STVV Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 Gemeente Utrecht, invoering opkoopbescherming (na EDW).pdf
Tekst van het document
Paragraaf 3.2 Vergunning voor kadastrale splitsing Artikel 3.2.1
Werkingsgebied
Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle gebouwen in de gemeente Utrecht, die woonruimten bevatten en die op 1 januari van het jaar waarin de vergunning wordt aangevraagd tenminste 25 jaar oud zijn. Artikel 3.2.2 Vergunningplicht 1. Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een recht op een gebouw, aangewezen in artikel 3.2.1, te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte, tenzij het gebouw in eigendom is van een woningcorporatie en gebouwd is in 1950 of daarna en voorzien is van een steenachtige woningscheidende vloer. Het eerste lid is ook van toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid.
2.
Artikel 3.2.3 Aanvragen vergunning 1. De aanvraag voor een vergunning tot kadastrale splitsing wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen formulier. Burgemeester en wethouders vermelden op of bij het aanvraagformulier welke gegevens of stukken de aanvrager moet verstrekken met het oog op de beoordeling van de aanvraag. 2. a. b.
In ieder geval moeten worden verstrekt: een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; een verklaring van goede staat van onderhoud of een door een beëdigd taxateur opgemaakt taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud, en c. de gronden waarop de aanvraag berust.
Artikel 3.2.4 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2 kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid groter is dan het met de kadastrale splitsing gediende belang; b.
c. d.
e.
het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet, en/of ook overigens sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan of de beheersverordening, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening is verleend. Er geen omgevingsvergunning is verleend voor een bouwkundige splitsing.
Artikel 3.2.5 Voorwaarden en voorschriften Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2 kunnen door burgemeester en wethouders voorwaarden en voorschriften worden verbonden over onder andere: a. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; b. de gebouwde onroerende zaak waarop de kadastrale splitsing betrekking heeft Artikel 3.2.6 Intrekkingsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2 kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken, als: a. de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot kadastrale splitsing; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, en/of c. de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd. De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2. kan voorts door burgemeester en wethouders worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
2.
Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
3.
Paragraaf 3.3
Toeristische verhuur
Artikel 3.3.1
Werkingsgebied
Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle gebouwen in de gemeente Utrecht die woonruimte bevatten. Artikel 3.3.2 Registratieplicht voor toeristische verhuur
1. Het is verboden een woonruimte aan te bieden voor toeristische verhuur in welke vorm dan ook, zonder het registratienummer van die woonruimte te vermelden bij iedere aanbieding van die woonruimte voor toeristische verhuur. Artikel 3.3.3
Nachtencriterium en meldplicht voor particuliere vakantieverhuur
Het is verboden een woonruimte voor meer dan 60 nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor particuliere vakantieverhuur. 2. Het is verboden een woonruimte in gebruik te geven voor particuliere vakantieverhuur, zonder iedere verhuring en het aantal nachten van iedere verhuring vooraf te melden bij burgemeester en wethouders. 1.
De melding wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor particuliere vakantieverhuur. 4. Als een platform door burgemeester en wethouders in kennis is gesteld van een overschrijding van het maximum aantal nachten, mag het platform gedurende de rest van het jaar geen aanbiedingen 3.
van de betreffende woonruimte meer tonen. De bepalingen in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel treden in werking op een nader door burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip.
5.
Artikel 3.3.4. Tijdelijk verbod toeristische verhuur en aanwijzing blokkade aanbieding. 1. Burgemeester en wethouders kunnen een aanbieder voor maximaal een jaar toeristische verhuur verbieden als aan de volgende voorwaarden is voldaan: o De aanbieder heeft de eisen aan toeristische verhuur uit deze verordening overtreden; o een toezichthouder heeft die overtreding vastgesteld; o in de vijf jaar voor deze vaststelling is ten minste twee maal een bestuurlijke boete opgelegd voor overtreding van de eisen aan toeristische verhuur. Indien burgemeester en wethouders toepassing hebben gegeven aan het eerste lid, kunnen zij ook een aanwijzing geven aan een digitaal platform om een aanbieding voor toeristische verhuur door deze aanbieder te blokkeren.
2.
Paragraaf 3.4 opkoopbescherming Artikel 3.4.1 Definities In deze paragraaf wordt verstaan onder:
-
Beschermde woonruimte: een in artikel 3.4.2 aangewezen woonruimte waarvoor het verbod van artikel 41, eerste lid Huisvestingswet geldt; Datum van inschrijving: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; Prijsgrens opkoopbescherming: de jaarlijks geïndexeerde grens die aangeeft welke woningen onder de opkoopbescherming vallen. Woonadres: woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen; WOZ-waarde: de waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken, en geldend voor het jaar waarin de datum van inschrijving valt;
-
Zestigprocentmethode: De zestigprocentmethode verdeelt op basis van de WOZ-gegevens van dat jaar alle woningen van eigenaar-bewoners in Utrecht in vijf categorieën van elk twintig procent: goedkoop, middelduur (laag), middelduur, duur en zeer duur. De prijsgrens opkoopbescherming is het bedrag waarop of waaronder de categorieën goedkoop tot en met middelduur zich bevinden.
Artikel 3.4.2 Beschermde woonruimte Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte die elk van de vijf volgende kenmerken heeft: a. Ze ligt in één van de volgende wijken: o Binnenstad o Leidsche Rijn o Noordoost, o Noordwest o Oost o Overvecht o Zuid o Vleuten-De Meern o West o Zuidwest b. De WOZ-waarde ligt op de datum van inschrijving op of onder de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming (tot 1 juli 20232 € 440.000); c. Op de datum van inschrijving was één van de volgende situaties van toepassing: 1o. de woonruimte was vrij van huur en gebruik, 2o. de woonruimte was in verhuurde staat voor een periode van minder dan zes maanden, of 3o. de woonruimte werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming; d. De datum van inschrijving ligt na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel; e. De verkoper of de nieuwe eigenaar is niet de gemeente of een toegelaten instelling. Artikel 3.4.3 Prijsgrens opkoopbescherming 1. De in artikel 3.4.2 onder b genoemde prijsgrens opkoopbescherming wordt vanaf 1 juli 2023 elk jaar per 1 juli geïndexeerd via de zestigprocentmethode. 2. Burgemeester en wethouders publiceren de aldus geïndexeerde prijsgrens opkoopbescherming in het digitale gemeenteblad.
Artikel 3.4.4 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het is verboden gedurende vier jaren na de datum van inschrijving een beschermde woonruimte in gebruik te geven zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. Artikel 3.4.5 Criteria voor verlening verhuurvergunning opkoopbescherming; vervallen vergunning 1. De verhuurvergunning opkoopbescherming wordt verleend in een van de volgende situaties: a. De woonruimte wordt in gebruik gegeven aan iemand die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar;
b. De eigenaar heeft na de datum van inschrijving van die woonruimte ten minste twaalf maanden zijn woonadres in die woonruimte en komt met de gebruiker schriftelijk overeen dat deze de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; c. De woonruimte maakt onlosmakelijk deel uit van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte; 2. De vergunning kan worden verleend in een van de volgende situaties: a. Bij nieuwbouwprojecten, waarover eigenaar en gemeente in een anterieure overeenkomst of erfpachtovereenkomst afspraken over de verhuur hebben vastgelegd; b. als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder weegt dan het belang van de opkoopbescherming. 3. De vergunning vermeldt op welke grond het gebruik is toegestaan en bevat in de gevallen, genoemd in het eerste lid onder a en b, de naam of namen en de hoedanigheid van degene(n) aan wie de woonruimte in gebruik wordt gegeven. 4. De vergunning vervalt als de situatie waarvoor de vergunning is verleend, eindigt. De vergunning vervalt in elk geval vier jaar na de datum van inschrijving. Artikel 3.4.6 Aanvragen vergunning 1. De verhuurvergunning opkoopbescherming wordt aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte. 2.
De aanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen formulier. Artikel 3.4.7 Te verstrekken gegevens 1. Bij een aanvraag van een vergunning opkoopbescherming worden in ieder geval de volgende gegevens en stukken verstrekt: a. de naam (of namen) van de eigenaar(s); b. het adres van de woonruimte; c. een recent en gewaarmerkt kadastraal uittreksel van de desbetreffende woonruimte 2. Als een aanvraag betrekking heeft op de verleningsgrond van artikel 3.4.5, aanhef en onder a, verstrekt de aanvrager daarnaast gegevens waaruit de bedoelde bloed- of aanverwantschap blijkt. 3. Als een aanvraag betrekking heeft op de verleningsgrond van artikel 3.4.5, aanhef en onder b, verstrekt de aanvrager daarnaast een schriftelijke overeenkomst, waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt gegeven. 4. Als een aanvraag betrekking heeft op de verleningsgrond van artikel 3.4.5, aanhef en onder c, verstrekt de aanvrager daarnaast gegevens en stukken waaruit blijkt dat de woonruimte onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte. 5. Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens en stukken vragen, als zij dat nodig vinden voor de beoordeling van de aanvraag. Artikel 3.4.8 Weigeringsgronden a.
De verhuurvergunning opkoopbescherming wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan een van de verleningsgronden van artikel 3.4.5 of: a. De verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden geweigerd indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 3.4.9 Intrekkingsgronden De verhuurvergunning opkoopbescherming wordt ingetrokken indien: a. er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur of: b. blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest.
HOOFDSTUK 4
SLOTBEPALINGEN
Artikel 4.1Regionale afstemming 1. De huisvestingsverordening wordt afgestemd met de gemeenten in de huisvestingsregio. 2.
Voor de afstemming onder lid 1 wordt gebruik gemaakt van het voorbeeld zoals opgenomen in de artikelsgewijze toelichting.
Artikel 4.2 Experimenten 1. Burgemeester en wethouders kunnen een experimentregeling instellen. De experimentregeling voldoet aan de volgende voorwaarden: a. een experiment heeft een duidelijk omschreven en meetbaar beoogd effect; b. een experiment is tijdelijk en heeft een vooraf gesteld begin en eindpunt; c. de uitvoering van het experiment is duidelijk en transparant voor de woningzoekenden; d. de communicatie en verantwoording over het experiment vindt plaats in het regionale advertentiemedium; e. het experiment is van toepassing op maximaal 10% van het aanbod en f. het experiment wordt voor de start afgestemd met de gemeenten in de woningmarktregio.
Artikel 4.3 Hardheidsclausule 1. a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager, waaronder de inkomensgrens genoemd in artikel 2.4a.1a lid 1 b, af te wijken van deze verordening. b. Indien een woningzoekende op basis van dit oordeel de indicatie "urgent" krijgt, dan is deze indicatie uitsluitend geldig in de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders geoordeeld heeft dat sprake is van een bijzondere hardheid.
Artikel 4.4 Bestuurlijke boete 1 a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete voorde overtreding van artikel 2.2.1, eerste en tweede lid, artikel 3.1.2, artikel 3.1.7, artikel 3.1.8, artikel 3.2.2, artikel 3.2.5, artikel 3.3.2 eerste lid, artikel 3.3.3, eerste, tweede en vierde lid en artikel 3.4.4. b. Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de op te leggen boete overeenkomstig de tabel in bijlage 2. c.Voor de eerste overtreding van artikel 2.2.1, eerste en tweede lid, artikel 3.1.2, artikel 3.1.7, artikel 3.1.8, artikel 3.2.2, artikel 3.2.5, artikel 3.3.2 eerste lid, artikel 3.3.3, eerste, tweede en vierde lid en artikel 3.4.4, gelden de boetes overeenkomstig kolom A van de tabel. d. Voor de tweede, derde, vierde en volgende overtredingen van artikel 2.2.1, eerste en tweede lid, artikel 3.1.2, artikel 3.1.7, artikel 3.1.8, artikel 3.2.2 en artikel 3.2.5, artikel 3.3.2 eerste lid, artikel 3.3.3 eerste, tweede en vierde lid en artikel 3.4.4, binnen drie jaar na de eerste overtreding, gelden de boetes overeenkomstig kolom B, C en D van de tabel.
Artikel 4.5 Overgangsbepaling De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, GEMEENTE UTRECHT is per 1 juli 2019 vervallen. Al verleende vergunningen onder de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2015, GEMEENTE
1.
UTRECHT worden gelijkgesteld met de vergunningen in deze verordening. Bestaande inschrijvingen uit het register van woningzoekenden onder de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2015, GEMEENTE UTRECHT worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.
2.
Aanvragen tot vergunningverlening ingediend in de periode voor 1 juli 2019 worden afgehandeld volgens de Huisvestingsvergunning Regio Utrecht 2015, GEMEENTE UTRECHT.
3.
Artikel 2.3.1 lid 1e is ook van toepassing voor woningzoekenden die na toewijzing van woonruimte zijn uitgeschreven in de periode van 1 januari 2019 tot 1 juli 2019.
4.
Artikel 4.6 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, GEMEENTE UTRECHT.
Artikel 4.7 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2019. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 mei 2019 De griffier, mr. M. van Hall CMC De burgemeester, mr. Zanen
J.H.C.
van
BIJLAGE 1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING: zie afzonderlijke bijlage BIJLAGE 2 TABEL BESTUURLIJKE BOETE Tabel behorende bij artikel 4.4 van deze verordening Overtreding
Artikel in de Huisvestingsverordening
Kolom A Boete bij
Kolom B Boete bij
Kolom C Boete bij
Kolom D Boete bij
1e
2e
3e
4e
overtreding
overtreding
overtreding
overtreding en verder
Overtreding I In gebruik nemen van sociale woonruimte zonder vergunning
artikel eerste lid
2.2.1
Overtreding II In gebruik geven van sociale woonruimte zonder vergunning
artikel 2.2.1 tweede lid - niet bedrijfsmatig - bedrijfsmatig
€ 340,-
€ 340,-
€ 340,-
€ 340,-
€ 5.000,€ 7.500,-
€ 18.500,€ 18.500,-
€ 18.500,€ 18.500,-
€ 18.500,€ 18.500,-
Overtreding III
artikel 3,1.2,
Onttrekken en
artikel 3.2.2.
samenvoegen
- niet bedrijfsmatig
€ 7.500,-
€ 18.500,-
€ 18.500,-
€ 18.500,-
van woonruimte,
- bedrijfsmatig
€12.500,-
€ 18.500,-
€ 18.500,-
€ 18.500,-
woningvorming en kadastrale splitsing zonder vergunning
artikel 3.1.7, 3.1.8
Onttrekken en
artikel 3.2.5
samenvoegen
- niet bedrijfsmatig
€ 1.500,-
€ 3.000,-
€ 6.000,-
€ 18.500,-
van woonruimte, woningvorming en kadastrale splitsing: handelen in strijd met de vergunningvoorwaarden of voorschriften
- bedrijfsmatig
€ 6.250,-
€ 7.500,-
€ 15.000,-
€ 18.500,-
Overtreding IV
artikel 3.1.2
Omzetten van zelfstandige
- niet bedrijfsmatig
€ 3.000,-
€ 6.000,-
€ 12.000,-
€ 18.500,-
in
- bedrijfsmatig
€ 12.500,-
€ 15.000,-
€ 18.500,-
€ 18.500,-
onzelfstandige woonruimte
- Bij een vervallen
zonder vergunning.
of verlopen omzettings vergunning.
€ 5.000,-
€ 7.500,-
€ 12.500,-
€ 18.500,-
artikel 3.1.7, 3.1.8 Omzetten van zelfstandige
- niet bedrijfsmatig
€ 1.500,-
€ 3.000,-
€ 8.000,-
€ 18.500,-
In onzelfstandige woonruimte: Handelen in strijd met de vergunningvoorwaarden of – voorschriften.
- bedrijfsmatig
€ 6.250,-
€ 7.500,-
€ 15.000,-
€ 18.500,-
Overtreding V
Artikel 3.3.2 HVV jo artikel 23a eerste lid
€ 150
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 150
€ 21.750
€ 21.750
€ 21.750
Artikel 3.3.3 tweede lid
€ 250 + € 150 € 8.700
€ 8.700
€ 8.700
HVV jo artikel 23b
X aantal dagen
Aanbieden woonruimte voor
Huisvestingswet
toeristische verhuur zonder registratienummer Overtreding VI In gebruik
geven
woonruimte voor particuliere
Artikel 3.3.3 eerste lid HVV jo artikel 23b eerste lid Huisvestingswet
vakantieverhuur voor meer dan 60 dagen per jaar
Bij Overschrijding van 1 of 2 dagen € 150,per dag. Bij overschrijding van meer dagen, aantal dagen X € 350
Overtreding VII In gebruik geven woonruimte voor particuliere vakantieverhuur zonder melding bij B&W
tweede lid Huisvestingswet
Overtreding VIII
Artikel 3.3.3 vierde lid
publiceren
HVV jo artikel 23 e
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
advertentie door
Huisvestingswet
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
€ 8.700
Niet bedrijfsmatig
7.500
18.500
18.500
18.500
Bedrijfsmatig
12.500
dienstverlener na in kennisstelling bereik maximumcriterium verhuur. Overtreding IX: Publiceren
Artikel 23a derde lid
advertentie door
Huisvestingswet
dienstverlener zonder registratienummer Overtreding X:
Artikel 23d
Niet informeren aanbieder
Huisvestingswet
van woonruimte door dienstverlener over geldende regels toeristische verhuur. Overtreding XI
Artikel 3.4.4 jo artikel Het in gebruik geven van een 41, eerste lid Huisvestingswet beschermde woonruimte zonder verhuurvergunning opkoopbescherming
BIJLAGE 3 FORMULIER REGIONALE AFSTEMMING Burgemeester en wethouders kunnen uitvoering geven aan artikel 4.1, lid 2 met behulp van dit formulier: In hoeverre wordt toepassing gegeven aan de volgende onderwerpen: Middenhuur Artikel 2.1.1 Huurprijsgrens, lid 3-4 Artikel 2.2.3 Eisen voor verlening huisvestingsvergunning, lid 4b en 6 Artikel 2.3.2 inschrijvingssysteem Artikel 2.4a.1 Voorrangregels toewijzing Voorrangsregels toewijzing tot liberalisatiegrens Artikel 2.4.2 tot en met artikel 2.4.6, bijzondere voorrangsregels: □ □ □ □ □
Bezettingsnorm Woningtype Doorstromen en doorschuiven Bindingsregel Bijzondere doelgroepen
Urgenten Artikel 2.5.3, lid 3, afwijken zoekprofiel urgenten Toewijzingssysteem Artikel 2.6.3, lid 2 □ Lotingmodel □ Standplaatsen via woongroepmodel □ Beheerdersbelang □ Woongroepen □ Bemiddeling Experimenten Artikel 4