STVV Nota van uitgangspunten Met elkaar, voor elkaar, onderdelen van sociale basis en basiszorg 2025-2035
Tekst van het document
Samen stad maken
In het vervolgproces gaan we in gesprek met de volgende vier groepen: 1. Bewoners(initiatieven)/platforms: zoals (sport) verenigingen, buurtnetwerken en andere vrijwilligersorganisaties, jongerenplatforms 2. Utrechters die van de diensten gebruik (gaan) maken. We zoeken hiervoor ook de Utrechters op bijvoorbeeld in buurthuizen, op sportlocaties en door in gesprek te gaan met Panel Meetellen. 3. Huidige partners in de sociale basis en basiszorg: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel IAOC), Lokalis (Buurtteams Jeugd en Gezin), Incluzio (Buurtteams Sociaal). 4. Andere Utrechtse partners en beroepskrachten: bijvoorbeeld vanuit onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk, huisartsen en partners vanuit aanvullende zorg.
Methodiek
We zullen in de komende periode ook onderzoeken welke methodiek ons kan helpen om in deze complexe materie te komen tot concrete stappen en wijze besluiten. Mogelijk kunnen we daarbij gebruik maken methodes zoals Lean/SixSigma of juist creatieve methodes zoals Design Thinking. Wellicht verschilt het per ontwikkelopgave wat het meest passend is.
64
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 65
Bijlagen Bijlage 1: Het Utrechts Model Het Utrechtse beleid op het gebied van het sociaal domein is erop gericht bewoners waar nodig te ondersteunen bij het (weer) in eigen handen krijgen of behouden van de regie over hun leven. In 2015 kregen gemeenten nieuwe taken. Vanaf dat moment is een beweging ingezet naar een integrale benadering en aanpak. Het Utrechtse landschap voor zorg en ondersteuning is sindsdien sterk veranderd. We werken met minder partners intensiever samen aan de zorg en ondersteuning voor Utrechters die ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen. Dat doen we op basis van het Utrechts model van zorg en ondersteuning. Dit model is samen met onze partners in het sociaal domein ontwikkeld. Het Utrechts model voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp bestaat uit drie sporen: Spoor 1 – een sterke samenleving: de sociale basis en gewoon opgroeien Spoor 2 – Steun waar nodig: basiszorg voor jeugd, gezin en volwassenen Spoor 3 – Specialistisch maatwerk waar nodig: aanvullende zorg en ondersteuning Binnen alle drie de sporen is de opdracht aan betrokkenen en beroepskrachten te werken vanuit de leefwereld van de bewoner en zijn sociale omgeving. De nadruk ligt op ‘het gewone leven’; bestaande hulpbronnen benutten en samenredzaamheid en grip op de eigen situatie bevorderen. Zo maken we binnen én tussen de sporen ‘de beweging naar voren’.
Spoor 1: Sociale basis
De sociale basis bestaat uit wat bewoners zelf met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. We versterken de sociale basis door: Het faciliteren van informele zorgorganisaties, sociaal makelen, jongerenwerk, vrijwilligersorganisaties en vrijwillige inzet, belangenbehartigersorganisaties, mantelzorgers, buurtnetwerken, wijkinformatiepunten, brugfunctie organisaties en taal- en digitaalorganisaties. Het faciliteren van goede, toegankelijke en uitnodigende buurtcentra, buurtkamers en jongerencentra Het verbeteren van de toegankelijkheid in de stad.
Spoor 2: Basiszorg door buurtteams
De basiszorg is het tweede spoor. Naast de buurtteams bieden ook huisartsen basiszorg. In Utrecht zijn de buurtteams laagdrempelig en in de buurt aanwezig. Hier wordt steun georganiseerd voor jeugd, gezin en volwassenen. Zij geven bewoners met een hulpvraag advies over het zelf of met behulp van het netwerk omgaan met hun hulpvraag, bieden daarbij begeleiding als dit nodig is. Als er meer specialistische ondersteuning nodig is, wordt de bewoner doorgeleid naar aanvullende zorg.
66
Spoor 3: Aanvullende zorg
Sommige mensen hebben een vraag waarbij specialistische kennis (buiten de sociale basis en basiszorg) nodig is. Voor deze mensen is er aanvullende zorg. De buurtteams vormen verwijzen door naar de aanvullende zorg en bepalen samen met de zorgvrager met welk doel aanvullende zorg wordt ingezet.
Leidende principes
Een belangrijke pijler in het Utrechts model zijn de leidende principes. Deze principes worden gebruikt als startpunt voor beleid en uitvoering en de sturing en toetssteen in het sociaal domein. In de verschillende beleidsnota’s binnen het sociaal domein worden deze principes aangescherpt. Huidige leidende principes: Leefwereld Centraal: De bewoner in het dagelijkse leven vormt het uitgangspunt voor de ondersteuning en voor beleidsontwikkeling. Doen wat nodig is: Maatwerk bieden in aanvulling op en in samenwerking met de inzet van het eigen netwerk. Flexibiliteit boven uniformiteit en ‘productdenken’. Ruimte voor professionals: Ruimte voor professionele afwegingen en beslissingen. Uitgaan van mogelijkheden: Normaliseren in plaats van problematiseren. Aansluiten bij de mogelijkheden van de bewoner en diens omgeving. Zo nabij mogelijk: Zorg beschikbaar in de eigen buurt, maatwerk in aansluiting bij bewoner en de omgeving daar omheen. Eenvoud: De inhoud is leidend, niet het systeem. Een overzichtelijk en minder versnipperd zorglandschap. Minder bureaucratie.
Utrechts sturingsmodel
In Utrecht sturen we binnen het sociaal domein vanuit de ‘bedoeling’. Dit doen we aan de hand van het Utrechtse sturingsmodel. We zoeken met oog voor de risico’s een balans tussen verschillende bouwstenen van sturing en creëren handelingsperspectief bij eventuele blokkades.
• Leidende principes • Samenwerking • Co-creatie
• Vast budget • Acceptatieplicht • Afspraken
Gedeelde waarden zijn het startpunt
Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd
Ambitie Leren en verbeteren via interactie en dialoog
Data en informatie brengt de beweging in kaart
• Kwartaalgesprekken • Pilots • Themabijeenkomsten
• Cliëntstroominformatie • Beschikbaarheid • Cliëntervaring
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 67
Bijlage 2: Begrippenlijst Begrip
Definitie
Aanvullende zorg
Alle aanvullende zorg die toegewezen kan worden door erkende verwijzers in het kader van de Jeugdwet of WMO.
Basiszorg door buurtteams
Teams van beroepskrachten die generalistisch en buurtgericht zorg en ondersteuning bieden. In 18 buurten is een buurtteam actief dat bestaat uit een team Sociaal en een team Jeugd en Gezin. De medewerkers van de buurtteams zijn professionals die gezinnen en jongeren met inbegrip van hun omgeving ondersteunen bij het versterken van hun veerkracht en het benutten en/of ontwikkelen van hun netwerk. Zij bieden waar nodig zelf zorg en hulp. Daarnaast kan het buurtteam aanvullende zorg toewijzen, zowel Zorg in Natura (ZIN) als PGB. De buurtteamorganisatie heeft hiertoe het mandaat van het College van B en W
Beroepskrachten
Met deze term bedoelen we de beroepskrachten die werkzaam zijn bij de (toekomstige) partners. Voorheen werd ook ‘professional’ gebruikt.
Bewonersinitiatieven
Een initiatief van één of meerdere bewoners uit Utrecht, al dan niet in een stichting of vereniging, gericht op het bevorderen van de leefbaarheid in hun eigen buurt of stad, het ondernemen van gezamenlijke activiteiten of het oplossen van een ervaren problematiek. Dat kan veel verschillende vormen aannemen: een vanuit Vrijwillige Inzet voor Elkaar gefinancierd bewonersinitiatief, een sportvereniging, kaartclub, zangkoor, of de buurtBBQ organisatie.
Blended care
De combinatie van face-to-face hulpverlening en digitale hulpverlening. Al dan niet in combinatie met de inzet van e-health zoals bijvoorbeeld apps die helpen bij het omgaan met problemen.
Gemeenschapskracht
Buurten en wijken met een stevige sociale samenhang, waar mensen elkaar kennen, waar het prettig samenleven is en waar het normaal is om elkaar te helpen. De gemeenschap staat centraal. Een sterke en betrokken gemeenschap vormt het sociale fundament van de stad.
Groepsgericht werken
Groepsgericht werken is alles wat met twee of meer personen gebeurt. In de hulpverlening kan je bijvoorbeeld groepsgericht werken door hulpvragers met een vergelijkbare op elkaar aansluitende vraag of situatie bij elkaar te plaatsen (in een groep) in plaats van of aanvullend op een individueel traject. Hierbij verwachten we van partners dat zij waar nodig partners uit de andere organisaties betrekken. Zie Integraal werken.
IAOC
Dit staat voor Informatievoorziening, Advies en Onfhankelijke Clientondersteuning. Dat is het onderdeel van de opdracht aan U-Centraal waarvoor de subsidie afloopt per 1 januari 2025 en waarvoor deze nota uitgangspunten beschrijft. U-Centraal heeft daarnaast ook nog andere opdrachten waarvoor subsidie wordt verstrekt.
Integraal werken
Partners uit sociale basis, basiszorg of aanvullende zorg werken met elkaar en bewoners aan hetzelfde doel in de wijk. Hierin heeft iedereen eigen rollen en verantwoordelijkheden.
68
Begrip
Definitie
Onderdelen van de sociale basis in deze nota van uitgangspunten
In deze nota van uitgangspunten hebben we de specifieke uitgangspunten geformuleerd voor een klein deel van de sociale basis. Het betreft de opdrachten die nu ingevuld worden door de volgende vijf organisaties: Dock, Sport Utrecht, U-Centraal (onderdeel IAOC), Lokalis (Buurtteam Jeugd en Gezin), Buurtteamorganisatie sociaal Utrecht (Buurtteam Sociaal). Voor deze voorzieningen wil de gemeente Utrecht nieuwe opdrachten verlenen per 1 januari 2025.
Ontwikkelopgaven
Bij het voorbereiden van deze nota werd opnieuw zichtbaar voor hoeveel belangrijke uitdagingen we staan als stad. Uitdagingen waarbij verschillende beleidsterreinen, verschillende nota’s en verschillende uitvoeringsplannen bij elkaar komen. Zo ontdekten we dat deze nota niet beperkt kan blijven tot uitgangspunten: we benoemen ook ontwikkel opgaven. Opgaven op waar we in de stad een andere manier van werken en doen willen ontwikkelen. Deze ontwikkelopgaven staan verspreid door dit document. Die ontwikkelopgaven gaan wij de komende tijd verder uitwerken met de stad: samen met partners, en (bewoners)initiatieven.
Sociaal domein
De inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie, samenredzaamheid, gezondheid, zorg en jeugd. In deze nota gebeurt dat op basis van de volgende wetten: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en Jeugdwet.
Sociale basis
De sociale basis bestaat uit wat bewoners zelf met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, sport, bewegen, cultuur en veiligheid. Een sterke sociale basis bestaat uit actieve inwoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar, de buurt, de vereniging en de stad, plus een basisinfrastructuur die daarop aansluit. Met basisinfrastructuur bedoelen we alle voorzieningen die volwassenen, jongeren en kinderen helpen stevig in het leven te staan. Het gaat om onderwijs, kinderopvang, sportvoorzieningen, welzijn, cultuur, openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg etc.
Stevige pedagogische basis
(NJI) Een stevige pedagogische basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders en opvoeders bij het opvoeden. Het draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse opvoedvragen.
Toekomstige partners
Met de term “toekomstige partners” bedoelen we de partijen die uiteindelijk de opdrachten gaan uitvoeren die volgen uit de uitwerking van deze Nota van Uitgangspunten en de ontwikkelopgaven. Met partners bedoelen we alle partijen in de sociale basis en de basiszorg die betrokken zijn bij een bepaald thema of onderwerp. Bewonersinitiatieven zien we ook als partners, maar we kiezen er geregeld voor om hen afzonderlijk te benoemen, om de beweging naar meer samenwerking met bewonersinitiatieven expliciet te maken.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 69
Bijlage 3: Opbrengst participatiesessies Zonder de input van inwoners, ervaringsdeskundigen, cliënten(vertegenwoordigers) en maatschappelijke partners hadden wij deze nota van uitgangspunten niet kunnen schrijven. Op verschillende momenten en op verschillende manieren is er met ons meegedacht en zijn wij geïnspireerd door initiatieven uit de stad. We geven dat hieronder weer. 2023: meelopen met professionals van de huidige subsidie-ontvangende partijen ‣ Mei 17 mei 2023: participatiebijeenkomst met alle maatschappelijke partners over het Wmo ‣ beleid 2023: Input expertpanel ongelijk investeren voor gelijke kansen ‣ 529juniaugustus ‣ domein 2023: participatiebijeenkomst over meerdere beleidsnota’s in het sociaal september: Sport Meet-Up ‣ 20 11 en 13 oktober 2023: bijeenkomsten met bewonersinitiatieven en bewoners over het ‣ thema gemeenschapskracht en de concept uitgangspunten
17 mei 2023: Participatiebijeenkomst Wmo-beleid
Financiële bestaanszekerheid “Om de druk op zorg en ondersteuning terug te dringen aandacht voor activiteiten gericht op bestaanszekerheid, sociale cohesie en preventie.” “Onderliggende oorzaak ligt vaak in bestaansonzekerheid, dus daar veel aandacht voor. Breder vanuit de gemeente.” Inzetten op gemeenschapskracht en een sterke sociale basis “Een sterkere sociale basis is nodig” “Flexibele arrangementen nieuw leven in blazen” “Hulp vragen hoeft niet altijd bij een professional. Dus meer nadruk op het belang van gemeenschapskracht” “Mensen samen brengen. Mensen die zorg nodig hebben en die wat kunnen bieden. In de buurt en behapbaar. Niet uitgaan van zelfredzaamheid, maar samenredzaamheid.” “Niet denken in sterke en zwakke mensen.
Iedereen heeft kwaliteiten en kan iets bieden.” Ongelijk investeren “Durf te kiezen bij ongelijk investeren.” “Ongelijk investeren op kwetsbaarheid in den brede, niet alleen maar op inkomen.” Eenvoud vanuit cliëntperspectief “Versimpelen!” (Nemen we mee in de ontwikkelopgave rondom hulp aan mensen op het gebied van administratie en financiën.) Wijkgericht werken “Op wijk- en buurtniveau samenwerken, niet na elkaar.” “Wijkgericht werken: sturing is enorm lastig, maar cruciaal! Integraal sturen door gemeente is een ontwikkelopgave.” “Investeren in buurten en wijken om zorg en welzijn betaalbaar te houden is nodig.” “Inzetten op laagdrempelige inloop plekken.” “Niet sturen maar stimuleren wat er in buurt en wijk gebeurt.” “Integraal opdrachtgeverschap.”
70
Samenwerking “Richten op hoe we de informele zorg om een cliënt kunnen versterken. Samenwerking tussen partijen in de verschillende sporen verbeteren. Gezamenlijke intake?” “Gelijkwaardige samenwerking tussen informele en formele zorg moet vanzelfsprekend worden. Afstemming formele en informele hulp is belangrijk: hoe vullen deze elkaar goed aan?” “Zit i.p.v. verschuiven van budgetten de oplossing niet in het meer gezamenlijk organiseren/opereren en een meer gezamenlijk eigenaarschap? Als gemeente hier in opdrachtformulering meer op sturen, door maken van concrete afspraken hierover en op die manier verkokering tegen gaan. In combinatie met ontschotten van budgetten. Dus: gezamenlijke opdracht en financiering, werken vanuit 1 budget. (denk na over de rol van organisatiebelangen in de samenwerking). Op kleine schaal experimenteren met ontschotten: wijkcoalitie en wijkbudgetten, waarbij bedoeling voorop wordt gezet, d.w.z. wat is er nodig in een wijk.” Groepsgerichte preventie “Als alle aanbieders meedenken over ‘voorliggend’ aanbod, zonder dat een indicatie nodig is, kunnen we het slim anders organiseren. Bijvoorbeeld door een toegankelijke voorziening vóórdat zorg/ondersteuning nodig is. Bijvoorbeeld vaste koffie-ochtenden of dagbesteding. Veel mensen krijgen zorg die het net niet nodig hebben, maar de weg naar de sport- of buurtvereniging niet weten te vinden.
Hier wordt nu wel mee geëxperimenteerd. Daarvoor is een fysieke plek nodig waar je naartoe kan verwijzen in de sociale basis. Daarmee kun je deels wegblijven van indicaties. Er kan namelijk heel veel wel. Groepsaanbod zou breder opgepakt moeten worden. Gemeente moet dan wel definiëren hoe dat kan en dat in de opdracht bij de aanbieder neerleggen. Daar zouden sociaal makelaars een rol in kunnen spelen, wanneer zij ruimte hebben om meer domein overstijgend te werken. Het begint bij opbouwwerk. Net als met thuis in je wijk en wat je in de wijk kan doen. Daarna pas wat je individueel hebt op te lossen. Helpend is daarbij een ambitie per wijk/buurt.” “Sociale groepen: het is fijner om iets voor elkaar te doen als je een gedeelde passie hebt, een sociale groep vormt” Groepsgericht “Focus meer op gezamenlijke vorm van ondersteuning (collectief) in plaats van individueel. Dit zorgt ook voor preventie.” “Het voordeel van een groep is het creëren van een netwerk.” Informatievoorziening “Versimpelen landschap: zicht op die sociale kaart is echt heel erg nodig om beter te kunnen samenwerken.”
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 71
29 augustus 2023: Brede participatiesessie sociaal domein breed
Groepsgericht “Het kan een nieuw sociaal netwerk/vangnet opleveren met contacten buiten het aanbod om. Eenzaamheid bestrijden.” “Gedeelde smart en normaliseren.” “Herkenning, gezamenlijkheid, tips, ervaringsdeskundigheid.” “Collectief aanbod kan aanvullend zijn op een individueel traject.” “Cultuuromslag bij zorg professionals nodig. Durven loslaten en mensen de regie leren nemen. Van clientgerichte zorg naar netwerkgerichte zorg.” Samenwerking “Gelijkwaardige samenwerking tussen zorg, vrijwilligers, bewoners (initiatieven). Daarvoor moet je elkaar kennen en samen leren: nabijheid is belangrijk. Liefst fysiek op 1 plek.” “Het buurtteam opent een traject en sluit dit af wanneer iemand naar de aanvullende zorg gaat. Als het met minder moet, is de neiging om het traject te verkorten. Maar je wil juist langer naast iemand staan zodat je makkelijker kan op- en afschalen. (waakvlamcontact).
Denk hierbij ook aan de sociale basis (bijv, buurtkoffies of buddies)” “Versnellers voor toekomstbestendige zorg: • Investeren in bestaanszekerheid • Wijkgericht werken (buurtnetwerken, buurtverbinders) • Brug slaan tussen informele en formele zorg • Netwerkgericht werken • Waakvlam contact in de sociale basis • Op- en afschaalbare begeleiding met regiehouders en afgestemde ondersteuning Samenwerken is hierbij een randvoorwaarde” Hoe kunnen sociale basis en zorg elkaar versterken? “Er is heel veel aanbod. Je moet weten wat er allemaal is. Zodat men naar elkaar kan doorverwijzen. De gemeenschap moet hier ook een rol in spelen.” “Inzetten op bestaanszekerheid. Ligt aan de basis van veel zorgvragen. Een gezonde gemeenschap is hiervoor belangrijk.” “Inzetten op gemeenschapskracht zo laagdrempelig/eenvoudig mogelijk. Niet te veel pushen. Wat doet iemand sowieso al en daar iemand anders op aansluiten.” “Randvoorwaarde is dat wijk/buurtgericht wordt gewerkt (korte lijn/dichtbij).”
72
20 september 2023 (Sport 030 Meet-up)
“Sportclubs zijn (ook) een belangrijke vindplek en daarmee een plek waar sociale partners moeten zijn om ter plekke met vraagstukken aan de gang te gaan (ipv dat mensen hen moeten opzoeken op plekken waar ze niet komen). Waar zijn mensen al (onderwijs, winkels, corporatie, sport, cultuur, openbare ruimte) en daar moeten de partners ook (zichtbaar/ vindbaar) zijn.” “Clubs herkennen dat het in veel gevallen al ingewikkeld genoeg is de club draaiend te houden. Het op zoek gaan naar de juiste hulp als zich een vraagstuk voordoet, klinkt makkelijker dan het in de praktijk met allemaal – regelmatig ook wisselende - vrijwilligers is.” “We herkennen ook dat een club een plek is waar mensen op elkaar kunnen letten en aandacht kunnen hebben voor elkaar. Als dan blijkt dat er sprake is van bijvoorbeeld mentale problematiek, kan hierbij hulp ingeroepen worden. Dat kan ook via SportUtrecht (die de partners in de stad kent).” “Het zou goed zijn als de organisaties in de sociale basis juist ook naar de clubs komen om ze te leren kennen en daar ter plekke te kunnen helpen.” “De sportclub is juist een plek waar gemeenschapszin plaats vindt en waar maatschappelijke waarde is. We zouden die plekken als vindplek moeten benutten (en dus naar de clubs toe moeten gaan)” “De sportclub is een ‘vindplek’ voor maatschappelijke opgaven die zich in onze stad voordoen.
En daarmee moeten we ook náár de clubs gaan. Dat zou de clubs erg kunnen helpen om zich te concentreren op waar ze goed in zijn: samen sporten, bewegen en samen zijn. En dat heeft enorm veel maatschappelijke waarde in zich.
Nota van uitgangspunten 2025-2035 versie 27 december 2023 | 73
2023-003.DDK
Utrecht.nl