SV 2020 nr. 085 Soepel met de kostendelersnorm (met antwoord).pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2020, NUMMER 296 Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
20 januari 2021 College B&W J.M.J. Noble 14 030 jennifer.noble@utrecht.nl 8473605 Werk en Inkomen
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2020 nummer 296 van raadsleden Van der Zweth (PvdA), Kleinrensink (GroenLinks) en Podt (D66) van 18 december 2020 over Maatwerk bij toepassen kostendelersnorm. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Kan het college toelichten welke ruimte Amsterdam benut om af te wijken van de kostendelersnorm die in Utrecht niet of minder wordt toegepast? Kan het college toezeggen de lessen van Amsterdam ook in Utrecht toe te passen? Antwoord 1 In Amsterdam wordt gewerkt met speciale maatwerkteams, die de uitvoering ondersteunen bij het maken van uitzonderingen en het schrijven van de onderbouwing hierbij. Er wordt specifiek ruimte gevonden in de zienswijze op het begrip ‘tijdelijkheid’ in de woonsituatie bij het vaststellen van de kostendelersnorm. In de praktijk wordt dit in Amsterdam breder opgevat dan in Utrecht. Binnen het actieonderzoek structureel maatwerk voor dak- en thuisloze jongeren zijn we voornemens te onderzoeken hoe de lessen uit Amsterdam toegepast kunnen worden. In Utrecht is gekozen voor een aanpak waarbij de gehele uitvoering wordt gestimuleerd om maatwerk te leveren. Daarnaast zijn we actief in diverse projecten om maatwerk mogelijk te maken. De Citydeal en het actieonderzoek zijn hier een voorbeeld van.
Naast onze inspanningen om via maatwerk oplossingen te bieden, zetten we actief in op een lobby voor het wijzigen van de wet zelf. Dit heeft erin geresulteerd dat de staatssecretaris de Tweede Kamer heeft toegezegd met gemeenten na te denken over een andere invulling van de kostendelersnorm. Gemeente Utrecht is hierin gesprekspartner. Vraag 2 Verschillende gemeentes stellen een protocol op dat maatwerk ruimhartig mag worden toegepast wanneer het gaat om een tijdelijke en/of schrijnende situatie. Heeft Utrecht een protocol met dit uitgangspunt? Kan het college toezeggen dit op te stellen?
Antwoord 2
Utrecht beschikt sinds 2015 over richtlijnen voor het toepassen van maatwerk bij de kostendelersnorm bij tijdelijke/schrijnende situaties. In de richtlijn worden voorbeelden genoemd die aanleiding kunnen zijn om af te wijken van de kostendelersnorm, mits het gaat om een tijdelijke oplossing waarbij met de betrokkene gewerkt wordt aan het wegnemen van de aanleiding of bijzondere omstandigheid. Wij stimuleren medewerkers in de uitvoering om gebruik te maken van de ruimte die de wet biedt om maatwerk te leveren. In aanvulling hierop zullen we expliciet het signaal afgeven dat medewerkers ruimhartiger met afwijkingen om mogen gaan, indien zij dit wenselijk achten voor de situatie van de inwoner. Vraag 3 Kan een dergelijk protocol actief onder de aandacht worden gebracht van bijstandsgerechtigden, en organisaties die met hen in contact staan, over de mogelijkheden van maatwerk? Antwoord 3 De richtlijnen voor maatwerk bij het toepassen van de kostendelersnorm- zoals beschreven in antwoord 2- zijn onlangs nog actief onder de aandacht gebracht bij maatschappelijke partners. Ouders worden vlak voor het 18e en 21e levensjaar van hun kind, met een brief op de hoogte gebracht dat vanaf 21 jaar het inwonen van het kind van invloed kan zijn op de hoogte van de uitkering door het toepassen van de kostendelersnorm.
Om gemotiveerd af te kunnen wijken van de kostendelersnorm, moet de gemeente op de hoogte zijn van de (tijdelijke) schrijnende situatie. Het is van belang dat inwoners (hulpverleners) aan de bel trekken wanneer zij denken dat hun situatie uitzonderlijk is. Het verbreden van ons bereik aan inwoners over maatwerkmogelijkheden, is iets waarvoor wij ons in willen zetten. We zullen onderzoeken hoe wij dit het beste kunnen doen en kijken hierbij ook naar de werkwijze van Amsterdam. Vraag 4 Eerder hebben we begrepen dat er met een vergelijkbare methodiek wordt gewerkt als omgekeerde toets. Wordt dit ook toegepast voor de kostendelersnorm en geeft dit mogelijkheden tot het bieden van maatwerk? Antwoord 4 De omgekeerde toets is een methodiek die de situatie van de inwoner als startpunt neemt, kijkt wat nodig is en vervolgens onderzoekt binnen welke wet, regel of team de benodigde ondersteuning past. De gemeente Utrecht heeft gekozen voor de Doorbraakmethode, waarin de waardendriehoek het instrument is om vanuit de gewenste situatie van de inwoner te kunnen bepalen of en in hoeverre maatwerk mogelijk is. Beide methodieken stimuleren een integrale blik bij casuïstiek waarbij actief gezocht wordt naar mogelijkheden voor maatwerk, daar waar een casus daar om vraagt.
Vraag 5 Het verlenen van een briefadres is geen uitzondering binnen de Participatiewet, dit valt binnen de basisregistratie personen (BRP), maar zorgt ervoor dat de kostendelersnorm tijdelijk niet aan de orde is. Wordt dit toegepast? Ziet het college hier mogelijkheden toe? Antwoord 5 Ja, het verlenen van een briefadres wordt toegepast voor mensen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben waardoor zij niet kunnen worden ingeschreven op een woonadres in de BRP. Wanneer iemand tijdelijk ergens gaat inwonen, is er nog geen sprake van de kostendelersnorm. Krijgt de situatie echter een structureel karakter, dan is de kostendelersnorm wel van toepassing. Indien er sprake is van een tijdelijke/schrijnende situatie, dan biedt het protocol handvatten om gemotiveerd af te wijken van toepassing van de kostendelersnorm. Wij zien geen aanleiding om het verlenen van een briefadres in te zetten als instrument om de kostendelersnorm niet toe te passen.
2
Vraag 6 In de handreiking van Divosa staat het advies om burgerzaken een rol in het proces te geven. Als een kind op zijn/haar 18e wordt uitgeschreven, zonder een nieuwe adres op te geven, dan is dit een signaal. Doet de gemeente Utrecht dit? Zo nee, ziet het college hier concrete mogelijkheden toe voor Utrecht? Antwoord 6 Het uitschrijven van een kind op 18 jarige leeftijd zonder opgave van een nieuw adres, wordt momenteel niet door burgerzaken geregistreerd als een signaal voor het ontwijken van de kostendelersnorm. De betreffende jongere kan verhuisd zijn naar een andere gemeente voor bijvoorbeeld het volgen van een opleiding, een andere voorkomende situatie is dat de jongere een dermate verstoorde relatie heeft met de ouders dat thuis wonen geen optie is. De melding van de uitschrijving komt overigens wel terecht bij WenI, dit is nodig om de norm voor de ouders aan te passen. Wanneer bij de binnenkomende melding het vermoeden ontstaat dat er mogelijk meer aan de hand is, wordt dit nader onderzocht. Momenteel wordt binnen de opgave Jongvolwassenen onderzocht hoe we alle jongeren die 18 worden, beter kunnen informeren over hun rechten, plichten en ondersteuningsmogelijkheden. Op deze manier willen we misstanden of problemen rond inkomen of ondersteuning voorkomen.
Vraag 7 Bij het begin van de coronacrisis werd afgeweken van de kostendelersnorm voor gemaakt de jongvolwassenen (t/m 27 jaar) en dak- en thuislozen. Kan de wethouder toezeggen dit toe te blijven passen zo lang er sprake is van een crisissituatie, dus ook in de huidige tweede golf? Antwoord 7 Aan het begin van de coronacrisis werd afgeweken van de kostendelersnorm bij dak- en thuislozen om verplaatsingen zo veel mogelijk te vermijden. Dit kon vanwege de bijzondere (tijdelijke) situatie die corona met zich meebrengt. Ook met de tweede golf vinden we het belangrijk om verplaatsingen zo veel mogelijk te vermijden. Daarom wordt ook nu afgeweken van het toepassen van de kostendelersnorm bij dak- en thuislozen, indien zich situaties voordoen waarbij dit van toepassing is. In het reguliere proces doen we dit bij jongvolwassenen die vanuit hun studentenkamer weer tijdelijk bij hun ouders komen wonen die een uitkering hebben. Vraag 8 Welke mogelijkheden ziet de wethouder inmiddels om dit langdurig, ook na de coronacrisis, toe te passen? Antwoord 8 Tijdens de commissievergadering van 29 november j.l. over jongvolwassenen heeft wethouder Eerenberg toegezegd om te verkennen in hoeverre de uitzonderingen die in verband met de coronacrisis worden gemaakt, ook na de crisis vastgehouden kunnen worden.
In de voortgangsrapportage over de opgave jongvolwassenen van Q2 wordt u over de uitkomsten van deze verkenning geïnformeerd. Vraag 9 Herkent het college dit? Kan het college hier in samenwerking met partners kijken wat hier mogelijk is om vaker van de kostendelersnorm af te wijken en meer te doen aan voorlichting?
3
Antwoord 9 Dit signaal herkennen we niet vanuit de uitvoeringspraktijk. Een dergelijk signaal kan ons tevens ook pas bereiken op het moment dat inwoners hier vooraf vragen over hebben, of wanneer een partij als Vluchtelingenwerk en/of het Buurtteam hun zorgen hierover uit richting de gemeente. In dat geval wordt vanuit WenI gekeken naar de mogelijkheden voor het bieden van maatwerk. Het bieden van zorg en ondersteuning binnen het eigen netwerk vinden we een waardevolle ontwikkeling die als bijvangst druk op andere plekken wegneemt. Wanneer er financieel zwaarwegende belemmeringen zijn om een ouder familielid in huis te nemen, onderzoeken we dat signaal om te kijken wat er mogelijk is. Vraag 10 Is het mogelijk voortaan wel te registreren, via bestaande systemen of anders, hoe vaak maatwerk wordt toegepast? Antwoord 10 Het is niet mogelijk om binnen de bestaande systemen te registreren of maatwerk wordt toegepast bij de kostendelersnorm, los van dat het wordt vastgelegd in de individuele rapportages. Het systematisch vastleggen van de inzet van diverse soorten maatwerk zou in dat geval handmatig moeten worden gedaan door medewerkers. Het leveren van maatwerk is een individuele afweging waarin een scala aan uitkomsten mogelijk is, waaronder het niet toepassen van de kostendelersnorm.
Het ontwikkelen van een systematiek voor de verschillende vormen van maatwerk, brengt als risico met zich mee dat hiermee kaders voor maatwerk te nauw worden vastgelegd, terwijl wij momenteel volop aan het ontwikkelen zijn op het gebied van leveren van maatwerk. Om deze reden zijn wij (op dit moment) geen voorstander van het systematisch registreren. Vraag 11 Herkend het college deze signalen? Wat is het oordeel van het college hierover? Antwoord 11 We hebben hierover navraag gedaan bij de Stichting Voedselbank Utrecht (SVU). De SVU herkent deze signalen niet. De richtlijnen van Voedselbank Nederland (VN) schrijven voor dat bij thuiswonende kinderen met een inkomen een bedrag van € 200,00 bij het inkomen wordt opgeteld. Dit is dus niet de kostendelersnorm, zoals in de vraag wordt gesuggereerd. Echter, het toepassen van de richtlijn is altijd maatwerk. De coördinatoren en de financieel vrijwilligers maken hier een afweging in en kunnen bij schrijnende gevallen besluiten om deze korting niet toe te passen. De afgelopen tijd is dit diverse malen gebeurd. Vraag 12 Kan het college navraag doen bij buurtteams en voedselbanken om te achterhalen hoe groot dit probleem is? Antwoord 12 Dit hebben we gedaan. We verwijzen hiervoor naar het antwoord op vraag 11.
4
Vraag 13 Ziet het college mogelijkheden om lokaal van deze eisen af te wijken? Zo ja, kan zij toezeggen dit actief met de Voedselbank Utrecht op te nemen? Zo nee, kan zij kijken of dit elders in het land wel gebeurd? Antwoord 13 Wij zijn niet bevoegd hier besluiten over te nemen. Dit betreft richtlijnen van de Voedselbank Nederland (zie antwoord 11). Zoals aangegeven, maken coördinatoren zelf een afweging of deze richtlijn in individuele gevallen te streng is en kan men daar vanaf wijken. Betrokkenheid Cliëntenplatform Onlangs heeft het Cliëntenplatform Werk en Inkomen Utrecht ons een brief gestuurd waarin zij kenbaar maken zorgen te hebben over de toepassing van de kostendelersnorm. We waarderen hun inhoudelijke betrokkenheid bij een thema dat leeft binnen zowel de gemeenteraad als onze ambtelijke organisatie en nemen hun aanmoediging om stevig in te zetten op de lobby richting Den Haag ter harte. Ook zijn wij voornemens met hen in gesprek te gaan over de door hen aangedragen punten van zorg rondom de kostendelersnorm.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
5
Schriftelijke vragen Maatwerk bij toepassen kostendelersnorm 18 december 2020
Vragen: Op 24 augustus 2020 heeft Significant APE het onderzoek ‘Samen onder dak, belemmeringen voor bijstandsgerechtigden om woonruimte te delen’ gepubliceerd. Daarnaast heeft Argos, in samenwerking met Vers Beton en Open Rotterdam, ook onderzoek gedaan naar de kostendelersnorm. De conclusie is eenduidig: de kostendelersnorm zorgt voor grote problemen en belemmeringen bij mensen in de bijstand. Het zorgt voor problemen wanneer mensen bij vrienden of familie willen intrekken in een crisissituatie. Ook jongvolwassenen raken hierdoor in de knel. Ouders worden op hun uitkering gekort als hun kinderen na hun 21ste nog thuiswonen. Doordat er een groot tekort is aan betaalbare woningen raakt een groeiend aantal jongvolwassenen dakloos. Het ministerie van SZW heeft, om dit te voorkomen, een uitzonderingsregel gecreëerd. Gemeenten mogen maatwerk toepassen bij de kostendelersnorm. Dit maatwerk geldt alleen voor individuele gevallen. Uit beide onderzoeken komt naar voren dat gemeentes, waaronder Utrecht, hier heel weinig gebruik van maken. Uit het onderzoek van o.a. Argos blijkt dat Amsterdam wél 150 tot 200 keer per jaar afwijkt van de kostendelersnorm. Wij vinden het wenselijk dat dit in Utrecht ook meer de norm wordt. Onze fracties hebben daarover de volgende vragen: 1.
Kan het college toelichten welke ruimte Amsterdam benut om af te wijken van de kostendelersnorm die in Utrecht niet of minder wordt toegepast? Kan het college toezeggen de lessen van Amsterdam ook in Utrecht toe te passen?1 2. Verschillende gemeentes stellen een protocol op dat maatwerk ruimhartig mag worden toegepast wanneer het gaat om een tijdelijke en/of schrijnende situatie.
1 https://www.vpro.nl/argos/lees/onderwerpen/buitengesloten/2020/ik-werd-te-duur-dus-ik-
werd-op-straat-gegooid.html 6
Heeft Utrecht een protocol met dit uitgangspunt? Kan het college toezeggen dit op te stellen?2 3. Kan een dergelijk protocol actief onder de aandacht worden gebracht van bijstandsgerechtigden, en organisaties die met hen in contact staan, over de mogelijkheden van maatwerk? 4. Eerder hebben we begrepen dat er met een vergelijkbare methodiek wordt gewerkt als omgekeerde toets. Wordt dit ook toegepast voor de kostendelersnorm en geeft dit mogelijkheden tot het bieden van maatwerk? 5. Het verlenen van een briefadres is geen uitzondering binnen de Participatiewet, dit valt binnen de basisregistratie personen (BRP), maar zorgt ervoor dat de kostendelersnorm tijdelijk niet aan de orde is. Wordt dit toegepast? Ziet het college hier mogelijkheden toe? 6. In de handreiking van Divosa3 staat het advies om burgerzaken een rol in het proces te geven. Als een kind op zijn/haar 18e wordt uitgeschreven, zonder een nieuwe adres op te geven, dan is dit een signaal. Doet de gemeente Utrecht dit? Zo nee, ziet het college hier concrete mogelijkheden toe voor Utrecht? 7. Bij het begin van de coronacrisis werd afgeweken van de kostendelersnorm voor gemaakt de jongvolwassenen (t/m 27 jaar) en dak- en thuislozen. Kan de wethouder toezeggen dit toe te blijven passen zo lang er sprake is van een crisissituatie, dus ook in de huidige tweede golf? 8.
Welke mogelijkheden ziet de wethouder inmiddels om dit langdurig, ook na de coronacrisis, toe te passen? Een groep waar we veel signalen over krijgen zijn (migranten)ouderen. Wanneer zij zorgbehoevend zijn en bij hun kinderen willen intrekken, zouden zij worden gekort op hun AIO én bijstand. Dit zorgt voor een flinke korting t.o.v. de (theoretische) financiële voordelen van samenwonen. 9. Herkent het college dit? Kan het college hier in samenwerking met partners kijken wat hier mogelijk is om vaker van de kostendelersnorm af te wijken en meer te doen aan voorlichting? In de raadsbrief van 18 maart 2020 geeft de wethouder aan dat het systeemtechnisch niet mogelijk is om te registreren hoe vaak maatwerk wordt toegepast. Men denkt dat het zo’n 10 keer per jaar in Utrecht wordt gedaan. 10. Is het mogelijk voortaan wel te registreren, via bestaande systemen of anders, hoe vaak maatwerk wordt toegepast? De voedselbank heeft ook met de kostendelersnorm te maken. Bij het bepalen of mensen recht hebben op hulp van de voedselbank wordt gekeken naar het totale inkomen en wordt de aanname gedaan dat inwonende (volwassen) kinderen met een eigen inkomen of uitkering kostgeld betalen. Er wordt standaard gerekend met €150 per maand, ‘ook als dit anders is in uw gezin’. Het gevolg is dat de uitgiftelocatie voor 2 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/11/06/bijlage-1-bij-
kabinetsreactie-onderzoek-significant-ape-belemmeringen-woonruimte-delen, pagina 23. 3 https://www.divosa.nl/pdf/--_--maatwerk-participatiewet-voor-dak-en-thuislozejongeren/pagina.pdf 7
te keuze komen te staan of zij gezinnen hulp moeten weigeren, ook al wordt er geen kostgeld betaald door de volwassen kinderen. 11. Herkend het college deze signalen? Wat is het oordeel van het college hierover? 12. Kan het college navraag doen bij buurtteams en voedselbanken om te achterhalen hoe groot dit probleem is? 13. Ziet het college mogelijkheden om lokaal van deze eisen af te wijken? Zo ja, kan zij toezeggen dit actief met de Voedselbank Utrecht op te nemen? Zo nee, kan zij kijken of dit elders in het land wel gebeurd?
Gesteld door:
Rick van der Zweth, PvdA
Julia Kleinrensink, GroenLinks
Anne-Marijke Podt, D66
8