STREKT TER VERVANGING Raadsvoorstel Voorjaarsnota 2022 en eerste bestuursrapportage 2022.pdf
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Voorjaarsnota 2022 / Eerste Bestuursrapportage 2022 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Simcha Anker 10026497 7 juli 2022 Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het financiële beeld vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de Voorjaarsnota 2022 en deze te betrekken bij de integrale afweging later dit jaar, inclusief a. het doen van uitgaven voor noodzakelijke kosten voor het creëren van opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen, uitgaande van een volledige compensatie door het Rijk en de wijzigingen in de Programmabegroting 2022 bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 te verwerken (zie hoofdstuk 1.1) b. de verwerking van de financiële ontwikkelingen in hoofdstuk 2.1 in de Programmabegroting 2022 en verder c. het naar boven bijstellen van de onvermijdelijke kosten scenario C met 5,071 miljoen euro (hoofdstuk 2.2) en deze na actualisatie bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 te muteren op de algemene reserve d. de knelpunten en meevallers in hoofdstuk 2.3 e. de aanpassing van de begroting met de corresponderende posten in hoofdstuk 2.4 f. de budgetneutrale bijsturingsvoorstellen in hoofdstuk 2.5 g. het bestemmen van de inkomsten als gevolg van de groei van de stad te voor uitgaven voor de groei van de stad, zoals weergegeven in hoofdstuk 2.8 h. het incidenteel verhogen van de budgetten voor strategische en stedelijke inzet bij Ruimte (hoofdstuk 3.1) i.
het inzetten van de overgebleven TONK-middelen van 5,6 miljoen euro voor de ondersteuning van kwetsbare ondernemers en inwoners (hoofdstuk 3.2). j. het laten vrijvallen van 2,051 miljoen euro uit de coronareserve vanuit maatregelenpakket 3 Werken, opleiden en begeleiden (Hoofdstuk 3.4) j.k. het aanpassen van de begroting voor het jaar 2022 met de investeringen uit het coalitieakkoord 2022-2026 (Hoofdstuk 4). 2. In aanvulling op het bij de Programmabegroting 2022 genomen raadsbesluit om dotaties en onttrekkingen aan de egalisatiereserve Overhead te verwerken bij de eerstvolgende programmabegroting, de verwerking van dotaties en onttrekkingen aan de egalisatiereserve Overhead ook via de P&C-documenten van het lopende jaar mogelijk te maken (hoofdstuk 1.5). 3. In te stemmen met de wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten in hoofdstuk 45.1 4. In te stemmen met de aanpassing van de doelstellingen en indicatoren in de Programmabegroting zoals gepresenteerd in hoofdstuk 56.
5. De Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2022 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2022 en verder.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2
Samenvatting Onderdeel van de Utrechtse planning en control cyclus zijn de voorjaarsnota en de bestuursrapportages. Voor u liggen de Voorjaarsnota 2022 / Eerste Bestuursrapportage 2022 van de gemeente Utrecht. Het eerste deel, de Voorjaarsnota 2022 geeft een actueel inzicht in de financiële kaders ten behoeve van de integrale afweging. Normaal gesproken worden in de voorjaarsnota beleidsmatige keuzes voorgelegd ten behoeve van een integrale afweging. Dit verkiezingsjaar worden richtinggevende kaders vastgelegd in het coalitieakkoord en vindt de financiële vertaling daarvan plaats in de programmabegroting, waarin ook de effecten uit de meicirculaire worden verwerkt. In Deel 2 zijn de mutaties die alleen betrekking hebben op 2022 opgenomen. In deze Voorjaarsnota 2022 / Eerste Bestuursrapportage 2022 wordt specifiek ingegaan op de voortgang van de maatregelpakketten Corona, stijgende (bouw)kosten en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Ook is in deel 2 een hoofdstuk over het coalitieakkoord opgenomen. Met het toevoegen van deze ambities aan de Eerste Bestuursrapportage wordt de raad in staat gesteld haar budgetrecht uit te oefenen en is de rechtmatigheid van de uitgaven in 2022 geborgd.
Context Aanleiding Ieder jaar presenteert het college een Voorjaarsnota, waarin het financiële beeld wordt geactualiseerd en beleidsmatige keuzes worden voorgelegd ten behoeve van een integrale afweging. De uitwerking daarvan vindt plaats inde Programmabegroting . De voorliggende voorjaarsrapportage bevat in dit verkiezingsjaar geen voorstellen voor beleidskeuzes, maar geeft een actueel inzicht in onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en knelpunten. Op 14-16 maart 2022 hebben de verkiezingen plaatsgevonden. In een verkiezingsjaar wordt deze integrale afweging in eerste instantie en op hoofdlijnen gemaakt bij de coalitieonderhandelingen en vastgelegd in het coalitieakkoord. De uitwerking van het coalitieakkoord, samen met de uitwerking van de effecten van de meicirculaire worden u voorgelegd in de programmabegroting 2023 en verder. Met de integrale afweging in het coalitieakkoord en de financiële vertaling daarvan in de programmabegroting wordt het meerjarenperspectief geactualiseerd. In de Eerste Bestuursrapportage rapporteert het college over de uitvoering van de programma’s, investeringsprojecten en stellen bijsturingsvoorstellen voor het lopende jaar.
Juridische context Conform de Financiële Verordening van de gemeente Utrecht biedt het college aan de raad in het lopende jaar twee bestuursrapportages aan en ieder jaar voor 1 juni een voorjaarsrapportage die de basis vormt voor de programmabegroting van het jaar t+1 . Beoogd effect De voorjaarsnota geeft inzicht in de actuele financiële ontwikkelingen en knelpunten, op basis waarvan de integrale afweging kan plaatsvinden. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Programmabegroting 2022 en Eerste begrotingswijziging 2022
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het financiële beeld vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de Voorjaarsnota 2022 en deze te betrekken bij de integrale afweging later dit jaar, inclusief: a. het doen van uitgaven voor noodzakelijke kosten voor het creëren van opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen, uitgaande van een volledige compensatie door het Rijk en de wijzigingen in de Programmabegroting
3
2022 bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 te verwerken (zie hoofdstuk 1.1) b. de verwerking van de financiële ontwikkelingen in hoofdstuk 2.1 in de Programmabegroting 2022 en verder c. het naar boven bijstellen van de onvermijdelijke kosten scenario C met 5,071 miljoen euro (hoofdstuk 2.2) en deze na actualisatie bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 te muteren op de algemene reserve d. de knelpunten en meevallers in hoofdstuk 2.3 e. de aanpassing van de begroting met de corresponderende posten in hoofdstuk 2.4 f. de budgetneutrale bijsturingsvoorstellen in hoofdstuk 2.5 g. het bestemmen van de inkomsten als gevolg van de groei van de stad te voor uitgaven voor de groei van de stad, zoals weergegeven in hoofdstuk 2.8 h. het incidenteel verhogen van de budgetten voor strategische en stedelijke inzet bij Ruimte (hoofdstuk 3.1) i. het inzetten van de overgebleven TONK-middelen van 5,6 miljoen euro voor de ondersteuning van kwetsbare ondernemers en inwoners (hoofdstuk 3.2). j. het laten vrijvallen van 2,051 miljoen euro uit de coronareserve vanuit maatregelenpakket 3 Werken, opleiden en begeleiden (Hoofdstuk 3.4) j.k. het aanpassen van de begroting voor het jaar 2022 met de investeringen uit het coalitieakkoord 2022-2026 (Hoofdstuk 4), Argumenten 1.1
Hiermee worden onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en knelpunten verwerkt ten behoeve van de Programmabegroting 2022 en 2023.
1.2
Het Rijk heeft gemeenten gevraagd om 25.000 tot 50.000 opvangplekken te realiseren voor Oekraïense vluchtelingen Met de oorlog in Oekraïne is een grote vluchtelingenstroom binnen Europa op gang gekomen. Het Rijk verwacht dat in korte tijd 25.000 tot 50.000 vluchtelingen in Nederland opgevangen moeten worden. De bestaande opvangcapaciteit is niet toereikend. Daarom heeft het rijk de veiligheidsregio’s gevraagd 2.000 opvangplekken te realiseren. Utrecht heeft als doel om 800 plekken te creëren.
1.3
Het Rijk heeft aangegeven om gemeenten reëel te compenseren voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen Het Rijk is verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen. Voor de Oekraïense vluchtelingen wordt deze opvang door gemeenten (en veiligheidsregio’s) gereorganiseerd. De kosten die gemeenten maken worden door het rijk gecompenseerd, net als bij corona. Toegezegd is dat deze compensatie toereikend zal zijn om alle kosten te dekken. De compensatieregelingen worden op dit moment uitgewerkt, in samenspraak met de VNG. De eerste uitwerking richt zich op een periode van 6 maanden. Hoe deze compensatie zich verhoudt tot de kosten is nog niet bekend. Wij gaan ervan uit, dat het Rijk, net als bij de coronacrisis, gemeenten reëel zal compenseren.
1.4
De financiële ontwikkelingen in hoofdstuk 2.1 beïnvloeden de financiële ruimte Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2022 zijn er ontwikkelingen geweest die het gemeentelijk financieel beeld beïnvloeden. Op basis daarvan wordt de beschikbare financiële ruimte bepaald.
1.5
De ontwikkeling van het coronavirus brengt veel onzekerheden met zich mee De onvermijdelijke kosten worden via de bestuursrapportages gevolgd. Gezien de onzekerheden worden de mutaties op de algemene reserve conform de werkwijze van 2021 pas bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 verwerkt.
4
1.6
De knelpunten in hoofdstuk 2.3 zijn onvermijdelijk, onuitstelbaar en onoplosbaar De gemeentelijke begroting staat voortdurend onder spanning door ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen. Dat kunnen prijsstijgingen zijn of consequenties van wettelijke verplichtingen. Als de kosten van deze knelpunten niet langer kunnen worden uitgesteld en ook niet kunnen worden opgevangen binnen de programma’s, moeten ze worden geaccepteerd. Zo blijft de begroting reëel sluitend. De knelpunten moeten voldoen aan drie criteria: ze moeten onvermijdelijk zijn (bijsturen is niet mogelijk), onuitstelbaar (niet verschuifbaar in de tijd) en onoplosbaar (niet binnen bestaande budgetten op te vangen).
1.7
Verwerking van de corresponderende posten in de begroting is een raadsbevoegdheid In de september- en decembercirculaire 2021 voegt het Rijk extra middelen voor nieuwe taken toe aan het gemeentefonds en neemt middelen uit voor vervallen taken. Vertaling hiervan in de gemeentebegroting gebeurt door middel van de corresponderende posten. Dat wil zeggen dat de uitgaven met hetzelfde bedrag worden verhoogd als de inkomsten die wij van het rijk ontvangen. Deze corresponderende posten zijn individueel beoordeeld, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord.
1.8
Met de budgetneutrale bijsturingsvoorstellen wordt de Programmabegroting 2021 geactualiseerd De bijsturingsvoorstellen gaan over onttrekkingen aan reserves, verhogen van baten en lasten, verdelen incidenteel budget over de meerjarige periode van uitvoering. Deze bijsturingsvoorstellen hebben geen impact op de financiële ruimte. De bevoegdheid voor het muteren aan reserves en het verhogen van baten en lasten is conform het BBV-regeling een bevoegdheid van de raad.
1.9
Het bestemmen van de inkomsten als gevolg van de groei van de stad voor uitgaven voor de groei van de stad is een voortzetting van de bestaande financiële spelregels ten aanzien van de groei van de stad.
1.10
Hiermee wordt de incidentele overbesteding op strategische en stedelijke inzet gedekt. Door de klimaatverandering, de energietransitie en de uitdagingen bij bereikbaarheid is een grotere rol in de regie op de openbare ruimte nodig vanuit de gemeentelijke overheid. Daarnaast is door de wooncrisis meer inzet nodig op beleidsmatige taken en vastgoedontwikkeling. De uitvoering en de organisatie staan onder druk. Versterking van de capaciteit is in de loop van vorig jaar urgent geworden, en vanaf dat moment zagen wij ons genoodzaakt hierop te acteren. In de Tweede Bestuursrapportage 2021 is dit al gemeld met betrekking tot de woonopgave. De overige versterking aan het eind van 2021 komt terug in de Jaarstukken 2021. Door het wegvallen van incidentele dekking wordt het budget overschreden. Structurele voortzetting van de inzet wordt meegenomen in de integrale afweging.
1.11
Hiermee wordt invulling gegeven aan de raadsbrede aangenomen motie 25 “TONK-middelen inzetten voor ondernemers Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad unaniem motie 25 “TONK-middelen inzetten voor ondernemers” aangenomen om door coronamaatregelen getroffen ondernemers en inwoners financieel te ondersteunen vanuit de overgebleven TONK-middelen (5,6 miljoen euro). De Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) was bedoeld om een terugval in je inkomsten als gevolg van de coronacrisis op te vangen. TONK was een vergoeding voor noodzakelijke kosten. Met dit beslispunt wordt invulling gegeven aan de uitvoering van deze motie
5
(eerste fase). De definitieve inzet van de tweede fase vindt onder voorwaarden plaats, zie raadsbrief 24 maart 2022 Het budget voor de uitvoering van de motie wordt aan de Begroting 2022 toegevoegd. Dit zorgt voor 5,6 miljoen hogere lasten waarvan 2,7 miljoen euro in het programma Werk en Inkomen en 2,9 miljoen euro in het programma Economie en Werkgelegenheid voor iedereen. Deze hogere lasten dekken we met de in de motie benoemde onderbesteding op het Tonk budget welke onderdeel uitmaakt van het resultaat Jaarstukken 2021. 1.12
De ontwikkeling van het bijstandsbestand en het geheel aan extra dienstverlening vanuit maatregelenpakket 3 werken, opleiden en begeleiden (Pakket 3) laat zien dat er geen toenemend beroep op de bijstand door ondernemers plaatsvindt Bij de Tweede Bestuursrapportage 2021 is de coronareserve aangevuld met een bedrag van 2,051 miljoen euro, in verband met het risico van een toenemend beroep op de bijstand door ondernemers als gevolg van de beëindiging van de Tozo-regeling in het najaar van 2021. Om deze instroom te voorkomen is binnen pakket 3 de maatregel dienstverlening ondernemers geïntensiveerd. Met de uitwerking van motie 2022/M25 wordt deze dienstverlening nog uitgebreid. De ontwikkeling van het bijstandsbestand is dermate gunstig dat het budget van 2,051 miljoen kan vrijvallen uit de bestemmingsreserve.
1.13
Het toevoegen van budgetten en ambities aan de begroting is een raadsbevoegdheid Een aantal ambities uit het coalitieakkoord “Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat” hebben een financieel beslag op het jaar 2022. Zoals het voortzetten van tijdelijke maatregelen en het inzetten van beleidsimpulsen. Met het toevoegen van deze ambities aan de begroting 2022 wordt de rechtmatigheid van de uitgaven gewaarborgd. De doorwerking voor de jaren 2023 en verder wordt betrokken bij de integrale afweging later dit jaar.
Kantekeningen 1.1
Niet alle actuele ontwikkelingen zijn financieel vertaald in het financieel beeld Ten tijde van het opstellen van de voorjaarsnota vindt een aantal ontwikkelingen plaats, die een materiële impact hebben op het financieel beeld. De financiële effecten kunnen we nog niet goed inschatten. Deze ontwikkelen hebben we tekstueel opgenomen in hoofdstuk 1, maar nog niet financieel verwerkt in het financieel beeld. Daarnaast zijn er een aantal financiële onzekerheden vanuit het Rijk, waarvoor we meer informatie nodig hebben om een exacte doorvertaling te kunnen maken naar onze eigen begroting. Een eerste inschatting hebben we gemaakt voor de herijking en uitwerking van het Regeerakkoord, maar deze kennen nog de nodige onzekerheden. Met betrekking tot aanpassing van de interne rekenrente vindt er onderzoek plaats naar de impact hiervan op de kapitaallasten. Verder speelt nog een geschil met de belastingdienst over de vennootschapsbelasting (Vpb) die wij betalen voor de inkomsten uit reclameconcessies. Dit betreft een landelijk verschil van inzicht die wij aanhangig gemaakt hebben. De uitkomst hiervan is nog niet bekend maar kan wel van invloed zijn op het financieel beeld.
1.2
Het is onzeker of de uiteindelijke compensatieregeling voor de opvang van Oekraiense vluchtelingen van het Rijk voldoende is om alle kosten voor de totale noodopvang van Utrecht te dekken Het Rijk heeft aangegeven om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te compenseren. Momenteel wordt zo’n compensatieregeling uitgewerkt, waarbij
6
1.3
1.4
wordt uitgegaan van 700 euro per gerealiseerd bed per week. Het is onzeker of dit budget toereikend is voor het totaal aan kosten voor huur, project- en uitvoeringskosten en leefgeld. Voor de transformatiekosten (investeringen voor aanpassingen van het pand) wordt een separate regeling ontwikkeld. Hoe die regeling eruit komt te zien is nu nog onbekend. Het is onzeker of de kosten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen na 1 juni 2022 worden vergoed De compensatieregeling van het Rijk richt zich op de periode van zes maanden met optie tot verlenging. Het Rijk heeft aangegeven de kosten voor ‘minimaal zes maanden’ te willen compenseren. Dat biedt nog een risico voor de kosten die na deze periode gemaakt worden voor het realiseren van opvangplekken. Niet alle financiële ontwikkelingen zijn doorvertaald in het financieel beeld De recent stijgende inflatie door de politieke instabiliteit, zoals toegelicht in hoofdstuk 1 Actuele ontwikkelingen, is nog niet meegenomen. Wel is een eerste inschatting gemaakt van de doorwerking van het Regeerakkoord op de inkomsten uit het gemeentefonds. De inkomsten nemen met name kabinetsjaren 2023 t/m 2025 toe. Voor het jaar 2026 zijn de inkomsten onzeker en is vooralsnog rekening gehouden met stabiele overheidsfinanciën (zie ook hoofdstuk 1).
Beslispunt 2
Argumenten 2.1
In aanvulling op het bij de Programmabegroting 2022 genomen raadsbesluit om dotaties en onttrekkingen aan de egalisatiereserve Overhead te verwerken bij de eerstvolgende programmabegroting, de verwerking van dotaties en onttrekkingen aan de egalisatiereserve Overhead ook via de P&C-documenten van het lopende jaar mogelijk te maken (hoofdstuk 1.5).
Om een betere inschatting te maken van de mutaties stellen we voor om vanaf heden de tussentijdse P&C momenten hiervoor te benutten Om de schommelingen per jaar in de bijdragen uit het overheadvierkant op te vangen heeft de raad bij de vaststelling van de begroting 2022 op 11 november 2021 besloten om een nieuwe reserve in te stellen. Op die manier kunnen de pieken en dalen geëgaliseerd worden. Bij het instellen van de reserve is voorgesteld om de dotatie/onttrekking bij de eerstvolgende programmabegroting te verwerken. Met dit besluit benutten we nu ook de tussentijdse P&C momenten.
Beslispunt 3
In te stemmen met de wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten in hoofdstuk 4.1
Argumenten 3.1
Met deze bijsturingsvoorstellen wordt de Programmabegroting 2022 geactualiseerd In de bestuursrapportage rapporteren wij over de afwijkingen op de investeringen. Door omstandigheden kunnen voorgenomen investeringen niet volledig of volgens planning worden uitgevoerd. Dit kan leiden tot afwijkingen in de geautoriseerde investeringsplanning van 2022. Besluitvorming hierover is de bevoegdheid van de raad.
Beslispunt
7
4
In te stemmen met de aanpassing van de doelstellingen en indicatoren in de Programmabegroting zoals gepresenteerd in hoofdstuk 5
Argumenten 4.1
Hiermee worden doelstellingen en indicatoren in lijn gebracht met vastgestelde aanpassingen in beleid.
Beslispunt 5
De Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2022 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2022 en verder.
Argumenten 5.1
Het vaststellen van de Voorjaarsnota 2022 en de Eerste Bestuursrapportage 2022 is een raadsbevoegdheid.
5.2
Bijstellen van de begroting is in lijn met het advies van de Adviescommissie Controle en Financiën van de Utrechtse gemeenteraad. De Adviescommissie controle en financiën heeft geadviseerd raadsbesluiten waar nodig direct te vertalen in de begroting en deze niet meer in een aparte begrotingswijziging door de raad te laten bekrachtigen. Vanaf 2022 voeren wij dit advies uit voor de P&C producten.
5.3
In het kader van begrotingsrechtmatigheid is het conform de BBV verplicht om van afwijkingen die tijdig bekend en gemeld zijn een begrotingswijziging te maken en daarmee de begroting aan te passen. Overschrijdingen die tijdig bekend zijn maar niet worden verwerkt in een begrotingswijziging zijn overeenkomstig de BBV-regelgeving en onze eigen financiële verordening onrechtmatig en tellen mee in de oordeelsvorming van de accountant voor de jaarrekening als geheel. Door het vaststellen van deze bestuursrapportage worden de verwachte afwijkingen onderdeel van de begroting. Daarmee zijn deze uitgaven van het college rechtmatig.
Financiën Voorjaarsnota 2022 De beschikbare financiële ruimte voor gemeente Utrecht neemt af van 13,6 miljoen euro positief in 2023 tot zelfs 19 miljoen euro negatief in 2026. De oorzaak ligt hoofdzakelijk in de financiële doorwerking van het Regeerakkoord op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet heeft ons via het Regeerakkoord extra incidentele middelen toegekend. Dit heeft een positief effect op onze financiële ruimte op korte termijn, maar op de lange termijn blijf het beeld onzeker. Zo nemen de inkomsten voor Jeugdhulp af en komt voor 2026 de opschalingskorting weer voor 100% voor rekening van gemeenten. In deze voorjaarsnota is een aantal onzekerheden niet vertaald, maar geven we zoals gemeld in hoofdstuk 1 een toelichting op de onzekerheden die het financiële beeld richting de begroting 2023 nog kunnen beïnvloeden. Eerste Bestuursrapportage 2022 Per saldo geeft de Eerste Bestuursrapportage een voorlopig positief saldo van 3322,6 miljoen euro in 2022, bestaande met name uit de financiële ontwikkelingen 2022 (€ 31,6 miljoen positief) en de knelpunten/meevallers 2022 (€ 18,3 miljoen euro negatief). Ook het financiële nettoresultaat over het jaar 2021 (7,1 miljoenln euro positief) en de reservering voor onvermijdelijke kosten corona en het groeikader zijn in het financiële beeld opgenomen.
Ook zijn de financiële effecten van het coalitieakkoord voor het jaar 2022 in deze bestuursrapportage opgenomen. Het positieve saldo van deze bestuursrapportage wordt betrokken bij de integrale afweging (beleidskeuzes) bij de Programmabegroting 2023. Dit betreftis een voorlopig saldo, omdat we hier ook een aantal ontwikkelingen nog niet financieel vertaald hebben. Net zoals bij de voorjaarsnota verwachten we nog 8
extra inkomsten van het Rijk als compensatie voor de stijgende prijzen, die deels wel zijn opgenomen in deze bestuursrapportage.
Vervolg Na de Eerste Bestuursrapportage 2022 volgen de Tweede Bestuursrapportage 2022 en als laatste de Jaarstukken 2022. De jaarstukken zijn het laatste verantwoordingsmoment over de Programmabegroting 2022. Na de voorjaarsnota 2022 volgt de Programmabegroting 2023 en dan volgt bovenstaand beschreven vervolg alleen dan voor het jaar 2023. Dit jaar vindt bij de programmabegroting de integrale afweging plaats.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. Dit betreft een aanpassing van de Programmabegroting 2022 op basis van onvermijdelijke ontwikkelingen. Participatie is (mogelijk) relevant op het moment dat de beleidskeuzes worden voorbereid.
Communicatie Er is over dit voorstel geen specifieke communicatie moment gepland, wel gaat een persbericht uit.
Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Voorjaarnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 - Subsidiestaat 2023 Bijlagen informatief -
9