STREKT TER VERVANGING Visie Speelruimte Utrecht - Spelen in je eigen buurt (na ZWCS).pdf
Tekst van het document
(Verkeers)veiligheid De veiligheid van speel- en verblijfsruimte wordt bepaald door de mate van toezicht, het verkeer, aanwezigheid van water en technische eisen waaraan de speeltoestellen en inrichting moet voldoen. Sociale veiligheid is bij het spelen belangrijk. Als deze niet aanwezig is, belemmert dit het spel en is er meer toezicht en begeleiding nodig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de wijk Overvecht. Er is veel groen en ruimte om te spelen, maar deze wordt als onveilig ervaren omdat er weinig toezicht op straat is. Ouders houden hun kinderen dan binnen. Om speelplekken voor veel kinderen toegankelijk te maken, moeten ze daarnaast op een veilige manier bereikbaar zijn. Het speelruimtebeleid heeft daarom een relatie met het verkeersbeleid. Als er geen nieuwe speelvoorzieningen in een buurt kunnen worden gerealiseerd, kan het wegnemen van barrières door bijvoorbeeld een veilige oversteekplek mogelijk uitkomst bieden en al bestaande speelplekken beter, prettiger en verkeersveilig ontsluiten.
Bodembeleid In 2020 is een gemeentelijk steekproefonderzoek gestart naar het loodgehalte van de bodem. Hieruit bleek dat op verschillende (speel) plaatsen in de stad de norm voor lood in de bodem te hoog is. De gemeente werkt aan een saneringsplan voor de locaties waar een mogelijk gezondheidsrisico speelt. Bewoners zullen geïnformeerd en betrokken worden als een speelplaats om deze reden moet worden gesaneerd. Bij de herinrichting biedt de speelruimtenorm handvatten voor het ontwerp. Wanneer een speelplek buiten dit onderzoek vernieuwd of gerenoveerd wordt, moet ook gekeken worden naar het loodgehalte in de bodem om de toekomstige veiligheid van spelende kinderen te waarborgen.
36 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Sportbeleid
Geluid
Het beleid op spelen, sporten en bewegen van kinderen en jongeren kent een sterke samenhang met het beleid voor sporten en bewegen van inwoners boven de 12 jaar, en deze samenhang wordt de komende jaren alleen nog maar belangrijker. De afgelopen jaren zijn steeds meer nieuwe vormen van sporten ontwikkeld, die ook allemaal ruimte vragen in de openbare ruimte. In het coalitieakkoord (Coalitieakkoord ‘Utrecht, Ruimte voor iedereen, pag 17’) wordt aangegeven dat Gemeente Utrecht het Sportakkoord steunt, en dat we inspelen op de trend dat steeds meer Utrechters ‘ongeorganiseerd’ sporten in de openbare ruimte. Hierbij kan gedacht worden aan fietsen, hardlopen en skaten, maar ook bootcampen yogalessen zijn een steeds vertrouwder beeld in de stadsparken. Ook zijn er nieuwe sportvormen in opkomst. Er worden regelmatig aanvragen ingediend bij het Initiatievenfonds voor de aanleg van een Calisthenicsparkje, opdruk- en klimtoestellen die vooral door jongeren en volwassen worden gebruikt voor krachttraining. Deze Calisthenics variëren van twee optrekstangen tot een Sportcontrainer, een mobiele en uitklapbare bootcampplek in de vorm van een zeecontainer.
Spelende kinderen maken geluid, en een speelplaats tussen hoge opgaande bebouwing resoneert en versterkt dat geluid. Ook het geluid van ballen tegen een hek of muur kan flink doorklinken. Hieraan kan gerekend worden door beleidsadviseurs geluid. Bij het ontwerp van een plangebied moet altijd gekeken worden naar een evenwichtige toedeling van functies en de locaties daarvan. Hierbij moet rekening gehouden worden met bijvoorbeeld stemgeluid en het geluid van weerkaatsende ballen. Speelplekken moeten goed gepositioneerd worden en van een goede ondergrond voorzien die geluid zoveel mogelijk dempt. Zand dempt bijvoorbeeld goed geluid, en groen ook.
Bovendien zijn er de afgelopen jaren freerunparcoursen aangelegd, en kent Utrecht sinds kort enkele dancegrounds waar jongeren onder begeleiding buiten kunnen dansen. Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling werkt in 2021 aan een nieuwe sportagenda, waar ook aandacht wordt gegeven aan deze nieuwe sportvormen. Deze nieuwe voorzieningen zijn een belangrijke aanvulling op het netwerk van speelen sportplekken in de buurt.
Rookvrij spelen We willen dat de kinderen in onze stad rookvrij kunnen opgroeien. Daarom zorgen we ervoor dat de plaatsen waar kinderen komen, zoals speelplekken en sportclubs, rookvrij zijn. Het Nationaal Preventieakkoord heeft zich als doel gesteld dat de (on)beheerde speelplekken in 2025 rookvrij zijn. Wij leggen de lat in Utrecht nog iets hoger: samen met partners en inwoners zetten wij ons ervoor in dat het vóór 2025 al vanzelfsprekend is dat er niet gerookt wordt op speelplekken. In 2021 gaan we in verschillende buurten van Overvecht en Noordwest experimenteren met het rookvrij krijgen van speelplekken. Aan de hand van de resultaten van deze pilots bepalen we de vervolgstappen om alle speelplekken in Utrecht rookvrij te krijgen. Ons tussentijds doel willen we in 2022 bereikt hebben: 2 à 3 toonaangevende rookvrije speelplekken per wijk.
37 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Relatie groen- en klimaatbeleid
Toegankelijkheid
Bij de inrichting en renovatie van speelplekken is Groen tenzij, en het toepassen van groene inrichting ten behoeve van o.a klimaat, ecologie en gezondheid, het uitgangspunt. Schaduwplekken zorgen voor een koele plek op warme dagen voor omwonenden en voor kinderen om te spelen.
We richten speelplekken in voor iedereen en willen dat iedereen zich welkom voelt. Dat betekent dat bij de herinrichting of nieuwe aanleg van buurtplekken, blokplekken en indien gewenst ook specifieke speeltoestellen aandacht besteed wordt aan de fysieke bereikbaarheid en bespeelbaarheid. Voor de beheerde speeltuinen geldt dat de speeltuinen onderdeel zijn van de inclusieve stad, dus vrij toegankelijk voor iedereen met of zonder lichamelijke/ verstandelijke beperking (Bron: beleidskader beheerde speeltuinen, gemeente Utrecht, 2017).
Spelen in een groen ingerichte speeltuin prikkelt de verbeelding en draagt tegelijkertijd ook bij aan het op vroege leeftijd in aanraking komen met natuur. Zo stimuleren we ook de kennis van kinderen over natuur, en het toekomstige zorgdragen voor de bescherming van de natuur. Tegelijkertijd moet bij de inrichting van speelplekken rekening gehouden worden wettelijke veiligheidsnormen en de bespeelbaarheid. De Wet Attractie – en Speeltoestellen stelt eisen aan de dempende ondergrond bij verschillende (traditionele) toestellen die niet altijd met een natuurlijke (groene) ondergrond gerealiseerd kan worden. Ook bespeelbaarheid (geen kuilen in het voetbalveldje), hygiëne (zand niet altijd hygiënisch als ondergrond), speeldruk (een plek kan zo intensief gebruikt worden dat een kunststof ondergrond de enige mogelijkheid is om de speelwaarde te behouden) en bespeelbaar in alle jaargetijden spelen een rol in de definitieve keuze voor de ondergrond.
Luchtkwaliteit Speellocaties vallen officieel niet onder het besluit gevoelige bestemmingen, maar gezien de verblijfstijd in relatie tot blootstelling aan fijn stof, is het wel verstandig om bij de plaatsing van (nieuwe) speellocaties rekening te houden met drukke wegen.
38 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Bijlage 2 Verschillende soorten speelruimte ‘Achter een hek’ Beheerde speeltuinen
Schoolpleinen
Gemeente Utrecht telt 21 beheerde speeltuinen en 2 particuliere speeltuinen. Deze zijn verspreid over de stad, tenminste één beheerde speeltuin per wijk. Beheerde speeltuinen zijn in beheer bij zelfstandige speeltuinorganisaties of bij welzijnsorganisaties. De speeltuinen richten zich op de basisschoolleeftijd, en de openingstijden sluiten daarom vooral aan bij de schooltijden. De beheerde speeltuinen zijn meestal ook toegankelijk op minimaal één weekenddag. (Sommige speeltuinen zijn op verzoek van de omwonenden op zondagmiddag gesloten)
Schoolpleinen zijn bij uitstek een belangrijke speel- en verblijfsplek voor jonge kinderen. De pleinen zijn in juridisch eigendom van de schoolbesturen, en zij zijn verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud van het terrein. Dit omvangt de speeltoestellen, de omheining, de speelruimte en het (speel)groen. Voor dit onderhoud ontvangen schoolbesturen een beperkte vergoeding van het rijk.
In beheerde speeltuinen is toezicht, wordt het spelen zo nodig pedagogisch begeleid en er worden activiteiten aangeboden. Ook is er extra (los) spelmateriaal aanwezig zoals ballen, fietsjes en zandbakspeelgoed. Beheerde speeltuinen vallen onder het beleidskader beheerde speeltuinen uit 2017. In dit beleidskader wordt geschetst hoe de speeltuinen toegroeien naar verzelfstandiging, waarbij de gemeente betrokken blijft via een subsidierelatie. De 21 speeltuinen bevinden zich in een verschillende fase van verzelfstandiging, en de komende jaren worden de speeltuinen die nog niet verzelfstandigd zijn nog beheerd door de Sociaal Makel Organisaties. De twee particuliere speeltuinen (De Torteltuin en De Pan) vallen onder de beleidsregel Zelfbeheer van Stadsbedrijven (nota: visie op zelfbeheer, 2014). Beheerde speeltuinen tellen in eerste instantie niet mee in de norm voor speelruimte in de woonomgeving, omdat deze plekken niet altijd open zijn.
Schoolpleinen kunnen een aanvulling zijn op de openbare ruimte door na schooltijd bespeelbaar te zijn voor buurtkinderen. In de vorige beleidsnota werd al benadrukt dat scholen verleid kunnen worden om het plein open te stellen, en zo meer spelaanbod voor de buurt te creëren. Het gemeentelijke impulsproject ‘schoolplein voor de buurt’ werd in 2015 helaas geschrapt vanwege het uitblijven van voldoende resultaten. Dit onderwerp wordt sinds de motie groene schoolpleinen (Motie Meer groene schoolpleinen in Utrecht Motie 57/2017) opnieuw uitgewerkt. In de nieuwe verordening onderwijshuisvesting wordtis een stimuleringsregeling voorgesteld opgenomen waarbij scholen een aanvraag voor budget kunnen doen om het plein te vergroenen. Groene schoolpleinen zijn, naast een stimulerende speelomgeving voor kinderen, ook beter voor het klimaat. In de nieuwe verordening is de regel dat schoolpleinen verhard moeten zijn, geschrapt. Voorwaarde voor investeren vanuit de gemeente in het vergroenen van het schoolplein is dat de pleinen na aanleg openbaar zullen worden na schooltijd, zodat de buurt er ook profijt van heeft. Begin 2022 is duidelijk dat de regeling goed gebruikt wordt. Er zijn al 10 scholen die gebruik hebben gemaakt van het aan te vragen budget. Als er budget overblijft zal de gemeente dit actief gaan inzetten voor vergroening op locaties waarvan wij zelf nog eigenaar zijn.
De gemeente heeft naast deze regeling ook ingezet op inspiratie voor het vergroenen van schoolpleinen. In samenwerking met Stichting Utrecht Natuurlijk worden inspiratiemomenten georganiseerd voor schoolbesturen, waarbij onder andere goede voorbeelden van groene pleinen worden bezocht en best practices worden uitgewisseld.
39 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht Door het openstellen van de hekken is een schoolgebouw niet langer beschermd na schooltijd. De gebruiksdruk van opengestelde schoolpleinen verhoogt; dit leidt tot extra slijtage en mogelijke vernieling door vandalisme, en er wordt door omwonenden soms extra (geluids) overlast ervaren. De gemeente onderzoekt of zij een rol kan spelen in de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid voor (sociale) veiligheid en schade op schoolpleinen als zij opengesteld zijn na schooltijd.
40 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Voor concreet advies over de mogelijkheden om meer groen toe te voegen op het schoolplein (als aankleding maar ook als spelaanleiding) kan men terecht bij Stichting Utrecht Natuurlijk. In deze nota is daarnaast een poster opgenomen voor het vergroenen van speelplekken en het stimuleren van informeel groen spelen, welke ook voor scholen beschikbaar is. Naast het openstellen van de schoolpleinen voor spelen na schooltijd, worden schoolbesturen ook verleid om het schoolplein te vergroenen. Groene schoolpleinen zijn, naast een stimulerende speelomgeving voor kinderen, ook beter voor het klimaat. In de nieuwe verordening wordt de regel dat schoolpleinen verhard moeten zijn, geschrapt. Ook wordt onderzocht of er een stimuleringsregeling kan worden gestart waarbij scholen een aanvraag voor budget kunnen doen om het plein te vergroenen. Voorwaarde voor investeren vanuit de gemeente is dat de pleinen na aanleg openbaar zullen worden na schooltijd, zodat de buurt er ook profijt van heeft. Per school wordt maatwerk geleverd en samen met schoolbestuur, omwonenden, kinderen en ouders gekeken welke wensen er voor het betreffende plein zijn. Voor concreet advies over de mogelijkheden om meer groen toe te voegen op het schoolplein (als aankleding maar ook als spelaanleiding) kan men terecht bij Stichting Utrecht Natuurlijk.
In deze nota is daarnaast een poster opgenomen voor het vergroenen van speelplekken en het stimuleren van informeel groen spelen, welke ook voor scholen beschikbaar is. Schoolpleinen worden net als beheerde speeltuinen in eerste instantie niet meegeteld in de norm voor openbare speelruimte. In een wijk met weinig speelruimte bieden schoolpleinen echter een waardevolle aanvulling op de speelruimte. Scholen in wijken met weinig openbare speelruimte worden bij voorkeur gestimuleerd om hun plein open te stellen.
Stadsboerderijen en -tuinen Gemeente Utrecht heeft vijf stadsboerderijen of Steedes, en vier stadstuinen. Deze negen locaties worden beheerd door Stichting Utrecht Natuurlijk, een organisatie die is ontsproten uit het verzelfstandigde Natuur en Milieu Communicatie van Stadsbedrijven. Op deze Steedes kunnen kinderen spelenderwijs kennismaken met (stads)landbouw en landbouwhuisdieren. Op de meeste Steedes is ook (natuurlijke) speelgelegenheid, en op twee locaties (Grifsteede en Eilandsteede) is een beheerde speeltuin, waarbij het beheer en begeleiding door Stichting Utrecht Natuurlijk zelf wordt uitgevoerd. Op de stadstuinen zijn kinderen welkom om met hun ouders, of in ander (georganiseerd) verband te tuinieren of natuureducatieve workshops te volgen. De locaties zijn zes dagen per week open van 10 tot 17 uur.
41 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
42 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Bijlage 3 Speelbuurten van wijk West
43 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Bijlage 4 Toelichting Jantje Beton Norm en de Utrechtse Speelnorm De hoeveelheid speelruimte is gebaseerd op de richtlijn voor formele speelruimte vanuit het NUSO/Jantje Beton (1999). Daarin wordt gesteld dat van alle beschikbare ruimte minimaal 3% van de beschikbare ruimte zou moeten worden gereserveerd voor speelruimte. In deze nieuwe Utrechtse speelruimtenorm wordt de ‘beschikbare ruimte’ gedefinieerd als de volledige speelbuurt (bebouwd èn onbebouwd oppervlak tezamen) Toelichting op minimaal 3% Oppervlakte van alle (binnen de speelbuurt gelegen) buurtplekken en blokplekken. De ingerichte speelruimte betreft de openbare speel- en sportvoorzieningen die in beheer van de gemeente zijn. Als oppervlaktemaat wordt de gehele speelplek genomen, inclusief de vrij bespeelbare aangrenzende ruimte. Het gaat hier alleen om de beschikbare ruimte, niet om de inrichting zelf. Te meten langs de randen van het aaneengesloten vrij bespeelbare gebied. Dus niet enkel de oppervlakte van de ondergronden. De stoep of bosjes hoeven geen grens te zijn. Grenzen zijn o.a. fietspaden, wegen, de ‘hoek’ om. Ruime pleinen en grasvelden kunnen ook worden meegenomen als gereserveerde speelruimte.
• • • •
• Brede stoepen of kleine groenruimtes of autovrije straten worden •
qua vierkante meters niet meegerekend (uit praktische overweging), maar kunnen wel worden meegewogen bij de beoordeling van de totale bespeelbaarheid van een buurt. Bij gebiedsontwikkelingen geldt een resultaatverplichting. Bij het realiseren van een nieuwe (speel)buurt moet de speelruimtenorm worden toegepast op de nieuwe plannen en ruimtelijke mogelijkheden. Hierbij moet zo vroeg mogelijk worden meegekeken bij de planvorming en moet vanaf de start een ruimteclaim van tenminste 3% van de oppervlakte van de speelbuurt worden gereserveerd voor formele speel- en sportvoorzieningen (type speelbuurt is hier immers nog niet bekend).
44 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Bijlage 5 Poster Utrechtse Speelnorm
Utrechtse Speelnorm In het kort ‐ De Utrechtse Speelnorm biedt handvatten voor de beoordeling van bestaande buurten en toekomstige (her)ontwikkelingen van openbare speel- en sportruimte in Utrecht. Hierbij wordt zowel gekeken naar de bespeelbaarheid van de speelbuurt als de inrichting van de speelplek zelf.
De Speelnorm bestaat uit een speelruimtescan gekoppeld aan eventuele verbeteracties en verandermomenten. Deze poster hoort bij de ‘Visie Speelruimte Utrecht; Spelen in je eigen buurt’.
Speelruimtescan Utrecht 1. De speelbuurt - kwantitatief #1
Speelbuurt
De speelnorm voor jongeren en volwassenen
Speelhoekjes en stedelijke (sport)plek
stedelijke plek
2. Balans vraag/aanbod- kwantitatief #2
stedelijke sportplek
4. De speelplek - kwalitatief #2 Vraag en aanbod
hoog
VRAAG
blokplek
buurtplek
Toepassing van de speelnorm per type
beperkt
goed
beperkt
AANBOD
3. De S chijf van Vijf- kwalitatief #1
C D
aanbod beperkt
reservering van de speelruimte.
Diversiteit ‐ Schijf van Vijf
Beoordeling speelbuurt
Omvang
Verbetervoorstellen en verandermomenten 5. De opvolging op basis van de speelruimtescan
6. De verandermomenten voor opvolging
Agenderen noodzaak verandering
Veranderen van de speelbuurt
indien mogelijk, opvolging aansluiten op verandermoment
Verandermomenten
Nieuwbouw en gebiedstransformatie
45 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Bijlage 6 Fotostrip kwaliteit speelbuurt en speelplek Beoordelingsschema ‐ speelbuurtniveau
Beoordelingsschema ‐ speelplekniveau
Reguliere speelplekken variatie aanbod
Reguliere sport‐ en beweegplekken variatie aanbod
Vrije speelruimte Bespeelbaar groen Klimaatbestendigheid
Vrije speelruimte Spelen op straat
Activiteiten * Beoordeling afhankelijk van type locatie zie poster “Utrechtse Speelnorm”
46 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
Bijlage 7 Groene speelplekken Groene speelplekken Meer groen in de stad zorgt voor een beter leefklimaat voor mens en dier. Speelplekken zijn bij uitstek geschikt voor vergroening en vervullen een belangrijke rol bij de klimaatadaptatie van de openbare ruimte. Anders dan tuinen of daken heeft de gemeente hier zelf de regie over de inrichting. Bij het vergroenen van speelplekken gaan de thema’s spelen, klimaat, biodiversiteit en gezondheid hand in hand. De bijlage Groene Speelplekken is opgesteld ter aanvulling van de nieuwe Utrechtse Speelnorm 2020. Vanuit de norm wordt gestreefd naar (een zekere mate van) vergroening op elke openbare speel‐ en sportplek in Utrecht. In dit document worden concrete argumenten, handvatten en toepassingsmogelijkheden gegeven voor het vergroenen van de openbare speelruimte. Een groene speelplek kent meerdere verschijningsvormen. Dit gaat van een grasveld met speeltoestellen (minimale variant) tot een natuurlijk speelterrein (ultieme variant) waarin gebruikers in en mét de natuur kunnen spelen. Dit betekent natuurlijke speelmaterialen, ondergronden en de mogelijkheid om zelf vorm te geven aan de speelruimte en zo de fantasie en exploratiedrang te prikkelen. Toestellen zijn hierbij niet uitgesloten, maar zeker niet noodzakelijk om toe te voegen.
Groen voor SPEL EN VERBLIJF
Groen voor GEZONDHEID
Groen voor BIODIVERSITEIT
Groen voor KLIMAAT
Zichtbaar groen versterkt de aantrekkingskracht van de buitenruimte bij zowel volwassenen als kinderen. Een groene omgeving daagt kinderen uit om een eigen spel te bedenken en op avontuur te gaan.
Een groene omgeving heeft een positief effect op het wel‐ zijn van inwoners. Ze voelen zich gelukkiger in een groene omgeving en gaan meer naar buiten om te bewegen1. Spelen in het groen draagt bij aan de ontwikkelingen gezondheid van kinderen1+2. Daarbij biedt groen bescherming tegen de zon en kan geluidshinder dempen2.
Meer groen op speelplekken zorgt voor nestplaatsen en schuilplaatsen voor insecten, vogels en andere dieren om zo in de stad te leven en overleven2. Meer biodiversiteit bevordert het ecologisch evenwicht en draagt bij aan natuureducatie (beestjes zoeken, bloemen plukken, wisseling van seizoenen etc.).
Groene speel‐ en sportplekken kunnen een rol spelen in het hitte‐ en watermanagement van de stad2. Vergroening van speelplekken in woonwijken helpt om (lokaal) hitte tegen te gaan en water sneller af te voeren, of juist tijdelijk vast te houden. Utrecht wordt op deze manier beter bestand tegen weersextremen.
Voordelen: • Bevorderen motorische en cognitieve ontwikkeling • Vermindering blootstelling UV‐straling • Stimuleren gebruik openbare ruimte voor sport en beweging
Voordelen: • Ruimte voor flora en fauna • Natuurlijke plaagbestrijding, bijv. processierups en muggen door vogels en gaasvliegen • Natuureducatie en ander type spel
Voordelen: • Minder wateroverlast, betere afwatering • Meer groene speelplekken zorgen voor een verkoelend effect op de directe omgeving.
Voordelen: • Groene ruimtes zijn prettige verblijfsplekken tijdens warme dagen • Goede groene speelruimte is uitdagend en stimuleert exploratief en creatief spel omdat kinderen er zelf vorm aan kunnen geven
Vergroening en speelcultuur Vergroening van speelplekken is nuttig en nodig, maar is niet overal haalbaar of gewenst (en daardoor daar ook beperkt functioneel). Daarom is het belangrijk om aan te geven dat groene speelplekken in meerdere verschijningsvormen kunnen worden toegepast. Van eenvoudige speelaanleidingen in een grasveld met bomen tot een plek met zand, water, verschillende soorten beplanting en niveauverschillen als ultieme ravotplek. Goede groene speelplekken vragen om een andere, intensievere, vorm van onderhoud. Vergroening mag niet ten koste van de speelwaarde op een plek gaan. Dit wordt snel vertaald naar een verschraling van de openbare speelruimte. Ouders zitten er niet altijd op te wachten dat hun kinderen vies thuiskomen, of zijn bang voor de risico’s van natuurlijk spelen zoals tekenbeten. Hierdoor wordt dit speelgedrag ook niet gestimuleerd. Kinderen vinden het daarom ook niet altijd even leuk om buiten te ravotten. Draagvlak en betrokkenheid vanuit de buurt is niet vanzelfsprekend. Per buurt moet daarom gekeken worden naar de meest geschikte vorm om te ‘vergroenen’. Het heeft immers minder zin als kinderen er geen gebruik van (mogen) maken. Het maken van een goed ontwerp en goede afstemming met de buurt en buurtprofessionals is essentieel voor het laten slagen van een groene speelplek.
Groene speelplekken ‐ Checklist Speelgroen en speelaanleidingen
LET OP! ‐ de locatiekeuze voor speelgroen is ontzettend belangrijk. Losse takken zijn leuk voor hutten, maar niet handig bij autostraten of plekken waar auto’s langs de speelplek geparkeerd staan.
Eetbare beplanting: zoals appels, peren, kersen, noten, bessen, etc. • Bramen en frambozen zijn prikkelaars en woekeraars (en geven vlekken) en moeten enigszins in toom worden gehouden om een plek bespeelbaar te houden. Regelmatig onderhoud (door bewoners) is hierbij noodzakelijk. • Gevallen appels en peren moeten tijdig worden geraapt om overlast door wespen te voorkomen. • Plant geen tamme kastanjes op speelplekken of tenminste een eind bij de toestellen vandaan. Ondanks de onschuldige naam en eetbare binnenkant hebben deze noten een stekelige buitenkant. Speelbomen: zoals vleugelnoten, wilgen en beuken zijn voorbeelden van goede snelgroeiende klimbomen die weinig bevattelijk zijnvoor ziektes. Ook (andere) notenbomen kunnen extra speelwaarde toevoegen door de noten in de herfst. • Kroon speelbomen niet op. • Plaats bomen niet te dicht bij toestellen en paden (wortelgroei) • Plant alleen op plekken waar de bomen volop mogen groeien. LET OP! ‐ zoals de benoemde punten aangeven is het belangrijk dat bewoners onderdeel zijn van het beheer van een groene speelplek. Zonder draagvlak heeft (onderhoudsintensief) groen vrijwel geen kans van slagen.
1. W. Leufgen, M. van Lier; Vrij Spel voor Natuur en Kinderen. Uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht, 2007, p.152. 2. Groen in de stad; WUR; https://www.wur.nl/nl/Dossiers/dossier/Groen‐in‐de‐stad.htm 3. R. Louv; Het laatste kind in het bos – Hoe we onze kinderen weer in contact brengen met de natuur. Uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht, 2007. 4. www.rivm.nl/tekenbeten‐en‐lyme/teek
Natuurlijke ondergronden: zoals gras, zand, hout‐ en schorssnippers op speel‐ en sportplekken zorgen voor meer verkoeling en een betere afwatering dan kunstmatige ondergronden. Daarnaast hebben natuurlijke ondergronden een (veel) lagere CO2‐impact. • Natuurlijke ondergronden zijn goedkoper in aanschaf dan kunstmatige ondergronden. Losse ondergronden moeten sneller vervangen/verschoond worden en zijn duurder in onderhoud. • Bewoners kunnen eerder overlast ondervinden van hondenpoep op grasvelden en kattenpoep in losse ondergronden.
Kinderproof beplanting: niet giftig, geen stekels, robuust en snelgroeiend. Voorbeelden: laurier, haagbeuk, wilgen, kornoelje, hazelaar of hoge grassen (olifantengras en niet woekerende bamboe). • Plant bij voorkeur in groepen om goede speelbosjes te creëren. • Laat snoeiafval (deels) liggen zodat kinderen hier mee kunnen spelen en bouwen.
Natuurlijke speelaanleidingen: kunnen worden aangelegd om de diversiteit van het speelaanbod te vergroten. Bijvoorbeeld: heuvels/ glooiingen, stapstammen, zwerfkeien, palenbos, wilgenhutten‐ of tunnels. Rioolbuizen en autobanden vallen niet helemaal onder de categorie ‘natuurlijk’, maar worden wel vaak in combinatie met natuurlijk spelen toegepast. • Speelaanleidingen geplaatst op officiële speelplekken moeten voldoen aan de veiligheidseisen van het WAS. • Voor natuurlijke speelaanleidingen die extra en/of specifiek beheer vragen is bewonersparticipatie belangrijk. Bijvoorbeeld bij wilgenhutten en stapstammen van lokaal kaphout.
Meer weten?
47 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht
LET OP! ‐ Bij vochtige bodems worden losse ondergronden als snippers afgeraden omdat het snel verteert en daarmee zijn functie verliest.
Schaduw en groenbuffer Op grote speelplekken: kunnen bomen met een grote kroonomvang worden geplant. Positioneer bomen (of de speelplek) zo dat zomers de toestellen op het heetst van de dag in de schaduw liggen. Op kleine speelplekken/ruimtes: kunnen dak‐ en leibomen worden gebruikt voor het creëren van schaduw. Het voordeel is dat deze bomen minder ruimte innemen en minder hoog worden (mits regelmatig gesnoeid). Alternatieven zijn een prieel of pergola met begroeiing of een schaduwdoek (vaak bij scholen). • Wanneer ondergrondse leidingen en kabels het planten van bomen in de vollegrond onmogelijk maken, kunnen bomen in bakken een alternatief zijn, deze hebben wel regelmatig een extra watergift nodig. • Zorg dat (kunststof en houten) toestellen en ondergronden niet de hele dag in de schaduw liggen om groene aanslag te voorkomen. Een goed ingerichte groenbuffer op speelplekken langs drukke wegen verbetert de beleving (optisch) en kan een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. Ook kan groen geluidshinder dempen2 op een speelplek. • Het is belangrijk om met de groenbuffer een wal te creëren. Een rij opgekroonde bomen heeft bijvoorbeeld weinig effect. • Kinderen moeten niet vanuit het groen direct op de drukke weg kunnen komen. Het is daarom belangrijk om in dat geval ook een hekwerk of andere begrenzing toe te passen.
Water en ondergronden Wadi’s en slootjes: kunnen water bergen of juist zorg dragen voor een goede afwatering naar sloten of de bodem. Gecombineerd met speelaanleidingen zoals stapstenen of touwen bieden ze extra avontuurlijke speelwaarde. Met name op drassige plekken zijn wadi’s ideale oplossingen die tevens speelwaarde bieden. • Zorg ervoor dat de staanders van toestellen tegen water kunnen. Plaats geen houten toestellen of speelaanleidingen in de wadi, of tenminste op RVS‐voetjes. • Gebruik zwerfkeien of betonnen poefs als parcours door het water, geen stapstammen van hout. LET OP! ‐ Wadi’s kennen naast veel speelwaarde ook enkele risico’s. Zorg daarom dat deze niet te diep zijn of snel het water afvoeren in de bodem (infiltratie). Water in wadi’s mag niet (te lang) stilstaan om gezondheidsrisico’s te beperken (algengroei).
Wanneer wel een kunstondergrond of verharding: als een plek intensief wordt bespeeld waardoor een grasondergrond te snel uitslijt en niet voldoende tijd heeft voor herstel (trapveldjes bijvoorbeeld), of als toegankelijkheid voor rolstoelgebonden bewoners nodig is, kan toch (deels) een kunstmatige ondergrond of verharding (sportvelden, buurtplekken, schoolpleinen) nodig zijn. • Halfverharding zoals grasbetontegels zijn een goed compromis tussen waterdoorlaatbaarheid en toegankelijkheid. Op sport‐ plekken kan gewerkt worden met een waterbassin. Bij (extreme) regenval kan deze gebruikt worden als kunstmatige waterberging. • Let op de nieuwe milieucriteria van de Rijksoverheid voor de aanschaf van nieuwe toestellen en ondergronden. Ook het vrijkomen van PAK’s is aan richtlijnen gebonden (REACH richtlijn). • Soms is het niet nodig om onder het gehele toestel een kunstondergrond te plaatsen, maar enkel de plekken waar de ondergrond het hardst slijt. • Kies lichtere kleuren als ondergrond, die worden minder warm. • Het (her)gebruik van betontegels op sportveldjes is een duurzaam alternatief voor kunstgras. Betontegels kunnen ook worden gebruikt als bijvoorbeeld stapstenen in het gras. LET OP! ‐ ‘Groene speelplekken’ betekent niet dat er geen sprake meer is van veiligheidseisen zoals die op andere speelplekken gebruikelijk zijn.
Zeker bij gebruik met speeltoestellen geldt gewoon het Warenwetbesluit Attracties en speeltoestellen (WAS). Wel biedt een groene inrichting veel mogelijkheden om hierbinnen de acceptabele risico’s op te zoeken en avontuurlijke speelvormen aan te bieden.
Blije beestjes Diervriendelijke beplanting: komen redelijk overeen met de voor mensen eetbare beplanting, zoals kers, kornoelje en verschillende bessensoorten (uiteraard geen giftige soort toepassen als speelgroen).
•
• • •
Door bijvoorbeeld pimpel‐ en koolmezen of boomklevers aan te trekken wordt tevens een natuurlijke vijand uitgenodigd voor plagen als de eikprocessierups. Groenblijvende beplanting als hulst (geen stekels), laurier en naaldbomen bieden beschutting voor dieren in de herfst/winter. Naaldbomen kunnen beter niet midden op, maar beter aan de randen van grotere speelplekken of parken worden geplant. Hoge grassen zijn ideaal als schuilplek voor veel kleine dieren, insecten en vlinders.
LET OP! ‐ Fijne plekken voor beestjes betekent vaak ook een hoger risico op teken; een bekend bezwaar tegen groene speelplekken. De kans op een tekenbeet is ook veel groter op een groene speelplek dan op een pleintje. Hier is in de inrichting weinig aan te doen. Het RIVM adviseert om bij het buitenspelen in de bosjes je broek in je sokken te doen, shirts met lange mouwen te dragen en vooral na het buitenspelen je lichaam te (laten) controleren op eventuele teken4. Diervriendelijk inrichting en beheer: zorgt voor een extra stimulans voor de biodiversiteit door bijvoorbeeld snoeiafval te laten liggen of takenrillen te plaatsen. • Laat naast snoei‐ ook bladafval liggen of schuif het onder struiken en bomen. Dit is waardevol voor de (bodem)biodiversiteit. Het zorgt voor voedsel en beschutting voor verschillende dieren en insecten én beschermt de bodem tegen erosie. • Bladafval kan toestellen en ondergronden glad (en vies) maken. Hierdoor wordt de bespeelbaarheid minder en ook houten toestellen gaan minder lang mee. • Nestkastjes, vleermuizenkasten, insectenhotels nodigen dieren uit om te nestelen op de speelplek. Dit draagt niet alleen bij aan een betere biodiversiteit maar kan ook worden gebruikt voor natuureducatie.
• Met groene verbindingen tussen speel‐ en sportplekken en de randen van de wijk of stad kunnen fijne routes worden aangelegd voor recreatie en sport maar worden tegelijkertijd ook (kleinschalige) ecoroutes gecreëerd. Bloemrijke mengsels inzaaien: op grasvelden bij speelplekken ziet er fleurig uit en zijn tegelijkertijd belangrijk voedsel voor hommels, bijen en andere insecten. • Het zaaien van bloemen en het onderhouden hiervan kan vaak prima door bewoners gebeuren. Wel is het belangrijk dat dit wordt afgestemd met het gemeentelijk maaibeleid. LET OP! ‐ Groene speelplekken lijken vaak minder onderhouden. Dit is meestal bewust en maken de speelplek ook interessanter. Belangrijk is wel dat hiervoor de juiste plekken worden gekozen.
Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00