CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting belangrijkste wijzigingen Concept Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht.pdf

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht1.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting belangrijkste wijzigingen Concept Verordening

raadgevend referendum gemeente Utrecht t.o.v. Verordening versie uit 2017 Algemeen -

Kleine wijzigingen zoals de toevoeging van artikelen in de considerans voor

een juiste grondslag voor het vaststellen van de verordening of het toevoegen van het Waterschap Amstel, Gooi en de Vecht worden in dit document niet verder toegelicht.

-

De volgorde van de artikelen is aangepast ten behoeve van de leesbaarheid en daarmee de verduidelijking van de verordening.

Artikel 1:1

In de huidige verordening is het onderwerp van een referendum een raadsbesluit. Door gebruik van het bestuursrechtelijke besluitbegrip lijkt hiermee te worden

bedoeld dat het onderwerp van een referendum zich enkel beperkt tot besluiten in

de zin van artikel 1:3 Awb. In de nieuwe verordening wordt gebruik gemaakt van het woord raadsbeslissing. Dit brengt met zich mee dat bijvoorbeeld raadsbeslissingen ten aanzien van visiedocumenten ook referendabel zijn. Overigens werd in de Referendumverordening van 2011 raadsbesluit gedefinieerd als schriftelijke beslissingen van de raad wat toen ook al duidde op een bredere definitie.

Verworpen of aangenomen moties worden hier niet onder begrepen. Een motie

houdt een opdracht aan het college in. Ook niet aangenomen (initiatief)voorstellen vallen niet onder de definitie van raadsbeslissing. Dit sluit ook aan bij de diverse

adviezen van de Referendumcommissie. Hiermee wordt preciezer aangegeven wat onder een referendabel raadsbesluit moet worden verstaan. Artikel 1:2, derde lid, onderdeel l

De huidige verordening kent geen hardheidsclausule. De huidige verordening kent wel een uitzonderingsgrond ten aanzien van kwetsbare groepen. De nieuwe

verordening kent wel een hardheidsclausule waarmee ook de uitzonderingsgrond van kwetsbare groepen is ondervangen, zie hierover de toelichting bij de

uitzonderingsgrond. Een beroep op deze uitzonderingsgrond vergt een expliciete

belangenafweging van de raad met een zware motiveringsplicht. Het belang van de raadsbeslissing moet zwaarder wegen dan het belang van de mogelijkheid om een referendum te houden.

Artikel 1:2, derde lid, onderdelen m, n en o

Deze zijn opgenomen als uitzonderingsgrond op verzoek van de Griffier.

1

Artikel 1:2, derde lid, onderdeel p

Deze uitzonderingsgrond was wel opgenomen in de Referendumverordening van

2011, maar staat niet in de huidige verordening. Hiermee wordt voorkomen dat over een bepaald onderwerp meer dan eens een referendum wordt gehouden of dat een referendum wordt uitgelokt. Dit kan in het belang zijn bij de voortgang van de besluitvorming c.q. van de uitvoering daarvan. Artikel 1:2, derde lid onderdeel q

Op grond van artikel 6, tweede lid van de Huisvestingswet moet voorafgaand aan vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening worden afgestemd met

burgemeester en wethouders van de overige gemeenten die deel uitmaken van de

woningmarktregio waarin de gemeente ligt. Utrecht hoort tot een woningmarktregio van 17 gemeenten. De Huisvestingsverordening is regionaal gelijkluidend, de

gemeenten werken alle met hetzelfde model. De beleidsvrijheid is dus beperkt. Er is ruimte voor lokale invulling, maar de grote lijnen liggen vast. De verordening regelt twee belangrijke hoofdthema’s: woonruimteverdeling (inschrijving woningzoekenden, voorrang, urgenties etc.) en wijzingen van de

woonruimtevoorraad (o.a. bouwkundig splitsen, kamerverhuur en

opkoopbescherming). Met name voor woonruimteverdeling is het van belang dat een verordening of een wijziging daarvan in alle regiogemeenten (die geen

raadgevend referendum kennen) op hetzelfde moment in werking treedt. Het is een samenhangend regionaal stelsel. Duidelijkheid naar burgers toe en de mensen die met de verordening werken is daarom belangrijk. Ook is het voor WoningNet (regionaal platform/uitvoerder woonruimteverdeling) van belang dat alles op

hetzelfde moment ingaat, omdat het geheel anders onoverzichtelijk wordt. Tot slot gaat de urgentieregeling (een belangrijk onderdeel van de verordening) om veelal

kwetsbare personen: zoals uitstroom maatschappelijke opvang, beschermd wonen,

medisch urgenten). Een referendum dat de invoering van regelgeving stopzet is dan onwenselijk.

Artikel 1:3, eerste lid

In artikel 6 van de huidige verordening wordt gerefereerd aan een besluitenlijst. Omdat er niet wordt gewerkt met een besluitenlijst van de gemeenteraad, is de

verordening aangepast aan de huidige praktijk. De termijn gaat dus lopen nadat de

raadsbeslissing is gepubliceerd via het openbare raadsinformatiesysteem. In de titel van de raadsbeslissing staat ook de datum van publicatie zodat voor inwoners

duidelijk is vanaf wanneer de termijn voor het indienen van een inleidend verzoek start en eindigt.

Verder is artikel 1:3 over de inwerkingtreding aangepast aan de huidige uitvoeringspraktijk.

2

Heel hoofdstuk twee

Onder de huidige verordening waren er onduidelijkheden over de termijnen. De

termijnen zijn nu zo opgeschreven zodat deze aansluiten bij de systematiek uit de Algemene wet bestuursrecht. Dus de termijn begint altijd te lopen ‘de dag nadat’ [bepaalde gebeurtenis]. Artikel 2:1, vierde lid

Tijdens het referendumproces in het kader van de RSU was onduidelijkheid ontstaan of de eerste 1000 inleidende verzoeken automatisch meetellen bij de benodigde

10.000 ondersteuningsverklaringen ten behoeve van het definitieve verzoek. Dit is nu duidelijk verwoord in de nieuwe verordening. Artikel 2:3

De huidige verordening kent: -

Inleidende verzoeken ter ondersteuning van het inleidende verzoek

Ondersteuningsverklaringen ter ondersteuning van het definitieve verzoek

Dit zorgde voor enige verwarring. De facto gaat het bij de inleidende verzoeken en ondersteuningsverklaringen om hetzelfde, namelijk om ‘handtekeningen’. In de

huidige verordening is dit gelijk getrokken. Dus voor het inleidend verzoek zijn er 1.000 ondersteuningsverklaringen nodig en daarnaast zijn voor het definitieve verzoek 10.000 ondersteuningsverklaringen nodig. Door beide producten nu

ondersteuningsverklaringen te noemen is er meer helderheid en kunnen er uniforme regels gemaakt worden voor de ondersteuningsverklaringen. Artikel 3:1

Onder de huidige verordening stelt de Referendumcommissie de datum vast.

Aangezien de Referendumcommissie een adviserend en toezichthoudend orgaan is, hoort de bevoegdheid tot vaststelling niet bij hen te worden belegd. Het college is goed op de hoogte van de agenda en kan daarom beter inschatten welke moment het meest passend is. Dit ter voorkoming dat een referendum wordt gehouden gelijktijdig met een ander groot event niet zijnde een andere verkiezing.

3

Artikel 3:2

Onder de huidige verordening stelt de Referendumcommissie de vraagstelling vast.

Aangezien de Referendumcommissie een adviserend en toezichthoudend orgaan is,

hoort de bevoegdheid tot vaststelling niet bij hen te worden belegd. De vraagstelling volgt direct uit de verordening en er zijn geen afwijkingsmogelijkheden. Omdat er in het verleden wel is gebleken dat er hier toch nog vragen over zijn, is besloten dat de vraagstelling vooralsnog wordt vastgesteld, maar dan door de voorzitter van het

centraal stembureau nadat de referendumcommissie hierover heeft geadviseerd. Artikel 3:3 en 3:4

Eerder was nog onduidelijk wat er zou gebeuren nadat een referendum

daadwerkelijk is gehouden. Daarom zijn artikel 3:3 en 3:4 toegevoegd. Dit is

conform het VNG-model, maar het is wel aangepast aan de Utrechtse praktijk. Artikel 4:1

De herbenoeming is ingeregeld conform de Kieswet. Artikel 4:2

Hieraan is toegevoegd dat de Referendumcommissie ook de voorzitter van het

centraal stembureau kan adviseren. Dit is namelijk ook nodig in verband met de

vraagstelling. Daarnaast neemt de voorzitter van het centraal stembureau ook de

besluiten op het inleidend en definitief verzoek. In dat kader kan het ook nodig zijn voor de voorzitter om advies in te winnen bij de Referendumcommissie. Artikel 4:3

De klachtenregeling van de Referendumcommissie is nu verankerd in de Referendumverordening zelf. Artikel 4:4

Een tweetal nieuwe leden zijn toegevoegd in verband met het moment van

openbaarmaking van adviezen van de Referendumcommissie. Nu kan een gevraagd advies eerder worden geopenbaard dan dat de verzoeker (in de regel de voorzitter van het centraal stembureau) er kennis van heeft kunnen nemen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=86ad9cf9-5dcc-4399-90d9-025759ff81a0