TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan
TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen Vastgesteld, datum nog vast te stellen
TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1
Werking van dit plan
5
Hoofdstuk 2
Functies
6
Artikel 2
Geluidzone-industrie
6
Artikel 3
Groen
6
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
6
Artikel 5
Wonen
7
Hoofdstuk 1
Inleiding
11
1.1
Aanleiding en doelstelling
11
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
11
1.3
Geldende plannen
12
1.4
Juridische aspecten
12
1.5
Leeswijzer
13
Hoofdstuk 2
Relevante beleidskaders
15
2.1
Rijksbeleid
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
19
2.3
Gemeentelijk
22
2.4
Conclusie
Hoofdstuk 3
15 beleid
44
Bestaande situatie
45
3.1
Beschrijving
van het plangebied
45
3.2
Beschrijving
van de bestaande functies in het plangebied
46
3.3
Verkeer en parkeren
46
3.4
Openbare ruimte
47
3.5
Conclusie
47
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
49
4.1
Projectbeschrijving
49
4.2
Verkeer en openbare ruimte
53
4.3
Conclusie
56
Hoofdstuk 5
Onderzoek en randvoorwaarden
57
5.1
Inleiding
57
5.2
Milieueffectrapportage
57
5.3
Bedrijven en milieuzonering
58
5.4
Geluidhinder
58
5.5
Trillingen
62
5.6
Geur
62
5.7
Omgevingsveiligheid
63
5.8
Ontplofbare Oorlogsresten
65
5.9
Luchtkwaliteit
65
5.10
Bodem
66
5.11
Natuurbescherming
69
5.12
Bomen
72
5.13
Water en klimaatadaptatie
75
5.14
Archeologie
83
2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
5.15
Kabels en leidingen
84
5.16
Kwaliteit van de leefomgeving
84
5.17
Gezond stedelijk leven
85
5.18
Toegankelijkheid
86
5.19
Circulaire economie
87
5.20
Energie
88
5.21
Conclusie
93
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische
6.2
Maatschappelijke
6.3
Handhaving
Hoofdstuk 7
uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid
Juridische plantoelichting
95 95 95 98
99
7.1
Inleiding
99
7.2
Inleidende regels (hoofdstuk 1 van de regels)
7.3
Functies (hoofdstuk 2 van de regels)
100
7.4
De bruidsschatregels
102
99
Bijlagen motivering
103
Bijlage 1
Getekend collegebesluit 1
105
Bijlage 2
Getekend collegebesluit 2
109
Bijlage 3
Aanmeldnotitie mer
113
Bijlage 4
Bedrijven en milieuzonering
129
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
139
Bijlage 6
Besluit hogere waarden
321
Bijlage 7
Memo geur
327
Bijlage 8
Omgevingsveiligheid
331
Bijlage 9
Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten
347
Bijlage 10
Verkennend bodemonderzoek
417
Bijlage 11
Nader bodemonderzoek
531
Bijlage 12
Verkennend asbestonderzoek
595
Bijlage 13
Natuuronderzoek
651
Bijlage 14
Oplegnotitie natuur
699
Bijlage 15
Besluit G.S. over SMP
703
Bijlage 16
SOK SMP
725
Bijlage 17
Doorschrijfbrief Woonin 2024
745
Bijlage 18
Doorschrijfbrief Woonin 2025
749
Bijlage 19
Quickscan Utrechtse soorten
753
Bijlage 20
Stikstofdepositie onderzoek
771
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 3
Bijlage 21
Voortoets (bouwfase)
821
Bijlage 22
Kaart behorende bij Bomeneffectanalyse (BEA)
869
Bijlage 23
Bomeninventarisatie
871
Bijlage 24
Boomeffectanalyse (BEA)
873
Bijlage 25
Oplegnotitie Bomeneffectanalyse (BEA)
891
Bijlage 26
Landschapsonderzoek
895
Bijlage 27
Selectiebesluit archeologie
939
Bijlage 28
KLIC-melding
943
Bijlage 29
Bezonningsstudie bestaande situatie
945
Bijlage 30
Bezonningsstudie nieuwe situatie
973
4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Werking van dit plan
Werkingsgebied
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locaties, waarvoor de geometrisch bepaalde planobjecten zijn opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0344.BPTAMHERHEUBERZUI-VA01. 1.2 1. 2. 3.
4. 1.3
Afstemming met het omgevingsplan Dit plan maakt deel uit van het omgevingsplan. De regels in hoofdstuk 2 van dit plan zijn functieregels in de zin van het omgevingsplan. De begrippen in hoofdstuk 1 en de bouw- en gebruiksregels in hoofdstuk 2 zijn aanvullend van toepassing op de begrippen uit hoofdstuk 1, de bouwregels uit hoofdstuk 4 en de gebruiksregels uit hoofdstuk 6 van het omgevingsplan. Als een begrip uit dit plan afwijkt van het hetzelfde begrip uit het omgevingsplan, dan gaat het begrip uit dit plan voor. Afstemming met het tijdelijke deel van het omgevingsplan
De regels in dit plan en de verbeelding bij die regels treden in de plaats van de regels en de verbeelding in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, voor zover die betrekking hebben op hetzelfde werkingsgebied. 1.4 1.
Begrippen Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen: a. plan Het TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen dat bestaat uit het GML-bestand NL.IMRO.0344.BPTAMHERHEUBERZUI-VA01. b. besluitgebied van dit TAM-omgevingsplan Het besluitgebied waarvan de geometrisch bepaalde begrenzing is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0344.BPTAMHERHEUBERZUI-VA01. c. omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Utrecht. d. Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. e. Bouwlaag Een deel van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder of souterrain en van een kap. f. Bouwperceelsgrens Een grens van een bouwperceel. g. Doelgroep middenhuurwoning Huishoudens die voldoen aan de in de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een middenhuurwoning. h. Doelgroep sociale huurwoning Huishoudens die voldoen aan de in de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. i. Middenhuurwoning Een middenhuurwoning zoals gedefinieerd in artikel 5.161c lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving. j.
Sociale huurwoning Een sociale huurwoning zoals gedefinieerd in artikel 5.161c lid 1 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 5
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Functies
Geluidzone-industrie
Ter plaatse van de aanduiding: 'Geluidzone - industrie' ligt de rond het industrieterrein gelegen zone als bedoeld in hoofdstuk V van de Wet geluidhinder buiten welke zone de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
Artikel 3 3.1
Groen
Doel van de functie
Locaties met de functie Groen zijn bedoeld voor groen dat bijdraagt aan: 1. 2. 3.2
de vergroting van de leefbaarheid en van een gezond leefklimaat; het behoud en de verbetering van de biodiversiteit, zoals het bieden van voedsel en rust- en nest- en verblijfsplaatsen aan dieren. Activiteiten die bij de functie passen
Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1. 2.
3.
4.
3.3
Het realiseren, gebruiken en in stand houden van groen; Het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. voet- en fietspaden; b. zitplaatsen; c. sport- en speeltoestellen; d. hondenspeelweiden; e. bruggen, duikers en faunapassages; f. kunstobject; g. fietsenstallingen die niet hoger zijn dan 1 meter; h. waterberging. Op de verdiepingen mag in aanvulling op artikel 4.40 (Bouwen buiten de bouw- en functiegrens) van het omgevingsplan een bouw- en functiegrens, ongeacht de regels over maatvoering en situering, met maximaal 2,5 meter worden overschreden door bij het gebouw horende balkons, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt. Op de begane grond mag in aanvulling op artikel 4.40 (Bouwen buiten de bouw- en functiegrens) van het omgevingsplan een bouw- en functiegrens, ongeacht de regels over maatvoering en situering, met maximaal 2,5 meter worden overschreden door bij het gebouw horende balkons. Activiteiten die niet mogen
De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1. 2. 3. 4. 5.
het bouwen van gebouwen; het realiseren, gebruiken of in stand houden van parkeerplaatsen; het aanleggen van ontsluitingswegen voor een aangrenzende functie; activiteiten die bomen aantasten; activiteiten die de biodiversiteit aantasten, met uitzondering van gebruik van het groen dat op een locatie normaal is.
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Doel van de functie
Locaties met de functie Verkeer - Verblijfsgebied zijn bedoeld voor verblijf in de openbare ruimte en voor bestemmingsverkeer. 4.2 1. 2.
Activiteiten die bij de functie passen Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: a. het gebruiken van wegen, voet- en fietspaden; het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. geluidwerende voorzieningen; b. halteplaatsen;
6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
3.
4.
c. sport- en speeltoestellen; d. kunstwerk; e. kunstobject; f. parkeerplaatsen en fietsenstallingen; g. waterberging en groen. Op de verdiepingen mag in aanvulling op artikel 4.40 (Bouwen buiten de bouw- en functiegrens) van het omgevingsplan een bouw- en functiegrens, ongeacht de regels over maatvoering en situering, met maximaal 2,5 meter worden overschreden door bij het gebouw horende balkons, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt. Op de begane grond mag in aanvulling op artikel 4.40 (Bouwen buiten de bouw- en functiegrens) van het omgevingsplan een bouw- en functiegrens, ongeacht de regels over maatvoering en situering, met maximaal 2,5 meter worden overschreden door bij het gebouw horende balkons.
Artikel 5 5.1
Wonen
Doel van de functie
Locaties met de functie Wonen zijn bedoeld voor maximaal 190 woningen. 5.2
Activiteiten die bij de functie passen
Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1.
2.
3.
5.3
het gebruik van de woning dat staat in paragraaf 6.2.1 (De activiteit wonen) van het omgevingsplan, waarbij geldt dat het aantal sociale huurwoningen 142 bedraagt en het aantal middenhuurwoningen 48 bedraagt. Als er minder dan 190 woningen gebouwd worden, dan bedraagt het aantal sociale huurwoningen 75% van het totaal en het aantal middenhuurwoningen 25% van het totaal. het gebruiken en in stand houden van bijbehorende voorzieningen, zoals: a. tuinen en erven; b. fietsenstallingen; c. toegangspaden en ontsluitingswegen; d. waterberging en groen. Op een locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - buurthuis' is alleen op de begane grond ook een buurthuis toegestaan, waar ruimtes gebruikt kunnen worden voor buurtactiviteiten. Activiteiten die niet mogen
De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1. 2.
3.
5.4 1.
Het is verboden een om een woningbouwprogramma te realiseren in afwijking van artikel 5 lid 5.2 onder 1. Het is verboden een sociale huurwoning, binnen een termijn van 20 jaren nadat de woning voor het eerst in gebruik genomen is, opnieuw te verhuren aan of opnieuw te laten gebruiken door een huurder of gebruiker die buiten de doelgroep sociale huurwoning valt. Het is verboden een middenhuurwoning, binnen een termijn van 20 jaren nadat de woning voor het eerst in gebruik genomen is, opnieuw te verhuren aan of opnieuw te laten gebruiken door een huurder of gebruiker die buiten de doelgroep middenhuur valt. Beoordelingsregels bouwen van hoofdgebouwen In aanvulling op artikel 4.16 lid 5 (Beoordelingsregels voor nieuwbouw en verbouw van hoofdgebouwen) van het omgevingsplan is: a. Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 13,50 meter' maximaal 4 bouwlagen toegestaan. b. Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 13,60 meter' maximaal 4 bouwlagen toegestaan. c. Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 16,40 meter' maximaal 5 bouwlagen toegestaan. d. Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 16,60 meter' maximaal 5 bouwlagen toegestaan. e. Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 17,50 meter' maximaal 5 bouwlagen toegestaan. f. Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 19,50 meter' maximaal 6 bouwlagen toegestaan. g.
Op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte 20,50 meter' maximaal 6
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 7
2. 5.5 1.
bouwlagen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' mogen alleen galerijen worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde In aanvulling op hoofdstuk 4 van het omgevingsplan mag in afwijking van artikel 4.5 (Omgevingsvergunning voor het bouwen) een bouwwerk geen gebouw zijnde zonder omgevingsvergunning worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: a. het bouwwerk mag alleen in het achtererfgebied worden gebouwd; b. het bouwwerk mag maximaal 2,5 meter hoog zijn; c. het gaat niet om erf- en perceelafscheidingen.
8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
Motivering wijzigingsbesluit
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 9
1 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding De woningen langs de Van Heukelomlaan, Burgemeester Norbruislaan en Berlagestraat in Zuilen zijn in eigendom van woningcorporatie Woonin. Het gaat om portiekflats uit 1959, die niet meer voldoen aan de huidige standaarden waardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan. De woningen zijn verouderd en huurders hebben last van tocht, vocht, schimmel en ongedierte. Op 15 februari 2022 hebben het college van burgemeester en wethouders een intentiedocument vastgesteld om te onderzoeken of op deze plek verdichting kan plaatsvinden, waarbij de bestaande 103 woningen en 61 garageboxen gesloopt kunnen worden en plaatsmaken voor nieuwbouw. Met het nader onderzoek is de wenselijkheid en haalbaarheid van deze ontwikkeling in beeld gebracht in de voorliggende wijziging van het omgevingsplan. De diverse ruimtelijke aspecten zijn nader onderzocht en uitgewerkt en omschreven in deze wijziging van het omgevingsplan met als doel om tot een kwalitatieve ruimtelijke ontwikkeling te komen op deze plek. Doelstelling De hoofddoelstelling van het TAM-omgevingsplan (verder: het plan) is de nieuwe ontwikkeling van maximaal 190 woningen, waarvan circa 75% sociale huur en circa 25% middenhuur, planologisch-juridisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de buurt Prins Bernhardplein, Zuilen, aan de noordwestkant van Utrecht. Het plangebied is begrensd door het Van Heukelompark aan de noordwestkant, de Burgemeester Norbruislaan aan de noordoostzijde. Aan de zuidoostkant zijn de garageboxen tussen de woningen binnen het plangebied en de particuliere woningen aan de Bazelstraat de grens. Tot slot vormt de Berlagestraat de grens aan de zuidwestkant. Afbeelding 1: begrenzing plangebied
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 11
1.3
Geldende plannen
Dit plan vervangt voor de locatie van het plangebied de volgende bestemmingsplannen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van omgevingsplan van de gemeente Utrecht. Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Zuilen
Vastgesteld door Raad 18-01-2024
Onherroepelijk 30-03-2024
1.4
Juridische aspecten
1.4.1
Het TAM-omgevingsplan is een wijziging van het omgevingsplan
Elke gemeente moet op grond van de Omgevingswet alle regels over de leefomgeving in het omgevingsplan van de gemeente opnemen. Dat betekent dat de gemeente ontwikkelplannen één voor één in procedure zou moeten brengen, met veel vertraging als gevolg. Daarom heeft het Rijk gezorgd voor een Tijdelijke Administratieve Maatregel (TAM), die de gemeente toestaat om het omgevingsplan te wijzigen met een “TAM-IMRO-omgevingsplan”. Dat is een plan in de vorm van een bestemmingsplan dat met de standaardcoderingen IMRO wordt opgesteld. Het TAM-omgevingsplan geldt juridisch als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente. De gemeente moet te zijner tijd het TAM-omgevingsplan invoegen in het “echte” omgevingsplan.
1 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
1.4.2
Omgevingsvergunningen en het omgevingsplan
Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen voor een activiteit als het omgevingsplan voor die activiteit een omgevingsvergunning verplicht stelt of als die activiteit in strijd is met de regels van het omgevingsplan. In artikel 4.5 van het omgevingsplan staat bijvoorbeeld dat voor het bouwen een omgevingsvergunning vereist is. Een aanvraag van de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de regels, beoordelingsregels genoemd, van het omgevingsplan. Voor het bouwen staan die beoordelingsregels in hoofdstuk 4 van het omgevingsplan. De beoordelingsregel in artikel 4.7 van het omgevingsplan komt erop neer dat het bouwen moet passen binnen het doel van de functie, dus in het geval van dit plan de regels die in hoofdstuk 2 zijn opgenomen. Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als de aanvraag voldoet aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan, dus ook aan de regels van hoofdstuk 2 van dit plan. Als de aanvraag in strijd is met het omgevingsplan of op grond van de beoordelingsregels van het omgevingsplan moet worden afgewezen, kan de omgevingsvergunning misschien toch verleend worden op grond van de regels van het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Die omgevingsvergunning wordt in de wet 'omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit', afgekort: bopa, genoemd. Om aan die regels te voldoen moet vaak uitgebreid onderzoek worden gedaan en moeten veel aspecten beoordeeld worden. De gemeente moet voor de toets van zo'n aanvraag dus regels van het Rijk en van de provincie toepassen en ook beoordelen of aanvraag past bij het gemeentelijke beleid. Bij het opstellen van de regels en de aanwijzing van locaties en functies in dit plan is rekening gehouden met de beoordelingsregels in het omgevingsplan. De regels in dit plan vervangen de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en vullen de regels van het definitieve omgevingsplan aan. 1.4.3
Vergunningvrij bouwen
In sommige gevallen is voor het bouwen geen omgevingsvergunning nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor het bouwen van bijgebouwen (schuurtjes) of aanbouwen achter of naast een huis die voldoen aan de eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving en aan de regels van hoofdstuk 4 van het omgevingsplan. In hoofdstuk 4 van het omgevingsplan staat dan in de beoordelingsregels dat in afwijking van artikel 4.5 geen omgevingsvergunning nodig is.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit TAM-omgevingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het TAM-omgevingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod. Daarnaast horen zowel bij de toelichting als bij de regels diverse bijlagen.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 13
1 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is in september 2020 vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening als structuurvisie en geldt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet als de Nationale Omgevingsvisie. De NOVI is de eerste integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak waarbij overheden en maatschappelijke organisaties met regie vanuit het Rijk integrale afwegingen maken. Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt.
Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Het Rijksbeleid is vertaald in de Omgevingswet en in de vier Algemene Maatregelen van Bestuur: het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Daarnaast is regelgeving van het Rijk opgenomen in bruidsschatregels. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.
bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoet water; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 15
1. 2. 3. 4.
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.
2.
3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Plangebied De ontwikkeling draagt bij aan de nationale belangen door aansluitend op de woonbehoefte woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Dit plan maakt het mogelijk maximaal 190 woningen te realiseren op de locatie. Daarnaast blijft het aantal huishoudens in Utrecht de komende jaren groeien, wat resulteert in een sterke vraag naar woningen. In hoofdstuk 5 is beschreven op welke manier het plan voldoet aan een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten bij meerdere nationale belangen. 2.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Met de inwerkintreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de daarop gebaseerde Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) komen te vervallen. De regels van het Barro en het Rarro zijn vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Barro/Rarro omvatte alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in ruimtelijke besluiten van lagere overheden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Romeinse Limes, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ook stonden in het Barro/Rarro de rijksregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland/de Natura 2000-gebieden, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond Rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer en de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament. In het Bkl staan verder regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring.
Daarmee zijn tevens wetten en besluiten die betrekking hebben op omgevingsaspecten zoals geluid, omgevingsveiligheid, behoefte aan de stedelijke ontwikkeling enzovoort geregeld. Het Bkl geldt voor het Rijk en alle decentrale overheden. De hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat, zijn: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 1 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
(paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, Rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt via de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) regels over het aantonen nut en noodzaak en het onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Zie hiervoor de uitwerking onder paragraaf 2.1.3. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
Plangebied Het plangebied ligt in een radarverstoringsgebied van het radarcomplex Soesterberg (nationaal belang van defensie). In dit gebied gelden beperkingen voor het omgevingsplan voor een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen, bouwwerken en windturbines. De maximale bouwhoogte die met de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt blijft ruim onder de maximale hoogte voor een goede werking van het radarcomplex Soesterberg. Voor het overige is het plangebied niet gelegen in een van de gebieden waarvoor het Bkl regels stelt. Het Bkl vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op grond van artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' worden toegepast. Stedelijk ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Daarbij geldt voor woningbouwprojecten dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens 'in beginsel' 500 m2. Dus met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 is er 'in beginsel' geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Daarvoor moet worden beoordeeld of het plan een nieuw of groter beslag op de ruimte toelaat. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, het plan op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Om te kunnen beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van een groter beslag op de ruimte moet niet gekeken worden naar wat er daadwerkelijk gebouwd is, maar naar wat het omgevingsplan planologisch toestaat aan bebouwing.
Ook verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan, moeten daarin meegenomen worden. Van belang is dus in hoeverre het plan in vergelijking met de vorige regeling: functies wijzigt; een groter beslag op de ruimte mogelijk maakt, of; een combinatie van een ontwikkeling met een nieuw of groter planologisch ruimtebeslag en een functiewijziging is natuurlijk ook mogelijk. Er moet worden bekeken of het hele plan een stedelijke ontwikkeling is, als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Motivering evenwichtige toedeling van functies: De behoefte aan de stedelijke ontwikkeling en regionale afstemming Als een omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Dit met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van overprogrammering en leegstand. Hiervoor is niet bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 17
relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De behoefte wordt beoordeeld op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit gebied hangt af van de aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling. Om de behoefte te bepalen kan het bestaande aanbod van de functie die je wil ontwikkelen (bijvoorbeeld een bepaald soort woningen) worden afgetrokken van de vraag naar deze functie. Het aanbod dat feitelijk nog niet is gerealiseerd, maar wel in een omgevingsplan of omgevingsvergunning is vastgelegd, wordt meegerekend als bestaand aanbod. Het gaat om de kwantitatieve en de kwalitatieve behoefte. De kwalitatieve behoefte is de behoefte aan het specifieke karakter van de stedelijke ontwikkeling. Provinciale of regionale visies en afspraken kunnen de basis zijn voor de onderbouwing. Deze documenten moeten dan voldoende concreet en onderbouwd zijn. Definitie stedelijk gebied De Ladder is beleidsneutraal vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) omgezet naar de Omgevingswet. De extra Ladder afweging moet volgens artikel 5.129g Bkl plaatsvinden buiten het stedelijk gebied en stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van het stedelijk gebied.
Dit stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van het stedelijk gebied is toegevoegd aan deze bepaling omdat dit ook onderdeel was van de definitie van het bestaande stedelijk gebied uit het Bro. Grens stedelijk gebied De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie zijn lijnen uitgezet voor het begrip stedelijk gebied onder het Bro. Zo vormen gronden waarop een agrarische functie rust, en die overeenkomstig die functie worden gebruikt, geen onderdeel van stedelijk gebied. Onbebouwde grond met een niet-agrarische functie kan deel uitmaken van het stedelijk gebied, ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het stedelijk samenstel van bebouwing. Stedelijk gebied en doorschuiven Laddertoets De gemeenteraad kan een Laddertoets voor een omgevingsplanwijziging uitstellen tot het moment van realisering van de ontwikkeling. Voor een stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied heeft dit gevolgen voor de grens van het stedelijk gebied.
Een ontwikkeling buiten het stedelijk gebied wordt niet tot het stedelijk gebied gerekend als: bij de ontwikkeling geen rekening is gehouden met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in de behoefte te voorzien; en op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Dit regelt artikel 5.129g lid 3 Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze regeling voorkomt dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten het stedelijk gebied waarvoor nog geen Laddertoets is uitgevoerd, onderdeel wordt van het stedelijk gebied. Onderzoek mogelijkheden om binnen stedelijk gebied in behoefte te voorzien Als de stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied en stedelijk groen aan de rand van de bebouwing gepland is, moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dit gebied in de behoefte te voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol. Argumenten dat binnen dit gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling, gaan bijvoorbeeld over kwalitatieve aspecten van de behoefte. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven die vanuit milieuoverwegingen niet binnen het stedelijk gebied passen. De locatie kan mogelijk ook volgens de omgevingsvisie voor een andere functie zijn beoogd. Bijvoorbeeld een maatschappelijke functie, een park of andere woonplannen die later zijn gepland.
Ook kunnen bijvoorbeeld aanzienlijke investeringen voor een inbreiding een rol spelen. Plangebied De bestaande planologische regeling staat 103 woningen toe aan de Van Heukelomlaan en Berlagestraat. Met het project worden maximaal 190 nieuwe woningen gebouwd waarmee de bestaande woningvoorraad toeneemt met 87 woningen. Het project heeft betrekking o p een uitbreiding van het aantal woningen van meer dan 11 en is daarom wat betreft woningbouw aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De 'ladder van duurzame verstedelijking' moet worden toegepast. Het plangebied wordt aangemerkt als bestaand stedelijk gebied gezien het bestaande stedenbouwkundige samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, stedelijk groen en 1 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
infrastructuur. Het plangebied valt namelijk in de woonbebouwing van de wijk Zuilen aan de Van Heukelomlaan, Berlagestraat, Burgemeester Norbruislaan en Lelimanstraat. Het gebied grenst aan het Van Heukelompark. Met de ontwikkeling worden maximaal 190 woningen mogelijk gemaakt in de wijk Zuilen. De vraag naar woningen in Utrecht is groot en de stad blijft ook nog groeien. Op 1 januari 2025 telde de gemeente Utrecht 376.735 inwoners. Utrecht verwacht dat het inwonersaantal in de periode tot 2040 zal groeien naar 472.767. Overprogrammering en leegstand is in Utrecht bij het toevoegen van woningen niet aan de orde. Daarnaast levert het plan een bijdrage aan de Utrechtse woonvisie aangezien er circa 75% sociale huurwoningen en circa 25% middenhuurwoningen worden gerealiseerd. De sloop-nieuwbouw leidt tot een betere benutting van de ruimte in bestaand stedelijk gebied. Woonin huisvest volgens lopende afspraken ook verschillende aandachtsgroepen, verspreid over de bouwblokken. Daarnaast wordt er in het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan een buurthuis gerealiseerd. In eerste instantie alleen voor huurders van het complex, maar in een later stadium mogelijk ook voor de wijk. Bewoners kunnen elkaar in het buurthuis, op een laagdrempelige manier, ontmoeten. Het is daarnaast mogelijk om deze ruimte in de toekomst voor een woning in gebruik te nemen.
Conclusie Er is behoefte aan zowel woningen als een buurthuis (die later ook nog in een woning veranderd kan worden). Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de systematiek van de ladder.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht en Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 1 april 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht in werking getreden. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. De provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. De provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is.
Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. De provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoet water of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 19
Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met de trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners.
Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. De provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Op 1 januari 2024 is de omgevingsverordening van de provincie Utrecht in werking getreden. De omgevingsverordening bevat onder andere instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Op 1 maart is de eerste wijziging van deze omgevingsverordening vastgesteld. De laatste versie is gewijzigd op 1 september 2024.
De opbouw van de Omgevingsverordening ziet er als volgt uit: er staan instructieregels over ontwikkelingen die met water te maken hebben in; instructieregels die zien op grondwaterbeheer; instructieregels ten aanzien van bereikbaarheid; instructieregels die zien op windenergie, zonne-energie en biomassa; instructieregels ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN), Groene contour en Weidevogelkerngebieden; instructieregels over werelderfgoed en kwaliteit van landschappen; instructieregels over agrarische bedrijven; en instructieregels over stedelijke functies in stedelijk of landelijk gebied, recreatie en stiltegebieden. Uitvoering In drie regio's werkt de provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied Omgevingsverordening In de omgevingsverordening is de locatie van de ontwikkeling aangeduid als stedelijk gebied.
Een omgevingsplan dat regels bevat voor woningbouw moet voldoen aan het programma Wonen en werken, waarin hoofdlijnen zijn opgenomen voor woningbouw in de provincie. Met de ontwikkeling worden sociale huur en middenhuur woningen binnen het stedelijk gebied mogelijk gemaakt en zijn afspraken gemaakt over duurzaamheid en energie. In de omgevingsverordening is de locatie aangewezen als overstroombaar gebied. Er wordt voldaan aan artikel 2.16 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht. In paragraaf 5.13 wordt verder ingegaan op het aspect overstroombaarheid. Uit artikel 4.1 van de omgevingsverordening volgt dat bij een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt rekening moet worden gehouden met bereikbaarheid. In 2 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
paragraaf 4.2 wordt ingegaan op het effect van de nieuwbouw op het aantal verplaatsingen, ontsluiting van het plangebied en eventuele knelpunten die kunnen ontstaan op omliggende verkeers- en vervoersnetwerken. Artikel 5.11 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht bepaalt dat in een omgevingsplanwijziging wat meer dan 10 woningen mogelijk maakt, rekening wordt gehouden met de aansluiting op de elektriciteits-infrastructuur. In paragraaf 5.20 wordt ingegaan op de beschikbaarheid van de elektriciteits-infrastructuur, het voorziene systeem van energiebeheer en een afweging gemaakt of de nieuwe functies er vanuit het beheer en beschikbaarheid van de elektriciteits-infrastructuur ontwikkeld kunnen worden. Overige regels zijn niet van toepassing op het plangebied. De ontwikkeling past binnen regels van de omgevingsverordening. Omgevingsvisie In het provinciale ruimtelijk beleid wordt ingezet op binnenstedelijke ontwikkeling op goed bereikbare locaties. De vervanging van de verouderde bebouwing door nieuwbouw zorgt voor een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, past binnen het programma Wonen en werken en levert een bijdrage aan het sociale en middenhuur woningprogramma van de gemeente. Tussen de bouwblokken worden groenvoorzieningen gerealiseerd die bijdragen aan een verbetering van de openbare ruimte.
De groenvoorzieningen gaan één geheel vormen met het naastgelegen Van Heukelompark, de ecologische verbinding tussen de Vecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Het buurthuis in het bouwblok aan de Burgemeester Norbruislaan zorgt daarnaast voor contact tussen buurtbewoners wat bijdraagt aan een fijne en veilige leefomgeving. De ontwikkeling is in overeenstemming met de omgevingsvisie. 2.2.2
Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 (Eindbalans)
De essentie van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 is verdichting en kwaliteitsverbetering. Dit houdt in het vinden van een oplossing voor de spanning tussen de behoefte aan ruimte om te wonen en te werken voor het groeiend aantal huishoudens en de behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijke- en economische ontwikkeling. Woningbouw Het woningbouwprogramma voor de periode 2015-2030 bedraagt in totaal 68.700 woningen, waarvan 15.000 in Almere zijn gepland. De Ontwikkelingsvisie concentreert de nieuwe woningbouw sterk in bestaand bebouwd gebied: 35.800 woningen zal in bebouwd gebied worden gerealiseerd en 32.900 woningen buiten bebouwd gebied. Nieuwbouw in bestaand gebied is mogelijk door verdichting in stadsdelen en herstructurering van verouderde locaties. De A12-zone en stationsgebied Amersfoort zijn projecten waar in de periode 2015-2030 door transformatie kan worden bijgedragen aan verdichting en kwaliteitsverbetering. De Noordvleugel Utrecht ziet goede mogelijkheden om de complexe binnenstedelijke opgave, waaronder de A12-zone en het stationsgebied van Amersfoort, als nieuw sleutelproject te definiëren. Werklocaties Voor bedrijventerreinen heeft de Noordvleugel Utrecht de uitbreidingsbehoefte voor de periode 2015-2030 berekend op 410 ha bruto.
De regio heeft, in overleg met het Rijk, zich de ambitie gesteld om bestaande en nieuwe bedrijventerreinen tien procent intensiever te gebruiken dan nu het geval is. De intensivering zal vorm krijgen door toepassing van de SER-ladder. Daardoor is de planningsopgave tien procent lager: 410 in plaats van 455 ha. De realisatiemogelijkheden zijn echter beperkt: slechts voor 179 ha kan op eigen grondgebied worden ingevuld. Op korte termijn wordt bekeken hoe de vraagzijde zich ontwikkelt en welke mogelijkheden aan de aanbodzijde kunnen worden gevonden voor het ruimtetekort. Het beleid van de regionale overheden om de ontwikkeling van kantoren te concentreren op toplocaties die goed bereikbaar zijn, zal in hoofdlijnen worden voortgezet.
Voorwaarden De woningbouw en de ontwikkeling van werklocaties moeten voldoen aan de volgende randvoorwaarden voor het behoud van de kwaliteit van het gebied en voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling als geheel: als het mogelijk is om de grote binnenstedelijke opgave in de regio Utrecht tot stand te brengen, worden daarmee kosten van nieuwe weginfrastructuur beperkt; de groeiende binnenstedelijke bevolking is tegelijk een randvoorwaarde om het hoogwaardig openbaar vervoer rendabel te maken; het buitengebied dient voldoende groene en watergebonden recreatiemogelijkheden te bieden; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 21
het grootste deel van de nieuwe recreatiemogelijkheden zal dicht rond de steden moeten worden aangelegd; daarnaast is er een sterke focus op de aanleg van stad-landverbindingen. het Rijk hanteert voor nieuwbouwlocaties het richtgetal van 75 m2 recreatief groen per woning. Bij een opgave van 65.500 woningen dient ongeveer 500 ha aan recreatief groen te worden gerealiseerd; enkele gebieden komen niet of in beperkte mate voor uitleg in aanmerking. Met name aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht, in de veenweidegebieden, is de problematiek rondom water én bodemdaling complex; in de diepe droogmakerijen in of aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht liggen urgente wateropgaven. Hier wordt gestreefd naar vernatting al dan niet in combinatie met functieverandering. Plangebied De ontwikkeling ziet op de sloop van de bestaande 103 woningen en nieuwbouw van maximaal 190 woningen in de wijk Zuilen. Het gaat dus om een binnenstedelijke verdichting waarmee wordt bijgedragen aan de doelstelling in de ontwikkelvisie om 35.800 woningen te bouwen in bebouwd gebied. De ontwikkeling past binnen de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030. 2.2.3
Waterbeheerprogramma 2022-2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam
Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden aan bescherming tegen onder andere overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem, het waterkwaliteitsniveau, het bevorderen van biodiversiteit en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft haar ambities en visies over schoon en gezond water, duurzaamheid en een waterveilig en klimaatbestendig gebied vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam. Elk zes jaar wordt dit document herzien. De vorige versie betrof de Waterkoers: 2016-2021. Het waterschap wil transparant, doelmatig en effectief bijdragen aan gezond leven in een toekomstbestendig gebied. Klimaatadaptatie, de energietransitie, circulariteit, bodemdaling, droogte en biodiversiteit hebben allemaal een watercomponent. In de koers wordt gekozen om extra in te spannen om water een sturende rol te laten hebben in de ruimtelijke inrichting. Het waterschap wil die sturende rol invullen door aan te sluiten bij gebiedsallianties en andere regionale samenwerkingen waar ruimtelijke opgaven samenkomen en er gebiedsgerichte ontwikkeling plaatsvindt.
Daarnaast wordt gericht op het zuiver en duurzaam voor de toekomst werken door onder andere extra inspanning te leveren op zuiveringen voor gezond oppervlaktewater en het sluiten van regionale water- en grondstofkringlopen. Plangebied Voor de ontwikkeling is een watertoets (zie paragraaf 5.13) doorlopen, waarbij aandacht is besteed aan het wateraspect.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Coalitieakkoord 'Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat' Op 1 juni 2022 is het coalitieakkoord gepresenteerd. In het coalitieakkoord staat aan welke onderwerpen de coalitiepartijen GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie de komende jaren in Utrecht willen werken. In Utrecht wordt gebouwd, gewerkt en geleefd. Het gaat goed met veel inwoners. Maar er zijn ook Utrechters die moeite hebben mee te komen in de maatschappij. De coalitiepartijen willen werken aan gelijke kansen, betaalbare woningen en het klimaat: De groeiende ongelijkheid in de stad De coalitiepartijen zetten een stap extra voor Utrechters die steun in de rug nodig hebben. De aandacht gaat vooral uit naar Utrechters bij wie het niet vanzelf goed gaat. Voor de doelen en maatregelen in het coalitieakkoord geldt het principe 'ongelijk investeren voor gelijke kansen'. Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hier hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan en (mentale) gezondheid zijn hierbij allemaal belangrijk. De grote woningnood 2 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld)
Utrecht
Met een sociaal volkshuisvestingsbeleid willen de coalitiepartijen ervoor zorgen dat mensen in onze stad kunnen blijven wonen of kunnen komen wonen. De coalitiepartijen vinden het belangrijk dat Utrecht een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad is en blijft. Groei is geen doel op zich, het moet duurzaam in balans zijn. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor zowel rust als reuring. Het houdt ook in dat woningen duurzaam, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn. En het betekent ook dat er genoeg voorzieningen in de wijken zijn. Het grote tekort aan betaalbare woningen vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Daarom grijpen de coalitiepartijen in bij grote ongelijkheid op de woningmarkt. Ook hier is extra aandacht voor groepen die niet automatisch de ruimte krijgen, zoals mensen met lage inkomens, studenten, daklozen, starters en ouderen. De klimaatcrisis De coalitiepartijen kiezen voor stevige maatregelen om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis. De coalitiepartijen benutten alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie binnen de Utrechtse gemeentegrenzen en gaan met bewoners en ondernemers ambitieus aan de slag met energiebesparing. Nieuwbouw is energiezuinig en klimaatadaptief en de coalitiepartijen gaan actief aan de slag met geothermie en aquathermie.
De coalitiepartijen blijven investeren in lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden om de brandstofmotor uit de stad te laten verdwijnen en om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde klimaataanpak. De coalitiepartijen geven groen in de stad een flinke impuls en maken de openbare ruimte zoveel mogelijk publiek toegankelijk. Rond de stad creëren de coalitiepartijen natuur en landschap van groter formaat met een combinatie van natuur, recreatie en energieproductie. Naast deze 3 grote opdrachten zien de coalitiepartijen ook veel kansen voor Utrecht. Utrecht is een (veer)krachtige stad. Kennisinstituten, bedrijven en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met gezondheid voegen zich samen in onze stad en regio. Dit past heel goed bij het doel dat de gemeente Utrecht al jaren heeft: gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk maken. Samenwerking met (maatschappelijke) partners op het thema gezondheid is één van de manieren om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken. Plangebied Aan het plangebied worden extra sociale- en middenhuur nieuwbouwwoningen toegevoegd. Met de verdichting wordt de woningvoorraad met maximaal 87 woningen uitgebreid en wordt een buurthuis gerealiseerd, in eerste instantie voor alleen huurders, maar in een later stadium mogelijk ook voor de wijk, die bijdraagt aan een laagdrempelige manier van ontmoeten.
In de energievoorziening wordt gedeeltelijk voorzien door middel van zonnepanelen op de daken en een warmte-koudeopslag. Bij nieuwe projecten wordt een prijsklasseverdeling van 40% sociale huurwoningen, 35% uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop) en 25% vrije sector woningen gehanteerd. Binnen het plangebied worden alleen sociale huurwoningen en middenhuur woningen gerealiseerd, omdat woningcorporatie Woonin de initiatiefnemer is en deze partij zich uitsluitend op deze markt richt. Er wordt afgeweken van eerdergenoemde verdeling, maar er kan gesteld worden dat er genoeg behoefte is aan de beoogde woningen. Woonin heeft als taak om vooral sociale huurwoningen te realiseren. De ontwikkeling past hiermee in de uitgangspunten van het coalitieakkoord. 2.3.2
Omgevingsvisie Utrecht
In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 455.000 inwoners in 2040. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving.
Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Van Heukelomlaan en Berlagestraat, Zuilen" (vastgesteld) 23
Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt. In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven. De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders toegelicht. 2.3.2.1 De koers Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die vanaf 1 januari 2024 in het omgevingsplan worden vastgelegd. De RSU 2040 is op 15 juli 2021 vastgesteld en bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad tot 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk.