CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Totaalbestand Beantwoording Schriftelijke raadsvragen Programmabegroting 2025

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 24 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Beantwoording raadsvragen en erratum Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 202419.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 1 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Eelco Eerenberg; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Levendige en gezonde stad Doelstelling 7: Volksgezondheid

Verbijzondering/context

Extra JGZ inzet in 2024 t.b.v. opvang groei Nieuwkomers was incidenteel, mede in afwachting van onderzoek alternatieve dekkingsbronnen

209

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke alternatieve dekkingsbronnen worden onderzocht?

Antwoord: Wij hebben inmiddels opties onderzocht voor andere dekkingsbronnen, namelijk of de andere gemeenten in de regio of de GGDrU kunnen bijdragen. Ook zij ontvangen een te laag bedrag om de zorg van de JGZ aan de groep nieuwkomers te bekostigen. Landelijk is afgesproken dat de zorg van de Jeugdgezondheidzorg wordt geboden door de JGZ in de gemeente waar de kinderen op school zitten, wij volgen deze lijn. Op grond van landelijke afspraken is besloten om de andere gemeenten / GGDrU niet te vragen om een aanvullende bijdrage. We zetten nog in op een lobby richting het Rijk.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 2 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Dennis de Vries; ; Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Doelstelling 5: Specialistische jeugdhulp

Verbijzondering/context

KOOS en Spoor030 gebruiken de app Ervaringwijzer om clientinformatie over ervaren kwaliteit, ervaren toegankelijkheid en ervaren effect uit te vragen.

174

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke indicatoren worden gebruikt om de kwaliteit van jeugdhulpverlening te meten via het KOOS- en Spoor030-programma?

Antwoord: De volgende indicatoren worden gebruikt: -ervaringwijzer -klachten (zowel officiële als informele) -incidenten cliënten -datalekken -uitval (voortijdige beëindiging traject) -calamiteiten (gemeld bij de Inspectie)

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 3 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Dennis de Vries; Eelco Eerenberg; Programmabegroting 2025 Kansrijk opgroeien Risico's

Verbijzondering/context

Doordat we al het grootste deel van de Hervormingsagenda Jeugd hebben uitgevoerd is het risico dat we de taakstelling, die gepaard gaat met de Hervormingsagenda, alleen kunnen behalen door te bezuinigen op kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid. De Hervormingsagenda heeft juist als doel om deze aspecten te verbeteren. Kortom, het risico is dat we afbreken wat zorgvuldig is opgebouwd en niet kunnen voldoen aan de wettelijke zorgplicht. Dit leidt ook tot druk op het (speciaal) onderwijs waardoor het moeilijk is om kinderen (tijdig) passend onderwijs te bieden.

178

Heeft relatie met vraag Vraag

1. Is er in dit kader een ondergrens bepaald als het gaat om bezuinigen op kwaliteit toegankelijkheid en beschikbaarheid? 2. Er wordt gesproken op druk op (speciaal) onderwijs. Waar bestaat die druk uit en behoort daar ook financiële druk toe? 3. In de uitleg wordt uitgelegd dat het grootste deel van de hervorming jeugd al uitgevoerd is, wat zijn hier de concrete resultaten van en welke financiele bezuinigingen zijn hieruit voortgekomen? 4. Waarom kan de taakstelling alleen behaald worden door bezuinigingen op kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid? Wat heeft de hervorming dan teweeg gebracht?

Antwoord: 1. In beginsel wel: veiligheid van kinderen is een ondergrens. We doen er dus alles aan om in die situaties veiligheid te borgen. Tegelijkertijd moeten we accepteren dat de samenleving niet maakbaar is en gemeente en jeugdhulppartners niet in alle gevallen de veiligheid van ouders en kinderen kunnen garanderen. We hebben met elkaar (inwoners, partners, raad) het gesprek te voeren over wat een aanvaardbare ondergrens is als het gaat om kwaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en beschikbaarheid van jeugdhulp. 2. De DUO cijfers laten zien dat er in het primair onderwijs (PO) een stijging van het aantal leerlingen is dat een cluster 3 (lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapt of landurig ziek)school bezoekt. Cluster 4 (psychische stoornissen en gedragsproblemen) lijkt stabiel. In het voortgezet onderwijs (VO) zien we al langer een druk op de capaciteit in het VSO, vooral als gevolg van langere verblijfsduur van leerlingen in het VSO (en niet door een hoger absoluut aantal leerlingen dat het VSO bezoekt). In de stad merken we ook dat er geen eenduidig beeld is van hoe deze druk op het (V)SO zich zal ontwikkelen. Daarom is er in het PO een werkgroep van scholen en samenwerkingsverband die hier nader onderzoek naar doet. In het VO wordt vooral naar regionale samenwerking gekeken.

In PO en VO wordt ingezet op het waar mogelijk versterken van het reguliere onderwijs om in te kunnen spelen op ondersteuningsvragen van leerlingen. Over het algemeen merken we dat scholen voor (speciaal) onderwijs zich zorgen maken over de hervormingen in de jeugdhulp, en de mogelijke gevolgen voor de beschikbaarheid van jeugdhulp in de school om passend onderwijs te kunnen bieden. Ook zien we dat scholen voor speciaal onderwijs relatief meer last hebben van het personeelstekort dan scholen in het regulier onderwijs 3. De Hervormingsagenda is zeer veel omvattend, maar om een aantal voorbeelden uit te lichten:

Een kwart van de taakstelling wordt landelijk verwacht van standaardisatie inkoop, en terugdringen administratieve lasten. Utrecht kent sinds 2015 taakgerichte financiering met de laagst mogelijk administratieve lasten, en kan hier dus niet verder op bezuinigen. Utrecht heeft sinds 2015 veel geïnvesteerd in de buurtteams en daardoor is het percentage jeugdigen in aanvullende hulp en verblijfshulp verhoudingsgewijs (bijna) twee keer zo laag als het landelijk gemiddelde. Bewegingen zoals de ontwikkeling van collectief werken, de samenwerking met onderwijs (bv via de kernpartneraanpak) waar we in Utrecht al jaren mee bezig zijn, staan vanaf 2022 ook in de Hervormingsagenda Desalniettemin zien we ook in Utrecht de kosten voor aanvullend jeugdhulp stijgen. 4. Het te verwachten besparingspotentieel uit de Hervormingsagenda Jeugd moet voortkomen uit maatregelen die Utrecht al heeft doorgevoerd. Zie vraag 3. Die hebben wat ons betreft hun succes bewezen, maar vragen wél om een lange adem. Desondanks krijgt Utrecht, net als alle andere gemeenten, wel een taakstelling opgelegd vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Met het toenemende beroep op aanvullende hulp (dat we niet kunnen negeren vanwege de jeugdhulpplicht) leidt dit tot het risico dat we onvoldoende kunnen blijven investeren in preventieve voorzieningen die we juist nodig hebben om dit beroep op aanvullende hulp terug te dringen.

Onze inhoudelijke visie en agenda dreigen zo te worden ingehaald door de korte termijn focus op besparen en bezuinigen. Het vraagt veel inspanning om onder druk van de taakstelling niet af te breken wat afgelopen jaren is opgebouwd en aan onze lange termijn koers vast te blijven houden.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 4 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Dennis de Vries; Eva Oosters; Programmabegroting 2025 Vastgoed Belangrijkste uitgangspunten

Verbijzondering/context

Het huurprijsbeleid houdt in dat we voor beleidsondersteunend vastgoed een kostprijsdekkende huur hanteren; voor alle overige (commerciële) huurders geldt de markthuur. We verstrekken geen subsidie via de huur.

https://utrecht.begroting-2025.nl/p60110/belangrijkste-uitgangspunten

Heeft relatie met vraag Vraag

Maatschappelijke bestemmingen kosten geld, in het bijzonder vanwege de dure vierkante meters. Desalniettemin wil het college toch dat we vastgoed inzetten voor maatschappelijke doeleinden. Is dat niet tegenstrijdig met dat we een kostprijsdekkende huur hanteren? Is het college het met ons eens dat de ambitie om vastgoed in te zetten voor maatschappelijke doeleinden, niet strookt met het hanteren van een kostprijsdekkende huur?

Antwoord: Nee, de gemeente heeft te voldoen aan de Wet Markt en Overheid. Deze schrijft voor dat de huur kostendekkend moet zijn. voor het maatschappelijk verhuren van vastgoed. Hierbij hebben we geen winstoogmerk en moeten we Staatsteun voorkomen. Alleen bij uitzondering kan de gemeente hiervan afwijken, als blijkt dat anders maatschappelijke doelstellingen niet realiseerbaar en niet realistisch worden. Dit wordtis vastgelegd in een Algemene Belangbesluit, welke uitzonderingen (ook wel economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang) ook genoemd staan in de bijlage ‘Wet Markt en Overheid’ bij de programmabegroting 2025. Zoals opgenomen in de door de Raad vastgestelde Kaderbrief uit 2017 wordt er geen subsidie verstrekt via de huur. Indien er een onrendabele top ontstaat dient deze door een beleidsveld te worden afgedekt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 5 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Linda Voortman; Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 1: Beheer openbare ruimte 80

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat zijn "Frictiekosten Leidsche Rijn"?

Antwoord: Het tempo van de nieuw te onderhouden gebieden in Leidsche Rijn loopt vóór op de structurele budgettoekenning aan de hand van de bevolkingsgroei (referentiekader groei). Om ervoor te zorgen dat het onderhoud toch kan plaats vinden, wordt vooruitlopend op de middelen van het referentiekader groei, incidenteel budget toegekend. Dit hebben we benoemd als de frictiekosten Leidsche Rijn. Dit budget wordt toegekend uit de reserve Frictiekosten Leidsche Rijn.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 6 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 2: Water- en rioleringssysteem

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Er staat: Programma Gezond Water in Utrecht (gereed in 2028)

Vraag

Het onderzoek is gedaan in 2022/2023, hieruit is een heel concreet rapport gekomen. Waarom duurt planvorming 5 jaar? Wat gaan we tot die 5 jaar doen dat significant gaat bijdragen aan de waterkwaliteit? Halen we hiermee wel de deadlines vanuit de Kaderrichtlijn Water?

82

Antwoord: De uitvoering van programma Gezond Water is in 2028 gereed . Het programma heeft betrekking op het zogenaamde overig water, dit zijn kleinere wateren waar geen resultaatsverplichting vanuit de Kader Richtlijn Water voor geldt. We voeren hiertoe van 2025 tot en met 2028 samen met HDSR in de hele stad maatregelen uit om de waterkwaliteitsdoelen van het overige water in de stad Utrecht, te halen Op 4 september 2024 hebben we hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten met HDSR. Op dit moment bepalen we gezamenlijk welke maatregelen (ruim 100) we vanaf 2025 willen uitvoeren. Ondertussen treffen we waar mogelijk losse maatregelen zoals de kokosrollen bij het Griftpark of liften we mee bij lopende projecten zoals de drijvende eilanden bij de herinrichting Jutfaseweg. Hiermee verbeteren we ook nu al de ecologische waterkwaliteit. Voor het halen van de Europese doelen uit de Kaderrichtlijn Water voor de grotere wateren in de stad waarvoor wel een resultaatsverplichting vanuit de Kaderrichtlijn Water geldt, staan de waterschappen en Rijkswaterstaat aan de lat.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 7 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Linda Voortman; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving 85

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

De indicatoren blijven na 2024 hetzelfde. Het aantal inwoners stijgt rap. Hoe gaat het college de doelen elk jaar bijstellen en hoe verhoudt dit zich tot de doelen uit de groene schaalsprong? Welke zijn nou leidend?

Antwoord: We gaan de doelstellingen niet bijstellen, we gaan wel samenhang brengen in de gestelde doelen en daarin een prioritering aanbrengen. In de raadsbrief van 8 maart 2022 gaf het college inzage in de verwezenlijking van de ambities. In de figuur in de brief is duidelijk aangegeven dat de vergroening van Utrecht nu nog achterloopt bij de woningbouw. De Groene Schaalsprong heeft de ambitie om dit tempoverschil richting 2040 in te lopen. Dit is ook als collegereactie op het rekenkamerrapport gegeven. We zullen dit verder concretiseren in het plan van aanpak dat u in november ontvangt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 8 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Eelco Eerenberg; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 1: Werknemers en -gelegenheid

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat is de verhouding verwachte input en output op het versterken regioprofiel Utrecht, Heart of Health?

Antwoord: Utrecht heeft de ambitie om bij te dragen aan een gezondere wereld. Om partijen aan te trekken en uit te nodigen hieraan bij te dragen profileert de regio zich herkenbaar en onderscheidend als Utrecht, Heart of Health. Deze regioprofilering is tot stand gekomen na goede gesprekken met partners uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. Input voor de profilering bestaat uit case studies, verhalen en cijfers die aantonen wat de innovatiekracht van Utrecht is en hoe we maatschappelijke uitdagingen rond gezondheid en gezonde leefomgeving aanpakken vanuit bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. We dragen hier samen met- en via onze bijdrage aan partners zoals de EBU, ROM en Utrecht Marketing aan bij. De, in veel gevalle indirecte, output die we hiermee bereiken is dat de regio Utrecht beter op de kaart komt bij nationale en internationale beïnvloeders en bij doelgroepen zoals potentiele talentvolle werknemers, bedrijven en (zakelijke) bezoekers. We zien dit onder andere terug in het type bedrijven dat zich graag wil vestigen in Utrecht of de subsidies en investeringen die worden binnengehaald. Ook is er output te meten rond maatschappelijk verantwoord ondernemen in Utrecht via de Nieuwe Economie Index, onze concurrentiepositie, de naamsbekendheid van de regio en de ontwikkeling van het regionale gezondheidsecosysteem.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 9 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 1: Werknemers en -gelegenheid 142

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat zijn de verwachtingen op het versterken van wijkeconomie via vastgoed WOM's?

Antwoord: De WOM's hebben tot doel om de sociaaleconomische vitaliteit van de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat/Damstraat te verbeteren door het aankopen, renoveren en exploiteren van vastgoed. De WOM's hebben gezamenlijk 52 panden in bezit, waarvan het merendeels winkels. De WOM's versterken de wijkeconomie door goed passende ondernemers een plek te bieden in de winkelstraat. Daarbij werken de WOM's actief samen met het programma ASW en Kanaalstraat/Damstraat om tot een zo goed mogelijk invulling te komen van de panden, welke van toegevoegde waarde is voor het bestaande winkelaanbod in het gebied. Hoewel de financiële middelen van de WOM's beperkt zijn, kunnen zij op basis van eigen middelen nieuwe panden aankopen en renoveren. In 2025 zetten de WOM's zich in om, evenals dit jaar, panden te kunnen verwerven, op te knappen en te verduurzamen om de wijkeconomie verder te versterken. Dit jaar is een evaluatie van de WOM’s uitgevoerd. Middels een raadsbrief zullen we de uitkomsten hiervan dit kwartaal delen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 10 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over het invoeren van de investeringsplasfonds

Vraag

Welke kaders en uitgangspunten worden gebruikt bij het bepalen van de investeringsplafonds? Kunnen deze met de Raad gedeeld worden?

7

Antwoord: Het investeringsplafond wordt verder uitgewerkt richting de voorjaarsnota 2025. Uitgangspunten die we gaan hanteren bij het bepalen van een investeringsplafond, zijn: • Financierbaarheid: Een gezonde financiële positie, aan de hand van de financiële kengetallen en dan met name met het oog op de schuldquote, de solvabiliteit en de weerstandsratio. • Haalbaarheid voor de uitvoering: Er is voldoende capaciteit in de gemeentlijke organisatie en in de markt beschikbaar om de werkzaamheden die de investeringen met zich meebrengen, uit kunnen voeren zoals gepland. • Betaalbaarheid: De lasten van investeringen zijn gedekt in de begroting, ook op termijn (bijvoorbeeld bij stijgende rente) door bewaking van het aandeel aan kapitaallasten in de begroting. • Overzichtelijke investeringsinformatie in de gemeentelijke planning- en controlproducten.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 11 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

d66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Over de belastingscapaciteit van 131%

Vraag

Wat is de invloed van de verschillende lokale belastingen en de hoge belastingcapaciteit op de WOZ-waarden in de stad?

10

Antwoord: De verschillende lokale belastingen en belastingcapaciteit hebben geen directe invloed op de WOZwaarden in de stad. WOZ-waarden worden met name beïnvloed door vraag en aanbod op de woningmarkt. Als gemeente Utrecht streven wij ernaar om de belastingcapaciteit zo effectief mogelijk te benutten. Zo investeren wij onze belastingcapaciteit in onder andere onze infrastructuur en voorzieningen. Het effectief benutten kan ertoe leiden dat de aantrekkelijkheid van de stad toeneemt met als gevolg dat de WOZ-waarden meegroeien. Hoge lokale belastingen zouden op zichzelf een nadelig effect kunnen hebben op de aantrekkelijkheid van de stad.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 12 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen Financiële hoofdlijn

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Over de invloed van de balastingcapaciteit op de woningwaarde

Vraag

Heeft het college ooit onderzoek laten doen naar de relatie tussen de lokale belastingen en WOZ-waarden (los van het feit dat de OZBbelasting hier direct mee samenhangt)

10

Antwoord: Nee, het college heeft geen onderzoek laten doen naar de relatie tussen de lokale belastingen en WOZ-waarden. WOZ-waarden worden met name beïnvloed door vraag en aanbod op de woningmarkt. Onderzoek doen naar de relatie tussen de lokale belastingen en WOZ-waarden is daardoor complex, verschillende economische, sociale en politieke factoren spelen een rol.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 13 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Lot van Hooijdonk; ; Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad Overzicht

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over de concrete bezuiningingsmaatregelen

Vraag

Hoe wordt er invulling gegeven aan de taakstelling van 1,6 mln. terug te zien in deze begroting? Kortom, waar wordt precies op bezuinigd in 2025? Graag een overzicht

49

Antwoord: In de rapportage Ambtelijk Inventarisatie Utrechtse Begrotingsalternatieven is een opsomming gegeven van de mogelijke onderdelen waarop we kunnen bezuinigen. De daadwerkelijke uitwerking volgt in de jaarplanbrief energietransitie. Deze wordt in het 4e kwartaal naar de raad gestuurd. Omdat elk jaar opnieuw geprogrammeerd wordt en er geen sprake is van structurele bedragen voor deelprogramma’s, is niet precies aanwijsbaar waar de 1,6 miljoen zonder taakstelling aan besteed zou zijn. We zullen de langjarige financiele ontwikkelingen in de jaarplanbrief inzichtelijk maken.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 14 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Rachel Streefland; ; Programmabegroting 2025 Aantrekkelijke, groene leefomgeving Doelstelling 5: Erfgoed

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

onttrekken van 40k uit de reserves

Vraag

Waarom wordt er precies €40k uit de resreves gehaald?

90

Antwoord: In 2015 is een reserve gevormd voor de exploitatiesubsidie van 40.000 euro per jaar aan DomUnder, gedurende een periode van 10 jaar. Deze uitname van 40.000 euro betreft de subsidie voor 2025.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 15 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 2: Circulair

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

ambitie op Maatschappelijk Verantwoord Inkopen

Vraag

Waarom gaat de ambitie voor het minimale % circulair inkopen maar met 2% omhoog ten opzichte van vorig jaar, terwijl het van 2018 tot 2023 in 5 jaar met 30% omhoog is gegaan? Wat betekent die 2% concreet in euro's?

145

Antwoord: In het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat Utrecht toewerkt naar 50% circulair inkopen in 2026. Deze doelstelling is ook opgenomen in de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030, die onlangs aan de raad is aangeboden. Om deze doelstelling te realiseren is een stijging van 2% in 2025 (en 3% in 2026) nodig. In de praktijk proberen we bij alle aanbestedingen waar materialen worden ingekocht (in de categorieën openbare ruimte, vastgoed, facilitair, ICT) een circulaire component mee te nemen. Dat heeft afgelopen jaren geleid tot een snelle groei in de eerste jaren (30% in vijf jaar). Deze snelle groei vlakt af, omdat de meeste kansen in die categorieën intussen al benut worden. Aanbestedingen in andere categorieën, zoals dienstverleningen waar geen materialen worden ingekocht, lenen zich minder voor circulair inkopen. We meten het percentage over het jaarlijkse aanbestede volume. Dit kan fluctueren per kalenderjaar, dus het financiële volume daarvan kan per jaar verschillen. We kunnen dan ook niet aangeven wat die 2% concreet in euro’s betekent.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 16 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Rachel Streefland; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Algemene middelen en overhead Doelstelling 1: Algemene middelen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over algemene dekkingsreserve

Vraag

Kan dit nader toegelicht worden. Over welke tekorten was de verwachting dat die opgevangen moesten worden en waarom zijn die uitgebleven? Welke lessen zijn daaruit geleerd?

236

Antwoord: De vraag heeft betrekking op de toelichting van het verschil tussen de geraamde ontrekkingen aan de algemene dekkingsreserve in de begrotingsjaren 2024 en 2025. Dat verschil wordt met name veroorzaakt door een onttrekking aan de Algemene dekkingsrerve in 2024 (106 miljoen euro) vanuit de Voorjaarsnota 2024 om het tekort in dat jaar op te lossen. Dat tekort kwam in aanloop naar de Voorjaarsnota 2024 in beeld en komt onder andere door de correctie gemeentefonds en het nadelige resultaat over 2023. De dekking hiervan komt uiteindelijk vanuit een omvangrijke ontrekking gedaan aan de vaste activareserve. Daarnaast ontstaan er verschillen door de kasschuiven die zijn begroot voor de verschillende begrotingsjaren.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 17 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Lot van Hooijdonk; Programmabegroting 2025 Financiering Algemeen beeld

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

over de leenpositie

Vraag

In hoeverre wordt er al rekening gehouden met de leen/schuldpositie van de gemeente in relatie tot de oprichting van een publiek warmte bedrijf? Is dat al terug te zien in deze begroting?

258

Antwoord: De ontwikkeling van de schuldpositie in de komende jaren is gebaseerd op de prognose van de financieringsbehoefte voor de geplande investeringen. De verschillende opties voor eventuele oprichting van een publiek warmtebedrijf worden op dit moment onderzocht, maar hier is nog geen investering voor geraamd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 18 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Verbonden partijen Lijst van verbonden partijen

Verbijzondering/context

Over Wijkontwikkelingsmaatschappij Lombok BV & WOM beheer Noordwest BV

295

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe kan het dat er geen enkele cijfers over het vermogen van deze BV's bekend zijn waar de gemeente 95% of zelfs 100% eigenaarsbelang in heeft? Kan dit alsnog gegeven worden? Kan daarnaast ookuitgelegd worden wat de toegevoegde waarde is van deze betrekking, en hoeveel kosten hier (indirect) voor worden gemaakt?

Antwoord: Op het moment van invullen van de cijfers in de programmabegroting waren de jaarstukken van de WOM’s nog niet vastgesteld en konden daarom nog niet ingevuld worden. De jaarrekening van de WOM Lombok voor 2023 is reeds vastgesteld. Het vermogen betreft € 6.527.633. De jaarrekening van de WOM Noordwest CV en BV zijn nog niet vastgesteld. In de concept jaarrekeningen voor 2023 betreft het vermogen respectievelijk € 6.387.605 en € 88.959. De WOM's hebben tot doel om de sociaaleconomische vitaliteit van de Amsterdamsestraatweg en de Kanaalstraat/Damstraat te verbeteren door het aankopen, renoveren en exploiteren van vastgoed. De WOM's hebben gezamenlijk 52 panden in bezit, waarvan het merendeels winkels. Het vermogen van de WOM’s bestaat daarmee grotendeels uit vaste activa. De WOM's versterken de wijkeconomie door goed passende ondernemers een plek te bieden in de winkelstraat. Daarbij werken de WOM's actief samen met het programma ASW en Kanaalstraat/Damstraat om tot een zo goed mogelijk invulling te komen van de panden, welke van toegevoegde waarde is voor het bestaande winkelaanbod in het gebied. Hoewel de financiële middelen van de WOM's beperkt zijn, kunnen zij op basis van eigen middelen nieuwe panden aankopen en renoveren. Er wordt geen geld vanuit de gemeente (jaarlijks) overgemaakt aan de WOM’s. Indirecte kosten komen voort uit de beperkte ambtelijk inzet.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 19 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Rachel Streefland; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Hervormingsbezuinigingen 461

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Wat zou het opleveren als wordt besloten om de medewerkers van het stadhuis (m.u.v. publieksdienstverlening) 1 dag per week thuis of op locatie in de stad te laten werken?

Antwoord: Als de vraag het Stadhuis betreft: hier zit weinig publiekdienstverlening. Sluiten van een deel van het gebouw levert weinig tot niets op.De installaties t.a.v. verwarming/koeling zijn niet ingericht op gedeeltelijke openstelling. Daarnaast zal receptie, beveiliging en facilitaire ondersteuning ook aanwezig moeten zijn i.v.m. publieksdienstverlening en huurders. Er wordt hierdoor geen besparing gerealiseerd. Als de vraag betrekking heeft op het Stadskantoor: er is onderzocht wat het oplevert om verdiepingen gedurende enkele dagen in de week (veelal woensdag en vrijdag) geheel te sluiten. Omdat het Stadskantoor echter nagenoeg energieneutraal is, levert dit financieel gezien weinig tot niets op.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 20 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; Eva Oosters; Programmabegroting 2025 Hervormingsbezuinigingen

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

centraliseren van bedrijfsvoering

Vraag

Wordt er ook gekeken naar welke functies in de stad gecentraliseerd kunnen worden? Denk bijvoorbeeld aan wijk cultuurhuizen, maar wellicht zijn er nog meer domeinen te bedenken.

463

Antwoord: Als onderdeel van de hervormingsbezuinigingen kijken we ook naar het efficiënt gebruik van ons vastgoed. Dit leidt niet perse tot centralisatie van functies, wel mogelijk tot meer gedeeld gebruik dat breder gaat dan alleen cultuurhuizen. We betrekken de gebruikers hierin.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 21 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Linda Voortman; ; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

In de VJN vroeg D66 extra aandacht voor monitoring van kwaliteit vanwege (zeer) lage respons cijfers mbt klanttevredenheid bij het buurtteam. Goed om te zien dat hier nu meer aandacht voor is op p. 122 (kwaliteit)

122

Heeft relatie met vraag Vraag

Stelt het college, n.a.v. eerdere vragen bij de VJN van D66, concrete doelstellingen m.b.t. de kwaliteit van monitoring van het buurtteam? Bijv middels een minimale respons van de enquetes/klanttevredenheid? Zo nee: waarom niet? Zo ja: waar landen deze afspraken en op welke wijze kan de raad dit volgen?

Antwoord: Wij hebben debuurtteams Sociaal en Jeugd&gezin gevraagd om ambities te formuleren voor 2025 op het gebied van cliëntervaringsonderzoek, waaronder ervaringwijzer. Deze worden vastgelegd in hun jaarplannen. Wij monitoren deze tijdens de reguliere accountgesprekken. De resultaten van de ervaringwijzer in relatie tot de geformuleerde ambtie wordt vanaf de jaarstukken 2025 gepubliceerd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 22 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Linda Voortman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg 119

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe moet ik het grotere bedrag lezen wat is geplaatst vanaf 2025 voor de aanvullende zorg? Het gaat hier om een flink hoger bedrag dan in de afgelopen aanbestedingsfase, dus ik vraag me af of er sprake is van een andere clustering?

Antwoord: Er is geen sprake van een andere clustering. De groei van het bedrag komt enerzijds door de indexaties van afgelopen jaren. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren bij de voorjaarsnota's extra middelen toegevoegd aan het programma ondersteuning op maat om de groei van de vraag naar zorg op te kunnen vangen. Dat heeft geleid tot een hoger bedrag in de begroting. Tot slot is er in 2022 en 2023 een administratieve wijziging geweest. Er was ieder jaar een tekort binnen de aanvullende zorg, die werd opgevangen met het overschot aan middelen uit doelstelling 3: 24-uurs zorg. Vanaf 2023 is dit aan de voorkant gecorrigeerd om een beter inzicht te geven van het bedrag dat aan elke doelstelling wordt besteed. Het bedrag in de begroting van doelstelling 2 is daardoor hoger geworden en het bedrag voor doelstelling 3 iets lager en daarmee in lijn met de daadwerkelijke besteding.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 23 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Hoofdlijnen

Verbijzondering/context

We snappen dat de 'belastingcapaciteit' een landelijke indicator is op basis van meerpersoonshuishoudens, maar willen graag inzicht in hoe deze eruit zou zien als je dit doet voor 1- of 2-persoonshuishoudens, dan zal die druk juist lager liggen...

0

Heeft relatie met vraag Vraag

Op hoeveel percentage van de belastingcapaciteit wordt in 2024 en 2025 uitgekomen voor 1- en 2-persoonshuishoudens?

Antwoord: Koopwoning (bestaande uit OZB, afvalstoffen- en rioolheffing): 1. De belastingcapaciteit voor een eenpersoonshuishouden met een koopwoning in 2024 is 115% en in 2025 is dat 127%. 2. Wat betreft de belastingcapaciteit voor een tweepersoonshuishouden met een koopwoning is dat in 2024 een percentage van 113% en in 2025 is dat een percentage van 125%. Huurwoning (bestaande uit afvalstoffenheffing): 1. De belastingcapaciteit voor een eenpersoonshuishouden met een huurwoning in 2024 is 86% en dat blijft 86% in 2025. 2. Wat betreft de belastingcapaciteit voor een tweepersoonshuishouden met een huurwoning is dat in 2024 een percentage van 85% en in 2025 stijgt dat percentage naar 88%.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 24 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Sharon Dijksma; ; Programmabegroting 2025 Veilige Stad

Verbijzondering/context

De burgemeester heeft zich eerder voorstander getoond op aanpak van femicide. 25

Heeft relatie met vraag Vraag

0

Zijn er landelijke middelen of subsidies beschikbaar waarop aanspraak gemaakt zou kunnen worden om hier lokaal meer aan te kunnen doen?

Antwoord: Er zijn landelijke middelen beschikbaar voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, waar de aanpak femicide ook onder valt. Op 7 juni werd het landelijke plan van aanpak 'Stop Femicide!’ gelanceerd. Het plan moet worden uitgevoerd binnen de bestaande middelen. Er zijn geen extra landelijke middelen ter beschikking gesteld.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 25 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Sharon Dijksma; ; Programmabegroting 2025 Veilige Stad

Verbijzondering/context

Het programma Veilige Stad kent uiteenlopende posten. Om tot een sluitende PGB te komen is het logisch om hiernaar te kijken wanneer we op zoek willen naar middelen om femicide aan te pakken. 24

Heeft relatie met vraag Vraag

0

Vanuit een professionele blik, welke posten in het huidige Veilige Stad programma zouden het beste kunnen worden aangewend om een aanpak op femicide te ontwikkelen? Met hoeveel middelen zou je in 2025 een soort kwartiermaker hierop kunnen instellen om de beleidsopties te verkennen? Is 1 ton daarvoor toereikend?

Antwoord: Binnen het programma Veilige Stad zijn geen middelen beschikbaar voor het ontwikkelen van deze aanpak. De aanpak femicide moet binnen de bestaande middelen huiselijk geweld en kindermishandeling worden gerealiseerd (zie antw vraag 24). De loonkosten, inclusief overhead, voor het aanstellen van een kwartiermaker Femicide bedragen ongeveer 150.000 euro per jaar.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 26 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

D66 Lot van Hooijdonk; ; Programmabegroting 2025 Duurzame bereikbaarheid Overzicht

Verbijzondering/context

Er is sprake van €1,4 mln besparingen structureel, verdeeld over 3 onderdelen (mobiliteitsbeleid, parkeerbeleid en fietsenstallingen). Onduidelijk is hoe deze bedragen in detail zijn opgebouwd. 64,65,160,220

Heeft relatie met vraag Vraag

60

Graag een overzicht/detailering van deze bezuinigingsmaatregelen binnen Duurzame mobiliteit.

Antwoord: Temporiseren mobiliteitsbeleid (719.000): Bij de invulling van deze bezuiniging zullen we waar mogelijk gebruik maken van de rapportage ‘Ambtelijke inventarisatie Utrechtse begrotingsalternatieven’. Het gaat hierbij om een structurele besparing op het vaste budget voor beleid en aansturing van de opgave mobiliteit. Deze bezuiniging van 719.000 euro betreft het beleidsbudget bereikbaarheid (exclusief parkeerbeleid). Met dit budget dekken we de benodigde personele middelen voor alle aspecten van mobiliteitsbeleid en (in beperkte mate) beleidsonderzoek. Onder het mobiliteitsbeleid vallen diverse posten, zoals de samenwerking met de G4 aan onder meer ov en verkeersveiligheid, communicatie en participatie, inzet voor beleidsvorming over fiets, voetganger, het autonetwerk, deelmobiliteit, goederenvervoer, internationale samenwerking, samenwerking Rijk-regio in onder meer UNed, etc. De bezuiniging realiseren we grotendeels door te bezuinigen op personele inzet en in beperkte mate door minder beleidsonderzoek uit te voeren. Beleidsonderzoek naar de bereikbaarheidsvraagstukken in bepaalde wijken zullen we temporiseren door het later, of niet uit te voeren. In de programmabegroting nemen we jaarlijks op welke (beleids)activiteiten en onderzoeken we blijven doen, beëindigen of nieuw gaan oppakken.

Besparen op parkeerbeleid (154.000): We verlagen de inzet van personeel in de backoffice van de scanauto bij de handhaving. Door intensiever gebruik te maken van de digitale systemen kunnen we een efficiëntieslag maken. Bezuinigen op nieuwe bemenste inpandige fietsenstallingen (514.000): Vanaf 2026 komen exploitatiemiddelen beschikbaar die bestemd zijn voor het exploiteren van nieuwe openbare fietsenstallingen (binnenstad, P1/P4 (Kleppiere), Utrecht CS, Jaarbeurspleingebouw / Oopen). Het levert een besparing op als we deze middelen niet meer inzetten voor het realiseren van nieuwe bemenste inpandige fietsenstallingen. Dat betekent dat we minder stallingen kunnen realiseren dan eerder beoogd.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 27 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Actualisatie financieel beeld 2024

Verbijzondering/context

In 2024 wordt 2,5M aan frictiekosten begroot, in 2025 5.0M. Dat maakt het aannemelijk dat bezuinigingsmaatregelen (deels) al in 2025 geïmplementeerd worden. De kosten daarvan worden wel begroot als frictiekosten, de opbrengsten niet. Tussentijds gedurende het jaar zullen er toch ook opbrengsten zijn?

360

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarom worden de baten van de hervormingsbezuinigingen in 2025 op 0 geraamd?

Antwoord: Deze extra bezuinigingen zijn vanaf 2026 structureel nodig, zie toelichting pagina 10 Voorjaarsnota 2024 (raadsbesluit 2c bij Voorjaarsnota 2024) en de bijlage Hervormingen bij de programmabegroting 2025. In 2025 dus nog geen baten maar vanaf 2026 20 miljoen, oplopend tot structureel 25 miljoen in 2028.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 28 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg 124

43 Opgemerkt wordt dat er géén rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen. De vraag in de doelgroep is juist wel gevoelig voor demografische ontwikkelingen. Wanneer voor dit effect wel wordt gecorrigeerd, wat betekent dat voor de geraamde lasten?

Antwoord: In de financiële prognose is de demografische ontwikkeling zoveel mogelijk meegenomen, al blijft dit een voorspelling en een momentopname. Veranderingen in landelijk beleid (o.a. IZA) , maar ook mogelijke andere maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. vergrijzing), kunnen hier nog steeds veranderingen in aanbrengen. Wij volgen daarom de ontwikkelingen nauwlettend en leggen in de P&C cyclus besluiten bij de raad voor indien nodig. Wat betreft de tabellen bij het bereik (aantal mensen in zorg) kunnen we deze op dit moment nog niet nauwkeurig genoeg, per zorgvorm, visueel weergeven. De voorspellingslijn is gemaakt op basis van het verleden waarin ook sprake was van demografische ontwikkelingen. Hierdoor kunnen we voor de korte termijn redelijk voorspellen op basis van de ontwikkelingen van afgelopen jaren. Op de langere termijn is dit echter minder goed mogelijk, omdat lastig te bepalen is in hoeverre er extra gecorrigeerd moet worden voor demografie en hoe sterk dat effect exact moet zijn bij elke zorgvorm. In de grafieken werken we daarom met een voorspelling op basis van het verleden met een prognosepluim waarmee wordt aangegeven dat de voorspelling op lange termijn steeds onzekerder wordt.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 29 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 2: Passende aanvullende zorg

Verbijzondering/context

Alleen bij doelstelling 2 in het programma passende ondersteuning en opvang wordt opgemerkt dat de vraagontwikkeling niet gecorrigeerd wordt voor demografische ontwikkelingen. Het effect daarvan op de vraag en kosten kan groot zijn.

Heeft relatie met vraag Vraag

Mogen we ervan uitgaan dat alle geprognosticeerde trends waarbij bevolkingsopbouw en de ontwikkeling daarvan van invloed zijn op de vraag en daarmee de kosten zijn gecorrigeerd voor de demografische ontwikkelingen in onze snel groeiende gemeente?

Antwoord: Voor het effect van de groei van de stad wordt jaarlijks bij de voorjaarsnota de gehele begroting aangepast met de actuele inschattingen van de groei het referentiekader groei (zie pag 17 VJN 2024). Uitgangspunt van ons groeikader is dat we inkomsten door toename van het aantal inwoners en woningen bestemmen voor het opvangen van de gevolgen van de groei van de stad. De verwachte baten door toename van de algemene uitkering en OZB-inkomsten als gevolg van de verwachte groei op basis van de Utrechtse bevolkingsprognose worden jaarlijks bij de voorjaarsnota beschikbaar gesteld voor lasten die samenhangen met deze groei van de stad. De toenemende kosten voor uitvoering van wettelijke taken als gevolg van de groei (en krimp) van de stad dekken we uit het referentiekader groei. De gemeente heeft immers geen keuze om een product te leveren en dus groeien de kosten noodzakelijkerwijs als het aantal inwoners toeneemt. De kosten van het referentiekader worden bepaald door het gemiddelde budget (norm) per inwoner (of bepaalde groep inwoners) van de verschillende producten (wettelijke taken) te vermenigvuldigen met de verwachte toename van het aantal inwoners (of bepaalde groep).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 30 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; ; Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid Doelstelling 1: Werknemers en -gelegenheid

Verbijzondering/context

Op pag 143 wordt gesteld dat "het Ondernemersfonds stijgt vanaf 2025 omdat de OZB-niet woningen in hetzelfde jaar verhoogd worden met 12%", i.e. een stijging met e1748k

156

Heeft relatie met vraag Vraag

Ondanks de groei van 12% OZB-niet woningen in 2025 blijft de begrote subsidie Ondernemersfonds Utrecht stabiel op e12393k. Hoe wordt het verschil met de begrote OZB stijging verklaard? En als de subsidie zoals wij vermoeden toch stijgt met e1748k, wat betekent dat voor de verdere toename van de reserves van het ondernemersfonds?

Antwoord: Het OFU is een onafhankelijke stichting en verbindt lokale ondernemers, verschillende sectoren en organisaties. Via het OfU kunnen ondernemers collectief investeren in initiatieven die bijdragen aan het vestigingsklimaat en de aantrekkelijkheid van de stad. De stichting wordt bekostigd door ondernemers zelf via een extra opslag boven op de OZB niet-woningen. Per 1 januari 2012 hanteren we hiervoor een opslag van een vast percentage 11,1% van de OZB niet-woningen. Sinds 2021 is het Ondernemersfonds niet altijd consequent in lijn met de baten OZB niet-woningen verhoogd. De opslag op OZB niet-woningen van 11,1% is wel in rekening gebracht aan de ondernemers. Bij de 2e Berap wordt dit tot en met 2024 gecorrigeerd. De verdere jaren wordt verwerkt bij de VJN25. Zie ook toelichting 2e Berap pagina 14. Hierdoor klopt de constatering dat de stand van het ondernemersfonds voor 2024 en 2025 aan elkaar gelijk is. Het is lastig te voorspellen wat de verhoging uitkering op betaling aan het Ondernemersfonds betekent voor de reserve van het Ondernemersfonds, dit is aan het Ondernemersfonds. Tot op heden vallen de bestedingen van de ondernemers binnen de kaders van de bestedingstermijn van drie jaar.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 31 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ; Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad

Verbijzondering/context

In de VJN is een taakstelling voor 1701 afgesproken. In de programmabegroting die voorligt worden de uitgaves veel minder. Zo zijn de lasten in 2026 bijna de helft minder dan in 2024. Het vertekende beeld voor de baten is te begrijpen omdat de gelden vanuit het rijk nog niet bekend zijn, maar dit zou niet moeten gelden voor de lasten.

49

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe is dit te verklaren en hoe verhoudt de taakstelling zich tot de lasten? Wat betekent dit concreet voor de lasten die in dit programma staan (hoofdzakelijk buurtaanpak, gebouwen verduurzamen, etc.).

Antwoord: Wanneer wij middelen ontvangen vanuit het Rijk (Specifieke Uitkeringen – SPUK- ) dan worden deze op de gemeentelijke begroting zowel de baten als lasten verhoogd. Tegenover de baten staat dan de daadwerkelijk te ontvangen SPUK, en tegenover de lasten staan dan de extra kosten die we maken om uitvoering te geven aan het doel waarvoor de middelen zijn ontvangen. In 2026 en verder zullen in elk geval de CDOKE klimaatmiddelen beschikbaar zijn. De verwachting is hierbij dat we de lasten en baten begroting in die jaren met 5 á 6 miljoen kunnen verhogen. Dit wordt opgenomen in de komende Bestuursrapportage 2025. De rijksoverheid heeft aangegeven deze middelen ook vanaf 2026 te continueren, mogelijk wel met een bezuiniging van 10%.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 32 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ; Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad

Verbijzondering/context

Verandering energieverbruik gebouwde omgeving t.o.v. 2020 staat in percentages minder

52

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe verhouden de percentages minder zich tot het totaal en wat is de 0-meting?

Antwoord: Het verbruik in 2020 dat we voor het programma besparen als referentiejaar en nulpunt gebruiken was 13.877 TJ. De percentages waarmee het verbruik t.o.v. 2020 daalt is 35% (doelstelling uit programma besparen) gedeeld door 30 jaar, wat afgerond uitkomt op jaarlijks 1,2%. Als gevolg van afronding komt in één jaar het verschil op 1,1% uit.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 33 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; ; Programmabegroting 2025 Klimaatvriendelijke stad

Verbijzondering/context

In de voorjaarsnota wordt genoemd dat het college werkt met een jaarlijkse programmering (en niet verder richting de toekomst programmeert).

Heeft relatie met vraag Vraag

Hoe wordt, zoals in de programmabegroting wordt weergegeven, bepaald dat er lagere lasten zijn vanaf 2026 als de activiteiten nog niet bekend zijn?

Antwoord: Met jaarlijkse programmering wordt bedoeld dat er binnen de budgetten van de opgave Energietransitie jaarlijks kan worden bijgesteld tussen de verschillende programmaonderdelen (o.a. Energie infrastructuur, Duurzame Opwek, Wonen, Bedrijven, Publiek eigendom, Buurtaanpak). Dit kan nodig zijn indien de ontwikkelingen in het energielandschap daar om vragen. Bijvoorbeeld extra activiteiten rond netcongestie of in het geval van windenergie in Rijnenburg fases waar de gemeente meer of juist minder aan zet was, waardoor de inzet en de kosten ook fluctueren. In de programmabegroting worden de lastenbudgetten gepresenteerd. Deze beschikbare budgetten zijn kaderstellend voor de activiteiten die kunnen worden geprogrammeerd. Jaarlijks wordt uw raad met de jaarplanbrief (4e kwartaal) geïnformeerd hoe in het volgende jaar binnen het programma de middelen (mens en geld) worden ingezet. Bij de toelichting op de lastenbudgetten is ook aangegeven dat de getoonde afname van het lasten en baten budget vanaf 2026 nog een vertekend beeld geeft doordat de specifieke uitkering voor de uitvoeringscapaciteit Klimaat en energiebeleid (CDOKE) nog meerjarig op de begroting moeten worden verwerkt (zie ook het antwoord op vraag 31).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 34 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Lot van Hooijdonk; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Werk, toekomstbestendige economie en

Verbijzondering/context

Ondersteunen van innovatieve en duurzame projecten via Europese subsidie uit het Kansen voor West programma (EFRO)

142

Heeft relatie met vraag Vraag

Over wat voor soort projecten gaat dit? Liggen hier ook kansen voor de energietransitie en lokaal eigendom?

Antwoord: Dit betreft innovatieve projecten rondom de thema's innovatie bij MKB’ers, klimaat, energietransitie, circulaire economie en arbeidsmarkt. Ook het betrekken van de bewoners bij deze maatschappelijke transities kan een onderdeel zijn. Zo hebben we dit jaar bijvoorbeeld EFRO-subsidie ingezet bij projecten rondom het verduurzamen van VVE’s en het bouwen van een e-hub in het Merwedegebied. Vanuit het programma Klimaatvriendelijke stad wordt gewerkt aan de energietransitie en ook gekeken naar lokale energiegemeenschappen. Hiervoor wordt breder naar Europese subsidies gekeken, dan het EFRO programma waar ook kansen liggen voor energietransitie en lokaal eigendom. We hebben recent bij Interreg Noord West een subsidieaanvraag ingediend met partners zoals Oog voor Warmte, Warm Lunetten, Griftstroom, Hogeschool Utrecht en Energie Samen op het thema ‘Engaged EnergyCommunities with Technological Integrated Energy Systems’. In december wordt bekend of we definitief desubsidie voor dit project krijgen.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 35 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Rachel Streefland; Susanne Schilderman; Programmabegroting 2025 Algemene middelen en overhead

Verbijzondering/context

'In verband met diverse claims, juridische geschillen en rechtsgedingen was een voorziening ingesteld. Deze voorziening blijkt niet nodig te zijn en kan zodoende vrijvallen''

233

Heeft relatie met vraag Vraag

Welke claims, juridische geschillen en rechtsgedingen betreft dit?

Antwoord: De voorziening komt te vervallen vanwege een positieve ontwikkeling inzake een dispuut met betrekking tot een geheieeneen geheim risico (zie paragraparagraaf Weerstandsvermogeneen geheim risico (zie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing).

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 36 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; ; Programmabegroting 2025 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkelingen en actualiteiten

Verbijzondering/context

Bij punt 4; autonome groei volume jeugdwet en wmo bij externe factoren worden wel prestatiedruk, vergrijzing en langer thuiswonen genoemd

249

Heeft relatie met vraag Vraag

Waarom staat bestaanszekerheid hier niet tussen?

Antwoord: Voor de bijstandsuitkeringen (BUIG) en het armoedebeleid zijn aparte risico's opgenomen. Het risico van de BUIG staat in de top 10 van de risico's. Het risico van het armoedebeleid valt hier buiten, maar telt wel mee in het totaal bedrag van de benodigde weerstandscapaciteit.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 37 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Susanne Schilderman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkelingen en actualiteiten

Verbijzondering/context

Ten tijde van de publicatie van de programmabegroting was al bekend dat de LVV financiering vanuit het Rijk zou stoppen

251

Heeft relatie met vraag Vraag

Het is nu duidelijk dat de financiering vanuit het Rijk stopt, waarom is dit niet meegenomen met de programmabegroting met ook de aangenomen motie deze in Utrecht tot 2027 zelf te bekostigen.

Antwoord: Het risico omvat de kosten voor het stopzetten van de LVV. Dit risico is niet op de korte termijn van toepassing nu daar met de Programmabegroting 2025 extra middelen voor zijn gereserveerd (amendement A 112 ) voor 2025 en met nog enige onzekerheid ook voor 2026. Echter vanaf 2027 is het onzeker of de LVV kan worden voortgezet of toch moet staken. In amendement A12 is 1 miljoen vrijmaakt voor de LVV in 2025.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 38 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Overzicht

Verbijzondering/context

Er zijn 3 lasten voor dit programma, basiszorg buurtteam sociaal, aanvullende zorg en individuele begeleiding en budget voor taken die we als centrumgemeente uitvoeren

119

Heeft relatie met vraag Vraag

Deze budgetten liggen flink uit elkaar. wat is de daarvoor de oorzaak?

Antwoord: De taken die onder deze doelstellingen vallen zijn heel anders van aard. Zo valt onder de doelstelling Basiszorg Buurtteam Sociaal hoofdzakelijk de basiszorg en toegang tot aanvullende zorg voor de gemeente Utrecht. De kosten per gebruiker van deze soort zorg liggen lager dan bij de specialistischere zorg onder de doelstelling aanvullende zorg. Onder de doelstelling 24uursbegeleiding valt de opvang van dakloze mensen, beschermd wonen en opvang en ondersteuning bij geweld in afhankelijkheidssituaties voor 16 Utrechtse gemeenten, omdat Utrecht hiervoor als centrumgemeente fungeert. Daarbij is deze soort zorg hoog specialistisch en moet ook het verblijf worden bekostigd. Daardoor zijn de kosten per cliënt dus hoger.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 39 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag

Bij bereik: het aantal nieuw gestarte casussen loopt op

Vraag

Wordt dit ingeschat als een zorgelijke ontwikkeling?

121

Antwoord: In de basis vinden wij het positief dat mensen het buurtteam goed weten te vinden. Dit zorgt ervoor dat mensen snel ondersteund kunnen worden, wat helpt voorkomen dat de problematiek verergert. We kunnen echter niet kwantificeren in hoeverre het toegenomen aantal gestarte casussen komt doordat mensen vaker een hulpvraag hebben of doordat mensen het buurtteam beter weten te vinden en daarom makkelijker aankloppen. We weten niet wie we niet bereiken, wel zien we dat de samenleving complexer wordt waardoor mensen vaker hulp nodig hebben. De thema's waarop mensen het meest aankloppen bij het buurtteam zijn geld, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid en wonen. Dit zijn thema's waar ook landelijk gezien veel uitdagingen zijn. Het woningentekort, wachtlijsten bij de GGZ en de energiecrisis in droegen bij aan de vragen die mensen stellen bij het buurtteam. We zijn met het Buurtteam in gesprek over welke vragen ook in de sociale basis goed beantwoord zouden kunnen worden.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 40 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

Bij bereik: er wordt gezegd dat de verwachting is dat deze trend doorzet in de groei van de stad.

121

Heeft relatie met vraag Vraag

Wordt hier ook rekening gehouden met vergrijzing van de populatie, zo nee, waarom niet?

Antwoord: De verwachting dat de instroom zal blijven stijgen is zeker ook gebaseerd op de vergrijzing.

Raadsvragencyclus Programmabegroting 2025 en Tweede Bestuursrapportage 2024

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 41 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

Volt Linda Voortman; Rachel Streefland; Programmabegroting 2025 Passende ondersteuning en opvang Doelstelling 1: Passende basiszorg

Verbijzondering/context

Bij effectindicatoren wordt er naar meetbare kwaliteit verwezen die gemeten wordt door de Ervaringswijzer. Deze staan in de jaarstukken.

122

Heeft relatie met vraag Vraag

Welk percentage van de inwoners die gebruik maken van de desbetreffende zorg, vult deze enquete in? Is dit een goede indicatie voor kwaliteit?

Antwoord: Dit percentage verschilt per zorgvorm. We werken doorlopend aan het bereik van Ervaringwijzer en hoe we deze zo goed mogelijk kunnen laten aansluiten bij de doelgroep, zo gaan we samen met panel Meetellen in het najaar een gesprek organiseren om te kijken hoe we deze tool beter kunnen laten aansluiten en de respons kunnen verhogen en maken we met het buurtteam in hun jaarplan aanvullende afspraken. We vullen onze inzichten uit de ervaringwijzer daarnaast aan met signalen die wij binnen krijgen van belangenbehartigers, cliëntenraden en klachten en cliëntervarings rapportages van onze aanbieders en klachten/signalen die bij ons als gemeente binnen komen. Deze onderdelen bij elkaar geven ons een goed beeld van de ervaren kwaliteit, maar er blijft natuurlijk ruimte voor verbetering. Aandeel van de zorggebruikers die de ervaringwijzer hebben ingevuld per zorgvorm (cijfers van 2023): - Dagbegeleiding: Het afnemen van schriftelijke of digitale clientervaring past niet bij de meeste deelnemers van de dagbegeleiding. Oorzaak is bijvoorbeeld dementie, het Nederlands niet goed machtig zijn of niet digitaal vaardig zijn. We hebben afspraken met iedere aanbieder over hoe zij wél clientervaring af kunnen nemen. Dat doen ze op verschillende manieren, zoals gesprekken met deelnemers of bijeenkomsten met mantelzorgers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b1b7696d-5040-4cac-814f-2a7e871114ca