CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STREKT TER VERVANGING Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.pdf

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.06.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Regionale Energiestrategie 1.0 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Energie Ontwikkelorganisatie Ruimte Inge van de Klundert 8887392 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. In te stemmen met de Utrechtse inzet van het resultaat van 0,523 TWh aan projecten plus inclusief grootschalig zon op dak voor het regiobod, waarbij de regionale afspraak is gemaakt om binnen de RESU16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek te blijven verkennen om planuitvalop te vangen. 2. In te stemmen met het regiobod van 1,8 TWh; 3. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

1

Samenvatting Het voorliggende besluit is de afronding van het proces om tot een Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0) te komen. Met de RES1.0 leggen zestien gemeenten, provincie Utrecht en vier waterschappen vast met welke ambitie en hoe zij de regionale energievoorziening gaan verduurzamen mede op basis van hun individuele bijdrage.

Context Aanleiding Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord (28 juni 2019) is dat in regionaal verband een Regionale Energie Strategie (RES) wordt opgesteld, omdat de energieopgave een gezamenlijke opgave is die over gemeentegrenzen heen reikt. Gemeenten maken gebruik van dezelfde netinfrastructuur. Energieprojecten in buurgemeenten kunnen een impact hebben op andere gemeenten en vice versa. In de RES moet invulling worden gegeven aan een regionale bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh om elektriciteit op te wekken door middel van hernieuwbare energie zoals (grootschalig) zon en wind. Onderdeel van de RES is ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) waarin de verdeling van de bovengemeentelijke duurzame warmtebronnen centraal staat. De voorliggende RES U16 is één van de dertig Regionale Energie Strategieën die in Nederland zijn of worden opgesteld. Proces In het RESU16-proces zijn drie hoofdproducten benoemd waarover de raad een besluit neemt: 1) een startnotitie (3 oktober 2019), 2) een concept- bod en ontwerp-RES (17 september 2020) en 3) een RES 1.0 met het regiobod. In dit voorstel wordt het eindproduct de RES1.0 voorgelegd voor besluitvorming. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de raad vóór 1 juli 2021 een besluit neemt over de RES1.0.

Vanuit RESU16 verband is richting het Nationaal Programma RES (NPRES) aangegeven dat het streven is vóór 1 oktober 2021 besluitvorming af te ronden over de RES1.0. De minister heeft vooralsnog aangeven aan de deadline van 1 juli 2021 vast te houden. Het is niet bekend wat de gevolgen zijn van het later opleveren van de RES1.0 uit de U16. De RES1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de U16 parlementen aan het NPRES gestuurd, zodat zij hun analyses over de bijdrage van de regio’s aan de landelijke doelstelling kunnen starten. We actualiseren de RES elke twee jaar om voldoende flexibel te zijn om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en technieken. De RES 1.0 is de eerste uitgewerkte Regionale Energie Strategie van de regio U16. We verwachten in 2023 de RES 2.0 ter besluitvorming voor te leggen. Regionale besluitvorming Met dit raadsvoorstel sluiten we aan op de U10 Governance zoals is toegelicht in de raadsbrief van 22 januari 2020 U10 Governance 2020-2025. In het Governance voorstel is voor de besluitvorming opgenomen dat voor regionale voorstellen: 1) voor grote strategische opgaven gewerkt wordt met twee-fasen besluitvorming; 2) voorzien wordt in een lokale vertaling en; 3) gestimuleerd wordt om de methode van consent toe te passen.

In het kader van de twee-fasen besluitvorming vormen de eerder vastgestelde Startnotitie RESU16 en het ontwerp-RES de eerder vastgestelde kaders. In deze tweede fase ligt een definitief RES1.0 ter besluitvorming voor. Wat betreft het punt van de lokale vertaling, hebben we in dit voorstel de Utrechtse inzet als apart beslispunt geformuleerd. We hebben u eerder over de Utrechtse inzet op de regiotafel geïnformeerd in diverse raadsbrieven. We geven de verschillen aan tussen de lokale en regionale belangen. Tot slot geven we aan hoe met de in de raad aangenomen moties bij zowel de Startnotitie als de Ontwerp-RES is omgegaan. De RES 1.0 is opgesteld in afstemming met 21 overheden. Deze 21 overheden hebben ervoor gekozen gezamenlijk te werken aan de realisatie van de klimaatdoelen en bij te dragen aan de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek. De afspraken tussen deze 21 overheden zijn opgenomen in het definitief bod RES 1.0. Alle moties en amendementen van alle overheden op de RES1.0 worden besproken op de regionale bestuurstafel RESU16 om gezamenlijk te bepalen welk vervolg er aan gegeven kan en/of moet worden. Beoogd effect Met de RES 1.0 beogen we de CO2-uitstoot in de RES U16 te beperken door het verduurzamen van 2

de gebouwde omgeving met duurzame warmtebronnen en het opwekken van duurzame elektriciteit. Daarmee leveren we een eerste bijdrage aan de landelijke doelstelling van 95% reductie van CO2uitstoot in 2050. Vanuit de RESU16 doen we een haalbaar en realistisch bod om bij te dragen aan de landelijke taakstelling voor hernieuwbare elektriciteit. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsbrief Bouwstenen voor het U10 ruimtelijke economisch programma: 25 januari 2019, kenmerk 5917350 Raadsbrief Vervolgaanpak Regionale Energiestrategie, 3 mei 2019, kenmerk 6072912/20190502SW Raadsmemo Raadsvoorstel Startnotitie RES U16, 24 september 2019, kenmerk 6904031/20190923IK Raadsmemo Memo en amendementen rondom Startnotitie RES U16, 2 oktober 2019, kenmerk 6931410/20190102IK Raadsvoorstel Startnotitie RES U16, 3 oktober 2019, kenmerk 630887 Raadsbrief Startnotitie RES U16, 11 november 2019, Kenmerk 6979391/20191021IK Raadsbrief RES U16 zienswijzen moties en amendementen en planning, 27 februari 2020.

Kenmerk 7275738/20200130IK Memo beantwoording vragen nav RIB raadsvoorstel ontwerp RESU16 (20 mei 2020) kenmerk 7546209/200512IK Raadsvoorstel ontwerp-RES (aangenomen 17 september 2019) Raadsbrief Participatie energietransitie en Stadsgesprek Nieuwe Energie (20 november 2020) Kenmerk 8112978/20201029IK Raadsbrief Inzet U16-regio voor Regionale Energiestrategie 1.0 (8 december 2020), Kenmerk 822142/20201201IK Raadsbrief Onderbouwing zoeklocaties energie in RSU (22 januari 2021) Kenmerk 491346/20210118/HK Raadsbrief Uitstel opleveren RES 1.0 (3 maart 2021) Kenmerk 8623626/20210302IK Raadsbrief Potentie zon op dak in RES Concept-bod (31 maart 2021) Kenmerk 8698695/20210323/FV Mondelinge vragen Recht op de waarheid over ruzie aan de RES-tafel (1 april 2021) Raadsbrief Inzet in RESU16 voor RES1.0 (26 april 2021) Kenmerk 8792100/20210421 Raadsbrief Uitkomsten Stadsgesprek Nieuwe Energie, 25 mei 2021. Kenmerk 8882328/20210520/SG

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1 In te stemmen met de Utrechtse inzet van het resultaat van 0,523 TWh aan projecten plus inclusief grootschalig zon op dak voor het regiobod, waarbij de regionaleafspraak is gemaakt om binnen de RESU16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek te blijven verkennen om planuitval op te vangen. Argumenten 1.1 De inzet van Utrecht in de RES1.0 houdt geen rekening met mogelijke planuitval Vanaf de start van het RES proces is de verantwoordelijkheid van de stedelijke omgevingen als grote energieverbruiker een belangrijk gespreksonderwerp in de RES geweest. Pas als wij een maximale inspanning leveren, kunnen we verwachten dat andere regiogemeenten een stapje extra willen zetten. Uitgaande van de op dit moment lopende initiatieven voor zon en wind in Utrecht zoekgebieden energie, zoals die in de RSU2040 (raadsvoorstellen 25 april 2021 onder voorbehoud van besluitvorming) in kaart zijn gebracht is een Utrechtse inzet voor de RES1.0 geformuleerd. Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord zijn we daarbij uitgegaan van plannen die in 2025 concreet kunnen zijn. Voor een aantal vandeze gebieden geldt dat de afweging tegen het provinciale en gemeentelijke beleid, andere bestaande of gewenste functies en de besluitvorming over deze locaties nog moet plaatsvinden. Bij deze inzet is dus geen rekening gehouden met planuitval.

Daarom is bij onze inzet in regionaal verband een belangrijke kanttekening meegegeven; in de stad hebben we zelf weinig tot geen ruimte om tegenvallers op tevangen. Daarom is er de 3

regionale afspraak gemaakt om binnen de RESU16 samenkansrijke gebieden voor duurzame opwek te blijven verkennen om mogelijke planuitval op te vangen. 1.2

De Utrechtse inzet van 0,523 TWh is opgebouwd uit lopende projecten waarover u eerder heeft besloten, projecten waarover besluitvorming nog moet plaatsvinden en grootschalig zon op dak De kwantitatieve inzet van Utrecht van 0,523 TWh (523 GWh) is opgebouwd uit een optelsom van alle projecten die op dit moment bekend zijn: Lopende projecten waarover u eerder heeft besloten (0,285 TWh): Vooruitlopend op de RES waren we in eerdere jaren al bezig met een aantal zonneen windprojecten in Vleuten-de Meern. In de Ontwerp-RES zijn die lopende projecten op Utrechts grondgebied als inzet voor de Ontwerp-RES vastgesteld te weten: Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en een drietal zonnevelden; Meijewetering, Geluidswal A12 en Haarrijnseplas. Over deze projecten heeft u het afgelopen jaar besloten: raadsvoorstel Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop (9 juli 2020) en zonnevelden Meijewetering (1 oktober 2020), geluidswalA12 en Haarrijnseplas (15 oktober 2020). Projecten die sinds de Ontwerp-RES nieuw in beeld zijn gekomen en waarover nog geen raadsbesluit is genomen (0,07 TWh):: Vanaf het vaststellen van de Ontwerp-RES (17 september 2020) tot aan het aanbieden van dit raadsvoorstel RES1.0 zijn een aantal nieuwe gebieden in beeld gekomen voor een bijdrage aan de verstedelijkingsopgave van onze stad en dan met name de functies: recreatie, sport én energie.

Het gaat om Ockhuizen, het Utrecht Science Park (USP) en Voordorpse Polder; alle drie zoekgebieden energie in de RSU2040. Voor het onderzoek naar een (her)inrichting van het gebied Ockhuizen hebben we een startdocument vastgesteld (raadsbrief Startdocument Ockhuizen, 8 februari 2021). In de nog vast te stellen Omgevingsvisie USP is ‘zichtbaar duurzaam en gasvrij’ één van de vier ambities. Voor Voordorpse Polder wordt een verkenning voorbereid. We verwachten dat mogelijke initiatiefnemers voor deze gebieden voor 2025 concrete plannen zouden kunnen maken zodat ze kunnen meetellen in de RES1.0. Een inschatting van de energieopbrengsten van de nieuwe gebieden is gemaakt (Raadsbrief Onderbouwing zoeklocaties energie, 22 januari 2021). In deze gebieden kan op basis van ruwe inschattingen maximaal 0,07 TWh duurzame energie geproduceerd worden: 0,052 TWh zonne-energie als 50% van het gebiedsoppervlak gebruikt wordt en twee windmolens van in totaal 0,018 TWh. Of deze ruimte daadwerkelijk beschikbaar komt voor duurzame energie hangt van drie factoren af: (1) weging van andere opgaven en waarden in deze gebieden, (2) medewerking van grondeigenaren en (3) de businesscase voor initiatiefnemers. Het is dus niet zeker dat deze 0,07 TWh realiseerbaar is.

In Over de overige zoekgebieden energie in de RSU 2040die in bijlage 1 worden genoemd (Dorpeldijk, Noorderpark, FortBlauwkapel en Lage Weide) nemen we geen besluit in deze RES1.0. We verwachten we vooralsnog voor 2025 geen concrete plannen van initiatiefnemers of grondeigenaren. Deze zoeklocaties zijn met name waardevol voor de realisatie van grootschalige opwek na 2030. Grootschalig zon op dak (0,168 TWh) Zoals aangegeven in raadsbrief inzet in RESU16 voor RES1.0 (26 april 2021) zijn er een aantal redenen om nu niet de ambitie op grootschalige zon op dak uit de Ontwerp-RES (0,168 TWh) te verhogen. Wat betreft de beschikbare netcapaciteit blijkt uit de onderzoeken van Stedin die in het kader van de RES1.0 zijn gedaan, deze factor op korte termijn waarschijnlijk niet belemmerend zal zijn in Utrecht. Het stoppen van de SDE++ regeling in 2025 is wel een belangrijke factor. Ook biedt de SDE++ regeling geen financiering om kosten voor het oplossen van technische belemmeringen, zoals het verstevigen van de dakconstructie of het plaatsen van lichtgewicht panelen. Omdat deze belemmeringen onzekerheden geven in de verdere groei richting 2030, verhogen we daarom onze ambitie voor het onderdeel 4

grootschalig zon op dak nu niet. Uit het regionale onderzoek naar zon op dak komt een hogere operationele hoeveelheid zon op dak voor Utrecht naar voren dan wij u eerder in de raadsbrief hebben gemeld. Een mogelijke verklaring is dat de methodiek van Mapgear die gebaseerd is op luchtfoto’s ook aaneengesloten salderingsprojecten als een grootschalige zon op dak project meetelt. Of die allemaal mogen meetellen bij de grootschalige opwek voor de RES is niet zeker. Utrecht kiest ervoor om aan te sluiten bij de methode die het NPRES adviseert, namelijk door de gegevens van de door RVO gemelde verstrekte SDE+ beschikkingen (peildatum januari 2021) te gebruiken.Hierbij tellen we de gerealiseerde postcoderoos projecten in Utrecht op. Welke methode ook wordt gebruikt, het is duidelijk dat Utrecht een hoge potentie voor het realiseren van grootschalig zon op dak heeft en dat de huidige ambitie van 0,168 TWh een stevige ambitie is. Kanttekeningen/Risico’s 1.1.

Het raadsvoorstel RES1.0 moet voor de afronding van de besluitvorming over de RSU 2040 worden aangeboden aan de raad. De besluitvorming over de RSU 2040 vindt plaats voordat besluitvorming over de RES1.0 plaatsvindt. De input van de RES1.0 is gebaseerd op de in de RSU aangewezen zoekgebieden energie. Naar verwachting vindt de besluitvorming over de RSU 2040 voor de zomer 2021 plaats en de besluitvorming over de RES1.0 na de zomer 2021. Het raadsvoorstel van de RES1.0 moet vanwege de gevraagde tijdige behandeling vóór 1 oktober in de raad, al voor definitieve besluitvorming over de RSU2040 worden aangeboden aan de raad. . De besluitvorming van de RES1.0 is niet afhankelijk van de status van de RSU2040. De Utrechtse inzet van 0,523 TWh in de RES1.0 is gebaseerd op een aantal lopende energieprojecten waarover de raad zich heeft uitgesproken of zich gaat uitspreken. Mogelijk wijzigingen die naar aanleiding van de besluitvormingover de RSU in de RES en met name de Utrechtse inzet moeten worden doorgevoerd, zullen via een strekt ter vervanging worden voorgesteld.

1.2

Het realiseren van de inzet van Utrecht is afhankelijk van de bereidheid van grond- en dakeigenaren om mee te werken en investeringen van exploitanten in de grootschalige opwek Of de inzet van Utrecht voor 2030 wordt gerealiseerd is afhankelijk van de bereidheid van grondeigenaren om mee te werken en van de initiatiefnemers, energiecoöperaties en (markt)partijen om te investeren in grootschalige opwekking van elektriciteit en deze projecten te exploiteren.

1.3

Over de kansrijke zoeklocaties in bijlage 1 RES1.0 wordt niet in deze RES1.0 besloten Over de kansrijke zoeklocaties bij Dorpeldijk, Noorderpark, Fort Blauwkapel en Lage Weide zoals die in Raadsbrief Onderbouwing zoeklocaties energie in RSU (22 januari 2021) zijn aangegeven wordt niet in deze RES1.0 besloten. De kansrijke zoeklocaties in bijlage 1 RES1.0 zijn opgenomen ter illustratie van mogelijke nieuwe zoeklocaties die op verzoek van uw raad in beeld zijn gebracht. Het betekent niet dat per definitie op deze locaties windmolens of zonnevelden komen. Het besluit of in deze zoeklocaties wind en zon komt is afhankelijk van de resultaten die uit (milieu)onderzoek, gebiedsverkenningen, initiatieven en participatie naar voren zullen komen en waarover uw raad zich gaat uitspreken. We nemen deze kansrijke zoeklocaties als onderdeel van de nog op te stellen Energievisie mee, waarbij een MER (milieueffectrapportage) wordt uitgevoerd. Voor het einde van het jaar informeren wij u over onze aanpak voor deze Energievisie.

Beslispunt 2

In te stemmen met het regiobod van 1,8 TWh 5

Argumenten 2.1

Het regiobod van 1,8 is realistisch, haalbaar en wordt onderbouwd met 4 bouwblokken waarin ruimte is voor mogelijke planuitval Het concept bod uit de Ontwerp RES om uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, is haalbaar. De onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaat uit vier bouwblokken: Onderdeel van ons bod

Hoeveelheid in TWh totaal

Waarvan zon in Waarvan wind in TWh TWh

Bouwblok 1: Gerealiseerde opwek + Pijplijnstatus ‘zeker’

0,438

0,295

Bouwblok 2: Zon op dak

0,3-0,5 TWh

Bouwblok 3: Lokale zoekprocessen van gemeenten

1,164

Bouwblok 4: Continue samenwerking en ontwikkeling

Hiervoor is nog geen ambitie op te nemen.

0,143

(Ambitie in bandbreedte) 0,765

0,399

Voor regionale projecten die al zijn gerealiseerd of die met de status ‘zeker’ in de pijplijn zitten (bouwblok 1) kunnen we met grote zekerheid zeggen wat de opbrengsten zijn. Voor Utrecht zijn in dit bouwblok alleen gerealiseerde zon op dak projecten opgenomen (op basis van SDE+ beschikkingen RVO). Bouwblok 2 heeft een bandbreedte omdat de realisatie van zon op dak veel afhankelijkheden kent zoals de medewerking van de eigenaar en de beschikbare netcapaciteit. Bouwblok 3 moet als een tussentijds resultaat worden gelezen van de lokale zoekprocessen die zijn geweest. Dit bouwblok maken we de komende jaren concreter bij de uitwerking van de zoekgebieden. Voor sommige projecten in dit bouwblok geldt dat ze bijna gereed zijn voor vergunningverlening, voor andere projecten geldt dat afwegingen tegen het lokale en provinciale beleid, aansluiting op het elektriciteitsnetwerk en lokale besluitvorming nog moet plaatsvinden. De gemeenteDe Ronde Venen levert haar bijdrage aan dit bouwblok later op. Voor de Utrechtse inbreng in dit bouwblok verwijzen wij u naar argument 1.2. In de praktijk betekent dit dat de plannen in dit bouwblok anders kunnen worden ingevuld of dat plannen kunnen uitvallen. Er is een lichte overprogrammering van plannen om de planuitval op te kunnen vangen.

Bouwblok 4 onderstreept het belang om als samenwerkende overheden van de RES U16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek te blijven verkennen. Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken en zorgenvoor de continue ontwikkeling en uitvoering naar de RES 2.0 en verder Kanttekeningen en risico’s 2.1

Er zijn knelpunten in het elektriciteitsnetwerk maar het bod is maakbaar Netbeheerder Stedin heeft de aangeleverde zoekgebieden getoetst aan de elektriciteitsinfrastructuur en in beeld gebracht welke netinvesteringen waar en wanneer nodig zijn om de RESU16 bod maakbaar te maken. In de Netimpactanalyse (bijlage 9) zijn 19 ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Daarvan zijn er twee urgent, waaronder één in Utrecht. We zijn met Stedin in gesprek over het knelpunt Station Oudenrijn. Het Station Oudenrijn is gelegen in Rijnenburg en heeft een bovenregionale functie. De energietransitie evenals de woningbouwopgave vragen om renovatie en uitbreiding van het station waarbij zowel Tennet als Stedin zijn betrokken. We verwachten de planologische besluitvorming volgend jaar formeel te kunnen starten via het Utrechts planproces. Daarnaast dringt Stedin aan om tot een betere verhouding tussen zon en wind in de regio te komen. Deze is nu scheef; 16% van het voorziene opgestelde vermogen komt van wind, het overige deel is grondgebonden zonnevelden. Als de regio op deze manier op zon blijft inzetten, bereiken we eerder de grenzen van de capaciteit van het net en beperken we onze mogelijkheden richting 2040.

Grootschalig zon op dak sluiten we aan op een andere (lagere) netwerkinfrastructuur, maar ook daarvoor geldt dat regionale afstemming handig is. 6

Beslispunt 3

De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5,6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband

Argumenten 3.1

De RES1.0 is volgens de eerder vastgestelde kaders van de Startnotitie RESU16 en de Ontwerp-RES uitgewerkt. In 2019 stelde u de ‘Startnotie RES U16’ vast en in 2020 stelde u de Ontwerp- RES en concept-bod vast. De RES 1.0 is de uitwerking van deze eerdere besluiten en is opgesteld binnen de daarin gegeven kaders waaronder het eerder vastgestelde concept-bod van 1,8 TWh.

3.2

Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Besparen is daarom het uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het concept bod van 1,8 TWhbij de Ontwerp RES is rekening gehouden met energiebesparing. Met besparingen kan het bod dus niet worden verlaagd, dat zit verwerkt in de hoogte van het bod. De landschappelijke impact van zon op dak is kleiner dan die van zonnevelden en windmolens. We zetten daarom maximaal in op zon op dak. Voor de invulling van het bod in zonnevelden en windmolens is voortgebouwd op de ruimtelijke uitgangspunten die in het Ontwerp-RES zijn vastgesteld zoals het benutten van potentie van windenergie langs infrastructuur, bedrijventerreinen en in agrarische gebieden. De in de RES aangewezen zoekgebieden moeten (groten)deels verder worden uitgewerkt door bijvoorbeeld de effecten op de omgeving en de natuur, veiligheid en aansluitbaarheid op het netwerk voor specifieke locaties te onderzoeken.

3.3

De Regionale Structuur Warmte (RSW) is onderdeel van de RES1.0 en gaat over de bovenlokale en regionale afstemming en samenwerking voor warmte De RSW 1.0 richt zich op bovenlokale en regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie. In de regio zijn daarvoor afspraken gemaakt over monitoring en afstemming en thema’s waarop we regionaal gaan samenwerken. Een gespreksleidraadvoor overleg over bovengemeentelijke warmtebronnen (bronnen met de potentie om in meerdere gemeenten warmte te leveren) is opgesteld en onderdeel van de RSW. De RSW 1.0 bevat ook een inventarisatie van de warmtebronnen in de regio, vergelijkbaar zoals Utrecht dit zelf in beeld heeft gebracht (raadsbrief Potentieelonderzoeken energie, 13 maart 2020). Omdat er een wisselwerking is tussen de op te stellen TVW’s en RSW is, hebben we regionaal afgesproken de TVW’s te monitoren en te gebruiken als input voor de RSW2.0 die in 2023 moet worden geactualiseerd. Op dat moment is mogelijk ook meer bekend over de daadwerkelijke beschikbaarheid van de bovenlokale warmtebron aardwarmte in de RESU16. De overige potentiele warmtebronnen van de regio, zoals aquathermie zullen met name lokaal worden toegepast. De RSW heeft voor Utrecht op dit moment geen directe doorwerking in de Transitievisie Warmte Deel 1 (3 juni 2021).

3.4

Moties en amendementen aangenomen bij de Startnotitie RESU16 of het Ontwerp-RES zijn verwerkt Bij de besluitvorming over de ‘Startnotitie RESU16 en het Ontwerp RES inclusief bod’ zijn door de parlementen verschillende moties en amendementen aangenomen. In bijlage 12 is opgenomen hoe vorm en inhoud is gegeven moties en amendementen. De aangenomen Utrechtse moties bij zowel de Startnotitie als bij de Ontwerp-RES en concept-bod zijn (deels) verwerkt in de RES1.0. Het gaat om motie 2019/ 295 Streven naar 50% lokaal eigenaarschap, motie 2019/300 Biomassa in RES en motie 2019/299 Industrie en kantorenpark in Utrecht dragen aan de energietransitie. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in de RES1.0. en verkennen we met regio om in toekomst uitvoering aan te geven. In bijlage 13 vindt u de inventarisatie van de legeskosten voor vergunningen zoals gevraagd in motie 2019/298 Regionaal afstemmen van legeskosten voor vergunningen duurzame energieopwekking. De inventarisatie heeft niet geleid tot regionale afstemming 7

over de legeskosten. De volgende ingetrokken en overgenomen moties zijn verwerkt in de RES1.0: 2020/M276 Natuur en duurzame energie. De gedragscodes zon en wind op land zijn als uitgangspunten in de RES1.0 genoemd. Naar aanleiding van de moties 2020/M274 ‘Maak Maximaal gebruik van de daken in de regio’ en 2020/M279 ‘Ambities zon op dak’ zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd zoals u gemeld in raadsbrief ‘Potentie zon op dak in RES conceptbod’ (31 maart 2021). Deze onderzoeken zijn regionaal gedeeld en een aantal hoofdconclusies zijn in de RES1.0 als voorwaarden voor het realiseren van de potentie zon op dak benoemd. . Tot slot is de motie 2019/297 RES voor en door de stad verwerkt in het Stadsgesprek Nieuwe Energie waarover u in raadsbrief Uitkomsten Stadsgesprek Nieuwe Energie (25 mei2021). De genoemde moties beschouwen hiermee als afgehandeld. 3.5

De RES 1.0 wordt gerealiseerd door uitwerking in het eigen beleid en regelgeving De RES-samenwerking heeft geen juridische status en de RES heeft niet geleid tot verandering van de bevoegdheidsverdeling van de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW. De provincie is bevoegd gezag voor initiatieven tot 100MW. De RES 1.0 heeft na besluitvorming de status van een beleidsstuk. Voor realisatie moet de RES 1.0 uitgewerkt worden door de deelnemende overheden in het instrumentarium van de oOmgevingswet, pas dan is er sprake van een juridische status. Wij doen dit met de RSU2040 en in de Energievisie die later ditmedio 2022 jaar aan u ter besluitvorming wordt voorgelegd..

Kanttekeningen en risico’s 3.1

De RES 1.0 is een momentopname De tijdspanne van de energietransitie is groot. De RES1.0 is daarom een momentopname van waar alle deelnemende overheden nu staan als het gaat om het realiseren van zon en wind tot 2030. De RES1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze grote opgave. We weten dat veel zoekgebieden in de RES1.0 de komende tijd verder worden uitgewerkt waarbij (ruimtelijke) afwegingen en het maatschappelijke gesprek nog moeten worden gevoerd. Dit betekent dat we rekening moeten houden met planuitval. We hebben daarom afgesproken om elk jaar de voortgang van de projecten te monitoren als voorbereiding op de RES2.0. Bijsturen op bepaalde onderdelen kan dan tussentijds plaatsvinden.

3.2

De realisatie van de RES1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden Voor een succesvolle uitvoering van de RES1.0 zijn we afhankelijk van diverse randvoorwaarden. Het Rijk moet de energietransitie financieel en in wet- en regelgeving mogelijk maken. Bovendien leven er maatschappelijk zorgen over de energietransitie, de impact op de leefomgeving en betaalbaarheid voor de inwoners. Deze afhankelijkheden bestaan en zijn benoemd in de RES 1.0.

3.3

Indien de landelijke doelstelling niet wordt gehaald is een aanvullende regionale opgave mogelijk Als de landelijke taakstelling van 35 TWh duurzame elektriciteitsopwek niet wordt gehaald, zullen regio’s onderling in gesprek gaan om tot een verdeling over de resterende opgave te komen. Als deze gesprekken tussen de regio’s niet tot een resultaat leiden, zal vanuit het NPRES een landelijke verdeelsystematiek worden ingezet die vanuit de landelijke koepels (VNG, Interprovinciaal overleg IPO en de Unie van Waterschappen) is opgesteld. Uit de appreciatie van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) die in februari 2021 verscheen is op basis de ingediende Ontwerp-RES’en een bandbreedte van 31,2 TWh - 45,7 TWh duurzame elektriciteitsproductie in 2030 opgeteld. Het is dus op basis van de Ontwerp-RES’en niet zeker dat de landelijke taakstelling van 35 TWh wordt gehaald.

8

Financiën De RES 1.0 heeft vooralsnog beperkte financiële consequenties. De regionale uitvoeringskosten worden uitgewerkt in het Regionaal Uitvoeringsplan dat kort na besluitvorming over de RES 1.0 aan de dagelijks besturen wordt toegestuurd. We verwachten dat het Rijk financiële ondersteuning gaat leveren voor de uitvoering van het Klimaatakkoord vanaf 2022, waaronder de uitvoering van de RES. Dit is één van de randvoorwaarden waaronder het Klimaatakkoord door VNG namens gemeenten is ondertekend. Het nieuwe kabinet moet hier uitsluitsel over geven. De omvang van een mogelijke rijksbijdrage is niet bekend. Bij de ontwikkeling van het uitvoeringsplan werken we daarom met scenario’s met daarin verschillende hoogtes van de rijksbijdrage. De RES samenwerking is tot op heden bekostigd uit een rijksbijdrage (1,8 miljoen euro, uitgekeerd aan centrumgemeente Utrecht) en een deelnemersbijdrage naar rato inwonertal (0,186 miljoen euro bijdrage vanuit gemeente Utrecht voor 2020 en 2021). De verwachting is dat deze bedragen en inzet indicatief zijn voor de kosten in de volgende fase. De verwachte rijksbijdrage en regionale uitvoeringskosten zullen worden opgenomen in het programma Bewoners en Bestuur, onderdeel bovengemeentelijke samenwerking U16.

De gemeentelijke bijdrage zal worden bekostigd vanuit het programma Duurzaamheid, onderdeel Uitwerken van de energieambities Naast de inzet in de uitvoering van de RES gaat gemeente Utrecht samen met de provincie inzichtelijk maken welke faciliterende ondersteuning provincie en Utrecht kunnen bieden. Het gaat dan voornamelijk om de inzet van capaciteit per 2022 en verder die we inzetten om onze ervaringen en kennis te delen met de regio, bijvoorbeeld op het gebied van het aanjagen van grootschalig zon op dak, energiebesparingsactiviteiten en de warmtevoorziening. De verwachting is dat het gaat om ongeveer 0,5 FTE per jaar. Deze capaciteitsinzet wordt ook bekostigd vanuit het programma Duurzaamheid, onderdeel Uitwerken van de energieambities.

Vervolg De door parlementen vastgestelde RES 1.0 wordt uiterlijk op 15 oktober 2021 aan het NP RES verstuurd. Na de vaststelling van de RES 1.0 zijn er verschillende ijkmomenten afgesproken. Op deze momenten monitoren we in regionaal verband of de gezamenlijke realisatie op koers ligt. Daarnaast zijn er momenten waarop we aanvullende ambities en doelen stellen voor de periode tot 2050. Doelen voor de periode na 2030 moeten we vastleggen en onderbouwen in één van de volgende RESversies. Iedere twee jaar actualiseren we de RES. Over de geactualiseerde versie wordt een besluit genomen in de parlementen, zodat de RES en de uitvoering ervan altijd een democratische basis heeft. In 2022 gaan de deelnemende overheden de RES 1.0 omzetten in ruimtelijk beleid, voor zover dat nodig is om de bijdrage van 1,8 TWh aan de landelijke doelstelling voor duurzame elektriciteit in 2030 te realiseren. In 2025 zullen de ruimtelijke procedures voor zonnevelden en windmolens worden afgerond, voor zover die nodig zijn om de bijdrage van 1,8 TWh in 2030 te realiseren. In 2030 zal de realisatie van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek gereed zijn. Naast bovenstaande momenten, die zijn afgesproken in het Klimaatakkoord, zijn er ook informele bestuurlijke ijkmomenten.

Deze momenten zijn er op gericht tijdig zicht te krijgen op planuitval en door consensus en in RES verband afspraken te maken hoe dit op te vangen. Deze momenten worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan. Daarbij zijn in ieder geval de volgende ijkmomenten opgenomen: Q4 2021, uitkomsten besluitvorming door parlementen over RES 1.0 en verdiepende netimpactanalyse Voor zomerreces 2022, na de gemeenteraadsverkiezingen, mogelijke effecten coalitieakkoorden, check uitwerking in ruimtelijk beleid op schema Na zomerreces 2022, startbijeenkomst nieuwe bestuurscyclus Q3 2022, inventarisatie start planuitwerking (wind) initiatieven Vanaf december 2022: jaarlijkse monitoring op voortgang en eventuele planuitval De ijkmomenten zijn voor de 3 RES’en binnen de provincie Utrecht gelijk (RESU16, RES Amersfoort, RES FoodValley). Op deze wijze wordt de samenhang geborgd en kan de provincie haar taken en rol uitvoeren. Om de RES 1.0 te kunnen uitvoeren en het vervolg te kunnen invullen, wordt een 9

Regionaal Uitvoeringsplan opgesteld. Dit plan wordt aan colleges van B&W toegestuurd, evenals aan Gedeputeerde Staten en de Algemeen Besturen van de deelnemende waterschappen. De omvang en intensiteit van de regionale activiteiten zijn onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen vanuit het Rijk. Daarnaast gaat de provincie samen met ons inzichtelijk maken welke faciliterende ondersteuning provincie en wij kunnen bieden aan de regio bij de uitvoering van de RES, inclusief een onderzoek naar meest effectieve inzet van het bestaande ontwikkelfonds voor energiecoöperaties. Het regionaal ontwikkelfonds moet dan helpen om meer opbrengsten voor maatschappelijke voorzieningen te genereren. De RES is een bouwsteen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 en wordt bij de definitieve Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) ingevoegd. Bij de besluitvorming over het definitieve IRP (verwachting december 2021) voegen we een memo over de RES toe aan het IRP. In dit memo staat beschreven waar de energieopgave andere opgaven aanvult en waar belangen kunnen botsen. In de volgende fase zullen de gemeenten het IRP verder uitwerken en concretiseren. In de programmeringsfase kunnen gemeenten de opgaven in samenhang bekijken en verbinden. De RES1.0 geeft een doorkijk op de plannen tot 2030. Het IRP kijkt naar de plannen tot 2040.

Wij blijven in de regio benadrukken dat er rekening moet worden gehouden met een aanvullende opgave voor energie tot 2040 in het IRP. De komende tijd wordt de samenwerking met het Rijk gezocht voor verkenningen naar mogelijkheden voor het opwekken van duurzame elektriciteit direct naast rijkswegen, op gronden van het Rijk. De Rijksoverheid heeft hiervoor het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) opgezet. Samen met provincie en gemeenten sturen we brieven aan de minister van Economische Zaken en Klimaat om onze wens tot samenwerking voor opwek van energie langs de infrastructuur in de regio en meer specifiek langs de A28 te onderstrepen.

Participatie Voor participatie maken we onderscheid tussen regionale en lokale participatie. Regionale participatie Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers zijn betrokken geweest bij het opstellen van de RES. Na het vaststellen van de Ontwerp-RES is vooral op lokaal niveau aan de slag gegaan met het zoeken naar gebieden voor grootschalige opwek. Daarmee sloten we aan bij de lokale context en verschillende fasen waarin gemeenten zich bevonden, is doorgebouwd op bestaande participatiestructuren en konden inwoners en andere belanghebbenden het beste betrokken worden. Vanuit de regio zijn de lokale processen ondersteund met onderzoek, kennis en afstemming. Daarnaast zijn er regelmatig zowel brede regionale bijeenkomsten als kleinere tafelgesprekken geweest met regionale stakeholders. Ook zijn een-op-een gesprekken met enkele organisaties uit het maatschappelijke veld met een belang in natuur, milieu, ruimtegebruik, landbouw en energie gevoerd. Ten aanzien van warmte is in warmteateliers gesproken met energiecoöperaties en regionale stakeholders. De resultaten uit de participatie hebben bijgedragen en sturing gegeven aan de totstandkoming van de RES 1.0 zoals het rapport voor ontwerpprincipes van LandID, de notitie gespreksleidraad verdeling bovenlokale warmtebronnen en de thematische werkagenda elektriciteit en warmte.

Ook bij de vervolgstappen, worden inwoners en lokale organisaties betrokken om mee te praten en mee te denken. Naast het meedenken en meepraten gaat het ook om meedoen. Het streven naar 50% eigenaarschap is als uitgangspunt in de RES 1.0 benoemd. De regionale participatie versterken we met landelijke en regionale organisaties om een continue dialoog te voeren. Het doel is om van belanghebbenden als samenwerkingspartners bij de RES U16 te betrekken, zodat zij een structurele inbreng leveren voor de realisatie van de projecten en initiatieven. Daarbij kunnen hierdoor ook tijdig landelijke of regionale belanghouders worden gekoppeld aan lokale participatietrajecten. Lokale participatie Over de RES1.0 is geen apart participatietraject gehouden. Met een Stadsgesprek Nieuwe Energie en participatie over specifieke locaties is input opgehaald voor de RES1.0 en vooral de Utrechtse inzet in de RES1.0. Participatie over de Utrechtse inzet is maatwerk en gebeurd locatiespecifiek en afgestemd op de doelgroep. Het participatieniveau bepalen we ook per project of gebied en is minimaal 10

‘raadplegen’. De participatie van de Utrechtse zoeklocaties is in onderstaand schema weergegeven. Project of zoekgebied Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop zonneveld geluidswal A12 zonneveld Meijewetering zonne-eilanden Haarrijnseplas Ockhuizen Utrecht Science Park (USP) Voorveldse Polder

Participatie participatietraject doorlopen participatie wordt opgestart participatie in uitvoering participatie moet nog starten participatie moet nog starten participatie in omgevingsvisie USP participatie moet nog starten

Breed raadplegen: Stadsgesprek Nieuwe Energie Eind 2020, begin 2021 voerde de gemeente het Stadsgesprek Nieuwe Energie met inwoners, en specifiek jongeren, ondernemers en energie-initiatieven. Het doel van dit Stadsgeprek was te horen hoe Utrechters aankijken tegen het overstappen naar duurzame energie, waaronder elektriciteitsopwekking door wind en zon. En of we tot betere afspraken kunnen komen om de bijdrage van inwoners, organisaties en de gemeente zelf te vergroten. De uitkomsten van het stadsgesprek staan in raadsbrief Uitkomsten Stadsgesprek Nieuwe Energie (25 mei 2021). Daarmee is invulling gegeven aan motie 2019/M297 RES voor en door de stad (17 september 2019).

Communicatie Over de projecten van de Utrechtse inzet in de RES1.0 is en/of wordt gecommuniceerd met (direct) betrokkenen. Over de zonnevelden Meijewetering, geluidswal A12 en Haarrijnseplas communiceerden we met de buurt, net als over Rijnenburg en Reijerscop. Samen met de initiatiefnemer of ontwikkelaar is of wordt de communicatie uitgevoerd. De uitgangspunten zijn dat we transparant en duidelijk communiceren. We informeren over het voornemen (plan), over in welke fase het project is, waarover participatie mogelijk is en ook wat al vast staat. Wanneer inspraak mogelijk is hoort hier bij. Tussentijds krijgen betrokkenen en de gemeenteraad informatie over het proces en vervolgstappen. De volgende communicatiemiddelen zetten we in het algemeen in bij de participatie. We stemmen de boodschap en de middelen af op de doelgroep en gebruiken hiervoor onder andere de gemeentelijke website, persberichten, sociale media, wijknieuwsbrieven, wijkberichten, thema-nieuwsbrief, interviews, digitale reclameborden en advertenties.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming: - RES1.0 en als onderdeel hiervan: - bijlage 1 Verdieping hoofdstuk elektriciteit lokale zoekprocessen - bijlage 4 Verdieping hoofdstuk warmte: warmtebronnen en energiebesparing - bijlage 5 RSW notitie: samenwerking regionale warmtethema’s - bijlage 6 RSW notitie: opstap naar afwegingskader bovengemeentelijke warmtebronnen - bijlage 7 RSW notitie: gespreksleidraad verdeling bovengemeentelijke warmtebronnen - bijlage 8 Thematische agenda elektriciteit en warmte - bijlage 12 Notitie moties en amendementen Bijlagen informatief: De volgende bijlagen zijn ter informatie in de RES1.0 opgenomen: - bijlage 2 Onderzoek zon op dak - bijlage 3 Zon op dak: dakoppervlak en netcapaciteit - bijlage 9 Netimpactanalyse - bijlage 10 PBL analyse en monitor - bijlage 11 Infographics participatie U16 - bijlage 13 Quickscan legeskosten U16 - bijlage 14 Rapport energielandschappen - bijlage 15 Advies bestuurlijk verkenner 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b3b5bd6d-fe6a-45dd-a3d2-c94f37fdb7aa