CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM Omgevingsplan Kögllaan 26/Manegelaan47.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

TAM-Omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan Vastgesteld, datum nog vast te stellen

TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleidende regels

5

Artikel 1

Werking van dit plan

5

Hoofdstuk 2

Functies

6

Artikel 2

Groen

6

Artikel 3

Maatschappelijk

6

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

7

Artikel 5

Wonen

7

Hoofdstuk 1

Inleiding

11

1.1

Aanleiding en doelstelling

11

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

12

1.3

Bestaande planologische

1.4

Juridische aspecten

13

1.5

Leeswijzer

14

Hoofdstuk 2

regeling

Relevante beleidskaders

2.1

Rijksbeleid

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.3

Gemeentelijk

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

13

15 15

beleid

20 28 49

Bestaande situatie

51

3.1

Beschrijving

van het plangebied

51

3.2

Beschrijving

van de bestaande functies in het plangebied

53

3.3

Conclusie

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

57

59

4.1

Projectbeschrijving

59

4.2

Verkeer en openbare ruimte

61

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

65

5.1

Inleiding

65

5.2

Milieueffectrapportage

65

5.3

Bedrijven en milieuzonering

65

5.4

Geluidhinder

66

5.5

Trillingen

69

5.6

Geur

70

5.7

Omgevingsveiligheid

70

5.8

Ontplofbare oorlogsresten

72

5.9

Luchtkwaliteit

73

5.10

Bodem

75

5.11

Natuurbescherming

77

5.12

Bomen

81

5.13

Water en klimaatadaptatie

83

5.14

Archeologie

88

5.15

Kabels en leidingen

90

5.16

Kwaliteit van de leefomgeving

90

5.17

Gezond stedelijk leven

91

2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

5.18

Toegankelijkheid

5.19

Circulaire economie

93

5.20

Energie

94

5.21

Conclusie

98

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische

6.2

Maatschappelijke

6.3

Handhaving

Hoofdstuk 7

92

99

uitvoerbaarheid

99

uitvoerbaarheid

99 100

Juridische plantoelichting

103

7.1

Inleiding

103

7.2

Inleidende regels (hoofdstuk 1 van de regels)

103

7.3

Functies (hoofdstuk 2 van de regels)

103

7.4

De bruidsschatregels

104

Bijlagen bij de motivering

105

Bijlage 1

Merbeoordelingsbeslissing

107

Bijlage 2

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Kögllaan 26 10-07-2024

111

Bijlage 3

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Manegelaan 10-07-2024

157

Bijlage 4

Parkeeronderzoek Kögllaan 24-09-2025

193

Bijlage 5

Aanmeldnotitie MER-beoordeling (november 2025)

209

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek 21-08-2024

241

Bijlage 7

Adviesnotitie ontplofbare oorlogsresten 22-03-2024

287

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek Kögllaan 28-04-2022

313

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek Manegelaan 14-07-2023

369

Bijlage 10

Natuurwaardenonderzoek 22-03-2022

461

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek 26-10-2022

503

Bijlage 12

Oplegnotitie nader ecologisch onderzoek 11-12-2024

523

Bijlage 13

Nader onderzoek Utrechtse soortenlijst 08-11-2024

527

Bijlage 14

Geactualiseerde quickscan Kögllaan 26 23-09-2025

555

Bijlage 15

Geactualiseerde quickscan Manegelaan 14-08-2025

619

Bijlage 16

AERIUS berekening 30-10-2025

669

Bijlage 17

Aeriusberekening, bijlage 1 rekenresultaten aanlegfase

705

Bijlage 18

Aeriusberekening, bijlage 2 rekenresultaten gebruiksfase

715

Bijlage 19

Groencompensatie 28-10-2025

725

Bijlage 20

Kapvergunning 28-10-2025

743

Bijlage 21

Boom Effect Analyses Kögllaan en Manegelaan 29-10-2025

783

Bijlage 22

Waterstructuurplan 07-06-2022

823

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

3

Bijlage 23

Waterhuishoudkundig plan 11-11-2024

839

Bijlage 24

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie 18-06-2024

855

Bijlage 25

Bezonningsstudie 15-11-2022

909

4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Werking van dit plan

Werkingsgebied

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locaties, waarvoor de geometrisch bepaalde planobjecten zijn opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0344.BPTAMKOGMANEGE-ON01. 1.2 1. 2. 3. 4. 1.3

Afstemming met het omgevingsplan Dit plan maakt deel uit van het omgevingsplan. De regels in hoofdstuk 2 van dit plan zijn functieregels in de zin van het omgevingsplan. De begrippen in hoofdstuk 1 en de bouw- en gebruiksregels in hoofdstuk 2 zijn aanvullend van toepassing op de begrippen uit hoofdstuk 1, de bouwregels uit hoofdstuk 4 en de gebruiksregels uit hoofdstuk 6 van het omgevingsplan. Als een begrip uit dit plan afwijkt van het hetzelfde begrip uit het omgevingsplan, dan gaat het begrip uit dit plan voor. Afstemming met het tijdelijk deel van het omgevingsplan

De regels in dit plan en de verbeelding bij die regels treden in de plaats van de regels en de verbeelding in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, voor zover deze betrekking hebben op hetzelfde werkingsgebied. 1.4 1.

Begrippen In aanvulling op artikel 1.1 van het omgevingsplan gelden voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan de volgende begripsbepalingen: a. plan Het TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan dat bestaat uit het GML-bestand NL.IMRO.0344.BPTAMKOGMANEGE-ON01. b. besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan Het besluitgebied waarvan de geometrisch bepaalde begrenzing is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0344.BPTAMKOGMANEGE-ON01. c. omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Utrecht. d. studentenwoning Een studentenwoning is een woonruimte voor studenten die een voltijdstudie volgen aan een MBO-school, hogeschool of universiteit. Deze woningen worden verhuurd met een campuscontract.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

5

Hoofdstuk 2 Artikel 2 2.1

Functies

Groen

Doel van de functie

Locaties met de functie Groen zijn bedoeld voor groen dat bijdraagt aan: 1. 2. 2.2

de vergroting van de leefbaarheid en van een gezond leefklimaat; het behoud en de verbetering van de biodiversiteit, zoals het bieden van voedsel en rust- en nest- en verblijfsplaatsen aan dieren. Activiteiten die bij de functie passen

Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1. 2.

2.3

Het realiseren, gebruiken en in stand houden van groen; Het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. voet- en fietspaden; b. zitplaatsen; c. sport- en speeltoestellen; d. hondenspeelweiden; e. bruggen, duikers en faunapassages; f. kunstobjecten; g. fietsenstallingen die niet hoger zijn dan 1 meter; h. waterberging. Activiteiten die niet mogen

De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1. 2. 3. 4. 5. 2.4

het bouwen van gebouwen; het realiseren, gebruiken of in stand houden van parkeerplaatsen; het aanleggen van ontsluitingswegen voor een aangrenzende functie; activiteiten die bomen aantasten; activiteiten die de biodiversiteit aantasten, met uitzondering van gebruik van het groen dat op een locatie normaal is. Beoordelingsregels voor bouwen

Op de verdiepingen van de woningen gelegen in de naastgelegen fiunctie Wonen mag in aanvulling op artikel 4.40 (Bouwen buiten de bouw- en functiegrens) van het omgevingsplan een bouw- en functiegrens, ongeacht de regels over maatvoering en situering, met maximaal 1,6 meter worden overschreden door bij het gebouw horende balkons, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt.

Artikel 3 3.1

Maatschappelijk

Doel van de functie

Locaties met de functie Maatschappelijk zijn bedoeld voor maatschappelijke voorzieningen. 3.2

Activiteiten die bij de functie passen

Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1.

het gebruiken van ruimtes voor medische en paramedische diensten, buitenschoolse opvang, kinderopvang, buurtactiviteiten; 2. een scoutingvereniging uitsluitend op de locatie met de aanduiding 'scouting'; 3. het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. tuinen en erven; b. toegangspaden en ontsluitingswegen; c. parkeerplaatsen en fietsenstallingen; d. groen en waterberging; e. sport- en speeltoestellen. 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

3.3

Activiteiten die niet mogen

Het vestigen van nieuwe gevoelige maatschappelijke voorzieningen in de vorm van buitenschoolse of kinderopvang wanneer niet wordt voldaan aan de in het Besluit kwaliteit leefomgeving voor deze functie geldende standaardwaarde voor de geluidsbelasting op de gevel.

Artikel 4 4.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Doel van de functie

Locaties met de functie Verkeer - Verblijfsgebied zijn bedoeld voor verblijf in de openbare ruimte en voor bestemmingsverkeer. 4.2

Activiteiten die bij de functie passen

Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1. 2.

het gebruiken van wegen, voet- en fietspaden; het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. geluidwerende voorzieningen; b. halteplaatsen; c. sport- en speeltoestellen; d. kunstwerken; e. kunstobjecten; f. parkeerplaatsen en fietsenstallingen; g. waterberging en groen.

Artikel 5 5.1

Wonen

Doel van de functie

Locaties met de functie Wonen zijn bedoeld voor woningen en studentenwoningen. 5.2

Activiteiten die bij de functie passen

Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1.

het gebruik van de woning dat in paragraaf 6.2.1 ( de activiteit wonen) van het omgevingsplan staat voor de woningen; 2. uitsluitend op de locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - wijkfunctie' zijn op de begane grond ook commerciële en maatschappelijke diensten voor de wijk toegestaan in de vorm van dienstverlening, sportvoorzieningen, bedrijven in categorie A en B1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving, tot een maximum brutovloeroppervlakte van 150 m²; 3. maximaal 132 onzelfstandige studentenwoningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'studentenhuisvesting'; 4. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet worden overschreden; 5. het parkeren van motorvoertuigen is alleen toegestaan in een gebouwde parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; 6. het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. tuinen en erven; b. waterberging; c. inpandige nutsvoorzieningen in de vorm van een middenspanningsstation; d. toegangspaden en ontsluitingswegen. 5.3

Beoordelingsregels voor bouwen hoofdgebouwen

1.

De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan aangegeven in de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' of 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m)'. 2. Op de verdiepingen mag in aanvulling op artikel 4.40 (Bouwen buiten de bouw- en functiegrens) van het omgevingsplan een bouw- en functiegrens, ongeacht de regels over maatvoering en situering, met maximaal 1,6 meter worden overschreden door bij het gebouw horende balkons, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

7

8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

Motivering

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

9

1 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding Initiatiefnemer Explorius Vastgoedontwikkeling B.V. (hierna 'Explorius') heeft samen met Pickkers Consult, initiatiefnemer van Stichting Studentengroepswoningen.nl, en woningcorporatie Woonin het initiatief genomen voor de herontwikkeling van de Kögllaan 26. Om de locatie aan de Kögllaan 26 beschikbaar te maken voor woningbouw wordt de scouting Derde Utrechtse Groep verplaatst naar en ingepast aan de Manegelaan in de Voorveldse Polder. Deze krijgt daar een nieuw onderkomen op de plek waar voorheen stadsbedrijven een opslagterrein had.

Afbeelding 1 Locaties Kögllaan 26 en Manegelaan Kögllaan Het beoogde woningbouwprogramma bestaat uit 132 onzelfstandige studentenkamers verdeeld over 11 studentenhuizen, 61 sociale huur- en middenhuurappartementen (waarvan 47 sociale huurwoningen en 14 middenhuurwoningen). Op de begane grond is het mogelijk om een bepekte oppervlakte (maximaal 150 m² brutovloeroppervlak) aan maatschappelijke of commerciële functies te realiseren. Manegelaan Het nieuwe clubgebouw voor de scouting krijgt een grondoppervlakte van circa 330 m² en bestaat uit één laag met kap. De scouting krijgt hier ook de beschikking over een eigen buitenruimte voor activiteiten. Voor het opslaan van de materialen van Stadsbedrijven is een andere locatie gevonden op de gemeentelijke grondstoffenbank in Lage Weide.

Doelstelling De druk op de Utrechtse woningmarkt is enorm. Aan alle type woningen, maar met name in het betaalbare segment, is een groot tekort. In de zoektocht naar nieuwe woonplekken in de Utrechtse bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

11

markt vond Explorius de locatie aan de Kögllaan 26, die in eigendom is van de gemeente Utrecht en wordt gehuurd door de scouting. De huisvesting van de scouting is verouderd. Een nieuw scoutinggebouw op een nieuwe plek die financieel onderdeel wordt van de herontwikkeling biedt kans tot het bouwen van woningen op de bestaande scoutingplek. De opgeslagen materialen op het opslagterrein van de gemeente in het park Voorveldse Polder zijn verhuisd naar de circulaire grondstoffenbank in Lage Weide. Hierdoor komt de locatie vrij voor de nieuwe accommodatie van de scouting die qua functie en gebruik beter past in het park. Om tijdelijk het acute huisvestingsprobleem van de scouting op te lossen heeft Explorius enkele bouwketen geschonken aan de scouting om de tijd te overbruggen tot aan de verhuizing naar het nieuwe gebouw. Met de totale ontwikkeling worden betaalbare woningen gerealiseerd, ter vervanging van de verouderde scouting, een nieuwe en duurzame accommodatie voor de scouting en een kwalitatief groenere en toegankelijkere inrichting van het park Voorveldse Polder.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied van het voorliggende TAM-omgevingsplan bestaat uit twee delen: de huidige locatie van de scouting aan de Kögllaan 26 en de beoogde nieuwe locatie aan de Manegelaan. Het plangebied aan de Kögllaan 26 ligt in de wijk Noordoost, tussen de Veemarkt en Tuindorp Oost aan de Kardinaal de Jongweg. De locatie ligt ingeklemd tussen deze weg, een vestiging van het Leger des Heils en de volkstuinen van tuindersvereniging De Pioniers.

Afbeelding 2 Deellocatie Kögllaan De beoogde nieuwe scoutinglocatie ligt aan de noordrand van het park Voorveldse Polder. Met aan de noordzijde de Biltse Rading, aan de westzijde de Manegelaan en aan de zuidzijde de Ariënslaan.

1 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding 3 Deellocatie Manegelaan

1.3

Bestaande planologische regeling

Dit TAM-omgevingsplan vervangt voor de deellocatie aan de Kögllaan het Chw bestemmingsplan Voordorp-Voorveldsepolder, zoals vastgesteld door de raad op 4 februari 2021. Voor de deellocatie Manegelaan wordt het bestemmingsplan Rijnsweerd, Maarschalkerweerd, zoals vastgesteld door de raad op 26 september 2013, vervangen door dit TAM-omgevingsplan. De genoemde bestemmingsplannen maken momenteel van rechtswege deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht. Daarnaast geldt voor dit TAM-omgevingsplan het definitieve deel van Omgevingsplan gemeente Utrecht. Hierbinnen staan de algemene regels (zoals begripsbepalingen, bouw- en gebruiksregels) die gelden voor de gemeente Utrecht. Deze zijn van toepassing op het plangebied van dit TAM-omgevingsplan.

1.4

Juridische aspecten

1.4.1

Het TAM-omgevingsplan is een wijziging van het omgevingsplan

Elke gemeente moet op grond van de Omgevingswet alle regels over de leefomgeving in het omgevingsplan van de gemeente opnemen. Op het moment dat dit plan is opgesteld, is het technisch nog niet mogelijk om tegelijkertijd een aantal wijzigingen van het omgevingsplan aan te brengen. Dat betekent dat de gemeente ontwikkelplannen één voor één in procedure zou moeten brengen, met veel vertraging als gevolg. Daarom heeft het Rijk gezorgd voor een Tijdelijke Administratieve Maatregel (TAM), die de gemeente toestaat om het omgevingsplan te wijzigen met een "TAM-IMRO-omgevingsplan". Dat is een plan in de vorm van een bestemmingsplan dat met de standaardcoderingen IMRO wordt opgesteld. Het TAM-omgevingsplan geldt juridisch als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente. De gemeente moet te zijner tijd het TAM-omgevingsplan invoegen in het definitieve omgevingsplan. 1.4.2

Omgevingsvergunningen en het omgevingsplan

Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen voor een activiteit als het omgevingsplan voor die activiteit een omgevingsvergunning verplicht stelt of als die activiteit in strijd is met de regels van het omgevingsplan. In artikel 4.5 van het omgevingsplan staat bijvoorbeeld dat voor het bouwen een omgevingsvergunning vereist is. Een aanvraag van de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de regels, beoordelingsregels genoemd, van het omgevingsplan. Voor het bouwen staan die beoordelingsregels in hoofdstuk 4 van het omgevingsplan. De beoordelingsregel in artikel 4.7 van bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

13

het omgevingsplan komt erop neer dat het bouwen moet passen binnen het doel van de functie, dus in het geval van dit plan de regels die in hoofdstuk 2 zijn opgenomen. Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als de aanvraag voldoet aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan, dus ook aan de regels van hoofdstuk 2 van dit plan. Als de aanvraag in strijd is met het omgevingsplan of op grond van de beoordelingsregels van het omgevingsplan moet worden afgewezen, kan de omgevingsvergunning misschien toch verleend worden op grond van de regels van het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Die omgevingsvergunning wordt in de wet 'omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit', afgekort: bopa, genoemd. Om aan die regels te voldoen moet vaak uitgebreid onderzoek worden gedaan en moeten veel aspecten beoordeeld worden. De gemeente moet voor de toets van zo'n aanvraag dus regels van het Rijk en van de provincie toepassen en ook beoordelen of aanvraag past bij het gemeentelijke beleid. Bij het opstellen van de regels en de aanwijzing van locaties en functies in dit plan is rekening gehouden met de beoordelingsregels in het omgevingsplan. De regels in dit plan vervangen de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en vullen de regels van het definitieve omgevingsplan aan. 1.4.3

Vergunningvrij bouwen

In sommige gevallen is voor het bouwen geen omgevingsvergunning nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor het bouwen van bijgebouwen (schuurtjes) of aanbouwen achter of naast een huis die voldoen aan de eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving en aan de regels van hoofdstuk 4 van het omgevingsplan. In hoofdstuk 4 van het omgevingsplan staat dan in de beoordelingsregels dat in afwijking van artikel 4.5 geen omgevingsvergunning nodig is.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit TAM-omgevingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod. In de bijlagen zijn rapporten opgenomen van onderzoeken die zijn verricht om de haalbaarheid van het initiatief in relatie tot verschillende milieuaspecten aan te tonen.

1 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is in september 2020 vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening als structuurvisie en geldt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet als de Nationale Omgevingsvisie. De NOVI is de eerste integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak waarbij overheden en maatschappelijke organisaties met regie vanuit het Rijk integrale afwegingen maken. Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt.

Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Het Rijksbeleid is vertaald in de Omgevingswet en in de vier Algemene Maatregelen van Bestuur: het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Daarnaast is regelgeving van het Rijk opgenomen in bruidsschatregels. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

15

prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Plangebied De beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied passen binnen de kaders en doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie. Bij de planvorming en de ontwikkeling van de locaties is er veel aandacht voor een sterke en gezonde leef- en werkomgeving, multifunctioneel ruimtegebruik en een goede omgevingskwaliteit. 2.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Met de inwerkintreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de daarop gebaseerde Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) komen te vervallen. De regels van het Barro en het Rarro zijn vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Barro/Rarro omvatte alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in ruimtelijke besluiten van lagere overheden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Romeinse Limes, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ook stonden in het Barro/Rarro de rijksregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland/de Natura 2000-gebieden, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond Rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer en de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament. In het Bkl staan verder regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring.

Daarmee zijn tevens wetten en besluiten die betrekking hebben op omgevingsaspecten zoals geluid, omgevingsveiligheid, behoefte aan de stedelijke ontwikkeling enzovoort geregeld. Het Bkl geldt voor het Rijk en alle decentrale overheden. De hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat, zijn: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);; beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de 1 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt via de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) regels over het aantonen nut en noodzaak en het onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Zie hiervoor de uitwerking onder paragraaf 2.1.3. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

In heel bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Plangebied Naast de activiteiten die gelden in heel Nederland, zoals flora- en fauna activiteiten en Natura 2000-activiteiten, gelden onder de volgende gebiedsaanwijzingen die relevant kunnen zijn voor het plangebied: 1. 2. 3.

Gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren; Nieuwe Hollandse Waterlinie; Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra.

Voor de locaties Kögllaan en Manegelaan gelden beperkingen voor het omgevingsplan voor een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen van bouwwerken en windturbines. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is de locatie bekend als de vroegere verdedigingslinie Nieuwe Hollandse Waterlinie, die van Muiden naar Woudrichem loopt en eindigt bij Werkendam en die is gelegen op het grondgebied van de provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Het voorliggende plan maakt geen bouwwerken mogelijk die de maximum toegestane hoogte overschrijdt en biedt geen mogelijkheid voor de oprichting/vestiging van hyperscale datacentra. Daarnaast wordt de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden. Voor de uitwerking van de overige instructieregels en omgevingswaarden uit het Bkl wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze toelichting. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden toegepast. Stedelijk ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Daarbij geldt er voor woningbouwprojecten dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens 'in beginsel' 500 m². Dus met een ruimtebeslag van minder dan 500 m² is er 'in beginsel' geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Daarvoor moet worden beoordeeld of het plan een nieuw of groter beslag op de ruimte toelaat. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, het plan op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Om te kunnen beoordelen of daadwerkelijk sprake is van een groter beslag op de ruimte moet niet gekeken worden naar wat er daadwerkelijk gebouwd is, maar naar wat het omgevingsplan bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

17

planologisch toestaat aan bebouwing. Ook verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan, moeten daarin meegenomen worden. Van belang is dus in hoeverre het plan in vergelijking met de vorige regeling: functies wijzigt; een groter beslag op de ruimte mogelijk maakt; of; een combinatie van een ontwikkeling met een nieuw of groter planologisch ruimtebeslag en een functiewijziging is natuurlijk ook mogelijk. Er moet worden bekeken of het hele plan een stedelijke ontwikkeling is, als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Motivering evenwichtige toedeling van functies: De behoefte aan de stedelijke ontwikkeling en regionale afstemming Als een omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Dit met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van overprogrammering en leegstand. Hiervoor is niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De behoefte wordt beoordeeld op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit gebied hangt af van de aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling.

Om de behoefte te bepalen kan het bestaande aanbod van de functie die je wil ontwikkelen (bijvoorbeeld een bepaald soort woningen) worden afgetrokken van de vraag naar deze functie. Het aanbod dat feitelijk nog niet is gerealiseerd, maar wel in een omgevingsplan of omgevingsvergunning is vastgelegd, wordt meegerekend als bestaand aanbod. Het gaat om de kwantitatieve en de kwalitatieve behoefte. De kwalitatieve behoefte is de behoefte aan het specifieke karakter van de stedelijke ontwikkeling. Provinciale of regionale visies en afspraken kunnen de basis zijn voor de onderbouwing. Deze documenten moeten dan voldoende concreet en onderbouwd zijn. Definitie stedelijk gebied De Ladder is beleidsneutraal vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) omgezet naar de Omgevingswet. De extra Ladder afweging moet volgens artikel 5.129g Bkl plaatsvinden buiten het stedelijk gebied en stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van het stedelijk gebied. Dit stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van het stedelijk gebied is toegevoegd aan deze bepaling omdat dit ook onderdeel was van de definitie van het bestaande stedelijk gebied uit het Bro. Grens stedelijk gebied De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving.

In de jurisprudentie zijn lijnen uitgezet voor het begrip stedelijk gebied onder het Bro. Zo vormen gronden waarop een agrarische functie rust, en die overeenkomstig die functie worden gebruikt, geen onderdeel van stedelijk gebied. Onbebouwde grond met een niet-agrarische functie kan deel uitmaken van het stedelijk gebied, ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het stedelijk samenstel van bebouwing. Stedelijk gebied en doorschuiven Laddertoets De gemeenteraad kan een Laddertoets voor een omgevingsplanwijziging uitstellen tot het moment van realisering van de ontwikkeling. Voor een stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied heeft dit gevolgen voor de grens van het stedelijk gebied. Een ontwikkeling buiten het stedelijk gebied wordt niet tot het stedelijk gebied gerekend als: bij de ontwikkeling geen rekening is gehouden met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in de behoefte te voorzien; en op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Dit regelt artikel 5.129g, lid 3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze regeling voorkomt dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten het stedelijk gebied waarvoor nog geen Laddertoets is uitgevoerd, onderdeel wordt van het stedelijk gebied.

Onderzoek mogelijkheden om binnen stedelijk gebied in behoefte te voorzien Als de stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied en stedelijk groen aan de rand van de 1 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

bebouwing gepland is moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dit gebied in de behoefte te voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol. Argumenten dat binnen dit gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling, gaan bijvoorbeeld over kwalitatieve aspecten van de behoefte. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven die vanuit milieuoverwegingen niet binnen het stedelijk gebied passen. De locatie kan mogelijk ook volgens de omgevingsvisie voor een andere functie zijn beoogd. Bijvoorbeeld een maatschappelijke functie, een park of andere woonplannen die later zijn gepland. Ook kunnen bijvoorbeeld aanzienlijke investeringen voor een inbreiding een rol spelen. Plangebied Het project betreft de verplaatsing van een bestaande scouting en de ontwikkeling van woningbouw. Behoefte aan woningen De provincie Utrecht geeft met de monitor Wonen inzicht in de woningbouwbehoefte, de daarmee samenhangende woningbouwopgave en de woningbouwplannen. De woningbouwbehoefte- en opgave is gebaseerd op het Kader voor regionale programmering Wonen en Werken. Dat kader is gemaakt op basis van de Primos huishoudensprognose 2020. Utrecht is een echte studentenstad, maar het tekort aan betaalbare studentenhuisvesting is groot.

Met het toevoegen van studentenwoningen wordt uitvoering gegeven aan het Actieplan Studentenhuisvesting. Studentenhuisvesting is cruciaal voor de stad, onderwijsinstellingen én voor de student zelf. De beschikbaarheid van voldoende en betaalbare studentenhuisvesting is een noodzakelijke voorwaarde voor studenten om de opleiding te kunnen volgen die bij hun kwaliteiten en interesses past. Daarnaast draagt op kamers gaan en wonen op een campus of in een studentenhuis bij aan het welzijn van studenten, aan de sociale ontwikkeling en het zelfstandig worden van jongvolwassenen. Deze locatie is uitermate geschikt voor studentenwoningen want het is goed bereikbaar met het OV en ligt dicht bij het USP. In het actieplan studentenhuisvesting van de gemeente uit 2023 is aangegeven dat er nog steeds een groot tekort aan studentenhuisvesting is: 5.300 woningen. Het actieplan zet met name in op onzelfstandige eenheden (kamers); daar zit het grootste deel van het tekort. Het plan levert een gewenste bijdrage aan het inlopen van dat tekort. Voor de periode 2020-2040 wordt voor de regio U16 (16 gemeenten, inclusief gemeente Utrecht) een woningbehoefte verwacht van 133.200 woningen. Dat aantal is nodig om het bestaande tekort aan woningen niet verder op te laten lopen. Voor de stad Utrecht gaat het dan om circa 60.000 woningen.

In het Meerjarenperspectief Ruimte (2022) van de gemeente Utrecht is de meest actuele plancapaciteit aangegeven. Voor de periode van 2022 tot 2040 omvat de harde planvoorraad een totaal van 44.977 woningen. De vraag naar nieuwe woningen is dus groter dan het aanbod. De 1.700 woningen voorzien dus in een deel van de behoefte aan nieuwe woningen in Utrecht. De bevolking van Utrecht is de afgelopen jaren fors toegenomen, een groei die ook in de komende jaren gestaag doorzet. De voorspelde groei is een kans om kwaliteit aan de stad toe te voegen. De (blijvende) druk op de woningmarkt leidt tot een toenemende vraag naar centrumstedelijke woningbouw in alle segmenten, maar vooral in het midden- en sociale segment. Dit plan draagt bij aan uitbreiding van het woningaanbod voor lagere- en middeninkomens. Het uitgangspunt van gemeente en corporaties is dat de omvang van de sociale huurvoorraad meegroeit met de stad. Nu is 35% van de woningen een sociale huurwoning. In het Meerjaren Perspectief Ruimte (2022) is opgenomen dat de 'harde' plancapaciteit voor 33% bestaat uit zelfstandige sociale huurwoningen waarvan 5% zelfstandige studenteneenheden en 28% reguliere sociale huurwoningen. Dit is nog onvoldoende om de sociale huurwoningvoorraad richting 2040 op peil te houden.

Voor een gezonde mix van wonen gaan we in iedere buurt, dus ook voor de buurt waarbinnen het plangebied van dit TAM-omgevingsplan ligt, uit van 30% sociale woningbouw, 25% middensegment en 45% woningen in de vrije sector. De belangrijkste doelgroepen voor middenhuur zijn net afgestudeerden, jonge huishoudens die zijn ingestroomd in sociale huur maar vervolgens niet kunnen doorstromen en daardoor in feite scheefwonen, en gezinnen met een middeninkomen. Door recent overheidsbeleid en de huidige marktontwikkelingen is het voor deze groepen steeds lastiger geworden om een passende woning wat betreft prijs en oppervlakte te vinden op de Utrechtse woningmarkt. Uit onderzoek (gemeente Utrecht, 2017) blijkt dat de middenhuur-doelgroepen behoefte hebben aan woningen van minimaal bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

19

50 m². Het aanbod van dit type woningen is nu te klein. Dit bestemmingsplan voorziet in het aanvullen van het aanbod aan sociale huur- en middenhuurwoningen met een oppervlakte tussen de 53 en 74 m². Behoefte aan voorzieningen Voor de invulling van de ruimte van circa 150 m² in de plint worden de mogelijkheden onderzocht. Een goed denkbaar voorbeeld is hier een buurtfunctie/huiskamer voor de wijk en de woningen erboven. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een deel van de motie 2021/32 Buurtfunctie in Voordorp. Het streven is om de functie in de plint aan te laten sluiten bij de doelgroep die in de bovenliggende woningen komt. De achterliggende gedachte hierbij is dat beide functies elkaar versterken. Ontmoeting tussen de bewoners wordt op deze wijze gefaciliteerd en gestimuleerd. Toets De ontwikkeling aan de Kögllaan betreft de bouw van 11 studentenhuizen (met in elk studentenhuis 12 onzelfstandige studentenwoningen) en 61 sociale huur- en middenhuurappartementen. Aan de Manegelaan wordt de scoutinggebouw gerealiseerd. Uit voorgaande motivering blijkt dat er behoefte is aan woningbouw. In de plint komt circa 150 m² aan voorzieningen. Vanwege de beperkte omvang is deze niet ladderplichtig. De scouting betreft een bestaande functie die enkel wordt verplaatst en niet wordt uitgebreid.

De conclusie is dat de voorliggende ontwikkeling voldoet aan de laddertoets van duurzame verstedelijking. 2.1.4

Structuurvisie Ondergrond (2018)

In 2018 hebben de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en van Economische Zaken en Klimaat de Structuurvisie Ondergrond opgesteld. De Structuurvisie Ondergrond gaat over de nationale belangen van de drinkwatervoorziening en de energievoorziening, en de weging van beide belangen ten opzichte van elkaar. Het gaat bijvoorbeeld over grondwaterwinning, gaswinning, geothermie en het opslaan van CO2. Deze structuurvisie beoogt duidelijkheid te verschaffen over de mogelijke combinatie van grondwaterwinning en mijnbouwactiviteiten en tegelijkertijd beide belangen in voldoende mate te dienen. Dat betekent dat er steeds gezocht is naar de balans tussen enerzijds het beschermen van het grondwater voor de toekomstige drinkwatervoorziening en anderzijds het benutten van de ondergrond voor de - transitie naar een duurzame - energievoorziening. In de structuurvisie wordt aangegeven waar activiteiten in de ondergrond ruimtelijk uitgesloten of gecombineerd kunnen worden, nog voorafgaand aan een concreet initiatief. Plangebied De Structuurvisie Ondergrond heeft een doorwerking in het provinciaal beleid. In paragraaf 5.10 Bodem wordt op de bodemsituatie van het plangebied ingegaan. Dit plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Ondergrond.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht en Omgevingsverordening provincie Utrecht

Op 1 april 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht in werking getreden. In de omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. De provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. De provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is 2 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. De provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom.

Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met de trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden.

Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Op 1 januari 2024 is de omgevingsverordening van de provincie Utrecht in werking getreden. De omgevingsverordening bevat onder andere instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Op 1 maart is de eerste wijziging van deze omgevingsverordening vastgesteld. De laatste versie is gewijzigd op 1 september 2024.

De opbouw van de Omgevingsverordening ziet er als volgt uit: er staan instructieregels over ontwikkelingen die met water te maken hebben in; instructieregels die zien op grondwaterbeheer; instructieregels ten aanzien van bereikbaarheid; instructieregels die zien op windenergie, zonne-energie en biomassa; instructieregels ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN), Groene contour en Weidevogelkerngebieden; instructieregels over werelderfgoed en kwaliteit van landschappen; instructieregels over agrarische bedrijven; en instructieregels over stedelijke functies in stedelijk of landelijk gebied, recreatie en stiltegebieden. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

21

Uitvoering In drie regio's werkt de provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied De instructieregels die gelden in heel de provincie Utrecht, zoals omgevingsveiligheid, grondwater bescherming en regels voor energie worden in hoofdstuk 5 nader toegelicht. Daarnaast gelden er in het plangebied specifieke regels die van belang zijn: Artikel 2.16 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht bepaalt dat de motivering een beschrijving bevat van het door de gemeente te voeren beleid omtrent overstromingrisico's en hoe hiermee is omgegaan. Water Het plangebied is gelegen binnen een locatie aangemerkt als 'overstroombaar gebied' en binnendijks gelegen. Op basis van de kaart van gevolgen bij een doorbraak primaire keringen in de 'Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten' is het plangebied gelegen buiten de aandachtsgebieden voor het Eemmeer en Rivieren.

Wel zal bij een doorbraak van een primaire waterkering het water snel, maar ondiep, in het plangebied terecht komen. Het laagste punt aan de Kögllaan 26 is gelegen op +0,10 m NAP conform de AHN-viewer. Het laagste punt aan de Manegelaan is gelegen op +1,10 m NAP. Buiten de aandachtsgebieden van het Eemmeer is het rekening houden met niet-zelfredzame groepen niet noodzakelijk. Bij binnendijks gelegen gebieden gelden daarnaast regels voor overstromingsrisico's voor woonwijken en bedrijventerreinen. Bij binnenwijkse ontwikkelingen gaat dit om een aaneengesloten gebied van 2000 of meer woningen of een bedrijventerrein groter dan 75 hectare. In onderhavige ontwikkeling is daarvan geen sprake. Er wordt voldaan aan artikel 2.16 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht. Artikel 3.7 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht stelt dat de motivering van een omgevingsplan een beschrijving bevat hoe het waterwinbelang in acht genomen is. Grondwater Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Daarmee vindt er geen verslechtering plaats van de kwaliteit van het grond- of oppervlaktewater voor drinkwaterwinning en wordt voldaan aan de instructieregel.

Artikel 4.1 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht bepaalt dat een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat knelpunten in de bereikbaarheid niet toenemen en bij voorkeur afnemen. Om de noodzaak na te gaan moet bij elk omgevingsplan in een vroeg stadium het aantal verplaatsingen voor de verschillende vervoerwijzen duidelijk zijn. Het gaat om de vervoerwijzen die betrekking hebben op de omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, zoals: het wegennet, openbaar-vervoernetwerk, fiets- en looproutes. Als er sprake is van een (relatief) groot aantal verplaatsingen of het vermoeden bestaat dat er zich een knelpunt gaat voordoen op omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, is een bereikbaarheidsonderzoek noodzakelijk. Infrastructuur Kögllaan De Kögllaan is vanwege de ligging aan de Kardinaal de Jongweg, dicht bij het Kardinaal Alfrinkplein, voor autoverkeer op een lastige manier ontsloten. Door de middenberm in de Kardinaal de Jongweg is de Kögllaan alleen komend vanaf het Kardinaal Alfrinkplein op te rijden en alleen in de richting van de stad te verlaten. Deze verkeerssituatie wordt niet gewijzigd. Het project heeft daarom een programma met relatief weinig verkeersaantrekkende werking. Het fietspad ter hoogte van de Kögllaan wordt opgeheven en wordt onderdeel van het plantsoen.

De fietsers rijden via de Kögllaan, die wordt ingericht als fietsstraat (auto te gast). Dit maakt het mogelijk om te vergroenen aan de Kardinaal de Jongweg. De Kardinaal de Jongweg is onderdeel van de stedelijke verbindingsstructuur 2 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

Utrecht

(50 km/u). De Kögllaan is voor autoverkeer een doodlopende weg, waar alleen bestemmingsverkeer komt. Manegelaan De entree van de locatie ligt aan de Manegelaan. De Manegelaan is bereikbaar via de Biltse Rading en het autoverkeer kan via de Ariënslaan en de tunnel het park verlaten. De Manegelaan en de Ariënslaan liggen in een parkeerverbodszone en een 30 km/zone. In de straten mag dus niet worden geparkeerd en er geldt een maximumsnelheid van 30 km per uur. Fietsen Kögllaan Er worden voor de ontwikkeling van de Kögllaan in totaal 407 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Minimaal 132 fietsparkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd in de fietsenstalling voor de studentenwoningen en 204 fietsparkeerplaatsen voor de sociale huur- en middenhuurwoningen. De overige 71 fietsparkeerplaatsen zijn voor het bezoekersparkeren. Het fietsparkeren wordt binnen het plangebied gerealiseerd op maaiveldniveau. Op de uitgangspuntenkaart van het SPvE is te zien dat er aan de zuidzijde van de Kögllaan fietsparkeerplekken worden gerealiseerd voor bezoekers. In beide gebouwen wordt een fietsenstalling gerealiseerd voor bewoners. Het fietsparkeren voor de maatschappelijke functie wordt in de directe omgeving, zo dicht mogelijk bij de entree, opgelost. Manegelaan Fietsparkeren wordt binnen het plangebied opgelost. Er zullen voldoende en makkelijke bereikbare stallingen zijn voor fietsers en brommers.

Fietsers kunnen zowel vanaf de Biltse Rading als vanaf de Ariënslaan de locatie bereiken. Autowegverkeer Kögllaan Er wordt met deze ontwikkeling voorzien in 38 parkeerplaatsen. Hiervan zijn afgerond 17 parkeerplaatsen voor bewoners,19 parkeerplaatsen voor bezoekers en 2 parkeerplaatsen voor deelauto's benodigd. De parkeereis voor bewoners bedraagt 17 parkeerplaatsen, deze worden gerealiseerd op eigen terrein in een parkeervoorziening. De overige parkeerplaatsen worden in het openbaar gebied gerealiseerd. In vergelijking met de al bestaande bebouwing is het niet de verwachting dat er significant meer verkeersbewegingen plaatsvinden ten opzichte van de bestaande situatie. Het autoverkeer kan via de Kardinaal de Jongweg aansluiten op de Satreweg, de Blauwkapelseweg en de Eykmanlaan. Naar het oosten toe kan via de Blitse Rading makkelijk de A27 worden bereikt. Manegelaan Er worden enkele parkeerplaatsen mogelijk gemaakt op het eigen terrein. In de directe omgeving van de Manegelaan kan verder niet geparkeerd worden. Openbaar vervoer Kögllaan Naast fietsen en lopen is openbaar vervoer ook een belangrijke pijler in het mobiliteitsbeleid. De ontwikkeling is goed te bereiken met het openbaar vervoer. Op loopafstand van de planlocatie is een bushalte aan de Sartreweg gelegen naar Utrecht Centraal en aan de Van Everdingenlaan een bushalte naar Utrecht Overvecht.

Ook gaat er vanuit de Sartreweg een bus naar het Utrecht Science Park. Manegelaan De dichtstbijzijnde gelegen bushalte is de halte Utrecht, Veemarkt, gelegen aan de Blitse Rading. Ook kan de halte aan de Sartreweg (gelegen op circa 300 meter van de beoogde scoutinglocatie) relatief makkelijk bereikt worden. Druk op het mobiliteitsnetwerk Door de herontwikkeling van de Kögllaan en de verplaatsing van de scouting naar de Manegelaan neemt het aantal verplaatsingen op het wegennetwerk, openbaar-vervoersnetwerk, fiets- en looproutes iets toe. Om het aantal autoverplaatsingen zo laag mogelijk te houden wordt voor de Kögllaan voorzien in fietsparkeerplaatsen, 17 parkeerplaatsen binnen het plangebied, wordt het bezoekersparkeren opgelost in de openbare ruimte en worden er geen parkeervergunningen voor de nieuwe bewoners van het project uitgegeven. Er worden 61 woningen gerealiseerd en 132 onzelfstandige studentenwoningen (verdeeld over 11 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Kögllaan en Manegelaan" (vastgesteld)

23

studentenhuizen. Conform het CROW (publicatie 744) wordt voor de toekomstige situatie het totaal aantal verkeersbewegingen ingeschat. Functie

Verkeersbeweg Aantal ingen (gemiddeld) 2,6 per 11 appartement

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m² bvo Huur, 2,9 per 3 appartement, appartement vrije sector, 75-100 m² bvo Huur, 2,5 per 47 appartement, appartement sociale huur, < 75 m² bvo Kamerverhuur, 1,0 per kamer 132 studenten, niet-zelfstandig Buurtwinkelcentr 52,45 per 100 Circa 160 m² bvo um m² bvo Totaal aantal verkeersbewegingen

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 28,6

8,7

117,5

132 83,92 371 (afgerond)

Aangezien de invulling van de maatschappelijke/commerciële plint nog niet bekend is, is worst-case uitgegaan van een functie waarbij de verkeersbewegingen relatief hoog zijn, namelijk een buurtwinkelcentrum. De scouting die beoogd wordt aan de Manegelaan bevindt zich momenteel aan de Kögllaan; het is niet de verwachting dat er significant meer verkeer zal ontstaan door deze verhuizing. Niet alleen zijn bij het hanteren van de verkeersgeneratie de studentenhuizen meegenomen, ook is er een beperkt aantal parkeerplaatsen en komen bewoners niet in aanmerking voor een parkeervergunning. Bij het Eykmanplein kunnen de auto's zich meerdere kanten op verspreiden, inclusief terug naar de Kardinaal de Jongweg om via de Blitse Rading de A27 te bereiken. De wegen zijn in staat om deze worst-case 288 ritten verspreid over de gehele dag goed op te nemen. De Kardinaal de Jongweg is immers onderdeel van de stedelijke verbindingsstructuur. Het aantal verkeersbewegingen van fietsers en voetgangers is procentueel zo klein dat dit op het netwerk verwaarloosbaar is. De ontwikkeling aan de Kögllaan en de verplaatsing van de scouting naar de Manegelaan zal dan ook niet leiden tot knelpunten in het verkeers- en vervoersnetwerk. Een bereikbaarheidsonderzoek wordt daarom voor deze ontwikkeling ook niet noodzakelijk geacht.

Met het inzichtelijk maken van het aantal verwachte verplaatsingen wordt aan de instructieregel voldaan. Artikel 5.11 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht bepaalt dat in een omgevingsplanwijziging wat meer dan 10 woningen mogelijk maakt rekening wordt gehouden met de aansluiting op de elektriciteits-infrastructuur. De motivering van een omgevingsplan bevat een energieparagraaf met daarin een verslag van het inventariserend overleg tussen de netbeheerder en de initiatiefnemer of de gemeente, waarin weergegeven wordt dat de ontwikkeling past binnen de energie-infrastructuur van de netbeheerder en andere relevante ontwikkelingen voor energiebeheer in de leefomgeving. In de energieparagraaf wordt in ieder geval ingegaan op de beschikbaarheid van de elektriciteits-infrastructuur, het voorziene systeem van energiebeheer en een afweging of de nieuwe functies er vanuit het beheer en beschikbaarheid van de elektriciteits-infrastructuur ontwikkeld kunnen worden. De energieparagraaf en de inpasbaarheid binnen het elektriciteits-infrastructuur is opgenomen in paragraaf 5.20. Artikel 7.9 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht bevat regels voor het beschermen en benutten van de cultuurhistorische hoofdstructuur voor locaties binnen de locatie 'Cultuurhistorische hoofdstructuur'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=eb89d4ce-145d-4738-a82b-3447cab6e145