Samenwerkingsverslag Uitvoeringsprogramma stem van jonge Utrechters DEF
Tekst van het document
Verslag voor samenwerking met Utrechters Opsteller: Jennifer Lekkerkerker-Rack & Veerle Oude Alink Projectnaam: Uitvoeringsprogramma ‘de stem van jonge Utrechters’ Korte omschrijving van het project: Vanuit de eerder vastgestelde beleidsnota's Jeugd ‘samen opgroeien, samen opvoeden’ en Samen stad maken - Geen Utrecht zonder U hebben we als doel de samenwerking met jonge Utrechters te verbeteren en daarmee hun zeggenschap te vergroten. Dit vraagt extra maatregelen vanuit de gemeente. Daarom wordt hier een uitvoeringsprogramma voor opgesteld.
Je hebt samengewerkt met Utrechters. In het plan voor samenwerking met Utrechters hebben we telkens onze stappen beschreven. In dit verslag reflecteren we hoe dit is gegaan. Welk belangrijk inhoudelijk inzicht is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
Door wie is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
Utrechtse Jeugd (9 – 27 jaar) wil betrokken zijn en wat betekenen voor hun buurt en stad.
Blijkt uit bijna alle gesprekken die we hebben gevoerd
Zwaar, want wij zien dit belang vanuit beleidsnota Samen stad maken en beleidsnota Jeugd ook.
Het gehele uitvoeringsprogramma zet hier op in.
De groep jonge Utrechters tussen de 14 en 23 jaar voelt minder ruimte om actief hun stem te laten horen dan kinderen tussen de 9 en 12 jaar.
Dit is een conclusie die we trekken uit alle gesprekken uit de eerste fase.
Middel, omdat we zelf merken dat we een nog bredere groep minder makkelijk horen: 9 t/m 27 jaar.
We hebben de doelgroep van het uitvoeringsprogramma 9-27 jaar gemaakt, maar de meeste maatregelen zijn gericht op de jongeren tussen 14 en 23 jaar.
Algemeen
Zie jonge Utrechters niet als een aparte groep en behandel hen ook niet zo.
Denkkracht, onderzoeksstage, meeloopstage
Middel, want we begrijpen dat het niet wenselijk is om als ‘aparte groep’ gezien te worden. We merken echter wel dat dit een groep is die we op onze gebruikelijke werkwijze minder makkelijk bereiken. Daarom vraagt het iets extra's van de gemeente.
We hebben alsnog aparte maatregelen gemaakt voor jongeren, maar erkennen hierbij dat het veel extra acties ook van toepassing zouden zijn op andere groepen die we minder makkelijk bereiken. Bij het vertalen van de leidende principes van houding en gedrag naar voorbeeldgedrag hebben we genoemd dat we jonge Utrechters behandelen als mens.
Het zou helpen om een nieuwe, sociale norm te zetten dat jongeren meedoen aan de lokale democratie. Dit zou het dan normaliseren en verlaagt de drempel voor andere om deel te nemen.
Denkkracht
Middel, want dit is een heel mooi doel, maar vraagt langdurige inzet en een grote verandering in de samenleving.
Het uitvoeringsprogramma sluit aan bij het doel.
Veel jonge Utrechters geven aan het fijn te vinden om deel te kunnen nemen via school. Denk hierbij aan het organiseren van competities of challenges waarin leerlingen op een laagdrempelige manier mee kunnen denken over de plannen voor de stad.
Sessies op scholen, jongerenradendagen, Ver_sterk, kinder wijkraden, meeloopstage.
Zwaar, omdat dit een veel gehoord geluid is. Daarnaast zien we hierin ook voordelen voor het onderwijs (in het versterken van het burgerschapsonderwijs en relatie tussen praktijk en theorie) en voor de gemeente (vindplek van diversiteit aan jongeren op school).
Daarom hebben we een gehele pijler besteed aan hoe we samenwerking beter kunnen organiseren via het onderwijs.
Onderwijsinstellingen willen vaak wel samenwerken, maar het ontbreekt vaak aan tijd, financiële middelen. Ook geven ze aan dat ze moeite hebben met het vinden van de inhoudelijke medewerker van de
Medewerkers van Academie10, MBO Overvecht, Gerrit Rietveld, X11
Zwaar, want dit is een belemmering in de goede samenwerking met scholen en daardoor ook met jonge Utrechters.
Daarom hebben we maatregel 1.2 opgesteld, waarbij we een contactpersoon beschikbaar stellen voor onderwijsinstellingen als makkelijke ingang naar de gemeente. Deze contactpersoon kan vervolgens de verbinding maken met de juiste, inhoudelijke collega.
Via het onderwijs
gemeente om de juiste persoon aan te haken bij projecten. Jonge Utrechters willen graag snelle terugkoppeling en niet al te lange doorlooptijd van een project.
Hiermee kunnen we de onderwijsinstellingen tijd besparen. Onderzoeksstage, MKBwerkplaats
Middel, want dit kunnen we niet bij elke peiling waarmaken. De meerwaarde van input van jongeren is juist bij toekomstprojecten groot.
We hebben eisen gesteld aan geschikte vraagstukken voor samenwerking via het onderwijs.
Jongeren die al actief zijn hebben behoefte om meer uit te kunnen wisselen met andere actieve jongeren. Hierbij noemen ze een digitaal platform als eventueel instrument, maar het hoeft niet per se digitaal te zijn.
Sessie met jongerenraden, Denkkracht
Zwaar, omdat we zien hoe het onderling elkaar kunnen vinden de kracht kan versterken tot gezamenlijk initiatieven oppakken.
Daarom hebben we maatregel 1.4 toegevoegd om uitwisseling tussen initiatieven te stimuleren: zowel via een digitaal platform (starten in Leidsche Rijn & Vleuten de Meern) als een jaarlijkse, fysieke bijeenkomst.
Plekken van samenkomst zijn erg belangrijk voor het ontstaan en verspreiden van nieuwe ideeën en initiatieven en ook het contact met de buurt versterken. Daarom is er behoefte aan ontmoetingsplekken.
Meeloopstage, kinderwijkraden, jongeren betrokken bij visie jongeren ontmoetingsplekken
Zwaar, er loopt gezamenlijk met jongeren al een uitvoering op de visie jongeren ontmoetingsplekken.
Maatregel 1.5 sluit aan bij het vergemakkelijken om elkaar te kunnen vinden en daarmee de kracht onder jongeren te versterken.
Er is behoefte om meer plekken te hebben om laagdrempelig activiteiten te kunnen organiseren.
Sessie met jongeren en jongerenraden
Middel, want deze plekken zijn er al. Dit blijkt echter niet bekend te zijn bij jonge Utrechters.
Daarom maatregel 1.3 om de bekendheid van de buurthuizen te stimuleren.
Initiatieven
Een aanvraag voor financiële bijdrage aan een initiatief moet zo makkelijk en laagdrempelig mogelijk zijn.
Sessie met jongeren en jongerenraden
Middel, want we zien het belang voor dit inzicht heel erg, maar de procedure bij het Initiatievenfonds is al zo laagdrempelig mogelijk gemaakt.
Maatregel 1.1 zet zich in om het Initiatievenfonds nog een stapje laagdrempeliger te maken. Maatregel 2.2 focust op het toegankelijker maken van andere subsidieregelingen voor jonge Utrechters.
Stel jongerenvertegenwoordigers aan om nieuwe en onervaren jongeren in Utrecht te verwelkomen en rond te leiden. Door informele kennismakingen wordt de drempel lager om zelf initiatief te nemen of ergens aan mee te doen
Denkkkracht
Licht, want er is geen budget om extra personen aan te stellen.
Dit is niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
Denkkracht, CMDstudenten, Bureau COEN, Young Minds Utrecht, straatgesprekken.
Zwaar, omdat dit concrete aanbevelingen zijn vanuit de doelgroep zelf.
Dit is verwerkt in maatregel 2.2 en 2.3.
Bereiken van jonge Utrechters Het contact met jongeren moet voldoen aan de volgende eisen: 1. Kort en krachtig 2. Makkelijke, begrijpelijke taal 3. Leuk, informeel en gezellig 4. Gebruik échte mensen en geen stereotypes in communicatie 6. Persoonlijk contact: kom naar ons toe. 7. Waardeer en beloon de inzet
Tegenstrijdige geluiden over de inzet van sociale media om jongeren te bereiken. Enerzijds horen we dat dit een goed communicatiekanaal is, want iedereen maakt er gebruikt van. Anderzijds horen we juist dat jongeren hier al te veel informatie tot zich krijgen, waardoor het geen goede manier meer is om hen daadwerkelijk te bereiken.
Onderzoeksstage, straatgesprekken, Bureau COEN, CMDstudenten, Denkkkracht
Middel, omdat de diverse geluiden geen eenduidigheid biedt
Het blijft daarom een belangrijk communicatiekanaal (maatregel 2.2), maar we koppelen het tegelijkertijd aan het signaal van persoonlijk contact. Daarom zetten we ook in op het naar jongeren toegaan (maatregel 2.3).
Stapsgewijs communiceren: start de communicatie bij de eerste drempel die jongeren tegenkomen. Start dus niet bij het einddoel dat je wil bereiken; geen vergezicht. Starten bij de eerste drempel zorgt voor herkenning. Per stap krijgen jongeren vertrouwen om het proces te doorlopen. Het hele proces moet hierbij inzichtelijk zijn, zodat ze zien in welke stap zij zich bevinden.
Bureau COEN
Zwaar
Dit is verwerkt in maatregel 2.2
Soms helpt het als de gemeente zelf geen afzender is, omdat dit iets doet met het imago van de boodschap. Een andere afzender zou kunnen zijn: jongeren, partnerorganisaties, lokale influencers. Wel wordt gewaarschuwd voor het type boodschap waarbij je dat doet. Bij een serieuze boodschap
Onderzoeksstage, Bureau COEN.
Middel, want we zien dat het soms wel en soms niet van toepassing kan zijn.
Bij peilingen die zich daarvoor lenen zetten we meer in op het verspreiden via bestaande netwerken (zie maatregel 2.3).
geeft de gemeente als afzender juist status. Ambtenaren moeten meer naar de plekken waar jonge Utrechters zich vanzelfsprekend bevinden. Het hoeft niet altijd via de officiële instrumenten, zoals een bijeenkomst, maar het kan ook op een informele manier. Ook willen jonge Utrechters niet altijd dat hun deelname wordt geformaliseerd in een panel of raad. Ze willen er niet aan ‘vastzitten’. En het moet echt vanuit jongeren zelf komen.
Denkkracht, straatgesprekken, MAVO/TL-klas (3e jaar) van Academie10
Zwaar, want dit sluit aan bij beleidsnota Samen stad maken.
Dit is verwerkt in maatregel 2.3. Ook is dit één van de argumenten waarom wij er niet voor kiezen om een jongerenraad te starten (maatregel 2.1).
3D-visualiaties helpen jonge Utrechters om goed mee te kunnen denken over ruimtelijke aanpassingen.
Society in the loop
Middel, want we zien dat dit ook veel tijd en geld kost per project.
Toegevoegd in maatregel 2.3 dat het helpt om 3D-visualisaties toevoegen op het moment dat dit mogelijk is.
TikTok is hét sociale medium waarop een deel van de jonge Utrechters actief is en waar de gemeente nog niet actief is.
Onderzoeksstage, Bureau COEN
Licht, want er is een verbod op deze apps voor gemeentelijk gebruik. Reden hiervoor is dat deze apps ongemerkt toegang krijgen tot het apparaat waarop de app is geïnstalleerd.
TikTok is niet opgenomen als één van de sociale media waar we via communiceren met jonge Utrechters uit maatregel 2.2.
Ervaring uit andere samenwerkingstrajecten, TL-school, straatgesprekken,
Zwaar, omdat we zien dat dit meer en betere samenwerking met jongeren oplevert.
Daarom is er een gehele pijler besteed aan erkenning en waardering. Ook zit dit in houding en gedrag, wat is uitgewerkt in voorbeeld van gedrag, zoals het durven
Beloning & erkenning Waarderen en belonen van inzet is bij jongeren extra belangrijk is.
meeloopstage, onderzoeksstage, Denkkracht etc. Waarderen en belonen hoeft niet alleen maar in de vorm van een fysieke of financiële beloning te zijn, maar het helpt ook al als jongeren merken dat er écht naar hen geluisterd wordt en de input écht wordt verwerkt. Of bijvoorbeeld door meer complimenten en een enthousiaste houding.
MAVO/TL-klas (3e jaar) van Academie10
handelen op signalen, jonge Utrechters behandelen als mens en het vragen van tussentijdse feedback. Zwaar, omdat dit de focus ook legt op het gehoord voelen.
Daarom is de pijler over ‘erkenning en waardering’ niet alleen ingestoken op fysieke of financiële beloning. Ook komt dit terug in de vertaling van de leidende principes voor houding en gedrag.
Wat kan er geleerd worden van deze samenwerking met Utrechters? Antwoord: •
We hebben gemerkt bij de straatgesprekken dat het helpt om deze samen te doen met jongeren. En dat het hierbij ook belangrijk is om met een diverse groep te gaan. Jongeren herkennen zich hierdoor makkelijker in de gesprekspartners en hierdoor is het laagdrempeliger om mee te doen. Dit hebben we ook gelijk verwerkt in maatregel 2.3. • Het vraagt iets van de gemeente om duidelijk te maken voor jongeren waarom een vraagstuk relevant voor hen is. Welke gevolgen zou het bijvoorbeeld voor hen kunnen hebben? Op het moment dat dit niet duidelijk is, haken jongeren zelf af. Voor hen is het moeilijker om deze koppeling zelf te maken. Dit is gelijk verwerkt in maatregel 2.3. • Een opvallende bevinding is dat jongeren met een Caribische achtergrond minder snel bereid waren om mee te doen aan een gesprek. Om dit te verbeteren is op de 2e dag een donkere jongen vanuit deelnemende groep interviewers bewust meer gaan inzetten om deze groep jongeren aan te spreken. • Bij een persoonlijke directe benadering (ik ben zelf Surinaams) lukte het om enkele meiden te betrekken. • In de gesprekken met deze meiden gaven zij aan vaak moe te zijn over het constant vechten voor een gelijkwaardige positie in de samenleving. Als vrouw maar vooral als zwarte vrouw en dat zij een diepe wantrouwen voelen richting instanties. Zij benoemde dat zij ervaren dat niemand écht geïnteresseerd is in hen.
En met niemand bedoelde ze ook andere groepen jongeren zoals moslims, Aziaten of van LHBTQ+ gemeenschap. Volgens hen staan zij vaak alleen “als zwart volk”. Deze ervaringen maken zichtbaar dat het niet alleen gaat om hoe jongeren benaderd worden, maar ook om het doorbreken van gevoelens van wantrouwen, uitsluiting en wij/zij denken. Dit vraagt om een benadering die niet alleen persoonlijk herkenbaar is, maar ook gericht op het opbouwen van vertrouwen en het erkennen van de ervaringen van jongeren die zich niet gesteund of gezien voelen.