Toelichting bij Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023.docx
Tekst van het document
Toelichting bij Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023 In deze toelichting staan sommige artikelen uit de Verordening uitgebreider
beschreven. Deze toelichting is aanvullend op de Verordening en het is expliciet de bedoeling om deze toelichting samen met de Verordening te lezen. Artikel 1 lid 7 Toegang tot een individuele voorziening is via een verwijzing. Artikel 1 lid 12 De selectiefunctionaris, inrichtingsarts en directeur zijn werkzaam bij een Justitiële Jeugdinrichting. Artikel 2 lid 1 De basisvoorzieningen opgroei-en opvoedondersteuning zijn er voor alle jeugdigen en ouders die ondersteuning nodig hebben bij de ontwikkeling, het opgroeien of de opvoeding. Dit kan gaan om preventieve en/of lichte ondersteuning op het gebied van (dit is geen uitputtende lijst): meedoen in de samenleving, gezond en veilig opgroeien, mentale gezondheid, passende kinderopvang, schulden, seksualiteit en relaties en opvoeden. De ondersteuning kan zowel in een groep als individueel worden geboden daar waar jeugdigen en/of hun ouders zijn. De ondersteuning kan worden geboden door vrijwilligers en professionals. De buurtteams jeugd en gezin bieden in alle buurten generalistische basishulp. Dit is hulp en ondersteuning voor jeugdigen (kinderen, jongeren) en/of ouders dichtbij, meestal thuis op alle leefgebieden, bijvoorbeeld bij (dit is geen uitputtende lijst) opvoedingsvragen, schulden, hulp bij woonproblematiek of dakloosheid, verslaving en relaties.
Jeugdigen en ouders kunnen bij de buurtteams terecht als zij op een of meerdere leefgebieden hulp nodig hebben of een probleem ervaren. De buurtteams bieden ambulante hulp/ ondersteuning en begeleiding en voeren geen behandeling uit. De buurtteams zetten zich in om een stabiele gezinssituatie te realiseren of daarin een duurzame verbetering te organiseren voor die jeugdigen en/of ouders die dat nodig hebben. Daarbinnen hebben zij specifiek aandacht voor de ontwikkeling van jeugdigen en het waarborgen van hun veiligheid. De basishulp kan ook gaan om spoedeisende situaties waarbij op korte termijn hulp of ondersteuning moet worden ingezet. Artikel 2 lid 2 sub a Specialistische jeugdhulp is specialistische begeleiding en behandeling. Het is voor kwetsbare jeugdigen met een beperking, psychisch of psychosociaal probleem
waarbij de inzet specialistische expertise noodzakelijk is, zoals (dit is geen uitputtende lijst) van een orthopedagoog, psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Specialistische jeugdhulp wordt over het algemeen geboden door specialistische buurtgerichte teams die in alle wijken in Utrecht actief zijn. Pleegzorg is jeugdhulp waarbij een jeugdige (in deeltijd) verblijft in een pleeggezin.
Het doel van pleegzorg is het bieden van een veilige, gestructureerde opvoedsituatie in een gewone gezinssituatie. Deze zorg kan voor een korte periode zijn, maar is ook bedoeld voor jeugdigen voor wie er geen uitzicht is op terugkeer naar de biologische ouder(s). En de plaatsing kan gepland en in acute situaties ook
ongepland zijn. Pleegzorg kan ook ingezet worden ter ontlasting van het gezin en
het gezinsgericht en niet-gezinsgericht logeren en wonen, bijvoorbeeld in de vorm
van weekendpleegzorg. Conform landelijke richtlijn is in Utrecht de toewijzing voor
pleegzorg standaard tot 21 jaar, waarbij verlenging tot 22 of tot 23 jaar mogelijk is. Bij gezinsgericht logeren & wonen verblijft een jeugdige (in deeltijd) in een voorziening die zoveel mogelijk lijkt op een gezin: kleinschalig, met vaste
opvoeders en waar mogelijk en passend in de buurt. De plaatsing kan zowel gepland als ongepland zijn. De vaste opvoeders bieden, in tegenstelling tot
pleegouders, professionele ondersteuning aan jeugdigen. Zij zijn de vaste en
vertrouwde gezichten voor de jeugdigen. Net als bij opvoedsituaties bij biologische ouders kunnen bij deze gezinsgerichte voorzieningen variaties bestaan zoals co-
opvoederschap. Deze vorm van jeugdhulp kan verschillende doelen hebben zoals het in balans brengen van draagkracht en draaglast in het (pleeg)gezin of het
voorkomen van escalaties doordat de jeugdige enkele dagen gaat logeren. Ook
kunnen jeugdigen er, als dit voor hen het best passend is, voor langere tijd wonen. Niet-gezinsgericht logeren & wonen zijn alle vormen van specialistische jeugdhulp waarbij een jeugdige niet in een pleeggezin of gezinsgerichte voorziening logeert of woont. De plaatsing kan zowel gepland als ongepland zijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan om (deeltijd) residentieel verblijf maar ook om tijdelijk verblijf van een jeugdige in een als voor behandeling een tijdelijke opname essentieel is (jeugdige woont thuis). Ook bij deze vorm van jeugdhulp wordt gestreefd naar zoveel mogelijk kleinschaligheid en integraal en gezinsgericht werken. Artikel 2 lid 2 sub c De hoogspecialistische jeugdhulp bij de essentiële functies is voor kwetsbare jeugdigen met zeer complexe problemen waarbij de veiligheid van de jeugdige en/of de ontwikkeling van de jeugdige door de aard van de problematiek zeer ernstig in het geding is. Zeer complexe problemen zijn een samenloop van meerdere problematieken zoals (dit is geen uitputtende lijst) gedragsproblemen,
een (licht) verstandelijke beperking, psychische problemen. De aard van problematiek betreft in ieder geval de jeugdige zelf (zoals ernstige psychische problemen) maar er zijn ook vaak problemen in combinatie met de omgeving/het netwerk waar de jeugdige opgroeit. De essentiële functies kunnen gaan om 1. open behandelgroepen waar jeugdigen verblijven, vrije tijd besteden en naar school gaan, 2. zorg en behandeling in een gesloten jeugdhulpinstelling voor jeugdigen met ernstige gedragsproblemen waardoor zij een gevaar vormen voor zichzelf en/of hun omgeving of 3. specialistische klinische opname en behandeling voor jeugdigen met psychiatrische problematiek. Zorg vanuit essentiële functies kan ook thuis (ambulant) worden geboden in de vorm van bijvoorbeeld consultatie, gesprek en/of huisbezoek, als onderdeel van en ondersteunend aan specialistische jeugdhulp of generalistische basishulp. Artikel 2 lid 2 sub d De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) maakt namens alle gemeenten
afspraken met aanbieders die schaarse en een landelijke functie vervullen in het zorglandschap. Dit kan gaan om jeugdigen en ouders met zeer complexe problemen en een hoge mate van comorbiditeit (meerdere psychische en
lichamelijke problemen die elkaar beïnvloeden) waardoor deze zorg niet op lokale of (boven) regionale schaal geboden kan worden. De complexiteit van de problematiek en de meervoudigheid van de hulpbehoefte van deze jeugdigen stellen hoge eisen
aan de expertise en kennis van de professionals. Het gaat daarom om de landelijke beschikbaarheid van hoogspecialistische en/of weinig voorkomende jeugdhulp,
specialistische verblijfsfuncties en hulp in het kader van urgente crisissituaties. Ook kan het gaan om zorg en ondersteuning voor jeugdigen en ouders met een weinig voorkomende aandoening. Deze zorg wordt geboden door een klein aantal
gespecialiseerde instellingen voor cliënten uit het hele land. Denk hierbij aan de behandeling van jeugdigen met een zintuigelijke beperking. Artikel 3 lid 4 Jeugdigen en ouders kunnen zich melden bij het buurtteam jeugd en gezin dat in iedere buurt aanwezig is. Zij hoeven nog geen geformuleerde hulpvraag te hebben voordat zij zich melden bij het buurtteam. Tijdens het gesprek of seriegesprekken met de Medewerker wordt samen de behoefte en vervolgens de doelen geconcretiseerd. De behoefte kan ook bestaan uit hulp bij aanverwante vragen bij jeugdhulp bijvoorbeeld op het gebied van inkomen, schulden, onderwijs, wonen, scheiden, onveiligheid of (weer) meedoen (hieronder leefgebieden genoemd).
Ook wijst de Medewerker de jeugdige en/of ouders erop dat zij zich kunnen laten bijstaan door een onafhankelijk clientondersteuner of onafhankelijk vertrouwenspersoon. Het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) voert in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het onafhankelijk vertrouwenswerk voor de Jeugdwet uit. Zowel cliëntondersteuners als vertrouwenspersonen kunnen informatie en advies geven aan jeugdigen en ouders die vragen hebben over de jeugdhulp. De cliëntondersteuner kan jeugdige en/of ouders al bijstaan op het moment dat er wordt gezocht naar hulp. Hij ondersteunt dan bij inhoudelijke/hulpverlenende gesprekken en kan ook de jeugdige en/of ouders helpen in het gesprek bij het zoeken naar passende hulp. De vertrouwenspersoon doet dat niet. De vertrouwenspersoon ondersteunt een cliënt bij het bespreekbaar maken van vragen, problemen of klachten en daarover helderheid te krijgen. Als dit is opgelost, dan stopt ook de ondersteuning van de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon ondersteunt niet bij inhoudelijke hulpverleningsgesprekken, maar enkel bij vraag/klachtgesprekken. Artikel 3 lid 6
Wanneer een huisarts, medisch specialist of jeugdarts een verwijzing naar een
individuele voorziening afgeeft, dan zorgt het college voor inzet van de jeugdhulp. Dit kan via jeugdhulp in natura waarbij de jeugdhulpaanbieder samen met de jeugdige en/of ouders beoordeelt hoe lang de jeugdhulp nodig is. Daarnaast
kunnen jeugdigen en/of ouders de individuele voorziening inkopen door middel van een pgb als wordt voldaan aan de voorwaarden die in Jeugdwet en deze verordening staan opgenomen. Dit kan alleen na beoordeling door het buurtteam. Artikel 4 lid 1
In het gesprek met de Medewerker komen, zoals beschreven in dit lid, een groot aantal onderwerpen aan de orde. Er wordt besproken hoe de huidige situatie op verschillende leefgebieden is, wat de gewenste situatie is en hoe die gewenste situatie kan worden bereikt. Deze verkenning vindt vaak plaats in meerdere
opeenvolgende gesprekken met jeugdige en/of ouders en de Medewerker. De Medewerker kan vragen stellen over het gezag van de jeugdige.
Tijdens deze gesprekken kunnen de jeugdige en/of ouders ook melden dat ze een individuele voorziening willen of nodig hebben. Artikel 4 lid 3
De jeugdige en/of ouders kunnen opmerkingen of aanvullingen maken op het
gezinsplan. Als de jeugdige en/of ouders en de Medewerker geen overeenstemming kunnen bereiken over welke hulp passend is, dan kan een Medewerker van het
buurtteam een ander buurtteam om een second opinion vragen. Daarna vindt besluitvorming plaats conform artikel 6 van deze Verordening. Artikel 4 lid 4
Medewerkers van het buurtteam zijn voldoende deskundig om aanvragen voor jeugdhulp te behandelen. Als er aanvullend specifieke expertise nodig is, dan kunnen zij deze specifieke expertise inschakelen voor oordeel of advies. Artikel 5 lid 3
Met de transitie van de jeugdhulp in 2015 is alleen de zorg die onderdeel uitmaakte
van het basispakket van de zorgverzekering overgeheveld naar de gemeente. Alleen vaktherapie als onderdeel van een multidisciplinaire behandeling van de Jeugd GGZ maakte onderdeel uit van dit basispakket. Zorg die onder het aanvullende pakket
viel, waaronder op zichzelf staande vaktherapie, is niet overgeheveld. Vaktherapie is mogelijk in combinatie met specialistische ambulante hulp zodat de professional samen met de jeugdige/ouders en andere betrokkenen de juiste afwegingen kan maken hoe en wanneer vaktherapie in te zetten. Artikel 7 lid 3 sub d
Het college kan een pgb (deels of geheel) weigeren als de aanvraag tot gevolg heeft dat één en dezelfde persoon meer dan 48 uur per week moet werken. Bij het
vaststellen of deze 48 uur per week overschreden wordt, kunnen alle betaalde
werkzaamheden worden meegewogen. Deze bepaling is bedoeld om overbelasting te voorkomen.
Artikel 7 lid 3 sub e
Het college kan een pgb (deels of geheel) weigeren als het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland. Bij deze afweging kunnen de volgende elementen een rol spelen: -
Wat is de duur?
-
Om welk soort ondersteuning gaat?
-
Is het vakantie of verblijf?
Artikel 8 lid 3 Instellingen dienen aan te tonen of en zo ja, welke (relevante) CAO zij volgen. Als zij de relevante CAO voor de betreffende beroepssector slechts gedeeltelijk volgen dienen zij aan te tonen welke onderdelen van de CAO zij toepassen en welke werkgeverslasten dit met zich meebrengt. De Medewerker weegt en motiveert vervolgens of het gedeeltelijk volgen van de CAO en de daarmee gemoeide
werkgeverslasten zodanig zijn, dat dit het toekennen van het instellingstarief rechtvaardigt. Artikel 8 lid 4 sub a Personen die werkzaam zijn binnen een collectief van zelfstandig werkende professionals én zorginstellingen die de in de sector geldende CAO niet naleven ontvangen het zzp-tarief. In al deze situaties is sprake van het ontbreken van of minder werkgeverslasten waardoor, als gevolg van aannemelijke minderkosten, het maximale tarief wordt verlaagd met 17%. Artikel 9 lid 2 Het college kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een opname in een Wet langdurige zorg (Wlz)-of Zorgverzekeringwet (Zvw)-instelling die langer dan twee maanden duurt. Dit zal met name het geval zijn bij de inzet van persoonlijke verzorging.