CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

SV 2022 nr. 228 Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven (met antwoord)

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven3.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2022, NUMMER 228

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

17 januari 2023 College B&W L. Odijk 14030 leendert.odijk@utrecht.nl 4581023/20230106/LO Energie en Klimaat

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2022, nummer 228 van de raadsleden Dijkstra (EenUtrecht), Peters (D66), Heijne (GroenLinks), Te Hoonte (VVD), Raaijmakers (PvdA) en Smit (VOLT) van 21 december 2022 over ‘Eerlijke ruimte voor lokale energieinitiatieven’. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Inleiding Als bestuur werken we vanuit de vastgestelde kaders uit de Transitievisie Warmte (TVW). Daarin stellen we te zoeken naar betaalbare aardgasvrije oplossingen voor de bewoners van de stad. In de afwegingen die we maken staat het publieke belang voorop. Voor het aardgasvrij maken van onze wijken hebben we diverse alternatieven voor aardgas onderzocht. Daaruit blijkt dat een collectief warmtenet voor de meeste inwoners van de stad de snelste, duurzaamste en goedkoopste variant is. Het is bovendien een oplossing waarin iedereen mee kan en waarbij we onze bewoners maximaal kunnen ontzorgen. Er is rekening gehouden met de investeringen die voor de alternatieven nodig zijn en er is onderzocht welke aansluitsnelheid haalbaar is om te komen tot een gasvrije buurt. In het ‘Programma Overvecht-Noord aardgasvrij’, dat wij uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023 aan uw raad willen voorleggen, zullen wij deze onderzoeken en de gemaakte afwegingen uitgebreid toelichten.

Op basis van deze informatie kunt u als raad besluiten hoe Overvecht-Noord aardgasvrij wordt. Vraag 1 Wat is in het algemeen de reactie van het college op de ‘Standpuntnota verduurzaming stadsverwarming’, in het bijzonder op de vijf genoemde voorstellen? Antwoord 1 Om in 2050 tot een duurzaam energiesysteem te komen waarop alle huishoudens in Utrecht aangesloten zijn, streven we naar een alternatief voor aardgas met de laagste maatschappelijke kosten. Dit is een landelijk uitgangspunt. Voor Overvecht-Noord zijn alle kosten van verschillende warmte-alternatieven door APPM/CE Delft en Greenvis op een gelijkwaardige wijze berekend en inzichtelijk gemaakt. Alle investerings- en verbruikskosten van bron, infranetwerk en

huisaanpassingen zijn meegenomen. Het blijkt dat voor de circa 2500 huishoudens in OvervechtNoord de uitbreiding van het warmtenet leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Ook is berekend dat dan de eindgebruikerskosten voor bewoners het laagst zijn. De wens van de bewonersinitiatieven is om deze overstap pas te maken als de productie van warmte uitsluitend door duurzame bronnen plaatsvindt. Echter, om aan de klimaatafspraken van Parijs te voldoen, doorlopen we drie parallelle transities die nauw met elkaar samenhangen: - onze gebouwen maken we energiezuinig; - we verduurzamen de bronnen, en - we passen de infrastructuur zo aan dat nieuwe bronnen met de gebouwen zijn verbonden. Deze transities zijn met elkaar verweven. We pakken ze gelijktijdig aan en niet volgordelijk in de tijd. Als we dat wel zouden doen, leidt dat tot vertraging en raakt het uiteindelijke doel buiten bereik. Wel moet er voldoende zekerheid bestaan dat het eindplaatje klopt, zoals uw raad ook heeft uitgesproken bij de vaststelling van de TVW en in het amendement (A45). Dat betekent onder andere dat voor nieuwe aansluitingen op collectieve warmte voldoende zicht op duurzame bronnen moet zijn. Voor de eerste tranche hebben we vastgesteld dat dat het geval is en u bent hierover op 24 mei 2022 geïnformeerd.

Vraag 2 Is het college voornemens deze reactie ook te verwoorden naar en te bespreken met de opstellers van deze nota? Antwoord 2 Ja, er wordt een antwoord aan de bewonersinitiatieven Nieuwe Energie voor de Vechtzoom (NEV) en Klopvaartbuurt Aardgasvrij (KVA) voorbereid. Tevens is een kopie van de raadsbrief van 13 december 2022, waarin op onderdelen uit de nota is ingegaan, ook met de bewoners gedeeld. En verder zijn we regelmatig in gesprek met de beide buurtinitiatieven, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Twee keer per jaar vindt bestuurlijk overleg plaats, met deelname van gemeente, Stedin en Energie-U. Ambtelijk is er elke zes weken een afstemmingsoverleg. Vraag 3 Hoe gaat het college om met dit ongelijke speelveld? Antwoord 3 Wij zien geen ongelijk speelveld. In de verschillende varianten die zijn onderzocht, worden alle kosten inzichtelijk gemaakt en opgeteld. De kosten van investeringen in duurzame bronnen worden in beide gevallen doorbelast in de variabele tarieven voor energie: voor warmte in de GJ-prijs, voor elektra in de KWh-prijs. De variabele tarieven staan los van de tarieven voor gebruik van het netwerk; die worden doorbelast in de leveringstarieven. Investeringen in een duurzame bron kan leiden tot verhoging van de variabele tarieven.

Uit de berekeningen, die Eneco samen met NEV heeft opgesteld, blijkt dat een specifieke bron voor de buurt circa 4 tot 6 miljoen Euro duurder kan uitvallen. Voor investeringen in bronnen kunnen energiebedrijven landelijk aanspraak maken op ISDE-subsidie, zodat onrendabele kosten van investeringen in hun duurzame bron worden afgedekt. Daarmee blijven variabele kosten laag. De rest van de kosten wordt doorbelast in de variabele tarieven. In het rapport van Greenvis naar duurzame bronnen, is ook het onderscheid gemaakt tussen vaste en variabele kosten. In die berekeningen zijn alle kosten voor verschillende alternatieven tegen elkaar afgewogen. Vraag 4 Waar ziet het college mogelijkheden om lokale initiatieven zoals die van NEV en KVA meer ruimte te bieden?

2

Antwoord 4 In de TVW deel II is gesteld dat er in de Buurtaanpak Aardgasvrij ruimte is voor buurtinitiatieven. We stimuleren juist een constructieve samenwerking tussen buurtinitiatief en gemeente. We bekijken of het buurtinitiatief een goed alternatief biedt aan alle bewoners in de buurt, ook diegenen die geen actieve deelnemer zijn aan het betreffende initiatief. Het alternatief moet minimaal vergelijkbaar zijn met het voorstel dat via een reguliere buurtaanpak onder regie van de gemeente tot stand komt. Tevens moet een alternatief niet ten koste gaan van belangen elders in de stad. Het alternatief van het bewonersinitiatief toetsen we aan dezelfde uitgangspunten als de uitwerkingen uit de gemeentelijke wijkaanpak, zoals woonlastenneutraliteit en CO2-besparing. De buurtinitiatieven NEV en KVA hebben zich de afgelopen drie jaar heel actief ingezet in de zoektocht naar een alternatieve oplossing. Zo hebben de initiatiefnemers meegewerkt aan het onderzoek van APPM/CE-Delft. Ook heeft de gemeente op verzoek van de buurtinitiatieven een aanvullend onderzoek door Greenvis laten uitvoeren naar alternatieven voor het warmtenet van Eneco. En tot slot heeft Eneco samen met de buurtinitiatieven onderzoek gedaan naar een eigen bron-net. Uit al deze onderzoeken is gebleken dat alternatieven duurder zijn dan uitbreiding van het huidige warmtenet.

We hebben ons dus maximaal ingezet om de buurtinitiatieven te helpen bij beantwoording van hun vragen en hebben ze ook met onderzoeksmogelijkheden gefaciliteerd. Dit heeft echter niet geleid tot een beter geschikt alternatief. Wij zien voor de buurtinitiatieven een waardevolle rol in het bereiken en betrekken van hun achterban en andere bewoners. Juist hun netwerk op straatniveau willen we graag benutten in het toelichten van uitkomsten van alle onderzoeken. Verder zijn we op dit moment met de buurtinitiatieven en de klankbordgroep in gesprek over hoe een aansluiting op een warmtenet van Eneco aantrekkelijker kan zijn. En tot slot onderzoekt de gemeente mogelijkheden om het warmtesysteem publiek te maken. Daarmee spelen we in op het voornemen van het kabinet. We lichten dat ook toe in de raadsbrief van 13 december 2022. Vraag 5 Waarom zijn de beschikbare subsidies voor het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord niet benut om de onrendabele top van de voorstellen van NEV en KVA te financieren? Antwoord 5 Indien we de beschikbare PAW-middelen investeren in de kosten van de lokale bron, is er onvoldoende subsidie beschikbaar om de overige woningen op de benodigde warmteleidingen aan te sluiten. Een overmatig deel van de subsidie zou in dat geval naar een relatief klein deel van de wijk gaan.

Dit gaat ten koste van andere woningen in Overvecht-Noord en ook bedrijven, die niet vertegenwoordigd worden door deze twee buurtinitiatieven. In alle onderzoeken die de afgelopen drie jaar zijn uitgevoerd, is steeds gezocht naar de meest haalbare oplossing met zo min mogelijk kosten. De uitbreiding van het huidige warmtenet is, zo blijkt uit die onderzoeken, vanuit kostenperspectief het meest aantrekkelijk. Daarmee bereiken we maximale impact met de beschikbare subsidies. We zien voldoende kansen om met de beschikbare middelen heel Overvecht-Noord te bedienen in plaats van slechts één of enkele buurten. Wij komen dit jaar nog met voorstellen hiertoe in het eerdergenoemde ‘Programma Overvecht-Noord Aardgasvrij’. Vraag 6 Kan het college aangeven waarom in de afgelopen jaren (vanaf 2018) dergelijke initiatieven zijn gestimuleerd en zelfs actief gemobiliseerd en deze nu niet meer actief door de gemeente worden ondersteund?

3

Antwoord 6 Conform de door de raad vastgestelde kaders in de TVW toetsen wij alternatieven voor aardgas op de (maatschappelijke) kosten, betrouwbaarheid, duurzaamheid en transparantie. Als een lokaal initiatief op deze punten gelijkwaardig of beter scoort is dat goed nieuws omdat dit een bijdrage levert aan lokaal eigenaarschap en zeggenschap. Als dat niet het geval is, dan kiezen we vanuit het belang van bewoners of het bredere stedelijke belang voor het alternatief dat onder regie van de gemeente Utrecht is ontwikkeld. Dat is hier het geval. Dat laat onverlet dat het van grote toegevoegde waarde is dat bewoners actief betrokken zijn bij het hele proces: om mee te denken en plannen te verbeteren, om hun buren te betrekken en om samen te werken aan andere onderdelen in de energietransitie zoals besparing. Ook zijn wij op zoek naar mogelijkheden voor een sterkere betrokkenheid van gebruikers bij het collectieve net. Vraag 7 Hoe waardeert het college dit Hybride-Plus warmteplan? Antwoord 7 We vinden de hybride route op deze plek op dit moment onverstandig en wel om vier redenen: 1. Het hybride plan stoelt op een investering in hybride warmtepompen, waardoor de woning pas in 2045 van het gas af gaat. We zien daar inhoudelijk geen goede gronden voor. En op deze manier boeken we niet de (mede door de raad) gewenste voortgang. 2.

Het elektriciteitsnet is nu niet ingericht op het Hybride-Plus warmteplan en moet eerst worden verzwaard. In dat geval moet eerst worden geïnvesteerd in het elektriciteitsnet en later nogmaals in een warmtenet. 3. De CO2-uitstoot voor verwarming met een warmtepomp daalt met 30 tot 55 procent ten opzichte van een cv-ketel op aardgas (Milieucentraal). Voor een hybride warmtepomp is dit 30% (Milieucentraal). Dit hangt wel af van de elektriciteit waarop de warmtepomp draait. Als dit grijze stroom is, dan is de reductie kleiner. Eneco geeft aan dat er een CO2-reductie optreedt van 55-66% ten opzichte van een cv-ketel op aardgas. Daarmee is het Hybride-Plus warmteplan vanaf de start een minder goede optie voor de CO2-reductie. Ook gaat de verduurzaming van het elektriciteitsnet trager dan bij het warmtenet. Verduurzaming van het warmtenet is potentieel mogelijk op Utrechts grondgebied, voor elektriciteit staat vast dat dat niet kan. Zo was in 2021 in het landelijke elektriciteitsnet nog maar 30% van hernieuwbare herkomst. 4. Het Hybride-Plus warmteplan vraagt een investering van bewoners die niet iedereen kan betalen. Daarmee voldoet het plan niet aan de door uw raad vastgestelde voorwaarde van woonlastenneutraliteit. Tevens moet er tweemaal geïnvesteerd worden, nu en over 15 jaar. Iedereen moet mee kunnen in de overstap, ook bewoners met een smalle beurs.

Woonlastenneutraliteit is alleen mogelijk als er flinke subsidie beschikbaar is. Dit extra subsidiebedrag zouden we dan inzetten voor een minder kosteneffectieve optie. Als we dat als overheid doen, dan kunnen we dezelfde Euro’s niet elders investeren en is de samenleving als geheel duurder uit. Vraag 8 Is het mogelijk dat dit (relatief kleinschalige) plan naast het bestaande plan kan bestaan om woningen op de stadsverwarming aan te sluiten? Antwoord 8 In de landelijke opdracht aan de gemeente om een TVW op te stellen, en de daaruit volgende stap om te komen tot een Wijkuitvoeringsplan, is bepaald dat in dat plan een duurzaam alternatief met de laagste maatschappelijke kosten uitgangspunt is. Zo staat het ook in de TVW deel I en II, die beiden door uw raad zijn vastgesteld. Zoals eerder gezegd maakt het Hybride-Plus warmteplan de totale transitie in Overvecht-Noord duurder. Daarnaast is het waarschijnlijk dat het collectieve systeem, met 4

een kleinere schaal, dat alsnog elders wordt aangelegd per aansluiting duurder wordt. In een buurt of straat twee parallelle systemen aanleggen maakt de transitie vanzelfsprekend nog prijziger. Vraag 9 Is het college bereid dit plan zodanig te ondersteunen dat het een reële kans krijgt? Belangrijk zijn dan een gelijk speelveld voor het vergelijken van kosten en het inzetten van financiële middelen en voldoende faciliteiten voor ontwikkeling. Antwoord 9 Wij zijn van mening dat er sprake is van een gelijk speelveld en dat deze variant niet optimaal is vanuit publiek belang en de door uw raad vastgestelde voorwaarden. Zie verder ook de beantwoording bij vraag 7. Vraag 10 Moeten er bij de hybride-plus variant aanpassingen gedaan worden aan het stroomnet? Antwoord 10 Stedin heeft aangegeven dat indien Overvecht-Noord wordt aangesloten op een lage temperatuur warmtenet, een hybride oplossing of all electric bij ongeveer 50% van de huisaansluitingen aanpassing nodig is. Het overgrote deel van de stijgleidingen in appartementen en alle laagspanningskabels in de straat moeten dan worden vervangen. Het aantal laagspanning-stations in de wijk verdubbelt en het huidige middenspanning-station in Overvecht-Noord zal verzwaard moeten worden voor een bedrag van circa 20 miljoen Euro.

Mogelijke zijn er ook nog kosten voor verzwaring van het middenspanning-station in Merwede en het hoogspanning-station in Lage Weide. Vraag 11 Onder welke voorwaarden is het voor het college denkbaar dat de deadline voor het afsluiten van aardgas wordt opgeschoven, als blijkt dat er plannen liggen die meer klimaatwinst opleveren en vergelijkbaar of beter scoren op de publieke waarden en op een groter draagvlak kunnen rekenen van de buurt? Antwoord 11 We zien vanuit alle onderzoeken en ontwikkelingen geen aanleiding om de ambitie om in 2030 Overvecht-Noord af te sluiten van het gas, los te laten. We vinden het ook onwenselijk. Immers, naast buurtinitiatieven praten we ook met corporaties, de netbeheerder, lokale bedrijven en andere vastgoedeigenaren. Het loslaten van deze ambitie heeft meteen gevolgen voor de plannen van alle partijen in de wijk. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat uitbreiding van het warmtenet de grootste klimaatwinst oplevert in de range van 55% tot 60%. Tevens is dit een oplossing met de laagste maatschappelijk kosten, is ze op korte termijn te realiseren en kunnen we mensen goed ontzorgen. We weten uit gehouden enquêtes, dat betaalbaarheid voor inwoners in Overvecht-Noord de meest belangrijke afweging is. Acceptatie is gebaat bij een keuze voor een goedkoop en betaalbaar alternatief.

Een alternatief dat nu om uitstel vraagt tot 2045 is wat ons betreft geen aantrekkelijk alternatief. Vraag 12 Is er speelruimte rondom de deadline van 2030? Zo ja, hoeveel? Antwoord 12 In 2023 krijgt u als raad het ‘Programma Overvecht-Noord Aardgasvrij’ voorgelegd ter besluitvorming. Dit zijn de eerste vier buurten met in totaal 8800 aansluitingen die we uiterlijk 2030 afsluiten van aardgas. Natuurlijk bestaat de mogelijkheid om met dit jaartal als uitgangspunt, op goede gronden de afsluiting enigszins te verschuiven naar een of twee jaar later. Tegelijk realiseren we ons dat de woningen en gebouwen in deze buurten onderdeel zijn van de nationale ambitie van 1,5 miljoen 5

woningen aardgasvrij in 2030, de in de TVW genoemde 40.000 gebouwen in blok 1 en de circa 120.000 gebouwen in heel Utrecht die in 2050 aardgasvrij moeten zijn. Vanuit de logistieke kant en de benodigde uitvoeringscapaciteit, is substantieel uitstel van de deadline niet wenselijk. Het einddoel wordt voor 2050 wordt dan immers moeilijker bereikbaar. In het omgevingsplan dat volgt op het ‘Programma Overvecht-Noord Aardgasvrij’ in 2024 wordt de exacte afsluitdatum bepaald. Vraag 13 Welke consequenties zitten er aan het opschuiven van de 2030 deadline? Antwoord 13 Indien we met de deadline schuiven, ontstaat er ook meer onzekerheid. Door een duidelijk stip op de horizon weten bewoners, bedrijven, woningcorporaties en netwerkbedrijven waar ze aan toe zijn. Er moet nog veel gebeuren om de klimaatdoelen in 2050 te halen. Daarvoor is tempo nodig. Het wegnemen van een duidelijke deadline zorgt dat bij bedrijven en bewoners de urgentie verdwijnt. Vraag 14 Op welke termijn zouden gasleidingen vernieuwd moeten worden? Antwoord 14 De brosse leidingen in de wijk worden voor 2028 allemaal vervangen. Voor alle overige leidingen in Overvecht-Noord houdt Stedin (voor leidingen die ouder zijn dan 30 jaar) een gemiddelde afschrijving van 40 jaar aan. Stedin heeft nog geen planning gemaakt wanneer deze leiddingen vervangen worden. Afsluiting van de gasleidingen is voor 2030 mogelijk.

6

Schriftelijke vragen: Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven 21 december 2022 De Bewonersinitiatieven Nieuwe Energie voor de Vechtzoom (NEV) en Klopvaartbuurt Aardgasvrij (KVA) hebben een ‘Standpuntnota verduurzaming stadsverwarming’ d.d. september 2022 opgesteld (bijgevoegd). Daarin worden de volgende vijf voorstellen gedaan: (1) Verhoog de ambitie voor verduurzaming: maak voor 2030 het grootste deel van de huidige aansluitingen op stadsverwarming duurzaam. (2) Maak hardere afspraken over de verduurzaming van de stadsverwarming. Daar horen dan ook sancties bij en een exit-mogelijkheid voor het geval de afspraken niet worden gehaald. (3) Sluit pas nieuwe woningen aan als de beschikbaarheid van duurzame bronnen is bewezen. (4) Geef ruimte aan alternatieve strategieën die sneller klimaatwinst opleveren. Denk aan hybride oplossingen of kleinschalige warmtenetten. (5) Neem bij het vergelijken van alternatieven de kosten voor verduurzaming van de stadsverwarming mee. Duurzame alternatieven vallen nu bij vergelijking duurder uit, omdat bij stadsverwarming de kosten voor verduurzaming niet meegerekend worden.

Vragen: 1. Wat is in het algemeen de reactie van het college op de ‘Standpuntnota verduurzaming stadsverwarming’, in het bijzonder op de vijf genoemde voorstellen? 2. Is het college voornemens deze reactie ook te verwoorden naar en te bespreken met de opstellers van deze nota? Een haalbaarheidsonderzoek van NEV en Eneco voor een buurt warmtenet met een lokale duurzame bron bleek niet haalbaar, omdat de kosten in vergelijking met het alternatief ‘aansluiten op stadsverwarming van Eneco’ hoger waren. Dit kwam vooral door de kosten voor de duurzame lokale bron. KVA onderzocht opties voor een duurzaam warmte alternatief met zonthermie. Ook dat bleek niet haalbaar omdat de kosten voor duurzaamheid het systeem duurder maken dan 'aansluiten op de stadsverwarming’. Bij aansluiting van een buurt op de stadsverwarming blijven de kosten die Eneco moet maken voor de verduurzaming van het warmtenet buiten beschouwing. Wij zien

7

dit als een ongelijk speelveld, waardoor een buurtinitiatief met een dergelijk duurzaam alternatief nooit een kans maakt. 3. Hoe gaat het college om met dit ongelijke speelveld? 4. Waar ziet het college mogelijkheden om lokale initiatieven zoals die van NEV en KVA meer ruimte te bieden? 5. Waarom zijn de beschikbare subsidies voor het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord niet benut om de onrendabele top van de voorstellen van NEV en KVA te financieren? De voorstellen van NEV en VKA voor een lokaal warmtenet worden op dit moment niet meer verder uitgewerkt. Dat geldt ook voor diverse andere vergelijkbare buurtinitiatieven. 6. Kan het college aangeven waarom in de afgelopen jaren (vanaf 2018) dergelijke initiatieven zijn gestimuleerd en zelfs actief gemobiliseerd en deze nu niet meer actief door de gemeente worden ondersteund? Inmiddels zetten de buurtinitiatieven NEV en KVA in op een Hybride-Plus warmteplan. Hybride warmtepompen en isoleren van de woningen leveren sneller een grotere CO2 besparing op dan het aansluiten op de stadsverwarming van Eneco. En bieden bewoners een laagdrempelige stap om op te schalen naar volledig all electric. Voor wie dat wil kan het ook in één stap. Zo wordt iedereen uiteindelijk aardgasvrij. 7. Hoe waardeert het college dit Hybride-Plus warmteplan? 8.

Is het mogelijk dat dit (relatief kleinschalige) plan naast het bestaande plan kan bestaan om woningen op de stadsverwarming aan te sluiten? 9. Is het college bereid dit plan zodanig te ondersteunen dat het een reële kans krijgt? Belangrijk zijn dan een gelijk speelveld voor het vergelijken van kosten en het inzetten van financiële middelen en voldoende faciliteiten voor ontwikkeling. De deadline 'aardgasvrij 2030' is voor een Hybride-Plus plan een belemmering. De financiering van hybride warmtepompen moet dan binnen 8 jaar afgeschreven zijn. Door langer gebruik te maken van gas als back-up (alleen in koude periodes) kan de hybride fase financieel haalbaar worden. In een volgende cyclus van investering kan dan de stap naar volledig all electric (aardgasvrij) worden gezet. 10. Moeten er bij de hybride-plus variant aanpassingen gedaan worden aan het stroomnet? 11. Onder welke voorwaarden is het voor het college denkbaar dat de deadline voor het afsluiten van aardgas wordt opgeschoven, als blijkt dat er plannen liggen die meer klimaatwinst opleveren en vergelijkbaar of beter scoren op de publieke waarden en op een groter draagvlak kunnen rekenen van de buurt? 12. Is er speelruimte rondom de deadline van 2030? Zo ja, hoeveel? 13. Welke consequenties zitten er aan het opschuiven van de 2030 deadline? 14. Op welke termijn zouden gasleidingen vernieuwd moeten worden?

Gesteld door: • •

Gert Dijkstra, EenUtrecht Ralph Peters, D66 8

• • • • •

Rachel Heijne, GroenLinks Gertjan te Hoonte, VVD Ilse Raaijmakers, PvdA Veerle Smit, VOLT Jantine Zwinkels, CDA

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=af92c0a7-d4b7-44a9-ae10-53819249a34b