STVV Was-wordt-lijst Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023.pdf
Tekst van het document
Het college wijst de toezichthouders aan die toezicht houden op de naleving waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en nietvan rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding gebruik van deze wet en de besteding van het pgb, dit kan ook van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet en de besteding steekproefsgewijs. Het college kan beleidsregels stellen met van het pgb betrekking tot de wijze waarop deze onderzoeken vorm worden 2. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van gegeven. individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de rechten doelmatigheid daarvan. -
Artikel 14 Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de artikelen 2 tot en met 7, artikel 11 en artikel 13 van deze verordening. Toelichting: - Artikel 8 lid 5 is verplaatst naar artikel 11 lid 1. - Titel wordt, gelijk aan de modelverordening, gewijzigd. - Het nieuwe artikel 11 lid 2 is in lijn met de modelverordening. De woorden ‘dit kan ook steekproefsgewijs’ worden verwijderd vanwege dit nieuwe lid. - De laatste zin komt te vervallen vanwege het nieuwe artikel 14. Artikel 9 Balans tussen prijs en kwaliteit van aanbieders van jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, houdt het college rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten;
Artikel 12 Balans tussen prijs en kwaliteit van aanbieders van jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, houdt het college rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; en b. de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; en c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; en
d. een voor de sector passende mate van non-productiviteit van het d. een voor de sector passende mate van non-productiviteit van het personeel door verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; personeel door verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en e. kosten voor bijscholing van het personeel. e. kosten voor bijscholing van het personeel. 2. De aanbieder houdt rekening met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van inwoners. De aanbieder zorgt ervoor dat binnen de organisatie als vanzelfsprekend wordt omgegaan met verschillen in seksuele oriëntatie, genderdiversiteit en intersekseconditie. De samenstelling van de teams van medewerkers past bij de diversiteit van (de vraag van) cliënten. De aanbieder heeft aandacht voor de achtergrond van de cliënt in de breedte en houdt rekening met een mogelijke taalbarrière tussen medewerkers en de cliënt. Toelichting: - Het college houdt rekening met alle aspecten onder a-e. Het betreft dus een cumulatieve opsomming waarvoor de woorden ‘en’ worden toegevoegd. - Lid 2 wordt verwijderd, omdat dit terugkomt in artikel 4 lid 1. Daarnaast horen de eisen die gesteld worden aan de aanbieders aanvullende zorg niet in de Verordening maar in de afspraken met aanbieders. Verwijderen is in lijn met de modelverordening.
Vervallen Artikel 11 Klachtregeling Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Toelichting: dit wordt verwijderd, omdat dit is bepaald in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en daarom overbodig is. Artikel 12 Inspraak en medezeggenschap 1. Het college betrekt de inwoners van de gemeente bij de voorbereiding van het jeugdhulpbeleid (artikel 150 van de Gemeentewet). 2. Jeugdigen die jeugdhulp krijgen, hun ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen mogen voorstellen voor het jeugdhulpbeleid doen en advies uitbrengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen over jeugdhulp. Het college zorgt ervoor dat zij ondersteund worden om hun rol effectief te vervullen. 3. Inwoners van de gemeente kunnen deelnemen aan overleg over jeugdhulp. Zij kunnen ook zelf onderwerpen voor dit overleg aanmelden. Het college zorgt ervoor dat inwoners hiertoe geïnformeerd en ondersteund worden. 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid van dit artikel.
Artikel 13 Inspraak en medezeggenschap 1. Het college betrekt de inwoners van de gemeente bij de voorbereiding van het jeugdhulpbeleid. 2. Jeugdigen die jeugdhulp krijgen, hun ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen mogen voorstellen voor het jeugdhulpbeleid doen en advies uitbrengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen over jeugdhulp. Het college zorgt ervoor dat zij ondersteund worden om hun rol effectief te vervullen. 3. Inwoners van de gemeente kunnen deelnemen aan overleg over jeugdhulp. Zij kunnen ook zelf onderwerpen voor dit overleg aanmelden. Het college zorgt ervoor dat inwoners hiertoe geïnformeerd en ondersteund worden. Artikel 14 Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de artikelen 2 tot en met 7, artikel 11 en artikel 13 van deze verordening.
Toelichting: - Verwijzing naar de gemeentewet is overbodig en wordt daarom verwijderd. - Lid 4 komt te vervallen vanwege het nieuwe artikel 14.
Artikel 14 Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de artikelen 2 tot en met 7, artikel 11 en artikel 13 van deze verordening. Toelichting: nieuw artikel dat diverse andere leden vervangt. Vervallen. Artikel 13 Privacy Aanbieders van Jeugdhulp waarborgen de privacy van cliënten; 1. De Buurtteams handelen volgens de Jeugdwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het privacycharter Buurtteams Utrecht is een afsprakenkader tussen gemeente en buurtteams jeugd en gezin onder meer over hoe gegevens vast te leggen en het informatie te delen, Deze is van toepassing. Medewerkers van de buurtteams attenderen hun cliënten hierop. 2. Aanbieders van aanvullende zorg handelen volgens de Jeugdwet, de Algemene verordening gegevensbescherming en (indien van toepassing) de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Toelichting: dit artikel wordt verwijderd, omdat aanbieders zich sowieso moeten houden aan wet-en regelgeving en afspraken met aanbieders over privacy in contracten met aanbieders i.p.v. de verordening horen. Artikel 14 Intrekking oude verordening De Verordening Jeugdhulp 2020 gemeente Utrecht wordt ingetrokken per 1 januari 2022.
Artikel 15 Intrekking oude verordening De Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022 wordt ingetrokken per 1 januari 2023.
Toelichting: jaartallen zijn gewijzigd. Artikel 15 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2022 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdhulp 2020. 2. Op bezwaarschriften wordt beslist volgens de verordening waarop het besluit is gebaseerd. 3. Het college heeft de bevoegdheid een besluit te herzien op de gronden vermeld in deze verordening; a. Als het college een heronderzoek heeft uitgevoerd en daaruit blijkt dat er met toepassing van deze verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; b. als de jeugdige of zijn ouders ondersteuning ontvangt in natura en wil overstappen naar een andere aanbieder of naar een pgb; c.
Artikel 16 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2023 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022. 2. Een recht op een lopende voorziening blijft gehandhaafd, totdat het college een nieuw recht heeft vastgesteld. 3. Op bezwaarschriften wordt beslist volgens de verordening waarop het besluit is gebaseerd.
als de jeugdige of zijn ouders ondersteuning ontvangt in de vorm van een pgb en wil overstappen naar ondersteuning in natura. Toelichting: - De overgangsbepalingen in het nieuwe artikel 16 zijn overgenomen uit de modelverordening en voorzien in alle mogelijke situaties die zich kunnen voordoen tijdens de overgang van de oude naar de nieuwe regelgeving. Aanvragen, lopende indicaties en besluiten op bezwaarschiften worden bij de overgang van oude naar nieuwe regelgeving op deze manier op een eenduidige en transparante wijze behandeld. De wet geeft het college de mogelijkheid besluiten te herzien als de omstandigheden daarom vragen. - Het oude artikel 5 lid 3 wordt verwijderd. Dit lid is overbodig, omdat deze bepalingen worden ondervangen door artikel 8.1.4 van de Jeugdwet. Artikel 16 Inwerkingtreding Deze verordening treedt per 1 januari 2022 in werking.
Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt per 1 januari 2023 in werking.
Toelichting: jaartal is gewijzigd. Artikel 17 Citeertitel Deze verordening heet: Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022.
Artikel 18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023.
Toelichting: tekstueel en jaartal is gewijzigd. Bijlage 1 Pgb-tarieven Het persoonsgebonden budget (PGB) wordt bepaald op basis van de door de jeugdige of zijn ouders met ouderlijk gezag en medewerker van het buurtteam opgestelde begroting. Onderstaande tarieven zijn daarbij de maximale tarieven waarop een PGB wordt berekend en die binnen het PGB gedeclareerd mogen worden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Indien de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in dit besluit genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend. Ondersteuning inkopen die duurder is dan de onderstaande tarieven is toegestaan: in dit geval dient de cliënt zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximum tarief bij te betalen aan de SVB.
Bijlage 1 Pgb-tarieven Het pgb wordt bepaald op basis van de door de jeugdige en/of zijn ouders en Medewerker opgestelde begroting. Onderstaande tarieven zijn daarbij de maximale tarieven waarmee een pgb wordt berekend en die binnen het pgb gedeclareerd mogen worden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Indien de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in deze bijlage genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend. Ondersteuning inkopen die duurder is dan de onderstaande tarieven is toegestaan: in dit geval dient de cliënt zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief bij te betalen aan de SVB.
Toelichting: - Tekstueel aangepast. - ‘Met ouderlijk gezag’ verwijderd omdat dit overbodig is, in de gehele verordening worden ouders met ouderlijk gezag bedoeld.
InstellingsInstellingsZorgcategorie
Eenheid
tarief
zzp tarief
Informeel tarief
Ambulante begeleiding individueel
uur
59
48
20,54
Ambulante begeleiding groep
dagdeel
53
43
20,54
Persoonlijke verzorging
uur
53
43
20,54
Basis Jeugd GGZ
uur
83
68
nvt
Gespecialiseerde Jeugd GGZ
uur
106
87
nvt
Kortdurend verblijf
etmaal
227
nvt
30,81
Vervoer individueel
rit
31
nvt
nvt
Vervoer groep
etmaal
8
nvt
nvt
Zorgcategorie
Eenheid
Informeel tarief
tarief
zzp tarief
Ambulante begeleiding individueel uur
61,6160,95
50,1349,59 21,2603
Ambulante begeleiding groep
dagdeel
55,3554,76
44,9142
21,2603
Persoonlijke verzorging
uur
55,3554,76
44,9142
21,2603
Basis Jeugd GGZ
uur
86.6885,75
71,0170,25 nvt
Gespecialiseerde Jeugd GGZ
uur
110,70109,52 90,8689,88 nvt
Kortdurend verblijf
etmaal
237,06234,54 nvt
31,8954
Vervoer individueel
rit
32,3702
nvt
nvt
Vervoer groep
etmaal
8,2826
nvt
nvt
Toelichting: - Instellingstarieven en zzp-tarieven: in artikel 8 lid 10 staat dat het uitgangspunt is dat, zo mogelijk en nodig, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven. De tweede kamer heeft een motie aangenomen om de zorgsalarissen te verhogen met 1,13%. De pgb-tarieven bestaan voor 80% uit loon. Dit betekent dat de pgb-tarieven met 0,9% worden geïndexeerd. Besluitvorming hierover wordt bij de 2e bestuursrapportage en begroting 2023 voorgelegd aan de raad. In lijn met deze motie, artikel 8 lid 10 en de Voorjaarsnota 2022 worden de instellingsen zzp-tarieven per 1 januari 2023 geïndexeerd met 0,9 %. onder voorbehoud van besluitvorming bij de 2e bestuursrapportage en de programmabegroting 2023. Daarnaast worden deze geïndexeerde tarieven per 1 januari 2023 geïndexeerd met 2,43,5%. De geïndexeerde tarieven staan in de bijlage bij de Verordening. - Informele tarieven: in 2022 is er sprake van een bijzonder hoge inflatie en grote koopkrachtdaling. Daarom worden ook de informele tarieven per 1 januari 2023 geïndexeerd met 2,43,5%. Dit wijkt af van de verordening. De informele tarieven worden normaal niet geïndexeerd. De geïndexeerde tarieven staan in de bijlage bij de Verordening.
Bijlage 1 Bijlage 1 De instellings- en zelfstandige zonder personeel (zzp)- tarieven zijn Ambulante begeleiding individueel, ambulante begeleiding groep, vastgesteld op basis van normatieve berekeningen: dat zijn toepasbare cao, persoonlijke verzorging, basis Jeugd GGz, gespecialiseerde Jeugd GGz, plus opslagen, zoals bedoeld in de Algemene maatregelen van Bestuur vervoer individueel en vervoer groep vallen onder ambulante specialistische (AmvB) reële prijzen. De afslag voor het ZZP-tarief in verband met lagere jeugdhulp. Kortdurend verblijf valt onder niet-gezinsgericht logeren en overhead is vastgesteld op 17%. wonen.
Het informele tarief is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals. Het tarief voor kortdurend verblijf in het sociale netwerk is gebaseerd op het historisch tarief uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het wettelijke minimumloon is de ondergrens.
De instellings- en zelfstandige zonder personeel (zzp)- tarieven zijn vastgesteld op basis van normatieve berekeningen: dat zijn toepasbare cao, plus opslagen, zoals bedoeld in de Algemene maatregelen van Bestuur (AmvB) reële prijzen. De afslag voor het ZZP-tarief in verband met lagere overhead is vastgesteld op 17%.
De in deze verordening genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw.
Het informele tarief is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor nietprofessionals. Het tarief voor kortdurend verblijf in het sociale netwerk is gebaseerd op het historisch tarief uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het wettelijke minimumloon is de ondergrens.
De in deze verordening opgenomen tarieven zijn bruto. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat belanghebbende een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s) in het kader van werkgever voor personeel aan huis.
De in deze verordening genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw. De in deze verordening opgenomen tarieven zijn bruto. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat belanghebbende een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s) in het kader van werkgever voor personeel aan huis.
Toelichting: verduidelijkt welke zorgvormen onder welke zorgcategorieën vallen.