CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM (Tijdelijke Administratieve Maatregel) - omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp20.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.

Binnen het gebied moet minimaal één peilbuis voor grondwatermonitoring worden geplaatst en jaarlijks bemonsterd ter tijdige signalering van een grondwaterverontreiniging. Deze peilbuis wordt geplaatst op de locatie waar op basis van de natuurlijke grondwaterstroming verwacht mag worden dat verontreinigingen vanuit de dynamische zone (uit het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer en diens opvolger onder de Omgevingswet) het snelst (minimaal op 30 jaar toetsend) het gebied instromen. Deze peilbuis heeft minstens één filter (net) onder de scheidende laag. De grondwatermonitoring bestaat uit grondwaterbemonsteringen t.b.v. een chemische en fysische (stijghoogte) bepaling van effecten op mogelijke verspreiding door de WKO-doubletten. De monitoring van de omgevingsvergunning gaat ook over de monitoring van de grondwaterkwaliteit op mogelijke aanwezige grondwaterverontreinigingen uit de dynamische zone. Vaak wordt alleen ingestoken op de monitoring direct naast de bron om de directe effecten te meten, maar de omgevingsvergunning moet ook voldoen aan de Wbb en die vraagt meer inspanning

Datum Referentie Pagina

29 november 2023 71298/AW/20231129 28/32

5.

Bij de melding moet de indiener een onderbouwing bijvoegen op welke wijze zorgvuldig rekening is gehouden met het risico op verplaatsing van verontreinigingen die vallen onder het Gebiedsplan. De onderbouwing gaat in op de volgende vier fasen: ontwerp en positiekeuze, realisatie, exploitatie en beëindiging van de activiteit. Het gebied Papendorp ligt in de bufferzone van het Gebiedsplan en grenst direct aan de dynamische zone. Omdat het gebied grenst aan de dynamische zone, werken de geohydrologische effecten vanuit de bufferzone door in de dynamische zone. Daarom is er extra grondwatermonitoring nodig. Met de resultaten kan worden vastgesteld of de doelmatige gebiedsgerichte aanpak wordt beïnvloed.

5.2

TOELICHTING GEBRUIKSREGELS TAV DE AANVRAAG VERGUNNING BODEMENERGIESYSTEEM 1.

Open bodemenergiesystemen moeten worden uitgevoerd als een doubletsysteem (monobronnen en recirculatiesystemen zijn niet toegestaan). Gezien de beoogde omvang van de ontwikkelingen is de verwachting dat de toepassing van (collectieve) open bodemenergiesystemen het beste aansluit bij de intensiteit van de warmte/koudevraag. Het gebruik van recirculatiesystemen is niet toegestaan, omdat het rendement van deze systemen lager is dan bij een opslagsysteem en daarmee het beschikbare bodempotentieel niet optimaal benut wordt. Monobronnen kunnen de toepassing van doubletten belemmeren. Door het toepassen van doubletten kunnen relatief grote capaciteiten per bron gerealiseerd worden en kan het aanwezige bodempotentieel zo optimaal mogelijk gebruikt worden. Daarom is het bodemenergieplan uitgelegd op de toepassing van doubletsystemen.

2.

Gesloten bodemenergiesystemen met verticale bodemwarmtewisselaars zijn niet toegestaan. Om onderlinge thermische interferentie tussen open en gesloten bodemenergiesystemen te voorkomen moet er een verticale scheiding aangehouden worden tussen de open en gesloten bodemenergiesystemen. Daarom worden verticale gesloten systemen binnen Papendorp uitgesloten. Overige gesloten bodemenergiesystemen (zoals aardwarmtekorven en horizontale bodemwarmtewisselaars) zijn wel toegestaan, omdat deze niet reiken tot aan het eerste watervoerende pakket en daarom geen sprake is van thermische interferentie met de beoogde open bodemenergiesystemen.

3.

De bronfilters van open bodemenergiesystemen zijn toegestaan in het eerste en tweede watervoerende pakket. Voor het grootschalig toepassen van open bodemenergiesystemen kan worden gekozen voor het eerste en het tweede watervoerende pakket. Bronfilters van een bodemenergiesysteem kunnen geplaatst worden in één van deze twee watervoerende pakketten. Het grondwater uit de

Datum Referentie Pagina

29 november 2023 71298/AW/20231129 29/32

verschillende watervoerende pakketten mag niet gemengd worden. De schematische dieptes van de watervoerende pakketten en scheidende lagen zijn weergegeven in Tabel 4.1. Iedere initiatiefnemer dient op basis van de meest recente en relevante informatie een inschatting te maken van de diepteligging van de watervoerende pakketten en scheidende lagen. Op de locatie zijn naast het eerste en tweede watervoerende pakket geen diepere watervoerende pakketten aanwezig waarin op een conventionele wijze een open bodemenergiesysteem gemaakt kan worden. (Middel)hoge temperatuuropslag zijn mogelijk wel toe te passen in deze diepere lagen, maar vallen buiten de werking van dit bodemenergieplan. 4.

De warme en koude bronnen van een doubletsysteem moeten binnen de op de plankaarten in bijlage 1 (voor bodemenergiesystemen in het eerste watervoerende pakket) en 2 (voor bodemenergiesystemen in het tweede watervoerende pakket) aangegeven rode (warme bronnen) en blauwe (koude bronnen) zoekgebieden worden gepositioneerd. De ruimtelijke ordening van open bodemenergiesystemen in het eerste en het tweede watervoerende pakket vindt plaats op basis van een oriëntatie-patroon in zoekgebieden. Deze zoekgebieden zijn uitgewerkt in kaarten voor beide watervoerende pakketten die zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Zonering van de bronnen biedt zowel sturing alsmede een stuk flexibiliteit wat betreft inpassing. Het is sturend in de ruimtelijke ondergrondse ordening door het regisseren van het specifiek opslaan van warmte of koude in een bepaalde zone. Dit zodat negatieve interferentie tussen warmte en koude wordt voorkomen en daarmee het behalen van het maximale potentieel niet verhinderd wordt. Het biedt vrijheid in de praktische ruimtelijke inpassing in het terrein. Door het definiëren van een zone en geen vaste bronposities, blijft het mogelijk de ruimtelijke inpassing af te wegen met andere ordeningsbehoeftes voor gebouwen, inrichting openbare ruimte en aanwezige en toekomstige infrastructuur.

Voor het eerste watervoerende pakket is gekozen voor een oriëntatie van zoekgebieden in een kruislings patroon, waarbij warme en koude zoekgebieden afgewisseld worden. Hiermee worden te grote hydrologische effecten op omgevingsbelangen voorkomen, die anders zouden kunnen optreden vanwege de ondiepe ligging van het eerste watervoerende pakket. De afstand tussen de zoekgebieden is gebaseerd op de maximale broncapaciteit per zoekgebied (180 m³/uur), de verwachte lengte van het bronfilter en de dikte van het opslagpakket waarin de warmte en koude worden opgeslagen en de verwachte gemiddelde waterverplaatsing (circa 1.500 vollasturen). Hieruit volgt dat op basis van de ontwerpnormen voor bronnen voor bodemenergiesystemen een afstand tussen de warme en koude bronclusters nodig is van circa 150 m. Wanneer de bronnen binnen een zoekgebied meer dan circa 25 m uit elkaar geplaatst worden, kan de afstand tussen de koude en warme bronnen verkleind worden. In het plan is uitgegaan van een afstand van 100 m tussen de zoekgebieden en een breedte van een zoekgebied van minimaal 50 m. Hiermee kan de benodigde afstand tussen koude en warme bronnen van 150 m gehaald worden. Voor het tweede watervoerende pakket is gekozen voor een oriëntatie van zoekgebieden in een strokenpatroon.

Door de diepere ligging van dit pakket kunnen binnen een strook meerdere bronnen geplaatst worden zonder onacceptabele hydrologische effecten. De afstand tussen de zoekgebieden is gebaseerd op de broncapaciteit (200 m³/uur), de verwachte lengte van het bronfilter, de dikte van het opslagpakket en de verwachte gemiddelde waterverplaatsing (circa 1.500 vollasturen). Hieruit volgt dat een afstand van circa 250 m tussen de bronclusters nodig

Datum Referentie Pagina

29 november 2023 71298/AW/20231129 30/32

is. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de bronnen binnen een zoekgebied minimaal 25 m uit elkaar geplaatst worden. In het plan is uitgegaan van een afstand van 200 m tussen de zoekgebieden en een breedte van een zoekgebied van minimaal 50 m. 5.

De bronnen in het eerste watervoerend pakket moeten geschikt zijn voor een broncapaciteit van minimaal 90 m³/uur. De bronnen in het tweede watervoerend pakket moeten geschikt zijn voor een broncapaciteit van minimaal 200 m³/uur. Omdat de activiteiten in de bodem doelmatig dienen te zijn. Is het gewenst om bij het benutten van de bodemenergie per bronpositie de bodemcapaciteit van die bronpositie optimaal te benutten. Daarom is er per watervoerend pakket aangegeven voor welke minimale capaciteit de bronnen aangelegd moeten worden. Realiseren van bronnen met een hogere capaciteit is toegestaan mits deze tevens voldoen aan de andere gebruiksregels van dit Bodemenergieplan. Bronnen met een kleinere capaciteit (m3/uur) benutten de ondergrond niet optimaal. Dat is ongewenst vanwege de duurzaamheid en doelmatigheid.

6.

Binnen een zoekgebied in het eerste watervoerende pakket mag in totaal maximaal 180 m³/uur aan broncapaciteit gerealiseerd worden. Indien voor een open bodemenergiesysteem één bron binnen een zoekgebied beoogd is, moet aangetoond worden dat altijd ruimte is binnen het zoekgebied om een tweede bron binnen dit zoekgebied te realiseren met een aanvullend open bodemenergiesysteem. Thermisch gezien is het optimaal om warme bronnen en koude bronnen te clusteren. Ter voorkoming van te grote hydrologische effecten (zoals te grote grondwaterstandveranderingen of stijghoogteveranderingen in de bron met risico op bodemsplijting) kunnen er echter niet te veel bronnen (met te grote broncapaciteiten) geclusterd worden binnen het eerste watervoerende pakket en kan binnen een zoekgebied maximaal 180 m³/uur aan broncapaciteit gerealiseerd worden. Om maximale benutting van de ondergrond voor bodemenergie te borgen moet het ook altijd mogelijk zijn om binnen een zoekgebied deze broncapaciteit te realiseren. Dit betekent dat bij de inpassing van een bron binnen een zoekgebied altijd ruimte beschikbaar moet blijven om in de toekomst bron(nen) binnen dit zoekgebied nog een bron te plaatsen zodat de totale broncapaciteit van 180 m³/uur benut wordt.

7.

Voor een bodemenergiesysteem in het tweede watervoerende pakket is monitoring en rapportering van de concentraties VOCl in de bron(nen) van het bodemenergiesysteem verplicht. Het betreft een 0-meting, meting na 2 jaar en vervolgens elke 3 jaar. Het aantal en de posities van de bronnen waarin gemeten moet worden, moet afgestemd en overeengekomen worden met de gemeente, voordat de vergunning voor het open bodemenergiesysteem aangevraagd wordt. In de vergunning voor het open bodemenergiesysteem wordt algemene monitoring in de bronnen van het bodemenergiesysteem geëist. In het kader van de gebiedsgerichte aanpak van de gemeente is vindt gebiedsgerichte monitoring plaats door de gemeente. Aanvullend hierop is monitoring verplicht in de bron(nen) van het bodemenergiesysteem om mogelijke verplaatsing van verontreinigingen tijdig te kunnen detecteren. De monitoring is erop gericht veranderingen in de waterkwaliteit te kunnen waarnemen en valt grotendeels samen met de standaard monitoring die door de provincie opgenomen wordt in de vergunning. Daarom moet de nulsituatie

Datum Referentie Pagina

29 november 2023 71298/AW/20231129 31/32

bepaald worden door in de bron(nen) van het open bodemenergiesysteem de waterkwaliteit te meten. Twee jaar na ingebruikname wordt nogmaals gemeten en vervolgens elke drie jaar. De initiatiefnemer van het open bodemenergiesysteem stemt vooraf met de gemeente af bij welke bronnen (aantal en posities) monitoring plaats moet vinden. Deze afstemming vindt plaatst voordat de Omgevingsvergunning voor het open bodemenergiesysteem wordt aangevraagd. Bij de vergunningaanvraag moet aangetoond worden dat deze afstemming heeft plaatsgevonden en er een overeenstemming is tussen de initiatiefnemer en de gemeente over de wijze van monitoring. De resultaten van de metingen worden verstuurd naar de provincie als bevoegd gezag voor de vergunning van het bodemenergiesysteem en gemeente als gebiedsbeheerder. Bij meting van verhoogde concentraties in de bronnen vindt overleg met de gemeente en provincie plaats om het vervolg te bepalen met als doel om te voorkomen dat de vervuiling zich verder verplaatst. Hierbij zal ingezet worden op het zoeken naar mogelijkheden om de verplaatsing te voorkomen of beperken. 8.

Het bodemenergiesysteem bereikt uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikname een moment waarop de hoeveelheid koude die door het systeem aan de bodem is toegevoegd gelijk is aan de hoeveelheid warmte, die vanaf die datum door het systeem aan de bodem is toegevoegd. Het systeem herhaalt dit telkens uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt. Het vraagprofiel van de meeste gebouwen binnen Papendorp tonen een grotere warmte- dan koudebehoefte. Dit impliceert dat voor de meerderheid van de systemen, vanuit het behalen van economisch voordeel, een koudeoverschot wenselijk is. Een accumulatie van systemen met een koudeoverschot staat echter het doelmatig gebruik van de ondergrond in de weg. Daarom moeten alle bodemenergiesystemen bodemzijdig energetisch in balans zijn. Om dit te bereiken moet mogelijk met aanvullende voorzieningen (zoals bijvoorbeeld een oppervlaktewatersysteem) in de zomer extra warmte ingevangen worden. Om ruimte te bieden om een eventuele ontstane onbalans in een klimatologisch extreem jaar en tijdens de opstart te compenseren is opgenomen dat uiterlijk na vijf jaar na ingebruikname en vervolgens telkens binnen vijf jaar het bodemenergiesysteem energetisch in balans moet zijn.

9.

Een vergunning voor een open bodemenergiesysteem in het plangebied wordt door de provincie Utrecht alleen verleend aan de marktpartij die middels Europese aanbesteding door de gemeente wordt geselecteerd om een gebiedsgericht open bodemenergiesysteem te realiseren en exploiteren. De gemeente Utrecht heeft in de transitievisie warmte (TVW) vastgesteld dat zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van lokaal aanwezige energiebronnen, alvorens energie van buiten de gebiedsgrenzen wordt aangevoerd. Voor open bodemenergiesystemen geldt dat deze efficiënter de aanwezige bodempotentie kunnen benutten, wanneer deze (tenminste organisatorisch) gekoppeld zijn en/of samenwerken, dan wanneer de capaciteiten van meerdere individuele bronnen worden opgeteld. De gemeente wenst voor het ontwikkelgebied Papendorp de energieopwekking ten behoeve van verwarming en koeling aan te besteden in een concessieopdracht. De gemeente is verplicht tot Europees aanbesteden, omdat de uitvoering van de

Datum Referentie Pagina

29 november 2023 71298/AW/20231129 32/32

opdracht de gestelde drempelwaarde overschrijdt. Met de aanbesteding borgt de gemeente de zekerheid dat het aanwezige bodempotentieel ook daadwerkelijk doelmatig benut gaat worden. Voor Papendorp betekent dit, dat door de Provincie Utrecht alleen vergunning wordt verleend aan de marktpartij die middels Europese aanbesteding door de gemeente wordt geselecteerd om de opdracht uit te voeren. Alle vergunningaanvragen worden getoetst op deze collectiviteitseis. De onderbouwing voor de gewenste collectiviteit van de WKO-warmteopwekking is opgenomen in het Warmteplan Papendorp dat dezelfde gebiedsgrenzen heeft als het Bodemenergieplangebied. Deze collectiviteitseis voor het plan treedt in werking wanneer de gemeente Utrecht aanbestedingsprocedure heeft gepubliceerd voor de concessieverlening voor het collectieve warmtesysteem Papendorp. 10. Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan afgeweken worden van de gebruiksregels. Een onderbouwing van de afwijking moet, samen met een schriftelijke goedkeuring van de gemeente, bij de aanvraag van de Omgevingsvergunning voor het open bodemenergiesysteem gevoegd worden. Afwijken van gebruiksregel 9 is alleen mogelijk als het collectief gerealiseerd is en/of het warmtebedrijf heeft aangegeven een bepaalde positie voor bronnen niet te benutten.

Om ruimte te bieden voor uitzonderlijke situaties, kan afgeweken worden van de boven gestelde regels. Indien afgeweken wordt zal de provincie in overleg met de gemeente bepalen of de afwijking wordt toegestaan. Hierbij wordt door de gemeente onder andere gekeken of het doelmatig benutten van het aanwezige bodempotentieel niet in het geding is. Pas nadat de gemeente een schriftelijke toestemming heeft gegeven kan een initiatiefnemer deze toestemming met een onderbouwing van de afwijking bij de aanvraag van de Omgevingsvergunning voor het open bodemenergiesysteem toevoegen. Daarmee wordt de afwijking ter goedkeuring aan de provincie Utrecht voorgelegd.

Datum Referentie

29 november 2023 71298/AW/20231129

Bijlage 1 – Plankaart eerste watervoerende pakket

Papendorp in Utrecht plankaart bodemenergie eerste watervoerende pakket uth

er

gla

n laa n lux n e xlaa Be lu ne Be

ijk dsed ewou Groen

M

Ds.

n L art i

n Ki

an

plangebied Rafaël

deelgebieden

he R

koude bronnen

idsc

warme bronnen

A

sb aa St ad

Taats endij k

m

koude bron

i j

monobron

Pr

C

br

ug

In opdracht van:

s t e r

a ad sep orp nd pe Pa

rc Me

750 m

n laa tor an rca a Me atorl

600

d

n laa tor rca Me

450

Esri Nederland, Community Map Contributors

a

an sla n eliu laa ius Ort tel Or

300

a id Zu a n dk var n ule ij tbo vel - R ose Ro m

m

n laa ings d j i r v Be

ins

s lau

A

an sla an eliu sla Ort eliu Ort

150

open bodemenergiesystemen

R o o s e v e l t b o u l e v a r d N o o r d

n laa tor rca Me

an sla eliu Ort

75

gesloten bodemenergiesystemen warme bron

- R

ijk sed ud wo

n laa tor rca Me

an sla eliu Ort

A2

ord No dl var ule a a tbo vel a n ose Ro n k

d a ne Groe

Busbaa

n Pa Ma pend rin orp us van Tyr usl A2 aa n

0

De Panda | De Zeven Gaven | Hart van Noord | Lukasschool

e r

Taatsendijk

R i j n v l i e t s e p o o r t

±

Omgevingsbelangen

s t

n Le

m

Hicko rylaa n

ijn

zoekgebieden

Uitgevoerd door: Bijlage: Referentie: Auteur: Datum: Status:

1 71298/AW H. de Jonge 20/11/2023 Versie 1.5

Datum Referentie

29 november 2023 71298/AW/20231129

Bijlage 2 – Plankaart tweede watervoerende pakket

Papendorp in Utrecht plankaart bodemenergie tweede watervoerende pakket uth

er

gla

n laa n lux n e xlaa Be lu ne Be

ijk dsed ewou Groen

M

Ds.

n L art i

n Ki

an

plangebied Rafaël

deelgebieden

he R

koude bronnen

idsc

warme bronnen

A

sb aa St ad

Taats endij k

m

koude bron

i j

monobron

Pr

C

br

ug

In opdracht van:

s t e r

a ad sep orp nd pe Pa

rc Me

750 m

n laa tor an rca a Me atorl

600

d

n laa tor rca Me

450

Esri Nederland, Community Map Contributors

a

an sla n eliu laa ius Ort tel Or

300

a id Zu a n dk var n ule ij tbo vel - R ose Ro m

m

n laa ings d j i r v Be

ins

s lau

A

an sla an eliu sla Ort eliu Ort

150

open bodemenergiesystemen

R o o s e v e l t b o u l e v a r d N o o r d

n laa tor rca Me

an sla eliu Ort

75

gesloten bodemenergiesystemen warme bron

- R

ijk sed ud wo

n laa tor rca Me

an sla eliu Ort

A2

ord No dl var ule a a tbo vel a n ose Ro n k

d a ne Groe

Busbaa

n Pa Ma pend rin orp us van Tyr usl A2 aa n

0

De Panda | De Zeven Gaven | Hart van Noord | Lukasschool

e r

Taatsendijk

R i j n v l i e t s e p o o r t

±

Omgevingsbelangen

s t

n Le

m

Hicko rylaa n

ijn

zoekgebieden

Uitgevoerd door: Bijlage: Referentie: Auteur: Datum: Status:

2 71298/AW H. de Jonge 20/11/2023 Versie 1.0

Datum Referentie

29 november 2023 71298/AW/20231129

Velperweg 37 6824 BE Arnhem Postbus 605 6800 AP Arnhem

T 026 35 35 555 E info@iftechnology.nl I www.iftechnology.nl

NL60 RABO 0383 9420 47 KvK Arnhem 09065422 BTW nr. NL801045599B01

Gemeente Utrecht

Uitgave Gemeente Utrecht Bezoekadres Stadskantoor, Stadsplateau 1 Postadres Postbus 8406, 3505 RK Utrecht Telefoon 030 - 286 00 00 Mail gebiedsontwikkelingjz@utrecht.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0b243cc8-4dc8-4f5e-a502-63a70d2a7ece