CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen50.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel); regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebied specifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. In het omgevingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies.

Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Omgevingswet: Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Hierbij moet gekozen worden voor de variant verontreiniging verwijderen. Deze zorgplicht is opgenomen in de Omgevingswet. Er moet bodemonderzoek worden gedaan bij gevoelig gebruik en zorg dat de bodem geschikt is voor beoogd gebruik. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. 3 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Plangebied Het plangebied heeft op de bodemfunctieklassenkaart overwegend de functieklasse Wonen. Aan de Burgemeester Norbruislaan geldt de functieklasse Industrie. Er is bodemonderzoek uitgevoerd waarin mogelijke bodemverontreinigingen zijn onderzocht. Er wordt verder ingegaan op het aspect bodem in paragraaf 5.10. Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de ondergrond (2016) Het gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer beschrijft de invulling voor het verbeteren en beschermen van de grondwaterkwaliteit en het zorgvuldig benutten van de ondergrond voor bijvoorbeeld bodemenergie. Een groot gedeelte van de stad, met omvangrijke verontreinigingen in het grondwater, is aangewezen als grondwaterbeheergebied. In het beheergebied hoeft niet voor alle werkzaamheden waarbij grondwater onttrokken wordt een apart saneringsplan te worden gemaakt. Er kan worden deelgenomen aan het gebiedsplan, met een gebruikersbijdrage of een afkoopsom. Door te werken met het gebiedsplan kan de gemeente het grondwater in het omliggende schone gebied beter beschermen, want dat water wordt gebruikt voor drinkwater. Afbeelding 3: gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer

Plangebied Het plangebied ligt in de dynamische zone van het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer. Dit beheergebied omvat het centrumgebied en wijken die hieraan grenzen in een straal van 2 kilometer, waar de ondergrond verontreinigd is. Dit betekent dat bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en voor de aanpak of verplaatsing van grondwaterverontreiniging de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is en dat aansluiting gezocht kan worden bij het Gebiedsplan. Er wordt verder ingegaan op het aspect grondwater in paragraaf 5.10. Visie Water en Riolering en visie Klimaatadaptatie (2022) De gemeenteraad heeft in februari 2022 de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld. De visie Water en Riolering bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie. De visie vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijke verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. De Visie Klimaatadaptatie sluit aan op de visie Water en Riolering en geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering.

Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden. We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 39

regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte. Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen. Met de Visie Klimaatadaptatie worden beleidsdoelen vastgesteld voor het omgaan met wateroverlast door extreme neerslag, het omgaan met droogte en het omgaan met hittestress. Hiervoor zijn geen landelijke beleidsdoelen, maar de gemeente stelt lokale doelen vast. De doelen zijn dat lopen en fietsen in schaduw in elke straat mogelijk is door 30-40 % schaduw te creëren, iedereen binnen 200 meter van een gebouw/woning een koele groene verblijfsplek heeft in de openbare ruimte van minimaal 200 m2, een minimale hoeveelheid groen in buurten van 40% in het horizontale vlak. Hiermee beperken we het hitte-eiland effect in de stad. Om gevolgen van extreme droogte en wateroverlast te voorkomen, zorgen we dat buien tot aan 80 mm per uur geen schade aan richten in panden en niet voor onbegaanbare wegen zorgen.

We gebruiken de bodem als spons en houden minimaal 90% neerslag vast op de plek waar het valt. We vangen zoveel mogelijk water op in de bodem (bufferen), zodat er in droge periodes nog water beschikbaar is. Bij grootschalige nieuwbouw is de ambitie om hogere doelen te hanteren. De vastgestelde doelen geven de mogelijkheid zowel de gevolgen als de te nemen maatregelen in beeld te kunnen brengen. Hiermee voldoet Utrecht aan de doelstelling uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de afspraken in het Bestuursakkoord Ruimtelijke Adaptatie om uiterlijk in 2021 een strategie en uitvoeringsagenda bestuurlijk te hebben vastgelegd. De doelen zijn ook overeenkomstig de gestelde doelen in de RSU 2040. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Gemeente Utrecht heeft samen met andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven.

Plangebied Het plangebied is gelegen in een stedelijke locatie en is in de huidige situatie grotendeels verhard. Met de inrichting van de buitenruimten wordt het aandeel groen circa 56%, waarmee wordt voldaan aan de wens uit de visie. Met wadi's, verdiepte voortuinen en halfverharding kan niet aan de eis voor waterberging worden voldaan. Als aanvullende maatregel wordt daarom een IT-riool en aquaflow aangelegd onder de parkeerstraat. Daarmee wordt voldaan aan de compensatie-eis, omdat de verharding in het plangebied toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Het aspect water is in dit plan verder uitgewerkt in paragraaf 5.13. Beleidsnota Utrecht circulair 2030 De Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is de uitwerking van de Visie Utrecht Circulair 2050. Er wordt gewerkt aan het versnellen van en richting geven aan de transitiebeweging naar een circulaire economie. Het doel is om als gemeente in 2030 50% minder aan nieuwe grondstoffen en minder niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken ten opzichte van het gebruik op dit moment. Dat vraagt om kiezen voor circulaire oplossingen waar dat kan.

In de beleidsnota zijn aan de hand van de vier prioriteiten en ambities doelen opgesteld Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap Circulaire gebiedsontwikkeling en bouw Circulair opdrachtgeven en inkopen Circulaire materiaal- en reststromen Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap We stimuleren Utrechtse ondernemers onderdeel te zijn van de circulaire transitie en deze aan te jagen vanuit ondernemerschap. We creëren randvoorwaarden, zoals ruimte, netwerken, ondersteuning, financiering, kennis en talent in samenwerking met organisaties op verschillende schaalniveaus. Er wordt ingezet op het vergroten van het aantal circulaire bedrijven en ondernemers. We meten dit aan de hand van: Het aantal circulaire bedrijven op basis van Utrechtse NEx | Utrecht Monitor. De hoeveelheid bedrijfsafval (miljoen kg) op basis van Utrechtse NEx | Utrecht Monitor. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouw 4 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

We sturen op het hergebruiken van vrijgekomen materialen volgens het principe ‘hergebruik, tenzij’. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in drie typen projecten, waarbij wordt voor jaar 2030 ingezet op minimaal: 50% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in openbare ruimte, te meten met het massapercentage hernieuwbare of hergebruikte materialen; 55% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in tenders voor woning- en utiliteitsbouw, te meten met het massapercentage hernieuwbare en/of hergebruikte materialen volgens Het Nieuwe Normaal | Cirkelstad; 55% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in nieuwbouw of renovatie van maatschappelijk vastgoed, te meten met het massapercentage hernieuwbare en/of hergebruikte materialen volgens Het Nieuwe Normaal | Cirkelstad. Bij woningbouw wordt gebruik gemaakt van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen om circulair bouwen meetbaar te maken. Hierin staat een aantal indicatoren die bijdragen aan de versnelling naar hoogwaardig circulair bouwen. Het doel voor 2030 komt overeen met niveau goud: een massapercentage van minimaal 55% hernieuwbaar of hergebruikt materiaalgebruik. Voor utiliteitsbouw, alle bouwwerken die geen woonfunctie hebben, wordt gebruik gemaakt van ‘Het Nieuwe Normaal’, een raamwerk voor circulair bouwen. Met als doel een massapercentage van minimaal 55% hernieuwbare of hergebruikte materialen in 2030.

Het percentage van minimaal 55% hergebruikt of hernieuwbaar komt redelijk overeen met 50% minder nieuwe en niet-hernieuwbare grondstoffen ten opzichte van hedendaagse bouw. Circulair opdrachtgeven en inkopen Als organisatie willen we ons ontwikkelen als circulair opdrachtgever, want circulair opdrachtgeven en inkopen is een krachtig middel binnen projecten om te sturen op een lagere voetafdruk. Dit doen we door circulariteit te verankeren in de cultuur en werkprocessen van de hele organisatie en niet alleen binnen het inkoopproces. Dit meten we met het percentage van totale inkoopvolume met circulaire uitvraag. Circulaire materiaal- en reststromen Naast doelen op het gebied van het (her)gebruik van grondstoffen is er aanvullend beleid op specifieke circulaire aspecten, zoals de upcyclecentra en omgang met inzameling en verwerking van reststromen. Er wordt daarin gestuurd op hergebruik van huishoudelijke reststromen; materialen uit de openbare ruimte van de gemeente; materialen uit demontage- en bouwwerkzaamheden en bedrijfsreststromen. Plangebied In paragraaf 5.19 wordt nader ingegaan op het onderwerp circulair. 2.3.2.2.8 Energie in nieuwbouw In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is onder andere de strategische visie over energie opgenomen voor 2040.

De Gemeente Utrecht kiest voor een energie-efficiënte stad, biedt ruimte aan grootschalige productie van duurzame energie en beperkt daarmee het beroep op energie uit de regio. Daarmee wil de gemeente zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en bijdragen aan de nationale klimaatdoelstellingen. Voor nieuwbouw betekent dit dat we alleen woningen en andere gebouwen willen bouwen die energieneutraal of beter zijn. Dit betekent een minimale energievraag gecombineerd met een maximale energieopwekking. Door de uitdagingen op het Utrechtse elektriciteitsnet sturen wij ook op netbewuste gebouwen die een zo laag mogelijke piekvraag hebben. Utrecht wil alle nieuwbouwwoningen automatisch geschikt maken voor lage temperatuur systemen en zet bij grote projecten in op seizoensopslag in de bodem. In onderstaande tabel staan bondig de belangrijkste energiedoelstellingen van de gemeente Utrecht gerelateerd aan nieuwbouw. Tabel 1: belangrijke energiedoelstellingen nieuwbouw Doelstellingen/visies - Duurzame, betaalbare, betrouwbare en transparante warmtelevering. - Lage temperatuur warmtesystemen voor nieuwbouw. Bij een nieuwbouwproject met meer dan 150 woningen wordt er gestuurd op collectief warmte-koudesysteem

Gemeentelijke document Transitievisiewarmte

Utrechts Energie Protocol

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 41

- In 2030 168 GWh op te wekken met zonnepanelen op grote daken en 120 GWh op te wekken met zonnepanelen op kleine daken - Geen dak- of geveloppervlak in de stad mag onbenut blijven - Netbewust bouwen door onder andere de piekvraag naar elektriciteit te verlagen en het toevoegen van flexibiliteit. - Netbewust laden als eis bij openbare laadpalen - Plaatsing van traforuimtes heeft een minimale impact op de kwaliteit van de openbare ruimte ('Inpandig, tenzij').

Programma zon op dak en netinpassingen 2022-2026

Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026

Plangebied Er wordt voor de ontwikkeling gestuurd op een WKO met een collectieve warmtepomp, in lijn met het Utrechts Energie Protocol en met de plaatsing van zonnepanelen wordt bijgedragen aan de ambities uit 'Programma zon op dak en netinpassingen 2022-2026'. Beleidsnota Warmte 2025-2035 Op 20 november 2025 heeft de gemeenteraad de Beleidsnota Warmte vastgesteld. Hierin zijn de kaders vastgelegd die we gebruiken om het warmteprogramma vast te stellen. Dit is een verplicht onderdeel onder de Omgevingswet zoals beschreven staat in de Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie (WGIW) die vanaf 1 juli 2026 van kracht is. Het energiesysteem verandert op meerdere manieren. Energie wordt op veel meer plekken opgewekt, zowel centraal als lokaal. Elektriciteit krijgt een steeds grotere rol, maar ook warmte blijft belangrijk. Daarom investeren we in slimme oplossingen. Zoals opslag en technieken om pieken in de vraag om warmte op te vangen. Tegelijk nemen meer partijen deel aan het energiesysteem. Bewoners, bedrijven en de gemeente krijgen een actievere rol. Een groot deel van ons energiegebruik gaat naar het verwarmen van gebouwen. Daarom is het belangrijk om ook daar snel te verduurzamen. In de Beleidsnota Warmte zijn de uitgangspunten en keuzes vastgelegd om de overstap naar duurzame warmte goed te sturen. Deze nota vormt de basis voor het Warmteprogramma.

Daarin staat waarmee we de komende 10 jaar aan de slag gaan en hoe we dat aanpakken. In de beleidsnota is ook een voorkeursoplossing voor de invulling van de warmtetransitie per buurt vastgelegd (WAT-kaart). Ook is met deze beleidsnota warmte de bronnenstrategie voor de stad uitgewerkt. De belangrijke kaders in de beleidsnota zijn: We gaan onze inspanningen intensiveren op de realisatie van collectieve warmteoplossingen, seizoensopslag en slimme oplossingen om vraag en aanbod in het energiesysteem op elkaar af te stemmen. We zetten in op collectieve warmteoplossingen voor het merendeel van de buurten in Utrecht, het voorkeursalternatief per buurt is het startpunt voor de invulling van het warmtekavel. We gaan ruimte reserveren voor de energie-infrastructuur en we sturen op het vergroten van inzet van duurzame warmtebronnen, deze eerlijk te verdelen en efficiënt in te zetten. We gaan samen met gebouweigenaren, -gebruikers en buurtinitiatieven invulling geven aan een. warmteleveringsgebied (warmtekavel) en de keuze van het warmtebedrijf. We gaan samenwerking met lokale spelers verder vormgeven en buurtinitiatieven actief ondersteunen om op te groeien tot volwaardige warmtegemeenschappen. We zetten de aanwijsbevoegdheid in om de haalbaarheid van collectieve warmteoplossingen te vergroten en hoge maatschappelijke kosten te voorkomen.

We kiezen voor publiek eigendom in de warmte-transitie. We gaan nog meer inzetten op energiebesparing en we zetten in op het verminderen van de behoefte aan actieve koeling. We gaan integraal sturen op duurzame netbewuste energiesystemen voor nieuwbouw. plangebied In november 2025 (en dus na de vastgestelde bouwenvelop voor deze ontwikkeling) is de Visie op warmtevoorziening (2017) en Transitievisie Warmte (2021) vervangen door de in de gemeenteraad vastgestelde Beleidsnota Warmte 2025-2035. Voor de warmtevoorziening wordt ingezet op een WKO installatie met open bronnen en een collectieve warmtepomp voor de opwekking van verwarming, koeling en warm tapwater. De ontwikkeling voldoet aan de doelstellingen van deze beleidsnota. 4 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Regionale Energiestrategie (2021) De Ruimtelijke Strategie Utrecht voorziet tot 2050 in de realisatie van 85.000 woningen en de bijbehorende groei van maatschappelijke voorzieningen en bedrijven. Sinds 2018 moet alle nieuwbouw aardgasvrij worden opgeleverd. De eisen voor bijna energie-neutrale gebouwen (BENG) zorgen ervoor dat nieuwbouw goed geïsoleerd is en een lage warmtevraag heeft. We gaan daarom integraal sturen op energiesystemen voor de nieuwbouw die klimaatbewust, netbewust, ruimtebewust en omgevingsbewust zijn. We gaan daarom integraal sturen op energiesystemen voor de nieuwbouw. Dit betekent dat we sturen op: Klimaatbewust: Het klimaat verandert en daardoor worden de zomers steeds warmer. Het is belangrijk om gebouwen niet alleen te kunnen verwarmen, maar ook te koelen. Door te sturen op collectieve lage-temperatuurwarmteoplossingen met seizoensopslag voorkomen we dat gebouweigenaren in de zomer actief gaan koelen met een airco of luchtwarmtepomp. Netbewust: Dit betekent inzetten op energie-systemen die zorgen voor beperking van de piek-belasting van het elektriciteitsnet. Ruimtebewust: De transitie naar een toekomstig duurzaam energiesysteem vraagt om extra ruimte, zowel boven- als ondergronds en heeft daarmee een effect op de ruimtelijke kwaliteit (zie 4.1). Bij het ontwerpen van gebouwen is daarom een integrale afweging van ruimtelijke belangen nodig.

Het gaat daarbij om beperking van het ruimtegebruik voor energiesystemen en een integrale afweging voor de verdeling van de ruimte die nog wel nodig is. We gaan daarom sturen op maximale benutting van dak en gevels voor energieproductie als deze ruimte niet nodig is voor andere functies. De energie-installaties worden zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd en de WKO-bronnen bij voorkeur op het perceel. Omgevingsbewust: De energievoorziening heeft niet alleen impact op ruimtegebruik, maar ook op omgevingskwaliteit. Warmtepompen maken geluid en airco’s leveren warmte aan de buitenlucht op momenten dat het al heel warm is in de stad. Daarom gaat de voorkeur uit naar collectieve warmteoplossingen omdat deze minder negatieve effecten hebben op de omgevingskwaliteit. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd en worden gemeenten verplicht om een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. De gemeente Utrecht heeft in 2021 een tweedelige TVW en een RES vastgesteld. De TVW is inmiddels opgegaan in de eerder genoemde beleidsnota Warmte 2025-2035.

In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen, hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt en welke duurzame warmtebronnen gebruikt kunnen worden om buurten aardgasvrij te maken. Plangebied Voor de warmtevoorziening wordt ingezet op een WKO installatie met open bronnen en een collectieve warmtepomp voor de opwekking van verwarming, koeling en warm tapwater. Bij de ontwikkeling wordt voldaan aan de landelijke minimumeisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Door alle daken maximaal vol te leggen, rekening houdend met installaties, is het mogelijk 2,68 zonnepanelen per woning toe te passen waarmee invulling wordt gegeven aan het principe 'geen dak onbenut'. De toepassing van seizoensopslag, zoals collectieve warmte-koudeopslag in de bodem (WKO), is zowel, klimaatbewust, netbewust, ruimtebewust als omgevingsbewust en voldoet daarmee aan de regionale energiestrategie. 2.3.2.3 Gebiedsbeleid In gebiedsbeleid maakt de gemeente de koers en het thematische beleid passend binnen een specifiek gebied. Voor het plangebied is geen gebiedsbeleid opgesteld. 2.3.3

Gebiedsspecifiek beleid

Bouwenvelop Van Heukelomlaan Op 23 april 2024 hebben het college van burgemeester en wethouders de bouwenvelop Van Heukelomlaan vastgesteld. De bouwenvelop bevat ruimtelijke randvoorwaarden waarbinnen de realisatie van de ontwikkeling mogelijk is. Zo is het aandeel sociale huur beschreven en ook de stedenbouwkundige randvoorwaarden en randvoorwaarden voor diverse milieuaspecten.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 43

2.4

Conclusie

De conclusies voor het plangebied uit het relevante beleid zijn dat de herontwikkeling past binnen de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau.

4 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3

Bestaande situatie

3.1

Beschrijving van het plangebied

3.1.1

Historische ontwikkeling

Het plangebied ligt in de wijk Zuilen. Omstreeks het jaar 1100 ontstond in Zuilen de eerste bebouwing door de bouw van een kasteel. Rondom dit kasteel werden in de eeuwen daarna nieuwe gebouwen neergezet. Vervolgens kwamen in de 17e tot en met de 19e eeuw enkele buitenhuizen (kasteel Nijenrode en slot Zuilen) langs de Vecht tot stand. In de loop van de 19e eeuw vestigden zich ook industrieën in het gebied, waardoor huizen voor arbeiders in de directe omgeving werden gebouwd. Met de realisatie van de wijk Zuilen vond een goede aansluiting plaats tussen het dorp (Oud-)Zuilen en Utrecht. Zuilen was tot 1954 nog een aparte gemeente. Na annexatie door Utrecht is het noordoostelijke deel van de toen ontstane wijk Zuilen bebouwd met circa 10.000 woningen. Bij deze ontwikkelingen heerste de wijkgedachte: de stad indelen in zelfstandige, zelfvoorzienende wijken. Deze zijn gebouwd volgens het stedenbouwkundig plan van Berlage uit 1924. Bij het oorspronkelijke ontwerp is uitgegaan van de stad als organisch geheel: een wijkverdeling in buurten in de vorm van een ster rond centrale pleinen. Deze centrale pleinen waren bedoeld als centrumgebied en ontmoetingsplaatsen. Om financiële redenen is een schakeling van openbare gebouwen, singels en bomenrijen niet gerealiseerd.

Wel is de hoofdstructuur van wegen aangelegd met de Prins Bernhardlaan en de Burgemeester van Tuyllkade als meest herkenbare punten. Vanwege financiële redenen en gewijzigde opvattingen is de samenhang in de wijk in de loop van de tijd verloren gegaan. Nu is de wijk vooral een soort dambord met zeer verschillende buurtjes met allemaal een eigen karakter. De centrale as (van Berlage) geeft enige binding, maar van de oorspronkelijke bestemming als centrale ontmoetingsplaats is in wezen niets terechtgekomen. In die tijd werden wonen, werken en andere functies gescheiden. Zo ontstond het aangrenzende bedrijventerrein Lage Weide. Dit heeft ook geleid tot zwaardere verkeersinfrastructuur in dit deel van Utrecht (zoals de snelweg A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal). 3.1.2

Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie

Binnen het plangebied bevinden zich geen monumenten, belangrijke cultuurhistorie of beeldbepalende elementen, die niet al in paragraaf 3.1.3 (As van Berlage en de Van Heukelomlob) worden besproken. 3.1.3

Structuurbepalende elementen

De structuur van de wijk Zuilen wordt vooral bepaald door drie lange lijnen: de Vecht, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Amsterdamsestraatweg. De tussenliggende wegenstructuur is vormgegeven volgens de zogeheten As van Berlage. Afbeelding 4: structuurbepalende elementen in Zuilen: de Vecht (donkerblauw), het Amsterdam-Rijnkanaal (lichtblauw), de Amsterdamsestraatweg (donkerbruin) en ook de As van Berlage (lichtbruin)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 45

In de wijk Zuilen ligt de bebouwing op afstand van de Vecht. De Vecht lijkt hier op een singel in een park met groen. Het groen langs de Vecht loopt via de groene lobben (grote groene delen) de wijk in. Deze lobben zijn van groot belang voor de ruimtelijke geleding van de wijk. Via de groene lobben wordt het landschap verder de wijk in gebracht. De Van Heukelomlob is één van de drie groene lobben in de wijk en de enige groene lob die vanaf de Vecht tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal loopt. Binnen de Van Heukelomlob verbindt het Van Heukelompark de wijk met het Vechtoeverpark. De Amsterdamsestraatweg is de andere belangrijke structuur. Vanuit Maarssen loopt deze eerst helemaal langs het Amsterdam-Rijnkanaal om vervolgens onderdeel te worden van de stad Utrecht. Het Amsterdam-Rijnkanaal is ook een structuurbepalend element in Zuilen. Toen het Merwedekanaal na de aanleg in 1892 al snel te smal bleek te zijn, doordat schepen snel breder werden, moest er een nieuwe omleiding worden aangelegd in een brede bocht ten westen van Utrecht: het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Amsterdam-Rijnkanaal werd in 1955 voltooid. De As van Berlage is een belangrijke lineaire structuur in de wijk met begeleidende wandbebouwing.

De stedenbouwkundigen Berlage en Holsboer ontwikkelden deze verkeersstructuur als onderdeel van een grotere stedelijke verkeersstructuur in de uitbreidingsplannen voor Utrecht van 1924. Hierbij gingen zij nog uit van de stad als organisch geheel met een duidelijke hoofdverkeersstructuur. De As van Berlage werd destijds aangelegd in grotendeels onbebouwd gebied. De As van Berlage is een uitvalsweg en de verbinding van het centrum en de wijk Zuilen. Het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan dat op de hoek met de Van Heukelomlaan staat maakt onderdeel uit van de As van Berlage. Voor zowel het Van Heukelompark als de As van Berlage heeft de bebouwing een functie als begeleidende wand. Dit is terug te zien in de huidige hoogte van de bebouwing: vier bouwlagen met een kap. De vier bouwblokken zijn onderdeel van een wandvorm, die de achterliggende 'kamer' met kleinschalige woningen omsluit.

3.2

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

In het plangebied staan langs de Van Heukelomlaan (60 woningen), Burgemeester Norbruislaan (19 woningen) en Berlagestraat (24 woningen) portiekflats uit 1959, die in eigendom zijn van woningcorporatie Woonin. In totaal gaat het om 103 woningen. Daarnaast bevinden zich 61 garageboxen (geadresseerd aan de Lelimanstraat 55-173 en De Bazelstraat 88) in het plangebied, die grenzen aan de achterom van de woningen in De Bazelstraat. De garageboxen worden grotendeels verhuurd aan bewoners van buiten het plangebied. Naast de garagebox met het adres Lelimanstraat 55 bevindt zich een nutsvoorziening van Stedin.

3.3

Verkeer en parkeren

Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten door de Burgemeester Norbruislaan (50 km/uur). Dit is een belangrijke stedelijke ontsluitingsweg die Utrecht noordwest met Maarssen en de Noordelijke Randweg Utrecht verbindt. In het plangebied liggen de 30 km/uur wegen Van Heukelomlaan, die overgaat in de Berlagestraat en de Lelimanstraat die dwars op de Van Heukelomlaan staat. Er zijn geen parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. Aan de achterzijde van het bouwblok aan de Van Heukelomlaan bevinden zich garageboxen. Deze worden grotendeels verhuurd aan bewoners van buiten het plangebied. Er wordt geparkeerd aan beide zijdes van de Van 4 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Heukelomlaan en de Berlagestraat.

3.4

Openbare ruimte

Binnen het plangebied zijn de wegen Van Heukelomlaan, Berlagestraat en Lelimanstraat en de bijbehorende stoepen en de stoepen van een gedeelte van de Bazelstraat en Burgemeester Norbruislaan onderdeel van de openbare ruimte. De ruimte met de garageboxen achter de Van Heukelomlaan en de voortuinen zijn in erfpacht uitgegeven en maken geen onderdeel uit van de openbare ruimte. De voortuinen zijn voorzien van gras met in sommige voortuinen een aantal bomen. De entrees naar de woningen worden met verharde toegangspaden naar het omliggende trottoir ontsloten. Hierdoor ontstaat er een ritme van groene perkjes. Dit wordt geaccentueerd door een lage afscheiding rondom elk perkje, wat vooral fietsparkeren in het groen moet tegengaan. Deze gebieden zijn openbaar toegankelijk. De doorgangen tussen de woonblokken zijn vanwege overlast dichtgezet met hekwerken, waarvan er één is uitgevoerd met een deur die overdag openstaat. Fietsen worden met name bij de entrees van de gebouwen gestald. Fietsen kunnen ook gestald worden in de inpandige fietsenstalling/berging op de begane grond.

3.5

Conclusie

De portiekflats uit 1959 zijn verouderd, waardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan. Daarnaast bestaat de wens om in het plangebied te verdichten, waardoor het aantal sociale- en middenhuurwoningen toeneemt. Bij de uitwerking van het sloop-nieuwbouwproject zijn de ligging aan de As van Berlage en de ligging aan het Van Heukelompark belangrijke aandachtspunten. De inrichting van de voortuinen zorgen voor een lage gebruikskwaliteit, waardoor met name sprake is van 'kijk-groen'. Ook dit kan in de nieuwe situatie verbeterd worden.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 47

4 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Projectbeschrijving

4.1.1

Programma

Planbeschrijving

In de nieuwbouw komen maximaal 190 woningen (appartementen). Hiervan wordt circa 75% sociale huur en circa 25% middenhuur. Voor de sociale huur worden 2-, 3-, 4- en 5-kamerappartementen gebouwd met een omvang van ongeveer 55 tot 100 m2 gebruiksoppervlak (GBO), die gelijkmatig worden verdeeld tussen de huurcategorieën SH2 en SH3. Voor de middenhuur worden 3-kamerappartementen gebouwd. Er is specifiek aandacht voor de huisvesting van senioren om de doorstroming in de wijk te bevorderen. Er komen daarom liften in de bouwblokken, er worden scootmobielplekken gerealiseerd en er is aandacht voor de looproutes. Ongeveer 30% van de sociale huurwoningen wordt door Woonin verhuurd aan diverse aandachtsgroepen, waaronder statushouders, uitstromers van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen en kwetsbare jongvolwassenen. De mate van zorg is dusdanig dat dit passend is bij een woonfunctie en dus niet een maatschappelijke functie voor de zorgverlening benodigd is. Het is de bedoeling dat de aandachtsgroepen en reguliere huurders gemixt over de bouwblokken worden verdeeld. Daarnaast komt er een buurthuis, in eerste instantie voor alleen huurders, maar in een later stadium mogelijk ook voor de wijk, die hier elkaar kunnen ontmoeten. Het buurthuis komt op de begane grond op de hoek van de Burgemeester Norbruislaan/Van Heukelomlaan.

Deze ruimte heeft als doel om bewoners laagdrempelig met elkaar in contact te laten komen voor het maken van een praatje, het samen drinken van koffie/thee of eten. Ook kan de ruimte bijvoorbeeld gebruikt worden voor een gesprek met professionals, spelletjesmiddagen, activiteiten van de bewonerscommissie en commissievergaderingen. Deze ruimte moet (later) ook voor een woning in gebruik genomen kunnen worden, waardoor beide functies in het omgevingsplan in de ruimte worden mogelijk gemaakt. De garageboxen komen niet terug in de nieuwbouw, omdat Woonin zich op haar kerntaak (zorgen voor betaalbare woningen voor mensen met lage inkomens) richt. 4.1.2

Stedenbouwkundig plan

Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 is het plangebied onderdeel van twee wijkstructuren: de As van Berlage en de groene lob van het Van Heukelompark. Het plangebied wordt de rand van het achtergelegen kleinschalige woonbuurtje (stedenbouwkundig ook wel de 'kamer' genoemd). In de nieuwe situatie worden er weer vier bouwblokken gebouwd die zich in maat en schaal naar de verschillende situaties voegen. Afbeelding 5: een impressie van de nieuwbouw gezien vanuit het Van Heukelompark (bron: INBO)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 49

Voor een goede begrenzing van het aangrenzende Van Heukelompark worden de twee bouwblokken aan de Van Heukelomlaan grotendeels zes bouwlagen hoog en deels vijf bouwlagen hoog. De zesde bouwlaag ligt dus op een gedeelte van het bouwblok en ligt 1,9 meter terug van de voorgevel. Op deze manier is de zesde bouwlaag een toevoeging op een deel van het gebouw en vormt het geen onderdeel van de basis. Op de koppen waar een zesde bouwlaag wordt mogelijk gemaakt wordt een uitzondering gemaakt. Hier wordt de zesde bouwlaag 1 meter teruggelegd om tot een goede plattegrond van de woningen te komen. Hiermee ontstaat er een begeleidende wand die niet concurreert met de hoogte-accenten aan de randen van het Van Heukelompark; De Bouwmeester en De Vechtlocatie. Om de verbinding met het Van Heukelompark te versterken vormen de bouwblokken niet één lange wand, maar vouwen deze twee bouwblokken de hoek om door middel van 'dwarspootjes', die per bouwblok aan beide uiteinden worden gebouwd. Deze 'dwarspootjes' worden vier bouwlagen hoog, waardoor een goede overgang ontstaat naar de achtergelegen kleinschalige woonbuurt. Afbeelding 6: een impressie van de nieuwbouw van de bouwblokken aan de Van Heukelomlaan (bron: INBO)

5 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan wordt vijf bouwlagen hoog, zodat de continuïteit van de As van Berlage wordt doorgezet. De kop van het bouwblok op de hoek van de Burgemeester Norbruislaan/Van Heukelomlaan moet extra aantrekkelijk worden in verband met de zichtbaarheid langs de As van Berlage en het Van Heukelompark. Het buurthuis draagt daaraan bij en moet voor levendigheid op deze hoek zorgen. Afbeelding 7: een impressie van de nieuwbouw vanuit hoek Burgemeester Norbruislaan - Heukelomlaan gezien, met het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan (links) en de twee bouwblokken aan de Van Heukelomlaan (bron: INBO)

De twee bouwblokken (met huisnummers 50-212) aan de Burgemeester Norbruislaan, die grenzen aan het bouwblok (met huisnummers 218 t/m 254) dat onderdeel uitmaakt van dit plangebied, worden gerenoveerd en getransformeerd. Vanwege de samenhang tussen deze bouwblokken, ook door de ligging aan de As van Berlage, is van belang dat er ruimtelijke samenhang tussen de bouwblokken blijft bestaan. Deze ruimtelijke samenhang wordt gevonden in het kleur en materiaalgebruik, de detaillering en het ritme en plastiek, het blokontwerp en de overgang naar het openbaar gebied/groen. Het bouwblok aan de Berlagestraat wordt deels vijf bouwlagen en deels vier bouwlagen hoog. De vijfde bouwlaag ligt 1,9 meter terug van de voorgevel. Dit bouwblok is niet alleen onderdeel van de wandbebouwing van het Van Heukelompark, maar vormt ook een overgang naar de direct omliggende bebouwing (de moskee, de bebouwing aan de Amsterdamsestraatweg en het achterliggende kleinschalige wijkje). Voor een passende aansluiting op de direct omliggende bebouwing is bij dit bouwblok gekozen voor vier en vijf bouwlagen hoog, waar bij de bouwblokken aan de Van Heukelomlaan bouwhoogtes van vijf en zes bouwlagen zijn toegestaan (en vier bouwlagen voor de dwarspootjes). Daarnaast worden de bouwblokken in omvang ('footprint') vergroot.

Met uitzondering van een deel van het bouwblok aan de Berlagestraat komen de voorgevels ten opzichte van de bestaande situatie naar voren (meer richting het Van Heukelompark of de Burgemeester Norbruislaan). Daarnaast wordt het bouwblok aan de Berlagestraat ten opzichte van de bestaande situatie aan de achterzijde vergroot (circa 3 tot 5 meter). De twee bouwblokken aan de Van Heukelomlaan komen circa 1 meter naar achteren en ter plaatse van de dwarspootjes circa 12,5 meter. Deze twee bouwblokken zijn ten opzichte van de bestaande situatie wel minder lang, waardoor er meer open ruimten tussen de bouwblokken ontstaat. Het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan komt, ten opzichte van de bestaande situatie, deels circa 2 meter naar voren (richting de Burgemeester Norbruislaan) en circa 1 meter naar achteren. Daarnaast wordt het bouwblok langer. Het bouwblok wordt met circa 2 meter verlengd richting het Van Heukelompark en met circa 3 meter verlengd richting De Bazelstraat. Zie voor de wijzigingen van de bouwblokken ook onderstaande afbeelding. Afbeelding 8: in rood weergegeven de bestaande situatie van de bouwblokken en in zwart schematisch de nieuwe situatie van de bouwblokken weergegeven bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 51

De dwarspootjes vormen de overgang naar het achterliggende wijkje en worden daarom vier bouwlagen hoog. Met deze gewijzigde footprint en bouwhoogtes van de nieuwe blokken worden de mogelijkheden van verdichting benut passend binnen de context van de omgeving. Gezien de ligging aan de As van Berlage, het Van Heukelompark, de situering ten opzichte van de bestaande woningen en de uitwerking van de gronden om de bouwblokken heen is het hier passend om een kleine verhoging te realiseren en om de bouwblokken deels anders vorm te geven en te vergroten. De verhogingen, dwarspootjes en vergrotingen van de bouwblokken zijn nodig om binnen het plangebied meer woningen te kunnen terugbouwen waarmee er wordt bijgedragen aan de grote vraag naar sociale- en middenhuur woningen binnen de gemeente Utrecht. De woningen op de verdiepingen worden voorzien van balkons die ten opzichte van het aangegeven bouwvlak uitsteken tot boven gemeentegrond. Tussen de bouwblokken aan de Van Heukelomlaan komt groen dat moet zorgen voor ontmoeting op straat en waarmee het tegenoverliggende Van Heukelompark meer de buurt wordt ingetrokken. Dit worden de 'Groene woonpleinen' genoemd. Naast dat hier voldoende ruimte voor ontmoeten moet zijn, moet de inrichting openbaar aanvoelen en collectief zijn. Dit wordt versterkt doordat hier ook entrees van de appartementen worden gerealiseerd.

Voor een toegankelijke en levende uitstraling is het niet wenselijk om de woonpleinen af te sluiten met een hekwerk. Het fietsparkeren en de bergingen moeten geïntegreerd worden in de bebouwing en op maaiveld opgelost worden in collectieve fietsenbergingen. De fietsenstallingen worden eenvoudig toegankelijk om het gebruik aantrekkelijk te maken. De plinten van de bouwblokken krijgen een levendige uitstraling door zowel entrees voor het fietsparkeren als door entrees van de begane grond woningen aan de straatzijde te plaatsen in combinatie met groen. Aan de achterzijde van de bouwblokken is ruimte voor privé en collectief afsluitbaar groen. De begane grond appartementen krijgen privétuinen en die bevinden zich aan de achterzijde van de 5 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

appartementengebouwen. Aan de achterzijde komen ook de leefgalerijen, waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Aan de voorzijde en aan de groene woonpleinen komen de privé balkons. Autoparkeren vindt aan de achterzijde van de bouwblokken aan de Van Heukelomlaan plaats. Afbeelding 9: een impressie van de nieuwbouw met de binnentuin en het parkeren (bron: INBO)

4.2

Verkeer en openbare ruimte

4.2.1

Verkeer

Auto Het project ligt voor een klein deel aan de Burgemeester Norbruislaan (50km/u) en verder aan de Van Heukelomlaan en Berlagestraat (30km/u) met aan de overkant het Van Heukelompark. De Burgemeester Norbruislaan is een belangrijke stedelijke ontsluitingsweg die Noordwest met Maarssen en de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) verbindt. Openbaar vervoer Het gebied is goed met openbaar vervoer bereikbaar. Op de Burgemeester Norbruislaan zijn ter hoogte van de Bazelstraat bushaltes, zowel richting het centrum, als richting Maarssen. De gemiddelde loopafstand naar deze bushalte vanaf de Van Heukelomlaan is ongeveer 200 meter. Vanaf de Berlagestraat is de bushalte aan de Amsterdamsestraatweg de dichtstbijzijnde. De gemiddelde loopafstand naar deze bushalte is vanaf de Berlagestraat ook ongeveer 200 meter. Fiets en voetganger De locatie ligt op korte afstand van Winkelcentrum Rokade. Het is circa 15 minuten fietsen naar het centrum. 4.2.2

Parkeren

Voor deze ontwikkeling wordt in Utrecht getoetst aan de Parkeervisie 2021 'Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht' inclusief onderliggende 'module Parkeernormen', de 'beleidsregel parkeernormen fiets 2021' en de 'beleidsregel parkeernormen auto 2021'. De ontwikkeling ligt in parkeerzone B2. Autoparkeren De hoogte van de parkeernormen verschilt per locatie en per functie. In centrumgebieden, waar goede OV-voorzieningen zijn en een hoge mate van functiemenging is, is minder behoefte aan autoparkeerplaatsen en zijn de normen voor autoparkeren lager dan in gebieden aan de rand van de stad waar je minder makkelijk komt met OV en waar minder verschillende functies zijn. Voor functies die meer bezoekers trekken, zijn de normen voor zowel fiets als auto hoger dan voor voorzieningen waar weinig mensen op af komen. Huidige situatie bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 53

In de huidige situatie zijn er geen parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. Wel zijn er aan de achterzijde van dit terrein 61 garageboxen, waarvan 3 stuks werden verhuurd aan bewoners van de betreffende woningen. De overige garageboxen werden verhuurd aan bewoners uit de buurt of verder buiten de buurt. De garageboxen worden zeer beperkt gebruikt als parkeerplaats en hoeven daarom niet gecompenseerd te worden. Het gaat hier om reguliere verhuur en vooruitlopend op de formele opzegging heeft Woonin deze huurders al ruime tijd geleden geïnformeerd over de plannen voor de herontwikkeling. Woonin zal niet voor alternatieve garageboxen zorgen (en is hiertoe ook niet verplicht) aangezien het zich wil beperken tot de kerntaak: het bouwen van sociale huurwoningen. In de openbare ruimte wordt er aan twee zijdes van de Van Heukelomlaan en Berlagestraat geparkeerd. Voornamelijk de voormalige bewoners van de Van Heukelomlaan parkeerden hier hun auto. Fietsen worden dicht bij de entrees van de gebouwen gestald, die iets terug liggen ten opzichte van het doorgaande trottoir. Ook kunnen fietsen gestald worden in de inpandige fietsenstalling/berging op de begane grond. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie bedraagt de parkeereis, de extra parkeerbehoefte die de ontwikkeling veroorzaakt afgerond 40 parkeerplaatsen.

Dat is de totale parkeervraag van de ontwikkeling (afgerond 130) minus het rechtens verkregen niveau (afgerond 90), zie tabel 2. De beleidsregels voor autoparkeren bieden verschillende afwijkingsmogelijkheden, zoals het inzetten van deelauto's, waarmee de parkeereis verlaagd kan worden. Bij de berekening wordt van twee afwijkmogelijkheden van de Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gebruik gemaakt. Tabel 2: Parkeerberekening zonder gebruik van afwijkmogelijkheden

Deelauto's Het parkeerbeleid staat via afwijkmogelijkheid 3 het gebruik van deelauto's toe ter vervanging van reguliere parkeerplaatsen waarmee de parkeereis kan worden verlaagd. Hoeveel deelautoplekken gerealiseerd mogen worden, hangt af van de extra parkeerbehoefte die een ontwikkeling veroorzaakt en de parkeerzone. In dit geval mag 10% van de parkeereis vervangen worden door deelauto's, wat uitkomt op 1 deelauto. Er mogen 4 reguliere parkeerplaatsen vervangen worden door 1 deelautoplek. Dubbelgebruik Bij sloop-nieuwbouw situaties waarbij de bestaande parkeerplaatsen in het openbare gebied in gebruik blijven voor de nieuwbouw moeten we altijd een aanname doen welke parkeerplaatsen we toerekenen aan het plan. Het parkeerbeleid staat via afwijkmogelijkheid 8 de toepassing van dubbelgebruik toe, waarmee de parkeereis kan worden verlaagd. Van dubbelgebruik bij wonen is sprake wanneer een bewoner van de nieuwbouw met de auto ergens anders op bezoek is en een bezoeker van de nieuwbouw deze parkeerplaats kan gebruiken. Dubbelgebruik kan toegepast 5 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

worden om tot een betere benadering te komen van het aantal benodigde parkeerplaatsen dan alleen het rechtens verkregen niveau. Normaal gesproken worden de afwijkingsbevoegdheden uit het parkeerbeleid toegepast op de parkeereis - de extra parkeerbehoefte die de ontwikkeling veroorzaakt - na aftrek van het rechtens verkregen niveau. Dit voorkomt dat de parkeereis nagenoeg in zijn geheel kan worden omgezet in bijvoorbeeld extra fietsparkeerplekken en deelmobiliteit omdat de percentages worden berekend over de veel hogere basis parkeereis (voor aftrek van de bestaande situatie) en er nauwelijks nog nieuwe parkeerplekken worden aangelegd terwijl hier bij nieuwe bewoners in B gebied wel behoefte aan bestaat. Omdat alle parkeerplekken in de openbare ruimte liggen, is er voor alle nieuwe en bestaande parkeerplekken, behalve de deelautoplek, dubbelgebruik mogelijk. Bij de toepassing van het dubbelgebruik wordt afgeweken van de afwijkingsmogelijkheden binnen de beleidsregels door dubbelgebruik te berekenen over de totale parkeervraag in plaats van de parkeereis. Het afwijken van een beleidsregel is mogelijk op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. De Van Heukelomlaan vormt de afsluiting van de wijk aan het Van Heukelompark, waardoor het plangebied vrij geïsoleerd ligt en de parkeerplaatsen met name door de huidige bewoners van de bouwblokken worden gebruikt.

Omdat zowel bestaande als nieuwe parkeerplekken ter beschikking staan aan de bewoners van de nieuwbouw en hun bezoekers, beoordelen wij dat daarom anders kan worden omgegaan met de berekening van dubbelgebruik. De theoretische benadering van het rechtens verkregen niveau past niet goed bij de praktijk, wat de toepassing van de maatwerkberekening voor het dubbelgebruik verantwoord. In dit plan met vrijwel alleen maar woningen gaat dubbelgebruik vooral om bewoners en bezoekers van bewoners die van dezelfde plekken gebruik maken. Volgens de aanwezigheidspercentages uit het parkeerbeleid zijn bijvoorbeeld 's nachts bewoners 100% aanwezig en zijn er geen bezoekers, en op een zaterdagavond is 80% van de bewoners thuis en is 100% van de verwachte bezoekers aanwezig. Aan de hand van de berekening in de onderstaande tabel is de maatgevende situatie bepaald: het moment in de week dat de parkeerdruk het hoogst is. Op het maatgevende moment is de parkeervraag afgerond 33. Tabel 3: Parkeerberekening na toepassing afwijkmogelijkheden

Naastgelegen ontwikkeling aan de Burgemeester Norbruislaan Aan de Burgemeester Norbruislaan heeft Woonin ervoor gekozen twee bouwblokken te renoveren. Deze bouwblokken vallen buiten het plangebied van dit TAM-omgevingsplan. Ten behoeve van deze renovatie, waarbij er woningen worden toegevoegd aan de bestaande bebouwing, moeten er ook parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Voor deze verdichting geldt een parkeereis die wordt gerealiseerd binnen het voorliggende TAM-omgevingsplan. Het gaat hierbij om 13 parkeerplaatsen. Conclusie Voor de ontwikkeling die met dit TAM-omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt moeten er 33 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd worden, waarvan er 1 wordt ingericht als deelautoplek. Daarnaast worden er 13 parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de naastgelegen ontwikkeling aan de Burgemeester Norbruislaan. Het totale aantal parkeerplaatsen dat moet worden gerealiseerd komt daarmee op 46 parkeerplaatsen. De nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd achter de bouwblokken aan de van Heukelomlaan. De deelautoplek wordt aan de van Heukelomlaan gerealiseerd op een parkeerplek waar nu een reguliere parkeerplaats staat. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 55

Fietsparkeren Voor fietsparkeren bij woningen gelden volgens de Nota Parkeernormen Fiets en Auto (2021) de normen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn eisen opgenomen voor de realisatie van fietsenbergingen bij woningen. De gezamenlijke fietsenstalling moet voldoen aan de (kwaliteits-) eisen in de bijlage fietsparkeren woningbouw bij de Beleidsregels parkeernormen fiets. De fietsenstalling is voor alle woningen gemakkelijk bereikbaar en toegankelijk. Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zelf zal eveneens verkeer genereren dat niet is meegenomen in de huidige verkeersprognoses. Aan de hand van CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bepaald. Deze kencijfers gelden voor een locatie in de rest van de bebouwde kom, in een zeer sterk stedelijke gemeente. Het CROW hanteert minimale en maximale waarden voor de verkeersgeneratie. Er wordt in de berekening uitgegaan van de worst case. Voor huurappartementen in het midden/goedkope segment (inclusief sociale huur) geldt een kencijfer van minimaal 2,8 en maximaal 3,6 motorvoertuigen per etmaal. Uitgaande van 190 huurappartementen resulteert dit in maximaal 684 (190x3,6) motorvoertuigen per etmaal. De huidige invulling van het plangebied heeft ook een verkeersaantrekkende werking. Deze kan in mindering worden gebracht.

Voor de bestaande bebouwing wordt uitgegaan van het minimale kencijfer voor huurappartementen wat resulteert in 288 (103x2,8) motorvoertuigbewegingen per etmaal. Er is sprake van een toename van maximaal 396 motorvoertuigen per etmaal. De bestaande parkeerplaatsen liggen verspreid binnen het plangebied aan de Berlagestraat, Van Heukelomlaan en de Lelimanstraat. De nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd op de plek van de huidige garageboxen aan de Lelimanstraat, achter de twee bouwblokken aan de Van Heukelomlaan. Vanuit een worst case benadering is voor ieder van de voornoemde wegen uitgegaan van een toename van 396 motorvoertuigen per etmaal. Het verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zal naar verwachting naar en van het plangebied rijden via de Burgemeester Norbruislaan of Amsterdamsestraatweg. Als de toename verdeeld wordt over deze twee wegen, betekent dat ongeveer 200 motorvoertuigen per etmaal extra. De huidige hoeveelheid verkeer op de Amsterdamsestraatweg is 6500 motorvoertuigen per etmaal en op de Burgemeester Norbruislaan 8200 motorvoertuigen per etmaal. Een toename van 200 motorvoertuigen is op beide wegen zeer gering en zal niet leiden tot problemen. 4.2.3

Openbare ruimte en groen

Rondom de nieuwe bouwblokken komt openbaar toegankelijke buitenruimte. Deze groene zoom is van voldoende omvang en heeft een eenduidige en continue uitstraling en niet de uitstraling van individuele voortuinen. Daarnaast is er samenhang in het doorlopende groen tussen de verschillende bouwblokken. Het groen in de buitenruimte wordt in lagen aangebracht, waardoor er bomen, struiken, planten en gras worden aangeplant. De groene zoom aan de voorzijde van het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan doet in samenhang mee met de voorzijde aan het Van Heukelompark en de voorzijde van de twee bouwblokken aan de Burgemeester Norbruislaan die gerenoveerd worden/zijn.

4.3

Conclusie

Doordat er sloop-nieuwbouw binnen het plangebied plaatsvindt, is het mogelijk om verdichting binnen het plangebied te laten plaatsvinden. Hierdoor kunnen er meer sociale – en middenhuurwoningen in het plangebied worden gebouwd, waar veel vraag naar is. Bij de uitwerking is rekening gehouden met de ligging aan het Van Heukelompark en de As van Berlage, waarbij de toegestane hoogtes passend zijn. Er is aandacht voor aantrekkelijk, gevarieerd groen tussen de bouwblokken dat openbaar toegankelijk is en waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten.

5 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Het doel van een milieueffectrapportage (mer) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die projecten mogelijk maken welke aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. In bijlage V van het Omgevingsbesluit wordt aangegeven welke projecten mer-(beoordelings)plichtig zijn. Wanneer projecten mer-beoordelingsplichtig zijn moet worden beoordeeld of het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Uit deze mer-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Plangebied Het in het plan opgenomen project valt onder categorie J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen) zoals deze is opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Hiervoor geldt een mer-beoordelingsplicht. Op basis van een aanmeldnotitie mer-beoordeling moet het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) beslissen of er een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Om te beoordelen of aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn is een aanmeldnotitie opgesteld.

In deze notitie wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en er derhalve geen aanleiding is om een milieueffectrapportage op te stellen. De gemeente heeft dan ook op 7 oktober 2025 (zie hiervoor Bijlage 1) besloten dat voor dit plan geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld. Hierbij is ten onrechte naar de (verouderde) aanmeldnotitie van 10 juli 2025 verwezen. Na dit collegebesluit zijn de Aerius berekeningen en voortoets vanwege een nieuwe versie geactualiseerd. Deze actualisatie is ook verwerkt in de aanmeldnotitie mer-beoordeling. De conclusie, namelijk dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en dat er daarom geen aanleiding is om een milieueffectrapportage op te stellen, is ongewijzigd gebleven. Gezien de verwijzing naar de onjuiste aanmeldnotitie versie van 10 juli 2025 (dit had de aanmeldnotitie van 2 september 2025 moeten zijn), is op 6 januari 2026 een nieuw collegebesluit genomen. De geactualiseerde aanmeldnotitie is opgenomen in Bijlage 3. Het nieuwe collegebesluit is opgenomen in Bijlage 2. Conclusie Er is geen sprake van aanzienlijke milieueffecten door de beoogde ontwikkeling. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 57

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Kader De gemeente Utrecht streeft naar een situatie waarin wonen en werken in een stad op een goede manier samengaan. Beide functies zijn zeer belangrijk voor Utrecht, maar ook moet voorkomen worden dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed heeft op de woonomgeving en andere gevoelige functies, of dat omgekeerd de milieubelastende activiteiten waaronder bedrijvigheid, wordt belemmerd door de aanwezigheid van woningen en andere gevoelige functies in de directe nabijheid. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. Plangebied Aan de hand van de VNG-systematiek Bedrijven en Milieuzonering zijn de verschillende bestemde bedrijfscategorieën en feitelijk aanwezige bedrijven rond het plangebied beschouwd. Hierin worden afstanden tussen bedrijven en woningen gehanteerd. De aan te houden afstand is afhankelijk van het karakter van de woonwijk: rustig of druk (aangeduid met de term 'gemengd gebied') en de zwaarte van de milieucategorie. In een rustige woonwijk wordt een grotere afstand tot bedrijven gehanteerd en in een drukke woonwijk een kleinere afstand. Voor deze ontwikkeling is een notitie opgesteld, zie Bijlage 4.

Voor dit plangebied wordt grotendeels uitgegaan van de aanduiding rustige woonwijk; uitgezonderd het deel van het plangebied aan de Burgemeester Norbruislaan die als 'gemengd gebied' kan worden bestempeld, vanwege de ligging aan de hoofdinfrastructuur: de Burgemeester Norbruislaan. De beoogde woningen bevinden zich op een passende afstand tot bedrijvigheid in de omgeving mede gezien het feit dat er al andere woningen dichterbij deze bedrijvigheid staan. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de omliggende bedrijven geen onacceptabele hinder veroorzaken voor de beoogde woningen en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd vormen de beoogde woningen ook geen belemmering voor de uitvoering van bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving.

5.4

Geluidhinder

Kader In het kader van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (bijvoorbeeld nieuwe woningen toestaan) of het wijzigen van geluidsbronnen (bijvoorbeeld wegen, industrieterreinen) moet de aanvaardbaarheid beoordeeld worden. Hierbij spelen de regels en normen van het Bkl, het omgevingsplan en de Beleidsnota Geluid en Trillingen een cruciale rol. Deze regels zijn er om bij ruimtelijke ontwikkelingen een objectieve afweging te kunnen maken. Hiervoor is veelal gericht geluidsonderzoek nodig. Het (wettelijk) kader wordt voornamelijk gevormd door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), aangevuld met de Beleidsnota Geluid en Trillingen. In het Bkl is geregeld dat je bij het toedelen van functies aan locaties binnen aandachtsgebieden langs of om geluidsbronnen, zoals (spoor)wegen of industrie geluidsonderzoek moet doen en moet toetsen aan de geldende normen en regels. Dit stelsel is in de Beleidsnota Geluid en Trillingen voor Utrecht nader verfijnd. Hieronder is een samenvatting opgenomen van het (wettelijk kader) voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige functies. Geluidaandachtgebied Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied. Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0229c269-eb2d-437e-a895-8e9bc263d4ef