CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STREKT TER VERVANGING Verordening leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening leges omgevingsvergunning 20239.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 Ow De raad van de gemeente Utrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 september 2022, met kenmerk 10418936 gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; gezien het advies van de commissie Volksgezondheid, Bestuur en Financiën van 27 september 2022; besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van leges omgevingsvergunning 2023 Ow alsmede de daarbij behorende tarieventabel 2023 gemeente Utrecht

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening en de bijbehorende tarieventabel verstaat onder: a. ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘Leges omgevingsvergunning’ worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

1. Artikel 4Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op deze verordening, tenzij in de verordening of bijbehorende tarieventabel anders is bepaald. In

Tarieven en heffingsmaatstaven 1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening en bijbehorendebehorende tarieventabel voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan. 2. Voor de berekening van de leges wordt een in het tweede lidgedeelte van een in de tabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Wijze van heffing De leges worden geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 6 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 5: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 7 Kwijtschelding Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend. wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzijArtikel 8

Teruggaaf

2. Gehele of gedeeltelijke teruggave van leges ter zake van een in de verordening of bijbehorende tarieventabel anders is bepaald. In omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening en bijbehorendebehorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 9 Nadere regels met betrekking tot heffing en invordering Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot het vaststellen van de maatstaf leges omgevingsvergunning, activiteit bouw. Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1. De Verordening Leges Omgevingsvergunningen 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan en op belastbare feiten waarop de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moeten worden toegepast. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023. 4. De in paragraaf 1 genoemde normbladen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het Stadskantoor, Stadsplateau 1 te Utrecht 5.

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2023.

De griffier, Merel van Hall

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

Tarieventabel behorende bij de verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 1

Bebouwde omgeving: Omgevingsvergunning

Paragraaf 1: Begripsomschrijvingen 1.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; b. binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; 1.1.1.

investeringskosten: de investeringskosten als genoemd in het normblad

NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het inrichten geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in dit hoofdstuk onder investering nodig voor de uitvoering verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het uitvoeren van het werk waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.1.2.

bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in

paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad

laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.1.3.

sloopkosten: de aannemingssomaannemingsom exclusief

omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Omgevingsoverleg eenvoudig: behandeling van initiatieven die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. 4. Omgevingsoverleg midden: behandeling van initiatieven met behulp van omgevingstafels van initiatieven waarbij het Utrechts planproces (UPP 0) wordt doorlopen of een uitzonderingsprocedure voor het omgevingsplan moet worden doorlopen; 5. Omgevingsoverleg complex: behandeling van initiatieven waarbij het Utrechts planproces (UPP 1-4) wordt doorlopen, inclusief de voorbereiding van de aanvraag omgevingsvergunning middels omgevingstafels; 6. UPP: Utrechts planproces (zie Utrechts planproces | Gemeente Utrecht). Artikel 2 Belastbaar feit 1.

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een1.1.4. Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.1.5.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die in de Wabo zijn

omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

1.1.6.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn

omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Paragraaf 2: aanvraag om: vooroverleg a. omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; intrekking van Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vooroverleg met betrekking tot een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat -in ieder geval-geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, 3.7 en 3.9 van deze tabel, is gelijk aan de in die onderdelen bepaalde tarieven. 2.2 Indien andere activiteiten als genoemd onder 2.1 en waarvoor in paragraaf 3 van deze tabel een tarief is bepaald, onderdeel uitmaken van de aanvraag om vooroverleg met betrekking tot een aanvraag om omgevingsvergunning, is het tarief voor die activiteiten gelijk aan de in de betreffende onderdelen bepaalde tarieven.

Paragraaf 3: Omgevingsvergunning 3.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een

omgevingsvergunning; voor een project: een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b totde som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of

d. handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met d. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5 Tarieven en heffingsmaatstaven 1. De leges worden gehevenuitgevoerd, berekend naar de maatstaventarieven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 7. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf 8.en paragraaf 4 van dit hoofdstuk.

In afwijking van het derde en vierde lidde vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving; a. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; 1. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst of besluit wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb. 1994, 762) en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst of besluit in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 2.1.

De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023.

1. De in artikel 1 genoemde normbladen worden bekendgemaakt door terinzagelegging op het Stadskantoor, Stadsplateau 1 te Utrecht. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 Ow.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van … 2022.

3. 1. Bouwactiviteiten 3.1.1 Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van

de Wabo,Tarieventabel behorende bij de verordening Leges omgevingsvergunning gemeente Utrecht 2023 Ow PARAGRAAF 1 VOORFASE

Het tarief bedraagt voor het in behandelingtarief: 3.1.2.

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000

bedragen van de bouwkosten, met een minimum van: 3.1.3.

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot €

5.000.000 bedragen van de bouwkosten, met een minimum van: 3.1.4.

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot €

50.000.000 bedragen

3,01%

161,25 euro 2,85% 30.100,00 euro 2,58%

van de bouwkosten, met een minimum van

142.500,00 euro

3.1.5.

1.290.000,00

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000

bedragen

euro

vermeerderd met

0,23%

berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

3.1.6.

Achteraf ingediende aanvraag

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1. bedraagt

150%

het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges,

331,55 euro

met een minimum van

3.2. Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

369,95 euro

3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in

onderdeel 3.1.: 3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 (binnenplanse afwijking), 2 (buitenplanse kleine afwijking) of 3 (buitenplanse afwijking) van de Wabo, dan wel artikel 2.12, tweede lid (tijdelijke afwijking), van de Wabo, artikel 2.12, eerste lid, onder b (afwijking

16%

van exploitatieplan) van de Wabo of artikel 2.12, eerste lid, onder d (afwijking van een voorbereidingsbesluit) van de Wabo wordt toegepast van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag met

369,95 euro

een minimumbedrag van 3.3.2.

indien de aanvraag een project van provinciaal

belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening

16%

en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimumbedrag van

369,95 euro

3.3.3.

indien de aanvraag een project van nationaal

belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid , van de Wet ruimtelijke ordening en artikel

16%

2.12, eerste lid onder c, van de Wabo wordt toegepast van het op grond van onderdeel 3.1.1. verschuldigde bedrag

369,95 euro

met een minimumbedrag van

3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit, noch zal zijn Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake zal zijn van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid onder b (afwijking van een exploitatieplan) of d (afwijking van een voorbereidingsbesluit) van de Wabo wordt toegepast 369,95 euro 3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) bij een investering nodig voor de uitvoering:

Categorie A: > EUR 0 en ≤ EUR 100.000

10.849,45 euro

Categorie B: > EUR 100.000 en ≤ EUR 1.000.000

17.997,70 euro

Categorie C: > EUR 1.000.000 en ≤ EUR 10.000.000

30.251,95 euro

Categorie D: > EUR 10.000.000 en ≤ EUR 20.000.000

43.784,00 euro

Categorie E: > EUR 20.000.000 en ≤ EUR 50.000.000

61.399,25 euro

Categorie F: > EUR 50.000.000

70.590,80 euro

3.4.3 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt

369,95 euro

toegepast (afwijking van provinciale regelgeving) 3.4.4 indien de aanvraag een project van nationaal belang

369,95 euro

betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving)

3.5 In gebruik nemen van een aanvraag om omgevingsoverleg:

Artikel 1 Omgevingsoverleg

Als

de

aanvraag

omgevingsoverleg

betrekking over

een

heeft

op

of

meer

het

houden bouw-

van en/of

omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief Voor een omgevingsoverleg eenvoudig: -

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

2,90%

€ 162,85 -

2,75%

€ 29.000,00

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000

-

bedragen

€ 137.500,00

van de bouwkosten, met een minimum van -

-

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

2,49%

€ 1.245.000,00

vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

0,22%

Voor een omgevingsoverleg midden en complex: -

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

2,76%

€ 162,85 -

2,61%

€ 27.600,00

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000

-

bedragen

€ 130.500,00

van de bouwkosten, met een minimum van -

-

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

vermeerderd met

2,37%

€ 1.185.000,00 0,21%

berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

Artikel 2 Omgevingsoverleg of gebruiken bouwwerken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)in relatie tot brandveiligheid

Als

de

aanvraag

betrekking

heeft

op

het

houden

van

omgevingsoverleg over een of meer omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, met betrekking tot een bouwwerk dat onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen valt, bedraagt het tarief Voor een omgevingsoverleg eenvoudig: -

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

2,41%

€ 162,85 -

2,28%

€ 24.100,00

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000

-

bedragen

€ 114.000,00

van de bouwkosten, met een minimum van -

-

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

vermeerderd met

2,07%

€ 1.035.000,00 0,18%

berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000 Voor een omgevingsoverleg midden en complex: -

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

-

€ 162,85 -

2,17%

€ 22.900,00

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000

-

bedragen

€ 108.500,00

van de bouwkosten, met een minimum van -

2,29%

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

vermeerderd met berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

1,97%

€ 985.000,00

0,17%

Artikel 3 Afgebroken omgevingsoverleg / geen bouwkosten bekend

Als

de

aanvraag

omgevingsoverleg

betrekking over

een

heeft

op

of

het

meer

houden bouw

van en/of

omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en het omgevingsoverleg voortijdig wordt afgebroken en/of de bouwkosten niet bekend zijn, bedraagt het tarief -

voor een omgevingsoverleg eenvoudig

€ 350,00

-

voor een omgevingsoverleg midden

€ 2.000,00 euro

-

voor een omgevingsoverleg complex

€ 15.000,00 euro

PARAGRAAF 2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning:

Artikel 4 Bouw- en/of omgevingsplanactiviteit voorafgegaan door omgevingsoverleg

5.1 Als de aanvraag om omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3, waarop de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft, bedraagt het tarief, onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden

€ 0,00

5.2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om omgevingsvergunning gedaan: a. voor

dezelfde activiteit of

activiteiten als waarop het

omgevingsoverleg betrekking had; b. in

overeenstemming

met

de

uitkomsten

van

het

omgevingsoverleg; c. binnen drie (3) maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving; d. door

dezelfde

(rechts)persoon

die

de

aanvraag

om

omgevingsoverleg heeft gedaan.

Artikel 5 Bouw- en omgevingsplanactiviteit niet voorafgegaan door of in afwijking van het omgevingsoverleg

Als de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer bouw- en/of omgevingsplanactiviteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en de aanvraag a. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 4; b. niet is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3; c. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3, maar −

niet dezelfde activiteit of activiteiten betreft als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;

−

niet in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg;

−

niet

binnen

drie

(3)

maanden

na

het

laatste

omgevingsoverleg is ingediend of −

niet door dezelfde (rechts)persoon is aangevraagd die de aanvraag om omgevingsoverleg heeft gedaan,

bedraagt het tarief

-

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

-

2,75%

€ 29.000,00

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000

-

bedragen

€ 137.500,00

van de bouwkosten, met een minimum van -

2,90%

€ 162,85

van de bouwkosten, met een minimum van -

-

2,49%

€

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

vermeerderd met

1.245.000,00 0,22%

berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

Artikel 6 Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel), niet voorafgegaan door of in afwijking van het omgevingsoverleg voor bouwwerken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwwerk dat onder de Wet kwaliteitsborging bouw valt en a. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 4; b. niet is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3; c. is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2 en 3, maar −

niet dezelfde activiteit of activiteiten betreft als waarop het omgevingsoverleg betrekking had of

−

niet in overeenstemming is met de uitkomsten van het omgevingsoverleg of

−

niet

binnen

drie

(3)

maanden

na

het

laatste

omgevingsoverleg is ingediend of −

niet door dezelfde (rechts)persoon is aangevraagd die de aanvraag om omgevingsoverleg heeft gedaan

bedraagt het tarief

-

indien de bouwkosten minder dan € 1.000.000 bedragen

-

van de bouwkosten, met een minimum van -

€ 162,85

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 5.000.000 bedragen

van de bouwkosten, met een minimum van -

-

2,28%

€ 24.100,00

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 50.000.000

-

bedragen

€ 114.000,00

van de bouwkosten, met een minimum van -

2,41%

2,07%

€

indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen

1.035.000,00

vermeerderd met

0,18% berekend over de bouwkosten meer dan € 50.000.000

Artikel 7 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

16%

van het op grond van artikel .. verschuldigde bedrag met een minimumbedrag van b. voor

een

binnenplanse

omgevingsplanactiviteit

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

Artikel 8 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

bij

€ 369,95

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 10, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk

€ 369,95

als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten

PARAGRAAF 3 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT CULTUREEL ERFGOED EN WERELDERFGOED

Artikel 9 Omgevingsplanactiviteit: 3.5.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning

betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,

778,40 euro

onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief 3.5.2 Het tarief genoemd onder 3.5.1. wordt verhoogd voor een bouwwerk of inrichting met een oppervlakte van: 3.5.2.1

0 t/m 100 m2

516,65 euro

3.5.2.2

101 m2 t/m 500 m2

516,65 euro

vermeerderd per m2 boven het aantal van 100 m2 met

3,18 euro

3.5.2.3

1.788,65 euro

501 m2 t/m 2.000 m2

vermeerderd per m2 boven het aantal van 500 m2 met

1,66 euro

3.5.2.4

4.278,65 euro

2.001 m2 t/m 5.000 m2

vermeerderd per m2 boven het aantal van 2.000 m2 met

0,49 euro

3.5.2.5

5.748,65 euro

5.001 m2 t/m 50.000 m2

vermeerderd per m2 boven het aantal van 5.000 m2 met

0,08 euro

3.5.2.6

9.348,65 euro

meer dan 50.000 m2

vermeerderd per m2 boven het aantal van 50.000 m2

0,01 euro

3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot

een

gemeentelijk

monument,

rijksmonument,

voorbeschermd

voorbeschermd

provinciaal

provinciaal

monument,

gemeentelijk

monument,

monument

of

voorbeschermd

rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van

artikel

[14]

van

de

[citeertitel

gemeentelijke

erfgoedverordening] in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:

1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:

van de kosten van de uit te voeren werkzaamheden, met een 1,13% minimum van € 162,85 2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

b. voor

een

binnenplanse

omgevingsplanactiviteit

bij

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: 2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: 2. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige

toepassing

op

een

aanvraag

om

een

omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de [citeertitel gemeentelijke Erfgoedverordening] is aangewezen respectievelijk waarop,

voordat

het

is

aangewezen,

die

verordening

van

overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan

nog

niet

de

functie-aanduiding

gemeentelijk

monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht

1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor

een

binnenplanse

omgevingsplanactiviteit

of

bij

toepassing van artikel [20] van de [citeertitel gemeentelijke erfgoedverordening] in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: b. voor

een

binnenplanse

omgevingsplanactiviteit

€ bij

wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:

€

c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€

Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

PARAGRAAF 4 AANLEGACTIVITEITEN

Artikel 11 Archeologie: beoordeling omgevingsplanactiviteit grondwerk

De leges voor de beoordeling van een omgevingsplanactiviteit grondwerk aan de bescherming van archeologische waarden en het schriftelijk

verstrekken

van

besluiten

inzake

archeologische

waarden en verwachtingen bedragen

578,35 euro

Artikel 12 Archeologie/grondwerk: beoordeling plannen van aanpak

De leges voor de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van Plannen

van

Aanpak

inzake

archeologisch

(voor)onderzoek

bedragen

288,55 euro

Artikel 13 Archeologie/grondwerk: beoordeling programma van eisen

De leges voor de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van Programma's van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek bedragen

868,10 euro

Artikel 14 Archeologie/grondwerk: beoordeling evaluatierapporten

De leges voor de beoordeling en goedkeuring, namens het bevoegd gezag, van evaluatierapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek bedragen

Artikel 15 Archeologie/grondwerk: beoordeling rapportages

578,35 euro

De leges voor de beoordeling, namens het bevoegd gezag, van rapportages die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek bedragen 578,35 euro

15.1 Bureauonderzoek 15.2 IVO/O en IVO/P incl. opstellen selectiebesluit

722,00 euro

15.3 Opgraving/AB

1.737,45 euro

Artikel 16 Archeologisch depot

De leges voor het controleren en in het gemeentelijk archeologisch depot

opnemen

van

de

archeologische

documentatie

en

archeologische vondsten bedragen 722,00 euro

Artikel 3.6.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Monumentenverordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die

1,13%

gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief voor het wijzigen van een monument van de kosten van de uit te voeren werkzaamheden, met een

162,85 euro

minimum van 3.6.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsof dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c,

2,20%

van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief van de kosten van de uit de voeren werkzaamheden, met een

162,85 euro

minimum van met een maximum van

16.285,00 euro

3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de

369,95 euro

Wabo, bedraagt het tarief:

3.8 Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief

3.9 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor

347,35 euro

op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief 3.9.1 indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf

646,55 euro

bomen ( levende of in een combinatie van levende en dode bomen) 3.9.2 indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan vijf bomen (hetzij levend hetzij dood hetzij een combinatie daarvan) geldt het tarief van 3.9.1 voor de eerste vijf bomen vermeerderd

17,75 euro

voor elke boom meer dan vijf bomen op dezelfde locatie in hetzelfde project met 3.9.3 indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf dode bomen

147,70 euro

3.10 Handelsreclame Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de plaatselijke

181,00 euro

verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo, bedraagt het tarief per m2 voor handelsreclame bestemde oppervlakte met een minimum van

162,85 euro

en een maximum van

5.858,90 euro

3.11. Projecten of handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming 3.11.1

Indien de aanvraag om een

omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de

natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of

369,95 euro

planten, als bedoeld in de Wet natuurbescherming bedraagt het tarief 3.11.2

Indien de aanvraag om een

omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen

369,95 euro

gebied als bedoeld in de Wet natuurbescherming

3.12. Handelingen in het kader van de natuurbescherming Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming ontheffing nodig is, bedraagt het tarief

3.13. Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld

369,95 euro

en die activiteit of handeling 3.13.1

behoort tot een bij algemene maatregel van

bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van

369,95 euro

de Wabo, bedraagt het tarief 3.13.2

behoort tot een bij provinciale verordening,

gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief

3.14. Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 3.14.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag

voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat

369,95 euro

voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft. 3.14.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag

voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

3.15. Advies Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een

369,95 euro

omgevingsvergunning

3.16. Verklaring van geen bedenkingen Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven bedraagt het tarief

369,95 euro

3.17 Archeologie: aanvraagAanvraag omgevingsvergunning activiteit archeologie/grondwerk voorafgegaan door aanvraag om vooroverleg

De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning activiteit archeologie / grondwerk,

zoals

bedoeld

in

het

tijdelijke

omgevingsplan,

bedragen

1.737,45 euro

Artikel 18 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 in samenhang met artikel 22.8

van

de

Omgevingswet

en

artikel

2.1a

van

het

Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten.

Artikel 19 Omgevingsplanactiviteit: uitweg / uitrit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 369,95

Utrecht 2010 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten

€ 347,35

PARAGRAAF 5 OVERIGE ACTIVITEITEN

Artikel 20 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit het kappen van een boom/bomen of het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:7 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Utrecht 2010 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1. indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf bomen (levende of in een combinatie van levende en dode bomen)

€ 646,55

2. indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan vijf bomen (hetzij levend hetzij dood hetzij een combinatie daarvan) geldt het tarief van 13.1 voor de eerste vijf bomen, vermeerderd met voor elke boom meer dan vijf bomen op dezelfde locatie in hetzelfde project 3. indien de aanvraag betrekking heeft op maximaal vijf dode bomen

€ 17,75 € 147,70

Artikel 21 Omgevingsplanactiviteit: reclame

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 3 van de Reclameverordening gemeente Utrecht 2017 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om € 181,00 de

in

die

artikelen

bedoelde

activiteiten,

per

m2

voor

handelsreclame bestemde oppervlakte, met een minimum van en een maximum van € 162,85 € 5.858,90

Artikel 22 Andere activiteiten

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze en voorgaande paragrafen van deze tarieventabel bedoeld en die activiteit: 1. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel 2., bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten

€ 369,95

2. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a. van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: −

voor een omgevingsplanactiviteit

−

voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel € 369,95 2.1a

van

het

Omgevingsbesluit

aangewezen

vergunningplichtige activiteit

€ 369,95

PARAGRAAF 6 OVERIGE TARIEVEN

Artikel 23 Buiten behandeling laten aanvraag

De leges voor het niet verder in behandeling nemen van een niet ontvankelijke aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking, voor zover daarvoor

niet

elders

in

deze

tarieventabel

een

tarief

opgenomen, bedragen

is 162,85 euro

Artikel 24 3.17.1 Als de aanvraag om omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in paragraaf 2 van deze tabel, waarop de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft, bedraagt het tarief, onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden.

0,00 euro

3.17.2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het vooroverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het vooroverleg; c. binnen 26 weken na het laatste vooroverleg of, als het vooroverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving;

Paragraaf 4 Vermindering 4.1 Indien de aanvraag om vooroverleg als bedoeld in paragraaf 2 van deze tabel of om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten waarvoor leges zijn verschuldigd, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen, handelingen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 3.11, 3.12, 3.15 en 3.16 bedraagt de vermindering bij vijf en meer activiteiten waarvoor leges verschuldigd zijn van de voor de activiteiten verschuldigde leges 4.2 Indien de aanvraag om vooroverleg als bedoeld in paragraaf 2 van deze tabel of om een

5%

omgevingsvergunning als bedoeld in de onderdelen 3.1 en 3.3 betrekking heeft op 4.2.1 de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 100%, bedraagt de vermindering

50%

van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak 4.2.2 de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 150%, bedraagt de vermindering

100%

van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak 4.2.3 de nieuwbouw van gebruiksfuncties anders dan woonfunctie, waarvoor in het Bouwbesluit art. 5.2 een grenswaarde voor de BENG 3 waarde is gegeven, met een gewogen BENG 3 waarde minimaal factor 1,50 hoger dan de norm uit het Bouwbesluit, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges

50%

4.2.4 de verbouw van woningen en andere gebruiksfuncties waarvan de BENG 3 waarde minimaal factor 1,75 beter dan de BENG 3 waarde van voor de verbouwing, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen of gebruiksfuncties wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de gebruiksfuncties, op basis van gebruiksoppervlak 4.2.5 de realisatie van een zonne-energiesysteem, bedraagt de vermindering

50%

van de verschuldigde leges

50%

4.2.6 een initiatief dat een andere dan hierboven genoemde bijdrage levert aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, bedraagt de vermindering maximaal

100%

van de verschuldigde leges. Hierbij staat de vermindering in verhouding tot de bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen 4.3 Voor de vermindering als genoemd in de onderdelen

68.568,75 euro

4.2.1. t/m 4.2.6. geldt een maximumbedrag van

Paragraaf 5 Teruggaaf

5.0 Teruggaaf bij vergunde aanvraag om omgevingsvergunning indien voorafgegaan door vooroverleg als bedoeld in paragraaf 2. 5.0.1 Als de aanvraag om omgevingsvergunning wordt verleend, na te zijn voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in paragraaf 2 van deze tabel, bestaat aanspraak op teruggaaf van van de voor het vooroverleg verschuldigde leges. 5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag om vooroverleg als bedoeld in paragraaf 2 of om een omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten 5.1.1 Als een aanvrager zijn aanvraag om vooroverleg of om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, 3.7

5%

en 3.9, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. 5.2 De teruggaaf bedraagt: 5.2.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van vier weken na het in behandeling nemen ervan

75%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges 5.2.2 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.1. aan te

162,85 euro

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.2.3 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.1. aan te

2.491,50 euro

betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan 5.2.4.

indien de aanvraag wordt ingetrokken na vier

weken na het in

60,0%

behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteiten verschuldigde leges 5.2.5 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.4. aan te

162,85 euro

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.2.6 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.2.4. aan te

3.986,35 euro

betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan

5.3 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten, met inbegrip van monumenten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, 3.7 en 3.9, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.

25%

De teruggaaf bedraagt van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 5.3.1 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.3. aan te

162,85 euro

betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.3.2 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.3. aan te betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan

7.474,75 euro

5.4 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten, met inbegrip van monumenten 5.4.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, wijziging-, sloop- of velactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.6, 3.7 of 3.9 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt

30%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 5.4.2 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.4.1

162,85 euro

aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan 5.4.3 Het na de verrekening als bedoeld in onderdeel 5.4.1

6.976,30 euro

aan te betalen leges resterende bedrag mag niet meer zijn dan

5.5 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan wordt niet teruggegeven

5.6 Geen teruggaaf legesdeel overige onderdelen Uitsluitend van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 3.1, 3.6, 3.7 en 3.9 wordt teruggaaf verleend.

331,80 euro

6.

Intrekking omgevingsvergunning

6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid,

369,95 euro

onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.3. van toepassing is

7.

Wijzigen omgevingsvergunning als gevolg van wijzigen project

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een

omgevingsvergunning

als

gevolg

van

een,

naar

de

omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, bedraagt het tarief

5%

van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning, met een minimum van

€ 162,85

met een maximum van

€ 7.474,75

Artikel 25 Intrekken omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

om

gehele

of

gedeeltelijke

intrekking

van

omgevingsvergunning, tenzij artikel 33 van toepassing is

een

€ 369,95

Artikel 26 7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe

5%

wijziging in het project van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning met een minimum van

162,85 euro

met een maximum van

7.474,75 euro

8.

In deze tarieventabel niet genoemde beschikking

8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze tarieventabel niet genoemde beschikking

9.

Niet genoemd besluit opontvankelijke aanvraag

369,95 euro

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in deze tarieventabel niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde

algemene

maatregelen

van

bestuur

of

het

omgevingsplan

€ 369,95

PARAGRAAF 7 MODALITEITEN

Artikel 27 Achteraf ingediende aanvraag

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwen/of omgevingsplanactiviteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, bedraagt het tarief van de op grond van het van toepassing zijnde artikel

150%

verschuldigde leges, met een minimum van

€ 331,55

Artikel 28 Advies

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze tarieventabel bedraagt het tarief, indien een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet

€ 369,95

Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven bedraagt het tarief

€ 369,95

Artikel 29 Instemming

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk

bedraagt het tarief, als een aanvraag om een

omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan € 369,95

PARAGRAAF 8 VERMINDERING

Artikel 30 Vermindering bij meervoudige aanvraag

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten waarvoor leges zijn verschuldigd, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met Advies en Instemming als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van deze tarieventabel. De vermindering bedraagt van de voor de activiteiten verschuldigde leges

Artikel 31 Vermindering bij duurzaamheid

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen … betrekking heeft op

5%

1. de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 100%, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges.

50%

Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak. 2. de nieuwbouw van woningen met een BENG 3 > 150%, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges.

100%

Bij projecten met meerdere woningen wordt voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de woningen, op basis van gebruiksoppervlak 3. de nieuwbouw van gebruiksfuncties anders dan woonfunctie, waarvoor in artikel 4.3 1ste lid Omgevingswet iuncto artikel 4.149 Besluit bouwwerken leefomgeving, een grenswaarde voor de BENG 3 waarde is gegeven, met een gewogen BENG 3 waarde minimaal factor 1,50 hoger dan de norm uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. 50% 4. de verbouw van woningen en andere gebruiksfuncties waarvan de BENG 3 waarde minimaal factor 1,75 beter dan de BENG 3 waarde van voor de verbouwing, bedraagt de vermindering van de verschuldigde leges. Bij projecten met meerdere woningen of gebruiksfuncties wordt

50%

voor deze regeling de BENG 3 waarde bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de gebruiksfuncties, op basis van gebruiksoppervlak. 5. de realisatie van een zonne-energiesysteem, bedraagt de 50% vermindering van de verschuldigde leges. 6. een initiatief dat een andere dan hierboven genoemde bijdrage levert aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, bedraagt de vermindering maximaal van de verschuldigde leges.

Hierbij staat de vermindering in verhouding tot de bijdrage aan 100% de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. 7. Voor de vermindering als genoemd in de onderdelen 31.1 t/m 31.6 geldt een maximumbedrag van

50.000,00 euro

PARAGRAAF 9 TERUGGAAF

Artikel 32 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsoverleg als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van deze tarieventabel binnen drie werkdagen na het indienen ervan intrekt, bedraagt de teruggaaf van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken

100%

verschuldigde leges. Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning bouw-, wijziging, sloop- of velactiviteit als bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 9, 10 en 20 van deze tarieventabel, nadat deze in behandeling is genomen, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 1. Bij intrekking van de aanvraag binnen een termijn van vier weken na het in behandeling nemen ervan

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken 75% verschuldigde leges. Het na de verrekening aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan

en niet meer dan

€ 162,85 € 2.491,50

2. Bij intrekking van de aanvraag na vier weken na het in behandeling nemen ervan,

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken 60% verschuldigde leges. Het na de verrekening aan te betalen leges resterende bedrag mag niet minder zijn dan en niet meer dan € 162,85 € 3.986,35

Artikel 33 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw-, wijziging, sloop- of velactiviteit als bedoeld in de artikelen 5, 6, 8, 9, 10 en 20 van deze tarieventabel, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 26 weken na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0667285e-32cf-41b4-8ecf-34926621d754