Startnotitie klimaatvisie gemeente Utrecht
Tekst van het document
Startnotitie klimaatvisie 26 juni 2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding............................................................................................................................2
2.
De opgave.........................................................................................................................2
3.
Uitgangspunten en leidende principes...............................................................................4
4.
Scope van de klimaatvisie..................................................................................................4
5.
Scoring van maatregelen, monitoring en sturing ...............................................................5
6.
Opbouw klimaatvisie .........................................................................................................8
7.
Zoekgebieden duurzame energie opwek ...........................................................................8
8.
Participatie ........................................................................................................................9
Pagina 1
1.
Inleiding
Achtergrond en context In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat de gemeente Utrecht een klimaatvisie gaat opstellen waarin zij ambities en doelstellingen formuleert en kaders stelt en richting geeft hoe daartoe te komen. De klimaatvisie laat zien op welke wijze de gemeente, bewoners en bedrijven samenwerken om zo snel en zoveel mogelijk CO2-uitstoot te reduceren. Klimaatneutraliteit kunnen we daarbij binnen de stadsgrenzen niet bereiken, we zullen de regio nodig hebben om bijvoorbeeld voldoende opwek van duurzame energie (met name elektriciteit) te realiseren. Deze startnotitie beschrijft de uitgangspunten om te komen tot de klimaatvisie. Met het vaststellen ervan geeft de Raad de bestuurlijke opdracht om te komen tot de klimaatvisie binnen de kaders zoals in deze startnotitie beschreven. Doelstelling klimaatvisie Werken aan klimaatdoelstellingen omvat een breed palet aan beleidsonderwerpen – van energie, tot voedsel en van mobiliteit tot materiaalgebruik – en raakt daarmee vele partijen in de stad en de meeste geledingen van de gemeentelijke organisatie; het fysieke, economische en sociale domein, de inkoop, het gemeentelijk vastgoed en de eigen bedrijfsvoering. Daarnaast heeft de gemeente via haar beleidsinstrumentarium invloed op de werkwijzen van partijen in de stad en daarmee op het realiseren van klimaatdoelstellingen.
Met de klimaatvisie willen we de ambitie vaststellen en via transitiepaden de klimaatroute uitstippelen en daarmee richting geven aan de gezamenlijke klimaatinspanning die de gemeente kan, wil en moet leveren binnen deze onderwerpen en domeinen. De klimaatvisie heeft een verbindende werking voor de verschillende beleidsonderwerpen, partijen in de stad en gemeentelijke organisatieonderdelen en geeft kaders en leidende principes waarbinnen- en waarlangs activiteiten verder worden vormgegeven en uitgevoerd. visie of beleidsnota De uitwerking van startnotitie naar een klimaatvisie wordt gebaseerd op de Handleiding Beleidsnota standaard voor de beleidscyclus (sturen en verantwoorden). Op grond daarvan wordt bepaald of de uitwerking van de leidende principes en uitgangspunten volledig valt onder een visie of dat delen daarvan landen in een beleidsnota.
2.
De opgave
Ambitie De gemeente werkt aan reductie van broeikasgassen via een eerlijke en inclusieve klimaattransitie die rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van alle betrokkenen. Daarbij is de focus gericht op het zoveel en zo snel mogelijk reduceren van CO2 en CO2 equivalenten omdat dat de belangrijkste veroorzaker van klimaatverandering is. Er zijn beperkingen omdat de invloed van de gemeente niet overal even groot is en omdat de fysieke ruimte en mogelijkheden voor duurzame energiebronnen binnen de gemeentegrenzen beperkt zijn. We werken daarom samen met bewoners, bedrijven, ondernemers, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen (door te participeren in onderzoeksprogramma’s) en de regio. We zoeken in de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen maatschappelijk aanvaardbaar zijn, en we streven naar een zo groot en snel mogelijke reductie van de CO2-uitstoot. Dit kan in directe zin, bijvoorbeeld door de vermindering van gebruik van fossiele brandstoffen, of in indirecte zin door het verminderen van gebruik van producten of grondstoffen waarbij bij de productie ervan (veel) CO2 vrijkomt. De focus op CO2 en CO2 equivalenten stelt ons in staat om op een eenduidige wijze monitoring en sturing op de ambitie in te richten. CO2-uitstoot in de stad In 2022 was de CO2-uitstoot in scope 1 en 2 (zie kader) in de stad 1,1 mln. ton (duurzaamheidsverslag).
In die uitstoot zitten elektriciteit-, gas- en warmtegebruik en uitstoot door mobiliteit, exclusief snelwegen (zie onderstaande grafiek). We verkennen of er nog sectoren of emissies toegevoegd moeten worden waardoor dit getal moet worden bijgesteld. We analyseren wat de bijdragen vanuit de Pagina 2
verschillende sectoren aan deze uitstoot is en welke effecten maatregelen hebben om tot reductie te komen. CO2-uitstoot gemeentelijke organisatie De eigen organisatie van de gemeente heeft een jaarlijkse CO2-uitstoot (scope 1 en 2) van in totaal rond de 4.000 ton (duurzaamheidsverslag). Hierin zit o.a. het energieverbruik in gemeentelijk vastgoed. De scope 3-emissies zijn lastig te berekenen en zijn geen onderdeel van het duurzaamheidsverslag. Uitgaande van het bedrag aan ingekochte producten en diensten in 2022 van € 750 mln. komen we bij benadering op een uitstoot van 200.000 ton CO2 voor scope 3-emissies (RIVM, milieu impact van inkoop door Nederlandse overheden). Ook voor scope 3-emissies verkennen we of we dit getal kunnen aanscherpen en verbreden naar andere sectoren in de stad.
Definitie van scope 1, 2 en 3 emissies Scope 1-emissies zijn directe emissies die ontstaan door de activiteiten van een organisatie. Een voorbeelden hiervan is de uitstoot van verbranding van fossiele brandstoffen in bedrijfsvoertuigen. Scope 2-emissies zijn indirecte emissies die ontstaan door de opwekking van bijvoorbeeld elektriciteit, warmte en koeling in installaties die níet tot de eigen onderneming behoren, maar die door de organisatie worden ingekocht en gebruikt. Scope 3-emissies zijn de indirecte emissies die ontstaan door activiteiten die buiten de operationele controle van een organisatie vallen. Deze emissies hebben betrekking op de hele waardeketen van de organisatie en omvatten onder andere emissies van toeleveringsketens, afvalverwijdering, en transport en distributie van producten.
Vanuit de uitstoot in de stad en uitstoot door de gemeentelijke organisatie kijken we welke maatregelen (op hoofdlijnen) we als stad willen treffen. In de klimaatvisie werken we uit hoever we kunnen komen binnen de stadsgrenzen en wat er elders moet gebeuren om de doelstellingen te bereiken en hoe we de omgeving hierin gaan betrekken.
Verdeling van CO2-uitstoot in de stad over verschillende toepassingen (bron: duurzaamheidsverslag 2022 gemeente Utrecht)
3.
Uitgangspunten en leidende principes
Bij de totstandkoming van de klimaatvisie gebruiken we de volgende leidende principes en uitgangspunten: Leidende principes 1. 2.
Klimaatdoelen realiseren we met alle geledingen van de gemeente en met inwoners, bedrijven en organisaties in de stad en de regio. De klimaatvisie sluit ten minste aan bij nationale doelstellingen, we maken de ambitie concreet en versnellen waar mogelijk.
Pagina 3
3. 4. 5.
Maximale CO2-reductie vindt plaats tegen acceptabele kosten en acceptabele maatschappelijke impact, we zoeken in de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen aanvaardbare kosten hebben en maatschappelijk aanvaardbaar zijn. We geven invulling aan randvoorwaarden die cruciaal zijn om onze doelen te behalen ook al resulteren deze niet direct in CO2-reductie. Denk aan draagvlak en samenwerking, kennisontwikkeling en kennisuitwisseling, capaciteit en financiën. Bij de weging van maatregelen houden we rekening met de impact op kwetsbare inwoners en buurten in de stad en geven we daar waar relevant richting aan hoe we ongelijk kunnen investeren voor gelijke kansen1.
Uitgangspunten 1. 2. 3.
4.
Bij de totstandkoming van de visie horen we de belangen en voorkeuren van partijen in de stad. Om geen dingen dubbel te doen sluiten we aan bij bestaand beleid, waar aanscherpingen nodig zijn doen we daarvoor voorstellen. Het vaststellen van de zoekgebieden opwek duurzame energie laten we parallel lopen met het vaststellen van de klimaatvisie. De resultaten uit het traject van vaststellen zoekgebieden worden verankerd in de klimaatvisie.
Scope van de klimaatvisie
De klimaatvisie is afgebakend op klimaatmitigatie, er is al een Visie Klimaatadaptatie. Dat betekent dat de klimaatvisie is gericht op CO2-reductie, inclusief CO2 equivalenten en op die onderwerpen die een belangrijke bijdrage hebben in de CO2-uitstoot in de stad. We kijken daarbij naar scope 1- en scope 2 emissies en waar mogelijk ook scope 3 emissies. Deze onderwerpen werken we in de klimaatvisie uit in transitiepaden. Het gaat dan in ieder geval om: 1. Energie: het transitiepad Energie baseren we op de energievisie die wordt opgesteld. Onderwerpen die daarin zijn opgenomen zijn duurzame opwek, infrastructuur op orde, aardgasvrije gebouwde omgeving en energiezuinige gebouwen. We bouwen voort op bestaand beleid zoals de Transitievisie Warmte, Aanpak Zon op Dak en Energiebesparing. De bevindingen uit het reeds voltooide participatietraject voor Energie nemen we mee in de klimaatvisie. Parallel aan het opstellen van de klimaatvisie wordt gewerkt aan een visie voor het energiesysteem van de toekomst; hoe ziet dit systeem er fysiek uit en welke partijen spelen daarin welke rol? We verkennen de mogelijkheden om beide visie elkaar te laten versterken.
In het transitiepad Energie verwerken we ook eerdere toezeggingen aan de Raad: 1) zoekgebieden opwek duurzame energie (zie hoofdstuk 7), 2) zon- en wind energie ten minste 50% lokaal eigendom, 3) energieopslag en 4) CO2-uitstoot door grote bedrijven. 2. Mobiliteit: op 15 juli 2021 heeft de Raad het Mobiliteitsplan 2040 vastgesteld. Dit plan voorziet met name in een visie op duurzame bereikbaarheid binnen de groeiende stad. Klimaat is niet expliciet opgenomen in het beleidsplan. In de klimaatvisie bekijken we dit onderwerp vanuit klimaatperspectief en geven we aan welke maatregelen vanuit Mobiliteit aanvullend nodig zijn om zoveel en zo snel mogelijk CO2 emissies te reduceren. 3. (Voedsel)consumptie: we sluiten aan bij de Utrechtse Voedselagenda, een visie in wording, en verkennen de mogelijkheden van CO2-reductie binnen die agenda. Ook kijken we naar consumptie in bredere zin en wat de gemeente kan doen om het consumerend gedrag en de leefstijl van bewoners en partijen te beïnvloeden. We beseffen dat op dit terrein nog veel te doen is, maar we zetten in de klimaatvisie hiervoor de eerste stappen.
Sommige bewoners of buurten zijn kwetsbaarder en ondervinden meer nadelige gevolgen van maatregelen of profiteren minder van de kansen die de klimaattransitie biedt. We zetten ons in voor een zo rechtvaardig mogelijke overgang naar een klimaatneutrale stad waarin alle Utrechters mee kunnen en hebben daarbij oog voor een verdeling van de lasten naar draagkracht. 1
Pagina 4
4. Luchtkwaliteit: de beleidsnota luchtkwaliteit is in ontwikkeling en wordt volgens planning in Q4 2023 door de Raad vastgesteld. We stemmen de klimaatvisie af op de beleidsnota luchtkwaliteit zodat deze elkaar versterken en we voorkomen dat maatregelen elkaar tegenwerken. 5. Circulaire economie: op dit moment wordt de Visie Utrecht Circulair ontwikkeld. We trekken parallel op met deze visie en borgen dat beide visies op elkaar aansluiten. We kijken met name naar de CO2impact van maatregelen (bijvoorbeeld reduceren van gebruik primaire grondstoffen en hergebruik van materialen) in de circulaire economie. 6. Gemeentelijke organisatie: in de klimaatvisie geven we aan op welke wijze de verschillende organisatieonderdelen van de gemeente kunnen bijdragen aan CO2-reductie. We kijken daarbij breed: naar het fysieke, economische, sociale domein maar ook naar ICT, facilitair, eigen vastgoed, maatschappelijke ondersteuning, inkoop etc. Het gaat daarbij om maatregelen die de gemeente zelf kan nemen en om het beïnvloeden van partijen in de stad via haar beleidsinstrumentarium. Daarnaast kan beïnvloeding plaatsvinden van partijen waarmee de gemeente nauw samenwerkt zoals bij Maatschappelijke Ondersteuning. 7. Sectoren: Belangrijke uitstoters van CO2 nemen we mee in de klimaatvisie en we verkennen de omvang van hun bijdrage en de maatregelen die kunnen worden genomen.
We denken op dit moment aan de bouwsector, de industrie en de landbouw. Verschillende maatregelen hebben niet direct of in beperkte mate invloed op het reduceren van CO2 maar hebben er wel een relatie mee zoals klimaatadaptatie of de vergroeningsambities. In de visie verkennen we ook deze maatregelen en leggen verbinding met de maatregelen die wel direct invloed hebben. De doelstellingen uit de klimaatvisie kunnen botsen met doelstellingen uit andere belangrijke thema’s, bijvoorbeeld woningbouw. We brengen deze conflicten in beeld zodat er afwegingen gemaakt kunnen worden. Ook gevolgen voor bijvoorbeeld de ondergrond worden in beeld gebracht. We komen met een voorstel waarin de Raad een keuze kan maken in de afweging tussen doelstellingen uit verschillende thema’s. De doelstellingen uit de klimaatvisie kunnen van invloed zijn (positief of negatief) op doelstellingen uit omgevingsvisies. In de klimaatvisie brengen we deze invloeden in beeld. De ruimtelijk relevante onderwerpen vanuit de klimaatvisie zullen een vertaling moeten krijgen in omgevingsvisies. We brengen in beeld wanneer hier sprake van is.
5.
Scoring van maatregelen, monitoring en sturing
Scoring van maatregelen De gemeente heeft niet altijd grip op de CO2-emissies in de stad, de invloed van de gemeente op het energieverbruik en verduurzaming door bewoners en partijen in de stad is beperkt. Ook zit er een beperking aan de beschikbare middelen. Het effect op CO2-reductie van de ene maatregel is groter dan de andere en de impact die een maatregel heeft op bewoners en partijen in de stad kan verschillen. Dit maakt het afwegen van maatregelen van belang om tot een maatregelenpakket te komen dat zoveel en zo snel mogelijke CO2 reduceert tegen acceptabele kosten en met acceptabele maatschappelijke impact. Er zal een afweging moeten plaatsvinden over wat wanneer op welke manier gedaan wordt. We scoren daarvoor de maatregelen op de volgende elementen: 1. Het effect van de maatregel op de CO2-reductie, gericht op scope 1- en scope 2 emissies en 2. 3.
waar mogelijk scope 3 emissies; De kosten van de maatregel; De uitvoerbaarheid van de maatregel;
4.
De impact van de maatregel op bewoners en bedrijven en welke sociale indicatoren we daarbij kunnen hanteren;
5.
De beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente op de maatregel. Pagina 5
Naast deze vijf elementen brengen we ook kwalitatief in beeld welke invloed de maatregel heeft op belangrijke ontwikkelingen en beleidskeuzes in de stad zoals woningbouw zodat dit meegewogen kan worden bij de samenstelling van het maatregelenpakket. De scoring van maatregelen gebruiken we om te komen tot een maatregelenpakket in de klimaatvisie: •
We ordenen de scoring van maatregelen in een tabel;
•
We visualiseren de scoring van een maatregel in een spiderweb diagram;
•
Op basis van het maatregelenpakket geven we aan hoeveel CO2 dat pakket reduceert.
Hieronder is daarvan een voorbeeld gegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat de scoring van maatregelen een momentopname is. Het kan zijn dat door innovaties of door wijziging in regelgeving de scoring kan veranderen. Zo stijgt naar verwachting de invloed van de gemeente in het warmtedossier door de wijziging in de warmtewet en kunnen maatregelen voor warmtetransitie een andere plek in het web krijgen. Dit vereist dus een regelmatige actualisatie van de scoring van maatregelen. In de visie komen we met een voorstel voor de frequentie waarmee de visie wordt geactualiseerd.
Voorbeeld van scoringstabel en visuele weergave in een spiderweb diagram Vanuit de optelsom van maatregelen in een pakket, brengen we het CO2 reducerende effect van het maatregelenpakket in beeld (zie onderstaande voorbeeldgrafiek). Daarin zijn scenario’s denkbaar waarbij de samenstelling van maatregelen in het pakket en de snelheid van uitvoering van maatregelen de CO2reductie kunnen versnellen of vertragen (steilheid van de grafiek). Vanuit deze grafiek wordt zichtbaar snel hoeveel CO2-uitstoot gereduceerd kan worden binnen de stadsgrenzen en welk effect extra maatregelen kunnen hebben. Ook kan onderweg de klimaatroute worden bijgestuurd om extra te versnellen. Het college doet in de klimaatvisie een ambitieus voorstel voor een maatregelenpakket. We gaan daarin zover als maatschappelijk acceptabel is. In dit voorstel geven we ‘knoppen’ mee waar de Raad aan kan draaien, en daarmee de ‘zaaglijn’ tussen wat maatschappen acceptabel/onacceptabel is hoger of lager kan zetten. De Raad geeft daarmee richting aan de snelheid van CO2-reductie en de manier waarop dat wordt bereikt.
Pagina 6
Voorbeeld van CO2-reductie per maatregelenpakket Monitoring en sturing Met het vaststellen van de klimaatvisie zetten we de stip op de horizon en geven we richting aan hoe daar te komen. Vervolgens is monitoring van de voortgang en een systeem voor bijsturingsmogelijkheden van belang om blijvend te koersen op zoveel en zo snel mogelijke reductie van CO2-uitstoot. Vanuit de klimaatvisie richten we een passend monitoringsinstrument in en werken we een sturingsmodel uit, gebaseerd op het Utrechts Sturingsmodel. We verkennen daarbij op welke wijze we stakeholders in het sturingsmodel kunnen betrekken zodat we in gezamenlijkheid op maximale CO2reductie blijven sturen. In het sturingsmodel staat de opgave centraal. Sturing en beheersing van de opgave krijgt vorm in balans tussen vier kwadranten (zie onderstaande figuur). In de klimaatvisie werken we dit sturingsmodel verder uit en zetten we de kaders voor een monitoringsinstrument neer. CO2 is de grootste veroorzaker van klimaatverandering en we monitoren daarom op CO2 en CO2 equivalenten en we zorgen dat resultaten eenvoudig interpretabel zijn op een overzichtelijk dashboard.
De vier kwadranten van het Utrechts Sturingsmodel met de opgave centraal gesteld Pagina 7
6.
Opbouw klimaatvisie
Op basis van wat is beschreven in hoofdstuk 1-5 kent de klimaatvisie de volgende opbouw: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Schets van de klimaatopgave in de stad uitgedrukt in de jaarlijkse CO2-uitstoot. We brengen duidelijk in beeld waar nu de CO2 emissie plaatsvindt en hoe verschillende uitstoters zich tot elkaar verhouden. Dit geplaatst in regionaal, landelijk en internationaal perspectief. Visie van de gemeente op de doelstelling en de inzet ten aanzien van de klimaatproblematiek. Beschrijven van de thematische transitiepaden en de impact op het reduceren van CO2. Per transitiepad definiëren we maatregelen op hoofdlijnen waarin we beschrijven in welke richting de gemeente handelen (handelingsperspectief) om tot CO2-reductie te komen. Beschrijven van de scoringstabel en het scoren van de maatregelen. Ontwikkelen van een voorstel voor een afgewogen maatregelenpakket en de rol van de gemeente, de verschillende gemeentelijke organisaties en de partners in en om de stad. Uitwerking van leidende principes zoals participatie, klimaatrechtvaardigheid, financiering en regelgeving. Eerste aanzet voor de manier van monitoring en governance van de klimaatvisie zodat de uitgangspunten voor verdere uitwerking helder zijn. Deze uitwerking vindt plaats na vaststelling van de visie. Duiding van onderwerpen die na vaststelling van de visie verder moeten worden uitgewerkt in beleidsdocumenten en uitvoeringsprogramma’s (zoals verdere concretisering van maatregelen en een investeringsstrategie).
Het college legt met de klimaatvisie een voorstel voor een ambitieus maatregelenpakket voor aan de Raad en laat een aantal ‘knoppen’ zien waaraan gedraaid kan worden. We vragen de Raad hierin een keuze te maken die de richting van de klimaatvisie bepaalt. De Raad neemt daarbij geen beslissing over het uitvoeren van maatregelen. De Klimaatvisie wordt ontwikkeld in de tweede helft van 2023 en is begin 2024 afgerond. De visie komt tot stand door het verzamelen van gegevens, expert judgement en door het voeren van gesprekken met diverse partijen. In de periode augustus-oktober vindt er een participatietraject plaats. De uitkomsten ervan worden verwerkt in de klimaatvisie evenals uitkomsten van eerder participatietrajecten over onderwerpen die de klimaatvisie raken.
7.
Zoekgebieden duurzame energie opwek
Als we als stad onze klimaatambities willen realiseren, dan is het noodzakelijk dat we ook meer duurzame energie opwekken binnen onze eigen grenzen. We weten dus nu al dat duurzame opwek een maatregel zal zijn binnen het transitiepad Energie van de klimaatvisie. Tevens is in het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’ en de RSU 2040 vastgesteld dat de gemeente een stevig streven heeft naar het opwekken van duurzame energie binnen de gemeentegrenzen. In de zoekgebieden die gunstig uit het planMER komen, gaan we aan de slag met het opwekken van duurzame energie. Vandaar dat we “zoekgebieden” gelijktijdig bespreken met de klimaatvisie, maar niet als een onderdeel ervan. Daarvoor gelden de volgende uitgangspunten en principes (vastgesteld in coalitieakkoord en RSU 2040): •
• • •
We schuwen geen middelen om het maximaal aantal mogelijke windmolens te verwezenlijken binnen de kaders van het zoekgebied. We zetten als gemeente een stap naar voren en zijn bereid actief deel te nemen in energieprojecten. Bij de inpassing van windmolens beperken we de overlast (geluid en slagschaduw) voor omwonenden. Bij zonnevelden zoeken we naar zoveel mogelijk dubbelgebruik (recreatie, agrarisch, waterberging) en ecologische waarde. We streven naar minimaal 50% eigenaarschap van bewoners, het liefst uit de directe omgeving. Bij onvoldoende inschrijvingen uit de buurt kijken we breder binnen de stadsgrenzen van Utrecht en omstreken.
Pagina 8
•
We willen met alle energieproductielocaties uit de RSU die gunstig uit de MER komen aan de slag. Voor de geschikte locaties doorlopen we een zorgvuldig ruimtelijk proces, waarbij diverse ruimtelijke belangen gewogen worden. Bij dit proces betrekken we bewoners.
Op dit moment zijn verschillende zoekgebieden voor de opwek duurzame energie (hierna zoekgebieden) in beeld, maar deze zijn nog niet vastgesteld. Om verder invulling te kunnen geven aan de ambitie voor het opwekken van duurzame energie is het nodig zoekgebieden vast te stellen. Het vaststellen van de zoekgebieden loopt parallel aan de vaststelling van de klimaatvisie. De vastgestelde zoekgebieden en de daaruit voortvloeiende hoeveelheid duurzame energie opwek levert een belangrijke bijdrage aan CO2reductie. Het proces om te komen tot vaststelling van de zoekgebieden ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: •
•
•
Voor en in de zomer werken we met ondersteuning van een extern gespecialiseerd bureau het participatietraject in detail uit en bereiden we dit voor. De uitvoering gebeurt eveneens met ondersteuning van een extern gespecialiseerd bureau. De uitvoering van het participatieproces vindt plaats gelijktijdig en in nauwe afstemming met het participatieproces voor de klimaatvisie (eind augustus - half oktober). De uitvoering gebeurt eveneens met ondersteuning van een extern gespecialiseerd bureau. De ambitie is om begin 2024 een voorstel voor vaststellen van zoekgebieden tegelijk met de klimaatvisie aan de Raad voor te leggen met beoogde vaststelling in Q2 2024.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat de gemeente met alle zoekgebieden die gunstig uit de beoordeling komen aan de slag gaat. Dit roept de vraag op wat ‘gunstig’ is, en welke zoekgebieden verder worden uitgewerkt. De manier om te bepalen wat ‘gunstig’ is en waar de ‘knip’ komt te liggen tussen zoekgebieden die wel/niet gunstig uit de beoordeling komen, behandelen we in het participatietraject.
8.
Participatie
Participatie op maat De doelstelling van de Klimaatvisie staat vast: “zo veel mogelijk en zo snel mogelijk CO2 reduceren”. Participatie is een leidend principe in de totstandkoming van de Klimaatvisie en de vaststelling van de zoekgebieden duurzame energie. Onder participatie verstaan we “het in een vroeg stadium en op interactieve wijze betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de totstandkoming en/of evaluatie van beleid en kaders, met als doel zeggenschap, eigenaarschap en betrokkenheid in Utrecht te vergroten”. We hebben daarbij oog voor de doelen uit het actieprogramma Samen stad maken: participatie. Namelijk: inclusiviteit (meer verschillende Utrechters mee laten doen aan participatietrajecten), betrokkenheid (de betrokkenheid van inwoners bij de stad vergroten) en samen wijzer worden (plannen worden beter door de inbreng van inwoners en andere deelnemers). Daarbij nemen we ook de aanbevelingen van het Rekenkamer-rapport “Horen, zien en samen door: een onderzoek naar de ervaringen met en resultaten van inwonerparticipatie in de gemeente Utrecht”. Het succes van participatie valt niet af te meten aan consensus. Bij de uitdagingen waar de stad voor staat wat betreft CO2-reductie, gaan wensen en belangen botsen.
Het doel van het participatietraject is ook om dit in beeld te brengen, zodat het college en de gemeenteraad deze onderling kunnen wegen en een besluit kunnen nemen. Bij die weging wil het college de raad inzicht geven in de verschillende belangen, wensen en zorgen die in het participatietraject naar voren komen. Samen met een gespecialiseerd bureau wordt een participatieplan uitgewerkt. Een scherpe afbakening van de beïnvloedingsruimte geeft mensen helderheid over de reikwijdte van de participatiemogelijkheden en duidelijkheid over de start van de belangenafweging. Als dat helder is, volgt de keuze voor een aanpak en de participatie-instrumenten. Daarbij nemen we alle beschikbare participatie-instrumenten in overweging, zoals stadsgesprekken, het klimaatpanel, online participatie, klankbordgroepen, burgerberaden, expertsessies en enquêtes. We maken duidelijk hoe het traject eruit komt te zien, waar het inhoudelijk om gaat en welke beïnvloedingsruimte deelnemers hebben. Pagina 9
We maken de resultaten van de participatietrajecten zichtbaar, zowel tussentijds als achteraf, door dit vast te leggen in participatieverslagen. We beargumenteren waarom de inbreng wel of niet tot wijzigingen in het eindproduct heeft geleid na besluitvorming in het college en/of raad. Resultaten uit relevante eerdere participatietrajecten nemen we mee. Bevindingen uit eerdere participatietrajecten In 2021 is het Mobiliteitsplan 2040 vastgesteld en in 2022 is een concept energievisie (niet vastgesteld) opgesteld. Op dit moment wordt de visie Utrecht Circulair opgesteld en er is een voedselagenda ontwikkeld. Voor deze onderwerpen zijn al belangen, wensen, zorgen en ideeën uit de omgeving opgehaald. We nemen waar mogelijk bevindingen uit deze eerdere trajecten mee in de klimaatvisie.
Pagina 10