Toelichting Tijdelijk bedelverbod
Tekst van het document
Bijlage: Toelichting bij ‘Tijdelijk bedelverbod’ (deze toelichting wordt opgenomen in de informatieve toelichting bij de APV op www.overheid.nl)
Artikel I
Artikel 2:27a Bedelverbod Sinds 2000 is bedelarij niet langer strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. Met het opnemen van een tijdelijk bedelverbod in de APV wordt beoogd de overlast van bedelaars die vooral in de stadscentra tijdens de zomermaanden wordt ondervonden, te verminderen. Bedelen kan tot ernstige overlast leiden, bijvoorbeeld doordat opdringerig, agressief, intimiderend of hinderlijk om geld wordt gevraagd. Dit artikel, dat beoogt bedelarij tegen te gaan, voorziet in het voorkomen van overlast door bedelarij. In dit artikel is naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens expliciet het motief opgenomen, omdat uit de uitspraak blijkt dat bedelarij alleen kan worden tegengegaan wanneer er een legitiem doel mee is gediend, er een wettelijke basis is en het noodzakelijk is voor de democratische samenleving. Met het verbod op bedelarij is de afweging gemaakt tussen de belangen van het individu om te mogen bedelen om geld of andere zaken tegenover het belang van de maatschappij om overlast door bedelarij te voorkomen. Om een waterbedeffect te voorkomen geldt het bedelverbod voor de hele gemeente in de periode van 1 juni 2024 tot en met 30 september 2024. Overigens valt het spelen van straatmuziek niet onder dit verbod, maar onder artikel 2:8.
Ook de verkoop van daklozenkranten valt niet onder dit verbod, aangezien dit in strijd zou zijn met de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.