CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STREKT TER VERVANGING Vaststellingsrapport Bestemmingsplan Merwedekanaalzone Deelgebied 6 Zeehaenkade e.o..pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Zeehaenkade e.o.11.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij een deel van de grote gebouwen/ bedrijven voldoet het parkeeraanbod aan de parkeervraag van het betreffende bedrijf. Een ander deel van deze bedrijven komt parkeerruimte tekort. Deze tekorten treden ook deels op bij bedrijven die bevorderen dat hun personeel op een andere manier reist dan met de auto. Kleine bedrijven huren vaak een aantal parkeerplaatsen bij hun kantoormeters, maar voor hen is het huren van parkeren voor de maximale bezetting (die soms maar incidenteel optreedt) bedrijfseconomisch geen haalbare optie. Het kunnen beschikken over de vrije parkeerplaatsen op straat is een goed passende extra voorziening die het functioneren van de bedrijven ondersteunt. Eén van de bedrijfsgebouwen aan de Europalaan is getransformeerd in woonfunctie . In de komende jaren zullen nog andere panden in het gebied getransformeerd worden. Veel bedrijven ontvangen bezoekers en klanten. Deels op grote schaal, zoals Holland Casino, Van der Valk en sportbedrijven. Veel andere bedrijven ontvangen regulier zakelijk bezoek en daarnaast klanten. Voor een aanzienlijk aantal bedrijven geldt dat het kunnen beschikken over gratis parkeerplaatsen op straat een belangrijke aanvullende voorziening is die het functioneren ondersteunt. Betaald parkeren zou tot gevolg hebben dat de aantrekkelijkheid van bedrijven als werkgever vermindert doordat het aanbod aan parkeren minder flexibel wordt.

Als de eigen parkeerplaatsen op drukke dagen vol zijn, moet personeel immers uitwijken naar parkeren op straat. Als daar dan betaald parkeren geldt wordt het werken bij de betreffende bedrijven een stuk minder aantrekkelijk. Invoering van betaald parkeren maakt ook het bezoeken van de bedrijven een stuk

21/26

O n twikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

onaantrekkelijker en is daardoor zeer ongewenst voor het economisch functioneren van de bedrijven. Op de wat langere termijn van bijvoorbeeld 2 à 3 jaar zullen huurders nieuwe afwegingen gaan maken over hun vestigingslocatie en zullen daarbij betaald parkeren als negatief criterium beschouwen. Dit kan op middellange termijn leiden tot minder verhuurbaarheid van de kantoorruimtes en daarmee tot vermindering van de waarde van de panden. Dit effect is met name direct aan de orde voor de verhuur van ruimten in de panden. Europalaan 100, 400 en 500, vooral voor bedrijven die vaak bezoekers/klanten ontvangen. Het is meestal niet rendabel om voor bezoekers/klanten extra plekken op het terrein te huren. Door deze oorzaken wordt Business eiland een minder aantrekkelijk bedrijventerrein.

Reactie De zienswijze gaat er ten onrechte van uit dat het bestemmingsplan erop gericht is betaald parkeren in het gebied in te voeren. Dat is niet het geval. De gevolgen c.q. nadelen van betaald parkeren die indiener beschrijft, treden niet op als gevolg van een besluit over dit bestemmingsplan. Op basis van het bestemmingsplan kunnen bedrijven en gebruikers gewoon parkeren in het plangebied. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.

Parkeerregeling in het bestemmingsplan

Regeling bestemmingsplan m.b.t. niet verhuren van parkeerplaatsen aan bewoners. De gemeente gaat er van uit dat bewoners van de nieuwe woongebieden geen of heel beperkt een auto bezitten. Dit staat haaks op de maatregel om betaald parkeren in te voeren om parkeren door bewoners tegen te gaan. De bedrijven ondervinden hiervan wel vervolgens nadrukkelijk nadeel omdat zij parkeerplaatsen moeten inleveren dan wel voor het gebruik moeten gaan betalen. Indiener vraagt zich af wat de bedoeling is van het voorgestelde parkeerbeleid omdat dit het functioneren van het bedrijventerrein belemmert. Indiener wil graag in overleg met de gemeente kijken naar de beste oplossingen voor het parkeren. Betaald parkeren invoeren in de nachtelijke uren (van 19.00 – 07.00 uur) is al in een eerder stadium voorgesteld door de bedrijven. Invoering van een regulering in dit tijdsvenster belemmert de bedrijfsvoering van de bedrijven veel minder. In sommige gevallen kan betaald parkeren in de nachtelijke uren maar kan juist de bereikbaarheid van de bedrijven verbeteren, met name in de vroege ochtend: parkeren door bewoners van aangrenzende gebieden wordt immers tegengegaan. De parkeerplaatsen op straat zijn dan namelijk ’s morgens als werknemers arriveren niet bezet door auto’s van bewoners. Ook nu speelt dit al: er is parkeeroverloop merkbaar vanuit City Campus Max.

Reactie De parkeerregeling in het bestemmingsplan is erop gericht om de te voorkomen dat de parkeerdruk uit direct omliggende gebieden, in de vorm van commerciële verhuur van parkeerruimte aan partijen buiten het plangebied, wordt afgewenteld op het plangebied. Hierdoor blijven er juist voldoende parkeerplaatsen beschikbaar voor de bedrijven en de gebruikers van het plangebied. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

3.

Parkeerbeleid gewenst 22

Datum Rapport

3 ju ni 2021 Vaststellingsrapport

Een vorm van parkeerbeleid zou vergezeld moeten gaan van een systeem van (betaalbare) parkeervergunningen voor bedrijven, zodat het gebruik van de parkeerplaatsen op straat bij hun bedrijven mogelijk blijft. Ook een focus van het parkeerbeleid op het stimuleren van het gebruik van thans onbenutte parkeerruimte op afgesloten terreinen draagt bij aan een betere parkeersituatie en optimaler functioneren van de bedrijven. Creëren van extra voorzieningen voor bezoekers/klanten om kort en gratis te kunnen parkeren draagt verder bij aan optimale condities voor het functioneren van de bedrijven. De ondernemers zien voordelen in het voorzien in verbetering van alternatieven voor de bereikbaarheid, in de vorm van last-mile oplossingen. Als voorbeeld wordt gedacht aan een aanbod van OV-fietsen gekoppeld aan de openbaar-vervoerhaltes aan de Europalaan en andere soorten deelfiets oplossingen. Dit vergroot de bereikbaarheid voor medewerkers en bezoekers van bedrijven. De ondernemers hebben zelf al het initiatief genomen voor het beschikbaar stellen van deelfietsen voor medewerkers van de bedrijven zonder dat zij daar kosten voor hoeven te maken. Veilige en aantrekkelijke wandelroutes zijn daarbij van grote waarde. Een veilige sfeer op straat is belangrijk om ’s avonds veilig naar de auto, de deelfiets of naar het OV te lopen of om per fiets naar huis te gaan.

Reactie Als er in de toekomst in dit gebied betaald parkeren wordt ingevoerd, gebeurt dit via een verkeersmaatregel c.q. een wijziging van het parkeerbeleid en niet via het bestemmingsplan. De keuze voor de invoering van betaald parkeren in en rondom de Merwedekanaalzone is gekoppeld aan de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone en de daar mee samenhangende andere mobiliteitsmaatregelen. Zie de informatie op de website: Betaald parkeren in en om de Merwedekanaalzone | Gemeente Utrecht. Zodra de gemeenteraad hier een besluit over heeft genomen, treden we uiteraard ook in overleg met de bedrijven in het plangebied om hen bij de invoering te betrekken. Conclusie De zienswijze gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat met het bestemmingsplan betaald parkeren wordt ingevoerd. Dat is niet het geval. De zienswijze leidt zodoende niet tot aanpassing van het plan.

Zienswijze 6 1. Meenemen plannen van indiener in het bestemmingsplan Indiener begrijpt dat de beperkende factor voor het realiseren van het gewenste programma in de Merwedekanaalzone de automobiliteit betreft en dat de al voor andere deelgebieden gedane onderzoeken een verfijningsslag nodig hebben, allereerst op het mobiliteitsplan. Daarna is een streefplanning mogelijk, waar ook de gewenste transformatie van deelgebied 6 onderdeel van uitmaakt. Het ontwerpbestemmingsplan legt - de huidige gebruikssituaties vast en is erop gericht het gebied geschikt te houden voor de gewenste toekomstige transformatie naar een meer gemengde stedelijk wijk voor wonen en werken. In het ontwerpbestemmingsplan wordt beoogd bestaande bouwhoogtes vast te leggen en is een regeling opgenomen die het parkeren koppelt aan de in het plangebied aanwezige functies waardoor evenmin iets aan de huidige situatie zou veranderen. 1.2) Indiener is erfpachter van het complex gelegen aan de Europalaan 100 -500, gelegen op de percelen kadastraal bekend als Utrecht R 622 - 626 en 876 (na Zaaknummer 8816606 Pagina 3 van 6 splitsing bekend als Utrecht R 628, appartementsindex 12 -17). De daarop gelegen bebouwing is in gebruik als kantoor en tijdelijke woonruimte. Daarnaast bevinden zich op het perceel twee parkeergarages en een parkeergelegenheid op maaiveld met in totaal 850 parkeerplaatsen.

Het betreft meer dan 40.000m2 bvo aan bebouwing inclusief de 2 parkeergebouwen.

23/26

O n twikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

1.3) Indiener is voornemens binnen de eerstkomende vijf jaar voorgaande percelen en gebouwen te transformeren naar een mixed use bestemming, met wonen en kantoren en andere geschikte functies zoals bijbehorende voorzieningen. Daarbij gaa t indiener er van uit dat de bestaande parkeergelegenheid daarvoor kan worden ingezet. Graag zou indiener zien dat zijn plannen worden meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan, zeker nu hij vermoedt dat de effecten op de al onderzochte mobiliteit gering zullen zijn, gezien de reeds aanwezige parkeerfaciliteiten. Gaarne zou indiener zijn plannen mondeling willen toelichten.

Reactie De plannen van indiener zijn bekend bij de gemeente en wij zijn daarover met hem in gesprek. Zoals indiener zelf ook opmerkt, is dit actualiserend bestemmingsplan echter beheersmatig van aard en bedoeld als conditionerende stap om het gebied geschikt te houden voor de gewenste toekomstige transformatie. Voordat het zover is, zullen de toekomstplannen van de indiener nader uitgewerkt moeten worden, inclusief bijbehorende onderzoeken, en bekeken moeten worden in relatie tot de bredere transformatie van de Merwedekanaalzone en de Omgevingsvisie en Milieueffectrapportage die voor het gebied van toepassing is. Om de toekomstplannen van deze partij –en eventuele andere ontwikkelingen in dit deelgebied- mogelijk te maken, zal te zijner tijd een ontwikkelbestemmingsplan worden opgesteld. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2. Vastleggen bouwhoogte in plaats van goothoogte Vooruitlopend op een eventuele aanvullende zienswijze ziet indiener graag de volgende onderwerpen beantwoord in de Nota van Beantwoording. 2.2 Klopt het dat de maximale goothoogte wordt vervangen voor een maximale bouwhoogte? Deze maatregelen leiden tot een verlies van bouwmogelijkheden en bestemmen wellicht zelfs bestaande bebouwing weg. Daarmee zouden dan niet de toegelaten bouwhoogtes worden bestendigd.

Reactie De bestaande bebouwing op het perceel past binnen de hoogtematen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen. In de Beheersverordening was inderdaad alleen een goothoogte opgenomen. Dat vinden wij echter in onze nieuwe bestemmingsplannen ongewenst, omdat het alleen opnemen van een goothoogte te onbepaald is. Ondanks een lage goothoogte, kan je namelijk toch nog een erg hoog gebouw maken. Daarom is ervoor gekozen om voortaan bouwhoogten vast te leggen. Daarbij moet bedacht worden dat het hier een actualiserend bestemmingsplan betreft, dat erop gericht is de bestaande situatie zo veel mogelijk vast te leggen. De mening dat een en ander ten koste gaat van bouwmogelijkheden delen wij niet omdat de bouwmogelijkheden immers ook al beperkt zijn door het maximale aantal vierkante meters brutovloeroppevlak dat is toegestaan op dit perceel en dat is hetzelfde als in de vorige planologische regeling. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

3. Parkeerregeling Indiener begrijpt niet goed waarom de parkeerfuncties in het gebied (voor alle functies) voortaan uitsluitend mogen worden gebruikt, verhuurd of ter beschikking mag worden gesteld aan binnen het plangebied gehuisveste functies en/of partijen. Dat is niet zoals in de bestaande situatie. Indiener begrijpt voorts dat in de andere deelgebieden extra parkeergelegenheid nodig is, dus een mogelijke (deel)oplossing in de nabije omgeving zou dan kunnen worden toegejuicht. Ook ziet indiener nog niet helder wat de gevolgen zijn van de voorwaardelijke verplichting in regel 8.5 die

24

Datum Rapport

3 ju ni 2021 Vaststellingsrapport

niet alleen voor bouwen maar ook voor gebruik geldt. Betekent dit nu dat indiener zijn 850 parkeerplaatsen anders moeten gaan gebruiken? Als dat zo is, maakt indiener daar bezwaar tegen.

Reactie De parkeermogelijkheden in het gebied zijn altijd bedoeld geweest voor de bedrijven en de bezoekers van het gebied. Om de mobiliteitsstrategie voor de Merwedekanaalzone te laten werken, is het van belang dit in dit bestemmingsplan nog een keer extra goed te regelen en voor het hele gebied eenduidig vast te leggen. Het eventueel faciliteren van parkeren uit omliggende gebieden zou een extra verkeersaantrekkende werking met zich meebrengen, die we juist willen voorkomen om de Merwedekanaalzone en de omliggende gebieden bereikbaar te houden en verdere transformatie mogelijk te maken. De voorwaardelijke verplichting in artikel 8.5 ziet erop toe dat voor gebruikswijzingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, het meest actuele parkeerbeleid kan worden toegepast. Ook dit is noodzakelijk om de mobiliteitsstrategie te kunnen uitvoeren en het gebied bereikbaar te houden.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

4. Gedeeld bebouwingspercentage Indiener maakt bezwaar tegen een gedeeld bebouwingspercentage en maximaal vloeroppervlakte met het perceel gelegen aan de Eendrachtlaan 301 -315, kadastraal bekend als Utrecht R 814 en vragen u onze percelen zelfstandig te beschouwen. Dit klemt te meer nu het gedeelde bebouwingsvolume is beperkt tot 40.000 m2 bvo terwijl onze percelen alleen al een dergelijk

bebouwingsvolume kennen (8.2.1 lid 3 geldt voor alle gebouwen op het perceel). Er speelt geen enkele afhankelijkheid tussen percelen van indiener en Perceel Utrecht R 814. Reden waarom een gezamenlijke en gedeelde bestemming niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Reactie Het betreft hier inderdaad een onjuistheid in de omzetting van de regeling uit de Beheersverordening naar dit bestemmingsplan waarbij per abuis op de plankaart de percelen als 1 perceel zijn gedefinieerd terwijl het hier gaat om verschillende percelen van verschillende eigenaren. Dit zal worden verbeterd, waarbij voor elk perceel een specifieke regeling van het bebouwingspercentage voor de bestaande situatie op de verbeelding wordt opgenomen. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging op de verbeelding aangebracht die in paragraaf 2.3.1.2 is beschreven.

5. De beoogde doelstelling van het plan wordt niet bereikt Indiener zie niet uitgelegd hoe het voorliggende ontwerpbestemmingsplan erop is gericht het gebied geschikt te houden voor de gewenste toekomstige transformatie naar een meer gemengde stedelijk wijk voor wonen en werken. Daarbij verwijst indiener naar zijn nabije toekomstplannen (zie punt 1 van deze zienswijze).

Reactie Het bestemmingsplan legt de bestaande situatie vast en maximeert daarbij de milieucategorie voor het deel ‘bedrijventerrein’. Dit vervangt de huidige planologische regeling, die hier en daar nog bedrijven toestaat in categorie 3.1 en 3.2, die niet passend zijn in een gemengd woon- en werkgebied. Bestaande bedrijven die nu gebruik maken van deze hogere categorie, krijgen waar

25/26

O n twikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

nodig een ‘maatwerkaanduiding’ (zoals ook te lezen is bij de beantwoording bij zienswijze 1), maar de maximering voorkomt dat zich nieuwe ‘zware’ bedrijven in het gebied kunnen vestigen. Daarnaast voorziet de parkeerregeling in verkeersbeperkende maatregelen, die onderdeel vormen van de mobiliteitsstrategie voor de Merwedekanaalzone die randvoorwaardelijk is voor een verdere transformatie van het gebied naar een gemend stedelijk woon- werkgebied. Hoewel dit bestemmingsplan dus nog geen nieuwe ontwikkelingen faciliteert, zorgt het wel voor de conditionering van het gebied door het tegengaan van eerder toegestane mogelijkheden die de toekomstige transformatie kunnen belemmeren. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=02ef01cc-096d-445e-8d08-4a57ca9da63b