CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STVV Bijlage 2 - Beleidsregel gemeentelijke uitvaart gemeente Utrecht (met wijzigingen)

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Initiatiefvoorstel 'Een Gemeentelijke Uitvaart Naar Wens'989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregel gemeentelijke uitvaart gemeente Utrecht De burgemeester van de gemeente Utrecht; Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 20 tot en met 22 van de Wet op de lijkbezorging; Overwegende dat: -

-

-

De burgemeester op grond van artikel 20 tot en met 22 van de Wet op de lijkbezorging

verantwoordelijk is om zorg te dragen voor de lijkbezorging indien niemand anders daarin voorziet en de daaraan verbonden kosten voor rekening komen van de gemeente;

Het van zwaarwegend belang is dat eventuele nabestaanden worden gevonden en de lijkbezorging overeenkomstig de wens van de overledene plaatsvindt, conform artikel 18 van de Wet op de lijkbezorging;

In de Wet op de lijkbezorging heel weinig is geregeld op welke manier uitvoering moet worden gegeven aan deze taken;

Het gewenst is ter invulling van de beleidsruimte een beleidsregel vast te stellen over welke

inspanningen er worden verricht om nabestaanden op te sporen, op welke wijze de uitvaart wordt gerealiseerd met inachtneming van de wens van de overledene en in hoeverre de kosten voor de gemeente worden verhaald.

Besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:

Artikel 1 Definities Deze beleidsregel verstaat onder: a.

Gemeentelijke uitvaart: Een uitvaart die plaatsvindt in opdracht van de burgemeester op grond van

b.

Wet: Wet op de lijkbezorging

artikel 21 lid 1 van de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 2 Doel Deze beleidsregel heeft als doel de gemeentelijke uitvoering bij uitvaarten, op grond van de Wet op de

lijkbezorging, te verduidelijken en te waarborgen dat deze op een zorgvuldige, respectvolle en menswaardige wijze plaatsvindt.

De beleidsregel beschrijft hoe de gemeente haar regierol uitoefent, hoe onderzoek naar nabestaanden en uitvaartwensen wordt verricht, en op welke wijze rekening wordt gehouden met levensbeschouwelijke en culturele voorschriften bij het verzorgen van een gemeentelijke uitvaart.

Artikel 3 Afbakening Deze beleidsregel is van toepassing op situaties waarin de burgemeester op grond van de artikelen 20 tot en met 22 van de wet verantwoordelijk is voor de lijkbezorging.

Deze beleidsregel is niet van toepassing op uitvaarten waarbij nabestaanden zelf de opdracht geven, noch op gevallen waarin bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt verstrekt.

Artikel 4 Regie en verantwoordelijkheid 1.

De gemeente voert de regie in opdracht van de burgemeester en bepaalt zelf door wie en op welke

2.

Er wordt niet standaard gekozen voor de uitvaartondernemer die het lichaam onder zijn berusting

3.

wijze de uitvaart wordt uitgevoerd.

heeft. De keuze wordt gemaakt op basis van de uitkomsten als bedoeld in artikel 5 lid 2 en artikel 6. De gemeente stelt kwaliteitscriteria vast en ziet toe op naleving daarvan.

Artikel 5 Zorgvuldig onderzoek 1.

2.

De gemeente verricht, voorafgaand aan de opdrachtverlening tot gemeentelijke uitvaart, onderzoek om vast te stellen of er nabestaanden zijn die de uitvaart kunnen of willen verzorgen en naar de vermoedelijke wens van de overledene ten aanzien van de uitvaart.

Dit onderzoek omvat in beginsel het raadplegen van het Centraal Testamentenregister,

overheidsadministratie en online bronnen. Daarnaast omvat het onderzoek mogelijk een huisbezoek, een buurtonderzoek en een werkgeversonderzoek. Indien de overledene een andere nationaliteit

heeft of in het buitenland is geboren, kan de gemeente contact opnemen met het consulaat of de 3. 4. 5.

ambassade van het betreffende land.

De onderzoeken als bedoeld in lid 2 kunnen worden overgeslagen als dat aantoonbaar niet zinvol of niet veilig is; dit wordt gemotiveerd vastgelegd.

Indien nabestaanden worden gevonden, worden zij gewezen op de mogelijkheid van bijzondere bijstand of andere financiële steun om de uitvaart zelf te verzorgen.

De inspanningen die worden geleverd voor het opsporen van nabestaanden worden geregistreerd evenals de contacten die met nabestaanden zijn geweest en hun reactie op het verzoek voor de uitvaart zorg te dragen.

Artikel 6 Levensbeschouwelijke en culturele voorschriften en wensen 1.

2.

3.

Wanneer er aanwijzingen zijn dat levensbeschouwelijke of culturele voorschriften, in het kader van de vermoedelijke wens van de overledene, een rol zouden moeten spelen bij de uitvaart, houdt de gemeente daar rekening mee, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.

Indien sprake is van een vermoeden van een bepaalde religieuze achtergrond, kan de gemeente contact leggen met relevante maatschappelijke of religieuze organisatie om de wens van de overledene te verifiëren of te duiden.

Persoonlijke aanwijzingen, zoals in de woning aangetroffen muziek of symbolen worden zo mogelijk betrokken bij de gemeentelijke uitvaart.

Artikel 7 Financieel kader 1.

Het richtbedrag voor de kosten van een gemeentelijke uitvaart is gelijk aan het bedrag als bedoeld in

2.

Afwijking van dit bedrag is toegestaan wanneer dit in redelijkheid nodig is voor een passende uitvaart

artikel 26 lid 3 van de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht. als bedoeld in artikel 6.

Artikel 8 Kostenverhaal en nalatenschap 1.

Gelden en goederen die bij de overledene worden gevonden, bijvoorbeeld tijdens het huisbezoek als

2.

De gemeente rekent een vast tarief voor onderzoek en uitvoering, bovenop de directe uitvaartkosten

3.

4. 5.

6.

bedoeld in artikel 5, worden aangewend ter bekostiging van de uitvaart.

wanneer zij opdrachtgever is. Dit vaste tarief is gelijk aan het ‘basistarief uitvaartverzorger’ van de geldende NIBUD Prijzengids.

Waar mogelijk worden de kosten voor onderzoek en uitvoering van de gemeentelijke uitvaart

verhaald op de nalatenschap van de overledene, indien toepassing van lid 1 niet tot dekking van de kosten leid.

Als een nabestaande de opdracht tot de uitvaart overneemt, wordt geen uitvoering gegeven aan lid 2. Er worden in beginsel geen kosten verhaald op de bloed- en aanverwanten, die krachtens de

artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, tenzij er een vermoeden is van oneigenlijk gebruik.

De gemeente meldt onbeheerde nalatenschappen bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

Artikel 9 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

Artikel 10 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel gemeentelijke uitvaart gemeente Utrecht.

Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Utrecht, in de vergadering van xx-xx-xx

De burgemeester Sharon A.M. Dijksma

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ef6a2e42-8f6d-4cc9-a84b-dfcafa73e049