CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STREKT TER VERVANGING BP Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 13 oktober 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas; verplaatsing grens bebouwde kom Maarssenseweg/Heldinnenlaan37.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2. 3. 4.

5.

6.

Utrecht realiseert klimaatneutrale nieuwbouwwijken door in alle nieuwbouwontwikkelingen, waar een alternatief beschikbaar is, geen aardgasleidingen meer aan te leggen en de toepassing van efficiënte lagetemperatuuroplossingen in de gebouwen te stimuleren. Utrecht stuurt op de overgang naar een warmtevoorziening die duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. Utrecht betrekt bij de afweging rond de besluitvorming over een duurzame warmtevoorziening de totale maatschappelijke kosten en baten. Utrecht zal de warmtevisie als thematisch beleid invoegen in de omgevingsvisie Utrecht 1.0, waardoor het warmtebeleid en de toekomstige energieinfrastructuur doorwerkt in besluiten over ruimtelijke ontwikkelingen. In Utrecht heeft de gemeente de ambitie geen aardgasleidingen meer te vervangen, die aan het einde van hun levensduur zijn of gaan komen, daar waar een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam alternatief beschikbaar is of op afzienbare termijn kan komen. De gemeente stuurt aan op de ontwikkeling van open, duurzame lage-temperatuurwarmtenetten, waardoor de mogelijkheden voor participatie en het inpassen van nieuwe duurzame energiebronnen worden verbeterd.

De gemeenteraad heeft deze visie vastgesteld op 2 november 2017. Betekenis voor het plangebied De realisatie van de energie-eilanden dragen aan de transitie naar duurzame energievoorzieningen. In paragraaf 5.16 wordt het aspect duurzaamheid nader toegelicht. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de visie op de warmte voorziening.

2.3.2.2.9

Sport, recreatie en toerisme

Beleid en actieplan 2009-2014 'Evenementen en festivals in Utrecht' (2009) Het beleid en actieplan 2009-2014 'Evenementen en festivals in Utrecht' is in 2009 vastgesteld en bevat het beleid ter behoud en uitbouw van evenementen en festivals in Utrecht. De doelen voor de komende vijf jaar betreffen: Utrecht moet nationale positie behouden en successen beter communiceren; internationaal moet Utrecht op de kaart komen; lokaal draagvlak voor evenementen vergroten. Utrecht staat al enkele jaren in de top drie van evenementensteden van Nederland. De gemeente wil het niveau van festivals en evenementen dat Utrecht inmiddels heeft bereikt graag uitbouwen. Om de drie doelen van de evenementennota te verwezenlijken en de genoemde uitdagingen het hoofd te bieden kiest de gemeente voor professionalisering op alle fronten. De nota volgt hierbij twee hoofdlijnen. De eerste lijn geeft inzicht in het gehele proces van de organisatie rond evenementen. Deze basis dient goed op orde te zijn. Professionalisering in kennis en dienstverlening staan centraal. De gemeente zal meer dan tot nu toe gebeurt oplossingen zoeken voor zaken rond evenementen die overlast veroorzaken. Zoals een betere spreiding van evenementen door de gehele stad, waardoor de druk op de binnenstad niet verder toeneemt. De tweede lijn van de nota gaat in op de ambities van Utrecht op het gebied van festivals en evenementen.

Hoe kunnen deze beter worden ingezet voor de versterking van het merk Utrecht? Professionalisering in marketing, communicatie en promotie en samenwerking met partners in de stad spelen hierbij een belangrijke rol. bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

25

Betekenis voor het plangebied In het plangebied is een evenemententerrein opgenomen. Op het strand ten oosten van de Maarssenseweg kunnen diverse evenementen plaatsvinden. In paragraaf 5.6 wordt ingegaan op de evenementen in het plangebied.

2.3.2.3 Gebiedsbeleid In gebiedsbeleid maakt de gemeente de koers en het thematische beleid passend binnen een specifiek gebied. Omgevingsvisie deelgebied Vleuten - De Meern Haarrijn is onderdeel van de Omgevingsvisie deelgebied Vleuten - De Meern. In deze visie staat echter dat de omgevingsvisie geen invloed heeft op ontwikkelplannen die al door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zoals bijvoorbeeld de gebiedsontwikkeling rond Haarzicht en Haarrijn. Deze visie vormt dus geen belemmering voor de ontwikkeling van dit bestemmingsplan. 2.3.3

Overig gemeentelijk beleid

De Utrechtse Erfgoedagenda (2013) De Utrechtse Erfgoedagenda is in 2013 vastgesteld. Utrecht heeft veel erfgoed. Van bewoningssporen uit de bronstijd tot naoorlogse bouwkunst in wijken als Kanaleneiland en Overvecht. Utrecht is een van de oudste steden van Nederland en dat is overal terug te vinden. Utrecht is in de afgelopen decennia zo zorgvuldig mogelijk met het erfgoed omgegaan. En zal dit blijven doen. De Utrechtse Erfgoedagenda beschrijft het beleid, de projecten en de aandachtsgebieden met betrekking tot monumenten, archeologie en architectuur- en bouwhistorie en de mate waarin deze objecten toegankelijk zijn voor publiek. Betekenis voor het plangebied In het plangebied is geen sprake van archeologische waarden. In paragraaf 5.12 is het aspect archeologie nader beschreven. In het plangebied zijn in de bestaande situatie geen monumenten aanwezig. Een gedeelte van het plangebied, valt in het beschermd dorpsgezicht (zie paragraaf 3.2.2). Binnen het beschermd dorpsgezicht zijn geen woningen gepland. Daarnaast is een dubbelbestemming opgenomen om de cultuurhistorische waarden te beschermen. Archeologie De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente.

In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Betekenis voor het plangebied Volgens de gemeentelijke archeologische waardenkaart heeft het gebied geen archeologische verwachtingswaarde. In paragraaf 5.12 wordt nader op dit aspect ingegaan. Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld.

Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van 2 6 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Betekenis voor het plangebied Voor het plangebied is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om aan te tonen dat aan het wettelijk en gemeentelijk geluidbeleid voldaan kan worden. In pararaaf 5.4 wordt hierop ingegaan. Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid.

In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Betekenis voor het plangebied In het plangebied moet rekening gehouden worden met het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen en buisleidingen. In paragraaf 5.7 wordt hierop ingegaan. Utrecht kiest voor gezonde lucht, luchtkwaliteitsbeleiden Uitvoeringsprogramma2020-2025 Op 10 december 2020 heeft de gemeenteraad ''Utrecht kiest voor gezonde lucht' vastgesteld'. Deze nota bevat het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Utrecht en een samenhangend pakket maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren, waarmee we versneld op weg gaan naar het behalen van de gezondheidskundige advieswaarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het pakket bevat maatregelen, zoals het instellen van milieuzones voor personen-, bestel- en vrachtwagens, een sloopsubsidie voor oude dieselauto's, het verbieden van mobiele (bouw)werktuigen lager dan Fase IV, een voorlichtingscampagne en subsidieregeling op het gebied van (het terugdringen) van emissies veroorzaakt door houtstook, en het verplaatsen van snorfietsen van het fietspad naar de rijbaan op een samenhangend netwerk van wegen.

Betekenis voor het plangebied In paragraaf 5.8 wordt ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied.

2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het relevante beleid.

bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

27

2 8 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in het plangebied en analyseert het gebied in ruimtelijk en functioneel opzicht. Voor zover de verschillende onderdelen van dit hoofdstuk daartoe aanleiding geven, wordt aan het einde van de verschillende paragrafen een aantal conclusies en uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.

3.2

Beschrijving van het plangebied

3.2.1

Historische ontwikkeling

Het gebied Haarrijn ligt direct aan de westkant van de Rijksweg A2, in de polder Themaat, dat onderdeel uitmaakt van een uitgestrekt veenweidegebied. De historie van de polder Themaat kenmerkt zich door de aanwezigheid van de Oude Rijn, die hier ooit via Utrecht en Leiden naar de Noordzee stroomde. Toen de Rijn bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd (1122), is het restant van de rivier geleidelijk dichtgeslibd en gedempt. Geologisch ligt het gebied dan ook aan de noordelijke rand van het rivierengebied. Haarrijn ligt in een lager gelegen kom en is van oorsprong een open gebied met klei-op-veen-grondslag. De oorspronkelijke verkaveling is noord-zuidgericht. De Thematerweg en de Smalle Themaat met de aanliggende bebouwing volgen ongeveer de flank van de stroomrug van de Oude Rijn. Het veengebied ten noorden daarvan bleef tot ver in de Middeleeuwen woeste grond, hoogstens geschikt voor het verzamelen van hout of riet en de jacht op waterwild. Omstreeks het jaar 1000 is het gebied ten zuiden van de Thematerweg-Smalle Themaat grotendeels in cultuur gebracht. Het noordelijke deel werd gebruikt als hooiland. In de 12e eeuw werd het gebied in smalle, langgerekte kavels verdeeld, die vanaf de Thematerweg-Smalle Themaat in cultuur werden gebracht. Deze weg dateert dus minstens uit die tijd. De boerderijen lagen, net als tegenwoordig, aan de kop van de kavels met de korte gevel aan de weg.

Voor de afwatering had de polder Themaat samen met de polder De Haar een eigen afvoerkanaal of wetering: de Haarrijn, die uitwaterde in de Vecht. De regeling van de waterhuishouding was eertijds een gewichtige zaak. Dat is een van de redenen waarom polders vaak samenvielen met de laagste bestuurseenheden: de gerechten of ambachtsheerlijkheden. Het gerecht Themaat was een zelfstandige bestuurseenheid tot 1818, toen het met de polder De Haar werd verenigd tot de gemeente Haarzuilens. Voor dit veengebied zijn cope-ontginningen kenmerkend. Dit zijn ontginningen gebaseerd op een vast stramien met een breedte van ongeveer 115 meter en een diepte van 1250 meter. De kavels werden begrensd door sloten die tevens zorgden voor afwatering. De bewoning vond plaats aan de kop van de kavels, het achtereind van de ontginning werd gevormd door de achterkade. Aanvankelijk werd overal nog akkerbouw bedreven, maar na enkele eeuwen waren de lagere gronden als gevolg van inklinking alleen nog maar geschikt voor beweiding. Tot voor de ontwikkeling van Leidsche Rijn is de polder in gebruik als grasland. De hogere stroomgronden in het zuidwesten van het plangebied herkennen we nu vooral aan de boomgaarden.

Andere karakteristieken vanuit het in cultuur brengen van het landschap tot een zijn de Boerengerief- of hakhoutbosjes' waar verschillende boomsoorten werden geplant voor de voorziening van hout voor gereedschappen en dergelijke, en de eendenkooi, net ten noordwesten buiten het plangebied. De specifieke cope-verkaveling is een belangrijke structuur in dit gebied. Het is van belang deze door te zetten in de planontwikkeling. 3.2.2

Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie

In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Een kleine strook in het noord westen van het plangebied valt in het beschermd dorpsgezicht van Haarzuilens. Het beschermd dorpsgezicht Haarzuilens omvat het 19e eeuwse kasteel De Haar, het kasteeldorp Haarzuilens en de omliggende landerijen. Het kasteel was al als historische buitenplaats beschermd, maar in samenhang met het dorp en de landerijen is het vanaf december 2013 dus ook beschermd gezicht.

bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

29

Afbeelding 3: Beschermd dorpsgezicht Haarzuilens Het beschermd dorpsgezicht Haarzuilens is van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische, archeologische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden. Het volgende kan worden genoemd: de landschappelijke parkaanleg rond kasteel De Haar naar ontwerp van H. Copijn als cultuurhistorisch en landschappelijk zeer waardevolle groenstructuur te midden van en in contrast met het vlakke en open polderland; kasteel De Haar als kern van deze aanleg met diverse zichtassen over het weidegebied richting Maarssen, Breukelen en Utrecht en als voorbeeld van een voor Nederland grootschalige particuliere 19e-eeuwse ontwikkeling; het eind 19e-eeuwse dorp Haarzuilens naar ontwerp van P.J.H.

Cuypers als geïdealiseerd voorbeeld van een verplaatst middeleeuws dorp in de vorm van een brinknederzetting met toevoeging van een omgrachting en wal als uitdrukking van een verdedigbaar dorp en voorzien van een nog grotendeels gave, kleinschalige en historiserende bebouwing met het bijbehorend materiaal- en kleurgebruik, dakbedekking en erfafscheiding; de bijzondere, vanuit één concept ontwikkelde ruimtelijk historische samenhang tussen kasteel, park en dorp in een geheel landschappelijke omgeving; de historisch-functionele relatie tussen het kasteel, het park en de omringende agrarische gronden als onlosmakelijke onderdelen van het gehele multifunctionele landgoed.

3 0 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

3.2.3

Structuurbepalende elementen

Afbee lding 4: Afbeeldingen uit SPvE 2008 Structuurbepalende elementen van het plangebied zijn die (cultuur)landschappelijke elementen die het plangebied in ruimtelijke zin kenmerken en/of gevormd hebben. Dit kunnen onder andere historische wegen zijn, maar ook belangrijke infrastructurele verbindingen. In hoofdstuk 4 wordt duidelijk dat deze structuurbepalende elementen ingezet zijn voor de verkaveling van het woongebied Haarrijn. Maarssenseweg Halverwege doorkruist de Maarssenseweg het plangebied. Deze weg vormt een dijk door de Haarrijnseplas en gaat in Haarrijn over in de hoofdontsluitingsweg van het bedrijventerrein, De Heldinnenlaan. Haarrijnseplas De Haarrijnseplas is, met een oppervlakte van circa 80 hectare, en een oeverlengte van circa 2 kilometer, het grootste open gebied in het plangebied Leidsche Rijn. De Plas ligt in een open komgebied tussen twee groengebieden. De plas is gegraven voor de zandwinning voor Leidsche Rijn en bestaat uit twee delen. De oostplas is bedoeld als recreatieplas. Hierin mag ook worden gezwommen. De westplas heeft een taak in de waterzuivering van Leidsche Rijn. Het betrekken van de plas bij het plangebied, zowel voor recreatie en natuur als voor het woonmilieu, is een belangrijk uitgangspunt voor Haarrijn.

Er is voor gekozen de langgerektheid van de plas te benadrukken door elk van de vier randen zo eenduidig mogelijk te maken en daarbij rekening te houden met de eigen kwaliteiten van deze randen, wat zorgt voor contrasten: De zuidzijde van de plas vormt de ecologische verbinding, de noordzijde de recreatieve. De oost - westoever van de plas zijn zodanig ingericht dat strandgebruik wordt voorkomen. Deze kanten grenzen aan relatief open parkgebieden: aan de westzijde Haarzuilens en aan de oostzijde Máximapark. De zuidoever heeft een belangrijke ecologische functie, het zorgt voor een groene verbinding tussen groengebied Haarzuilens en het Máximapark. Watertransportleiding Rijnkennemerland (WRK) Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich de Watertransportleiding Rijnkennemerland (WRK). Aan weerszijde van de leiding geldt een bouwverbod van 10 meter. Dit heeft als gevolg dat de bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

31

leiding als barrière langs het plangebied ligt. Aan de andere kant heeft de WRK een verbindende functie met de rest van Leidsche Rijn door de zichtlijn die over het tracé naar het Máximapark en verder tot aan Park Voorn loopt. De WRK vormt een scheiding tussen het bedrijventerrein Haarrijn en het (nieuwe) woongebied. De omgeving Plangebied Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas heeft relaties met een aantal andere deelprojecten van Leidsche Rijn en ontwikkelingen in de omgeving: Bedrijventerrein Haarrijn, De Wetering-noord en de Haarrijnse Rading Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het bedrijventerrein De Wetering-noord. Samen met het (toekomstig) bedrijventerrein Haarrijn vormt dit een dunne langgerekte bedrijvenstrook langs de Rijksweg A2. Haarrijn heeft vanwege de verkeersafwikkeling een belangrijke relatie met De Wetering-noord. De Proostwetering, de hoofdontsluiting van De Wetering-noord, wordt in Haarrijn doorgetrokken op de Heldinnenlaan en sluit aan op de Maarssenseweg. Verkeer vanaf de Rijksweg A2 naar De Wetering-noord, moet op de Haarrijnse Rading de lusverbinding naar Haarrijn nemen om vervolgens via de Heldinnenlaan onder het viaduct naar De Wetering-noord te gaan. Verkeer naar de Rijksweg A2 moet de lusverbinding van De Wetering-noord nemen. Uitgangspunt is dat Haarrijn eenzelfde type bedrijvigheid zal gaan huisvesten als De Wetering-noord.

Máximapark Ten zuiden van het plangebied ligt het Máximapark. Ook het Máximapark is een belangrijke schakel in de recreatieve en ecologische corridor die de groenstructuur van stadsdeel Leidsche Rijn verknoopt met de bossen en weides van het Groene Hart. Het Máximapark is een stadspark en bestaat uit een actief park en een Lint rondom het park voor actieve recreatie. En twee rustigere gedeelten voor wandelen, luieren, picknicken en ontmoeten. Ook zijn er sportvelden en kan de waterloop door het park, de Vikingrijn, gebruikt worden voor waterrecreatie, zoals kanoën. Het Máximapark is nog in ontwikkeling. De doelgroep van het Máximapark zijn de bewoners van Leidsche Rijn en Utrecht.

3.3

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

De belangrijkste bestaande functies in het gebied zijn agrarische functies, natuurbeheer en recreatie. Recreatie De Haarrijnseplas biedt verschillende recreatiemogelijkheden en bedient verschillende doelgroepen recreanten: oeverrecreatie als wel actievere vormen van waterrecreatie (kanoën, surfen, roeien in niet gemotoriseerde bootjes). Daarnaast biedt het gebied ook mogelijkheden voor natuurliefhebbers, dankzij de ecologische oevers. Ook fietsers en wandelaars (routegebonden recreatie) benutten het gebied. En er zijn vissers te vinden, met name op en aan de oostelijke plas. Voor al deze recreanten is een horecagelegenheid interessant. Voor de routegebonden recreatie is het van belang om de mogelijkheden van het verbinden van de verschillende recreatiegebieden te benutten. Bedrijvigheid In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven die een belemmering vormen voor de voorgestelde ontwikkeling. In De Wetering-noord is een tankstation met LPG gelegen. De afstand tot de woningen en het strand is echter zo groot, dat dit geen probleem vormt wat betreft externe veiligheid. Natuur Voor de Haarrijnseplas en het noordelijke gedeelte geldt dat de oude bodemstructuur (veen, klei op veen) is verdwenen. Sinds dit gebied niet meer in gebruik is voor de zandwinning is het noordelijke gebied tijdelijk vrijgegeven voor natuurontwikkeling.

Sinds die tijd zijn er leuke waarnemingen in het gebied gedaan waarvan de bever de meest bijzondere is. Om de geplande woningbouw mogelijk te houden is voor dit gebied een ontheffing tijdelijke natuur aangevraagd. Dit houdt in dat voor de planten en dieren die nu in het gebied voorkomen geen compenserende leefgebieden hoeven te worden aangelegd. Wel moeten de beschermde planten en dieren naar andere leefgebieden verplaatst worden voordat de werkzaamheden aanvangen. Er moet worden voorkomen dat vogels gaan broeden als de eerste werkzaamheden in het broedseizoen moeten aanvangen. Verstoring van broedende vogels is ook met een ontheffing Tijdelijke natuur niet mogelijk. De onderzoeksperiode naar beschermde planten en dieren die in het gebied voorkomen dient zo kort mogelijk op de start van de werkzaamheden te liggen, met de kanttekening dat er wel een 'ontruimingsplan' voor dit gebied opgesteld moet worden, en dat het verplaatsen van planten en dieren moet plaatsvinden in de meest geschikte periodes hiervoor. Bomen Begin 2018 is het gebied globaal geïnventariseerd. Daaruit blijkt dat op er toen ruim 300 bomen bij het kappen onder de A.P.V. vallen en dus 100% herplantplichtig zijn. Een niet nader bepaald aantal 3 2 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

bomen heeft een stamdiameter tussen 1 en 14,9 cm. De grootste exemplaren in deze groep vallen in de nabije toekomst ook onder de A.P.V.. Dit aantal is lastig in te schatten omdat het veel meerstammige struikachtig groeiende 'bomen' betreft. Vrijwel het gehele bomenbestand bestaat uit schiet- of amandelwilg. Een groot deel is spontaan opgekomen uit zaad en dus niet aangeplant. Qua ontstaanswijze en soort zullen deze bomen geen bijzondere betekenis hebben in de zin van drie van de vier criteria uit de A.P.V. (cultuurhistorie, monumentale boom, beeldbepalend). Ze hebben een ecologische waarde omdat er veel insecten leven op deze bomen, ze geven windbeschutting en leveren daarmee voedsel en een ideaal beschut voedselgebied voor vleermuizen. Waterbeheer In hoofdstuk 5 is een uitgebreide waterparagraaf opgenomen, waarin onder andere het waterbeheer wordt belicht.

3.4

Conclusie

Uit de beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en de situering blijken de volgende aandachtspunten: 1.

2.

3.

In het woongebied Haarrijn moet rekening gehouden worden met de historisch ontstane landschappelijke structuren, zoals de cope-verkaveling. Dit is verwerkt in de opzet van het plan. Het woongebied heeft twee hoofdrichtingen: ten eerste de 'Ruggengraat' parallel aan de WRK-zone en ten tweede de richting van de slagenverkaveling van het slotenpatroon van het oorspronkelijke landschap. De relatie met het Groene Hart, recreatiegebied Haarzuilens en het Máximapark moet op een goede manier worden vormgegeven, zodat Haarrijn met haar eigen vormen van recreatie en belangrijke ecologische functie kan gaan functioneren als 'poort naar het Groene Hart'. In de toekomstige wijk Haarrijn behouden we zoveel mogelijk bomen door bomen in toekomstige wijkgroenstructuren in te passen. De parken en de groene oeverzone zijn in het plan op plekken geprojecteerd waar nu al veel bomen groeien. Daarnaast worden straks in het openbaar groen andersoortige nieuwe bomen aangeplant voor een verhoging van de diversiteit. Verder gaan we op zoek naar innovatieve manieren van gronduitgifte met behoud van zoveel mogelijk bomen (we leveren de bouwgrond dus niet helemaal 'schoon van bomen' op). Het is niet mogelijk om alle bomen te sparen. Daar waar woningen gepland zijn, of waar grondverzet nodig is om te voorkomen dat wegen of woningen gaan verzakken zullen bomen gekapt worden.

Het aantal jonge bomen is zo groot dat het qua ruimte in het gebied, en financieel in de planexploitatie niet mogelijk is om alle bomen te compenseren conform de regels van de herplantplicht.

De aangegeven knelpunten en kansen in de huidige situatie zijn in het Stedenbouwkundig Programma verwoord als ambities en thema's (zie pagina 11 van de Stedenbouwkundig Programma): 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7. 8. 9.

het maken van een zorgvuldige overgang tussen de stad en de landschappelijke omgeving van het Groene Hart: Haarrijn wordt een poort naar het Groene Hart; het leggen van verbanden tussen de functies wonen, werken, natuur en recreatie; het interessanter maken van de Haarrijnseplas en deze als bindend element en woonmilieu in Haarrijn benutten met behoud of versterking van de ecologische functie die de westplas nu heeft; het handhaven van het strand bedoeld als recreatieve voorziening voor alle bewoners van Leidsche Rijn; het streven naar vierseizoenen gebruik van het strand; het maken van een prettig woongebied, waarbij ruimte is voor projectmatige bouw en vrije kavels; het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig gebied, zowel in de uitstraling van de bebouwing als in de openbare ruimte; klimaatadaptieve openbare ruimte - ruimte voor opvang van extra grote regenbuien, en voldoende schaduw in de warme zomers van de toekomst; diervriendelijk bouwen: in drie gebouwen die aan het water liggen moeten grotere vleermuisverblijfplaatsen worden gerealiseerd voor kraamgroepen. In de woonstraten in dit plangebied moeten 40 nestplekken voor de huismus gerealiseerd worden.

Tussen deze aspecten moet een samenspel in beeld en functie ontstaan, waardoor het totale gebied samenhang gaat vertonen en een hoogwaardige uitstraling krijgt. Om de ambities uit het SPvE 2008 te kunnen verwezenlijken, zijn in het Stedenbouwkundige plan uit 2010 en de actualisering van het stedenbouwkundig plan uit 2017 de volgende aspecten vastgelegd: bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

33

de functionaliteit van het gebied; de specifieke plaats van gebouwen binnen de stedenbouwkundige opzet; de onderlinge relatie van gebouwen; de inrichting van het openbare ruimte; de vormgeving van de aansluiting op de omgeving en dan met name de overgang van stad naar landschap; de inrichting van de representatieve zijdes van de particuliere kavels c.q. de overgangen openbaar gebied; de woning typologieën; de locatie van de maatschappelijke voorziening; de relaties met de overige programma's in Haarrijn. Tussen deze aspecten moet een samenspel in beeld en functie te ontstaan, waardoor het totale gebied samenhang gaat vertonen en een hoogwaardige uitstraling krijgt.

3 4 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Projectbeschrijving

De opgave is om opnieuw betekenis te geven aan het gebied Haarrijn en een levendig en vitaal gebied te laten ontstaan. Dit is terug te brengen tot de volgende opgaven: Het terugbrengen van de menselijke maat in bebouwing en openbare ruimte. Het realiseren van geluidswerende voorzieningen ter plaatse van het bedrijventerrein in het meest noordoostelijke gebied van Haarrijn, tegen de Rijksweg A2. Het koesteren en benutten van de bestaande karakteristieken van de plek. Behoud en versterken van het bestaande groen. Daar waar mogelijk de inpassing van de huidige natuurwaarden mogelijk maken. 4.1.1

Programma

Het programma van het bestemmingsplan Haarrijn Haarrijnseplas vloeit voort uit het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) uit 2008, het Stedenbouwkundige plan Woningbouwlocatie (SP) en strandzone Haarrijn zoals vastgesteld door het college in 2010 en de Actualisering Stedenbouwkundig Plan woningbouw en strandzone Haarrijn van juni 2017 (geactualiseerde SP). Uit de Actualisering volgt dat in totaal 700 woningen worden gerealiseerd. Daarnaast is er ruimte voor een school en een kinderdagverblijf. Ook maakt dit plan 1.250 m² bvo aan horeca mogelijk (1.000 m² in de strandzone met de bestemming Gemengd-2 en 250 m² in het appartementenblok met de bestemming Gemengd-1). Dit was al mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Tenslotte maakt dit bestemmingsplan drijvende energie-eilanden mogelijk. Wijzigingen ten opzichte van het SP, SPvE en geactualiseerde SP a.

b.

c.

Programma. In het SP uit 2010 is aangegeven dat 20% van de woningen, circa 136, in de goedkope koopsector wordt gerealiseerd. In zowel het SPvE als het SP uit 2010 waren in geen sociale huurwoningen opgenomen vanwege de excentrische ligging met weinig tot geen mogelijkheden voor een goede bereikbaarheid met openbaar vervoer en een beperkt aanwezig voorzieningniveau. Er is tevens aangegeven dat het programma kan worden aangepast aan de marktomstandigheden. Vanwege de grote vraag naar sociale en middensegment (huur)woningen heeft de gemeente daar specifiek beleid op ontwikkeld. Om tegemoet te komen aan deze vraag is binnen de stedenbouwkundige en milieuaspecten het programma van 20% goedkope koop omgezet naar 19% sociale huur en zijn extra woningen in de middencategorie (huur en koop), samen 41% ingepast, waarmee het programma meer in de richting opschuift van het coalitieakkoord en nog steeds financieel haalbaar is, passend binnen het financieel kader van de grondexploitatie. Het bestemmingplan biedt de mogelijkheid om 60% sociaal en betaalbaar woonprogramma te realiseren. De overige en 40% zal worden gerealiseerd in de vrije sector. Aantal. Het SPvE ging uit van 600-700 woningen. In het geactualiseerde SP uit 2017 is het woonprogramma met de destijds geldende uitgangspunten bepaald op 650 woningen.

Om tegemoet te komen aan de programma aanpassingen is het woonprogramma bijgesteld naar maximaal 700 woningen. Voorzieningen. De locatie van het Utrechts Kindcentrum is iets verplaatst om buiten de zone van 300 meter van de Rijkssnelweg A2 te liggen, zodat wordt voldaan aan de uitgangspunten van volksgezondheid bij de bouw van nieuwe scholen.

4.1.2

Stedenbouwkundig plan

Wonen De woonmilieus in Haarrijn volgen uit de hoofdstructuur van het plan. De woonsfeer en typologieën van de verschillende gebieden worden bepaald door de situering van de woningen in het plangebied. Haarrijn biedt als een van de weinige locaties in Utrecht de kans op het realiseren van een landelijk woonmilieu. Het merendeel van de woningen is grondgebonden. In Haarrijn worden maximaal 700 woningen gebouwd waarvan 19% sociale huur, 40% middelduur (huur en koop) en 41% in de dure categorie. Volgens de woonvisie moet echter sprake zijn van minimaal 35% sociale woningen en 25% woningen in de middendure categorie. De excentrische ligging van Haarrijn, de afstand tot de voorzieningen en het gegeven dat sprake is van grondgebonden woningen in Haarrijn maakt dat het minimumpercentage aan sociale woningbouw niet wordt gehaald. Het woongebied Haarrijn bestaat uit 5 woonmilieus. 1. De Stedelijke Band De Stedelijke Band bestaat uit vier compacte woonblokken en een reeks geluidswalwoningen die bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

35

worden afgewisseld door open ruimtes. In tegenstelling tot de andere woonsferen in Haarrijn hebben deze wooneenheden een wat zwaardere, robuustere en solidere uitstraling. De woningtypen binnen dit milieu bestaan grotendeels uit rijwoningen.

Afbeelding 5: Woonmilieu De Stedelijke Band 2. De Slagen Beplantingsstroken van ruigte, bos en weiland vormen het decor van dit woonmilieu. Hierdoor kent De Slagen een sterk landschappelijk karakter, in beplantingssfeer vergelijkbaar met het naastgelegen Groene Hart. De woningen zelf zijn in hun verschijningsvorm divers en het straatbeeld krijgt hierdoor een informele uitstraling. De woningen binnen dit milieu behoren tot de dure categorie en zijn vrijstaand of twee- en drie-onder-een-kap.

Afbeelding 6: De Slagen 3. De Steigers Aan de rand van de Haarrijnseplas bevinden zich de Steigers. In dit milieu staat de relatie met de plas centraal en wordt dan ook gekenmerkt door een divers aantal waterwoningtypologieën. Dit kunnen drijvende woningen, paalwoningen, steigerwoningen en andere vormen van water gerelateerde woningen zijn. Om scheefligging te voorkomen, wordt een minimale waterdiepte van 1 meter onder het drijflichaam van de woningen aangehouden. De Steigers zijn berijdbaar, maar er wordt niet geparkeerd. In de nabijheid van de Steigers zijn extra parkeerplaatsen opgenomen voor de bewoners van deze bijzondere woningen. 4. Het strandblok Dit woonmilieu bevindt zicht letterlijk op het strand: een unieke setting waarbij de kwaliteiten van de Haarrijnseplas en het strandlandschap optimaal benut kunnen worden. Het blok bestaat uit verschillende bouwmassa's die samen een architectonisch ensemble vormen. Binnen het blok bevindt zich een collectief besloten tuin met parkeervoorzieningen voor bewoners en gasten.

3 6 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding 7: Het strandblok 5. De Entree De entree van de wijk wordt gevormd door een combinatie van twee appartementsgebouwen en het Utrechts Kindcentrum. Gelegen in de zichtlijn van de Maarssenseweg is dit milieu al van grote afstand te zien en heeft hierdoor een belangrijke representatieve functie. De gebouwen zullen worden ervaren als losse objecten, al zullen ze in hun verschijningsvorm wel verwant zijn aan elkaar. Het hoogste appartementsgebouw is 8 lagen en heeft uitzicht op de plas.

Afbeelding 8: De Entree Maatschappelijke voorzieningen In het plangebied wordt de mogelijkheid geboden om maatschappelijke voorzieningen (kinderopvang, school) te realiseren. De locatie van het Utrechts Kindcentrum (met basisschool, naschoolse opvang en kinderdagverblijf) is aangegeven op de verbeelding met de bestemming 'Maatschappelijk'. Parkeren voor Haarzuilens In het uiterste noorden van het plan is rekening gehouden met de aanleg van een parkeerplaats voor bezoekers van het landinrichtingsgebied Haarzuilens. Er is ruimte voor circa 36 auto's, bedoeld als kleinschalige opstapplek voor een wandeling in het gebied van Haarzuilens en rond de plas. De parkeerplaats is verhard met grastegels. Strandzone met recreatieve en voorzieningen Het bestemmingsplan maakt recreatieve voorzieningen en speelvoorzieningen mogelijk. Daarnaast voorziet dit plan in 1.000 m² bvo aan horeca. In het geldende bestemmingsplan Haarrijnseplas was hier 2.000 m² voor horeca bestemd. Daarnaast is op deze locatie al een horecavoorziening aanwezig. Het betreft dus geen nieuwe ontwikkeling. Op het strand zijn en worden openbare kinderspeelplekken aangelegd en worden mogelijkheden geboden voor strandspelen, zoals beachvolleybal. Ook is op het strand kleinschalige waterrecreatie mogelijk. Hieronder worden attracties als waterfietsen, minibootjesverhuur en kanoën verstaan.

De exploitatie van deze voorzieningen zal waarschijnlijk worden gekoppeld aan horeca. Deze 'totaalvoorziening' kan door de koppeling met horeca het gehele jaar worden bezocht. Daarnaast kunnen hier voorzieningen komen als EHBO, beveiliging, strandwacht, kleedhokjes en douches. Drijvende energie-eilanden In het bestemmingsplan is een aanduiding 'specifieke vorm van water - zonnepark' opgenomen waarbinnen natuureilanden mogen worden gerealiseerd. Binnen deze aanduiding mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd voor energieopwekking en natuurontwikkeling. Het drijvend groen biedt de natuur meer kans en zorgt voor nestel,- en foerageergelegenheid voor vogels en paaiplekken voor vissen. Daarnaast breken de groene eilanden de golfslag op de oevers en maken ze een boottocht op de plas interessanter. De eilanden gaan mogelijk gecombineerd worden met zonnepanelen (zie verder ).

bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

37

4.2

Verkeer en openbare ruimte

4.2.1

Verkeer

De verkeerskundige dragers van Haarrijn worden gevormd door de Maarssenseweg en De Heldinnenlaan. Hierdoor ontstaat een verbinding tussen de kern Vleuten en de Proostwetering in De Wetering-noord. De lusverbindingen vanaf de Proostwetering en De Heldinnenlaan naar de Haarrijnse Rading vormen de ontsluiting met het bovenliggend wegennet met de aansluiting op de A2 en de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). Vanaf de Haarrijnse Rading vormt De Heldinnenlaan de hoofdontsluitingroute voor zowel het woongebied in het noordelijk deel als voor de strandzone in het zuidelijk deel van Haarrijn. Voor bezoekers van het strand die met de auto komen, is parkeergelegenheid voorzien op twee grote parkeerterreinen op het bedrijventerrein. In het zuiden eindigt de route voor autoverkeer in een keerlus en wordt alleen het fietspad en trottoir doorgezet in de richting van het Máximapark. Gemotoriseerd verkeer Maarssenseweg De Maarssenseweg buigt in de Haarrijnseplas af om ter hoogte van de WRK-zone over te gaan in De Heldinnenlaan. De afgebogen Maarssenseweg ligt binnen de bebouwde kom en hier geldt een maximale snelheid van 50 km/uur. Strandzone Het woonblok in de strandzone wordt ontsloten via een weg parallel aan de WRK-zone, de Strandboulevard. De weg kent een ontsluiting op De Heldinnenlaan (via de Marga Klompésingel) en de Maarssenseweg.

Er is sprake van een gemengde verkeersafwikkeling van (brom)fietsers en gemotoriseerd verkeer met een 30 km/uur regime. De weg wordt ingericht als een zogenaamde fietsstraat. Op deze fietsstraat is sprake van uitsluitend herkomst- en bestemmingsverkeer en kent een lage verkeersintensiteit. Op de fietsstraat is de fietser de hoofdgebruiker van de weg en de automobilist 'te gast' en dient zijn gedrag en snelheid aan te passen en af te stemmen op het aanwezige fietsverkeer. Een klein deel van de strandboulevard kan worden gebruikt om de parkeerdruk op drukke dagen te verlagen door ruimte voor overloopparkeren en zijn enkele vaste plekken aangewezen voor beheerders van het strand (strandwacht en hulpdiensten). Bewoners van het woonblok op het strand parkeren op het eigen terrein. Bezoekers van de strandzone parkeren op de twee grote parkeerplaatsen bij het bedrijventerrein. Verkeer woongebied Het woongebied ten noorden van de Maarssenseweg kent, evenals de strandzone, twee ontsluitingen het bovenliggend wegennet. De hoofdontsluiting loopt via De Heldinnenlaan, via de Kate ter Horstsingel. Op deze locatie wordt de noordelijke kavel van het bedrijventerrein ontsloten en na de onderdoorgang onder de Willy Posthumushaghe wordt op een nog nader te bepalen locatie de WRK-zone overkluist. Deze overkluizing vormt de entree naar het woongebied.

Daarnaast kent het woongebied een secundaire ontsluiting op de Maarssenseweg. In het woongebied kennen alle wegen tweerichtingsverkeer. Via interne lusstructuren hoeft niet te worden gekeerd, maar kan een ronde worden gereden. Indien sprake is van doodlopende wegen kan worden gekeerd via een keervoorziening of via haaks in- en uitparkeren. Bij doodlopende perceelsontsluitingswegen keren bewoners via de eigen oprit. Alle wegen kennen een gemengde afwikkeling van auto's en (brom-) fietsers. Rondom zowel de blokken in de noordelijke Ruggengraat als in het landelijk woongebied geldt een 30 km/u-regime. De woonstraten zijn niet overal voorzien van een trottoir. Langzaam verkeer Het woongebied met de strandzone kent twee (doorgaande) hoofdfietsroutes. In oostwest richting betreft het de fietsverbinding tussen de kernen Maarssen en Vleuten. Het in twee richtingen bereden fietspad aan de zuidzijde van de Maarssenseweg wordt in Haarrijn doorgezet tot aan het fietsknooppunt ter hoogte van de oprit van de Willy Posthumushaghe. Vanaf hier kan de Maarssenseweg worden overgestoken richting Maarssen. In noord-zuid richting betreft het de hoofdfietsroute parallel aan de WRK-zone. Vanaf het Máximapark ligt een vrij liggend fietspad over het strand, dat overgaat in de fietsstraat. De fietsstraat sluit aan op het fietsknooppunt bij de Willy Posthumushaghe.

Bovengenoemde routes kennen een utilitair karakter. Naast een hoofdfietsroute is in noordzuid richting ook sprake van recreatieve fiets- en wandelroutes, die aansluiten op recreatieve routes in het Máximapark en het Groene Hart. Het recreatieve langzaamverkeer steekt de Maarssenseweg over via de secundaire aansluiting van het woongebied. Ook ten noorden van de Maarssenseweg is sprake van een fietsstraat. Openbaar vervoer Op de Willy Posthumushaghe is de bushalte "Vleuten Haarijn". Hier halteren buslijnen 10 (richting Maarssen en richting Lunetten via Terwijde) en 126 (richting Maarssen en richting Vleuten NS 3 8 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

station). Verkeersgeneratie Voor het maximale programma van Haarrijn is de verkeersgeneratie berekend. De basis is de CROW-publicatie 317 "Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen". De locatie ligt in zeer stedelijk gebied in de schil/overloopgebied . De totale verkeersgeneratie ligt op 4.702 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag en 4.261op een gemiddelde weekdag. De verkeersgeneratie van het woonprogramma, inclusief school, kinderdagverblijf/BSO en kleinschalige horeca ligt tussen de 3.571 en 3.936 motorvoertuigen per etmaal op respectievelijk een gemiddelde week- en werkdag. De verkeersgeneratie voor de horeca op het strand ligt tussen de 690 en 766 motorvoertuigen op respectievelijk een gemiddelde week- en werkdag. De verkeersstromen verdelen zich over het omliggende wegennet. De grootste stroom autoverkeer is gericht op het snelwegennet, te weten de A2. Om te beoordelen of het plan tot extra doorstroomproblemen leidt is een analyse uitgevoerd. Kruispunten zijn de belangrijkste locaties als het gaat om het beoordelen van de doorstroming, waarbij gekeken wordt naar de intensiteit/capaciteitsverhouding (I/C) op de kruispunten. Hierbij wordt gekeken naar de spitsen, te weten de ochtend- en de avondspits omdat de drukste momenten van de dag zijn. Bij de beoordeling van de doorstroming wordt een I/C-verhouding van 90% aangehouden.

Bij de I/C-verhouding hoger dan 90% kan er congestie optreden, te weten wachtrijen voor de kruispunten en bij verkeerslichten wachtrijen waarbij niet elk voertuig in de wachtrij door kan rijden bij de eerste keer groen, anders gezegd, het voertuig moet een cyclus overslaan. Een I/C-verhouding van 80% is een indicatie dat het kruispunt tegen de maximale capaciteit aan zit, maar hoeft nog niet tot substantiële knelpunten leiden. Voor Haarrijn zijn de uitkomsten van deze analyse de volgende (zie ook Bijlage 4 Verkeersaantallen ontwikkeling Haarijn, bijlage 3 Mobiliteitsplan Haarrijn en bijlage 5 Parkeerbalans).

overzicht planeffect op basis van verkeersmodel VRU Ochtenspits De kruispunten met verkeerslichten geregeld op het viaduct van de A2 met de op-en afritten met de A2 hebben tijdens de ochtendspits een hoge I/C-verhouding. De zuidelijke kruising op het kruispunt zelfs een I/C-verhouding die boven de 100% ligt. Deze kruising is dus overbelast tijdens de ochtendspits. Deze situatie doet zich al voor in de autonome situatie, dus zonder de ontwikkeling van Haarrijn en neemt niet toe met het autoverkeer van/naar Haarrijn. De noordelijke kruising heeft een I/C-verhouding tussen de 80% en 90%. Ook deze situatie verandert niet met de ontwikkeling van Haarrijn. De aansluiting van de Nieuwewetering en de Annie Romeinhaghe op de Haarrijnse Rading laten ook een I/C-verhouding zien tussen de 80 en 90%. De I/C-verhouding neemt met enkele procenten toe, maar blijft nog ruim onder de 90%. De overige kruispunten liggen en blijven onder een I/C verhouding van 80% met het plan.

bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

39

Avondspits Tijdens de avondspits laten de kruispunten op het viaduct bij de A2 een I/C-verhouding zien die hoger ligt dan 90%, zowel in de autonome situatie, dus zonder ontwikkeling van Haarrijn als in de situatie met Haarrijn. Op de zuidelijk kruising neemt de I/C met enkele procenten toe als gevolg van de ontwikkeling van Haarrijn, maar blijft nog onder de 100%. De overige kruispunten laten tijdens de avondspits een I/C-verhouding zien die lager ligt dan 80%. Als gevolg van Haarrijn blijven deze ook (ruim) onder de 80%. Conclusies Uit de analyse van de doorstroming op kruispunten binnen het invloedsgebied van de ontwikkeling van Haarrijn op basis van de modeluitkomsten constateren we dat de groei van het autoverkeer als gevolg van de ontwikkeling van Haarrijn niet tot extra doorstromingsknelpunten leidt. Ook zonder de ontwikkeling van Haarrijn is een aantal kruispunten vol, wat de I/C-verhouding betreft. De I/C-verhouding stijgt slechts in een enkel geval met enkele procenten op de kruispunten op het viaduct over de A2. De te verwachten capaciteitsproblemen op de aansluiting van de Noordelijke Ring Utrecht en de Haarrijnse Rading op het viaduct met de A2 wordt al geruime tijd onderkend.

De verschillende wegbeheerders (provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en de gemeente Utrecht) zijn in verleden al een studie gestart naar de mogelijkheden om de capaciteit van deze aansluiting te vergroten en te optimaliseren. 4.2.2

Openbare ruimte en groen

In Haarrijn zijn belangrijke groene gebieden en wordt de verblijfskwaliteit van de groene ruimte hoog gewaardeerd. Zeker omdat Haarrijn een belangrijke functie heeft bij recreatie. In het stedenbouwkundig plan is de sfeer van de openbare ruimte consequent uitgewerkt in samenhang met de ruimtelijke structuur. Zo kan al vanaf De Heldinnenlaan de sfeer van het strand worden beleefd en sluit het landelijke wonen aan op de richting van het Groene Hart. Beide sferen worden met elkaar verbonden door de WRK-zone. De drie belangrijkste onderdelen van de openbare ruimte zijn: - de Haarrijnseplas; - de WRK-zone; - de strandzone. Hieronder volgt een beschrijving hoe deze structuren eruit kunnen komen te zien, en wat het belang is van deze ruimten voor het plan en de verblijfskwaliteit. De Haarrijnseplas De Haarrijnseplas wordt gescheiden door de Maarssenseweg in een oost- en westplas; deze staan wel met elkaar in verbinding. De plas is ontstaan door zandwinning. Door deze zandwinning zijn bouwgebieden in en rond Leidsche Rijn opgehoogd, zoals woningbouwgebieden, de Rijksweg A2 en het spoor. Na afronding van de zandwinning zullen de plassen worden ingericht als recreatie- en natuurgebied en dient de plas als waterreservoir, recreatieplas, vismeertje, wandelgebied, ecologische zone. In de westelijke plas komt de nadruk op de natuurfunctie.

Een rustplek voor trekvogels, met ruimte voor broedende vogels in de rietkragen rondom de plas en in de reeds veelvuldig gebruikte oeverzwaluwwand. De Oostelijke plas heeft een recreatieve functie. De op de plas aan te leggen zonne- of natuureilanden mogen niet meer oppervlakte beslaan dan 10% van de plas. Dit om de functie van rustplaats voor vogels niet in het geding te brengen. Waterreservoir De Haarrijnseplas levert een belangrijke bijdrage aan het watersysteem in Leidsche Rijn. In natte tijden fungeert de plas als opvang voor overtollig oppervlaktewater in het gebied en in droge tijden kan er water uit de Haarrijnseplas naar drogere delen worden gebracht. Hierdoor is het niet meer nodig om vervuild water uit het Amsterdam-Rijnkanaal het gebied in te laten. Het water dat uit de bodem, de sloten en grachten naar de Haarrijnseplas wordt afgevoerd is al enigszins gezuiverd in de wadi's, waar de eerste opvang plaatsvindt. Voordat het de plas wordt ingelaten zal het water nogmaals worden gefilterd. In de waterparagraaf wordt hier nader op ingegaan. 4 0 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

Intensieve & extensieve recreatie en natuurontwikkeling De oostelijke plas, nabij Máximapark, is bestemd voor intensieve recreatie. Dat wil zeggen dat er bij mooi weer volop kan worden gezwommen en gevaren (zonder motor). Het westelijk gedeelte van de plas krijgt een rustig karakter: het wordt een plek om te wandelen. Langs de zuidoever ligt een ecologische zone van ruim 50 hectare. Het betreft een gebied met rietoevers voor vogels, poelen voor amfibieën, hooilanden voor insecten en bosjes voor kleine zoogdieren en als schuilplaats voor andere dieren. De planten en dieren die verplaatst moeten worden uit de tijdelijke natuur zullen hier voldoende nieuw leefgebied vinden. Energie-eilanden Het is de wens om in de plas drijvende groene energie-eilanden te realiseren. Deze eilanden zijn bereikbaar met een niet-gemotoriseerd bootje. Het drijvend groen biedt de natuur meer kans en zorgen voor nestel,- en foerageergelegenheid voor vogels en paaiplekken voor vissen. Daarnaast breken de groene eilanden de golfslag op de oevers en maken een boottocht op de plas interessanter. De eilanden kunnen en worden gecombineerd met zonnepanelen (zie ook de haalbaarheidsstudie in ). De WRK-zone De zone van de Watertransportleiding RijnKennemerland (WRK) bestaat uit een strook dotterbloemhooiland met aan weerszijden een sloot en een berm met populieren.

Vanwege de kwetsbaarheid van de buizen (waterleiding) gelden voor het gebruik van deze zone restricties. In de dwarsrichting mag de leiding alleen door middel van overkluizingen worden gekruist door autoverkeerroutes. Het profiel en het maaiveld mogen niet te veel worden aangepast. Daardoor is het gras het hele jaar door drassig. De zone is hierdoor voor recreatieve doelen onbruikbaar, echter voor de natuur is deze zeer interessant. De zone vormt de ecologische verbindingszone aan de noordkant van de plas tussen het buitengebied en het Maximapark. In het noordelijk deel van Haarrijn buigt de waterleiding af en kruist de Rijksweg A2. Ten noorden daarvan is ruimte voor een gebouw. De strandzone Het strand van Haarrijn is zo vormgegeven dat het zowel in de winter als in de zomer een aangename plek is. Vele vormen va n recreatie zijn mogelijk en er zijn routes vanuit het Máximapark richting het Groene Hart voor de fietser en de wandelaar. Op het strand is voldoende ruimte voor bijvoorbeeld toernooien met 10 beachvolleybalvelden en daarnaast voor andere sporten. In aansluiting op het Máximapark is vanaf Het Lint een fiets- en wandelbrug naar het strand aangelegd. De brug sluit aan op de fietsroute naar het Groene Hart. Bij de strandopgangen zijn fietsenstallingen gemaakt.

Vanaf het Máximapark gaat het strand over van intensief strandgebruik naar een natuurlijker en groener ingericht deel richting het Groene Hart. In het eerste meer intensieve deel overheerst het strandgevoel door de aanwezigheid van zand. Meer richting de Maarssenseweg is gelegenheid om te liggen in het gras. Naast gras staan in dit groene deel ook bomen die voor schaduw kunnen zorgen. Op het strand liggen in de overheersende windrichting gedraaide duinen van twee afmetingen. Het zand wordt vastgehouden door een rij stevige palen. De duinen zijn kunstmatige lichamen en geven het strand een identiteit en een aangename schaal. Tevens kunnen de duinen fungeren als spelaanleiding of om heerlijk tegenaan te liggen. Op mogelijk drie plekken ligt vanaf de strandrand een houten vlonderpad dat in de plas overgaat in een houten steiger. Dit element heeft een functie als strandopgang, spelaanleiding en aanmeerplek. Voorzieningen in de openbare ruimte In het huidige collegeprogramma is vastgelegd dat bij alle nieuwbouwprojecten de 'Utrechtse norm' wordt toegepast. Deze norm betreft de zogenaamde formele speelruimte: openbare speel- en verblijfsruimte. Daarnaast zijn informele speelruimten zoals autoluwe straten, pleinen en stoepen belangrijke plekken voor kinderen om te spelen.

In de open ruimtes van 'de Ruggengraat' worden speelplekken aangewezen, die met de bewoners kunnen worden ingevuld. Op het strand komt eveneens een speelplek. Daarnaast kent Haarrijn verspreid over het plangebied veel informele plekken waar de jongeren kunnen verblijven. Spelen kan en mag overal in de openbare ruimte en aan de randen van het water. Aan de waterkant bij het landelijk woongebied wordt vlak bij de Maarssenseweg een hondenzwemplek gemaakt. Op het strand zijn honden niet toegestaan in de zomermaanden en in de wintermaanden alleen aangelijnd.

bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

41

4.2.3

Parkeren

Op basis van het maximale programma voor Haarrijn is, op basis, van de gemeentelijke parkeernormen (Parkeervisie 2021) een parkeerbalans opgesteld voor het gebied Het minimaal aantal benodigde parkeerplaatsen is 1.185 parkeerplaatsen (zie ook Bijlage 5 Parkeerbalans op basis van verkaveling) Het betreft hier een parkeerbalans aan de hand van de voorbeeldverkaveling. Ten tijde van de uitwerking van deelgebieden en de daarop volgende omgevingsvergunningen voor deelgebieden wordt de parkeerbalans getoetst aan het dan vigerende parkeerbeleid, momenteel is dat de Parkeervisie 2021.Hierbij is nog geen mogelijkheid van dubbelgebruik toegepast, wat mogelijk leidt tot een reductie van benodigde parkeerplaatsen. In de parkeerbalans is het parkeren ten behoeve van de horecavoorzieningen (maximaal 1.250 m2 bvo) niet meegenomen. Uitgangspunt is dat de beschikbare parkeercapaciteit op de twee parkeerterreinen, gelegen op het bedrijventerrein, hiervoor ingezet worden. Uitgangspunt is dat het bewonersdeel van het parkeren op eigen terrein wordt opgelost en het bezoekersdeel in het openbare gebied. Voor de woningen op het strand is in principe uitgegaan van bebouwing met een binnenterrein waar parkeermogelijkheden worden geboden. Voor de woningen in de noordelijke stedenband (rijwoningen in noordelijk deel ) is al het parkeren in het openbaar gebied. Dus zowel bewoners als bezoekers.

In het zuidelijk deel (vrijstaand en 2 kappers) is het eigen terrein voor bewoners. Ook zal voor deze woningen in de regels een mogelijkheid worden geboden om inpandige garages te creëren. Voor de woningen langs de Haarrijnseplas is parkeren op eigen terrein en op de omliggende openbare parkeerplaatsen het uitgangspunt. Voor de woningen op het water geldt dat conform de geldende parkeernormen in het openbaar gebied wordt geparkeerd. Verder zijn op het bedrijventerrein Haarrijn twee openbare parkeerplaatsen gerealiseerd met in totaal ongeveer 240 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn niet bedoeld voor de bedrijven, maar voor de recreanten naar het strand en het Groene Hart, bezoekers van de woningen op het strand en bezoekers van de horeca voorzieningen op het strand.

4 2 bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in lijst D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een m.e.r. moet worden opgesteld. Plansituatie en conclusie De in dit plan opgenomen activiteit(en) staat(n) vermeld in lijst D van de bijlage Besluit m.e.r., waarvoor een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Gezien de kenmerken, omvang en ligging van het project en effecten volgens de criteria van bijlage III bij de EU-richtlijn, is de conclusie dat er geen sprake is van aanzienlijke nadelige milieugevolgen. Daarom hoeft er geen milieueffectrapport te worden opgesteld. Deze conclusie volgt uit de bijgevoegde aanmeldingsnotitie (vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Zie 5 Aanmeldingsnotitie Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Kader In de gemeente Utrecht wordt gestreefd naar een situatie waar wonen en werken in de stad op een goede manier met elkaar samengaan. Beide functies zijn zeer belangrijk voor Utrecht, maar ook dient voorkomen te worden dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed hebben op de woonomgeving, of dat omgekeerd de bedrijvigheid wordt belemmerd door de aanwezigheid van woningen in de directe nabijheid. Van belang zijn in dit kader de gevolgen van geluid, geur, veiligheid en luchtkwaliteit van het bedrijf op gevoelige bestemmingen in het bestemmingsplan. Het streven is om werkfuncties in de omgeving te integreren om daarmee levendigheid in de woonwijken te vergroten. Deze werkfuncties mogen alleen geen (onevenredige) overlast veroorzaken. De bedrijven die (te veel) geur of geluidhinder veroorzaken, overlast geven of andere risico's voor gezondheid en veiligheid met zich meebrengen, moeten ruimtelijk worden gescheiden van de gevoelige bestemmingen zoals wonen. Dit wordt bereikt door milieuzonering. Plansituatie Het nieuwe woongebied komt op relatief korte afstand te liggen van bedrijventerrein Haarrijn. Bedrijven dienen voor de verschillende milieuaspecten (zoals geluid en externe veiligheid) te voldoen aan wettelijke grenswaarden. Een nieuwe ontwikkeling moet in principe geen beperking voor de bedrijfsvoering tot gevolg hebben.

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient echter ook uit te worden gegaan van een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners. Dat kan verder gaan dan alleen het voldoen aan wettelijke regels. Goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" (vastgesteld)

43

gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Voor de beoordeling van dit aspect heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een publicatie opgesteld: Bedrijven en Milieuzonering. Daarbij wordt gekeken naar de wederzijdse invloed van bedrijven en woningen in en rond een plangebied en beveelt het een aan te houden afstand aan die afhankelijk is van de zwaarte van het bedrijf en het type omgeving. Toepassing van deze systematiek zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd. Als een bedrijfsperceel bijvoorbeeld maximaal categorie 3.1 bedrijven toestaat, geeft de VNG-publicatie een richtafstand van 50 meter tussen de grens van het bedrijfsterrein en de gevels van woningen in een "rustige woonwijk". Een geluidgevoelige bestemming kan buiten die afstand worden toegelaten. Voor het aspect geluid kan dan worden aangenomen dat bij woningen e.d. geen hoger langtijdgemiddeld geluidsniveau zal optreden dan 45 dB(A) etmaalwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=1382b90a-68e7-49b8-aa5c-a24b61bfb5f9