed te kunnen pakken, is het belangrijk dat we als gemeenten de juiste bevoegdheden krijgen om onze regierol daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het in wet- en regelgeving ver ankeren van een sterkere regierol van de gemeente. Deze aanpassingen betreffen de Warmtewet (aanwijzen van gebieden/kavels en een warmtebedrijf), de Energiewet (algemene regels voor netwerkbedrijven) en een mandaatregeling voor gemeenten (vooral m.b.t. beëindiging gaslevering). Deze aanpassingen van wetgeving zijn alle nog in uitvoering bij het Rijk en daarmee een onzekerheid voor de invulling van de gemeentelijke rol.
42
Capaciteit
Om de vijf jaar actualiseren
De aanpak in de buurten die als eerste aan de beurt zijn, is een enorme klus en vraagt veel capaciteit van ons en onze stakeholders. We kunnen niet meteen morgen in alle 24 buurten tegelijk beginnen. Daarom gaan we met onze partners op zoek naar een slimme manier om deze 24 buurten aan te pakken en waar we starten met de buurtaanpak. We verwachten dat we een vergoeding krijgen van het Rijk voor de toename in uitvoeringslasten van de capaciteit die daarvoor nodig is. De VNG zet zich met ons hier voor in. Adviesbureau AEF helpt ons met het in kaart brengen van deze uitvoeringslasten en waar deze van afhankelijk zijn.
In het Klimaatakkoord is afgesproken de Transitievisie Warmte minimaal eens in de vijf jaar te actualiseren. Dan passen we het plan aan op basis van de laatste inzichten, ontwikkelingen én onze ervaringen. Ook wordt hierbij telkens de volgorde van de buurten herijkt en worden nieuwe buurten toegevoegd waar een buurtaanpak start.
Invulling publieke waarden In de buurtgerichte aanpak onderzoeken we hoe in een buurt de overstap naar andere manieren van verwarmen op een haalbare en betaalbare manier kan worden gemaakt. Buurten gaan pas echt van het gas af als de warmtenetten in ieder geval voldoen aan de 4 randvoorwaardelijke publieke waarden uit deel I. 1. Duurzaamheid: De bron voor het warmtenet is (op termijn) CO2-vrij en zonder andere nadelige effecten op de leefomgeving. 2. Betaalbaarheid: Iedereen in Utrecht kan beschikken over een comfortabel en duurzaam verwarmd gebouw en zal niet meer gaan betalen dan bij het gebruik van aardgas. 3. Betrouwbaarheid: De warmtevoorziening biedt een hoge mate van leverings zekerheid en is toekomstbestendig. 4. Transparantie: Warmtebedrijven geven openheid over de opbouw van hun tarieven en hun investeringen. Ook moet duidelijk zijn hoe de aanvullende publieke waarden Keuzevrijheid en Open net een invulling krijgen.
Transitievisie Warmte deel II
43
Bijlage 1: Participatie Transitievisie Warmte deel II In lijn met de participatieactiviteiten voor de Transitievisie Warmte deel I hebben we ook voor deel II participatiebijeenkomsten georganiseerd. Deze bijlage kan gelezen worden als een aanvulling op het participatierapport: Participatieactiviteiten in het kader van de Transitievisie Warmte van gemeente Utrecht 2019 – 2020. In juni 2021 hebben we vier online participatiebijeenkomsten georganiseerd voor deel II van de Transitievisie Warmte. We bespraken de criteria die we gebruiken in het kiezen van de volgorde van buurten. In de Transitievisie Warmte deel I is vastgesteld dat we deze volgorde kiezen op basis van betaalbaarheid, robuustheid en zo min mogelijk gedoe. We hebben voorgelegd hoe we invulling geven aan deze criteria en gevraagd wat deelnemers van deze invulling vinden. Daarnaast zijn we in gesprek gegaan over het Wijkuitvoeringsplan (WUP) en zijn we met de deelnemers in kleine groepjes uiteen gegaan over de vraag wanneer bewoners betrokken willen worden bij het opstellen hiervan.
Deelnemers Iedere bijeenkomst had een andere doelgroep. De eerste bijeenkomst organiseerden we voor bewonersinitiatieven en energieambassadeurs. Dit zijn mensen die vaak al meer van het onderwerp afweten en/of zelf in hun buurt bezig zijn met de mogelijk heden voor energie besparen of een andere warmtevoorziening. Voor de tweede bijeenkomst nodigden we mensen uit die eerder betrokken zijn geweest bij de Transitievisie Warmte, bijvoorbeeld omdat ze voor deel I hebben deelgenomen aan een participatiebijeenkomst. Aan de laatste twee bijeenkomsten kon iedereen deel nemen. Mensen konden zich aanmelden via de website. We hebben hiervoor onder andere geadverteerd op sociale media en in de huis-aan-huisbladen. Ook zijn de wijkbureaus en wijkplatforms benaderd om de uitnodiging voor deze bijeenkomsten te delen in hun netwerk en is de uitnodiging gestuurd naar ondernemers- en winkeliersverenigingen in de stad. Tot slot is er ook een oproep gedaan in de digitale nieuwsbrief van de gemeente Utrecht.
Transitievisie Warmte deel II
De meeste deelnemers hebben een koopwoning en/of zijn lid van een VvE. Een enkeling huurt een woning (bij een corporatie of particulier). Er hebben weinig ondernemers deelgenomen aan de participatiebijeenkomsten. Een paar deelnemers met een koopwoning waren ook ondernemer.
Opzet bijeenkomsten In de bijeenkomsten vertelden we eerst kort over deel I en deel II van de Transitievisie Warmte. Vervolgens behandelden we ieder criterium. Aan de hand van een tekening (zie hoofdstuk 2) legden we uit hoe we het criterium gebruiken in het bepalen van de volgorde van buurten. Vervolgens gingen we hierover in gesprek met deelnemers, bijvoorbeeld aan de hand van een pollvraag of in een ‘breakout room’: - Voor het criterium robuustheid vroegen we of de uitleg duidelijk is en of mensen nog vragen hadden. - Bij het criterium betaalbaarheid vroegen we hoe belangrijk dat criterium voor mensen is. - Op het criterium zo min mogelijk gedoe zijn we uitgebreider ingegaan. We gingen in kleinere groepjes in gesprek over wat mensen ervaren als gedoe, zowel binnenshuis als buitenshuis. Na afloop daarvan vroegen we mensen aan te geven hoe belangrijk gedoe binnenshuis en buitenshuis is. - Na de criteria lichtten we kort toe hoe we deze zouden wegen en hadden deel nemers de mogelijkheid om hier vragen over te stellen. - Tot slot gingen we in gesprek over het stappenplan voor de buurtaanpak. We lieten het stappenplan zien dat hiervoor wordt opgesteld. In kleinere groepen vroegen we deelnemers vervolgens in welke fase ze betrokken willen worden en wat ze hiervoor nodig hebben.
Van de eerste bijeenkomst, met bewonersinitiatieven en energieambassadeurs, is een getekend verslag gemaakt. Dit geeft een sfeerbeeld van de bijeenkomst en de reacties die we kregen.
44
Resultaten Robuustheid
Figuur 1: Getekend verslag van de eerste bijeenkomst.
Transitievisie Warmte deel II
45
Over het algemeen begrepen de meeste deelnemers wat we met robuust bedoelen en hoe we dat criterium inzetten in het selecteren van de buurten. Er waren wel nog vragen over hoe we de berekeningen hebben gedaan en welke buurten daar dan wel en niet uit komen. Ook uitten mensen hun zorgen over de kosten van het aardgasvrij maken van de stad in het algemeen en over de (bronnen van) warmtenetten.
Transitievisie Warmte deel II
46
Betaalbaarheid
Figuur 2: Getekend verslag van de eerste bijeenkomst.
Transitievisie Warmte deel II
47
Betaalbaarheid is een lastig begrip. De meeste mensen vinden betaalbaarheid (heel) belangrijk, maar doelen daarmee vooral op eindgebruikerskosten. Dat de eindgebruiker niet meer gaat betalen dan hij/zij zou betalen voor aardgas is een randvoorwaarde en niet een criterium om buurten aan te wijzen. Wij hebben het op dit moment over de maatschappelijke kosten omdat we nog geen uitsluitsel kunnen geven over de eindgebruikers kosten. Door de maatschappelijke kosten laag te houden verwachten we ook dat de eindgebruikerskosten laag zijn.
Wij zien dat het voor bewoners vooral belangrijk is dat het voor hen betaalbaar blijft. Mensen die het niet kunnen betalen, moeten daarbij hulp krijgen. Ze willen inzicht in de kosten en dat duidelijk is hoe dit betaald gaat worden. De belofte dat het niet meer gaat kosten dan bij het gebruik van aardgas is daarin niet voor iedereen een geruststelling. Sommigen vinden het ook niet reëel, omdat gas duurder wordt en de prijs voor warmte nu nog daaraan gekoppeld is. Een aantal deelnemers merkt op dat de maatschappelijke kosten uiteindelijk ook door ons allemaal betaald worden, omdat ze mogelijk worden doorberekend in belastingen of prijzen. Een enkeling stelt de vraag waarom het altijd maar goedkoper zou moeten. Gas is heel goedkoop in Nederland en daarmee is het lastig een duurzaam alternatief goedkoper, of in ieder geval niet duurder, te maken. Het is het belangrijkste dat het duurzaam wordt. Een andere opmerking die werd gemaakt rond betaalbaarheid, is dat het uitmaakt hoe hoog je energierekening nu is. Mensen met een hoge energierekening zullen snel baat hebben bij energie besparen en de overstap naar een andere warmtevoorziening. Mensen die al een lage energierekening hebben, zullen niet meer zoveel besparen en daarmee ook moeilijker de investering terugverdienen.
Transitievisie Warmte deel II
48
Zo min mogelijk gedoe
Figuur 3: Getekend verslag van de eerste bijeenkomst.
Transitievisie Warmte deel II
49
Verschillende deelnemers zijn blij dat we gedoe meenemen als criterium. Ze geven aan dat zo min mogelijk gedoe belangrijk is voor hen. Wat als gedoe wordt ervaren, verschilt per persoon. Veel mensen zien vooral op tegen het gedoe binnenshuis door de kosten en het ongemak. In oude huizen of straatjes speelt dat nog meer. Buitenshuis is er al vaker gedoe, bijvoorbeeld als de bestrating wordt vernieuwd. Dat is vervelend, maar zijn we ook gewend. In je huis kan je je terugtrekken. Als daar ook werkzaamheden gaan plaatsvinden, levert dat het meeste gedoe op. Een enkeling ziet niet zo op tegen het gedoe: het is tijdelijk en het moet gebeuren. Behalve het onderscheid dat wij maken, tussen binnenhuis en buitenshuis, zijn er ook nog andere dingen die deelnemers bestempelen als gedoe. Het eerste is het gebrek aan informatie en de onduidelijkheid rond het onderwerp. Hierdoor weten mensen niet waar ze aan toe zijn en wat ze nu al kunnen doen, bijvoorbeeld als de cv-ketel stukgaat. Meer informeren, ook over het proces: wanneer kunnen mensen wat verwachten, kan hierbij helpen. Een ander punt van gedoe is verduurzamen binnen een VvE (Vereniging van Eigenaren). Hier moet een bepaald deel van de leden mee gaan voordat er iets gebeurt. Ook moet er op tijd geld beschikbaar zijn, bijvoorbeeld door hiervoor te sparen.
Dit vraagt veel afstemming en is daarom complexer dan voor eigenaar-bewoners die geen onderdeel zijn van een VvE.
Transitievisie Warmte deel II
Tot slot merken verschillende mensen op dat gedoe door verschillende mensen (groepen) anders wordt ervaren. Een deelnemer noemde dit ‘gedoedruk’: voor de een zal gedoe zwaarder zijn dan voor de ander. Zeker voor mensen die al kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze andere problemen hebben, kan het verduurzamen een extra last zijn. Het is belangrijk hier oog voor te hebben en waar nodig mensen te kunnen ontzorgen. Als we kijken naar onze criteria, vinden de meeste mensen gedoe binnenshuis belangrijker dan gedoe buitenshuis. Daarnaast zijn er ook nog andere vormen van gedoe. Deze spelen niet zozeer een rol in het selecteren van buurten, maar zijn wel belangrijk om aandacht voor te hebben en bijvoorbeeld mee te nemen in het stappenplan voor het Wijkuitvoeringsplan. Weging Over de weging kwamen weinig vragen. In één groep werd opgemerkt dat betaalbaarheid lastig te wegen is, omdat maatschappelijke kosten een abstract begrip is. Betaalbaarheid voor de eindgebruiker is al vastgelegd als randvoorwaarde en wordt daarmee gewaarborgd.
50
Stappenplan Wijkuitvoeringsplan
Figuur 4: Getekend verslag van de eerste bijeenkomst.
Transitievisie Warmte deel II
51
In het laatste deel presenteerden we de zes stappen uit de buurtaanpak. Wanneer bewoners betrokken willen worden bij in de buurtaanpak is heel verschillend. Dé bewoner bestaat niet, sommige mensen willen vroeg betrokken worden, anderen hebben daar helemaal geen behoefte aan. Het is dus belangrijk de communicatie en het participatieproces zo in te richten dat die tegemoet komen aan de verschillen in informatie- en meepraatbehoefte bij bewoners en lokale ondernemers. Deelnemers vinden het sowieso belangrijk dat de gemeente in ieder stadium en op ieder kennisniveau bewoners informeert. Ook moet informatie zowel op huiseigenaren, huurders als op lokale ondernemers gericht worden. Iemand vindt dat de nadruk in de informatie nu nog teveel op huiseigenaren ligt, terwijl er voor huurders ook dingen gaan veranderen.
Ook gaven enkele bewoners aan in fase 1 betrokken te willen worden. De meeste bewoners willen iets later betrokken worden, vanaf fase 2 of 3. Dan is al concreter wat er gaat gebeuren. Deelnemers verwachten dat in fase 3 de meeste onderzoeken zijn gedaan, maar dat er nog geen besluiten zijn genomen. Ze willen dan betrokken worden en denken graag mee over de uitvoering. Daarvoor is dat nog te vaag en hebben mensen ‘know how’ nodig om mee te kunnen praten. Volgens één deel nemer kan met te vroeg betrekken juist ook onduidelijkheid, en daarmee onzekerheid, ontstaan. Aan de andere kant is er ook een aantal deelnemers dat juist wel vroeg betrokken wil worden, omdat ze dan nog invloed kan uitoefenen op de uitgangspunten.
De meeste bewonersinitiatieven willen vroeg betrokken worden, liefst vanaf fase 1. Zij hebben kennis van het onderwerp en de buurt. Het is goed die zo vroeg mogelijk in te zetten. In een vroeg stadium hebben ze nog de mogelijkheid om mee te denken over de oplossingen en uitgangspunten. Een enkeling vindt dat voor zichzelf nog te vroeg en wordt liever in fase 3 betrokken. Dan ligt er al iets om over te kunnen meepraten. Over het algemeen is het belangrijk om de buurt zo vroeg mogelijk te informeren. Initiatieven zien voor zichzelf een rol in meepraten over het wijkuitvoeringsplan en het betrekken van bewoners.
In alle gevallen is verwachtingsmanagement belangrijk. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn en wat de beïnvloedingsruimte is. Ook geven de deelnemers aan dat ze kennis en informatie nodig hebben om een goede afweging te kunnen maken. Deelnemers zien verschillende manieren om te informeren. In ieder geval moet er een website zijn met actuele informatie en beschikbare documenten. Daarnaast is een nieuwsbrief (al dan niet huis-aan-huis) een goede manier. Ook wijkkranten worden gezien als een bron van informatie. In een later stadium kunnen informatiebijeenkomsten goed werken. Deelnemers hebben dan wel informatie nodig over wat er is gebeurd in de fasen ervoor, welke onderzoeken er zijn gedaan en welke besluiten zijn genomen.
Transitievisie Warmte deel II
52
Aantal deelnemers In totaal hebben ongeveer 75 mensen deelgenomen aan de bijeenkomsten, verdeeld over de volgende groepen:
Datum
Doelgroep
Aantal aanmeldingen
Aantal deelnemers
1
15 juni
Bewonersinitiatieven en EnergieAmbassadeurs
14
14
2
22 juni
Eerder betrokken bewoners en ondernemers
48
25
3
28 juni
Geïnteresseerde bewoners en ondernemers
37
20
4
30 juni
Geïnteresseerde bewoners en ondernemers
24
15
Gezien het bereik van de advertenties en uitnodigingen is de opkomst laag. Op Instagram en Facebook zijn ruim 30.000 mensen bereikt met de advertenties. De huis-aan-huisbladen hebben een papieren oplage van ongeveer 200.000. Op de nieuwsbrief zijn ruim 6.000 Utrechters geabonneerd.
Transitievisie Warmte deel II
53
Het vervolg
Figuur 5: Getekend verslag van de eerste bijeenkomst.
Transitievisie Warmte deel II
54
Alle opgehaalde informatie over de criteria en de weging daarvan hebben we mee genomen in het vervolg van de Transitievisie Warmte deel II. In het selecteren van buurten is robuustheid een randvoorwaarde, dit werd door de deelnemers als logisch ervaren. Op basis van de gesprekken en polls over de criteria betaalbaarheid en gedoe, zien we dat betaalbaarheid en gedoe ongeveer even zwaar wegen voor mensen. Tussen deze twee maken we daarom geen onderscheid in de weging. Wel is duidelijk dat mensen gedoe binnenshuis belangrijker vinden dan gedoe buitenshuis. Daarom zal die eerste in de weging zwaarder meetellen. De input van de deelnemers voor de buurtaanpak nemen we mee in het stappenplan. Voor het stappenplan is duidelijk geworden dat het per persoon verschilt wanneer mensen betrokken willen worden. Het is daarom belangrijk dat mensen de mogelijkheid krijgen in een vroeg stadium mee te doen. Als ze willen kan het ook later, maar in ieder geval wanneer bewoners een aanbod krijgen. Ook is het belangrijk dat bewoners in alle fasen en op verschillende manieren geïnformeerd worden. Dit moet aansluiten bij verschillende doelgroepen.
Transitievisie Warmte deel II
55
Bijlage 2: Wegingstabel De resterende groep robuuste buurten met 67.228 aansluitingen zijn gewogen met de criteria betaalbaarheid en gedoe op de volgende wijze: In rood het percentage van het totaal hoe het meetelt
Kosten Gedoe
50% 50%
1 - Kostenstijging LT t.o.v. HT (optimaliseren hele stad)
33%
Kostenstijging HT t.o.v. default (businesscase makkelijker)
17%
Gedoe binnenshuis
40%
Gedoe binnenshuis
10%
Buurt met grootste gedeelte hoge-temperatuur warmtevraag Buurt met grootste gedeelte midden-temperatuur warmtevraag Buurt met grootste gedeelte lage-temperatuur warmtevraag
1 - Aandeel appartementen (hoe meer hoe makkelijker) Aandeel monumenten Gedoe in de buitenruimte
Transitievisie Warmte deel II
5% 5% 30%
3,3% 3,3% 3,3%
Kookgas
0%
In de straat
0,3%
Honderd meter
1%
In subbuurt
1%
Geen warmtenet
1%
56
Bijlage 3: Beschrijving per geselecteerde buurt Inleiding Van de 24 buurten die geselecteerd zijn in het eerste blok, is voor de periode 20212030 informatie opgehaald over de ontwikkelingen in deze buurten. Hieronder staat een korte omschrijving van deze inventarisatie. De informatie levert inzicht op in de meekoppelkansen met rioolwerkzaamheden en wegwerkzaamheden maar geeft ook beeld van het corporatiebezit in de buurt en de reeds geplande (en niet geplande) renovaties van corporaties waarbij aardgasvrij het uitgangspunt is. Deze inventarisatie is met nadruk een eerste inventarisatie en wordt in de eerste stappen van de buurtaanpak verder uitgediept en aangevuld. Dichterswijk: In Dichterswijk wordt binnen 5 jaar nieuwbouw ontwikkeld aan de Kruisvaartkade. Dit biedt mogelijk kansen om mee te koppelen. Er zijn rioolwerkzaamheden van enkele straten gepland in 2040-2050. Wegenonderhoud gaat plaatsvinden in de periode van 2040-2050. Een paar straten gaan eerder op de schop (2025-2030). Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Mitros en Portaal hebben bezit in deze buurt. Woningen worden verwarmd op gas en staan niet opgenomen in MJIP (meerjareninvesteringsplanning). Egelantierstraat, Mariëndaalstraat e.o.: In deze buurt zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen bekend waar we rekening mee moeten houden.
Rioolwerkzaamheden van enkele straten en groot onderhoud van de wegen zijn gepland in 2040-2050. Ook het wegenonderhoud staat voor het grote deel gepland in 2040-2050 of zelfs 2050-2060. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Mitros en Portaal hebben bezit in deze buurt, deels verwarmd op gas. De woningen staan niet opgenomen in MJIP. Portaal renoveert zijn woningen daar nu, maar nog niet aardgasvrij.
Transitievisie Warmte deel II
Elinkwijk en omgeving: In deze buurt zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen bekend. In enkele straten in de buurt vinden rioolwerkzaamheden plaats in 2027-2030. Het geplande wegenonderhoud vindt plaats na 2040. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Mitros en Portaal hebben bezit in deze buurt. Mitros heeft geen investering gepland voor een groot deel van de woningen. Portaal heeft wel renovatieplannen maar die zijn nog niet concreet.
57
Geuzenwijk: In Geuzenwijk zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen bekend waar we rekening mee moeten houden. In enkele straten in de buurt vinden rioolwerkzaamheden plaats in 2027-2030. Het geplande wegenonderhoud vindt plaats na 2040. Eneco vervangt transport leidingen in een aantal straten. Alleen Mitros heeft hier bezit. Voor 2/3 van de woningen zijn geen plannen. Voor de overige woningen wel. Een aantal woningen heeft al warmtenet. Huizingalaan, K. Doormanlaan en omgeving: In deze buurt zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen bekend waar we rekening mee moeten houden. In de Huizingalaan vinden rioolwerkzaamheden plaats in de periode 2031-2035. Er staat geen wegenonderhoud gepland. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Van de corporaties heeft alleen Portaal heeft hier een klein aantal woningen. Deze zitten al op stadsverwarming. In deze buurt is het bewonersinitiatief KDL Duurzaam actief. Kanaleneiland-Zuid: In Kanaleneiland-Zuid is op dit moment veel ontwikkeling. In enkele straten zijn rioolwerkzaamheden gepland in de periode 2024/2025 en 2027-2030. Het meeste wegenonderhoud is gepland voor 2030-2040 en 2040-2050. In enkele straten is het gepland voor 2025-2030. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt.
Eneco vervangt in een aantal straten transportleidingen. Portaal, Bo-Ex en Mitros hebben hier veel woningen. Een deel van de woningen zit al op Stadsverwarming. Er zijn geen investeringen gepland voor aardgasvrij. Recent hebben huurders van Bo-Ex in de buurt niet ingestemd met het aardgasvrij maken van de woningen. Binnenkort zijn grootschalige renovaties van corporatiebezit gepland waarbij meekoppelen niet meer mogelijk lijkt.
Transitievisie Warmte deel II
Neckardreef en omgeving: In deze buurt zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen gepland. Rioolwerkzaamheden staan gepland voor 2031-2035. Grootste deel van het wegen onderhoud staat gepland voor de periode 2030-2040 of nog later. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Portaal, Mitros en Bo-Ex hebben hier bezit. De woningen van Bo-Ex zijn al aardgasvrij. Een deel van de woningen van Mitros ook. Het deel dat nog op gas is aangesloten, is niet opgenomen in de investeringen. Portaal geeft aan dat in 2030 de meeste van hun woningen aardgasvrij zijn. Verder hebben ze hier bezit in VvE’s, waar ze weinig grip op hebben. Ondiep: Er zijn in Ondiep geen grote ruimtelijke ontwikkelingen gepland. Rioolwerkzaamheden staan gepland na 2040. Ook het meeste wegenonderhoud staat gepland voor na 2040. Een enkele straat voor 2025-2030. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Mitros, Portaal en de SSH hebben hier bezit. Een deel van de woningen van Mitros zit al op het warmtenet. Voor het grootste deel van de woningen zijn geen renovaties gepland. Portaal heeft hier bezit in een VvE. Dit maakt het besluitvormingsproces complexer. Oog in Al: Er zijn in Oog in Al geen grote ruimtelijke ontwikkelingen en geen rioolwerkzaamheden gepland. Het meeste wegenonderhoud staat gepland voor 2040.
Een enkele straat voor 2025-2030. Mogelijk biedt dat meekoppelkansen. Er is in Oog in Al weinig bezit van corporaties. Mitros heeft hier 20 woningen en de SSH 1. In Oog in Al is het initiatief Oog voor Warmte actief.
58
Oud Hoograven-Noord: Er zijn in deze buurt geen grote ruimtelijke ontwikkelingen. Rioolwerkzaamheden staan gepland voor de periode 2022-2030. Voor een aantal straten is wegenonderhoud gepland in 2022. Voor andere straten is het onderhoud gepland na 2030 en enkele na 2040. Bo-Ex, Mitros en Portaal bezitten hier een kleine aantal woningen. Bo-Ex geeft aan dat hun woningen in de verkoop zitten. In Hoograven zijn het initiatief Hoograven Duurzaam en Warm Waterlinie actief. Oud Hoograven-Zuid: Er zijn in deze buurt geen grote ruimtelijke ontwikkelingen. Rioolwerkzaamheden staan gepland voor de periode 2022-2030. Wegenonderhoud staat gepland voor na 2050. Alleen Portaal heeft hier woningen die op aardgas worden verwarmd. Er zijn geen renovatiewerkzaamheden gepland. In Hoograven is het initiatief Hoograven Duurzaam (en Warm Waterlinie actief). Oudwijk: In Oudwijk zijn geen grote ruimtelijke ontwikkelingen gepland. Rioolwerkzaamheden zijn gepland voor na 2040 en voor een paar straten in 2021-2026. Wegbeheer staat gepland in verschillende tijdsblokken, waaronder 2025-2030. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Eneco vervangt in een aantal straten de transportleiding. Portaal, Bo-Ex, Mitros en de SSH hebben hier woningen. Mitros en Portaal hebben voor een klein deel renovaties gepland.
Klein deel van de woningen zit al op Stadsverwarming. Bo-Ex geeft aan dat het in deze buurt om meerdere redenen lastig is om de overstap nu al te maken. Rivierenwijk: Er spelen veel ontwikkelingen in Rivierenwijk: er loopt onder andere een vergroeningsprogramma en de ontwikkelingen in het aangrenzende Merwedekanaalzone hebben veel impact in de buurt. Het is de moeite waard om de koppeling met een WKO in de Merwedekanaalzone te onderzoeken. Voor een aantal straten zijn rioolwerkzaamheden gepland in de periode tot 2026. Voor een ander deel is het gepland in 2040-2050.
Transitievisie Warmte deel II
Het geplande wegenonderhoud vindt voor het grootste deel plaats in de periode na 2030. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Bo-Ex, Mitros en Portaal hebben hier veel woningen. Mitros en Portaal hebben voor een deel grote renovaties gepland gericht op isolatie, niet op de installatie. Bo-Ex geeft aan dat het in deze wijk om meerdere redenen lastig is om de overstap nu al te maken. Staatsliedenbuurt: In de Staatsliedenbuurt zijn plannen voor sloop/nieuwbouw van een complex van Mitros. Deze woningen worden aardgasvrij gebouwd en zijn naar verwachting klaar in 2024. Dat is te snel om mee te koppelen. Er zijn in een deel van één straat rioolwerkzaamheden gepland. Er staat wegenonderhoud gepland in de periode na 2040. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. In deze buurt hebben Mitros en Portaal bezit. Deels zitten de woningen al op het warmtenet. Er zijn geen investeringen gepland voor de woningen die nog op het gas zitten. Portaal heeft bezit in twee VvE’s, wat de besluitvorming complexer maakt. Sterrenwijk: Er zijn in Sterrenwijk geen grote ruimtelijke ontwikkelingen gepland. Rioolwerkzaam heden en wegenonderhoud staat gepland voor na 2040. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt.
Met name Bo-Ex en Portaal hebben hier bezit. Portaal heeft voor een deel van de woningen renovatieplannen rond 2030. Taag- en Rubicondreef en omgeving: In deze buurt vindt binnenkort een grootschalige herinrichting plaats bij de Taagdreef. Er zijn rioleringswerkzaamheden en wegenonderhoud gepland voor de periode 2022-2030. Een deel van het wegenonderhoud is gepland voor na 2030. Bezit van Bo-Ex is al aardgasvrij. Mitros en Portaal hebben hier ook veel bezit. Grootste deel zit op stadsverwarming. Er zijn nu geen investeringen gepland om dit aardgasvrij te maken.
59
Tigrisdreef en omgeving: Deze buurt is onderdeel van Overvecht-Noord. Hier is al gestart met de buurtaanpak.
Zambesidreef en omgeving: Deze buurt is onderdeel van Overvecht-Noord. Hier is al gestart met de buurtaanpak.
Vechtzoom-Noord, Klopvaart: Deze buurt is onderdeel van Overvecht-Noord. Hier is al gestart met de buurtaanpak.
Zamenhofdreef en omgeving: Er vinden grote ontwikkelingen plaats rond winkelcentrum Overvecht. Vervanging van de riolering staat gepland voor de periode 2023-2030. De planningen voor wegenonderhoud zijn op korte termijn gepland (2021-2022). Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Bo-Ex, Mitros en Portaal hebben hier bezit. Is deels aardgasvrij of op warmtenet (met kookgas). Er zijn deels investeringen gepland voor aardgasvrij. Bo-Ex geeft aan dat dat het in deze buurt om meerdere redenen lastig is om de overstap nu al te maken.
Vechtzoom-Zuid: Deze buurt is onderdeel van Overvecht-Noord. Hier is al gestart met de buurtaanpak. Wilhelminapark en omgeving: In deze buurt zijn geen grote ontwikkelingen gepland. Riool- en wegenonderhoud is gepland voor de periode na 2040. Er zijn veel werkzaamheden gepland door Stedin voor de sanering van brosse leidingen en Eneco vervangt transportleidingen. Alleen de SSH heeft hier bezit. Er zijn geen renovatieplannen bekend. Wittevrouwen: Er zijn in Wittevrouwen geen grote ruimtelijke ontwikkelingen gepland. In enkele straten zijn rioolwerkzaamheden gepland, maar de periode waarin dat gebeurt is nog flexibel. Het wegenonderhoud staat gepland voor de periode na 2040. Stedin gaat aan de slag met de sanering van brosse leidingen in een aantal straten in de buurt. Eneco vervangt leidingen in de Biltstraat. Bo-Ex en de SSH hebben hier woningen. Er zijn geen investeringen gepland. Bo-Ex geeft aan dat het in deze wijk om meerdere redenen lastig is om de overstap nu al te maken. Wolga- en Donaudreef en omgeving: In deze buurt zijn geen grote ontwikkelingen gepland. Er zijn rioolwerkzaamheden gepland voor de periode 2031-2035. In een aantal straten is wegenonderhoud gepland in de periode 2025-2030, het meeste onderhoud is gepland in 2030-2040. Een paar straten liggen veel later in de planning. Hier bezit met name Mitros veel woningen.