CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

SV 2019, nr. 80 over Uitbreiding Utrechtse visie religieus erfgoed (met antwoord)

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Religieus erfgoed1.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2019, NUMMER 80 Datum

10 mei 2019

Van

College B&W

Behandeld door

H.P. Jansen

Doorkiesnummer

030 - 28 60285

E-mailadres

henk.jansen@utrecht.nl

Kenmerk

4400407/HPJ/0419

Beleidsveld

Erfgoed, Ruimtelijke ontwikkeling

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2019 nummer 80 van raadsleden Zwinkels (CDA), Sasbrink (Partij voor de Dieren), Wijmenga (ChristenUnie), Bos (Stadsbelang Utrecht), Oosters (Student & Starter) en Zwanenberg (GroenLinks) van 8 april 2019 over Uitbreiding Utrechtse visie religieus erfgoed. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Is het college van B&W bereid om de decentralisatie-uitkering aan te vragen t.b.v. een uitbreiding van de Utrechtse visie religieus erfgoed m.b.t. niet-monumentale kerkgebouwen? Zo ja, hoe ziet de aanpak van de gemeente eruit? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1

Ja, wij zijn bereid een aanvraag in te dienen, voor medio juni. De aanpak betreft dan juist de niet als monument beschermde kerkgebouwen (in de Visie van 2017 gaat het om de 58 als monument beschermde kerkgebouwen), in eerste instantie het opstellen van een lijst hiervan aan de hand van bestaande informatie. Die lijst bevat naar verwachting circa 60 (niet als monument beschermde) religieuze gebouwen. Daarvan is een deel nog in religieus gebruik, deels zijn ze verbouwd ten behoeve van andere functies. Het zou naar onze mening gaan om een aanvulling op de bestaande Utrechtse Visie religieus erfgoed van 2017. De focus komt dan meer te liggen op de ruimtelijke/ stedenbouwkundige en/of maatschappelijke betekenis. En de rol van de gemeente (een van de vier belangrijkste punten in de Visie) is dan een andere: niet de intense begeleiding bij herbestemming en het (laten) opstellen van herbestemmingsprofielen, echter wel de inzet van andere instrumenten zoals omgevingsplannen. Een overweging is hierbij ook dat de landelijke samenwerkingsafspraken van betrokken organisaties, waaronder de VNG, die op 10 november jl. zijn bekrachtigd, inhouden dat gemeenten zich inspannen voor integrale kerkenvisies, in dit geval een visie op alle kerkgebouwen per gemeente en niet alleen de beschermde kerkgebouwen.

Vraag 2 Welke panden komen volgens het college voor deze uitbreiding in aanmerking? Welke keuzes en afwegingen zijn hierin eventueel te maken? Antwoord 2

Bij de opstelling van de Visie is expliciet gekozen voor als monument beschermde kerkgebouwen. Een aanvulling op de Visie gaat dan over alle andere gebouwen met van oorsprong een religieuze functie. Het betreft in ieder geval enkele kloostergebouwen en onderdelen van religieuze complexen en de nieuwe categorie van de moskeeën . Keuzes en afwegingen betreffen bijvoorbeeld de

stedenbouwkundige kwaliteiten en/of een meer maatschappelijke betekenis van deze categorie gebouwen. Vraag 3 Is het college bereid om ook in Utrecht niet alleen (voormalige) kerken, maar ook andere religieuze gebouwen op te nemen in een integrale visie religieus erfgoed? Zo ja, welke panden komen hiervoor in aanmerking? Zo nee, waarom niet? Antwoord 3

Ja, zie ook het antwoord op vraag 2. Van de kloosters en diverse ensembles is een uitputtende lijst beschikbaar. De twee synagogen zijn reeds beschermd als gemeentelijk monument. Moskeeën betreffen enkele voormalige kerkgebouwen, maar ook recente gebouwen, die overigens in de inventarisatie van ‘jong erfgoed’ worden meegenomen (indien van na 1965 en vóór 2008).

Vraag 4 Is het college bereid om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en het tijdspad van het proces t.b.v. bovengenoemde uitbreidingen? Antwoord 4

Ja, wij houden u op de hoogte, onder meer over een mogelijke toekenning door OCW/ de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor uitbreiding van de Visie.

Vraag 5 Op welk moment gaat het college de raad informeren over de wijze waarop het de, bij de Voorjaarnota 2018 beschikbaar gestelde middelen wil gaan inzetten? Hoe wordt de raad betrokken bij afwegingen die daarbij worden gemaakt? Antwoord 5

De middelen van de Voorjaarsnota 2018 betreft de jaren 2020 en verder. Het gaat hierbij om een bredere inzet van de middelen, niet alleen zoals voor de jaren 2018 en 2019 uitsluitend gericht op (het proces van) herbestemming. Bij de bredere inzet gaat het om bijvoorbeeld adviezen ter verbetering van de exploitatie van monumentale kerkgebouwen, inzet op verbetering van het toeristisch potentieel en het mogelijk verder faciliteren van het project Kerken Kijken. Een dergelijke uitbreiding behoeft in ieder geval niet een aparte/ nieuwe subsidieregeling. Om de raad goed mee te nemen in de uitvoering willen wij u jaarlijks afzonderlijk informeren over de inzet van de gelden voor religieus erfgoed en u tevens betrekken in het proces voor de uitbreiding van de Visie. In september verwachten we uitsluitsel over de mogelijke toekenning en wij zullen u dan informeren en in het geval van toekenning een plan van aanpak sturen.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Schriftelijke vragen – Uitbreiding Utrechtse visie religieus erfgoed Jantine Zwinkels CDA Utrecht, Anne Sasbrink PVDD, Jan Wijmenga CU, Cees Bos SBU, Eva Oosters S&S, Pepijn Zwanenberg GroenLinks Op 21 september 2017 stelde de Utrechtse gemeenteraad de visie religieus erfgoed vast. In deze visie worden 58 Utrechtse monumentale kerkgebouwen in beeld gebracht en worden ideeën geschetst over hoe deze gebouwen behouden kunnen worden en welke rol de gemeente hierin kan spelen. Bij de vaststelling van de Voorjaarsnota 2018 heeft de raad structureel middelen beschikbaar gesteld vanaf 2020 om deze visie ook beter uit te kunnen dragen. Eind 2018 werd bekend dat de minister van OCW vanaf 1 januari 2019 voor de komende drie jaar ca. 3 miljoen euro per jaar beschikbaar stelt aan gemeenten om ‘integrale kerkenvisies’ op te stellen. Deze zogenaamde decentralisatie-uitkering biedt onder andere de mogelijkheid om de bestaande visie religieus erfgoed uit te breiden voor niet-monumentale kerkgebouwen in Utrecht. Het CDA heeft daarom de volgende vragen: 1.

Is het college van B&W bereid om de decentralisatie-uitkering aan te vragen t.b.v. een uitbreiding van de Utrechtse visie religieus erfgoed m.b.t. niet-monumentale kerkgebouwen? Zo ja, hoe ziet de aanpak van de gemeente eruit? Zo nee, waarom niet? 2. Welke panden komen volgens het college voor deze uitbreiding in aanmerking? Welke keuzes en afwegingen zijn hierin eventueel te maken? In aanloop naar deze regeling heeft het ministerie in 2018 in verschillende gemeenten pilots uitgevoerd. Bij sommige gemeenten werd in de visie religieus erfgoed naast kerkgebouwen, ook synagogen, kloosters, kapellen, moskeeën etc. opgenomen. In de Utrechtse visie zijn deze gebouwen alleen meegenomen als het voormalige kerkgebouwen waren. 3.

Is het college bereid om ook in Utrecht niet alleen (voormalige) kerken, maar ook andere religieuze gebouwen op te nemen in een integrale visie religieus erfgoed? Zo ja, welke panden komen hiervoor in aanmerking? Zo nee, waarom niet?

4.

Is het college bereid om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en het tijdspad van het proces t.b.v. bovengenoemde uitbreidingen? Op welk moment gaat het college de raad informeren over de wijze waarop het de, bij de Voorjaarnota 2018 beschikbaar gestelde middelen wil gaan inzetten? Hoe wordt de raad betrokken bij afwegingen die daarbij worden gemaakt?

5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c38816d5-5011-4e54-9dfd-a60cb81e02e2